De kleine Roemeen

Marius is vorige maand 25 jaar geworden.
Hij is geboren en getogen in Galati, aan de oever van de Donau, Roemenië.
De scheepsbouw en de ijzer- en staalindustrie is daar al lang niet meer wat het ooit is geweest.
Jongeren uit Galati zijn doorgaans kans- en werkloos.

Marius oogt ook niet als een staalwerker. Hij is klein en tenger en zou net zo goed 17 of 18 jaar kunnen zijn.
Hij kijkt in die grote zittingszaal 14 ook een beetje bang.

Marius vertelt dat het als volgt is gegaan.

Hij had schulden – 15.000 euro – en ruzie met zijn moeder.
Op een dag in februari kreeg hij een briljant idee: hij leende 3.000 euro van zijn kansloze vrienden en stapte op het vliegtuig naar Nederland.
Onderweg kocht hij wat gereedschap en voor 400 euro technisch vernuft.
In Nederland aangekomen, sliep hij een nachtje bij een vriend in Alkmaar.
Die had hij daar al.
In de twee daarop volgende weken verbleef hij in hotels, her en der in het land.
Begin maart belandde hij in Groningen.

En daar wandelde hij ’s avonds tegen achten het winkelbedrijf Ikea binnen en deed net alsof hij klant was. Toen sluitingstijd naderde en het personeel even later blij naar huis mocht, verstopte Marius zich in een hoekje.

Daar wachtte hij tot de kust veilig was en ging aan de slag.
Met zijn gereedschap prutste hij de betaalautomaat bij het Ikea-restaurant los, brandde met een meegenomen gasbrandertje een gaatje in de terminal, verbond wat stroomdraadjes door, drukte er een kaartlezertje met een batterijtje in en zette ter afronding een nieuw toetsenbordje over de oude heen.
Klaar, niks van te zien.

Waar Marius, een beetje gek, geen rekening mee had gehouden, was dat die Zweden hun meubeltjes ’s nachts laten bewaken. Marius had niet in de gaten dat een beveiliger hem wel had gezien.
De beveiliger belde de politie en die stuurde een diensthond door het Ikea-gangenstelsel.
Tegen half een in de nacht werd Marius in de boeien geslagen.
Einde briljant idee.

Marius vertelt aan de rechters dat het heus niet zo is dat hij in dienst is van een criminele organisatie.

De rechters willen weten hoe hij het zich had voorgesteld.
Marius vertelt dat hij van plan was de apparatuur een paar dagen later weer weg te halen. Op de kaartlezer zouden dan de bankpasgegevens staan van honderden mensen. En die gegeven wilde hij dan verkopen.

Rechters: ‘Aan wie?’
Marius zegt dat hij dat niet weet. Hij wilde het verkopen op het internet.
Rechters: ‘Voor hoeveel?’
De kleine Roemeen weet ook dat niet. ‘Het was de eerste keer dat ik zoiets deed.’

De officier van justitie gelooft geen snars van het verhaal.
Hij gelooft niet dat Marius op eigen houtje van Galati naar Nederland vloog, nachtje Alkmaar, twee weken hotels her en der en toen in z’n eentje de Ikea in Groningen binnenwandelde.

Op camerabeelden is bijvoorbeeld te zien hoe Marius met anderen het winkelbedrijf binnenkomt.
Met die anderen loopt hij door de zaak.
Ineens zijn de anderen verdwenen.
Marius had ook niet kunnen vertellen in welke hotels hij had overnacht.
En tijdens werkzaamheden belde hij.
Bellen doe je doorgaans met iemand.

Bij zijn aanhouding had hij 70 euro op zak.
Hoe hij het daarmee in z’n uppie zou rooien in Nederland, is geen raadsel, zegt de officier van justitie.
Het duidt erop dat hij niet alleen was.
Verdacht is ook hoe hij alleen het benodigde gereedschap en de apparatuur kon meenemen. Niet onder zijn jas, zoals hij beweert, want hij droeg maar een krap jasje.

Kortom, de officier van justitie denkt dat Marius wel deel uit maakt van een internationale boevenbende, een Roemeense skimbende.
Marius zegt nu niks meer.
Hij heeft misschien zojuist wel gedaan, wat van hem wordt verlangd: het verhaal vertellen zoals hij heeft verteld.

De advocaat van Marius vraagt om begrip.
Zegt: ‘Marius is een arme sloeber. Hij verliet huis en haard. Dan moet je wel wanhopig zijn. De mensen die de touwtjes in handen hebben, blijven buiten schot. Kansloze jongens als Marius worden misbruikt, zoals bolletjesslikkers die op Schiphol door de mand vallen, worden misbruikt.’

Dat Marius een verhaal vertelt dat niet waar is, moeten we maar begrijpen, vindt de advocaat. Het kan ook best zo wezen dat het voor hem levensgevaarlijk is de waarheid te vertellen.
Omdat het wellicht zo is dat de oude staalwerkers hem altijd weten te vinden.

Tegen de tolk brabbelt Marius dat hij spijt heeft.
Dat hij in de gevangenis met zijn moeder heeft kunnen bellen.
Dat de ruzie is bijgelegd.

Zijn moeder verhuurt dingen.
Hij kan voor haar werken.
Hij kan de administratie van die dingen doen.

De officier van justitie zegt niet dat het de hoogste tijd is dat de banken hun spullen en ons geld eens wat beter moeten beveiligen en beheren.
Dat het te gek voor woorden is dat kleine jongetjes uit Galati met een gasbrandertje onder de jas, grote concerns in de luren kunnen leggen.
Dat het niet zo kan wezen dat politie en justitie maar moeten komen opdraven omdat die bankenconcerns nalatig zijn.

Dat zegt de officier van justitie niet.

Hij zegt dat skimmen een plaag voor de samenleving is.
En dat jongetjes als Marius een negatieve uitstraling hebben op hun land, op mooi Roemenië.

Marius hoort wegens het valselijk opmaken van betaalpassen, terwijl het voorgenomen misdrijf niet is voltooid, een gevangenisstraf tegen zich eisen van zes maanden.
Hij had op een jaar gerekend.
Nu komt hij eind deze maand vrij.

Marius vertelt nog dat hij zijn moeder heeft beloofd dat hij, zodra hij de gevangenis mag verlaten, direct thuis zal komen en onderweg geen gekke dingen zal doen.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 17 juni 2010 – uitspraak
Marius is schuldig bevonden en ook strafbaar. Hij heeft op papier een hogere straf gekregen dan de officier had geeist: 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk. De rechtbank motiveert dit met het uitspreken van de hoop dat hij het niet nog een keer zal doen en ook dat van deze straf een afschrikkende werking uitgaat. Alle kanslozen in Galati: u bent gewaarschuwd.

Skimmen

foto: politie groningen

foto: politie groningen

Het doet een klein beetje denken aan de wonderlijke capriolen van Aage M.(1942 – 1985), de meesterkraker met zijn thermische lans.
Aage genoot enige sympathie.
Destijds.

Dat zal wel niet gelden voor George (1990 – heden).
Ook hij deed zijn werk in de nacht.
George liet zich, net als Aage dat soms deed, insluiten en als iedereen dan rustig sliep, haalde hij zijn gereedschap tevoorschijn en ging aan de slag.
Hij monteerde leeskoppen in pinapparaten en pal daarboven, in het systeemplafond, camera’s.
De volgende ochtend liep hij met de eerste klanten dan weer de winkel uit.
Anderen deden de rest.

Zo moest het.
Maar op 4 juli werd hij gepakt, verstopt in het rek met trainingsbroeken in de Scapino aan de Vismarkt.
Dat kwam omdat een medewerker ’s ochtends bij binnenkomst zag dat er iets niet pluis was met dat plafond.
Van het winkelalarm had George overigens geen last gehad.
De winkelbedrijven aan de Vismarkt in Groningen hebben met de buurt afgesproken dat alarmbellen na een paar minuten automatisch zwijgen.

Dat laatste zeiden de rechters vanochtend tijdens de strafzaak tegen George.
Ze moesten daarbij wel een beetje glimlachen.
Het alarm van Scapino was ook niet eens doorgeschakeld naar een alarmcentrale.
Beetje raar, misschien ook wel te duur.

De rechters zeiden het tegen niemand in het bijzonder, want George was er niet.
Na zijn arrestatie had hij volgens justitie flink zitten jokken en toen achter de tralies gezet.
Maar na 21 dagen vonden ze dat welletjes.
George mocht op 24 juli gaan, hij mocht zijn strafzaak – vandaag dus – in vrijheid afwachten.

Ook toen geen aanhoudend gerinkel.
George wachtte dus niks af, hij pakte de eerste de beste bus en ging terug naar Focsani, Roemenie, terug naar zijn moeder.

Wie het vertrouwen in het betalingsverkeer ondermijnt, moet boeten, zei desondanks de officier van justitie in de lege zittingszaal 14.
Ze eiste zes maanden celstraf.

George had bij de politie eerst gezwegen en toen gezegd dat hij was gedwongen door een criminele bende bij wie hij schulden had. Ze hadden hem op het vliegtuig gezet. Door te doen wat hem was opgedragen, kon hij zijn schulden inlossen.

Justitie gelooft daar niks van.
Want er bestaat helemaal geen vliegtuig van Roemenie naar Rotterdam.
En hij was ook helemaal niet al een tijdje in Groningen toen hij zich op 3 juli in de schoenenzaak liet insluiten.
Uit onderzochte gegevens uit zijn mobiele Nokia had de politie vastgesteld dat hij op die dag vanuit Rotterdam naar Groningen was gereisd.

Zijn advocaat – die geen contact meer met George heeft – deed wel zijn werk.
Eén jokje betekent toch nog niet dat alles is gelogen, zei de advocaat.
Dus dat van die bende kan heus wel waar zijn.
De advocaat stelde een straf voor van 21 dagen.

Scapino was afgelopen zomer niet de enige zaak waar skimmers zich lieten insluiten. De grote Hema in de Herestraat in Groningen kreeg bezoek, de Hema in Delfzijl, een tankstation in Uithuizen (inclusief gedupeerde banken) en bouwmarkt Gamma aan de Bornholmstraat in Groningen.

Het staat vast dat George niet betrokken is geweest bij die zaken, want toen zat hij nog wel vast.
Er zijn dus meer Georgen.
Maar waar die nu zijn?

Rob Zijlstra

uitspraak over twee weken

UPDATE – 12 oktober 2009 – nog een George
De politierechter heeft maandag 12 oktober 2009 een skimmer veroordeeld tot acht maanden celstraf waarvan vier voorwaardelijk. Het gaat om de man die zich liet insluiten in de Hema (Herestraat) en bij de Gamma in Groningen. Er was vier maanden celstraf geeist. De man verklaarde dat hij was gedwongen. Overigens ontkende hij betaalapparaten te hebben gemanipuleerd bij de Hema.
Behalve celstraf legde de politierechter de man een verblijfsverbod op voor heel Nederland. Aan het voorwaardelijk deel van de straf is een proeftijd gekoppeld van drie jaar.