Witte rozen

De rechters vragen aan Bennie: ‘Wat wilt u nou eigenlijk met uw leven?’
Bennie wil studeren, hij dacht zelf aan een HBO-opleiding.
Een studie op MBO-niveau ziet hij niet zitten. Hij wil later namelijk veel geld verdienen en dan moet je dus de HBO doen, weet hij.

Bennie is 19 jaar.

De rechters vragen: ‘Heeft u hulp nodig?’
Nee, Bennie heeft geen hulp nodig, Bennie doet zijn dingen zelf.
Hulp krijgt hij van zijn moeder.
Beetje steun, hier en daar, dat zou wel welkom zijn.

Bennie is een arrogante jongen, rapporteerde de reclassering
De rechters zeggen: ‘Door uw arrogantie, lazen wij, wordt u steeds ontslagen. Terwijl u zelf denkt dat iedereen u geweldig vindt.’

Bennie knikt, hij snapt het. Hij zegt dat hij niet helemaal eerlijk is geweest tegen de reclassering.
Niet eerlijk over zijn drugsgebruik.
Hij had gezegd dat hij heel af en toe een blowtje rookte, wat natuurlijk niet waar is.

Rechters: ‘U rookte vaker.’
Bennie: ‘Veel. De hele dag, niks doen, blowen, niks doen, blowen. Maar ik vind het moeilijk om daar open over te zijn. Dat komt door mijn geloof, mijn achtergrond en mijn cultuur.’
Een rechter: ‘Dat is onzin Bennie. Drugs heeft niets met cultuur te maken. Ik ben Nederlander en zeg ook niet tegen mijn kinderen, ga maar cocaïne gebruiken.’

Bennie knikt.
Hij begrijpt het wel.
Zegt: ‘Het was gewoon een zwarte periode in mijn leven, het was chaos. Ik ben blij dat ik ben opgepakt.’

Hij gaat ook een brief schrijven aan die mevrouw. Hij had de angst in haar ogen gezien en toen voelde hij zich direct heel slecht. Maar er was toen geen weg meer terug. De dochter van die mevrouw zit bij mijn zusje in de klas. Ik begrijp nu dat het heel ernstig is wat ik heb gedaan. Ik zal vergiffenis vragen.’

Rechters: ‘U heeft gedacht, als ik straks tegenover die rechters zit, dan ga ik ze precies vertellen wat ze willen horen. Sociaal wenselijk. Weet u weet u wat dat betekent?’

Bennie zegt ‘jawel’, hij snapt wel dat de rechters zo denken.

Naast Bennie zit Andre.
Andre is 20 jaar.
Hij was de chauffeur geweest.
Hij had Bennie en Murat, die 16 jaar is, er naar toegebracht.

Rechters: ‘U bent in de auto blijven zitten, waarom bent u niet mee naar binnen gegaan?’
Andre zegt dat hij dat niet durfde.
‘Daar was ik te bang voor. Zoiets is niks voor mij.’
Rechters: ‘Waarom bent u er dan bij betrokken?
Andre: ‘Dat weet ik eigenlijk ook niet.’

Andre heeft motorvoertuigtechniek gedaan, maar wil nu verder in de bouw.
De kans dat hij in de toekomst weer dit soort misdaden gaat plegen, is klein.
Hij zegt: ‘Want ik volg in de gevangenis het traject ‘eerst denken, dan doen.’

Het is maandag 13 februari, tegen sluitingstijd.
Een jongeman en een kind nog, met bivakmutsen om de kop, zonnebrillen voor het verscholen gelaat en beiden met een wapen in de hand, knallen de Jumbo-supermarkt in Stadskanaal binnen.
Ze schreeuwen ‘money, money, more money’, duwen klanten aan de kant.
Een medewerkster – de mevrouw met de angst in haar ogen – moet met een wapen op haar gericht de Jumbo-gele plastic tas vullen.
Ze gaan langs alle kassa’s.

Ze graaien een paar sloffen sigaretten mee.
Een pakje kauwgom.
En op de vlucht, langs de uitgang, nog een bosje witte rozen.

Andre staat niet met zijn auto op de afgesproken plek.
Ze houden met de bivakmutsen nog op, een fietser aan.
‘t Is Wesley, ze kennen hem wel.
Wesley herkent hen niet.
Ze vluchten met de fiets verder, door tuinen, dwars door een kas in de tuin, het glas sneuvelt, er wordt geschoten.
Bennie: ‘Maar dat was een ongelukje.’

Eenmaal terug in het rovershol verdelen ze de buit.
Ze hebben 4.995 euro te pakken.
Andre krijgt het kleingeld, zo’n 350 euro.
Hij is ontevreden, want ze hadden hem vooraf 500 beloofd.

Zo gaan dus gewapende overvallen.
Het was de zoveelste op een supermarkt.
De slachtoffers hadden aan de rechtbank geschreven: ‘Ze beseffen niet wat ze aanrichten.’

De advocaten doen hun best, maar kunnen van de bekennende verdachten ook geen slagroomtaartjes maken.
De advocaat van Andre zegt: ‘Hij kan niet overzien wat hij doet. Zijn broer werkt nota bene bij die supermarkt. Dat zegt genoeg.’
De advocaat van Bennie: ‘Het goede antwoord waarom iemand een overval pleegt, bestaat niet. Maar de eis is te hoog.’

De officier van justitie had daarover gezegd – vrije vertaling – dat Andre met zijn motorvoertuigtechniek en in zijn dommigheid verminderd toerekeningsvatbaar mag heten en dat de reclassering hem straks maar weer in elkaar moet schroeven.
Maar eerst: 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 voorwaardelijk.
Dat is een jaar zitten.

Over Bennie die vaker is veroordeeld: ‘De maatschappij moet maar een tijdje van dit heerschap worden gevrijwaard. De angst in de ogen zien van de mevrouw, maar dan nog wel even op de vlucht een bosje witte rozen meesnaaien, dat rijmt niet: 4 jaar gevangenisstraf.

Samen moeten ze de Jumbo schadeloos stellen: 6.100 euro.
Bennie vindt dat logisch.
Andre niet helemaal, hij had toch maar 350 euro aan kleingeld gekregen?

Rob Zijlstra

♦ de 16-jarige Murat moet later, voor de kinderrechter, terechtstaan

UPDATE – 15 juni 2012 – uitspraken
Bennie is veroordeeld tot 4 jaar celstraf. Andre moet het doen met 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk.

HET VONNIS [bennie]

Tasjesdief

Zucht.

Bert is inmiddels al 45 jaar, maar nog altijd veelpleger met een onbedwingbare hang (zucht) naar cocaïne.
Een slechte combinatie.
Het beste is, zegt zijn advocaat, dat Bert een vriendin ontmoet, eentje die ook streng is, die hem meeneemt, ver van het criminele pad.

Soms werkt dat.

Maar de vrouw die Bert was tegengekomen en op wie hij smoorverliefd werd, was zelf ook aan de snuif.
Zij had heel andere eisen.
Janneke werkte als oproepkracht in de prostitutie.
De escort.
Bert vond dat niks.
Tegen de rechters: ‘Ik wilde haar voor mezelf.’
En dus had hij als een echte man tegen Janneke gezegd: ‘Schat, ik zorg voor het geld.’

En zo kwam het dat Bert op jacht ging.
Naar de Albert Heijn in Veendam, naar Super de Boer in Groningen en Roden en naar de C1000 in Assen en Gieten.
Niet voor de dagelijkse boodschappen, want die haalde hij bij de dealers in Hoogezand.
Bert ging voor de portemonnees in boodschappentassen die soms achteloos aan winkelwagentjes hangen.

Tegen de rechters zegt hij dat hij gewoon de supermarkt binnenstapte, een portemonnee zag en die dan vliegensvlug pakte.
Gewoon willekeurig.
Maar dat laatste is misschien niet helemaal waar.
Zijn oudste slachtoffer was een mevrouw uit Assen van 90 jaar.

De officier van justitie sluit niet uit dat Bert bewust jaagde op oudere vrouwen omdat die weerlozer zijn.
De (enige) vaste bezoeker op de publieke tribune van zittingszaal 14 weet dat wel zeker.
Hij zegt: ‘Weet je wat ik denk? Omdat oudere mensen vaak hun pincode op een briefje schrijven en dat briefje verstoppen tussen de bankpasjes. Schrijf dat ook maar eens op want oude mensen moeten dat niet doen.’

Op 17 juli van het afgelopen jaar wandelt Bert de C1000 binnen aan de Stationsstraat in Gieten.
Het is er lekker druk en hij slaat zijn slag.
Buit: twee bankpasjes en zestig euro aan contanten.
Het slachtoffer, dit maal niet op leeftijd, maar slecht ter been, laat onmiddellijk de rekeningen blokkeren.
Te laat.
In amper tien minuten tijd weet Bert bij twee omliggende banken en in drie winkels 1.071 euro te pinnen.
In de winkels had hij om pakjes sigaretten gevraagd en of hij dan 100 euro extra mocht pinnen.
Dat mocht steeds.

Rechters: ‘Zo ging het.’
Bert: ‘Ja, klopt. Alleen dat ik toen ook in Duitsland geld heb gepind, klopt niet. Ik was gewoon op de fiets.’
Bert bedoelt te zeggen dat hij wel snel kan, maar zo snel van Gieten naar Duitsland fietsen, kan hij niet.

De meeste slachtoffers ontdekten pas bij de kassa dat ze waren bestolen.
Met de bedrijfsleiders werden de camerabeelden bekeken en dan was te zien hoe snel het ging, soms als een winkelwagentje eventjes onbeheerd was, dan weer bij de groente- en fruitafdeling.
De beelden werden vervolgens aan de politie overgedragen.
Agenten zeiden direct, hé, dat is onze Bert, die kennen we. Al 45 jaar, maar nog steeds veelpleger en aan de coke.

In juli sloeg Bert voor het eerst toe bij de Albert Heijn in Veendam, halverwege september werd hij opgepakt, kort nadat hij met een gestolen creditcard 1000 euro had gepind bij de ING-bank in Zuidlaren.
De totale buit, zo heeft de officier van justitie uitgerekend, bedraagt 3.825,14 euro.

Rechters: ‘En allemaal op aan de cocaïne?’
Bert: ‘Helemaal.’

Bij de politie had Bert niks willen zeggen, hij had zich beroepen op zijn zwijgrecht. Maar tegenover de rechters wil hij een open boek zijn.

De rechters zeggen dat Bert een lange staat van dienst heeft als het gaat om hulpverlening.
Dus vragen ze: ‘U kende de weg. Waarom is het dan toch zover gekomen?’
Bert: ‘Ik zat zo in de penarie dat ik mij er niet toe kon zetten de reclassering te bellen.’

Hij zegt dat hij net op vrije voeten was, dacht dat hij zichzelf zou kunnen redden, ook omdat hij zijn woning nog had. ‘Maar het lukte dus niet en nu heb ik niks meer, ik ben alles kwijt.’
Nu heeft hij dus veel spijt, helemaal nadat hij in het dossier las dat een van zijn slachtoffers een vrouw van 90 jaar was.

Hij zegt: ‘Ik zit nu in de gevangenis tussen allemaal criminelen. Ik bedoel, ik ben zelf natuurlijk ook een crimineel, maar in de gevangenis leer ik niks. Ik zit tussen mensen die overvallen en inbraken zitten voor te bereiden voor als ze straks vrijkomen. Dat wil ik niet.’

Bert’s berouw komt oprecht over. Hij heeft aan alle acht slachtoffers een brief geschreven met zijn excuses. Doorgaans wordt dit gewaardeerd, dan wel wordt het een verdachte kwalijk genomen als hij helemaal niks richting slachtoffers onderneemt.

Maar de officier van justitie zegt dat ze is gebeld door twee slachtoffers die behoorlijk ontdaan waren door die brief. Nu weet hij ook nog, hadden gezegd, waar wij wonen. Tegen Bert zegt de officier: ‘Die brief is helemaal verkeerd gevallen. U moet zich beter bewust zijn van uw handelen.’
Advocaat: ‘Het is ook nooit goed.’

De officier van justitie is wel blij met de bekentenissen van Bert.
‘Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn daden en dat is belangrijk. Maar u zult uit het oogpunt van vergelding moeten ondervinden dat wat u doet, gevolgen heeft. Ik eis dertig maanden gevangenisstraf waarvan tien maanden voorwaardelijk.’

Na detentie is Bert bereid zich te laten opnemen in een kliniek om zijn cocaïneverslaving definitief de nek om te draaien. Een beter idee is daarom, zegt de advocaat, de straf te matigen. Hoe sneller zijn behandeling kan aanvangen, hoe eerder het rechte pad in zicht komt.
Bert knikt.
Dat is nou exact ook zijn idee.

De rechters vragen of hij tot slot nog wat willen zeggen ‘want u heeft het recht op het laatste woord’.
Bert: ‘Ik pleit er voor dat dit niet op de radio, op tv of in de krant komt.’
Rechters: ‘Daar gaan wij niet over.’
Bert: ‘Oh, ik dacht dat ik daar recht op had.’

Nee.

Rob Zijlstra

UPDATE – 11 februari 2010 – uitspraak
Bert is veroordeeld wegens diefstal tot 20 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Een van de voorwaarden zodra hij vrijkomt,  is dat hij geen drugs mag gebruiken. Wordt hij betrapt bij urinecontroles dan moet hij de overige tien maanden alsnog uitzitten. Verder moet Bert zijn slachtoffers schadeloos stellen.