Artikel 67a, lid 3

Arie is van 1929

Er zijn loslopende boeven van wie het de bedoeling is dat die achter de tralies verdwijnen en er zijn boeven die achter de tralies zitten met de intentie dat ze op een dag weer vrij mogen rondlopen.
Op een enkeling na.
Er is nog een derde groep: de voorlopig gehechten.
Dat zijn mannen en een paar vrouwen die formeel onschuldig vastzitten omdat ze nog niet door rechters zijn veroordeeld.

Veroordeelde boeven zitten in een gevangenis.
De voorlopig gehechten verblijven met hun bedenkelijke status in een huis van bewaring.
Een gevangenis biedt iets meer comfort.
Daar staat tegenover dat arbeid er verplicht is.
In een huis van bewaring hoef je niet te werken, maar moet de Staat wel arbeid aanbieden.

Het oude huis van bewaring in Groningen – aan de Hereweg – was een zogeheten textielbajes.
Dat was niet omdat de laatste ontsnapping geschiedde met aan elkaar geknoopte lakens (echt).
Het hvb Groningen was een textielbajes omdat de beklaagden achter tientallen naaimachines zaten om gekleurde kussentjes Schermafbeelding 2014-12-19 om 22.38.04en trappelzakken voor baby’s in elkaar te naaien.
Maar dit terzijde.

Er zitten flink wat verdachte onschuldigen achter de tralies.
Willem Holleeder is er sinds kort weer eentje.
Er zijn misschien wel meer verdachten dan opgesloten daders.

Ook Farid (23) uit Veendam is momenteel een voorlopig gehechte.
Hij zit al een half jaar in een cel te wachten op zijn proces.
De officier van justitie wil van hem een dader maken, terwijl Farid naar huis wil, om te trouwen met zijn verloofde die op hem wacht.
Farid zou iemand hebben bedreigd met een vuurwapen.
Toen de politie bij hem aan de deur kwam liet hij zich niet zomaar aanhouden.
Hij verzette zich waarbij politieagenten, zegt de politie, gewond raakten.
Het vuurwapen werd achter de wasmachine gevonden.
Farid ontkent alles.
Hij heeft agenten niet geslagen, niet geschopt.
Dat vuurwapen in zijn huis moeten vrienden daar hebben neergelegd, want hij heeft veel vrienden.

De officier van justitie stelt de rechtbank voor om Farid een jaar op te sluiten, terwijl de advocaat aan de rechters vraagt hem met onmiddellijke ingang in vrijheid te stellen.
De advocaat kan zich niet voorstellen dat Farid een straf krijgt opgelegd – mocht hij al schuldig zijn – die hem langer dan zes maanden in het gevang doet belanden.

Dreigt de voorlopige hechtenis langer te duren dan de te verwachten straf die wordt opgelegd, dan dient een verdachte per direct in vrijheid te worden gesteld: artikel 67a, lid 3., razend populair onder strafrechtadvocaten.

Dus, zegt Farid: ‘Ik zit al zes maanden vast. Ik ben mijn auto kwijt, mijn huis, mijn werk. Alles.’
De rechters antwoorden dat ze er over zullen nadenken.
Mochten ze vinden dat 67a, lid 3 aan de orde is, dan zullen ze dat zo snel als mogelijk mededelen.
Farid merkt nog op dat de feestdagen voor de deur staan.

Na Farid stapt een heuse georganiseerde criminele bende de rechtszaal binnen, omringd door acht politiemensen.
De vijf verdachten zitten vast sinds september dit jaar.
Iets met hennep en export.
Het politieonderzoek is in januari klaar, opdat het strafproces ergens in de loop van 2015 kan aanvangen.
Dat kan best september worden, onschuldig gehechten moeten soms veel geduld hebben.
De advocaten verzoeken de rechters de verdachten in afwachting van het proces in vrijheid te stellen.
Artikel 67a, lid 3 is in beeld.
Het lijkt heel wat, zegt een van de advocaten, maar het zal een zeepbel blijken.
Komt bij, zeggen de andere advocaten, dat het onderzoek bijna klaar is en er geen kans op herhaling is.
Er zijn dus geen gronden de verdachten nog langer in voorlopige hechtenis te houden.
De rechters wijzen de verzoeken af.
De acht politiemensen verlaten de rechtszaal en nemen de onschuldige beklaagden mee.

Ook Arie stond afgelopen week terecht.
Hij hoort eigenlijk net als de anderen in hechtenis te zitten, maar hij is detentieongeschikt verklaard.
Dat heeft met zijn leeftijd te maken.
Arie is van 1929.
Hij heeft zijn misdaad toegegeven.
Daarna was hij onmiddellijk gestopt met wedstrijdbiljarten want hij kon zich niet meer concentreren.
Wat hij heeft gedaan spijt hem.
Dat opa’s van kleindochters moeten afblijven, weet hij nu ook wel.
Detentie zit er voor de 85-jarige niet in, de officier van justitie eist een taakstraf van 180 uur.
De advocaat: ‘Misschien kan hij biljartlessen verzorgen in bejaardentehuizen.’
Niemand moest daar om lachen.

Waar de grens ligt qua leeftijd is mij onbekend.
Karel is 66 jaar en zit wel in voorlopige hechtenis.
Vanuit dezelfde stoel waar eerder die dag Arie zat, zegt Karel dat hij onschuldig in het huis van bewaring verblijft.
Uitgerekend hij die vijftig trouwe arbeidzame jaren achter de rug heeft en dacht van zijn oude dag te kunnen genieten.
Met een harde stem, vingertje in de lucht, roept hij richting de rechters: ‘En dit heet Nederlands recht?

Karel zit alvast vast omdat er aanwijzingen zijn dat hij zijn kleindochter en een kleutervriendinnetje heeft verkracht.
Tussen 2005 en 2010 en misschien wel heel vaak.
Hij is een half jaar geleden aangehouden.
Toen dat gebeurde, is op zijn computer kinder- en dierenporno aangetroffen.
Hij keek er ook graag naar, is de verdenking.

De voorlopige hechtenis is Karel niet in de koude kleren gaan zitten.
Hij wil in afwachting van het strafproces – ergens volgend jaar – naar zijn echtgenote die elders is ondergedoken.
Dat komt omdat zijn dorpsgenoten een voorschot hebben genomen op Karels mogelijke veroordeling: ze keilden alle ramen van zijn woning stuk.
Daar doen ze ook in Noord-Groningen niet moeilijk over.
Nadat de schade was hersteld, deden ze het weer en daarna nog een keer.
Toen kwam de burgemeester en die zei tegen de dorpelingen dat ze er mee moesten ophouden.
De woning staat nu voor te weinig geld te koop.

Dat Karel na zes maanden graag bij zijn gevluchte echtgenote wil zijn, valt wel te begrijpen.
De officier van justitie wil er evenwel niets van weten.
Artikel 67a, lid 3 is nog niet in zicht en daarnaast is er een goede grond Karel voorlopig achter de tralies te houden: hij heeft de rechtsorde geschokt.

Karel moet zijn onzekere tijd in voorlopige hechtenis voortzetten.
Hij roept met al zijn beschikbare boosheid tegen de rechters: ‘Het is hier nog erger dan in Rusland.’

Qua boef zijnde kun je het beste schuldig en met een veroordeling achter de tralies zitten.
Dan weet je waar je aan toe bent.

© Rob Zijlstra

artikel 67a, lid 3 Een bevel tot voorlopige hechtenis blijft achterwege, wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel. 

De rechters weigeren

Hoe het kan gaan, soms.

Het is 2011 en Mark rommelt in dat jaar een beetje in de hennepwereld.9589832-hennep
Hij heeft ondernemend bloed en op een dag zijn zinnen gezet op een grow-web-shop.
Om klanten te werven moet hij de boer op en zo komt hij van alles tegen en met iedereen in aanraking.

Wat hij niet weet is dat er een groot politieonderzoek gaande is naar mensen met wie hij soms in zee gaat.
Die mensen vormen een criminele organisatie.
Via telefoontaps en observaties komt ook hij af en toe in beeld.
Niet als grote vis, maar als bijvangst.

De drugsbende – die vooral zaken doet met Duitsland – wordt in 2011 ontmanteld en de bendeleider krijgt in augustus 2012 een jaar celstraf.
Er was drie jaar geëist.

Mark was in april 2011 aangehouden.
Waar hij dan is, zijn ook 36 hennepplanten en 3.656 hennepstekken.
Na verhoor op het politiebureau mag hij gaan.
De politie neemt wel zijn auto, zijn computers, telefoons en meer van waarde in beslag.
Zo gaat dat.
De winst (criminele winst) die hij volgens de rekendeskundigen van de politie zou hebben gemaakt bedraagt 200.107,94 euro.

Op 25 maart 2013 krijgt Mark een brief van het Openbaar Ministerie.
Dat doet een schikkingsvoorstel: betaal 5.500 euro en dan doen wij zand erover.
Mark wil dat niet.
Hij voelt zich niet schuldig en wil de zaak voorleggen aan de rechtbank.

9589832-hennepRuim anderhalf jaar na dat schikkingsvoorstel en drie-en-een-half jaar na zijn aanhouding, is  het zover.
Vrijdagmiddag, 21 november 2014.
Mark is wat zenuwachtig, want er staat voor hem nogal wat op het spel.
Bovendien weet zijn werkgever van niks en dat wil hij heel graag zo houden.
Het is de laatste strafzaak van de week.

Bij aanvang van de zaak vragen de rechters hoe dat nou kan, dat een zaak uit 2011 die in augustus 2012 wordt afgerond pas op 21 november 2014 in de rechtszaal belandt?
De officier van justitie zegt dat hij dat ook niet weet, dat het heel vervelend is en biedt vervolgens zijn excuses aan aan de verdachte.

De officier van justitie komt dan met een verrassing.
Hij zegt dat hij nog een keer is gaan rekenen en dat de criminele winst zoals de politie die becijferde, ietwat moet worden bijgesteld.
Het is niet 200.107, 94 euro.
Het moet 9.336,70 euro wezen.

De rechters: ‘Maar dat is nogal een verschil.’
De officier van justitie zegt dat ze bij de politie iets te enthousiast waren.

Tja, zeggen de rechters en gaan nadenken.
Na nadenken zeggen ze vrij vertaald: Maar zo een oude zaak en dat de winst zo naar beneden is bijgesteld, is het dan nog wel een zaak voor de meervoudige strafkamer? Hoort zo’n zaak niet thuis bij de politierechter waar de doorgaans meer eenvoudige zaken worden behandeld?

Tja, zeggen de advocaat en de officier van justitie op hun beurt.
Er volgt nogmaals beraad.
En dan verrassen de rechters: ze willen niet.
Ze weigeren de zaak meervoudig te behandelen.
Dat is pijnlijk voor het Openbaar Minsterie.

Twee rechters trekken zich nu terug.
De voorzitter blijft zitten.
Hij is nu politierechter.

De officier van justitie zegt dat kan worden bewezen dat Mark zich heeft ingelaten met drugshandel.
Ernstig feit, strafbaar ook.
De officier van justitie zegt dat hij ook rekening zal houden met het tijdsverloop.
Hij eist een boete van 1000 euro.
Geheel voorwaardelijk.
Mark hoeft dus niks te betalen.
Dat wil zeggen: hij moet wel de criminele winst inleveren, die 9.336,70 euro.

De advocaat zegt dat de officier van justitie zijn rechten heeft verspeeld.
Zo een oude zaak en dan nu pas.
Advocaat: ‘Bovendien is er sprake van een schending van de behoorlijke procesorde. Het OM dreigt met een ontneming van meer dan 200.000 euro en biedt dan een schikking aan van 5.000 euro. Dus betaal 5.000 om te voorkomen dat je mogelijk meer moet betalen. Dat noem ik chantage, dat is iemand iets door de strot duwen.’

De politierechter doet direct uitspraak.
Het OM mag vervolgen (is ontvankelijk), want het tijdsverloop is keurig verwerkt in de eis.
Die is redelijk.
Dat Mark hennepstekken heeft vervoerd kan worden bewezen, hij geeft het zelf ook toe, vindt de politierechter.
Heeft hij ook gehandeld?
Politierechter: ‘Dat blijkt niet uit het dossier.’9589832-hennep

De straf: een boete van 1000 euro, geheel voorwaardelijk, proeftijd een jaar.
De vordering van 9.336,70 euro wordt afgewezen want onvoldoende aannemelijk gemaakt.

De advocaat zegt: ‘Zo.’
Zegt: ‘En nu proberen de spullen terug te krijgen die in 2011 in beslag zijn genomen door de politie, waaronder een auto, laptops, een iPhone.

Het vermoeden bestaat dat de eigendommen van Mark zijn verdwenen, dat die al door de politie te gelde zijn gemaakt.

Soms gaat het zo.

Rob Zijlstra

.
extra
In korte tijd kwamen van verschillende (juridische) kanten dezelfde vraag binnen: wie was die advocaat?
Het is/was strafrechtadvocaat Mathieu van Linde.
Te Groningen.

bevroren grasland (e-boek)

bevrorengrasland

Nu de eerste sneeuw is gevallen is het een mooi moment om reclame te maken voor mijn e-boek Bevroren Grasland.
Dit digitale boek bevat 75 verhalen, opgetekend in zittingszaal 14 van de rechtbank in Groningen.
Een deel van de verhalen is eerder gepubliceerd in de Dagblad van het Noorden.
Het kost 9.99 euro.

Bevroren Grasland kan rechtstreeks worden gekocht bij uitgeverij Fosfor in Amsterdam.
Het eerste hoofdstuk is via de site van de uitgever gratis te lezen.
Dit en dat staat  hier.
Bij bol.com kan het ook, eveneens in de itunes-store.

Wat ook kan is een e-boek cadeaukaart van Bevroren Grasland kopen.
Om bijvoorbeeld weg te geven.

Zo’n cadeaukaart kunt u rechtstreeks bij mij bestellen door een e-mailtje te sturen met adresgegevens.
Dan stuur ik binnen 24 uur een cadeaukaart met de bijbehorende  rekening toe.
Op de kaart staat een unieke code waarmee Bevroren Grasland heel eenvoudig kan worden gedownload.
De bedoeling is dan wel dat u die rekening ook betaalt.
De cadeaukaart bestellen kan hier.

Ook het in 2007 gepubliceerde boek Zittingszaal 14 (deel 1) dat binnen een half jaar was uitverkocht is bij uitgeverij Fosfor als e-boek verschenen. De digitale versie (een kopie van origineel) kost 4,99 euro.
→ bestellen/downloaden

Over het droeve lot van Zittingszaal 14, deel 2, staat hier iets meer.

Schermafbeelding 2014-01-25 om 23.14.17

Geloofwaardigheid

k_gripzakje 3 (8x8)In 2008 is de politie te Groningen een onderzoek begonnen naar drugshandel in de gemeente Leek.
Dat was omdat er via de criminele inlichtingen eenheid (cie, afdeling stiekem) van de politie informatie was binnengekomen over die Leekster handel.
Misschien wel van de concurrent, maar dat doet er hier niet toe.

De verdachte werd getraceerd en toen stelselmatig geobserveerd.
Mensen met wie hij contact had, werden ondervraagd (afgevangen).
Een en ander duurde twee jaar.
Op 25 januari 2010 werd de verdachte man in Leek aangehouden en werd het onderzoek afgerond.

De verdenking in vrije vertaling: man had in bezit 194 gram hennep en/of ongeveer dertien gripzakjes en later 215 gripzakjes en hennephars.
Een deel daarvan heeft hij (telkens) opzettelijk verkocht.
In zijn woning is een stroomstootwapen gevonden waarmee ‘personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht.

Mag allemaal niet.

Vanmiddag moest de man in verband met bovenstaande terechtstaan.
Hij was er niet.
Waar hij wel is, wist niemand.
Ook zijn advocaat niet.
Die was er wel, maar was niet gemachtigd en dus moest hij zijn mond houden.

De officier van justitie zei dat tijdens een zoeking ook nog eens 8oo euro in ’s mans woning is aangetroffen.
Ze eiste een taakstraf van 160 uur en zes maanden voorwaardelijke celstraf.
Die 800 euro’s moeten verbeurd worden verklaard.

De drie rechters zeiden in reactie daarop dat ze er goed over zullen nadenken en over twee weken uitspraak doen.

Ik vroeg aan de officier van justitie wat het nut is van zo’n zaak, vier jaar na dato?
De officier van justitie zei dat ze dat ook niet wist.
Ze zei: ‘Zaak is ooit aangebracht. Dan staat de zaak op de rol. Dus…’

Ik vroeg wat het strafrechtelijk doel is na vier jaar?
Ook dat wist de officier van justitie niet.
Misschien wist ze het wel, maar zei ze het gewoon niet.

Ik vroeg of het niet een beetje gek is, beetje raar, zo’n zaak uit 2008 – 2010 en dan in 2014 in zittingszaal 14?
Te meer omdat de verdachte al op 25 januari 2010 was aangehouden.
En waarom een officier van justitie niet uitlegt hoe zoiets kan.
In verband met de geloofwaardigheid bijvoorbeeld.

De officier van justitie zei toen: ‘Ja, daar kun je over discussiëren.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 30 januari 2014 – uitspraak
De rechters hebben nagedacht: drie maanden celstraf. Geheel voorwaardelijk. Punt.

HET VONNIS

Misdaad: op = op

over noodweer en andere donkere wolken

Het is natuurlijk niet zo dat in zittingszaal 14, de zaal van het strafrecht in Groningen, altijd iets valt te beleven als het om de ernstige misdaad gaat.
Sterker nog: de laatste tijd is er de indruk dat de ernstige misdaad een beetje op is in Groningen.
Dat zou natuurlijk fantastisch nieuws zijn: eindelijk veilig over straat.

Maar zo is het niet.
Een rechtszaal is niet de spiegel van de samenleving.
Buiten worden voortdurend hennepplantages opgerold, maar binnen in de rechtszaal, kunnen maanden verstrijken zonder ook maar een verdachte hennepkweker.

Woninginbrekers zijn dagelijks actief, maar bij de rechtbank in Groningen lopen ze de deur niet plat.
Andersom is net zo goed waar: we kunnen binnen wel strenger straffen, buiten verandert er dan niks.

Maar stond er niet heel onlangs een criminele organisatie terecht in zittingszaal 14, vol drugs en criminele afrekeningen?
En dat drie dagen achtereen?
En deze week dan?
Poging tot moord, tot doodslag, mishandeling, diefstal, gewelddadige diefstal (overval, straatroof), ontucht, kinderporno, verkrachting, brandstichting.

Ach, het lijkt vaak ernstiger dan het is.
Van die criminele organisatie zit maar één verdachte in voorlopige hechtenis achter de tralies.
De rest is vrij, die verdachten zijn gewoon weer legaal aan het werk geslagen.
Een van hen moet zelf regelmatig naar het buitenland voor zaken.
Zijn enkelbandje mag hij dan – wel even melden – thuislaten.

Poging tot moord?
Toe maar.
De 60-jarige verdachte rolt in zijn scootmobiel richting ingang van de rechtszaal om vervolgens op krukken en met ondersteuning van de bode en zijn advocaat af te dalen naar de verdachtenbank.
Zittingszaal 14 is ongelijkvloers.
Hendrik kan niet lopen, al jaren niet.
Hij woont in een appartement met andere Surinaamse mannen.

Met de buurman deelt hij gang en keukenblok.
Ze koken voor elkaar.
Met andere mannen klikt het soms wat minder.
Hendrik stond af te wassen toen Andre plots met een bezemstok op hem begon in te slaan.
Hij had zich met een hand kunnen vasthouden aan het keukenblok en met de andere hand had hij gezwaaid.
Het mes dat in die hand zat, raakte Andre in het gezicht.
Hendrik, gewichtige toon: ‘Het spijt mij ten zeerste wat er met Andre is gebeurd.’

De officier van justitie: ‘Er was sprake van een wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer. De verdachte heeft gezwaaid en dat was in dit geval een passende reactie. Noodweer. Verdachte heeft daarom geen straf verdiend.’
De officier van justitie verzoekt de rechters daar net zo over te denken.

Een fors deel van de strafzaken zijn uit de hand gelopen incidenten.
Het zijn de directe gevolgen van leven dat soms grillig, onvoorspelbaar en niet altijd leuk is.
Voor de een geldt dat meer dan voor de ander.
Een serieus deel van verdachten van strafbare feiten past beter het etiket psychiatrische patiënt dan dat van crimineel.
Moord en doodslag – je leest er veel over – zijn in de rechtszalen de grootste uitzonderingen.

Wat in april begint op te vallen is dat het aantal strafzaken dat wordt behandeld in zaal 14 flink achterblijft ten opzichte van vorig jaar, een jaar waarin het aantal strafzaken behoorlijk achterbleef bij het jaar daar weer voor.
Maar de kachel moet wel blijven branden.
En dus, is soms de indruk– worden op de burelen van het Openbaar Ministerie prullenbakken omgekieperd en bureaulades opengetrokken in de hoop dat er hier en daar nog wat ligt.

Hebbes.

Op 9 januari 2003 deed zich iets akeligs in Groningen voor.
Een 14-jarig meisje dat thuis ziek op de bank lag zou rond het middaguur zijn verkracht op de slaapkamer van haar moeder.
Er is een vermoeden ten aanzien van de dader.
In het ziekenhuis wordt een DNA-profiel (uit sperma) vastgesteld.
Samen met haar moeder doet ze aangifte.

De politie stelt een onderzoek in en als dat bijna klaar is, worden de resultaten in een bureaulade gelegd.
Misschien namen de agenten hun chef wat al te serieus toen die zei: ‘Mooi werk dienders, niks meer aan doen.’

In april 2011 – dat is dus 8 jaar later – wordt een DNA-profiel van een veroordeelde in de DNA-databank gestopt.
De groene zwaailamp laait onmiddellijk op, ten teken dat er een match is.
Het DNA dat in januari 2003 op het lichaam van de tiener is ‘veiliggesteld’, past bij Mike, die ook wel Tyson wordt genoemd vanwege de mishandelingen die op zijn naam staan.

In januari dit jaar zou Mike zich moeten verantwoorden voor de rechtbank in Groningen. Probleem was toen dat justitie hem uit het oog was verloren.
Hij bleek bijnader inzien gewoon in de gevangenis van Breda te verblijven.
Deze week, twee jaar nadat zijn naam uit de databank rolde en ruim tien jaar na de misdaad, stond Mike voor de rechters.

Terwijl hij ontkent (‘jawel, wel seks, maar vrijwillig’) rollen er tranen over de wangen van een inmiddels jonge, maar volwassen vrouw die op de publieke tribune zit.
De officier van justitie eist twee jaar celstraf, vanwege het tijdsverloop een jaar minder dan ze eigenlijk had willen eisen.

De officier van justitie zegt dat bijna afgeronde onderzoeken 10 jaar geleden gewoon bleven liggen, dat dat toen zo werkte bij de politie als het om zedenzaken ging.
De officier van justitie: ‘Maar dat is nu niet meer zo.’

Nee, nu zijn er weer andere dingen aan de hand.

Rob Zijlstra

• minder zaken

.

UPDATE – 25 april 13 – uitspraken
Hendrik heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Hij is evenwel, zo vindt de rechtbank met het Openbaar Ministerie, geen strafbare dader. Hij werd belaagd en mocht zich verdedigen: noodweer. En dan volgt een ontslag van alle rechtsvervolging.

Bij Mike ligt het ingewikkelder. Ook hij is schuldig. En strafbaar, ondanks het gegeven dat het lang is geleden. De rechtbank neemt het hem extra kwalijk dat het slachtoffer niet alleen minderjarig was, maar ook dat zij in haar eigen huis werd belaagd. Ook niet goed: Mike neemt nog altijd geen verantwoordelijkheid.

Er was 2 jaar cel geëist  Dan zou hij 16 maanden moeten zitten. De rechtbank legt een zwaardere straf op:  30 maanden waarvan 10 voorwaardelijk. Dat betekent dat hij 20 maanden ook daadwerkelijk moet uitzitten. Gaat hij in hoger beroep, dan zal hij vooralsnog kunnen blijven zitten waar hij zit.

DE VONNISEN [zodra beschikbaar]

Johnny Cash

Mensen worden om uiteenlopende reden verdachte in een strafzaak.
Er zijn mensen die het worden omdat ze in de war zijn.
Verwarde mensen willen in een samenleving die in een hoog tempo voortraast wel eens struikelen.
Via het strafrecht proberen wij deze ‘sneuvelaars’ weer op te lappen en in het gareel te krijgen.

De 49-jarige Dick is een man die met twee trillende benen in het leven staat.
Als kind al was hij altijd bang, later mocht dat een angststoornis heten.
Om die te lijf te gaan, ging Dick gokken.
Na jaren op en neer strandde zijn huwelijk en liep alles in de soep.
Hij verslonsde en de schulden liepen op.
Uiteindelijk meldde zich de onvermijdelijke deurwaarder.

Op 16 februari, ’s ochtends om negen uur, zou die voor de laatste keer bij hem op de stoep staan.
Dick moest zijn huis uit.

Hij had het anders bedacht.
Technisch als hij was leidde hij de afvoer van de cv-ketel naar de badkamer.
Daar sleepte hij het bed naar toe en zo probeerde hij op 15 februari ’s avonds in diepe slaap te vallen.
Op de televisie had hij iets gezien over koolmonoxidevergiftiging.
Als alles goed zou gaan, zou hij nooit weer wakker worden.

Opnieuw zat hem niet mee.
Hij overleefde de poging en besloot in verwarring tot drastischer maatregelen.
Hij zette de gaskraan open, stak wat kaarsen aan en barricadeerde de voordeur met de wasmachine.
Struikelend verliet hij via het balkon zijn woning.
Maar eenmaal buiten belde hij 112 en vertelde wat hij had gedaan.
Niet lang daarna, de brandweer was er al, klonk een enorme explosie die de voorpui wegblies.
Dat er geen doden en gewonden zijn gevallen, is voor iedereen een groot geluk geweest, zegt de officier van justitie.

Dick zegt bijna niks, zegt dat hij het niet meer zo goed weet.
In het Pieter Baancentrum twijfelen ze aan zijn vergeetachtigheid.
Een klinische behandeling is noodzakelijk.
De rechters: ‘Zoiets kan jaren duren, beseft u dat wel?’
Dick, vlak en emotieloos: ‘Als dat zo is, dan moet het maar zo zijn.’

Hij zit nu 39 weken in de gevangenis, waar hij minder eenzaam is en weer redelijk gezond te eten heeft.
Eigenlijk vindt hij het leven wel goed zo.

Voor Leo, 42 jaar en hoefsmid, is het andersom.
Hij had het in zijn huisje, in een portiekflat in Groningen waar hij al 19 jaar woonde, prima naar zijn zin.
In januari ging het mis en deze zomer werd hij als trouwe huurder uit huis gezet en nu is zijn leven een zooitje.
Zegt: ‘M’n twee lievelingskatten kwijt, mijn eigen bedrijvigheid naar de kloten. Het is één grote teringellende.’
Leo leeft nu in zijn auto, vol hoefijzers, hamers, een aambeeld en vuur.
Zegt: ‘Ik droom van een klein kneuterig arbeidershuisje met een badkamer en een voordeur.
Een eigen brievenbus lijkt me ook leuk.’

Leo kreeg hommeles met de buren.
Hij vermoedt dat het een complot is, dat ze hem weg willen hebben.
Af en toe moest de politie er aan te pas komen, om gemoederen te bedaren, soms om Leo even mee te nemen.
Tegen de rechters: ‘Als mijn grote dikke bovenbuurman naar het toilet ging, kon ik dat horen. Maar ik lette daar nooit zo op.’

Tuurlijk, hij snapt zijn buren ook wel een beetje.
Zegt: ‘Ik ben een babbelkont. Als ik een gedachte heb, spreek ik die uit. Maar ik ben niet gek, wel wat apart.’
De buren waren vooral bang en zeiden dat ze met Leo in de buurt altijd op hun hoede moesten wezen.
Leo lacht boos: ‘Ik heb nooit iemand aangeraakt.’

Rechters: ‘Heeft u uw buren met de dood bedreigd?’
Leo: ‘Nee. Zo ben ik niet. Kijk, ik leef met honden, met paarden. Dan draait alles om lichaamstaal. Ik heb een uitgesproken lichaamstaal. Dat zie je aan mij.’
De rechters zeggen in het dossier te hebben gelezen dat hij wel eens op het balkon stond en dan schreeuwde. ‘Dan riep u: jullie hebben mijn boekhouder vermoord en ook zijn vrouw. Wat bedoelde u daar mee?’
Leo, diepe zucht: ‘Rare gedachten spreek ik ook uit. Okay, niet altijd slim. De volgende dag wist ik dat dat van die boekhouder en zijn vrouw dikke flauwekul was.’

Rechters: ‘U riep tegen uw buren dat ze allen dood zouden gaan. Dat ze verraders waren. Dat hun tijd was gekomen.’
Leo raakt uitgeput van al dat gevraag.
Met zijn laatste krachten: ‘Mijn buren houden van Marco Borsato. Ik van Johnny Cash, maar ook van Motörhead, Slayer. Dan zing ik metal-teksten, dat gaat alleen maar over die, die, dood, dood. Johnny Cash, Cut you down. Dat roep ik dan in mijn eigen woning. Niet tegen iemand of zo. Mag het?’

Rechters: ‘De psychiater zegt dat bij u sprake is van waanideeën, schizofrenie. Dat er soms sprake is een psychotisch toestandbeeld die gepaard gaat met ontremmingen.’
Leo: Die psychiater is een takkewijf.’

In juni dit jaar werd Leo door de politie uit huis gehaald. Na 19 dagen in een cel belandde hij met een machtiging van een rechter in een psychiatrisch inrichting.
Na twee maanden stuurde de directeur hem naar huis met de woorden: ‘Dag Leo, met jou is niets aan de hand.’

De officier van justitie: ‘Beetje zorg, beetje begeleiding.’
Tegen Leo: ‘Wat zoek je ook als vrije jongen in de stad? Zoek het platteland op. En een andere muziekkeuze. Love is all van The Beatles is ook een heel leuk liedje om te zingen. Ik eis wegens bedreiging een gevangenisstraf van honderd dagen waarvan 81 voorwaardelijk.’

Leo moppert dat het niet weer zal gebeuren en dat hij nu met rust wil worden gelaten.

Rob Zijlstra

UPDATE – uitspraak – 26 november 2012
Leo heeft zich vijf maal schuldig gemaakt aan bedreiging tegen het leven gericht. meermalen gepleegd. De rechtbank komt tot een andere straf die nauwelijks verschil maakt: een gevangenisstraf van 79 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk. Dat is wel lager dan de eis.

De strafzaak van Dick is aangehouden, het vervolg is in afwachting van een rapport van de reclassering over de gewenste behandeling.  

Medeverdachten

De rechtspraak kost wat en dat is natuurlijk logisch.
Een bos kost ook geld.
En geen rechtspraak nog veel meer.

Een en ander neemt niet weg dat de Nederlandse strafrechtspraak zich kenmerkt door een efficiënte aanpak.
Wanneer er voor één strafbaar feit twee (of meer) verdachten zijn, staan die twee (of meer) meestal gelijktijdig voor de rechter.
Dat is omwille proceseconomische reden.
Twee voor de prijs van één.

Dat is zowel handig als lastig.

Want wanneer er twee verdachten voor hetzelfde feit terechtstaan, worden op één zitting twee rechtszaken tegelijkertijd behandeld.
Rechters zijn in zo’n geval verplicht vooraf tegen de verdachten te zeggen dat hun zaken gelijktijdig worden behandeld, maar niet gevoegd.
Dat betekent dat wat de ene verdachte zegt in zijn zaak, niet gebruikt zal (mag) worden in de zaak van de andere verdachte.

Branko en Stanley worden verdacht van straatroven, in augustus en september in de stad Groningen.
Stanley wil wel toegeven dat hij het heeft gedaan.
Hij moest zich melden bij de gevangenis en had geld nodig ‘voor in de bak’.
Daarom.

Branko ontkent zijn betrokkenheid, want hij heeft niks gedaan.
Stanley is het met zijn medeverdachte eens.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Deze man kunnen jullie naar buiten gooien. Hij heeft er niets mee te maken.’

Branko kijkt tevreden naar Stanley en vervolgens naar de rechters.
Hij zegt: ‘U hoort wat die kerel zegt. Ik heb er niets mee te maken.’

Maar zo gemakkelijk is het niet.

Want wat Stanley roept – behoorlijk ontlastend – kan niet zomaar worden gebruikt in de zaak van Branko.
De strafzaak zal moeten worden aangehouden om Stanley bij de rechter-commissaris als getuige te kunnen horen.
Daar mag hij herhalen wat hij zojuist heeft geroepen.
Daarvan wordt proces-verbaal opgemaakt en dat wordt toegevoegd aan het dossier van Branko.
Dan telt het wel.

Weg handig voordeel.

De twee strafzaken worden aangehouden (uitgesteld) om over maanden na nader onderzoek te worden voortgezet.
Branko blijft verdachte, zij het dat de voorlopige hechtenis per direct wordt opgeheven.
Hij hoeft niet terug naar de gevangenis; hij mag – ook van de officier van justitie – zijn proces in vrijheid afwachten.
De aanklager is niet meer zo zeker van haar zaak.

De eerste zittingsdag van het nieuwe jaar in zaal 14 was ’s ochtends begonnen met Tido en Harm.
Ook hun zaken dienen gelijktijdig, maar niet gevoegd.

Samen zouden ze op een nacht in oktober van het vorige jaar Wilco hebben geslagen, geschopt en vervolgens beroofd van zeventig euro, identiteitspapieren en zijn fiets.

Tido en Harm zitten naast elkaar in de verdachtenbank.
Harm zegt dat het klopt.
Tido niet.
Tido zegt dat toen het gebeurde, Harm lag te slapen.
Tettert: ‘Dus wat kan hij nou weten?’

Rechters: ‘Wat is er dan gebeurd?

Tido vertelt dat ze ’s nachts bij café Bos in Vledderveen een krat bier hadden gekocht. Toen ze weer buiten stonden, kwam die Wilco stomdronken achter hen aan.
Ze dronken samen biertjes uit hun krat.
Tido: ‘Maar ineens ging die man slaan en schopte hij mij. Hij mij! Dat is de waarheid.’

Rechters: ‘Waarom sloeg hij u?’
Tido zou het niet weten.
‘Portemonnee?’
Tido: ‘Niet gehad.’
Fiets?
‘We zijn lopend weggegaan. Op de fiets. Nou ja, hoe weet ik ook niet meer.’

Harm heeft een andere lezing van de gebeurtenis.
Hij sliep helemaal niet.
Die ochtend had hij met zijn zoontje kastanjes gezocht en toen was hij Tido tegen het lijf gelopen.
Die moest een auto op naam laten zetten.
Bij de C1000 kochten ze een krat bier.
Toen de flesjes leeg waren, schakelden ze over op Beerenburg en Jägermeister en toen benzine op was, liepen ze naar een café om een nieuw krat te kopen.
Ze waren buiten gaan zitten en toen kwam die man er aan.
Eerst dronken ze nog wat samen, rookten ze wat van zijn shag.
Daarna hadden ze hem nadrukkelijk om geld gevraagd.

Harm: ‘Tido gaf hem twee klappen. Hij viel. Ik heb hem twee keer geschopt. Hij gaf zijn portemonnee. Die heb ik aangepakt. Daarna zijn we op zijn fiets weggereden. Tido stuurde, ik zat achterop met het krat bier. De fiets hebben we later in het kanaal gegooid.’

Het slachtoffer mocht bij een woning met het licht nog aan de politie bellen.
Op basis van het signalement, zei de buurtagent: ‘Dat moeten Harm en Tido zijn geweest.’

De officier van justitie komt niet toe aan het eisen van straf.
Het onderzoek in de zaak van Tido is klaar, maar in de zaak van Harm ontbreekt het reclasseringsrapport.
De rechters willen de twee strafzaken niet splitsen, maar een maand uitstellen.

Tido is het daar heel erg mee oneens.
Hij wil weten waar hij aan toe is en nog liever naar huis.

Zouden de rechters in zijn zaak over twee weken uitspraak doen, dan nemen ze daarmee een voorschot op hun oordeel over Harm.
En dat kan niet, want zijn strafdossier is nog niet compleet.
Een oordeel over Tido betekent dat de rechters in de zaak van Harm besmet zijn.
Kan opgelost worden: door de strafzaak van Harm opnieuw te doen.
Met drie andere rechters.

Dat is niet efficiënt.
En dus gaan Harm en Tido om proceseconomische reden, terug naar de gevangenis.

Rob Zijlstra

nieuw op 14

Nieuw en helemaal gratis op zittingszaal14.nl: onder de tab uitspraken 2010 staan links naar de vonnissen van strafzaken die op dit weblog worden beschreven.
De links verwijzen rechtstreeks naar de vonnissen van de rechtbank Groningen en (de arresten van)  het gerechtshof Leeuwarden zoals die worden gepubliceerd op rechtspraak.nl,

>>> rechtstreeks

Een knuffel

nederland

Het is niet zo dat als je niks gedaan hebt, je ook niet te vrezen hebt.
Er bestaan landen.

Het onderstaande verhaal speelt zich af in Nederland, een klein land in het noorden van Europa.
Harm heeft daar, op een kwade dag, geprobeerd zijn vriendin Els van het leven te beroven.
Harm zou met haar hoofd op de grond hebben gebonkt.

Els stapt naar de politie die de relatieruzie juridisch vertaalt naar een poging tot doodslag.
Harm wordt opgepakt en vervolgd.
Wettig en overtuigend, oordeelt de rechtbank te Groningen in koor met justitie
Op 20 december 2004 wordt de dan 26-jarige Harm veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.
Harm is een gevaar en de samenleving daar aan de Noordzee dient beschermd.

Harm dacht dat hij niet te vrezen had, want hij had niks gedaan.
Dus stapt zijn advocaat naar het gerechtshof in Leeuwarden.
Geen poging tot doodslag, zegt het hof, maar een mishandeling, eenvoudig van aard.
Het arrest (uitspraak): drie maanden celstraf, waarvan twee voorwaardelijk.

Arme Harm.
Hij zat op dat moment negentien maanden vast, in de vorm van zijn opgelegde straf en de tijd die hij moest vastzitten in afwachting van een plek in een tbs-kliniek.
Het is een land met wachtlijsten.

Was er echts niet meer aan de hand geweest?
Hadden de rechters zich destijds dan zo in de luren laten leggen?

In 2007 dendert Harm bij Els die ondertussen in Enschede woont de woning binnen. Huisvredebreuk, roept Els en stapt in juni van dat jaar naar de regiopolitie Twente.
Kennelijk is Harm niet zo’n lieverdje.

Maandag zat Els in het verdachtenbankje.
De rechters die haar destijds met justitie als slachtoffer beschouwde, zien haar nu als de verdachte.
Els heeft, zegt justitie nu, de boel belazerd.
Els heeft tot twee keer toe een valse aangifte gedaan.
Harm had haar destijds, in 2004, alleen maar een duw gegeven.
Van die huisvredebreuk, drie jaar later, was ook niks waar.

Wie aangifte doet van een strafbaar feit, maar weet dat dat helemaal niet is gepleegd, wordt gestraft.
Dat wil zeggen, dat kan.
Artikel 188 van het wetboek van strafrecht.
Net als Harm kan Els daar twaalf maanden cel voor krijgen.

Els heeft het niet gemakkelijk in het verdachtenbankje.
Het duurt niet lang of emoties maken zich van haar meester.
Door haar tranen heen roept ze dat er zoveel in haar leven van 28 jaar is gebeurd, veel geweld, een opeenstapeling, en dat ze dat verdomme steeds maar weer opnieuw moet vertellen, dat haar vader twee mensen heeft vermoord, dat ook haar moeder veel heeft moeten meemaken.
Ze huilt, woord voor woord: ‘En het gaat maar door.’

Els was in therapie gegaan.
Posttraumatische stress-stoornis.
Els lijdt aan herbelevingen.
Weet niet of herinneringen echt zijn.

De officier van justitie vraagt: ‘Toen u uw verklaringen aflegde, was dat toen uw waarheid?’
Els: ‘Ja.’

Harm wil een schadevergoeding van 7500 euro.
Els zegt dat ze dat met haar weekgeld van 50 euro niet kan betalen, al zou ze willen.

De officier zegt dat ze de overtuiging heeft dat Els in 2004 en in 2007 heeft gelogen, maar niet de opzet heeft gehad dat te doen.
Je kunt wel iets doen dat niet mag, maar als dat niet met opzet is – niet willens en wetens – dan telt het niet.
Officier van justitie: vrijspraak.

In oktober 2007 dringt Els wederrechtelijk de woning van Harm binnen.
Ze wil een knuffel.
– ‘Ik kon het niet loslaten.’
Hij dreigt met de politie, zij met de trein.

Justitie stuurt haar voor dit strafbare feit een acceptgiro van 170 euro.
De officier van justitie zegt dat dit laatste wel wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij eist opnieuw 170 euro, maar die – gezien het weekgeld – geheel voorwaardelijk.
De vordering van Harm moet vanwege de vrijspraak-eis worden afgewezen.

Ja, het was een nare geschiedenis daar in Nederland, in een land waar de mensen desondanks nog altijd denken dat als je niks hebt gedaan, er ook niet te vrezen valt.

Rob Zijlstra

uitspraak op 6 juli

Justitie laat omstreden vonnis verjaren

nieuwsbericht

Het openbaar ministerie (OM) laat het vonnis dat werd uitgesproken over een overleden verdachte verjaren. Een 61-jarige man uit Groningen werd vorige week naast een werkstraf veroordeeld tot het betalen van 112.000 euro aan de Staat. Het ging om geld dat hij zou hebben verdiend met de handel in hennep. Drie dagen voordat het vonnis werd uitgesproken, overleed de man. De rechtbank noch justitie waren hier van op de hoogte.

Justitie, belast met de uitvoering van vonnissen, zat met de kwestie in de maag. De wet bepaalt dat een vordering van crimineel geld niet vervalt wanneer de verdachte komt te overlijden. Dat betekent dat nabestaanden de rekening krijgen gepresenteerd.

In dit geval zal dat niet gebeuren. Hadden wij geweten dat de man was overleden, dan had de rechtbank het vonnis niet uigesproken en dan was er dus geen veroordeling, zegt OM-woordvoerster Kirsten Smit. Door het vonnis ‘ter verjaring op te leggen’ lost het probleem zich uiteindelijk – na vijftien jaren – vanzelf op.

Het vonnis (update)

 

 

 

groninger rechters

groninger rechters

Het openbaar ministerie weet nog steeds niet – het is woensdagmiddag – wat er moet gebeuren met het vonnis dat maandag werd uitgesproken over de man die vorige week vrijdag overleed.

 

Voorlopig beschouwt het openbaar ministerie het vonnis als niet uitvoerbaar. Omdat het te herroepen is.

 

Woordvoerster Kirsten Smit zegt hierover vrij vertaald het volgende:

 

Wij kunnen pas tot executie overgaan als een vonnis onherroepelijk is geworden. Wanneer er geen hoger beroep wordt aangetekend, wordt een vonnis automatisch twee weken na het uitspreken onherroepelijk.

Onze (zegt Kirsten) vraag is nu of een vonnis wel onherroepelijk kan worden als de mogelijkheid tot hoger beroep er niet is geweest, dan wel niet kan zijn geweest.

 

Justitie in Groningen heeft de kwestie voorgelegd aan deskundigen, zeg maar aan de bedrijfsjuristen van justitie. Die schijnen in Den Haag te wonen.

 

Een en ander betekent wel, zegt nog altijd Kirsten Smit, dat de nabestaanden zolang wij het niet weten, geen rekening krijgen gepresenteerd.

 

Voor de rechtbank ligt de zaak eenvoudiger.

De woordvoerder: ‘Wij kunnen er niets aan doen. Wij hebben naar eer en geweten gehandeld.’

 

rob zijlstra

 

 

Het vonnis

Een verslaggever is een observator.

Hij (zij ook) kijkt en luistert en doet dan verslag van datgene hij heeft gadegeslagen en gehoord.

Dit is een vrij traditionele omschrijving.

 

Eens was ik geen rechtbankverslaggever, maar stadhuisverslaggever en daarvoor ook gemeentehuisverslaggever.

Wel meegemaakt dat collega-verslaggevers deelnamen aan de politieke beraadslagingen van de gemeenteraadsleden. Of dat een collega-verslaggever tijdens een begrotingsvergadering ingreep omdat het zo niet langer kon. Dat de burgemeester de boel vervolgens schorste en de collega-verslaggever in zijn kamer ontbood voor nader overleg. En dat de burgemeester bij de hervatting van de vergadering zei dat het anders moest, omdat het zo echt niet langer kon.

 

Als rechtbankverslaggever moet je net als alle andere toeschouwers in de zittingszaal de mond houden. Dat heeft niets met objectiviteit te maken, maar alles met het spel van de strafrechtspraak.

 

Toen ik maandagochtend thuis de krant opensloeg, zag ik het meteen.

Vrijdag overleden, op 61-jarige leeftijd na een korte, maar hevige ziekte.

De volledige naam klopt, de geboortedatum ook.

Ik zei aan de ontbijttafel: ach, kijk nou eens.

Dit is de man die ik Jaap heb genoemd in mijn stukje van twee weken geleden. Over hem moet de rechtbank vanmiddag vonnis wijzen.

De ontbijttafel vroeg: Maar kan dat dan, vonnis wijzen op maandagmiddag als iemand op vrijdag is overleden?

 

Langzaam werd het maandag een uur, het tijdstip van de uitspraken.

Om een uur moesten we nog even wachten.

Op het lijstje van de bode pronkte zijn naam.

Een eveneens wachtende advocate vroeg belangstellend of er nog interessante zaken waren vandaag.

Ik zei: ‘Nog niet. Maar misschien dat de rechtbank zo meteen iemand gaat veroordelen die al overleden is.’

De wachtende advocaat: ‘Maar dat kan niet.’

 

Natuurlijk vroeg ik mij achteraf af of ik het even had moeten melden, vooraf.

Natuurlijk niet, want dat is niet mijn taak.

Natuurlijk niet, want ik ben slechts toeschouwer die de mond moet houden.

Natuurlijk niet, want misschien hadden de rechters het ’s ochtends zelf wel gelezen.

 

Even later gebeurt wat niet kan.

 

Als het is gebeurd, kijk ik de rechter aan en vraag of ik even iets mag zeggen.

Ik zeg dat de rechtbank zojuist een man heeft veroordeeld die vrijdag is overleden.

Oei, zegt de rechter.

Oei ook, de officier van justitie.

 

In de advocatenkamer – zeg maar de raadkamer voor de rechtbankpers – wordt het wetboek van strafrecht opengeslagen.

 

Artikel 69.

Artikel 75.

 

Daar staat het. Wie dood is hoeft de gevangenis niet meer in of een taakstraf uit te voeren, maar moet wel het wederrechtelijk verkregen geldbedrag betalen dat hem in rechte is ontnomen.

En laat nou de rechtbank net hebben uitgesproken dat Jaap 112.000 euro moet doneren aan de Staat der Nederlanden.

Jaap zijn hennepgeld.

 

Oei, zegt nu ook een advocaat.

Oei, omdat de nabestaanden nu wel eens een probleem kunnen hebben.

De advocaat zegt dat de advocaat van de man de rechtbank voor het uitspreken van het vonnis had moeten inlichten.

Dan was er geen vonnis geweest en nu niks aan de hand.

Maar nu wel, want de man had geen advocaat.

 

Oei, denkt tot slot ook de rechtbankverslaggever.

Dus als ik vooraf mijn mond had opengedaan, niet zo braaf had gezwegen – dan had ik wellicht de nabestaanden 112.000 euro kunnen besparen?

Nee, zegt later een officier van justitie, dan had je de Staat der Nederlanden zo’n bedrag onthouden.

 

Twee weken geleden schreef ik over Jaap en zijn zaak.

Die was ook al zo merkwaardig.

Ja, zelfs onrechtvaardig.

Vond ik.

 

Rob Zijlstra

Rechtbank veroordeelt overleden man

nieuwsbericht 
De rechtbank Groningen heeft vanmiddag een 61-jarige man uit Groningen veroordeeld die eind vorige week is overleden. Volgens het vonnis moet de man 240 uur werken en aan de staat der Nederlanden 112.000 euro betalen. De man werd onder meer verdacht van het telen van hennep.
Zowel de rechtbank als ook het openbaar ministerie was niet op de hoogte van het overlijden van de verdachte.
De wet bepaalt dat de strafrechtelijke  vervolging direct wordt gestaakt als een verdachte komt te overlijden (artikel 69 Wvs). Een uitzonderig wordt echter gemaakt voor de ontnemingsmaatregel (artikel 75 Wvs).
Dit kan betekenen dat nabestaanden opdraaien voor die 112.000 euro. Nabestaanden hebben ook niet het recht in hoger beroep te gaan. De man was twee weken geleden niet aanwezig bij de strafzaak. Ook had hij geen advocaat.
r.z.
het rechtbankverslag van twee weken geleden

Geldboete – voorwaardelijk – voor oud-rechter

nieuwsbericht


De rechtbank heeft voormalig rechter Wicher Wedzinga (51) uit Groningen veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 2500 euro. Volgens de rechtbank is bewezen dat Wedzinga het geheim van de raadkamer heeft geschonden. In een brief aan een advocaat heeft de voormalig rechter zijn gevoelens over een strafzaak zodanig verwoord dat hij daarmee inzage heeft gegeven in de geheime beraadslagingen, aldus de rechtbank.

Er was een gevangenisstraf van zes weken (drie voorwaardelijk) geëist. De rechtbank vindt celstraf een stap te ver. Op zich had een schuldigverklaring zonder oplegging van straf volstaan, maar om Wedzinga ervan te doordringen dat hij ook in de toekomst zijn mond moet houden, is een dreigende geldboete gepast.

Wedzinga zegt dat hij als rechter in een strafzaak in hoger beroep ten onrechtge een man heeft veroordeeld tot twaalf jaar celstraf. Volgens Wedzinga is de man naar hem later zou zijn gebleken, onschuldig. De gewraakte brief schreef hij aan de advocaat van deze man.

© r.z.

het vonnis op rechtspraak.nl

.

UPDATE – 24 februari 2010
Het gerechtshof Leeuwarden (nevenzittingsplaats Arnhem) heeft Wicher Wedzinga in hoger beroep opnieuw veroordeeld wegens oplichting, een poging tot afdreiging en het schenden van het geheim van de raadkamer (overtreding). De beschuldiging dat hij zich ten onrechte heeft gemanifesteerd als advocaat moet opnieuw worden beoordeeld door de rechtbank in Groningen.

>> de uitspraak (samenvatting met link)

>>

Moord

Ik kan het even niet laten.

Een tijdje geleden schreef ik over oude gewoonten en symboliek waar het strafrecht bol van staat.

Over presidenten, jongste en oudste rechters, links, rechts, over raadsheren en raadslieden, advocaten-generaal en strafpleiters, over de hoogte van plafonds in zittingszalen van gerechtsgebouwen en paleizen van justitie.

Over het gebruik dat (ook) het publiek, de samenleving, gaat staan als de gerechtsdeurwaarder uit respect ‘De Rechtbank’ roept op het moment de zittende magistratuur in wettelijke volgorde de arena betreedt.

En dat daarna iedereen weer mag gaan zitten.

Behalve de beklaagde.

Die moet blijven staan.

Voor het hekje.

Een verdachte staat immers terecht.

Lang dacht ik dat dit in heel het land de oude gewoonte was.

Totdat ik hoorde dat dit gebruik alleen in Groningen gebruikelijk is.

Bij de oplevering van het huidige Groninger gerechtsgebouw, tien jaar geleden (eerste steen: Winnie Sorgdrager), kwamen de Groninger strafrechters in zitting bijeen voor extra beraad en de magistraten van toen vonden dat een verdachte het terechtstaan ook fysiek zo moet voelen.

Hij (meestal een hij) moet een beetje in zijn hemd staan.

Lang had ik – regionaal journalist als ik ben – er geen weet van dat de rechtbank in Groningen de enige rechtbank in Nederland is waar de verdachte dit staan moet ondergaan.

Ik schreef dus dat hier sprake is van enige rechtsongelijkheid.

De rechtbank antwoordde desgevraagd dat deze kwestie geen onderwerp van discussie is onder de strafrechters van tien jaar later, van anno nu.

Dat was in april dit jaar.

Maar wat hoorde ik vandaag in de immer gonzende wandelgangen van het Groninger gerechtsgebouw?

Dat het hekje gaat verdwijnen. Heel binnenkort al.

Ik wil hier niet beweren dat…, maar vraag mij ondertussen wel af wat ze met het hekje van zittingszaal 14, eigenlijk een heel lelijk ding, van plan zijn te gaan doen. Binnenkort.

Ik zou er een moord voor doen.

Rob Z.

UPDATE – 25 augustus 2008

Vanochtend heeft de rechtbank (intern) bekendgemaakt dat het terechtstaan voor het hekje per 1 september wordt afgeschaft. Verdachten mogen bij binnenkomst direct naast de raadsman of -vrouw gaan zitten.