Lichtsnelheid en rommelzooi

Ze hadden cannabis, een fles
Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag
eenvoudig is te verkrijgen.

 

Schermafbeelding 2016-01-08 om 00.33.12Een strafzaak verloopt in de zalen van het recht volgens een vast stramien.
Zo krijgt de verdachte bij aanvang altijd allereerst te horen dat hij niet verplicht is antwoord te geven op vragen die aan hem worden gesteld.
Helemaal aan het einde van de strafzaak geeft de rechter aan de verdachte het hem wettig gegunde laatste woord.
Dat moet ook altijd.

Kennelijk is dit de meest effectieve manier om grip te krijgen op de onvoorspelbare wereld van de misdaad die zich juist niet laat vangen in orde en regelmaat.
De misdaad, hoe klein die ook is, kenmerkt zich door ordeloosheid.
Misdaad is vaak maar een rommelzooi.

Neem de 33-jarige Yousef uit Herat, Afghanistan.
Hij was de eerste verdachte die dit jaar in zittingszaal 14 terecht moest staan.
Yousef had in tien jaar tijd zijn honderdste misdaad gepleegd.
Bij de Plus-supermarkt in Groningen had hij een blikje vis en een zakje vissaus in de jaszak gestopt.
Plus-medewerksters zagen dat.

Yousef heeft het zo druk met stelen dat hij nooit is toegekomen aan het eigen maken van de Nederlandse taal.
Zo komt hij geen steek verder.

In 2014 jatte hij vijf bierkratten vol lege flessen uit een tuin van studenten.
De officier van justitie verzocht de rechtbank toen de twee jaar durende veelplegersmaatregel isd op te leggen.
De Groninger rechters vonden twee jaar voor vijf kratten buiten de proporties.
Yousef kreeg drie weken celstraf.
Er volgde hoger beroep.
En wat?
De rechters van het gerechtshof vonden twee jaar isd heel gepast en legden die ook op.
Deze kwestie ligt nu ter boordeling bij de Hoge Raad.

Voor de nieuwe misdaad, het blikje vis met de saus, eiste de officier van justitie opnieuw de isd-maatregel.
De kans is daarmee vrij groot dat Yousef straks met twee isd-veroordelingen zit opgescheept.
Het zal de Afghaan vast worst wezen, maar zoiets kan helemaal niet. De wet voorziet er niet in.
De officier van justitie kwam met een voorstel: als hij er twee krijgt, executeren (voltrekken, uitvoeren) we er maar eentje.

Dat is niet netjes, maar wel praktisch opgelost.

Of neem de 28-jarige Wessel uit Oostrum, Friesland.
Wessel is tbs’er die in december 2014 in de Van Mesdagkliniek in Groningen met twee mede-patiënten flink aan de tetter was gegaan.

Ze hadden cannabis, een fles Stroh Rum en xtc-pillen.
Genot dat in de Van Mesdag eenvoudig is te verkrijgen, mompelde Wessel.
Hoe het zo kon gebeuren, dat andere, bleef tijdens de rechtszaak vaag.
Het varieerde van ‘het was gewoon uit de hand gelopen’ tot aan een geplande actie waarbij medeverdachte Bob een spel had gewonnen met als prijs dat hij diegene was die de moord mocht plegen.
Hoe dan ook, ze waren met een smoes de kamer van mede-tbs’er Willem binnengedrongen.

Omdat Willem een pedo is.
En van pedo’s worden wij niet vrolijk, zegt Wessel.
Een uur lang beukten ze kachel op hem in.

Willem overleefde de aanslag.
Waarom?
Wessel zegt dat hij daar niet om heen wil draaien: ‘Omdat de beveiliging kwam.’
Wat als die niet was gekomen?
Dan was Willem waarschijnlijk nu dood, antwoordt Wessel.
Hij zegt: ‘Dat is simpel zat.’
Was dat ook de bedoeling?
Wessel: ‘Nee, we wilden hem niet dood hebben. We wilden hem alleen maar waarschuwen. Was hij wel doodgegaan dan had ik dat verschrikkelijk gevonden.’

Behalve slaan en schoppen hadden ze Willem met een mes in de pols gestoken, dreigden ze zijn keel open te snijden en hadden ze een koord om de nek strak getrokken, zo strak dat Willem niet alleen dacht, maar ook voelde dat het over en uit was.
Wessel: ‘Klopt. We hebben hem flink toegetakeld.’

En dan is het even na drieën.
Buiten de orde om zeggen de rechters dat ze even willen bekijken hoe buiten de buien erbij hangen.
Er is nog meer ijzel op komst en iedereen moet veilig thuis kunnen komen.
Nog altijd code rood?
De rechters besluiten de strafzaak stil te leggen om ergens later dit jaar verder te gaan.

Ho, zegt de advocaat van Wessel: ‘Probleem.’
Wessel zit nog tot 31 januari in de tbs.
Daarna moet hij de kliniek verlaten, dan is hij klaar.
Maar hij heeft niks, hij zal op straat belanden en dakloos verder moeten leven.
Komt bij dat Wessel zelf liever gewoon tbs’er wil blijven.

Weer wordt praktisch nagedacht.
De rechters stellen voor om aanstaande maandag verder te gaan met Wessel.
De twee medeverdachten kunnen gerust later dit jaar.
Mocht de officier van justitie maandag een nieuwe tbs eisen (is de verwachting) dan kan de rechtbank nog voor de 31ste uitspraak doen.
Kan Wessel mooi blijven zitten waar hij zit.

Zo moet het niet, maar de oplossing is efficiënt en toepasbaar.

En dan was er op die eerste zittingsdag van het nieuwe jaar ook nog de 20-jarige Maron.
Hij wordt verdacht van een serie van 25 serieuze woninginbraken, gepleegd in 2014 in vooral Sappemeer, Hoogezand en Zuidlaren.
Begin 2015 werden Maron en vijf van zijn kompanen gearresteerd.
De medeverdachten zijn al eerder op vrije voeten gesteld, want de inhoudelijke behandeling van de strafzaak laat nogal op zich wachten.
In maart – dat is dus ruim een jaar na de arrestaties – moeten nog getuigen worden gehoord.
Pas daarna wordt een datum bepaald waarop de verdachten zich moeten komen verantwoorden.

De rechters zeggen tegen Maron dat ze flink hebben zitten rekenen en uiteindelijk tot een conclusie zijn gekomen.
Ze zeggen: ‘Uw tijd zit erop. U mag naar huis.’
De rechters hebben uitgerekend dat de straf die Maron uiteindelijk zal krijgen niet langer zal duren dan de tijd die hij nu al heeft vastgezeten.
En als dat zo is, dan wil de wet dat het mooi genoeg is geweest.

Niets kan sneller bewegen dan het licht, sprak Albert Einstein.
En waarom kan dat niet?
Albert Einstein: ‘Omdat anders oorzaak en gevolg verwisseld raken.’

In zittingszaal 14 heerst de orde van het recht, maar in de praktijk kun je met het vaste stramien alle kanten op.
Twee opgelegde straffen tegelijk kan, want eentje wordt toch niet uitgevoerd.
Moet ik weg?
Doe dan nog maar een tbs.
Of – geval Maron – dat je eerst je straf uitzit en dat pas daarna het strafproces volgt.
Eerst de uitslag, daarna de wedstrijd.

In de rechtszaal kunnen de vaste elementen sneller bewegen dan het licht.
Of dat geen mooi begin is van een nieuw jaar.

Rob Zijlstra

update – 11 januari 2016 – vervolg
Het Openbaar Ministerie heeft – zoals de verwachting was – tbs met dwangverpleging geëist tegen Wessel. De rechtbank doet op 25 januari uitspraak. Dat is een paar dagen voor de afloop van de gemaximeerde tbs van vier jaar die Wessel aan de broek had hangen. De nieuwe tbs is niet gemaximeerd. De officier van justitie zei dat Wessel daarom een ongewisse toekomst tegemoet gaat.

update – 25 januari 2016 – uitspraak
Wessel is – geen verrassing – veroordeeld tot tbs met dwangverpleging zonder einddatum.

Geen werk, mooi werk

mijn wenkbrauw zit
al bijna in de haargrens
als ik u dat hoor zeggen

 

Franky kun je rustig een apart geval noemen.
Hij is net een paar weken 21 jaar, hij heeft geen diploma’s, geen werk en geen werkervaring.
Hij heeft wel een vriendin.
Elke dag wacht hij bij het hek van de school om haar op te halen.

Zijn moeder had gezegd dat hij liegend en bedriegend door het leven gaat.
Ze noemt haar zoon een ‘luie, manipulatieve klootzak’.
Als de rechters hem dat voorhouden, zegt Franky: ‘Dat is natuurlijk niet leuk.’
Maar de zorgen die er over hem zijn – zorgen van hier tot helemaal aan Tokio – zijn misplaatst, vindt hij.
Dat komt door zijn vriendin.
Dankzij zijn vriendin zal hij op het rechte pad blijven.

Als hij dat zegt, staren de rechters hem met grote ogen aan.
Een van de rechters: ‘U bedoelt uw vriendin van 14 jaar die al eens zwanger van u is geweest en toen abortus pleegde?’
Franky knikt: ‘Die ja. Ze is trouwens bijna 15.’

Hij had ingebroken bij een kennis van zijn vader.
Uit de woning had hij naar eigen zeggen speelgoed en een hoop troep gehaald, uit de schuur onder meer gereedschap, een lasapparaat, een werkbank, een slijpmachine, een boorstander, een tafelzaagmachine.
De Volkswagen Golf die er ook stond, had hij verpatst bij de sloop.
Had nog 150 euro opgeleverd.

Dit was niet alles.
In Muntendam had hij ingebroken in een woonvoorziening waar zijn vriendin verblijft.
Daar pikte hij geldkistjes en pinpassen met bijbehorende pincodes.
Met het gepinde geld deed hij boodschappen en verbleef hij een paar nachten bij Van der Valk.

Hij zegt:‘Het was steeds haar idee en ik was zo stom om het te doen.’
Wat ook meespeelde was dat hij het huis was uitgezet.
‘Ik kon nergens heen.’
Het was ook daarom dat hij de banden van de auto van zijn broer had lek gestoken.
‘Hij zou me helpen, maar hij trok de handen van me af.’
Verder zijn er nog wat vernielingen, wat diefstallen met braak, bedreigingen, een zware mishandeling.
Opgeteld: 18 misdrijven.

Franky wil wel een behandeling.
Hij wil dan wel leren, zegt hij, dat hij eerst moet nadenken en dan pas moet doen.
De rechters zeggen dat ze iets opmerkelijks hebben gelezen in het strafdossier.
‘U bent al vaak veroordeeld, ook door kinderrechters, u heeft een fors strafblad, bent inmiddels veelpleger (erkende status), maar u drinkt geen alcohol en u gebruikt ook geen drugs. Dat maakten we nog nooit mee.’
Franky glimlacht en zegt: ‘En ik rook ook niet.’

Hij heeft een hulpverlenende coach die laat weten dat hij al een tijdje niet door de politie is gebeld.
‘Dat is dus positief.’
De coach zegt ook: ‘Franky is een prima jongen, alleen we krijgen hem niet tussen de lijntjes.’

De coach: ‘Hij is meerderjarig, dus dwingen kunnen we hem niet.
Hij woont nu zelfstandig en eerlijk gezegd hoop ik dat dat misgaat zodat hij noodgedwongen bij ons komt. We houden een plek voor hem vrij.’
De hulpverlener geeft toe dat hulp verlenen aan Franky is als trekken aan een dood paard.
‘Maar we laten hem niet vallen, want dan is het hek van de dam.’

Rechters: ‘Wat gaat er gebeuren als de verkering uitgaat?’
Franky: ‘Dan blijf ik op het rechte pad.’

De officier van justitie noemt de verdachte een plaag voor de samenleving die een forse straf verdient.
Hij wil dat Franky zijn zelfstandige woonruimte opgeeft en onder de vleugels van de coach gaat wonen.
Doet hij dat niet, dan kost hem dat negen maanden celstraf.
Die maanden gelden daarom als voorwaardelijk.
Daarnaast is er de onvoorwaardelijke strafeis: een half jaar zitten.

De advocaat zegt dat het opleggen van straf in dit aparte geval niet zal helpen.
Hij snapt de aanklager overigens wel: de officier van justitie moet wat, voor het oog van de buitenwacht.
‘Maar ik pleit voor een tweede kans. Voor een laatste kans.’

Er zat deze week nog een apart geval in zittingszaal 14.
Het betreft een vrouw die niet in het echt Natasja heet, in Assen woont en over een paar dagen 40 wordt.
Zij genoot wel opleidingen, heeft werkervaring en had een baan.
Ze was administratief medewerkster van een bedrijf dat internationaal actief is in de scheepsbouw in Sappemeer.
Het ontslag was op staande voet.

Tussen januari 2007 en september 2011 zou zij geld van haar werkgever hebben verduisterd (gestolen).
Toen ze na vier jaren tegen de lamp liep, was de verduistering opgelopen tot bijna 150.000 euro.

De verdenking is dat ze bedrijfsgeld overmaakte op haar eigen rekening, soms duizenden euro’s per maand en dat ze aankopen deed met de pinpas van het bedrijf.
De bankpas lag met pincode in een zwart doosje in een van de lades van haar bureau.

Natasja zegt niet zo veel.
Bij de politie had ze het een klein beetje toegegeven.
In de rechtszaal antwoordt ze dat het wel zou kunnen, dat ze het niet meer weet en dan weer dat ze het niet heeft gedaan.
Een van de rechters: ‘Mijn wenkbrauw zit al bijna in de haargrens als ik u dat hoor zeggen.’

Een vraag was of het niet merkwaardig is dat een bedrijf in de scheepsbouw aankopen doet bij Vera Moda, We Men, Ici Paris en bezoeken brengt aan Sundays (zonnestudio)?
Dat een scheepsbouwbedrijf toch geen schoenen koopt bij Manfield in Assen?
En wat moet een scheepsbouwer met lingerie?

Wat ze toegeeft is goed voor 40.000 euro.
En de rest?
Ze zegt, zachtjes, dat de jongens van de werkvloer ook van het pasje gebruik maakten.
En dat de jongens, net als de directeur zelf trouwens, nooit bonnetjes hadden als ze de pas hadden gebruikt.

De rechters hadden gelezen dat Natasja aan haar vriend een bijzonder cadeau had gegeven: een feestje met een optreden van Mooi Wark.
Had haar 3400 euro gekost.
Ging daar het geld naar toe?
Naar dat soort dingen?
Ze zwijgt.

De strafzaak wordt, ook apart, niet afgerond.
De advocaat zegt dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om de financiële kant van de zaak te bestuderen.
Het Openbaar Ministerie had het dossier immers te laat bij hem afgeleverd.
Ook moet de advocaat – voor iets heel anders – over een uurtje al in de rechtbank van Assen zijn.
De strafzaak krijgt iets gehaasts, iets lelijks.
De rechters besluiten halverwege te stoppen om later verder te gaan.
Later is in dit geval: oktober (nog wel van dit jaar).

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 6 juli 2015
De rechtbank acht alle feiten die aan Franky ten laste waren gelegd bewezen. De opgelegde straf: 12 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. Daarnaast moet hij zich laten behandelen en moet hij onder begeleiding gaan wonen bij de mensen die hem willen helpen.

Vriendschap

Misschien is het helemaal niet gek of opmerkelijk, maar overvallen worden vooral gepleegd in de stad Groningen en in Oost-Groningen.
Bijna nooit in het noorden van de provincie of in het Westerkwartier.

In Tolbert is een keer op een stil weggetje een taxichauffeur beroofd, maar dat is zeven jaar geleden en Pieter is al jaren weer vrij.
In Uithuizermeeden – tegen de Waddenkust aan – trok een man in 2008 bij de pinautomaat een tas uit de handen van een hoogbejaarde mevrouw.
De dader werd plaatselijk Gekke Gerrit genoemd.

Op de plegers van overvallen is daarentegen geen peil te trekken.
Sommigen doen het omdat ze geen andere mogelijkheid zien aan geld te komen dat ze nodig hebben.
Een 18-jarige jongen uit Groningen (stad) werd deze week tot vier jaar celstraf veroordeeld wegens twee overvallen op cafetaria’s.
Zijn motief: schulden bij de zorgverzekeraar.
In Oude Pekela besloot een eveneens 18-jarige jongen vorig jaar textielzaak Zeeman te overvallen.
Hij had geld gestolen van zijn vader en wilde dat terugbetalen.

Er zijn ook veel overvallers die niet weten waarom ze het hebben gedaan.
Dan zeggen ze: ‘Ja, dat weet ik ook niet meer.’
Niet zelden speelt uitbundig softdruggebruik een rol.
’t Spul schijnt het geheugen aan te tasten.

Er zijn overvallers die niet nadachten toen ze het wel deden.
Zelfde oorzaak.

Eenmaal ben ik een overvaller tegengekomen in zittingszaal 14 die ook echt overvaller wilde zijn.
Hij wilde gangster worden en na verloop van tijd was hij dat ook.
Toen de rechters hem in zijn glimmende trainingspak veroordeelden tot vijf jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging riep hij: fuck you!
Hij riep dat hij liever twaalf jaar gevangenisstraf had gekregen.

De twee meest bijzondere overvallers die ik de Groninger rechtszaal meemaakte, moeten Remi en Stef heten.

Remi zat, met zijn 20 levensjaren, financieel aan de grond.
Op het werk hadden ze hem vervangen door een goedkopere Remi waardoor hij van alles dreigde kwijt te raken, inclusief zijn eigen woonplekje.
Om dat laatste te voorkomen, moest er geld komen.

Nu is officier van justitie Johan Severs niet een aanklager bij wie je vochtige ogen verwacht wanneer hij een strafdossier samenstelt.
Severs zei, kijkend naar Remi: ‘Wanneer je het dossier met daarin ook zijn levensgeschiedenis tot je neemt, schieten de tranen je in de ogen.’

Remi is geboren in een afkickkliniek omdat zijn moeder volle flessen niet liet staan.
Omdat ze ook tijdens de zwangerschap aanhoudend dronken was, heeft hij een ziekte onder de leden die hem vroeg of laat zal slopen.
Moeder woont nu al twintig jaar in een psychiatrische kliniek.
Zijn vader niet, want die vond de dood in de drank.
Toen Remi 5 jaar was, stierf zijn pleegmoeder en was hij alleen op de wereld.
Hij heeft een zusje die al jaren spoorloos is en vermoedelijk ergens in het buitenland wordt uitgebuit door een pooier.
Op 16-jarige leeftijd kwam Remi in Oost-Groningen terecht waar hij vroegtijdig de school verliet en een zwervend bestaan leidde.
Om de stress in het hoofd en het hongerige gevoel in de buik te bestrijden, dronk en rookte hij, drank en drugs.
Hij gaat gebukt onder de aandachtsstoornis ADD en is vaak depressief.

Remi heeft één vriend: Stef.

Stef is 19 jaar en zit al drie jaar thuis.
Hij leeft van het zakgeld dat hij daar krijgt.
De reclassering had over hem gerapporteerd dat het de hoogste tijd is dat zijn leven eens flink wordt gereorganiseerd.

Stef had meegedaan, omdat hij geen nee durft te zeggen.
Hij vreesde het einde van de vriendschap.
En hij wilde Remi ook helpen, want hij kent diens levensgeschiedenis.

De officier van justitie: ‘Het is misschien een verklaring voor wat er is gebeurd, maar het kan nooit een rechtvaardiging zijn.’

Op 6 december vorig jaar werd in Sappemeer drogisterij Trekpleister met een groot mes overvallen.
De buit: 70 euro en zeven pakjes Marlboro-sigaretten.
Twee dagen later was Bakkerij Tuinstra aan de beurt.
Buit: 650 euro.
De derde overval op 13 december, op verfzaak Het Kleurcompas, mislukte.
Naast de toonbank zat een 8-jarige jongetje te spelen.
Remi schrok daar zo van dat hij naar huis was gerend en daar heel lang had zitten huilen.

Toen hij klaar was, op 17 december, belde hij de politie en gaf zich aan.
Stef wist dat en vertelde alles aan zijn ouders.
Thuis besloten ze dat ook Stef zich zou melden bij de politie.
Net toen hij dat wilde doen, stonden er agenten voor de deur.

Stef zegt dat hij wist van de Trekpleister, maar dat hij alleen betrokken is geweest bij de overval op de bakker.
Remi bevestigt dat, zegt dat hij Stef had overgehaald.

Remi zegt dat hij niet trots is op wat hij heeft gedaan.
Wel had hij zich verbaasd over het gemak, hoe gemakkelijk het is een overval te plegen.

De officier van justitie eist dertig maanden gevangenisstraf (waarvan zes voorwaardelijk) tegen Stef die volgens zijn advocaat ook in de gevangenis geen nee durft te zeggenen daarom wordt bedreigd en afgeperst.
Het is geen plek waar Stef hoort te zijn, vindt de advocaat.

Remi hoort zes jaar gevangenisstraf eisen.
Hij staart voor zich uit.
Terwijl Stef onbedaarlijk zit te huilen, verzucht Remi tegen de rechters: ‘In de gevangenis kom ik ook niet vooruit.’

De rechtbank deed vanmiddag uitspraak.
Stef is veroordeeld tot twaalf maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur.
Bij Remi heeft de rechtbank rekening gehouden met zijn belast verleden: drie jaar cel waarvan achttien maanden voorwaardelijk.

Rob Zijlstra