Twee croissantjes

hij schrok best wel even

crfotoEen dag op de rechtbank loopt nooit op rolletjes.
Wat op het ene moment zo lijkt, blijkt even later helemaal niet zo te zijn.
De enige zekerheid is dat strafzaken (bijna) altijd te laat beginnen.

De strafzaak van de dag is niet die van Manzu die schichtig om zich heenkijkend de rechtszaal betreedt, alle aanwezigen begroet met grote vragende ogen en dan met zijn veel te grote spijkerbroek aan maar gaat zitten.
Manzu heeft last van psychoses, er is sprake van een schizofrene ontwikkeling (werd gezegd) en in de gevangenis ging het niet goed met hem.
Maar nu wel weer, klinkt het bijna blij uit zijn mond, misschien wel blij omdat hem ook eens iets werd gevraagd.

’Op maandag en vrijdag werk ik en ik voetbal elke zaterdag.’

Manzu komt uit Sierra Leone en heeft bij de Albert Heijn twee croissantjes gestolen.
Dat is de verdenking.
De officier van justitie vertelt hoe ze daar bij komt en zegt vervolgens dat het wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Manzu zegt dat hij honger had en geen geld en toen de broodjes in zijn jaszak stopte.
Maar de kassa was hij nog niet gepasseerd.
Dus.

De officier van justitie eist een week celstraf.
En omdat hij opnieuw in de fout is gegaan, komen daar de 180 dagen bij die hij in 2012 voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
In 2004 was Manzu ook al eens voor een winkeldiefstal veroordeeld.
De drie rechters zeggen dat ze er goed over zullen nadenken en dat ze dan over twee weken uitspraak doen.

De strafzaak van de dag is ook niet die van Wim die agressief wordt wanneer hij alcohol drinkt en cocaïne snuift.
In juli 2009 kreeg Wim in zittingszaal 14 al eens een laatste kans.
Zou hij ooit weer de fout in gaan, dan wacht hem tbs, werd toen dreigend gezegd.
Wim hield zich lang koest, maar eind vorig jaar sloeg hij weer toe.
Een andere officier van justitie: de tbs is het voorland dat lonkt, maar hij krijgt een laatste kans: tien maanden zitten.

Niet de zaak van Leo uit Bedum die inbreekt wanneer zijn dorpsgenoten te kerke gaan.

Ook de zaak van de 20-jarige Lubbe is niet de strafzaak van de dag.
Lubbe wilde nog even naar Dirk, naar zijn kameraad, maar kon de fiets niet vinden.
Dan maar de auto.
Hij had al een paar flesjes bier gehad.
En 28 rijlessen, maar nog geen rijbewijs.
De auto was van zijn vader, maar straks zou het zijn Opel Vectra zijn.
Lubbe had ruzie met zijn vader gehad, omdat hij eens stiekem toch had gereden.
Maar nu, nu was zijn vader er niet.

Bij Dirk tikte hij nog twee flesjes bier weg, ze namen wat bier mee voor in de auto en toen stapte ook Anneke in, Anneke die bloemist wil worden.
Zonder doel, maar met hoge snelheden reden ze richting Stadskanaal.

Getuigen verklaren later dat ze wel met honderd door Stadskanaal scheurden,
maar Lubbe ontkent dat, hij houdt het op zeventig, tachtig.
Maar daarna ging het weer harder, hij schrok ’best wel even’ toen hij 160 op de teller aangewezen zag staan.
Er kwam een flauwe bocht, het rechter wiel graasde door de berm en een fractie van een seconde later was Lubbe alle controle kwijt.
Lubbe: ‘Ik had het gas al losgelaten, ik reed tachtig, vijfentachtig.’
Het Nederlands Forensisch Instituut: minimaal 112, maximaal 144, voor 99 procent zeker.

Wat volgde was een crash tegen bomen over vijftien meter.

Dirk en Anneke werden zwaargewond afgevoerd, Lubbe moest met wat
kneuzingen ter controle naar het ziekenhuis.
Dirk en Anneke zijn nu, ruim een jaar later, nog altijd niet hersteld.
Anneke kan een arm niet meer gebruiken en denkt daarom geen bloemist meer te kunnen worden.
En ons Dirk, vertelt de verdrietige moeder in de rechtszaal, is niet meer ons Dirk van voor het ongeluk.

Lubbe zegt dat hij de bocht verkeerd heeft ingeschat, dat hij sowieso die dag
niet goed had nagedacht.
En dat hij spijt heeft.
De reclassering spreekt van een onbezonnen jeugddaad, maar de officier van justitie kan daar niet mee leven: ’Er is sprake van een opeenvolging van foute beslissingen. Hij heeft nota bene zelfs bier in de auto gedronken.’
Lubbe: ’Maar een paar slokjes.’

Lubbe hoopt stilletjes op een taakstraf.
Om in de rechtszaal goed voor de dag te komen, heeft hij een colbertje aangetrokken.
Het jasje hangt ruim over zijn tengere postuur en is te lang.
Daardoor lijkt het alsof hij een jurkje aan heeft.

Zijn advocaat zegt dat Lubbe een opleiding volgt en werkt.
‘Laat in vredesnaam zijn leven doorgaan en onderbreek dat niet.’

Lubbe zelf heeft dan al de beide handen voor de mond geslagen.
Hij heeft de officier van justitie zojuist horen zeggen dat hij zijn baan en opleiding maar een tijdje moet opschorten omdat hij wat de aanklaagster betreft een jaar naar de gevangenis moet.

Nee, de zaak van de dag is die van het stel, een man, een vrouw, die worden verdacht van ontucht.
Samen zouden ze een meisje van 15 jaar seksueel hebben misbruikt, zij net zo erg als hij.
De voltallige regionale en digitale pers was voor deze pikante zaak komen opdraven, want een 22-jarige ontuchtige vrouw is geen dagelijkse kost, zij is zeg maar gerust een zeldzaamheid in de rechtszaal.

Omdat de zaak van Lubbe een uur langer duurde, begon de zaak van de dag een uur later.
Na een uur wachten was het na nog geen tien minuten voorbij: de strafzaken tegen de man en de vrouw worden over een paar maanden voortgezet.
Eerst moet er een psychiatrisch onderzoek komen naar de ontuchtige vrouw van 22 jaar.
Zij heeft het verstandelijke vermogen van een 7-jarige.

Nooit kun je na een dag op de rechtbank zeggen: dit was een leuke dag.
Maar het is altijd bijzonder.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 mei 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan in de zaak van Manzu: een week celstraf wegens diefstal. Maar geen 180 dagen erbij als bonus. Wel wordt zijn proeftijd met een jaar verlengd. Komt er op neer dat Manzu kort na de uitspraak is vrijgelaten.

UPDATE – 6 juni 2013 – geen uitspraak
De rechtbank heeft geen uitspraak gedaan in de kwestie Lubbe. De rechters willen twee deskundigen aan de tand voelen met betrekking tot de remsporen. Er komt een vervolg in de vorm van een extra zitting. Wanneer is onbekend.

Gemoedstoestand

ovjtweetsLamin is een grote man van 38 jaar.
Stapje voor stapje komt hij de rechtszaal binnen.
Zijn lichaam trilt niet, maar schudt onophoudelijk.
Hevig en altijd.

Een functionele tremor, heet dat en het is akelig om te zien.
Hij is niet zenuwachtig, maar bang, ontzettend bang.
Want overal loert het gevaar, ook in de rechtszaal.
Lamin ziet dingen die er niet zijn, maar is vooral bang voor de mannen uit bush, de mannen die in zijn bijzijn zijn ouders op gruwelijke wijze afslachtten, de mannen ook die hem ’s nachts opzoeken om hem te vermoorden.

Lamin komt de rechtszaal binnen omdat hij wordt verdacht van een poging tot doodslag.

Heel lang zullen we waarschijnlijk geen last meer hebben van deze man die volgens de medici chronisch psychotisch is.
Hij moet het land uit, want een verblijfsvergunning zit er voor hem niet in.
Tegen de uitzetting loopt momenteel een procedure bij de Raad van State, maar veel kans lijkt hij niet te maken.
Nog even en hij is sowieso strafbaar.

De rechters vatten zijn huidige toestand op basis van de rapporten die ze hebben gelezen kort samen: ‘U heeft vreselijke dingen meegemaakt, hartverscheurende dingen. Daardoor bent u ernstig getraumatiseerd. Dat staat wel vast. En omdat u altijd bang bent, komt u niet los van uw trauma’s. De onzekerheid over lopende procedures maken het er niet beter op. Eigenlijk bent u een gehandicapte man.’

Lamin woonde in Haren, in de noodopvang van de stichting Inlia, de organisatie die zich inzet voor asielzoekers in nood.
Mensen die Lamin kennen noemen hem Police, omdat zijn vader in Freetown, Sierra Leone, politieman was. Nadat zijn ouders dood waren gemaakt, belandde hij bij het rebellenleger, wist te ontsnappen en kwam via de Verenigde Naties (VN) in Nederland terecht.
Maar de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) gelooft zijn verhaal niet, de dienst zegt dat Lamin misschien wel uit Nigeria komt en niet uit Sierra Leone.
En omdat de dienst hem niet gelooft, moet hij weg.

Vorig jaar, in Haren, in de noodopvang, zou Lamin iets hebben gezegd over een van de vrouwen van een kennis, over een van de twee vrouwen van die kennis.
Die kennis pikte dat niet en wilde er over praten.
In zijn hand had de kennis een leren riem en wel zo dat hij met de gesp kon slaan.
Lamin had een mes in zijn hand, en sneed zijn kennis daarmee in het voorhoofd.

Poging tot doodslag kan wettig en overtuigend worden bewezen, zegt de officier van justitie, maar verdachte is geen strafbare dader.
Hij werd aangevallen met een riem en verdedigde zich.
Er was sprake van een hevige gemoedstoestand.
Noodweerexces.
De wet zegt dat je dan geen straf kunt krijgen, omdat het misdrijf je redelijkerwijs niet toegerekend kan worden.

Lamin zit al 182 dagen in de gevangenis en moet met zo’n strafeis (geen straf) eigenlijk onmiddellijk naar huis.
Maar Lamin heeft geen huis, geen noodopvang meer, wat hij heeft is niks.
Nou ja, hij heeft zijn uitzichtloze procedures, de altijd dreigende vreemdelingendetentie en zijn helse angsten voor de mannen die er niet zijn uit het land waarnaar hij moet terugkeren.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 27 mei 2013 – uitspraak
De rechtbank acht Lamin schuldig aan een poging tot doodslag en acht hem anders dan het Openbaar Ministerie ook strafbaar. Dus geen ontslag van alle rechtsvervolging, maar een gevangenisstraf van 10 maanden. Van noodweer is geen sprake. Het is waar dat Lamin werd aangevallen – een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding – maar het latere slachtoffer stopte en liep vervolgens weg. Verdachte is toen achter hem aangelopen met in zijn hand een mes waarmee hij een stekende beweging heeft gemaakt.   Op dat moment is er geen sprake meer van een aanval. Hij heeft dat bewust meegemaakt, dus van een hevige gemoedsbeweging is geen sprake. Daarmee vervalt ook het beroep op noodweerexces. In het vonnis is niets opgenomen over de lichamelijke toestand van Lamin.

– de rechtbank heeft het vonnis niet gepubliceerd

noodweerexces

De Bob

 

Ik kijk naar de man die voor mij zit en vraag me af hoe dat voelt, als je geen naam hebt en niet weet hoe oud je bent en niemand je wil.

 

De man die voor mij zit heet Bo Kenema, 24 jaar.

Hij wordt verdacht van een gewapende overval op een zonnestudio in Groningen.

 

Bo Kenema ontkent.

Hij zegt: ‘Als ik het gedaan had, dan zou ik de waarheid spreken, want ik heb niks te verliezen.’

 

De rechters hebben het dossier bestudeerd (gelezen) en vragen daarom: Heet u wel echt Kenema?

Kenema zegt: ‘De mensen hier in Nederland zeiden, jij bent Kenema. En jij bent geboren op 29 februari 1984. Wat had ik dan moeten doen?’

 

Kenema zelf denkt dat hij ouder is dan 24.

Zo rond de dertig, denkt hij.

 

Hij is zo goed als zeker geboren in Sierra Leone, groeide op in een arm gezin.

Was kindsoldaat.

Zegt: ‘Ik heb mensen doodgeschoten.’

Dat zeggen niet veel mensen in rechtszalen.

 

In 1999 kwam hij als ama, als alleenstaande minderjarige asielzoeker, naar Nederland.

De rechters zeggen niet uit te sluiten dat hij toen heeft verteld dat hij jonger dan 18 was, want als je dat zei, dan mocht je blijven.

 

Twee jaar geleden werd Bo Kenema betrapt bij een winkeldiefstal met gedoe wat juridisch geweld ging heten. Daar kreeg hij niet alleen vijftien maanden celstraf (vijf voorwaardelijk) voor, maar ook  werd hij tot ongewenste vreemdeling verklaard.

 

Geen naam, geen leeftijd en ongewenst.

 

Niet alleen in Nederland, maar ook in Sierra Leone moeten ze hem niet. De ambassade weigert de benodigde papieren te verstrekken die een terugkeer mogelijk maken. Al twee keer zat hij in de vreemdelingenbewaring, maar ook met behulp van de IND kregen ze hem zijn thuisland niet in.

 

Tegen die achtergrond zei hij: ‘Ik heb niets te verliezen.’

 

Op 22 februari wordt zonnestudio Sundays overvallen. Man met iets over het hoofd en iets dat lijkt op een echt vuurwapen in de hand, staat plotseling in de zaak en informeert naar de kluis. Als de medewerkster zeg dat er geen kluis is, graait hij 435 euro en wat bonnetjes uit de kassa en stopt de buit in een plastic tas van de PlusMarkt. De man ziet dan de beveiligingscamera en draait dat ding weg. De medewerkster moet vervolgens haar mobiele telefoon inleveren en op de grond gaan liggen. Man vertrekt.

 

De politie stelt een onderzoek in een volgt via het IMEI-nummer de geroofde telefoon. De beller gebruikt verschillende namen. De politie kan ook zien wie door het toestel worden gebeld. Zo komen ze uit bij Ineke en die vertelt op het politiebureau dat ze sinds kort contact heeft met ene Kenema.

 

Kenema wordt in zijn kamerwoning gearresteerd.

In de woning staan schoenen, die verdacht veel lijken op de schoenen die de man droeg die op de beveiligingscamera van Sundays is te zien. Ook vindt de politie een plastic tasje van de PlusMarkt. En, bingo, bonnetjes die uit de leeg gegraaide kassa van de zonnestudio komen.

 

Nobody heeft iets uit te leggen.

 

Hij zegt: ‘Ik ben niet de man op die camerabeelden, want ik heb niks te maken met de problemen van de zonnestudio.

Rechters: Leg eens uit.

Zegt: ‘Ik kwam iemand tegen met een plastic tasje die een slaapplek zocht. In ruil daarvoor mocht ik zijn mobiele telefoon gebruiken.’

Rechters: Van wie.

Bo: ‘Bob.’

Rechters: Wie is dat?

Bo: ‘Ik ken hem alleen van de straat. Ik ben dom geweest hem bij mij binnen te laten.’

 

De reclassering heeft geen rapportage – wel gebruikelijk in strafzaken – over Kenema willen schrijven omdat hij een ongewenste vreemdeling is. Geopperd is dat Kenema mogelijk lijdt aan een post traumatisch stresssyndroom vanwege zijn militaire staat van dienst. Maar een psychiater had geen symptomen aangetroffen die wijzen op zo’n syndroom.

 

Kenema is daarmee volledig toerekeningsvatbaar.

En omdat hij dus de volle verantwoordelijkheid draagt voor wat hij misschien heeft gedaan, maar niets heeft te verliezen, is de kans op herhaling bijzonder groot, redeneert de officier van justitie.

 

De rechters willen nog weten: Hoe overleeft u? We hebben in het dossier gelezen dat u altijd heeft geweigerd een uitkering aan te vragen.’

Kenema knikt.

‘Ik overleef dankzij God en goede vrienden. Ik ken iemand die steelt. Dan verkopen we dingen en delen de winst.’

 

Zie daar, zie je de officier van justitie denken, maar de advocaat zegt dat er geen wettig en al helemaal geen overtuigend bewijs is dat Kenema het heeft gedaan.

Op de weggedraaide camera zijn niet zijn vingerafdrukken gevonden. De overvaller heeft de kassalade in handen gehad. Geen vingerafdrukken van mijn cliënt. Lijkt hij op de man met iets over het hoofd van de camerabeelden? Er zijn meer mannen met dikke lippen en een brede neus.

 

De officier van justitie blijft overtuigd en eist een gevangenisstraf van 24 maanden.

 

Kenema: ‘Ik heb Bob geholpen. Dat was dom. En nu zit ik al zes maanden vast.’

Tegen de rechters: ‘Als u mijn papieren regelt, ga ik weg.’

 

Rob Zijlstra

 

 

UPDATE – 6 oktober 2008 – uitspraak

Kenema moet nog even blijven: de rechtbank heeft hem conform de eis veroordeeld tot 24 maanden cel.

 

UPDATE – 14 april 2009 – uitspraak hoger beroep

Het gerechtshof komt tot een andere conclusie: er is geen sprake van diefstal met geweld, dat wil zeggen dat die niet is bewezen. Vrijspraak. Voor het witwassen en het als illegaal verblijven in Nederland krijgt hij zes maanden celstraf.