De verdachte dader

Schermafbeelding 2014-02-07 om 20.54.12Ik schrijf het voorbeeld wel vaker op.
Wanneer de politie tien jongeren oppakt, kan de volgende dag in de krant staan dat de politie tientallen inbraken heeft opgelost.
Wij van de krant zouden dat niet zo moeten opschrijven, want het is helemaal niet waar.
Wat wel waar kan zijn is dat de politie jongeren oppakt die worden verdacht van een serie inbraken.

Schermafbeelding 2014-02-07 om 20.53.15Bij goed politiewerk worden daar voldoende wettige bewijzen bijgeleverd opdat rechters in overtuiging kunnen oordelen dat die rotzakken het inderdaad hebben gedaan.

Schermafbeelding 2014-02-07 om 21.13.40Ieder zijn rol; het is wezenlijk in een rechtsstaat waar de macht is verdeeld.
Dat is ook niet bedacht om boeven te beschermen, zoals hier en daar wordt geroeptoeterd.
Het is bedoeld om de burger te Schermafbeelding 2014-02-07 om 21.13.22beschermen tegen willekeur van een machtige overheid.

In de rechtszaal is het onderscheid tussen verdachte en dader wezenlijk.
De verdachte is zoals hij daar zit onschuldig.
Dat weet iedereen.
Er bestaan wel ernstige verdenkingen tegen hem, want anders mag hij niet eens verdachte wezen.
Nadat rechters na wikken en wegen besluiten dat de verdachte schuldig is, komt de dader in beeld.
Is hij vervolgens ook nog een strafbare verdachte – toerekeningsvatbaar, geen zelfverdediging – dan verandert zijn status in die van een echte dader.

We worstelen met het onderscheid.
En steeds meer, meer naarmate het slachtoffer een voornamere rol krijgt binnen het strafproces.

Vrijdagmiddag werd dat op bijzondere wijze geïllustreerd met een voorval in zittingszaal B van het gerechtshof in Leeuwarden.

In de verdachtenbank – bij het hof is dat een ouderwetse stoel – zit Javier S.
De rechtbank in Groningen heeft hem het stempel van dader gegeven.
Volgens de rechters in Groningen heeft Javier S. op 4 februari 2012 in cafe ’t Kleine Kroegje de 35-jarige Ertas Cakici doodgeschoten.
Voorbedacht en dus moord.
Hij is veroordeeld tot 15 jaar celstraf.

Maar Javier S. zegt dat hij onschuldig is en tekende hoger beroep aan.
Dat maakt dat hij op dit moment weer verdachte is.

Nadat het hof de feiten heeft besproken – waarbij Javier zich beroept op het zwijgrecht – worden de zus en de partner van Ertas Cakici in de gelegenheid gesteld de rechters (raadsheren) toe te spreken als nabestaanden.
Zij mogen een slachtofferverklaring voorlezen.
Dat kan sinds 2005.
Zij mogen aan de rechters vertellen wat de misdaad met hen heeft gedaan.
Hoe verdrietig ze zijn.

De wet biedt die mogelijkheid en als het aan Opstelten & Teeven ligt wordt die wet op dit punt nog verruimd.

Maar strafrechtadvocaat Jan Boone maakt bezwaar.
Hij zegt tegen het hof dat Javier de verklaringen van de nabestaanden niet wil aanhoren.
Die verklaringen zijn immers bedoeld voor de dader.
En Javier is vooralsnog een onschuldige verdachte.
Geen dader.

Boone wil dat zijn client de rechtszaal mag verlaten zodra de nabestaanden het woord krijgen.
Het hof stemt daar zonder discussie mee in.

Javier wordt afgevoerd en de zus en de partner doen hun verhalen.
Die gaan door merg en been.
Hun verdriet, de woede en de machteloosheid, is onmetelijk.
Op indringende wijze weten ze dat te verwoorden.
Er wordt intens gehuild.
Ik ga hun woorden hier niet herhalen, want daarmee zou ik hen tekort doen.
Denk maar aan erg veel verdriet waarin troost zich geen raad weet.

Zodra zus en partner zijn uitgesproken en brokken in de keel zijn weggeslikt, wordt Javier opgehaald en moet hij weer plaatsnemen op de stoel tegenover zijn rechters.

Nooit eerder had ik dit meegemaakt.
Ik twitterde het voorval vanuit de zittingszaal de wereld in.
Andere rechtbankverslaggevers reageerden: nee wij ook niet.

Zoiets kan niet, vond een medewerkster van Slachtofferhulp.
Een slachtofferverklaring is een confrontatie tussen de verdachte dader en het slachtoffer.
Die kan daar dus niet voor weglopen.
Wel waar, reageerden advocaten, een verdachte heeft immers geen aanwezigheidsplicht.

Hoe dan ook: het schuurt.

Rob Zijlstra

de slachtofferverklaring

slachtofferverkl

In de aanbieding: verdriet

aanbiedingHeeft een moeder wiens wier kind seksueel is misbruikt door haar ex (tevens vader van het slachtoffer) recht op een schadevergoeding?

Man heeft zijn kind gedurende een jaar meerdere keren seksueel misbruikt. Het kind is nu vijftien jaar en eist schadevergoeding, een bedrag van 12.500 euro.

De officier van justitie onderschrijft dat het kind schade heeft geleden, maar vindt het gevorderde bedrag te veel van het goede.
Volgens de officier van justitie is een bedrag van 7.500 euro billijk.
Zij verzoekt de rechtbank dit bedrag aan het slachtoffer toe te kennen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Die maatregel houdt in dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) namens het slachtoffer het geld bij de veroordeelde gaat innen.

De moeder claimt in dezelfde strafzaak ook schade: 2.500 euro.

Haar ex-partner is eerder veroordeeld wegens seksueel misbruik van haar dochter.
Hij werd uit de ouderlijke macht gezet en mocht geen contact hebben met zijn dochter.
Na gevangenisstraf te hebben uitgezeten, vergreep hij zich aan de zoon die zo nu en dan bij hem op bezoek kwam.

Gedragsdeskundigen hebben vastgesteld dat er sprake is van een ziekelijke stoornis: pedofilie.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de schadeclaim van de moeder af te wijzen.
Alleen het slachtoffer kan zich met een claim voegen in het strafproces.
Dat de moeder schade heeft geleden, dat ze is beschadigd,  staat volgens de officier van justitie niet ter discussie.
Dat heeft en is ze.
Maar de schade die ze heeft geleden, is niet een rechtstreeks gevolg van de gedragingen van haar ex.
Wil ze haar schade hebben vergoed, dan moet ze zich wenden tot de civiele rechter.

Bovenstaande is de standaard redenering van het Openbaar Ministerie omdat die overeenkomstig zou zijn met de bedoelingen van de wet.
De officier van justitie: ‘Voor de moeder biedt de wet onvoldoende mogelijkheden.’

De advocaat van de verdachte vader kan zich daar in vinden.
De advocaat zegt (vrij vertaald): ’Moeder is geen rechtstreeks slachtoffer.
Zou zij wel in aanmerking komen voor een vergoeding dan is er sprake van een vercommercialisering van verdriet. Dat wil de wet niet en dat moeten wij ook niet willen.’

De advocaat van de moeder ziet het anders.
De moeder, zo luidt zijn filosofie, is rechtstreeks getroffen.
Ze was geen beoogd slachtoffer (van het seksueel misbruik), maar ze is wel geraakt.
Bovendien: ze is moeder, er is sprake van een vereenzelviging van moeder en zoon.

De advocaat maakt een vergelijking met brand en brandstichting.
Ook daarbij kunnen slachtoffers vallen, ook slachtoffers die de brandstichter niet had beoogd.
Van vercommercialisering van verdriet is hier geen sprake.
Met de regel dat er sprake moet zijn van rechtstreekse schade, heeft de wetgever niet bedoeld om moeders uit te sluiten.

Wie heeft het meest gelijk?

Rob Zijlstra

 bovenstaande speelt in een strafzaak die vorige week diende en waarin de rechtbank volgende week uitspraak doet
•• als het aan Opstelten en Teeven (veiligheidsmannen van justitie) ligt gaat de veroordeelde verdachte straks diep in de buidel tasten – eigen bijdrage 

Het mensbeeld

imagesSteeds vaker en inmiddels ook vaker niet dan wel bestaat de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen uitsluitend uit vrouwelijke rechters.
Sterker nog, steeds vaker is heel het togadragende gezelschap – de drie rechters, de griffier, de officier van justitie en de advocaat – vrouw.
Het zegt niets en het is ook helemaal niet erg.
Veel erger is dat het plegen van misdrijven al eeuwen achtereen een mannending is.
Mooier kunnen we het mensbeeld niet maken.

Vrouwelijke verdachten zijn in de zalen van het strafrecht ontzettend in de minderheid, in Groningen scoren ze nog geen tien procent.
Dit jaar werden dertien vrouwelijke verdachten in zittingszaal 14 veroordeeld tot daders en één mevrouw werd vrijgesproken.
Er zijn geen misdaden die typisch vrouwelijk zijn.
De veertien werden beticht van diefstal (4), geweld, ook met messen (4), drugshandel (2), fraude (2) en brandstichting (2).
Zegt ook niets, mogelijk zijn vrouwen slimmer.

Zodra cijfers in de misdaad opduiken – geldbedragen uitgezonderd – is het oppassen geblazen.
Conclusies trekken is bloedlink.
Neem brandstichting, een misdaad waar zware straffen mee gepaard gaan, zelfs levenslang.
Maar om Linda, 42 jaar, nu een crimineel te noemen?
In de misdaadstatistieken is ze aanwezig, maar in de gevangenis kom je haar na dit weekeinde niet tegen.

Linda heeft opzettelijk een kussen op een bank in haar woning met vuur in aanraking gebracht.
In grote lijnen weet ze nog wat er die dag is gebeurd.
Alles was bij elkaar gekomen.
Het gedoe met de biobak, de buurvrouw die haar uitnodigde voor een kopje koffie wat ze niet wilde, maar toch accepteerde omdat ze tot haar grote frustratie geen nee durft te zeggen, de vervelende sms’jes van de vader van haar kinderen en iets op Facebook.
Ze pakte een rondslingerende aansteker en stak impulsief als ze is, een kussen op de bank in brand.
Toen belde ze 112 en kwam haar vader het vuur doven.

Het leven van Linda zit in de knoei.
Ooit was dat niet zo.
Tien jaar lang was ze gelukkig en getrouwd.
Iets ging mis en daarna verliep alles moeizaam.
Ze is sociaal onhandig, maar zeer gemotiveerd het goed te doen.
Borderline.

Nadat haar vader het vuur had gedoofd en de politie was gekomen om Linda af te voeren, is geprobeerd een plek voor haar te vinden in een psychiatrische instelling.
Dat lukte niet.
Geen plek. Linda niet ernstig genoeg.
De officier van justitie zegt: ‘Ik ben er niet trots op dat ik destijds moest beslissen dat mevrouw naar het huis van bewaring moest.’

De officier van justitie zegt dat er, vijf maanden verder, een plek is gevonden.
Maandag aanstaande kan Linda worden opgenomen.
Dat is beter dan het huis van bewaring waar ze nu al 156 dagen zit, vaak ook in de isoleer.
Het is genoeg.
De officier van justitie: ‘Ik denk dat hiermee een goede afweging is gemaakt tussen de belangen van de samenleving en die van verdachte.’

Bij Linda gloort een sprankje hoop, ze is weer verliefd en droomt dat het wat wordt.
Hij heeft haar in het gevang dan wel niet bezocht, maar toch…
De drie rechters tonen als moeders een en al begrip, zeggen dat ze over twee weken uitspraak doen, maar dat Linda maandag aanstaande gerust het huis van bewaring mag verruilen voor een instelling waar ze haar kunnen helpen.

Jochem (40) is ook een verdachte die de misdaadstatistieken kleurt.
In 2007 kreeg hij twee jaar cel, in 2011 vijftien maanden.
Steeds voor hetzelfde: Jochem is een praatjesmaker.
Hij vertelt valselijk en listiglijk en bedrieglijk verhaaltjes aan mensen die dan diep geroerd hem een tientje of twintig euro geven voor de trein of bus.
De babbels van Jochem zijn echter in strijd met de waarheid, want zijn autosleutels liggen helemaal niet in de afgesloten auto.
Jochem heeft niet eens een auto.
En dus hoeft hij ook niet de reservesleutel van huis op te halen met bus of trein waarvoor hij het geld nodig zegt te hebben.
Het geld dat hij bijeen babbelt is voor de drugs waaraan Jochem al vijftien jaar verslaafd is.

Een groot crimineel kun je hem ondanks zijn lange staat van dienst niet noemen.
De officier van justitie zegt dat Jochem in 2011 de laatste kans heeft gekregen en dat hij nu de allerlaatste kans krijgt waarbij hij zich moet realiseren dat de laatste kansen wel op beginnen te raken.
Jochem kijkt blij want hij weet wat het betekent: een niet al te lange straf en daarna naar de kliniek wat hij zo graag wil.
De eis: een jaar celstraf, maar daarvan de helft voorwaardelijk.
Met een beetje mazzel kan Jochem volgende maand de kliniek in.
Jochem tegen de rechters: ‘Ik vind het een wonder dat het allemaal kan.’

Er zit een slachtoffer in de zaal, bijgestaan door Slachtofferhulp.
Jochem had op het Vennenplein in Delfzijl twintig euro uit haar portemonnee gepraat.
Dat geld wil ze terug.
Daarnaast wil ze een vergoeding voor de immateriële schade: 250 euro.
Ze zegt tegen de rechters dat ze altijd heel veel voor mensen voelde, maar dat ze nu bang is, dat ze nu medicatie nodig heeft.
Rechters: ‘Heeft u een verklaring van een arts waaruit blijkt dat u bang bent?’
Nee, dat heeft ze niet. Maar ze durft ’s avonds de hond ook niet meer uit te laten, bang dat een man haar pakt.
Rechters: ‘Heeft hij u dan vastgepakt?’
Slachtoffer: ‘Nee, dat niet, hij was een gewone man, een leuke man ook. Maar hij heeft wel mijn mensbeeld verstoord.’

Slachtoffers kom je veel tegen in de misdaadstatistieken, maar dat zegt dus ook niet altijd alles.

Rob Zijlstra

UPDATE – 17 oktober 2013 – uitspraken
Linda is veroordeeld tot de dagen die ze opgesloten heeft gezeten, conform de eis dus. Hulpverlening is belangrijker, vinden ook de rechters, dan straffen.  Ook Jochem kreeg een straf die gelijk is aan de eis: 6 maanden zitten. Hij won het vertrouwen, leende geld, maar heeft nimmer de intentie gehad het geleende terug te betalen. Kwalijk, ook al omdat hij zich in het verleden vaker aan dit delict schuldig heeft gemaakt.  Aan twee slachtoffers moet hij het geleende nu terugbetalen, tweemaal een bedrag van 20 euro. Maar daar blijft het ook bij. De mevrouw die 250 euro extra wilde hebben krijgt dat niet.