Kipfilet met ribbeltjes

schizo3

Indien de verdachte aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, schorst de rechter de vervolging, in welke stand zij zich ook bevindt.

 – artikel 16, wetboek van strafvordering

.

Wie serieus wordt verdacht van een strafbaar feit heeft niet zo veel te willen, maar beschikt wel over een paar rechten.
Een verdachte mag zwijgen.
Of praten als Brugman.
Zwijgende verdachten stemmen niet toe.
Praatgrage verdachten doen hun recht dat je niet hoeft mee te werken aan je eigen veroordeling nog wel eens geweld aan.
Maar ze mogen dat zelf weten.
Een groot goed is dat een verdachte recht heeft op een eerlijk proces.

Eerlijk is dat er alleen dan een veroordeling volgt als er ook bewijzen zijn.
Lelijke blauwe ogen alleen zijn niet voldoende.
Eerlijk en humaan is ook dat een verdachte die lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis niet zonder meer op water en brood wordt gezet.
Dat geldt nog meer voor verdachten met een ernstige geestelijke handicap, voor mensen voor wie deze wereld niet is ingericht.
Voor hen zijn de gevangenissen niet gebouwd.
Zij horen uit de klauwen van het strafrecht te blijven.
Voor hen zijn er de witte jassen en de klinieken in het bos.

Deze week stond Ruben terecht.
Het Openbaar Ministerie had dat besloten.

Ruben is een lompe, forse man van 28 jaar.
Toen hij nog een kind was, kreeg hij jeugd-tbs voor ernstige zaken.
In 2007 raakte hij die status kwijt.
Sindsdien verblijft hij in klinieken op basis van machtigingen van rechters.
Niet omdat hij iets strafbaars heeft gedaan, maar omdat hij te gevaarlijk is om vrij te zijn.
In de klinieken geniet hij het hoogste beveiligingsniveau.
Dat betekent dat hij het leven deels in een isoleercel moet doorbrengen.
Wil hij iets of moet hij wat, dan zijn er altijd twee mannen noodzakelijk om hem iets of wat te laten doen.
Het enige menselijke contact is een zus.

Zijn advocaat zegt: ‘Zonder zijn medicijnen is hij agressief, met medicijnen een kasplantje. Er is sprake van een behandelimpasse.’

Ruben wordt met handboeien die zijn vastgeketend aan een leren riem om zijn lichaam de rechtszaal binnengebracht.
Zoiets gebeurt zelden, bijna nooit.
In de zaal is extra beveiliging.
Ruben kan zich niet voorstellen dat hij heeft gedaan wat de officier van justitie beweert.
Roept: ‘Echt?!’

Hij zou een sociotherapeut van de Van Mesdagkliniek op de luchtplaats hebben aangerand.
Hij zou haar onverhoeds hebben vastgegrepen en haar ontuchtig hebben betast.
Zij had nog wel de winterjas aan.
Na een worsteling konden gealarmeerde collega’s Ruben overmeesteren.

Dit gebeurde op 30 januari 2012, aan het begin van de avond.
Er is geen reden waarom het langer dan twee jaar heeft moeten duren alvorens de rechtszaak dient.
De officier van justitie zegt: ‘Daar heb ik geen goed verhaal bij. Excuus aan de rechtbank, excuus aan het slachtoffer.’

De rechters vragen aan Ruben of hij het zich kan herinneren.
Hij zegt net zo vaak ja als nee.
En dan niet gewoon ja of nee, maar hij antwoordt met lang uitgerekte ja’s en hoge, piepende nee’s.
Hij gromt af en toe.
Begint dan weer keihard te lachen.
Volop in beweging, zijn bovenlichaam maakt voortdurend buigingen.

Hij zegt dat het vastpakken bij het spelletje hoorde (‘een heel gevaarlijk spelletje hoor’), dat er bubbeling-muziek staat op zijn mp3-speler, dat je banken kunt kopen bij de Ikea, dat er ribbeltjes zitten op kipfilet, dat een van de rechters mooie ogen heeft, dat hij homo is ook al zeggen ze van niet, dat er een auto-ongeluk is gebeurd toen hij klein was, dat hij nooit naar 0900 mag kijken, zo gek, zo jammer.

Als hij weer hard moet lachen, zeggen de rechters dat dat niet gepast is.
En de opmerking over de mooie ogen ‘accepteren we niet’.
Ruben met harde piepstem: ‘Sorry.’
Rechters: ‘Ze zeggen dat u zich soms van de domme houdt.’
Ruben: ’Wat is dat?’
Rechters: ‘Dat u van niets weet.’
Ruben, blij: ‘Ooooh, meneer de haas.’

Wanneer Ruben een vrouw ziet, raakt hij ontregeld.
Impulsen kan hij niet beheersen.
De officier van justitie merkt op dat sociotherapeuten in tbs-klinieken met heel moeilijke mensen werken, maar dat dat niet betekent dat ze vogelvrij zijn.
En dat wat er 26 maanden geleden is gebeurd ernstig is en dat ze dat ook eerlijk kan bewijzen.
Immers, de sociotherapeut heeft het zelf verklaard.

De officier van justitie: ‘Tbs met dwangverpleging.’
De advocaat: ‘Ruben leeft ’s avonds en ’s nachts in de isoleercel, overdag zit hij op een beveiligde cel. Dat is al jaren zo en dat zal nog jaren zo blijven. Waarom tbs? Wat voegt het toe? Toch niks? Waarom geeft de officier van justitie geen antwoord op mijn vraag?’

Ruben: ‘Ai ai ai. Ik geef haar wel duizend euro. Wat? Heb ik lekker ding gezegd? Neee. Zo brutaal ben ik niet opgevoed hoor. Ik word door jullie voor de gek gehouden. Punani? Heb ik dat gezegd? Wat erg. Aai, aai. Dit wordt een kat-en-muis-spel.’

De rechters zeggen dat ze over twee weken uitspraak doen.
Ze vragen – dat moeten ze vragen – of Ruben daarbij aanwezig wil zijn, bij de uitspraak.
Zo ja, dan moet er  vervoer worden geregeld.
Dat recht heeft hij immers.
Ruben denkt na, dan wel hij zwijgt.
Plots heel enthousiast tegen de rechters: ‘Jaa, ik kom.’
En vol hoop: ‘Zijn jullie er dan ook weer?’

Rob Zijlstra

 artikel 16 wetboek van strafvordering

schizo1

 

 

UPDATE – 3 april 2014 – uitspraak
De rechtbank heeft geoordeeld, Ruben wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Uit het vonnis:  ‘Gezien de ernst van de aanwezige psychopathologie, de blijvende gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en de zeer hoge kans op recidive wordt TBS met bevel tot verpleging van overheidswege als enige mogelijkheid gezien om verdachte de behandeling te geven die hij behoeft, gevaar (voor de samenleving) af te wenden en de kans op recidive onder controle te krijgen. ‘

de rechtbank heeft het vonnis niet gepubliceerd

 

UPDATE – 4 juli 2018 – tbs verlenging
De rechtbank heeft de tbs met dwangverpleging met twee jaar verlengd, conform de eis van het Openbaar Ministerie. Het gaat wel eens stuk beter met Ruben. Geen boeien meer, geen gegrom. Maar nog altijd is er de stoornis die maakt dat het leven van deze man zal blijven zoals die is. Wat hij doet? Hij geeft plantjes water.

 

Een verdachte gek

pianoman-3.jpg?w=420&h=272Wanneer de 25-jarige George de rechtszaal binnenkomt, komt een jongeman binnen die meer is dan alleen verdachte.
Dat zie je zo.
Ik moet direct denken aan de pianoman, de man die in (op?) Engeland aanspoelde en zweeg.

George loopt krom, oogt als een 16-jarige en hij straalt angst uit.
Hij kijkt alsof hij in de veronderstelling is dat hij na het proces direct geëxecuteerd zal worden.
Als hij gaat zitten naast zijn advocaat, raakt zijn voorhoofd nog net niet het tafelblad voor hem.
Er zitten scheuren, zonder modieuze bedoelingen, in zijn spijkerbroek.
Zijn handen houden twee enveloppen vast op een manier die verraadt dat die enveloppen belangrijk voor hem zijn.
Hij zegt niks.

Wie zwijgt is verdacht, lees ik in een recensie van Bernlef’s boek De Pianoman (2008).
Er staat: ’Blijkbaar verklaren wij iemand die niet reageert op woorden bij voorbaat voor gek. Iemand die zwijgt, is verdacht.’

Niemand weet veel over de verdachte George.
Wat we weten is dat hij uit Roemenië komt, dat hij in 1988 is geboren en dat er scheuren zitten in de broek die hij draagt.
Wij hebben hem voor alle zekerheid alvast opgesloten in een psychiatrische kliniek van justitie in Vught.
Er is het vermoeden dat er sprake is van een ernstige stoornis.
De gedragsdeskundigen van de kliniek weten het niet zeker, maar denken aan schizofrenie.

De officier van justitie houdt het graag zwart-wit.
Hij zegt: ‘Het is een gek.’

Hoe hij in Groningen terecht is gekomen?
Met de trein.
Maar verder? En waarom?
Niemand die het weet.
Niet uitgesloten wordt dat George niet alleen verdwaasd is, maar ook verdwaald.

Hij heeft iets heel merkwaardigs gedaan.
Op 28 oktober vorig jaar fietste hij door de stad Groningen.
Tussen 11.00 uur ’s ochtend en 12.25 uur – net ’s middags – sloeg hij zeven willekeurige vrouwen heel hard met zijn vuist in het gezicht.
Om half drie mishandelde hij in de Oosterpoort nog een achtste vrouw.

Een vrouw liep naast haar vriend toen het zomaar gebeurde.
Een andere vrouw liep met haar kind dat nog in een wandelwagen lag.
Een jonge vrouw dacht dat het een aanslag was op haar leven, zoals ze als kind had moeten meemaken toen ze nog in Irak opgroeide.

George weet het niet.
Hij kan het zich niet herinneren.
De tolk zegt dat hij, George, geen vrouwen slaat.
Dat hij excuus wil maken.
Omdat hij dan vrij komt.

Rechter: ‘U denkt dat als u excuses maakt, dat u dan wordt vrijgelaten?
George: ‘Ja.’
Rechters: ‘Dat is niet zo.’
George buigt diep het hoofd en zwijgt.

Rechters: ‘Weet uw familie dat u hier in Nederland bent, dat u bent opgesloten?
Nee.
Hij heeft gebeld met zijn vader
Rechters: ‘Die weet het dus.’
Nee.
Rechters: ‘Hebt u contact met andere mensen?’
Nee.
Hoe lang bent u al in Nederland?
De tolk: ‘Hij weet het niet.’
Rechters: ‘Wat doet u?
Niks.
Rechters: ‘Helemaal niks?’
Nee
Rechters: ‘TV-kijken?’
Jawel.

Hij zegt dat hij het niet bewust zal hebben gedaan.
En dat hij nog weet dat hij een botsing heeft gehad met een blonde vrouw.
Maar dat er geen intentie was om te slaan.

De officier van justitie is consistent:  ‘Loop je op straat, is daar ineens een gek.’
Het is een rare officier, ik had hem ook niet eerder gezien.
Hij zei nog: ‘Acht keer wordt door verdachte een wilsbesluit genomen om iemand een hengst te geven.’

Kennelijk bedoelt de aanklager namens ons te zeggen dat gekke George niet helemaal gek is, anders kun je immers geen wilsbesluit nemen.
Dus dat hij wel een beetje toerekeningsvatbaar is.
Niet helemaal straffeloos.
Vervolgens stelt de officier van justitie voor om geen straf op te leggen.
George moet worden opgenomen in een psychiatrische kliniek, gedurende twaalf maanden maximaal.
Daar hoort een ovar – een ontslag van alle rechtsvervolging – bij, maar daar had de officier het niet over.

Einde merkwaardige strafzaak.
George wordt afgevoerd en misschien denkt hij nu wel echt dat hij over een paar minuten de kogel krijgt.
Weet hij veel waar hij is.

Na de zitting vertel ik in gerechtsgebouw’s wandelgangen aan een advocaat over deze merkwaardige strafzaak.
De advocaat: ‘Wie was die officier van justitie dan?’
Ik zeg:‘Die en die, nooit eerder gezien in zaal 14.’
De advocaat: ‘Oh, maar die is van Leeuwarden. Die vent is zelf gek.’

Ik hoop dat George nooit weer vrouwen slaat en dat hij op een dag gezond en wel ergens thuis zal komen.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 28 maart 2014 – uitspraak
George is schuldig bevonden, maar krijgt geen straf: hij is ontslagen  van alle rechtsvervolging (ovar). Wel: een gedwongen opname van een jaar in een psychiatrische inrichting.

VONNIS pianoman

 

 

Grassprietjes

Je moet even op het idee komen: je prutst wat grassprietjes in het slot van een deur.
Na een tijdje, na een dag of twee of zo, ga je voorzichtig kijken.
Zitten de sprietjes niet meer in het slot, dan zijn er bewoners in de buurt.
Is het er nog, dan is de kans groot dat de bewoners afwezig zijn.

Van dat laatste krijgen woninginbrekers nooit genoeg.

Martin (21) en Nico (20) waren op het idee gekomen en konden er inderdaad niet genoeg van krijgen.
Volgens het openbaar ministerie hebben ze vorig jaar in Groningen behoorlijk huis gehouden.
Ze vormden een ware plaag, zei de officier van justitie.
In zeker tien woningen, maar waarschijnlijk meer, sloegen ze hun slag.

Martin bekent, Nico niet.

Eerst Martin.
Hij hoort stemmen in zijn hoofd, noteerde de psychiater in een rapport met de conclusie: schizofrenie, verminderd toerekeningsvatbaar.
Behandeling in een kliniek is noodzakelijk, want Martin is beïnvloedbaar, is een meeloper.
De advocate zegt dat Martin geen alternatieven kon bedenken voor de druk die medeverdachte Nico op hem uitoefende.

Tijdens de rechtszaak geeft Martin meer toe dan hij bij de politie had gedaan.
Tegen de rechters zegt hij ook in de woningen te zijn geweest en dat hij niet, zoals hij bij de politie verklaarde, slechts op de uitkijk stond.
En dat hij samen met Nico van alles uit de woningen had meegenomen.
Van de buit zou je een heel gangpad van de Mediamarkt kunnen vullen.

Het ging fout toen ze in een woning een autosleutel vonden met bijbehorende Kia op de oprit.
Martin reed er mee naar Almere, raakte betrokken bij een aanrijding, rende weg en verloor – zo stom – zijn identiteitskaart.
In de auto bleef een gestolen mobiele telefoon achter.

Voor de tien woninginbraken die de officier van justitie hem in de schoenen schuift, moet een gevangenisstraf van twintig maanden waarvan twaalf voorwaardelijk de straf op maat zijn.
De aansluitende (verplichte) behandeling mag twee jaar duren.
Martin wil dat wel, met hem komt het misschien nog goed.

Maar dan Nico.

Een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling.
Daarom mag een verdachte zwijgen.
Het is aan de officier van justitie de verdenkingen hard te maken met wettige en overtuigende bewijzen.

Nico ontkent alles, maar deed gek genoeg zijn uiterste best om toch veroordeeld te worden.
Ongeïnteresseerd hangt hij in de verdachtenbank waar hij de rechters zo onfatsoenlijke mogelijk te woord staat.

Vragen beantwoordt hij vooral met huh?, met ‘wat zeg je?’, dan wel met ‘weet ik niet’ of ‘weet ik veel’.
Wanneer de officier van justitie vraagt waarom hij zo verongelijkt zit te doen, zegt hij: ‘Wat moet ik dan? Janken?
Tegen de rechters: ‘Het interesseert me vrij weinig.’

Een keer maakt hij een wegwerpgebaar.
Een van de rechters meent een middelvinger te hebben waargenomen.
Rechter, gebelgd: ‘U stak toch niet zojuist uw middelvinger naar mij op hè?’
Nico, uitdagend: ‘Zag je dat? Nou, dan heb je dat verkeerd gezien.’

Rechter: ‘Er komt een moment dat u weer vrijkomt.’
Nico: ‘Dat is dan mooi meegenomen.’
Rechter: ‘Maar wat gaat u dan doen, wat zijn uw plannen?
Nico: ‘Dat hoef ik jou toch niet te vertellen?’

Kortom, de proceshouding van Nico was niet zo heel best.
En er ligt nogal wat bewijs dat niet gunstig voor hem is.
Een criminele informant had aan de criminele inlichtingen eenheid van de politie gemeld dat Nico en Martin woninginbraken plegen met grassprietjes.

Nu is een klik geen bewijs.
Vingerafdrukken zijn dat wel.
Bij de uitzetraampjes waar de inbrekers door naar binnen waren geklommen, zijn die afdrukken aangetroffen.
Van Nico.
In een woning werd ook bloed nabij zo’n vernield raampje gevonden.
Ook van Nico.

Rechters: ‘Als u het niet in die woningen bent geweest, hoe komen u vingerafdrukken daar dan, en hoe uw bloed? Kunt u dat verklaren?’
Nico, verveeld: ‘k Zou het niet weten.’

De officier van justitie: ‘Deze verdachte toont geen respect voor de slachtoffers die hier in de zaal zitten.’
Ze eist zestien maanden celstraf voor vier woninginbraken.
Voor de vijfde is net te weinig bewijs om wettig te kunnen zijn.
Voor zes andere inbraken krijgt Nico binnenkort opnieuw een dagvaarding, met naar verwachting nog meer celstraf als eis.

De advocaat van Nico snapt de proceshouding van zijn cliënt wel.
‘Want voor wie moet hij dan respect tonen? Hij heeft het immers niet gedaan.’
Bij zo een stellingname verwacht je van de advocaat dat hij met een scala aan argumenten komt dat nieuw licht laat schijnen.

De advocaat: Martin heeft schulden, dus hij had belang om in te breken. Mijn cliënt niet, die heeft geen schulden. Nico’s vingerafdrukken bij de vernielde ruitjes? Mag zijn, maar dat zegt niet dat hij spullen uit de woningen heeft gestolen. Bloed met zijn DNA in een woning? Nogal vaag. Zijn bloed kan daar ook op een andere manier terecht zijn gekomen. Uit de woningen zijn vooral sieraden, computers en randapparatuur gestolen. Maar zijn die goederen wel van de slachtoffers? Hij heeft in het dossier geen aankoopbonnen aangetroffen.

De advocaat besluit zijn pleidooi dat een gevangenisstraf voor zijn ontkennende cliënt in ieder geval niet hoger mag zijn dan twaalf maanden.

Huh?

Een heel klein stemmetje in mijn hoofd zei dat ik als laatste zin van dit verhaal moet opschrijven dat als een 20-jarige jongeman het slechte pad wil bewandelen, hij dat zelf moet weten, maar dat dat hem nog niet het recht geeft een dito advocaat in de arm te nemen.

Rob Zijlstra

.

extra
de minimumstraf

In de geest van de minimumstraf zoals het kabinet die wil invoeren, zou Nico geen zestien maanden gevangenisstraf horen eisen, maar minimaal 4 jaar en zes maanden.

Wie zich voor de tweede keer schuldig maakt aan een misdrijf waarop minstens 8 jaar staat, krijgt (minimaal) de helft van het strafmaximum opgelegd.

De maximale straf voor diefstal is vier jaar.  Maar er zijn strafverzwarende omstandigheden. Wie ’s nachts (‘gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd’) door middel van braak of inklimming met twee of meer (verenigde) personen steelt uit een woning (of besloten erf) krijgt een gevangenisstraf van ten hoogste 9 jaren opgelegd.

[artikel 311 Wetboek van strafrecht]

.

UPDATE – 9 februari 2012 – uitspraken
De rechtbank is het grotendeel eens met het openbaar minsterie, maar komt bij de strafoplegging tot een iets andere uitkomst: Nico krijgt een jaar celstraf. De rechters schrijven in het vonnis dat de man geen respect heeft voor de eigendommem van anderen en zich niet bekommert over zijn eigen toekomst. Martin, licht verminderd toerekeningsvatbaar,  heeft 18 maanden celstraf waarvan 12 voorwaardelijk gekregen.