Eerlijk proces

‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’

cropped-schermafbeelding-2014-09-30-om-13-34-21.pngZegt de ene rechter tegen de andere: ‘Pff… dat ging niet goed, Henk.’
De andere: ‘Dat is zwakjes uitgedrukt. Waar ging het fout, wat deden we fout?’
De ene: ‘Het ging met ons aan de haal, alsof we niet meer terug konden.’
De jongste, derde rechter: ‘Zoiets zou in Leeuwarden nooit kunnen gebeuren.’
De eerste twee: ‘Ja ja, alsof de kwaliteit daar zo hoog is…’

Misschien ging het wel zo, maandagmiddag in de raadkamer waar al hetgeen daar wordt uitgesproken geheim is.
Het blijft gissen.

Gissen naar het waarom er maandag iets raars gebeurde in zittingszaal 14.
Het raars: een poging van de rechters om de dag wat ordentelijk te laten verlopen mislukte volledig en eindigde zelfs in een wraking.

Het ochtendprogramma is maar een heel klein beetje uitgelopen waardoor de geplande zitting van 12.00 uur ruim een kwartier te laat begint.
In Groninger rechtbankbegrippen is dat niks.
Toch zegt de voorzitter bij aanvang van de zitting tegen de verdachte Volkert (poging tot doodslag) en zijn advocaat Eric Steller: ‘Heren, we hebben een probleem. We hebben heel slecht gepland. We hebben maar een uurtje voor deze zaak.’

Zoiets had ik rechters nog nooit horen zeggen.
Een strafzaak begint en is klaar als die is afgelopen; er is geen eindtijd.
Elke strafzaak krijgt, zoals vaak wel wordt gezegd, alle tijd die nodig is.

Een uurtje voor een strafzaak bij de meervoudige strafkamer is heel krap.
Een niet al te ingewikkelde zaak doet al gauw twee uur.

De advocaat valt dan ook om van verbazing, de verdachte roept niet blij: ‘Zie je wel, dit is een poppenkast.’

De rechters leggen uit dat de strafzaak van half twee om half twee moet beginnen.
En dat gaat niet lukken als eerst Volkert nog een eerijk proces moet krijgen.
Het voorstel van de rechtbank: de zaak van Volkert aanhouden tot eind oktober, dan is er desnoods heel de dag wel tijd.

Advocaat Steller vindt het een bijzonder slecht voorstel.
Hij zegt dat zijn cliënt Volkert al sinds februari in hechtenis zit en dat het de hoogste tijd is dat de verdachte weet waar hij aan toe is, temeer omdat het verwijt dat hem wordt gemaakt, niet terecht is. Volkert zit onschuldig vast en dus is een behandeling van de zaak meer dan gewenst.

De rechters: ‘Op 21 oktober. Of de advocaat dan kan?’
Steller: ‘Geen idee.’
Even later op de gang: ‘Zo gemakkelijk laat ik mij niet aan de kant zetten.’

Er wordt geschorst, er is koortachtig beraad, de klok tik door en het is inmiddels half twee.
Ook het Openbaar Ministerie wil de zaak nu behandelen, zegt de officier van justitie.
De rechters zeggen even later in wijsheid te hebben besloten dat het besluit is genomen: de zaak wordt aangehouden. Punt uit.

Steller gaat staan: ‘Dan verzoek ik uw rechtbank mijn cliënt in vrijheid te stellen. Als een andere zaak kennelijk belangrijker is dan die van mijn client, dan kan niet meer met droge ogen worden gezegd dat er ernstige bezwaren bestaan op grond waarvan mijn cliënt al maanden in voorlopige hechtenis zit.’

Verdachte Volkert: ‘Ik ben niet eens belangrijk voor deze poppenkast.’
Advocaat Steller: ‘Dus ik verzoek u de voorlopige hechtenis op te heffen dan wel te schorsen.’

Opnieuw een schorsing voor beraad, het is kwart over twee.
Even later, de rechtbank: ‘De verzoeken worden afgewezen. Verdachte, u blijft vastzitten op grond van ernstige bezwaren, meneer de advocaat, u kunt op 21 oktober?’

Steller vraagt om schorsing voor beraad op zijn beurt.
Na tien minuten zegt Steller dat de rechtbank de belangen van de verdachte verkwanselt, dat argumenten om het anders te doen ongemotiveerd ter zijde worden geschoven en dat dat te gek voor woorden is en ook bijzonder kwalijk.
Steller zegt het netjes: ‘U betrekt de belangen van mijn cliënt niet voldoende in uw beslissing waarmee u blijk geeft van partijdigheid. Ik wraak u.’

Einde zitting.
Het is half drie.

Was de strafzaak van twaalf uur gewoon behandeld om kwart over twaalf dan was er weinig aan de hand geweest.
Dan had de zaak van half twee om een uur of twee kunnen beginnen en was er in principe niets aan de hand geweest.

In principe niet.
Door een foutje elders in de strafrechtketen waren de drie verdachten van de half twee-zitting te laat vanuit de gevangenis aangevoerd.
Ze waren er pas om half drie.
Maar dat werd pas toen duidelijk.

Deze week (?) komt de wrakingskamer bijeen.
Drie andere rechters moeten dan oordelen over de toch op z’n minst merkwaardige handelswijze van hun collega’s.

Voor Volkert is het allemaal maar zuur.
Misschien wel sinds februari onschuldig vast en onzekerheid over wat nu komen gaat.
Het vertrouwen dat hij had in de rechtspraak was toch al niet bijster groot.
Wanneer hij na ruim twee uur gesteggel de rechtszaal verlaat, zegt hij het nog maar een keer: ‘Wat een poppenkast.’

Rob Zijlstra

naschrift
Ik heb aan de rechtbank gevraagd waarom de zaak van half twee zo nodig om half twee moest beginnen. Het betrof een normale strafzaak (overval Action Oude Pekela, 3 verdachten) die uiteindelijk vlot, in ruim twee uur, werd afgehandeld. Iedereen was op tijd thuis. Wat ging er mis?

Persrechter Fred Janssens: ‘Wij hebben niet goed gepland en dat mag je een enorme misser noemen. Vrijdagmiddag zagen we dat we het niet goed hadden gedaan. We hadden de raadsman en de verdachte tijdig moeten informeren. Dat had nog gekund. Ook dat is niet gebeurd. Het is spijtig voor de verdachte. We moeten hier van leren want dit willen we niet nog een keer meemaken. De zaak van half twee was een zaak met drie verdachten, met drie advocaten, dat wil nog wel eens een middag duren.’

update – 6 oktober 2014 – zitting wrakingskamer
Strafrechter F.J. Agema heeft ten overstaan van de wrakingskamer zijn verontschuldiging aangeboden aan de verdachte en diens advocaat. Agema zei als voorzitter van de meervoudige strafkamer de gang van zaken zeer te betreuren, maar sprak tegen dat de belangen van de verdachte niet goed zijn afgewogen. Van schijn van partijdigheid is dan ook geen sprake. Hij vindt de wraking door de advocaat van de verdachte dan ook niet terecht.  Agema zei te hopen dat hij en zijn twee bijrechters de strafzaak mogen behandelen. De wrakingskamer doet naar verwachting vrijdagochtend uitspraak.

update – 10 oktober 2014 – uitspraak wrakingskamer 
Het verzoek tot wraking is afgewezen. In het vonnis staat waarom: het vonnis van de wrakingskamer.

update – 5 november 2014 – fout vonnis
De verdachte is veroordeeld tot de veelplegersmaatregel isd (2 jaar) wegens een poging tot doodslag. Er was 2 jaar celstraf en een tbs met dwangverpleging geëist. Advocaat Eric Steller zegt dat het vonnis niet kan. De maatregel isd kan alleen worden opgelegd als die ook wordt geëist. Zo staat het in de wet. De rechtbank spreekt van een interpretatiekwestie. Meer over deze kwestie: donderdag 6 november in Dagblad van het Noorden.

Het circus

Schermafbeelding 2014-04-01 om 09.28.57

dagblad van het noorden, dinsdag

Er wordt veel geklaagd in het rechtbankgebouw in Groningen.
Over dat de koffie niet gratis, maar wel vies is.
De toiletten meestal smerig.

Advocaten klagen het meest.
Advocaten klagen over het Openbaar Minsterie en over de rechtbank zelf.
Dat ze hun stukken niet krijgen, te laat of onvolledig.
Dat er nooit iemand bereikbaar is en over wat al niet meer.
De advocaten zeggen dat het ook steeds erger wordt.
Dan zeggen ze: zo erg als nu is het nog nooit geweest.

Het is maandagochtend, half elf.
De twee verdachten die terecht moeten staan, zijn er niet.
De twee advocaten die hen bij moeten staan, ook niet.
Er zijn wel twee mensen die zeggen slachtoffer te zijn.
Zij snappen er niets van.
Ze zijn al twee keer eerder voor niets geweest.
Dat zoiets zomaar kan.

De bode zegt dat hij er ook niets aan kan doen.
Juist als ze weg willen gaan, meldt een van de advocaten zich.
Hij zegt dat zijn client beneden in het hok zit.
Hij bedoelt daarmee dat de verdachte – een van de twee – er wel is, maar beneden, in het cellencomplex in de kelders van het rechtbankgebouw waar nog nooit daglicht is waargenomen.

De bode zegt dat hij dat niet wist en dat hij daar dus ook niets aan kan doen.

De advocaat briest en zegt dat het verbijsterend is want de zaak gaat niet door.
En dat zal dan de derde keer zijn.

De verdachte is Jan uit Pekela, 20 jaar.
Op 7 november vorig jaar en op 30 januari dit jaar was hij er ook al.
Door fouten kon de zaak toen niet worden behandeld.
Eerst maakte het Openbaar Ministerie fouten.
De tweede keer de rechtbank.
Ook was een zaak ten laste gelegd en uitgeroepen die al was geseponeerd.

Jan zit inmiddels acht maanden vast.
Hij wil weten waar hij aan toe is.
Jan deed het eerst goed, ook goed op school, maar hij maakte ineens een puinzooi van zijn leven.
Kort nadat zijn beste vriend zelfmoord pleegde, ging het echt mis en werd hij aangehouden.
De detentie valt hem steeds zwaarder.
Hij krijgt paniekaanvallen en om die tegen te gaan geven ze hem valium.
Het medicijn doet hem geen goed.

In de gevangenis heeft hij vanaf dag een, zegt hij, aan alles meegewerkt en geen een regel overtreden.
Dus ook geen drugs.
Hij heeft de cursus ‘kiezen voor verandering’ gedaan en wil zijn leven nu drastisch veranderen.
Hij zegt met tranen: ‘Ik ben supergemotiveerd, maar ik het het gevoel dat jullie denken, laat’m maar zitten.’

Jan zegt dat hij veel spijt heeft van wat hij heeft gedaan en dat hij goed beseft dat als hij nog wat van zijn leven wil maken, hij nu echt moet beginnen.
Tegen de rechters: ‘Ik probeer nu alles goed te doen.’
De rechters luisteren of bladeren in hun stukken.

Jan en zijn advocaat zeggen dat ze zich vorige week hadden voorbereid op de zaak, op de behandeling van vandaag.
Donderdag aan het einde van de middag kreeg de advocaat een telefoontje van de rechter-voorzitter.
De rechter deelde mee dat besloten was de zaak van Jan niet inhoudelijk te behandelen.
De rechters hadden ontdekt dat er meer zaken op de tenlastelegging stonden dan ze hadden gedacht.
De rechters zijn nu bang dat de zitting dan wel eens langer zou kunnen duren dan was gepland.
Dat zou betekenen dat de eerstvolgende zaak van half twee niet op tijd zou kunnen beginnen.
Daarom hadden ze besloten de zaak van Jan aan te houden tot 16 mei.

Eerder lukt echt niet, zeggen de rechters.
De advocaat zegt boos  dat het toch te gek voor woorden is.
Doe dan een zitting ’s avonds.
Of op zaterdag.
‘Ja toch?’

De advocaat kalmeert en verzoekt de rechtbank de zaak binnen twee weken te behandelen en als dat niet lukt, dan moet de voorlopige hechtenis worden geschorst.
Dan kan Jan die er ook niets aan kan doen zijn proces in vrijheid afwachten.
Hij kan bij zijn moeder terecht.

De officier van justitie zegt dat er al veel is misgegaan en dat ze de gang van zaken buitengewoon vervelend vindt.
Maar dat ze Jan niet wil laten gaan, want dat zal leiden tot maatschappelijke beroering.
De advocaat: ‘Hier kan ik geen begrip voor opbrengen.’

De rechters trekken zich terug voor beraad.
Na een kwartiertje weten ze raad: ‘Een zitting binnen twee weken lukt nooit en de belangen van strafvordering moeten zwaarder wegen dan uw persoonlijke belangen. U komt niet eerder vrij. Wij geloven in uw goede voornemens, maar het is even niet anders. Nog maar een paar weken, dan is het 16 mei.’

Jan verandert in boos.
Hij roept: ‘Het is een circus. Ik geloof jullie niet.’

Rob Zijlstra

 

 

Lezing in hotel Braams

blogwebbel

Schermafbeelding 2014-01-09 om 00.16.27Na een lezing over misdaad en straf in hotel Braams in Gieten ben ik zojuist veilig thuis teruggekeerd in het aardbevingsgebied van Noord-Groningen.
Ik geef met regelmaat en met veel plezier lezingen.
Ik heb wel eens gezegd (of geroepen) dat alle journalisten moeten twitteren.
Nu vind ik dat alle journalisten die twitteren (over hun kunde), ook lezingen zouden moeten geven.

Het snelle vluchtige heel de wereld in aan de ene kant.
Het trage woord in een zaaltje ergens met 40 of 60 luisterende mensen aan de andere kant.
Dus 140 eenzijdige tekens tegen twee uur praten, luisteren, vragen en antwoorden.
Daartussen zit alles wat journalistiek mag heten.

Wat opvalt tijdens die lezingen – of dat nou in Gieten, Emmen, Groningen, Delfzijl of in de gevangenis van Ter Apel is – veel mensen die wel heel geïnteresseerd zijn hebben geen flauw idee van hoe een en ander in elkaar steekt.

Voorbeelden.
Veel mensen waar dan ook denken nog altijd dat een levenslange gevangenisstraf tijdig is, dat levenslang na 15 of 20 jaar of zo voorbij is. Wanneer ik vertel dat levenslang opsluiting tot en met de dood is, is de verbazing groot.
Veel mensen denken dat zware criminelen nog altijd straf ontlopen als gevolg van vormfouten.
Gedagvaarde Jansen heet in ’t echt Janssen, dus vrij…
Dat ook daarom er strenger moet worden gestraft.

Dat vormfouten al een jaar of tien niet of nauwelijks meer bestaan (wel voorkomen, maar niet met verstrekkende gevolgen) stuit op ongeloof.
De vormfout lijkt collectief in ons geheugen gegrift.

Veel mensen mensen vragen zich ook weldenkend af wat dat allemaal wel niet kost, zo’n strafzaak.
Of dat het toch maar raar is dat een verdachte het recht heeft te zwijgen.
Of: mag hij liegen dan?
Of dat je 3 jaar cel krijgt en dan maar 2 jaartjes hoeft te zitten. Waarom dan 3 jaar?

Op lezingen wil ik vertellen wat ik doe en waarom.
Maar eigenlijk zit ik heel zo’n avond uit te leggen hoe politie, justitie en rechters werken.
Zit ik hen nog een beetje te verdedigen ook.
Moet ik uitleggen hoe de rechtstaat werkt.
En waarom.

Op lezingen wil ik journalistiek bedrijven
Maar ik lijk wel een voorlichter.

Daar ga ik over nadenken.

Rob Zijlstra

Tussenvonnis

Een klein jaar geleden – in mei 2012 – concludeerde ik dat de rechtbank in Groningen de slechtst presterende rechtbank was als het gaat om het publiceren van vonnissen van de meervoudige strafkamer.
De rechtbank had tussen 1 januari en 15 mei 2012 in totaal 131 strafzaken behandeld en daarin uitspraak gedaan.
Daarvan werden 8 vonnissen gepubliceerd op de eigen site Rechtspraak.nl
De kleinere rechtbank Assen had toen al 51 vonnissen gepubliceerd.

Mijn eindconclusie was dat de vonnissen van de rechtbank Groningen zo goed als ongelezen in de archieven verdwijnen.
Het publiek kan er dan geen kennis van nemen.

Rechters spreken alleen door hun vonnis, heet het.
In Groningen spreken rechters allen door hun vonnis dat er eigenlijk niet is.
Je zou bijna zeggen dat de rechters dan net zo goed kunnen zwijgen.

Op de rechtbank in Groningen vonden ze mijn bevindingen getuige reacties niet leuk.
In Assen wel.
Groningen beloofde wel beterschap.
Niemand wil de slechtste zijn.
Komt bij dat binnen de rechtspraak de afgelopen jaren erg veel geld is uitgegeven om vonnissen in strafzaken beter toegankelijk – beter leesbaar – te maken opdat het publiek kan zien (lezen) hoe rechters tot hun oordeel komen.
Dit moet het vertrouwen in de rechtspraak bevorderen.

Uit nieuwsgierigheid heb ik vandaag gekeken wat de huidige stand van zaken is.

Het tussenvonnis: slechter kan het bijna niet.
Van de  37 behandelde en afgeronde strafzaken tussen 1 januari en 28 februari 2013 voor de meervoudige strafkamer in Groningen is welgeteld één vonnis gepubliceerd.
De rechtbank in Groningen handelt hiermee in strijd met de eigen regels en de landelijke richtlijnen.

Maar wie kan dat nou schelen?

Rob Zijlstra

• Rechtbank Groningen de slechtste [mei 2012]
Rechtspraak.nl 

.

UPDATE – 1 maart 2013 – brekend nieuws
De rechtbank deed vrijdagmiddag (om 1315 uur) uitspraak in drie strafzaken die twee weken geleden dienden. De voorzitter van de strafsector – hij deed de uitspraken – liet mij na afloop weten dat een van de uitspraken vanmiddag zal worden gepubliceerd op Rechtspraak.nl . (update 2 – Het zal vast goed komen maar om 17.20 uur was er nog niets gepubliceerd; update 3 – maandag – rechtbank Groningen heeft haar tweede vonnis gepubliceerd [tweede vonnis]

Facebookdiefstal

niet leukHet zal de meeste slachtoffers een rotzorg zijn, maar de ene diefstal met geweld is de andere niet.
Een diefstal met geweld is bijvoorbeeld een gewapende overval of een roof.
Voor de ene diefstal kun je zomaar een gevangenisstraf krijgen van 105 dagen waarvan 100 voorwaardelijk met een werkstraf erbij van 120 uur, maar voor de andere ook net zo goed vier lange jaren celstraf.

Krijgt de voice of Holland het ooit voor het zeggen, dan denk ik dat een vrijheidsbeneming van vier jaren populairder zal zijn dan een straf van een paar daagjes in zo’n cel met een lullig werkstrafje van niks erbij.
Dat mag naar huis.

Gelukkig – aan het einde van dit verhaal zal hoop ik duidelijk zijn waarom – bestaan er nog rechters.
Rechters zijn geen productiemedewerkers, maar professionals die een kwalitatief hoogstaand product leveren in de vorm van een vonnis (uitspraak).
Daarbij geldt: rechtspraak is maatwerk.
Wanneer het nodig is dat een strafzaak acht uren achtereen moet duren, dan duurt het acht uren achtereen.
Alle aan rechters voorgelegde zaken krijgen de aandacht die ze verdienen.

Nou ja, dat zeggen rechters altijd tegen verdachten wanneer een zitting weer eens veel te laat begint.
De oorzaak is meestal dat een eerdere zitting meer tijd verdiende dan was gepland.

Maar nu blijkt dat dat helemaal niet waar is.
Rechters uit Leeuwarden hebben een pamflet geschreven waarin zij onder meer stellen dat de hedendaagse rechtspraak zo onder druk staat dat veel zaken niet de aandacht krijgen die ze verdienen.
Nog erger: ‘Er worden onverantwoorde keuzes gemaakt om aan de productie-eisen tegemoet te komen…’
Inmiddels hebben meer dan 500 rechters aangegeven het ‘Pamflet van Leeuwarden’ te onderschrijven.

Dit verhaal gaat verder over een vest en een fles wodka.

Eerste het ene: een fles wodka.
Het leven van Johan bestaat uit vallen en opstaan.
Het vallen doet hij zelf, bij het opstaan krijgt hij altijd een beetje hulp.
Johan is van april 1972.
Hij had begin dit jaar drie maanden in de gevangenis gezeten, ten onrechte bleek achteraf.
Daardoor was hij van alles kwijtgeraakt, terwijl de schulden opliepen.
Toen een paar vrienden maar niet heus hun geld terug wilden hebben en een pistool op zijn hoofd zetten, kreeg hij het benauwd.

Johan zocht een uitweg.
Op 15 september, even na half vier, stapte hij gewapend met een mes een slijterij in Veendam binnen met de mededeling dat hij de kassa wilde hebben.
Er ontstond een worsteling, waarbij Johan de slijter eerst met een fles wodka en toen met een fles rode wijn op het hoofd sloeg.
Buiten stond een kleine rode Suzuki Alto, de auto van zijn ouders, te wachten.
Niet heel veel later werd Johan bij zijn ouderlijke woning in Musselkanaal aangehouden met 784 euro in de broekzak.

De slijter dacht dat er 1600 euro buit was gemaakt en wil nu de dagopbrengst terug.
En schadevergoeding.
Logisch, zegt Johan die geen geld heeft.

De slijter, een hardwerkende ondernemer, meldt de officier van justitie, is niet alleen zijn geld kwijt, maar ook zijn onbevangenheid.
Komt nog bij, zegt de aanklager, dat verzekeraars hem niet meer willen.
Voor veel kleine middenstanders betekent dat vaak het einde.

Johan ontkent dat hij met flessen heeft geslagen.
Hij zegt dat hij tijdens de vlucht in paniek twee flessen naar de slijter had gegooid, raak of niet, dat weet hij niet meer.

De officier van justitie: ‘Ik eis vier jaar gevangenisstraf.’

Nu het andere: een vest.
Joey is van maart 1993.
Hij had Rick bij hem thuis uitgenodigd om te chillen.
Jerry en Tom waren er ook.
Rick was gekomen, met een fles whisky en voor dertig euro aan wiet.

Rechters: ‘Het was gezellig, maar na een uur sloeg de sfeer om, hè?’
Joey: ‘Klopt.’
Rechters: ‘Vertel.’
Joey: ‘Ik heb hem een vlakke hand gegeven. Ja, klopt. Meerdere keren. Nee, niet negen keer. ‘
Rechters: ‘Maar u heeft hem behoorlijk toegetakeld.’
Joey knikt.

De politie had Rick buiten op straat aangetroffen.
Met een opgezwollen gezicht.
En in zijn blote onderbroek.

Joey: ‘Hij kwam vaak bij ons over de vloer. We ontdekten dat hij kleding uit ons huis had gestolen. We zagen dat op foto’s op Facebook. Op die foto’s droeg hij de kleding die wij misten. Mijn vest. En een shirt van Jerry. We wilden hem daarmee confronteren. Hij loog. Daar was ik best van in shock, want ik had hem altijd gezien als een goede vriend.’

Na de vlakke hand, meerdere keren, niet negen, hadden ze Rick gesommeerd zijn kleren uit te trekken om daarna op te donderen.
De officier van justitie rept van een ernstig feit.
Zegt: ‘Want wat is dit nou voor een manier?’
Joey kijkt berouwvol.
Hij vindt het zelf ook niet kunnen.
Dat had hij later ook tegen Rick gezegd.

Ja, het gaat goed.
Hij gaat weer naar school.
Trots: ‘Ik ben de beste van de klas.’

De officier van justitie: ‘Ik eis 105 dagen gevangenisstraf, waarvan 100 dagen voorwaardelijk en daarnaast een werkstraf van 120 uur. In deze straf zitten de vijf dagen die u al heeft gezeten verdisconteerd.’

Rechters maken, mits zij de tijd krijgen zich te verdiepen in de achtergronden van ook deze twee misdaden, het verschil.

Rob Zijlstra

• het pamflet [manifest]

UPDATE – 10 januari 2013 – uitspraken
Johan is veroordeeld tot 3 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Aan de slijter moet hij 1794 euro betalen. Nadat hij zijn straf erop heeft zitten, moet hij zich laten behandelen in een kliniek in Franeker. Die behandeling mag maximaal een jaar duren.
Joey is conform de eis veroordeeld wegens mishandeling en bedreiging.

de vonnissen zijn niet door de rechtbank gepubliceerd