Litigieuze pluk

cropped-hennepplant.pngLeen had met de rug tegen de muur gestaan en in die positie had hij een keuze gemaakt.
Zelf had hij tegen de rechters gezegd: ‘Als je met de rug tegen de muur staat, heb je eigenlijk geen keuze.’

Hij had wel alles bij elkaar opgeteld.
Een eigen bedrijf met deurwaarders op de stoep, een mislukt huwelijk met kinderen, gruwelijke alimentatie, ellende en een boot.
Hij verkocht de boot en met de opbrengst richtte hij zijn woning in.
De gipsmuren konden kantelen, dat was vooral handig.
Buiten hing hij camera’s op, eentje in een vogelhuisje, voor de beveiliging.

Omwonenden vonden het maar raar, al die camera’s terwijl daar nooit iemand thuis was of te zien.
Of de politie dat wel wist, vroegen de omwonenden na een tijd.
De politie wist van niks, maar de buurtagent zocht het uit.
Zo werd ontdekt dat het energieverbruik aan de lage kant was, terwijl er tegelijkertijd sprake was van een hele zware netbelasting.
Een warmtemeting bracht uitkomst.

Hennep.

Leunend tegen die muur had Leen gedacht dat hennep de oplossing zou zijn voor de misère waarin hij was terechtgekomen.
Een of twee keer oogsten en de zon zou weer gaan schijnen in zijn leven.
Dacht hij.

Maar de eerste oogst mislukte omdat hij op het verkeerde knopje drukte van het computergestuurde voedingsapparaat.
De tweede oogst had een inbreker meegenomen.
Oogst drie – 594 planten – was bijna oogstklaar toen de politie op het toneel verscheen.

Het Openbaar Ministerie had hem streng toegesproken en had vier maanden gevangenisstraf geëist.
De rechters waren mild geweest: Leen kreeg een taakstraf van 160 uur wegens hennepteelt en wegens de diefstal van stroom.

De echte ellende moest toen nog komen.
Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) had uitgerekend hoeveel winst Leen had gemaakt.
BOOM heeft daar een formule voor:
Het aantal planten maal de vervuiling in de kwekerij, maal het aantal oogsten, maal dertig gram en het klimaat minus wat onkosten, dan een beetje schudden en vervolgens rolt daar dan het wederrechtelijk verkregen voordeel uit.
In het geval van Leen: 1.458.801,99 euro.

De advocaat schreef een brief
Leen had ook al 153.882,- euro moeten betalen aan stroomboer Enexis in verband met de illegale afname van stroom ten behoeve van de litigieuze hennepkwekerij.

Na wat heen en weer gecijfer paste het Openbaar Ministerie de vordering in het voordeel van Leen aan: 1.272.432,50 euro.

Vandaag nam de rechtbank in Groningen een besluit.
Leen heeft niet 25 keer geoogst zoals het Openbaar Ministerie wil doen geloven, maar slechts vijf maal, vinden de rechters
Derhalve hoeft Leen maar 254.486,50 te betalen aan ’s lands staatskas.

Nog even voor het idee.
Volgens het Openbaar Ministerie heeft Leen hennep geteeld tussen 1 januari 2004 en 18 maart 2009.
Leen zelf zegt dat hij in 2008 met de rug tegen de muur stond en toen zijn onmogelijke keuze maakte.

Op 19 maart 2009 was de inval van de politie
De veroordeling tot de taakstraf van 160 uur was op 7 juni 2012.
Vandaag is het 9 oktober 2014.

Leen kan net als het Openbaar Ministerie in hoger beroep, binnen 14 dagen.
Alsof er haast is geboden.

Rob Zijlstra

Justitie laat omstreden vonnis verjaren

nieuwsbericht

Het openbaar ministerie (OM) laat het vonnis dat werd uitgesproken over een overleden verdachte verjaren. Een 61-jarige man uit Groningen werd vorige week naast een werkstraf veroordeeld tot het betalen van 112.000 euro aan de Staat. Het ging om geld dat hij zou hebben verdiend met de handel in hennep. Drie dagen voordat het vonnis werd uitgesproken, overleed de man. De rechtbank noch justitie waren hier van op de hoogte.

Justitie, belast met de uitvoering van vonnissen, zat met de kwestie in de maag. De wet bepaalt dat een vordering van crimineel geld niet vervalt wanneer de verdachte komt te overlijden. Dat betekent dat nabestaanden de rekening krijgen gepresenteerd.

In dit geval zal dat niet gebeuren. Hadden wij geweten dat de man was overleden, dan had de rechtbank het vonnis niet uigesproken en dan was er dus geen veroordeling, zegt OM-woordvoerster Kirsten Smit. Door het vonnis ‘ter verjaring op te leggen’ lost het probleem zich uiteindelijk – na vijftien jaren – vanzelf op.

Het vonnis (update)

 

 

 

groninger rechters
groninger rechters

Het openbaar ministerie weet nog steeds niet – het is woensdagmiddag – wat er moet gebeuren met het vonnis dat maandag werd uitgesproken over de man die vorige week vrijdag overleed.

 

Voorlopig beschouwt het openbaar ministerie het vonnis als niet uitvoerbaar. Omdat het te herroepen is.

 

Woordvoerster Kirsten Smit zegt hierover vrij vertaald het volgende:

 

Wij kunnen pas tot executie overgaan als een vonnis onherroepelijk is geworden. Wanneer er geen hoger beroep wordt aangetekend, wordt een vonnis automatisch twee weken na het uitspreken onherroepelijk.

Onze (zegt Kirsten) vraag is nu of een vonnis wel onherroepelijk kan worden als de mogelijkheid tot hoger beroep er niet is geweest, dan wel niet kan zijn geweest.

 

Justitie in Groningen heeft de kwestie voorgelegd aan deskundigen, zeg maar aan de bedrijfsjuristen van justitie. Die schijnen in Den Haag te wonen.

 

Een en ander betekent wel, zegt nog altijd Kirsten Smit, dat de nabestaanden zolang wij het niet weten, geen rekening krijgen gepresenteerd.

 

Voor de rechtbank ligt de zaak eenvoudiger.

De woordvoerder: ‘Wij kunnen er niets aan doen. Wij hebben naar eer en geweten gehandeld.’

 

rob zijlstra

 

 

Visitekaartje

Als je weer een rotstuk over mij in de krant zet, ga ik je vermoorden, beet Oletta bij wijze van spreken, maar wel met de blik van een ijskoude killer, mij toe.

Ik zei dat ze niet zo boos moest kijken.

Ze bedoelt het niet kwaad.

Het afgelopen jaar troffen we elkaar met enige regelmaat in de rechtbank.

Zoiets schept een band.

 

In dat rotstuk stond dat Oletta de auto van haar moeder gebruikte als zij moest werken.

Dat klopte niet.

 

Vorig jaar oktober was ze wel veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Volgens de rechtbank speelde Oletta gedurende enige jaren als koerierster een essentiële rol in een organisatie die het plegen van criminele activiteiten tot doel had.

Met haar jonge kinderen op een achterbank transporteerde Oletta vanuit de stad Groningen drugs naar Noord-Duitsland.

In Noord-Nederland is dat gouden handel.

Er was twee jaar gevangenisstraf geëist, maar de rechtbank vond de zorg die ze heeft voor haar kinderen ook niet niks. De maximale werkstraf en heel streng toezicht van de reclassering zou haar moeten doen inzien dat haar rechte pad niet richting de grensovergang bij Nieuweschans loopt.

 

Vanmiddag was ze er dus weer.

De Staat der Nederlanden wil haar het geld ontnemen dat ze met haar drugsritjes heeft verdiend.

De rechtbank is het met de Staat eens.

Oletta moet 6.700 euro betalen.

 

Daarmee lijkt ze goed weg te komen.

Haar toenmalige partner in crime moet 336.300 euro aftikken.

Andere koek.

 

Bij het verlaten van het gerechtsgebouw deelt Oletta aan Jan en Alleman visitekaartjes uit.

Ze is zelfstandig ondernemer geworden.

Daar zou ik eens een positief verhaal over moeten schrijven in de krant, zegt ze nog altijd bars.

‘Of ben ik soms niet boeiend genoeg?’

 

Ik denk aan iets met mode.

Heeft de reclassering goed werk geleverd.

In de perskamer bekijk in het visitekaartje en tik het vermelde internetadres in.

 

Niks mode.

Alleen voor heren met nummerweergave.

Basistarief per uur: 100 euro.

 

En ze smokkelt nog steeds, stel ik vast.

Maar nu met haar leeftijd.

 

Rob Zijlstra 

 

dit verhaal is verplaatst van mijn oude weblog naar deze plek

Kus

Er zijn niet veel rechtszaken die met een kus beginnen.

Donderdag gebeurde dat wel en dat kon eigenlijk ook niet anders.

Ze hadden elkaar immers al een tijd niet gezien.

Hij zit al drie maanden in het huis van bewaring in het verre Ter Apel.

Zij verblijft na ruim een maand opgesloten te hebben gezeten in een verslavingskliniek.

 

Een kliktip bij het Meldpunt M (meld misdaad anoniem) lapte hen er bij.

Die twee dealen, kreeg M te horen.

Heroïne.

De politie hield vervolgens een tijdje een oog in het zeil en op 7 februari dit jaar waren ze aan de beurt. Eerst zij en toen Martin thuis kwam, met honderd gram in zijn jaszak, hij ook.

 

Dat ze dealden, ontkennen ze niet.

Sterker nog, ze waren – vooral Andrea – eigenlijk wel blij dat ze waren gepakt.

Eindelijk.

 

Meer dan twintig jaar zijn ze verslaafd aan heroïne.

En twintig jaar zijn ze samen.

Zo in zittingszaal 14 te zien, niet ongelukkig.

Ze hebben veel gemeen.

Slechte longen en mooie principes bijvoorbeeld.

 

Een daarvan: we mogen dan wel heroïnejunken zijn, overlast willen we niet veroorzaken.

En dus werd er beslist niet gedeald vanuit hun woning.

Er werden thuis geen klanten ontvangen.

Bij een deal gingen ze naar de super of naar de sluis waar het altijd rustig is.

‘We wilden het netjes houden.’

 

Nooit waren er klachten.

Sterker nog: Sandra was in haar meer dan twintig drugsjaren nimmer met de politie in aanraking geweest.

Martin slechts één keertje. Voor een bezitje.

Een hele prestatie, zei de officier van justitie met enige bewondering.

 

Maar ze konden het nog wel sterker vertellen.

Ze verkochten alleen aan vrienden en goede kennissen die ook nog nooit een politiecel van binnen hadden gezien. Aan mensen die wel verslaafd zijn, maar die gewoon een baan met een eerlijk salaris hebben.

Die bestaan.

 

Crimineel geld was er nooit aan te pas gekomen.

En hun dealen was evenmin uit winstbejag.

Martin toog twee, drie keer per maand – afhankelijk van de beschikbare financiën – naar Amsterdam waar hij of bij Roy of bij Jeroen inkocht. Van de vriendenverkoop konden ze in de eigen behoefte voorzien.

 

Ja, ja.

Er worden wel meer sterke verhalen in zittingszaal 14 verteld.

Maar ditmaal leek niemand te twijfelen aan het uitzonderlijke verhaal van Sandra en Martin.

Dat voelde je, ook onder de rechters.

Menigeen zou die twee als buren wensen.

Sandra en Martin hebben een groot deel van hun leven verkloot, maar het blijven wel gewoon twee aardige mensen.

Dat bestaat eveneens.

Dat zagen de rechters ook wel.

 

De officier van justitie had een middag zitten te rekenen.

Wie twee, drie keer per maand en dat zeker twee jaar lang naar Roy en Jeroen in Amsterdam gaat, kan op grond van de strafrichtlijnen van het openbaar ministerie zo 26 maanden de bak indraaien.

Drugshandel is een ernstig feit.

Maar de officier van justitie zei: ‘Dit is een bijzondere zaak.’

 

Tegen Sandra eiste ze daarom 187 dagen gevangenisstraf waarvan 150 dagen voorwaardelijk. Wat dan netto over blijft is de tijd die Sandra al heeft vastgezeten. Op Martin – die nog vastzit – werd een soortgelijke formule losgelaten: 263 dagen cel waarvan 150 voorwaardelijk. Voor hem betekent dit dat hij over twee weken, op de dag dat de rechtbank uitspraak doet, naar huis zou kunnen.

 

Niet dat ze er daarmee zijn.

De officier van justitie: ‘Hoe netjes ze hun handel ook hebben gedreven, handel in heroïne blijft wel strafbaar.’

Daarom eiste ze voor beide een bonus in de vorm van een werkstraf van 240 uur.

 

Ondertussen gaat het met Sandra – los van de last van de longen – ‘op zich redelijk goed’. Vanuit de verslavingskliniek werkt ze op een zorgboerderij. Onder begeleiding wil ze straks graag naar huis. ‘En dan hoop ik nog eens een normale baan te krijgen.’

 

Martin is ietsje somberder. Zei: ‘Ik word straks vijftig. En om dan nog aan een carrière te beginnen?’ Ook hij wil het liefst naar huis. ‘Ik ben een echte huismus.’ Thuis wil hij op eigen kracht de heroïne laten voor wat het is.

‘Ik sta niet te popelen mij op te laten nemen, maar als het nodig is, dan moet het.’

 

Zijn advocaat voegde daar aan toe dat Martin zich heel goed realiseert dat als hij blijft door-chinezen hij niet alleen zijn huis, maar na al die jaren samen ook Sandra kwijtraakt.

Toen de advocaat dat zei, knikte Sandra.

Ze zei: ‘Joh, je moet het gewoon proberen.’

Dat zei ze liefdevol.

 

Het was een echte kus waarmee dit verhaal begon.

 

Rob Zijlstra

 

ps – dit verhaal heb ik van mijn oude blog overgezet op dit blog vanwege het arrest in hoger beroep

 

 

update – 1 juni 2006

De rechtbank is gevoelig gebleken en heeft de keurige dealers mild gestraft. Beide moeten 240 uur werken. Martin die nog in voorlopige hechtenis zat, mag vandaag naar huis. 

 

update 14 januari 2008

Anderhalf jaar na de zitting, zaten Martin en Sandra opnieuw in zittingszaal 14. Het gaat hen redelijk tot goed, zo te zien en horen. Ze zaten daar vanwege de ontnemingvorderingen. Justitie eist het genoten voordeel op van hun drugswinsten: in totaal ruim 42.000 euro. Beide zeiden wel te begrijpen dat de Staat wil afrekenen, maar dat het bedrag hen wel erg hoog voorkomt. We hebben nooit in luxe geleefd, maar door een beetje te handelen konden we ons eigen gebruik bekostigen. De advocaat van Sandra: ‘Ze zijn Zwolsman niet.”

 

update 28 januari 2008

Martin moet 23.964 euro betalen aan de Staat, Sandra 26.664. Als zei zeggen dat dit hen erg hoog voorkomt, dan doelen zij op deze bedragen.

 

update 21 april 2009

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft zich over de zaak gebogen en komt, bijna drie jaar na de eerste zitting bij de rechtbank, tot dezelfde conclusie dan ‘Groningen’: Martin en Sandra moeten de twee bedragen betalen die hen veel te hoog voorkomen.