Een verdachte gek

pianoman-3.jpg?w=420&h=272Wanneer de 25-jarige George de rechtszaal binnenkomt, komt een jongeman binnen die meer is dan alleen verdachte.
Dat zie je zo.
Ik moet direct denken aan de pianoman, de man die in (op?) Engeland aanspoelde en zweeg.

George loopt krom, oogt als een 16-jarige en hij straalt angst uit.
Hij kijkt alsof hij in de veronderstelling is dat hij na het proces direct geëxecuteerd zal worden.
Als hij gaat zitten naast zijn advocaat, raakt zijn voorhoofd nog net niet het tafelblad voor hem.
Er zitten scheuren, zonder modieuze bedoelingen, in zijn spijkerbroek.
Zijn handen houden twee enveloppen vast op een manier die verraadt dat die enveloppen belangrijk voor hem zijn.
Hij zegt niks.

Wie zwijgt is verdacht, lees ik in een recensie van Bernlef’s boek De Pianoman (2008).
Er staat: ’Blijkbaar verklaren wij iemand die niet reageert op woorden bij voorbaat voor gek. Iemand die zwijgt, is verdacht.’

Niemand weet veel over de verdachte George.
Wat we weten is dat hij uit Roemenië komt, dat hij in 1988 is geboren en dat er scheuren zitten in de broek die hij draagt.
Wij hebben hem voor alle zekerheid alvast opgesloten in een psychiatrische kliniek van justitie in Vught.
Er is het vermoeden dat er sprake is van een ernstige stoornis.
De gedragsdeskundigen van de kliniek weten het niet zeker, maar denken aan schizofrenie.

De officier van justitie houdt het graag zwart-wit.
Hij zegt: ‘Het is een gek.’

Hoe hij in Groningen terecht is gekomen?
Met de trein.
Maar verder? En waarom?
Niemand die het weet.
Niet uitgesloten wordt dat George niet alleen verdwaasd is, maar ook verdwaald.

Hij heeft iets heel merkwaardigs gedaan.
Op 28 oktober vorig jaar fietste hij door de stad Groningen.
Tussen 11.00 uur ’s ochtend en 12.25 uur – net ’s middags – sloeg hij zeven willekeurige vrouwen heel hard met zijn vuist in het gezicht.
Om half drie mishandelde hij in de Oosterpoort nog een achtste vrouw.

Een vrouw liep naast haar vriend toen het zomaar gebeurde.
Een andere vrouw liep met haar kind dat nog in een wandelwagen lag.
Een jonge vrouw dacht dat het een aanslag was op haar leven, zoals ze als kind had moeten meemaken toen ze nog in Irak opgroeide.

George weet het niet.
Hij kan het zich niet herinneren.
De tolk zegt dat hij, George, geen vrouwen slaat.
Dat hij excuus wil maken.
Omdat hij dan vrij komt.

Rechter: ‘U denkt dat als u excuses maakt, dat u dan wordt vrijgelaten?
George: ‘Ja.’
Rechters: ‘Dat is niet zo.’
George buigt diep het hoofd en zwijgt.

Rechters: ‘Weet uw familie dat u hier in Nederland bent, dat u bent opgesloten?
Nee.
Hij heeft gebeld met zijn vader
Rechters: ‘Die weet het dus.’
Nee.
Rechters: ‘Hebt u contact met andere mensen?’
Nee.
Hoe lang bent u al in Nederland?
De tolk: ‘Hij weet het niet.’
Rechters: ‘Wat doet u?
Niks.
Rechters: ‘Helemaal niks?’
Nee
Rechters: ‘TV-kijken?’
Jawel.

Hij zegt dat hij het niet bewust zal hebben gedaan.
En dat hij nog weet dat hij een botsing heeft gehad met een blonde vrouw.
Maar dat er geen intentie was om te slaan.

De officier van justitie is consistent:  ‘Loop je op straat, is daar ineens een gek.’
Het is een rare officier, ik had hem ook niet eerder gezien.
Hij zei nog: ‘Acht keer wordt door verdachte een wilsbesluit genomen om iemand een hengst te geven.’

Kennelijk bedoelt de aanklager namens ons te zeggen dat gekke George niet helemaal gek is, anders kun je immers geen wilsbesluit nemen.
Dus dat hij wel een beetje toerekeningsvatbaar is.
Niet helemaal straffeloos.
Vervolgens stelt de officier van justitie voor om geen straf op te leggen.
George moet worden opgenomen in een psychiatrische kliniek, gedurende twaalf maanden maximaal.
Daar hoort een ovar – een ontslag van alle rechtsvervolging – bij, maar daar had de officier het niet over.

Einde merkwaardige strafzaak.
George wordt afgevoerd en misschien denkt hij nu wel echt dat hij over een paar minuten de kogel krijgt.
Weet hij veel waar hij is.

Na de zitting vertel ik in gerechtsgebouw’s wandelgangen aan een advocaat over deze merkwaardige strafzaak.
De advocaat: ‘Wie was die officier van justitie dan?’
Ik zeg:‘Die en die, nooit eerder gezien in zaal 14.’
De advocaat: ‘Oh, maar die is van Leeuwarden. Die vent is zelf gek.’

Ik hoop dat George nooit weer vrouwen slaat en dat hij op een dag gezond en wel ergens thuis zal komen.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 28 maart 2014 – uitspraak
George is schuldig bevonden, maar krijgt geen straf: hij is ontslagen  van alle rechtsvervolging (ovar). Wel: een gedwongen opname van een jaar in een psychiatrische inrichting.

VONNIS pianoman

 

 

Ketchup

ketchupWeet je wel, vraagt de advocaat kort voor aanvang van de zitting, hoe ze mijn cliënt noemen? Ik zeg dat ik geen idee heb. Ik had zijn echte naam wel gezien, zo zou een kind liefkozend een groot knuffelbeest kunnen noemen.
‘Ze noemen hem de ketchup-dief’, zegt de advocaat terwijl hij haastig zijn toga dichtknoopt.

De advocaat is wat verlaat, want hij moest helemaal uit Amsterdam komen.
Ik dacht, het is toch wat.
Dan ben je advocaat, kantoorhoudende in een van de fraaiste stadsdelen van Amsterdam, in zo’n statig prachtpand en dan moet je helemaal naar Groningen om een ketchup-dief bij te staan.

Maar in de rechtszaal is het nooit wat lijkt.

De ketchup-dief heet in dit verhaal Razvan.
Hij is een grote man van 44 jaar, geboren in een industriestad vol aardolie ten noorden van Boekarest, Roemenië.
Met zijn mooiste kleren aan en een vriendelijkste glimlach had hij kunnen doen wat hij volgens de officier van justitie ook heeft gedaan: mensen beroven.
De officier van justitie zegt dat verdachte misschien wel veel meer mensen heeft beroofd dan de tien die zij zegt te kunnen bewijzen.

De slachtoffers waren kwetsbaar: ze waren bijvoorbeeld 77, 81, 83 en 85 jaren oud.
De jongste was 51, maar blind.

Razvan ontkent de beschuldigingen.
Hij was naar Nederland gekomen om hier geld voor zijn gezin te verdienen, voor zijn twee lieve kleine kinderen en voor zijn vrouw met een hartinfarct en haar oude moedertje.
Bij zijn aanhouding was hij in het bezit van servetjes, van zakjes ketchup die je bij McDonald’s kunt krijgen en een Opel Vectra, gekocht voor 650 euro.
Op het politiebureau had Razvan niet veel willen zeggen.
Hij had gezegd dat hij zijn verhaal wel zou doen bij de rechter.

Rechter: ‘Hallo, hier ben ik. Vertel.’
Razvan: ‘Ik heb werk gezocht, maar kon niets vinden.’
Rechter: ‘Hoe kwam u aan dat geld?’
Razvan: ‘Meegenomen vanuit Roemenie.’
Rechter: ‘Dat is gek. Toch? U kwam hier om geld te verdienen. En nou zegt u dat u geld vanuit Roemenie heeft meegenomen naar hier. U heeft, hebben wij in het dossier gelezen, grote geldbedragen overgemaakt naar uw vrouw, naar haar moeder. Dus nog een keer: hoe kwam u aan dat geld?’

Razvan kijkt onrustig, naar zijn tolk en dan weer naar de advocaat.
De advocaat vraagt de rechter of die zijn vragen op een wat andere toon wil stellen, wat minder bozig.
De rechter zegt dat de advocaat zijn mond moet houden, dat de advocaat wel weet dat hij zijn mond moet houden als een rechter probeert in gesprek te geraken met een verdachte.

Razvan zegt dat hij auto’s wilde kopen om die dan weer te verkopen.
Rechter tegen Razvan: ‘Verdachte, wij zijn niet op ons achterhoofd gevallen.’

De advocaat uit Amsterdam gaat staan en zegt: ‘Ik wraak u. U doet mij geloven dat u niet echt wilt luisteren naar wat mijn cliënt zegt, uw ondertoon is bozig en u laat mij niet uitspreken.’

Een wraking van een rechter is een heel gedoe.
In het kort kwam het erop neer dat de wrakingskamer – drie collega’s van de gewraakte rechter die wel weten hoe direct hij kan zijn – concludeerde dat er niets aan de hand is.
De strafzaak mag met dezelfde strafrechters worden voortgezet.
Ruim drie uur na de wraking wordt de zitting hervat en vraagt de rechter aan Razvan: ‘U heeft in totaal 32.850 euro overgemaakt naar Roemenie. Dus vertel, hoe kwam u aan dat geld?’

De officier van justitie spreekt van ernstige feiten.
Bijzonder kwalijk is dat meneer de ketchup-dief bewust zijn slachtoffers zocht onder kwetsbare mensen, dat vrijwel alle slachtoffers met een rolator liepen, dat een van hen visueel gehandicapt is.
De officier van justitie: ‘Alleen een forse straf is hier op z’n plaats. Ik eis vier jaar gevangenisstraf.’

Razvan schrikt zich het apelazarus.
Hij roept: ‘Vier jaar? Maar ik heb niemand vermoord!’

De verdenking is dat hij naar Nederland is gekomen om hier misdrijven te plegen.
Zijn werkterrein was vooral de omgeving van het winkelcentrum in Vinkhuizen in Groningen.
Hij hield zich, met zijn mooie kleren aan en een vriendelijkste glimlach op het gezicht, op bij pinautomaten.
Met haviksogen (zei de officier van justitie) keek hij toe hoe ouderen geld opnamen.
Aan de handbeweging kon hij zien welke pincode werd ingetoetst.
Wist hij die, dan volgde hij zijn slachtoffer, soms tot aan de voordeur van de seniorenflat aan toe.

Daar sloeg hij zijn slag.
Dan zei hij beleefd, ‘mevrouw er zit iets vies op uw jas’.
Met een servetje veegde hij vervolgens tomatenketchup weg.
Zijn slachtoffers waren hem meestal dankbaar, zo een alleraardigste man, zo behulpzaam ook bij het uittrekken en schoonmaken van de zomaar vieze jas.
Ja, wel een beetje vreemd.
Tegen de tijd dat het slachtoffer ontdekte dat de pinpas weg was, waren er al grote bedragen van de bankrekening afgeschreven.
De verdenking is dat Razvan ook elders in het land, in Rotterdam, in Apeldoorn actief is geweest.

‘Vier jaar. Maar ik heb niemand vermoord!’

Op de publieke tribune van zititngszaal14 zit een aantal belangstellenden de strafzaak te volgen.
Een van hen zegt dat zijn moeder van 85 een van de slachtoffers was.
Dat zijn moeder op haar hoge leeftijd nog altijd een heel zelfstandige vrouw was.
Maar dat de beroving een enorme impact op haar heeft gehad.
En dat zijn moeder twee weken na de beroving is overleden.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 12 september 2013 – uitspraak
Razvan is conform de eis veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens diefstal en witwassen. De rechtbank neemt het de man bijzonder kwalijk dat hij bewust ouderen uitzocht als slachtoffer. De rechtbank concludeert dat de uit Roemenië afkomstige man naar Nederland is gekomen om misdaden te plegen en dat dat bijzonder laakbaar is.