21 & 74

terwijl zijn echtgenote een beetje
aan het tutten is in de slaapkamer,
pakt hij het groentemes uit de keuken

Schermafbeelding 2015-11-28 om 16.49.07Gerko en Ralph zaten afgelopen week op dezelfde stoel in zittingszaal 14 vanwege dezelfde strafbare feiten.
Gerko zat er maandagochtend, Ralph donderdagmiddag.
Ik denk niet dat ze elkaar kennen.
Gerko heeft met zijn 21 jaren nog heel veel stappen te zetten, Ralph is al een flink eind op weg.
Hij is 74 jaar.
Beiden zouden zich schuldig hebben gemaakt aan een poging tot doodslag.
Dat is de beschuldiging.

Het ziet er niet best voor ze uit.
De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van drie jaar geëist tegen de detentie-ongeschikt verklaarde Ralph.
Gerko hoorde de officier van justitie met pijn in haar hart (dat zei ze) de maatregel tbs eisen.
Wanneer mannen van Ralphs leeftijd terechtstaan, staan ze vrijwel altijd terecht wegens zedenmisdrijven.
Ralph mag zich echter een van de oudste plegers van een geweldsmisdrijf noemen.
Gerko dreigt op zijn beurt ’s lands jongste tbs’er te worden.

Waarom ze messen pakten en toestaken – Ralph in maart dit jaar, Gerko een maand eerder – is een vraag.
Ralph weet het niet meer, zoals hij wel meer dingen niet meer weet.
Steeds vaker raken woorden die hij wil zeggen vlak voor het uitspreken zoek.
Cognitieve problemen met misschien wel neurologische oorzaken.
Bij Gerko is het ook ingewikkeld: hij zegt dat hij niet heeft gestoken.

Gerko vertelt met zijn boze, maar niet onvriendelijke jongenshoofd dat ze met een paar mannen in een kamer zaten te gamen, te blowen en te drinken.
Whisky.
Koos had toen irritant gedaan.
Gerko: ‘Hij begon groot te praten, lelijke dingen te zeggen over mijn moeder. Ik zei, jij moet even normaal doen. Hij daagde me uit. We gingen wat duwen en trekken. Ik zei, kom mee naar buiten dan vechten we het uit.’
De rechters: ‘Heeft u toen gezegd, ik steek je dood?’
Gerko: ‘Nee, dat heb ik niet gezegd.’

Tot een mannenvechtpartij buiten komt het niet.
Tijdens het duw- en trekwerk is er ineens een grote rode vlek op Koos’ rug.
Een ambulance brengt hem naar het ziekenhuis.
Gerko: ‘Ik had niet eens een mes.’

Gerko wordt aangehouden.
Een aangename arrestatie is het niet.
Gerko moet weinig hebben van agenten.
Hij heeft last van een ‘pathologische autoriteitsgevoeligheid’.
Hij wenst de agenten akelige ziektes en seksuele geaardheden toe en gooit tijdens de verhoren met tafels en stoelen.
Dat leidt weer tot aangiftes van de politiemannen wegens beledigingen en bedreigingen.
Een van de agenten heeft een schadeclaim ingediend.
Hij wil 276 euro om het te vergeten.
Gerko tegen de rechters: ‘Kijk, het is dom van mij, weetje. Maar ik ben niet iemand die gaat zitten voor iets wat ik niet heb gedaan. Snappen jullie dat?’

Ik ken Gerko nog van een vorige rechtszaak, hij was toen net 18 jaar.
Mannetje Pindakaas noemde ik hem.
Een deskundige repte van adolescentieproblematiek en van een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis.
Er werd gevraagd of het ooit goed zou komen.
Een deskundige antwoordde dat het alle kanten op kon gaan.

Alles wat een kind aan ellende kan overkomen, heeft Gerko moeten meemaken.
Alles wat er aan jeugdhulpverlening is bedacht, heeft hij moeten ondergaan.
In het Pieter Baan Centrum zat hij vanwege agressie veel in de isoleer.
Het rapportcijfer van het PBC is dan ook niet best.
Gebrekkige gewetensfuncties, lage frustratietolerantie, ga zo maar door.
De officier van justitie had kennis genomen van Gerko’s verleden.
Zo triest en treurig had ze het nog nooit meegemaakt.

Gerko’s advocaat probeert wat.
Dat er met een mes is gestoken, is zo.
Maar door wie?
Iedereen in de woning was aan de drank en drugs.
Twijfel genoeg.
En over Gerko: ‘Tot tien tellen is niet zijn ding. Hij heeft niets meegekregen, hij moet zich zonder vaardigheden staande houden.’

Wat dat betreft heeft Ralph het beter getroffen in het leven.
Is Gerko de jongen van de straat, dan is Ralph een heer van stand.
Strak in pak, maar een garantie voor onberispelijkheid is dat geenszins.

Terwijl zijn echtgenote een beetje aan het tutten is in de slaapkamer, pakt hij het groentemes uit de keuken, loopt naar de slaapkamer en steekt zijn vrouw tot tweemaal toe in de hals.
Zomaar.
Ze grijpt hem stevig in het kruis en knijpt met al haar kracht, waarop hij bij zinnen komt.
Ze zegt dat hij de huisarts moet bellen, hij zegt ‘nee, dat duurt te lang’ en belt 112.
Als de politie komt, zit zij bebloed op een stoel en ligt het groentemes in de prullenbak.

Ralph zit nu negen maanden vast.
Hij zegt nog altijd verbijsterd te zijn over wat hij heeft gedaan.
Dat hij zo ontzettend blij is dat zij het heeft overleefd.
Op de dag van het incident hadden ze ruzie gehad, maar waarover weet hij niet meer.
Zo hij ook steeds maar weer de namen van zijn kinderen vergeet.
Tegen de rechters: ‘We hadden een turbulente relatie. Veel ruzies. Ze had een ijzersterk geheugen. Ze confronteerde me vaak met dingen van jaren geleden.’
De rechter knikt.
Ze zegt: ‘Dat doen vrouwen vaak.’
Ralph: ‘Maar ik wilde haar niet kwijt en nog steeds niet. We moeten het uitpraten.’

Ze bezoekt hem vrijwel wekelijks, maar hij mag geen contact met haar zoeken, dat is zo afgesproken.
Ralph zegt dat zijn leven nu behoorlijk op de kop staat.
De gevangenis was geen plek voor hem.
Hij zit nu in een gesloten instelling van Lentis.
Eigenlijk wil hij daar wel blijven.
Aardige mensen, jonge mensen ook, dat stimuleert.
‘Oudere mensen’, zegt hij tegen de rechters, ‘die zeuren zo.’
Ook zegt hij: ‘Ik kan nu nieuwe dingen leren. Hoe een wasmachine werkt bijvoorbeeld. Ik ben in het leven vreselijk verwend. Ik had vrouwen en werkgevers die altijd alles voor mij regelden.’

De officier van justitie zegt dat Ralph maar een beetje verminderd toerekeningsvatbaar is en dat hij vijf jaar celstraf in gedachten had.
Gezien de persoonlijke omstandigheden en gesteldheid mogen dat wat hem betreft ook drie zijn. Drie jaar.
Dat is de eis.
Om de verdachte enigszins gerust te stellen: ‘De gevangenisdirecteur heeft de bevoegdheid u door te plaatsen naar een gesloten instelling.’

Ook voor de halve eeuw jongere Gerko dreigt zo’n gesloten instelling, alleen staat er dan met grote letters TBS op.
Mogelijkheden tot doorplaatsing zijn daar de komende tien jaren nihil.
De kommer en kwel die hij te verduren kreeg, zullen nooit verdwijnen.
De hulp waar hij wat aan heeft, moet nog worden uitgevonden.

Mannetje Pindakaas dreigt het leven mis te lopen.

Rob Zijlstra

mannetje pindakaas

update – 7 december 2015 – uitspraak
Gerko is de klos. De rechtbank heeft hem veroordeeld wegens een poging tot doodslag en bedreiging tot een jaar celstraf en de maatregel tbs met dwangverpleging. Met deze veroordeling is Gerko de jongste tbs’er van Nederland. Er is zelfs een kans dat hij nooit weer op vrije voeten zal komen. Gerko heeft nog een kans: hoger beroep. Advocaat Maartje Schaap heeft kort na het vonnis laten weten dat ook te zullen doen. ,,Erger dan dit kan niet.”

update 10 december 2015 – uitspraak
Ralph komt er mee weg. Twee jaar waarvan de helft voorwaardelijk in plaats van de gemiste drie jaar kaal. Aansluitend op detentie moet hij zich laten openen voor behandeling, maximaal gedurende een jaar. Daarna moet hij van de rechters ergens wonen met veel zorg en goede begeleiding.

update 10 december 2015 – Gerko
Wat, waar, waarom en wanneer is er iets misgegaan? Dat ga ik uitzoeken. Gerko is de jongste tbs’er van het land, maar volgens mij kan hij beter. Verhaal volgt, ergens in maart 2016.

Kabeltjes

Gert is 19 jaar en richt zich op de toekomst, op school en daarna op werk.
Autotechniek.
Hij zegt dat als hij werkt, hij geen drugs nodig heeft.

Vorig jaar werkte hij niet, maar hing hij rond met zijn vrienden bij de Albert Heijn in Stadskanaal.
Hoewel rondhangen niet duidt op veel activiteit, was het volledig uit de hand gelopen.

Dat zegt de officier van justitie ook.
Ze zegt: ‘Tjonge, jonge, jonge… Het is werkelijk waanzinnig wat jullie hebben uitgespookt.’

Met ‘jullie’ bedoelt de officier van justitie ook Arjan, 22 jaar, die naast Gert zit.
Arjan werkt in de bouw, maar wil makelaar worden.
Na zijn aanhouding was hij overspannen geraakt en dat is hij nog steeds een beetje.
Hij vreest de gevangenis wat zonder pardon tot ontslag zal leiden.
Rechters vragen: ‘Heeft u schulden?’
Arjan: ‘Een televisie op afbetaling.’

Volgens het Openbaar Ministerie maakten Gert en Arjan deel uit van een groep hangjongeren die vorig jaar Oost-Groningen probeerde leeg te roven en in brand te steken.
Gert was een van de dieven, Arjan’s taak was rijden.
Hij bracht zijn dievenvrienden heen en haalde hen na gedane zaken weer op.
In ruil voor die inspanning kreeg hij geld voor benzine.

De hangjongeren pikten auto’s, diesel uit vrachtwagens, duur gereedschap uit bestelbusjes en fraaie dingen als laptops, spelcomputers, horloges, telefoons, camera’s en koffiezetapparaten uit woningen.
Arjan tipte ook wel eens, dan wist hij via via dat in een woning in de rijke buurt van Ter Apel veel geld lag en de bewoners op vakantie.
Hij tipte, zegt hij, omdat hij bang was.
Bang om zelf in te breken, maar ook bang voor zijn vrienden die hem al eens thuis in elkaar hadden geslagen, inclusief de boedel kort en klein.

Gert deed alles, als het maar geld opleverde voor drugs.
Hij zegt: ‘Het werd al meer. Meer drugs, meer negatieve dingen.’
Rechters: ‘Groepsdruk?’
Gert: ‘Ja. Die werd ook al groter.’

Nu heeft hij geen contact meer met zijn vrienden van vorig jaar.
Als hij er eentje ziet, zegt hij hoi, meer niet.
Dat is vanwege het contactverbod dat hem is opgelegd.
Ook mag hij niet in het centrum van Stadskanaal komen.
Zegt: ‘Best lastig voor als je een T-shirtje wilt kopen of zo.’

Gert en Arjan mochten onder voorwaarden de gevangenis verlaten om in vrijheid hun strafzaak af te wachten.
De officier van justitie gelooft de reclassering die zegt dat de twee nu goed bezig zijn en dat we dat positieve niet met een negatieve gevangenisstraf moeten willen doorbreken.
Gert mag daarom boeten met een taakstraf van 240 uur (en zes maanden voorwaardelijke celstraf), Arjan met 160 uur en één maand voorwaardelijk.

Hoe je daar ook over denkt, met zo’n strafeis hebben Gert en Arjan de komende jaren geen recht tot klagen.
En misschien werkt het en worden ze uiteindelijk niet zoals Kees wel is geworden.

Kees (49 jaar, Haags accent) moest na hen terechtstaan.
Politiecontacten sinds 1987.
Hij is stoffeerder, van hiero tot daaro, tot wel aan Maastricht aan toe.
Een trappetje, zegt hij tegen de rechters, doet 250 eurootjes.
Wanneer Kees niet stoffeert zit hij in het metaal.
Kees, zegt Kees, werkt dus altijd, pakt gemiddeld zo’n 300 euro op een dagje.
Hij zegt: ‘Zonder geld verdienen ken ik niet leven.’

Met vrienden zat hij ‘s avonds laat in de auto, kratje bier achterin.
Nee, geen namen.
Ze waren langs een bouwplaats gereden en toen moest Kees ineens heel nodig.
Zegt: ‘Op bouwplaatsen staan altijd Dixies (mobiele toiletcabines -rz), dus ik dacht, kom…’
En toen had hij dus een doosje met een katrolletje meegenomen, ja stom, doosje stond daar, bij het hek.
Doosje stond op de tien de verdieping?
Nee, lijkt hem sterk, maar hij weet het ook niet zo precies meer.
Zegt: ‘We hadden dat kratje achterin al behoorlijk koud gemaakt.’

Bedrading uit negentien woningen weggeknipt?
Tegen de verontwaardiging aan: ‘Dat doosje ja, heb ik gepikt. Maar ik pik nooit kabels. Had ik dat gedaan, dan had ik het verteld. Zo ben ik. Pakken ze mij, dan vertel ik alles eerlijk.‘
Op een in Garmerwolde gestolen aanhangertje waren de gestolen kabels gevonden, 340 metertjes lang.
Kees zegt dat hij het zweert op zijn ouders met wie hij al 15 jaar geen contact meer heeft: dat wagentje is van Marktplaats.
En die kabels zijn ook gekocht, van de jongens op de bouwplaats. Die verkopen wat over is, van BAM tot Heijmans, iedereen doet dat.’

De officier van justitie heeft kennelijk een milde dag, zegt dat de politie wel wat meer onderzoek had mogen verrichten en eist zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk. Kees mag dan over twee weken naar huis.

Diepe zucht. Zal tijd worden, moppert hij tegen de rechters: ‘Ze staan buiten op me te wachten, ik ken direct aan het werk. Bij een kameraad van me die in het vastgoed zit. U kent die panden in Winschoten die zijn afgebrand? Die moeten worden gesloopt. Die vriend van mijn heeft van de burgemeester die klus gekregen.’

Of hij tot slot nog iets wil zeggen?
Kees: ‘Ik wil die kabeltjes graag terug. Ken dat ook?’

Rob Zijlstra

AH-groep

 

UPDATE – 29 oktober 2012 – uitspraak
Kees is veroordeeld tot 8 maand waarvan 4 voorwaardelijk.

Houden van Sofie

In de rechtszaal wordt wel eens gezegd dat jongvolwassenen nog volop in ontwikkeling zijn.
Dat jonge mensen voor hun 23-ste nog niet alles tussen de oren hebben zitten wat nodig is om een echte volwassene te kunnen zijn.
In de rechtszaal kun je dan ook overwegingen optekenen dat jeugdige verdachten van ernstige misdrijven een stevige straf verdienen, maar dat – aan de andere kant – ook rekening moet worden gehouden met de nog jonge leeftijd.

Dit laatste heeft met dat eerste te maken.

En dan kan het gebeuren dat zo’n jeugdige verdachte een (iets) lagere straf krijgt dan hij eigenlijk verdient.
Omdat we hem (nog) niet willen afschrijven.

Kay is 20 jaar.
Hij heeft een droom: hij wil auto’s verkopen.
Het openbaar ministerie heeft andere ideeën over zijn toekomst.
De officier van justitie eist naast vijftien maanden gevangenisstraf de maatregel TBS met dwangverpleging.
TBS wordt, of het waar is of niet, wel het afvoerputje van het Nederlandse strafrechtsysteem genoemd.

Mochten de rechters de eis overnemen, dan zal Kay zijn droom voor de toekomst bijstellen.
Dan pleegt hij zelfmoord.
Wanneer hij dat aankondigt, wijst hij met een priemende vinger naar de drie rechters. Zegt, heel boos: ‘Dan zijn jullie daar verantwoordelijk voor.’

In 2009 ontmoette Kay in Stadskanaal zijn huidige vriendin Sofie.
Ze gingen samenwonen.
Eerst was dat leuk, maar toen het 2010 was geworden, werd het allemaal anders.
Steeds vaker hadden ze ruzie en na een tijdje hadden ze samen elke dag mot.
Daarbij vielen klappen, soms ook over en weer, want Sofie is de gemakkelijkste niet.

Maar Kay sloeg harder en nadat hij ook was gaan schoppen, tegen Sofie, door deuren en kasten en tegen keukenlaatjes, tegen ruiten in hun woning, stond regelmatig de politie voor de deur.
Sofie was dan in tranen, had zichzelf opgesloten in de kelder beneden of in de badkamer boven.

Dan deed ze haar verhaal, dat ze na de zoveelste klappen dagenlang suizende oren had, dat ze zo vreselijk bang was voor Kay, bang dat hij haar zou vermoorden.
Daarom wilde ze geen aangifte doen.
Om dan weer monter uit te leggen dat ze helemaal niet bang was.
Ja, wel heel verdrietig.

Een paar keer liep het flink uit de hand, zoals op een dag bij het busstation in Appingedam.
Of die keer op het perron van het treinstation in Scheemda.
De politie moest er aan te pas komen.

In augustus vorig jaar ging het echt mis.
De ruzie liep zo hoog op, dat heel de straat was uitgelopen.
Kay werd aangehouden en de politie maakte foto’s van de ravage in de woning.
De rechters houden de foto’s in de lucht en merken op: ‘Een windhoos is er niets bij.’

Sofie deed haar verhaal, deed aangifte, kwam vervolgens weer met een ander verhaal en trok de aangifte in.
Dan vertelde ze dat ze alles een beetje had overdreven.
Dat ze alleen de nare dingen had verteld, niet de fijne die er ook waren.

Kay tegen de rechters: ‘Ze overdrijft niet. Ze liegt. Van alles wat zij zegt, is 95 procent gelogen.’
Hij zegt dat Sofie hem wekelijks in de gevangenis opzoekt.
Dat Sofie nooit letsel heeft bekomen.
‘Als ik sla, zou ze wel letsel hebben.’
Zegt ook: ‘Ik hou van haar.’

Bijna twee uur lang zagen de rechters Kay door.
Tientallen keren antwoordt hij dat het niet klopt.
Het wordt hem niet gemakkelijk gemaakt.
‘Het klopt niet. Moet ik dat dan blijven zeggen?’

Deskundigen: ‘Hij denkt zeer naïef vooruit.’
Rechters: ‘Bent u een luchtfietser?’

De officier van justitie zegt op zijn beurt dat hij de dossiers die bol staan van huiselijk geweld wel kent.
Dat in die dossiers liefde en haat hand in hand gaan en dat alles in zo’n dossier haaks op elkaar staat.
Maar dat hier sprake is van buitengewoon ernstige feiten, omdat Kay zijn Sofie stelselmatig heeft bedreigd en mishandeld gedurende een lange periode.
‘Sofie heeft het zwaar te verduren gehad.’

Dat Kay een behandeling moet ondergaan, staat voor de officier van justitie als een paal boven water.
Want dat zegt hij.
Hij zegt ook dat Kay zich niet wil laten behandelen.
Want dat zegt Kay zelf.
Hij zegt dat Kay zegt, ik deug, ik functioneer prima, aan mijn lijf geen polonaise, laat mij maar gaan en auto’s verkopen.
Vervolgens formuleert hij zijn strafeis.

Ditmaal wordt niet – aan de andere kant – in overweging genomen dat ook rekening moet worden gehouden met de nog jonge leeftijd van de verdachte.

Het is niet de eerste keer dat Kay tegenover rechters zit.
Hij is vaker veroordeeld wegens geweldsdelicten.
Een deel van zijn jeugd, een keer vier jaren achtereen, heeft hij opgesloten gezeten.
Kay zegt: ‘Ik heb mijn hele jeugd weggegooid. Op een wekelijks gesprekje na, was er nooit iets van behandeling. En nu, nu ik onschuldig ben, moet ik naar de TBS?’

Eerst wijst die priemende vinger richting rechters, daarna volgt een snijdende beweging langs zijn keel.

Op de tribune zit Sofie.
Nadat die nare TBS-eis is gevallen, roept ze: ‘Maar het is gewoon niet waar.’
De rechters roepen bars terug dat het publiek zich stil moet houden.
Kay, wanhopig: ‘Maar zij is geen publiek.’

In zijn laatste woord verzoekt hij de rechters om Sofie opnieuw te horen.
Omwille de waarheid en de leugens.
De rechtbank heeft daar geen trek in.

Met gebogen hoofd, met de grote mensenproblemen tussen de oren, verlaat Kay zittingszaal 14.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 2 februari 2012 – uitspraak
Kay is schuldig, maar niet aan alles wat door het openbaar ministerie ten laste is gelegd. Wat overblijft is te weinig voor het opleggen van de maatregel tbs. En omdat minder wordt bewezen dan was tenlastegelegd, moet ook de straf lager, vindt de rechtbank: 15 maanden waarvan 10 voorwaardelijk met een extra lange proeftijd van 3 jaar. Verder moet Kay aan zijn vriendin 230 euro en 15 cent betalen.

.

 

De knuppelbende

tekeningen: annet zuurveen

Het ging er volgens de officier van justitie in de late nazomer van het vorige jaar in grote lijnen als volgt aan toe.

In de weekeinden kwamen ze bijeen in het huis van Siko.
Omdat ze zich stierlijk verveelden dronken ze bier, een krat per persoon per dag, rookten ze wiet met af en toe een beetje speed.
Zodra het donker was,  gingen ze op pad, soms met één, soms met twee auto’s.
Dan gingen ze door Oost-Groningen rijden, op zoek naar een verzetje.

Zodra ze een willekeurig iemand zagen, op de fiets of op een scooter en niet te groot, stopten ze, stapten uit en verborgen hun gezichten achter sjaals, een rooie zakdoek of in een bivakmuts.
Dan pakten ze hun boksbeugels en honkbalknuppels, knuppels van hout, want hout komt harder aan dan aluminium.
En dan sloegen ze er op los.

Een honkbalknuppel was ingetapet.
Dan was het gemakkelijker om het bloed er van af te krijgen.

Nadat ze iemand te grazen hadden genomen riepen ze ‘White Power’ en reden ze voldaan weer naar het huis van Siko.
Daar deden ze hun T-shirts uit, want anders konden ze elkaars tatoeages immers niet zien.
Ook maakten ze dan foto’s van elkaar, bijvoorbeeld als ze de Hitlergroet brachten.
Een van de verdachten, 18 jaar, zei tegen de rechters: ‘Siko had thuis een zak vol met hakenkruisen. En een racistische hond.’

Ze noemden zich de ZMS-boys. Een zuipclub, maar ook om samen met de trein naar hardcore-feestjes te gaan.
De letters staan voor Zuidbroek, Muntendam en Stadskanaal.
Daar wonen ze.

De vijf verdachten die maandag terechtstonden voor de Groninger rechtbank zien het allemaal een tikkeltje anders dan de officier van justitie die rept van openlijk geweld en (pogingen tot) zware mishandeling en elf aangiftes.

Mart (18) zei dat het schandalig was, wat ze hadden gedaan. Met ze bedoelt hij vooral de anderen.
Zelf was hij er wel bij geweest, maar echt veel gedaan had hij niet.
Hij had een keer geroepen, toen de anderen aan het slaan waren: ‘hou op, straks krijgt ie nog een trauma.’
Ook had hij eens gezegd dat ‘als we zo doorgaan vallen er doden’.

Het was een tijdje goed gegaan met Mart. Vroeger had hij een hekel aan buitenlanders, maar de laatste tijd steeds minder. Het ging weer fout na de ruzie met zijn vriendin. Toen had hij zijn oude kameraden opgezocht. Nee, van hun nazicultuur moet hij niets hebben.

Mart is nu bang dat zijn oude kameraden hem, als hij ze tegenkomt, ook zullen slaan omdat hij heeft gepraat en namen heeft genoemd.
Zelf wil Mart, als hij vrijkomt, het liefst met zijn vriendin op de bank zitten en dan naar de televisie kijken.

De officier van justitie zegt dat Mart zich onschuldiger voordoet dan hij is.
Ze eist 10 maanden celstraf waarvan 5 voorwaardelijk.

Dikkie is ook 18. Hij zegt dat hij niet iemand is van geweld. Dat is de ene kant. Aan de andere kant wil hij er ook wel bijhoren. Hij geeft toe dat er afspraken werden gemaakt om mensen te pakken.

Als de rechters gedetailleerd beschrijven hoe dat volgens justitie in zijn werk ging, begint Dikkie te huilen. Hij snottert het zo erg te vinden dat hij er bij is geweest.

En dat hij helemaal niet zo is.

De rechters zeggen dat zijn gejammer niet past bij de vrolijkheid die ze hadden van het in elkaar meppen van mensen.
Dikkie zegt dat zijn aandeel in het geheel niet zozeer het slaan was.
Hij schreeuwde meer.
Hij zegt ook dat hij het verblijf in de gevangenis als heel traumatisch ervaart.

De officier van justitie zegt dat Dikkie binnen de groep werd gezien als een leider die Zuidbroek vertegenwoordigde en zorg droeg voor de drugs.
Ze eist twaalf maanden waarvan zes voorwaardelijk.

Rick (20) tilt het zich voor de domme houden naar een hoger plan.
Op alle vragen die de rechters hem stellen, zegt hij: ‘weet niet.’
Hij was de vaste chauffeur.
Bij de politie had hij gezegd wel eens mee te gaan als er geslagen zou gaan worden.
De anderen verklaarden over hem dat hij ook mensen op de bek beukte.

Waarom vragen de rechters, hem erop wijzend dat hij al drie maanden vastzit en dus tijd genoeg heeft gehad om over die vraag na te denken.
Rick: ‘Weet niet.’
Rechters: ‘Dan bent u een ongeleid projectiel.’
Rick: ‘Ik ben een normale jongen.’

De officier van justitie zegt dat ze blij is dat Rick is opgepakt en nu van de straat is.
Ze eist 24 maanden gevangenisstraf waarvan zes voorwaardelijk.

Fred is de oudste, hij is 23 jaar.
Hij zat al eens eerder op dezelfde stoel in zittingszaal 14, toen voor een poging tot doodslag. Fred wordt beschouwd als een initiator, de leider ook van de afdeling Stadskanaal van de vriendenclub.

Fred zegt dat hij geen problemen heeft met buitenlanders, dat hij in de gevangenis een cel deelt met een Turk. ‘Heb ik geen moeite mee.’
De adelaar die hij op de borst heeft laten tatoeëren is niet wat je denkt, maar een teken van vriendschap.
En Hitler groet hij ook niet als hij met gestrekte arm rechtop staat – zoals te zien op de foto’s en Hyves.
Nee, dan groet hij gabbers.
Het is een gabbergroet.

En de beschuldigen?
Vooral flauwekul. Hij had wel eens iemand geslagen, maar van knuppels en bivakmutsen weet hij niks. Dat de anderen uitvoerig over zijn aandeel verklaren, moet volgens Fred worden beschouwd als lariekoek.

De rechters: ‘Jij bent de bikkel van de club’
Fred: ‘Ik heb mijn postuur mee.’
Rechters: ‘Anderen zijn ook een beetje bang voor u.’
Dat lijkt Fred heel sterk.

De psycholoog had gezegd dat Fred een jongen is met veel achterdocht in zich en niet weet hoe hij met anderen om moet gaan. Dat hij impulsief is en met alcohol op agressief.
Fred: ‘Met drank op word ik juist vrolijk, ik ben een sfeermaker.’

De officier van justitie zegt dat Fred bepaalde wie er slachtoffer zo worden.
Ze houdt hem wel voor licht verminderd toerekeningsvatbaar en eist 30 maanden celstraf waarvan 6 voorwaardelijk.

Siko is 21. Hij heeft als enige geen strafblad.
Verbazingwekkend, zeggen de rechters.
Siko weet niet zo veel meer.
Hij was vaak ladderzat.

Hij wist nog wel dat als ze op pad gingen, ze elkaar in de auto opfokten.
‘Dan scholden we elkaar uit, om elkaar kwaad te maken.’
Rechters: ‘Zoals je honden ook vals kunt maken.’

Siko regelde de boksbeugels en de honkbalknuppels, hadden de anderen aan de politie verteld.
Siko zegt dat hij vooral niks heeft gedaan, dat ze hem altijd op afstand hielden, of wegtrokken.
Hij zegt dat hij een vrij rustig iemand is, die technisch is aangelegd en graag sleutelt aan brommers.
Dat buitenlanders niet zijn beste vrienden zijn.
En dat hij na een exercitie ook wel eens wakker werd met naast de kater een schuldgevoel.

Tegen de rechters: ‘Dit had nooit mogen gebeuren. Als ik kon wou ik het terugdraaien.’

Hij had de honkbalknuppel omwikkeld met tape.
Rechters: ‘Vertel eens, waarom?’
Siko: ‘Weet niet, keer gedaan omdat ik mijn verveelde.’
Rechters: ‘Wat is dat voor geks?’
Siko: ‘…’

Rechters: ‘U had een honkbalknuppel naast uw bed staan. Waarom?
Siko: ‘Omdat mijn vriendin bang is in het donker.’
Rechters: ‘Geeft dat ding dan licht of zo?

De officier van justitie zegt dat ook de zaak van Siko in de context moet worden beoordeeld.
Ze eist 12 maanden celstraf waarvan 6 voorwaardelijk.

Rob Zijlstra

UPDATE – 1 februari 2010 – uitspraken
Lagere straffen voor leden knuppelbende Oost-Groningen >> zie hier