Familieaangelegenheid

familieMohammed is als man van 27 jaar de baas in huis.
Een van zijn mannentaken is oppassen.
Oppassen op zijn jongere zusjes.
Dat het hier anders gaat dan in Somalië, dat weet hij.

Tegen de rechters had hij gezegd dat hij zich daarom ook aan de Nederlandse wet wil houden.
En dat hij ook wel snapt dat wat hij heeft gedaan fout is.
Volgens hem is dat geen reden voor rechters om achterlijke vragen aan hem te stellen.
Het is niet altijd slim om dergelijke uitingen van kritiek op rechters die over je moeten oordelen te uiten.
Maar Mohammed is geen domme man en is zeker niet een man om zijn mond te houden.

Op de publieke tribune zit zijn familie.
Broers en zussen.
De blikken staan op boos.
Als oppasser zou Mohammed voor veel problemen hebben gezorgd.
Hij woonde weliswaar niet meer thuis, maar in het weekeinden kwam hij langs.

Mohammed is een dominante man, had de reclassering aan de rechters gerapporteerd.
Iemand ook die nogal overtuigd is van zijn eigen gelijk.
Het zelfinzicht: gebrekkig.

In augustus dit jaar kwam er een melding bij de politie binnen van een steekpartij in een woning in Hoogezand.
In de woning zit een vrouw gewond op een stoel.
Ze is met een aardappelschilmesje gestoken in arm, been en tweemaal in de rug.
Het is niet aan de verdachte te danken dat zus nog leeft, zullen de rechters later zeggen.

Mohammed vermoedde dat zijn zus op wie hij moet oppassen alcohol had gedronken en sigaretten had gerookt op een feestje.
Daarover ontstond een hevige woordenwisseling.
En toen had hij haar gestoken.

In de rechtszaal wil Mohammed er niet te veel over kwijt.
Hij zegt dat het om een familiekwestie gaat die ook als zodanig moet worden opgelost.

Twee andere zusjes zouden regelmatig door hem worden mishandeld.
Hij zou hen slaan en schoppen en lelijke dingen roepen over nooit geen kinderen.
De zussen geven aan dat Mohammed zelf een grote familiekwestie is: ze zijn allemaal als de dood voor hem.
Misschien was het daarom dat er in de rechtszaal vooral boze blikken waren.

De officier van justitie zegt dat het best zo kan zijn dat het een familieaangelegenheid betreft.
Maar dat er een moment komt dat zo’n kwestie iedereen aangaat.
En dat dat hier het geval is, omdat er iemand ernstig gewond is geraakt, omdat iemand aangifte heeft gedaan.
De officier van justitie: ‘En dan heeft de maatschappij het recht te horen wat er is gebeurd. Wij zijn immers geconfronteerd met die gedragingen en de gevolgen daarvan.’

Mohammed is er niet van onder de indruk en blijft nukkig en zwijgen.
Maar halverwege de zitting had Mohammed zich omgedraaid en was met zijn familie is discussie gegaan.
De rechters sommeerden hem daarmee onmiddellijk op te houden.
Toen Mohammed maar door bleef gaan met boos praten, werd hij uit de rechtszaal verwijderd.

De strafeis luidde: vier jaar gevangenisstraf waarvan een jaar voorwaardelijk wegens mishandeling en een poging tot moord.
Vandaag deed de rechtbank uitspraak.
Geen voorbedachte raad, dus geen (poging tot) moord.
Wel een poging tot doodslag.
En mishandeling.
Het vonnis: vier jaar.
De rechters: ‘Gezien de houding van verdachte op de zitting zien wij geen reden een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.’

Dat klinkt misschien wel logisch of voorstelbaar.

Maar dan…
Vier jaar cel waarvan een jaar voorwaardelijk betekent netto drie jaar zitten: 36 maanden.
Vier jaar cel zonder voorwaardelijk deel is vier jaar en dat betekent in de praktijk dat daarvan tweederde deel van moet worden uitgezeten: 32 maanden.

Achteraf kunnen ze Mohammed nog lastigvallen met dat derde eenderde deel.
Maar vooralsnog heeft hij met zijn houding ter zitting vier maanden verdiend.

Rob Zijlstra

De Marathonman (2)

rennende_jongenSaid kijkt ontzet.
Vijftien maanden, pruttelt hij richting rechters, ‘dat is wel bijna anderhalf jaar hoor.’
Hij zegt: ‘Ik ben in shock, ben sprakeloos.’

Dat komt omdat hij onschuldig is.
Said had die 150 euro dus gewoon gekregen.
Rechters: ‘Is dat niet een beetje raar?’
Said, op een onbekende dag in 1991 geboren in Kismayo, Somalië: ‘Ach, je moet een gegeven paard niet in de bek kijken. Toch?’

Dit verhaal moet eigenlijk beginnen in december 2009.
Said zag het toen even niet meer zitten, pakte een mes uit de keukenla, deed een bivakmuts over zijn jongenshoofd en stapte de Shell Shop binnen.
Tegen de medewerkster die bij de ingang stond te stofzuigen riep hij dat zij nu geen rare dingen moest doen en dat hij geld wilde.
Met 400 euro ging hij er hollend vandoor.

Dat laatste werd hem noodlottig.
Said kon namelijk ontzettend goed hard hollen en wel zo goed dat vrienden hem De Marathonman noemden.
Dat was in Veendam zijn bijnaam.
Toen Said met die 400 euro zich hollend uit de voeten maakte, passeerde toevallig een auto met daarin drie kennissen van hem.
Die zeiden tegen elkaar: ‘Hé kijk nou, daar rent De Marathonman.’
Het nieuws dat het tankstation was overvallen ging snel rond en bereikte ook de auto met daarin die drie kennissen.
Die drie legden een verband tussen wat ze net hebben gehoord en daarvoor hadden gezien.
Dat vertelden ze aan de politie.
Twee uur later zat Said op het bureau en 285 dagen later – in september 2010 – in de rechtszaal.

Hij werd niet opgeknoopt aan de hoogste boom. Dat had wel gekund, maar de rechters hielden rekening met zijn persoonlijke omstandigheden.
Het leven van Said is ingewikkeld.
Toen hij 10 jaar was, vluchtte hij met zijn moeder en zusjes naar Nederland, vader misschien wel vermoord.
Als oudste moest de kleine Said gezinstaken uitvoeren.
De psychiater schreef aan de rechters van toen dat Said was overvraagd wat had geleid tot depressiviteit en een begin van een persoonlijkheidsstoornis.
Hulp zou wenselijk zijn.

De rechters veroordeelden hem tot een gevangenisstraf van 222 dagen waarvan 180 voorwaardelijk – de tijd die hij in voorarrest had gezeten – en een taakstraf van 240 uur. Voorwaarde was dat hij hulp zocht voor zijn psychische problemen.
Hij kreeg ook een gratis advies van zijn rechters: ga weer hardlopen.

Nu zit Said weer in de verdachtenbank van zittingszaal 14.
Tussen toen en nu zijn welgeteld 921 dagen verstreken

In café Rembrandt was hij Peter tegengekomen.
Ze troffen elkaar op het toilet.
Tegen de rechters zegt Said: ‘Het was een heel raar gesprek.’

Peter had gevraagd waarom hij hem zo dreigend aankeek.
Said had toen geantwoord: ‘Wat denk je zelf?’
Peter weer: ‘Hebben we nu problemen?’
Said tegen de rechters: ‘Rare sfeer. Het was alsof we zouden gaan vechten.’

Rechters: ‘Ga verder.’
Said: ‘Die jongen zei toen, weet je, we kunnen dit ook anders oplossen. Ik ben bereid jou geld te geven. Ik heb toen gezegd: doe maar. Toen zijn we naar de pin gelopen en gaf hij mij 150 euro. Toen zijn we teruggegaan naar Rembrandt.’

Op dat moment vroegen de rechters dus of dat niet een beetje raar was en begon Said over het paard en de bek.
Rechters: ‘Vond u dat u recht had op dat geld?’
Said: ‘Als ik heel eerlijk ben, ja. En als iemand je een cadeautje geeft, ben je ook blij.’

Hij geeft toe: ‘Ik was dronken, maar Peter ook.’
En: ‘Ja, misschien voelde Peter zich bedreigd, dat kan. Maar ik heb niet gezegd dat hij dat geld aan mij moest geven. Had ik dat gewild, dan hij ik zijn hele bankrekening wel geplunderd, dan wil ik toch meer dan 150 euro?’

Peter vertelde het verhaal anders.
Eerst aan zijn vrienden en daarna aan de politie.
Peter vertelde dat Said hem op het toilet bedreigde, hij zei dat hij geld wilde hebben, dat hij mij wilde neersteken en dat hij wist waar mijn familie woonde.

Said had niets aan de politie verteld.
Dat hij het geld had gekregen, vertelt hij nu in de rechtszaal voor het eerst.
Eerder had hij gezegd, ook tegen zijn advocaat, dat het geld van zijn vriendin was.

Een van de rechters, zomaar boos en met stemverheffing: ‘Wanneer vertelt u de waarheid? Of u heeft tegen uw advocaat gelogen of u zit nu te liegen? Wat is het nou?’

Said blijft rustig.
Zegt dat hij het allemaal heel erg vindt.
Hij zegt: ‘Ik zit er mee.’

De officier van justitie zegt: ‘Ik vind hem volledig niet geloofwaardig. Hij krijgt geld van iemand die hem eerder heeft verlinkt voor een overval. Zwetsverhaal. Hij heeft geld afgeperst van iemand die eerder een belastende verklaring tegen hem aflegde, van iemand die hem had zien hollen, kort na een overval op de Shell Shop. En toen de politie had gebeld. Dit is pure afpersing.’

Vijftien maanden gevangenisstraf.
Dat daarvan vijf maanden voorwaardelijk mogen, heeft Said denk ik in zijn schrik niet meegekregen.

De advocaat verzoekt te rechtbank meer rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden, van een jonge jongen die nooit de middelen heeft gekregen om zich te kunnen handhaven.

Said holt nog steeds.
Maar nu weg voor de problemen, vluchtend in drank en in drugs.
Persoonlijkheidsstoornis.
Antisociale trekken.
Geen gewetensfunctie.
Hulp zou wenselijk zijn.
Said zegt: ‘Allemaal moeilijke woorden. Ik heb gehoord dat er een kans bestaat dat ik ptss heb. En ik ben het er niet mee eens dat ik zo lang moet zitten.’

Rob Zijlstra

.
• ptss
 de marathonman, deel 1

 

.

UPDATE – 22 april 2013 – uitspraak
Said moet conform de eis van de officier van justitie zitten: 15 maanden waarvan 5 voorwaardelijk, netto is dat 10 maanden.  Zijn verhaal is niet geloofwaardig.

HET VONNIS (zodra beschikbaar)

Draaikont

foto: kees van de veen / dvhn

Hasan is nog niet zo heel lang in Nederland, maar spreekt vloeiend de taal.
Veel verdachten die net als Hasan uit Somalië komen, spreken goed Nederlands.

Hasan is ook ernstig van plan om heel wat van zijn leven hier te gaan maken.
Hij wil certificaten halen en diploma’s en dan wil hij werken.
Zijn verleden met bakken vol ellende moet in schril contrast komen te staan met zijn toekomst.
Dat is wat Hasan wil.

Zover is het nog niet.
Hasan heeft problemen met zijn emotioneel welzijn, weet zich moeilijk een houding te geven, kan niet omgaan met geld, alcohol en drugs, mist sociale vaardigheden, vertoont impulsief gedrag, heeft weinig zelfinzicht, hij ontbeert probleembesef.

Anders gezegd –zoals ze dat in de rechtszaal zeggen – Hasan heeft op meerdere leefgebieden problemen en dat voorspelt doorgaans weinig goeds.

Komt nog bij dat hij een dikke draaikont is.
Dat laatste is niet een kwalificatie van gedragswetenschappers, maar van de officier van justitie.

Hasan staat terecht omdat hij op 20 maart vorig jaar om kwart voor zes in de ochtend, in de Papengang in de binnenstad van Groningen, dronken Jaap heeft beroofd.
Hasan zegt dat dat niet terecht is.
Dat hij het niet heeft gedaan, dat hij die ochtend niet eens in de binnenstad was.

Feit is dat Jaap in die donkere uitgaanssteeg tegen de muur werd gezet, de punt van een mes tegen de buik kreeg gedrukt en zijn mobiele telefoon moest afgeven.
Een Sony Ericsson Xperia.
Toen Jaap met de rug tegen de muur aanbood zijn toestel terug te kopen, pakten ze ook zijn vijftig euro af.
Daarna renden drie straatrovers weg.

Hasan zou een van hen zijn geweest, want de politie kwam hem op het spoor.

Dat was niet zo moeilijk.
Gestolen telefoons worden doorgaans weer gebruikt.
Veel boeven denken – gek genoeg nog steeds – dat als je een gestolen toestel voorziet van een andere simkaart, er niks meer aan de hand is.
Maar dat is wel zo.
Een mobiel telefoontoestel heeft een uniek nummer dat niet is gekoppeld aan de simkaart, maar aan het toestel zelf.
Dat unieke nummer – het IMEI-nummer – is via het mobiele netwerk net zo gemakkelijk te traceren als het 06-nummer zelf.

Dus al vrij snel ontdekken de speurders dat het toestel weer wordt gebruikt.
Door ene Lowie.
Ene Lowie wordt opgepakt en zegt dat hij het toestel van zijn vader heeft gekocht.
De vader van Lowie zegt dat hij het toestel op zijn beurt van ene Hasan had gekocht, een oude bekende van zijn zoon.
Lowie had geknikt.
Vroeger had hij nog met Hasan gespeeld.
Hij was ook wel eens bij hem thuis geweest.
Hasan had 150 gevraagd, maar ze hadden afgesproken bij de Jumbo en er 80 euro voor betaald.

Hasan zegt dat het onzin is.
Hij zegt dat hij Lowie niet kent en diens vader ook niet.
Dat er niks van waar is.
Dat hij die beroving niet heeft gedaan.

Rechters: ‘Geef me een reden om je te geloven.’
Hasan: ‘Geen me een reden waarom jullie Lowie en zijn vader geloven.’

Bij de politie had Hasan een ander verhaal verteld.
Daar vertelde hij dat hij de beroving samen met Albert had gedaan.
En dat Albert de telefoon had doorverkocht, misschien wel aan Lowie.
De rechters wijzen hem erop dat hij onder die verklaring ook zijn handtekening heeft gezet.

Hasan zegt dat dat best zo mag wezen, maar dat hij dat heeft verzonnen.
Om Albert die 250 euro van hem had gejat een hak te zetten.
Daarom.

Albert ontkent ook dat hij iets met die straatroof te maken heeft.
Maar hij heeft wel erkend dat hij 250 euro van Hasan had weggenomen.
En dat hij Hasan die bewuste nacht ook in de binnenstad heeft zien lopen.

Rechters: ‘Dus Lowie en zijn vader ken je niet en bij de politie heb je alles verzonnen?’
Hasan: ‘Yep.’
De rechters raken wat geïrriteerd.
Zij zijn toch niet van gisteren?
Geïrriteerd: ‘Nu zit je al een half jaar in voorarrest. En dan kom je hier en dan ga je gewoon een kulverhaal op zitten hangen.’
Hasan: ‘Ik zeg het je toch.’
Rechters (vrij vertaling): klets.

De officier van justitie zegt dat Hasan zich schuldig heeft gemaakt aan een korte-klap-beroving.
Easy money.
En dat dit soort berovingen een enorme impact heeft, niet alleen op het slachtoffer, maar op heel de samenleving.
De officier van justitie zegt dat als je zo’n feit pleegt en tegen de lamp loopt, dat je dan open en eerlijk moet zijn.
En niet een dikke draaikont.

En hoewel Hasan nog maar net kind af is en nog niet heel hoog is opgeklommen, vreest de aanklager dat Hasan behoorlijk aan het afglijden is.
‘Hij gaat de verkeerde kant op. Ik hoop het niet, maar ik ben bang dat we hem hier vaker zullen zien.’
Om te voorkomen dat dat volgende week al het geval is, eist hij twee jaar gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.
Daarnaast moet hij aan het slachtoffer 850 euro betalen (eis), dat is inclusief die geroofde 50 euro.

De advocaat die helemaal vanuit Den Haag met de trein naar Groningen is gereisd zegt dat Hasan misschien zo’n draaikont lijkt omdat hij het niet weet, dat hij maar wat zegt omdat hij er echt niet bij is geweest. Dat Jaap het slachtoffer, die een tijdje op Curaçao heeft gewoond, rept over drie Antilianen die hij ook Papiaments heeft horen praten. Dat Hasan niet op een Antilliaan lijkt en dat Hasan met zes maanden voorarrest lang genoeg heeft gezeten. Dat Hasan terecht kan bij zijn vader die goed voor hem zal zorgen.

Rechters (vrij vertaling): klets.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 11 maart 2010 – uitspraak
De rechtbank heeft Hasan veroordeeld tot 24 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. In een tweede vonnis (van de kinderrechter) kreeg hij nog een week jeugddetentie en een taakstraf van 14 uur.


Curriculum Vitae van Abdel

Er zijn mensen die graag horen dat het de buitenlanders zijn die onze misdaden plegen.
Want dan kunnen ze denken, zie je wel.
Zij die dit denken, kunnen in onderstaand verhaal hun hart ophalen.
Het is een verhaal – meer een opsomming eigenlijk – over de misdaden van Abdel, over zijn cv.

Abdel komt uit Hargeisa, Somalië.
Toen hij 8 jaar was, kwam hij in zijn uppie als vluchteling naar Nederland.
Hier werd hij een ama – een alleenstaande minderjarige asielzoeker.

Was Abdel toen niet gekomen, dan was hij nu misschien wel een strijder geweest van de radicale Al-Shabaab-groepering, een visser zonder boot of was hij al lang en breed gesneuveld in de straten van Mogadishu.

Zijn familie is (of was) in goeden doen, zijn vader deed (of doet) iets met tankstations. Binnen de familie is de zeer welbespraakte Abdel de enige die niet wil deugen.

De voorbije vijf jaar stonden een kleine tweeduizend verdachten terecht in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank.
Qua frequentie staat Abdel fier op de eerste plaats, met zes bezoeken in zes verschillende strafzaken.

Het begint op 21 januari 2005.
Het gaat niet lekker met Abdel die dan al lang geen ama meer is, maar 23 jaar.
In de Coranthijnestraat probeert hij een taxi te beroven. Hij bedreigt de chauffeur met een mes, zegt ‘dit is een overval’ en eist geld.
Het mislukt.
Hij meldt zich later bij de politie en zegt dat hij het zonder hulp niet trekt.
Abdel wordt voor de poging veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk.

Ruim een jaar later, op 16 februari 2006, krijgt Abdel ruzie met Van X.
Hij slaat de man en als die omvalt, schopt hij hem.
Daarna slaat hij Van X. met een volle fles rode wijn op het hoofd.
Justitie gaat uit van een poging tot doodslag, maar de rechtbank vindt dat er sprake is van noodweer.
Abdel werd aangevallen en mocht zich verdedigen op de manier zoals hij heeft gedaan.
Hij wordt ontslagen van alle rechtsvervolging (ovar).

Het wordt in datzelfde jaar 11 oktober.
Abdel overvalt een hem bekende man nabij diens woning aan de Rembrandt van Rijnstraat. Hij dreigt met een mes (‘geld, anders prik ik je’). De buit bestaat uit twee mobiele telefoons en een klein geldbedrag. Hij wordt gepakt en de rechtbank veroordeelt hem tot anderhalf jaar celstraf.

Abdel is net weer op vrije voeten als hij op 31 januari 2008 in de Oude Kijk in ’t Jatstraat samen met een andere man drugs gebruikt. Onverwacht eist hij dat de medegebruiker zijn drugs betaalt en dwingt (mes) de man mee te lopen naar een pinautomaat.
Vijf dagen later, op 4 februari, volgt hij een jongeman op straat. Op het moment dat deze een woning aan de Muurstraat wil binnenstappen, springt Abdel naar voren en onder bedreiging van weer dat mes maakt hij zich meester van diens mobiele Sony Ericsson.

Abdel gaat er vandoor, maar de man holt hem achterna en weet ook de politie te waarschuwen.
Abdel wordt korte tijd later aangehouden.
Hij zegt onschuldig te zijn.
De gestolen telefoon heeft hij wel in zijn bezit.
Net gekregen, zegt Abdel, van een Antilliaan met een helm op.
Dit was ter compensatie omdat ‘de helm’ hem eerder vijf gram slechte cocaïne had verkocht.

Justitie eist ditmaal een jaar celstraf. De rechtbank legt dat ook op, maar bepaalt dat drie van de twaalf maanden voorwaardelijk zijn.
Misschien zal dat Abdel leren, een heel kwartaal als stok achter de deur.

Op 23 september 2008 is hij weer op vrije voeten.
Hij houdt op straat een fietser aan, stompt de man in het gezicht en eist de Montego-fiets op.
Hij wordt voor de zoveelste keer opgepakt, zit een paar maanden vast, maar wordt op 19 januari 2009 vrijgesproken.
Hij heeft het misschien gedaan, maar het aangeleverde bewijs is te gering voor een veroordeling.

Deze week zat Abel voor de zesde maal sinds 2005 in zittingszaal 14 van zijn huisrechtbank.
De overval op de woning aan de Westindischekade geeft hij toe.
Dat was ik wel, zegt hij, zij het dat het geen overval was.
Hij haalde er alleen wat geld op.

De vier straatroven waarvan hij wordt verdacht, gepleegd in april en mei van dit jaar, ontkent hij stellig.
Iemand die straatroven pleegt, is niet goed bij zijn hoofd, zegt hij tegen de rechters.
En dat een van de slachtoffers nog maar 16 jaar was, vindt hij heel naar.
Hij zegt: ‘Hartstikke rot voor zo’n jonge jongen, maar ik was het niet.’

Hij was in die woning omdat de bewoner hem slechte drugs had verkocht. Het klopt niet dat hij had aangebeld en toen direct dreigend met een mest stond te zwaaien. De politie kwam wel sussen, maar had niemand aangehouden. Later ontdekt de slechtedrugsverkoper dat zijn mobiele telefoon verdwenen was.

In de Kerklaan waar ’s nachts een bromfietser werd aangehouden door een man die om een sigaret bietste, was Abdel nooit geweest. Het slachtoffer verklaarde dat ze samen hadden gerookt, een leuk gesprek hadden gevoerd en ineens was de aardige man veranderd in een geweldadige engerd die hem een mes op de keel zette.
De buit: een mobiele telefoon, 15 euro aan contanten, een aansteker en een pakje sigaretten.

Ook de 16-jarige jongen was in de nacht aangesproken door een man die vroeg of hij diens telefoon even mocht gebruiken voor het versturen van een sms’je.
Nee, zei de jongen, waarop de man zei: ‘Niet fokken hè, ik ben geen kut-Antilliaan.’
De man dreigde met een mes en zo raakte de 16-jarige zijn Sony Ericcson K800i kwijt.
Heel gemeen, zei Abdel dus.

De man die aan de Korreweg werd beroofd, herkende zijn belager: ’t is Abdel ja.
Abdel zegt: ‘Tuurlijk herkende hij mij. Ik woon vijftig meter verderop. Hij heeft mij vast wel eens gezien. Maar ik ga toch niet zo dicht bij mijn huis iemand beroven?’
De man raakt zijn telefoon kwijt. En zijn fiets.

Op 7 mei, op de dag dat Abdel wordt aangehouden, zou in de Noorderstationsstraat een man met de rug tegen de muur zijn gezet en vervolgens beroofd van telefoon en geld.
Abdel moet glimlachen als de rechters hem hierover ondervragen.
Hij zegt dat hij het slachtoffer wel kent.
En het slachtoffer hem ook.
En bij de politie heeft hij daar dus niet over gesproken.
Met geen woord. Nogal logisch, vindt Abdel, want ik was het niet.

Met alle telefoons werd kort na de beroving gebeld met Bennie.
Abdel kent Bennie.
Bennie is de grootste dealer van Groningen, zegt hij.
Abdel denkt daarom dat de straatrover vast een junk moet zijn.

Er zijn tegenstrijdigheden in de opgegeven signalementen.
Abdel heeft wel een hoed, maar dat is een cowboyhoed en geen pooiershoedje waar een van de slachtoffers over rept.
Hij heeft wel haar, maar niet kort met stekels.
En ja, hij draagt een ketting. Van zilver. Niet van goud, zoals is gezegd.

Abdel mag de schijn tegen hebben, keihard bewijs is er niet.
De advocaat: ‘De mogelijkheid dat anderen het hebben gedaan, kan niet worden uitgesloten.’

De officier van justitie is echter zeker van zijn zaak.
Er zijn wel twee, drie rode draden en al die draden komen uit bij Abdel.
Hij eist vier jaar gevangenisstraf.

Abdel schudt het hoofd en kijkt nu heel ernstig.
Hij wil naar Rotterdam, om zijn leven daar verder vorm te geven.
Richting bouwkunde, had hij gedacht.
Er woont daar een broer van hem en die zal hem steunen.

Abdel: ‘Maar vier jaar onschuldig de gevangenis in? Nee. Dat zal ik niet kunnen verkroppen.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 november 2009 – uitspraak
Abdel heeft de rechtbank niet kunnen overtuigen: hij is veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf.

UPDATE – 1 december 2011 – uitspraak hoger beroep
Het hof is wel overtuigd en heeft Abdel vrijgesproken. Wel is hij veroordeeld voor heling, goed voor 3 weken celstraf. In totaal heeft hij in voor deze kwestie 20 maanden vastgezeten. Dat is 19 maanden en een week te lang. Recht op schadevergoeding heeft hij evenwel niet. Omdat hij niet volledig is vrijgesproken. Heel onrechtvaardig, zegt zijn advocaat. Ze gaat  iets proberen (meer volgt).

Abdel

De kans Abdel in zittingszaal 14 tegen te komen, is vrij groot.
Abdel is als verdachte zo’n beetje de meest trouwe bezoekers van de Groninger strafzaal.

Ga maar na.

In juni 2005 krijgt hij er vijftien maanden celstraf (waarvan vijf voorwaardelijk om het af te leren) wegens een poging een taxi te overvallen.
In juni 2006 staat hij er terecht voor een poging tot doodslag. Tot een straf komt het niet, want met Abdel is de rechtbank van mening dat gesproken kan worden van noodweer.
Dat hoor je niet zo vaak.
In februari 2007 is hij wel aan de beurt.
Hij krijgt achttien maanden celstraf wegens diefstal met geweld: straatroof.

In mei 2008 – nog maar net op vrije voeten – luidt het vonnis twaalf maanden waarvan drie voorwaardelijk. In de rosse Muurstraat had hij een mobiele telefoon geroofd. En hoewel hij het geroofde Sony Ericsson-ding wel in bezit had en de voormalige eigenaar hem herkende als de rover, ontkende Abdel zijn misdaad.

Hij kent de klappen van de zweep: zo lang mogelijk ontkennen vindt hij beter.

In januari dit jaar zou hij gewelddadige rottigheid hebben uitgehaald in de Hardewikerstraat. En hoewel hij de grootste bekende van de politie is, kon onvoldoende bewijs worden vergaard. Hij werd nu eens vrijgesproken.

Abdel kent niet alleen de klappen van de zweep, hij is ook een zeer welbespraakte jongeman van 28 jaar.
Hij komt uit Somalië.
Als woonplaats heeft hij Leeuwarden gekozen, praktischer dan Groningen, omdat in de Friese hoofdstad zijn gevangenis staat.

De Nederlandse taal beheerst Abdel als ware hij Rob Trip zelf.
Zijn vader is de welgestelde eigenaar van een groot aantal tankstations in zijn geboorteland. Abdel is de enige van de familie die maar niet wil deugen.

Dat laatste weet hij zelf ook wel.
Na de mislukte overval op die taxi, stapte hij naar de politie, vertelde wat er was misgegaan en zei dat hij hulp nodig had.
Want zo kan het ook niet, zei hij.
Maar de hulp bleef uit.
En zo kan het gebeuren dat Abdel als hij de gevangenis met lege handen verlaat, keer op keer de fout ingaat.

Ditmaal wordt hij verdacht van een serie straatroven, gepleegd in april en mei van dit jaar.
Zo vroeg hij in de Ebbingestraat aan een vreemde vrouw of hij eventjes een sms’je mocht sturen met haar telefoon.
Nee, zei de vrouw en toen zei Abdel dat ze ‘niet moe(s)t fokken’ en dat hij ‘geen kut-Antilliaan’ is.

Maandag diende de strafzaak, maar Abdel was niet gekomen. Dat bleek pas toen het boevenbusje bij de rechtbank arriveerde. Heel de rechtbank had een uur op het justitiebusje gewacht, maar toen de beveiligde deuren opengingen, zat Abdel er niet in.
Hij had op het laatste moment ‘afstand gedaan’ (‘nee, ik blijf toch maar thuis’).

Zijn advocaat wil nog getuigen horen.
En een fotoconfrontatie organiseren tussen Abdel en de vermeende slachtoffers.
Zo zou aangetoond kunnen worden dat Abdel het niet heeft gedaan.
Want Abdel ontkent.

Over een paar maanden wordt de zaak in zijn zaal voortgezet.

Rob Zijlstra