Niet gekker

‘Normaal ben ik niet zo.
Ik moet gewoon even
nokkie zijn geweest.’

Schermafbeelding 2016-02-27 om 18.11.43Zittingszaal 14 is de zaal van het strafrecht in Groningen.
Qua woorden die er worden gesproken is het denk ik een van de meest bijzondere zalen van heel de provincie.
Je kunt het zo gek niet verzinnen of het kan in deze zaal worden gevraagd of geantwoord.
Zou ik de president van de rechtbank zijn, dan zou ik de tekst ‘het moet niet gekker worden’ ergens laten aanbrengen.
Zo groot als maar mogelijk.

Goed, koffie mag je niet mee naar binnen nemen (een flesje water wordt gedoogd), de telefoon moet op straffe van verbanning uit en het hoofd moet onbedekt.
Petje af.
Maar er bestaan geen taboes.

Zittingszaal 14 is als zaal niet heel imposant.
De ene zijkant telt tien smalle ramen, de andere acht, maar daglicht is er nooit.
Aan weerszijden hangen grote, zwarte Sony’s aan de muur, aan eentje een goedkope klok van Blokker.
De meubels die er zijn neergezet, zijn lomp, te groot voor de ruimte die er is.
Aan de hoge muur waar het publiek naar kijkt, hangen vijf panelen, die samen een kunstwerk vormen.

De maker van die werken is de Amsterdamse kunstenaar Jaap Hillenius die in 1999, fietsend in zijn stad, door een automobilist werd doodgereden.
Hij schilderde de vijf panelen in zachte, lieflijke pasteltinten.
Daarmee wilde Hillenius tegenwicht bieden aan de harde, rauwe werkelijkheid die in rechtszalen wordt besproken.

Maandag was de kunst van de maker hartstikke nodig.
Tussen de zachte panelen hing het grote oprolbare doek voor een vertoningen.
Doorgaans worden daar slechte beelden op getoond van vage figuren die cafetaria’s overvallen.
Maar nu zagen we een erg blote vrouw, liggend op een duistere bank.
In haar stak een bierflesje dat op en neer ging.
We zagen handen aan armen die dat deden.
We hoorden gelach en iets dat klonk als kreunen.
Het duurde één minuten en vijftig seconden.

Een mannenstem luidde het einde van het ranzige filmpje in.
Rauwe stem: ‘Ik vind het nou ook wel goed zo. Ik heb genoeg gezien.’

Voordat de rechters de film startten was het publiek op de tribune verzocht de zaal te verlaten. De film zou achter gesloten deuren worden getoond.
Na de vertoning mocht het publiek weer binnenkomen.
Net toen ik wilde opstaan, sprak de rechter dat was besloten een uitzondering te maken voor de pers, dit in het belang van de openbaarheid van de rechtspraak.
En zo keek ik op maandagochtend op een doek van 3 bij 4 meter naar een bierflesje in het blote kruis van Anneke.

Er zijn drie verdachten.
Femke (26) en haar stiefmoeder Connie (42).
De armen met handen zijn van hen.
Connies hoofd komt een paar keer herkenbaar in beeld.
De derde verdachte is Ko (34).
Hij is de man van de stem en de maker van het filmpje.

De rechters zeggen dat het allemaal nogal gênant is.
Ze zeggen: ‘Maar we moeten er toch over praten.’
Femke kijkt strak voor zich uit, haar linkerhand ligt op haar zwangere buik.
Connie huilt.
Femke zal dat straks ook gaan doen.
Ko is niet komen opdagen.

Het verwijt dat aan de twee vrouwen wordt gemaakt is dat zij seks hebben gehad met iemand die wilsonbekwaam is, met iemand die onmachtig is.
Plat en niet-juridisch gezegd: ze hebben een laveloze vrouw verkracht.
En daar heeft Ko met zijn telefoon een filmpje van gemaakt.
Het was ook op zijn bank in zijn woning in het oosten van Groningen.

De rechters: ‘In hemelsnaam, waarom?’
Connie heeft het nu niet meer, haar stem stokt.
Femke komt met een gedeeltelijke bekentenis: ‘Lichamelijk was ik erbij, maar geestelijk totaal niet.’

Een en ander gebeurde in oktober 2014.
Niet lang daarna gingen er geruchten door het dorp.
En toen nog erger: het filmpje werd verspreid.
Het duurde niet lang of het halve dorp keek naar Anneke op de bank.
Zij wist zelf toen nog van niks.
Een kennis van haar vond het te gortig en stapte met zijn telefoon waarop ook hij het filmpje had ontvangen naar de politie.
Buurtagenten bekeken het, ze zagen Anneke en herkenden de stem van Femke en toen ze nog een keer keken herkenden ze ook Connie.

In maart werden ze aangehouden.
Ko ook.
Bij de politie werden uitvoerig verklaringen afgelegd.
Connie: ‘Ik wist niet dat het zo erg was.’
Femke: ‘Normaal ben ik niet zo. Ik moet gewoon even nokkie zijn geweest.’
Ko had bij de politie verteld dat hij filmde in opdracht van Connie.
Connie had ruzie met Anneke, ze hadden elkaar die avond ook geslagen, in de gang bij hem thuis. Ze waren toen al aangeschoten.

Connie: ‘Ik had ruzie met Anneke, Ko gaf mij toen een pilletje, om rustig te worden.’
Femke denkt dat ze flink wat cocaïne heeft gesnoven.
Ze zegt: ‘Ik weet helemaal niets meer.’
Connie: ‘Ik ook niet, maar ben wel vol in beeld op dat filmpje.’
Op haar werk hadden ze dat ook gezien.
Ze mocht vrijwillig ontslag nemen, dan kreeg ze een beetje geld mee.

Het vermoeden is dat iemand iets in het drankje van Anneke heeft gedaan.
Misschien wel GHB, raar spul dat Ko altijd in de koelkast had, wordt gezegd.

Anneke heeft geen aangifte willen doen.
Ze is bang voor represailles.
Maar de officier van justitie heeft geen aangifte nodig om de drie verdachten te kunnen vervolgen.
De beelden spreken voor zich.
Duidelijk is te zien, vindt zij, dat Anneke bewegingloos is, dus onmachtig.
Ze spreekt van ontzettend ernstige feiten die ze met alle officieren van justitie had besproken.

Gezamenlijk waren ze tot de conclusie gekomen: 24 maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk. Dus ook voor Ko die alleen maar filmde, ook voor Femke die hoogzwanger is.

De advocaten doen wat ze moeten doen.
Ze proberen de scherpe kanten eraf te halen.
Misschien bewoog Anneke toch wel een beetje en was ze helemaal niet zo laveloos van de drank en drugs.
Misschien was het wel een seksueel experiment van volwassenen met een slokje op.
Strafbaar is het dan niet, zegt de ene advocaat.
De andere: ‘Het is gebeurd, iedereen dronken, iedereen onder invloed, dan dient straf geen doel.’

Zij die weten dat ik in zittingszaal 14 kom vragen soms wat nou de ergste zaak is geweest, de meest heftige zaak, die ik heb gevolgd.
Dat is moeilijk te zeggen, antwoord ik dan.
Omdat ik inmiddels weet: het kan altijd nog gekker.

Rob Zijlstra

Zeeman

foto: dvhn / archiefKoert vindt dat hij straf heeft verdiend.
Ja, ook gevangenisstraf.
Maar zo veel als de officier van justitie zojuist voorstelde, is misschien iets te veel van het goede, oppert hij.

De man die hem al jaren kent, zegt dat Koert een aardige jongen is.
De man zegt: ’t Is me d’r eentje.’
De reclassering: ‘Koert is een abnormale jongen met normale trekjes of hij is een normale jongen met abnormale trekjes. Het is moeilijk in te schatten.’

Koert is 18 jaar.
Het is dat hij nu in de gevangenis zit, maar anders heeft hij niets om in te wonen.
Zijn ouders waren vooral met de fles in de weer, waardoor hij als kind met grote regelmaat uit huis werd geplaatst.
Dat heeft sporen nagelaten.
Koert tegen de rechters: ‘Ik ben geen doorzetter.’
En: ‘Ik blow ook heel erg veel.’

De rechters tegen Koert: ‘Wij lezen dat je wel wilt, dat je ook zelf naar oplossingen zoekt, maar dat je niet in staat bent die oplossing vast te houden.’
Koert beaamt dat.
Reclassering: ‘Alles wat langer duurt dan drie, vier weken, vindt hij moeilijk.’

Ondanks zijn jeugdige leeftijd is hij al vijf keer veroordeeld, door kinderrechters.
Nu hij volwassen is, zit hij in de echte gevangenis tegenover rechters voor de grote mensen.
Zijn advocaat: ‘Ja, had hij de overval maar vier weken eerder gepleegd, dan hadden we niet hier gezeten, maar opnieuw bij de kinderrechter. En dat maakt een groot verschil, ook omdat Koert eigenlijk nog steeds een kind is.’

Kind Koert had geld gepikt van zijn vader.
Vader boos.
Koert begreep dat wel, maar ja als je heel erg veel blowt, heb je evenredig veel geld nodig.
En het zat hem toch al tegen.
Hij was een tijdje meegereisd met de kermis, maar dat werd met al dat nachtwerk een beetje te gek, vertelt hij.
‘Niet hygiënisch ook, je kon nooit douchen.’
Hij nam ontslag en belandde in een callcenter (‘heel leuk, was ik ook goed in’), maar toen overleed opa.

Hij ging nog meer blowen en toen pikte hij dus dat geld van zijn vader.
En die was zo boos geweest dat hij zoonlief op straat had gezet.
Koert: ‘Ik zou op straat moeten slapen, moeten eten uit vuilnisbakken. Dat zag ik dus niet zitten. Daarom heb ik die keuze gemaakt.’

Dat was in augustus dit jaar en een maand nadat hij 18 jaar was geworden.
De hele dag had hij bij het winkelcentrum rondgehangen en zitten piekeren.
Wel doen.
Nog meer jointjes.
Niet doen.
Zegt: ‘Ineens dacht ik, fuck it, ik doe het. Je hebt dan geen besef meer.’

In de keukenla had een groot mes en een aardappelschilmesje gelegen.
Hij had het grote mes gepakt.
Rechters: Waarom?
Koert: ‘Ik had maar twee keuzes.’

Tegen vier uur ’s middags stapt hij textielzaak Zeeman binnen.
Cap met capuchon op en over het hoofd.
Schreeuwt: ‘La open.’

Het meisje achter de kassa, een stagiaire, krijgt het grote mes tegen haar zij geduwd.
Ze was zo bang geweest en gebleven, dat haar stage en de bijbehorende opleiding volledig is mislukt.
Koert zegt tegen de rechters dat hij een brief heeft geschreven met zijn excuses, in de hoop dat het meisje daar wat aan heeft.

Hij was er met 100 euro vandoor gegaan.
En terwijl hij dat deed, wordt hij door iemand herkend: hè, als dat Koert die bij mij in de buurt woont niet is?
En dat was zo, want zo groot is Oude Pekela ook weer niet.

De officier van justitie noemt de overval eentje van het forse soort.
Zegt: ‘Onze richtlijnen voor zo’n overval: drie jaar, boem.’
Zegt: ‘Vervolgens ga je op zoek naar de balans. Aan de ene kant een ernstig feit, aan de andere kant een jonge verdachte met grote problemen.’

Na wikken en wegen luidt de eis:
Drie jaar celstraf waarvan achttien maanden voorwaardelijk.
En nog eens zes maanden cel die hij bij zijn laatste veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
Die moeten nu ten uitvoer worden gelegd.

Wanneer Koert zijn straf heeft uitgezeten, moet hij zich klinisch laten behandelen in een verslavingskliniek, een opname die langdurig zal zijn.
Anderhalf tot twee jaar, schat de reclassering in.
Haakt Koert gedurende de behandeling af, in plaats van dat hij doorzet, krijgt hij die 18 voorwaardelijke maanden alsnog aan de broek.

Koert slaat aan het rekenen.
Hij wil ook weer naar school, want leren is zijn probleem niet.
Hij telt op: twee jaar zitten, twee jaar kliniek en dan de opleiding.
Zijn uitkomst: ‘Dan ben ik achter in de twintig voordat ik aan het werk kan.’

Rob Zijlstra

 diefstal met geweld

 

UPDATE – 12 december 2011 – uitspraak
Koert is veroordeeld tot 20 maanden celstraf waarvan 12 voorwaardelijk. Dat is minder dan de eis. Kennelijk willen de rechters dat de noodzakelijke behandeling snel moet kunnen aanvangen. De behandeling, in een kliniek, mag maximaal 18 maanden duren, zo bepaalde de rechtbank. Daarnaast moet hij 140 dagen zitten die hij bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd heeft gekregen.

Extra zwaar wordt hem aangerekend dat hij een jonge cassiere, een meisje dat stage liep, heeft bedreigd met het mes. De stagiaire heeft haar stage niet afgerond en haar opleiding vroegtijdig beeindigd.

.