TBS: minder krampachtigheid graag

o p i n i e

 

Schermafbeelding 2014-06-27 om 00.38.01De criminaliteit neemt al jaren gestaag af en een goed functionerend TBS-systeem levert een wezenlijke bijdrage aan veiligheid.
Een overeenkomst tussen de daling van de misdaad en een functionerend TBS-systeem is dat maar weinig mensen het willen geloven.
Liever zien we (kennelijk) meer misdaad en als het even kan, moeten die lelijke daden worden gepleegd door TBS’ers op verlof.
Dat past beter omdat ons beeld soms wat scheef staat.

De gezamenlijke TBS-klinieken hebben nu het voornemen gelanceerd om de duur van de TBS-behandeling te verkorten door soepeler om te gaan met het verlenen van verloven.
Daar worden vast mensen heel onrustig van.
Maar het is een goede zaak.

Op grond van oneigenlijke argumenten – niet in de laatste plaats gevoed door een paar trieste incidenten met TBS’ers op verlof – is de forensische psychiatrie (wat TBS is) in het verdomhoekje terechtgekomen.
Het imago is beroerd en niet alleen aan de borreltafel.
Ook onder officieren van justitie en strafrechters is de maatregel niet heel populair.
In Groningen wordt de dwangverpleging drie tot vier keer per jaar opgelegd.
Dat is wel eens anders geweest.

Maar ook de TBS-sector zelf was in een kramp geschoten.
Harry Beintema, directeur behandelzaken van de Van Mesdagkliniek in Groningen, beaamt dat.
Hij zegt: ‘Niemand wilde meer de laatste beoordelaar zijn als het ging om het verlenen van verlof. De angst dat het toch mis zou gaan was te groot. De druk vanuit de samenleving werd gevoeld. Hierdoor bleven TBS’ers onnodig lang binnen.’

Het gevolg: in tien jaar tijd steeg de gemiddelde behandelduur van een TBS’er van vijf tot zes jaar naar tien tot elf jaar.
Beintema: ‘En de politiek vond dat niet erg. Als er maar niets gebeurde.’

Binnen de TBS-sector is er de overtuiging dat door soepeler om te gaan met het verlenen van verloven, de behandelduur uiteindelijk korter wordt.
Een gemiddelde duur van acht jaar is nu het streven.
Dat moet het vertrouwen in het systeem doen toenemen.
En iets minder peperduur maken.

Maar niet alleen daarom.
Minder TBS betekent in de praktijk dat meer mensen met ernstige psychische stoornissen – en die mensen bestaan echt – in de gevangenis belanden en vervolgens zonder behandeling op vrije voeten komen.
Zo iemand wil je ’s avonds liever niet tegenkomen.

Het voornemen is dat iemand die de TBS-maatregel krijgt opgelegd, binnen twee jaar na de opname onder begeleiding op verlof mag.
Binnen vier jaar kan een onbegeleid verlof worden toegekend.
Binnen zes jaar zou de TBS’er onder begeleiding, maar buiten de kliniek moeten gaan wonen, binnen acht jaar volgt dan het ‘echte’ proefverlof.
TBS’ers die te boek staan als ‘te gevaarlijk’ krijgen niks.
Dat was al zo en dat moet ook zo blijven.

De TBS-klinieken hebben het gelijk aan hun kant, maar het blijft een lastige boodschap.
Het is ook daarom te hopen dat andere partijen – de politiek voorop – in navolging van de sector zelf het lef hebben minder krampachtig te zijn.
De borreltafel volgt daarna wel.

Rob Zijlstra

dit artikel stond donderdag 26 juni ook in Dagblad van het Noorden en op vrijdag 27 juni in de Leeuwarder Courant

.

nieuwsbericht tbs

dagblad van het noorden, woensdag

 

 

 

Dirk de V. + 2 jaar

toegang tot de tbs-kelders

toegang tot de tbs-kelders

Voor maar heel weinig mensen doet de tijd niks tot nauwelijks iets.
Ja, verstrijken, maar daarmee is dan ook alles gezegd.
Dirk de V. is zo’n uitzonderlijk figuur.
Eens werd hij omschreven als een tikkende tijdbom
Dertien jaar geleden werd zijn tijd stilgezet.
Dat deed de rechtbank, maar het was zijn eigen schuld.

In oktober 1999 beging Dirk de V. in Groningen een gruwelijk misdrijf.
Nog voordat dat misdrijf werd ontdekt, zat hij al vast op het politiebureau in Assen.
Dat was tamelijk bijzonder en maar goed ook.

Het Openbaar Ministerie eiste in 2000 een levenslange gevangenisstraf.
Dan is de doodstraf humaner, luidde de boze reactie op de eis van De V. destijds in zittingszaal 14.
De rechtbank veroordeelde hem twee weken later niet tot de maximale straf maar tot de maximaal haalbare straf; geen levenslang maar 14 jaar en tbs met dwangverpleging.

Ik schreef vaker over Dirk de V., over zijn verrotte leven en zijn gruweldaad in Groningen, over de moord op Tjirk van Wijk, 27 jaar en een willekeurig slachtoffer.
Omdat hij de deur opendeed.
In het verhaal ‘De lastigste gedetineerde van Nederland’ staat daarover een heleboel.

De voorlaatste keer dat ik De V. zag, was in de Waalzaal van het gerechtshof in Arnhem, op 8 september 2009.
Voetje voor voetje en met de mond opengesperd schuifelde hij de rechtszaal binnen, 59 jaar, maar al een oude man, schreef ik toen.
De rechtbank had zijn tbs met twee jaar verlengd en De V. had tegen dat besluit beroep aangetekend.
Niet omdat hij van de tbs afwilde – realistisch is hij wel – maar omdat hij behandeld wilde worden.

Hij zei toen dat ieder mens het recht moet hebben om te kunnen veranderen.
Dat hij daarom niet naar een long stay-afdeling wilde want daar wordt niet behandeld.
Hij zei: ‘De long stay is als opgeven en ik wil niet opgeven.’

De raadsheren zeiden dat zij niets te zeggen hebben over de long stay.

Vervolgens eiste de advocaat-generaal dat de tbs van Dirk de V. met twee jaar moest worden verlengd en zeiden de rechters dat ze over twee weken uitspraak zouden doen.
De V. had als antwoord gegeven: ‘Tot over twee jaar.’

Het duurde iets langer, het duurde tot woensdagmiddag.
Opnieuw komt De Dirk de V. de rechtszaal binnen, nu in Groningen, weer in zittingszaal 14.
Kreunend en steunend op een rollator.
Inhalator in de hand.
Zilveren kruis aan een ketting om de nek, oorbellen, veel ringen, spijkerjas, bril, baard, kalend, slierten haar naar achteren geveegd.
Last van de longen.
Hij oogt desondanks veel kwieker dan destijds in Arnhem, maar veranderd is er nauwelijks iets.

Hij leeft nog steeds in beperking.
Dat betekent in zijn geval dat hij een half uur per dag buiten de cel mag recreëren, maar wel alleen.
Het andere verzetje is een half uur luchten in de luchtkoker.
Ook alleen.
De resterende 23 uur zit hij alleen in zijn cel, met extra zware beveiliging op een afdeling met zeer intensieve specialistische zorg.
De V. tegen de rechters: ‘Een lachertje. Het is zeer intensief opsluiten.’
De rechters: ‘U mag geen contacten hebben met medepatiënten. Zou u dat graag willen?
De V.: ‘Ja natuurlijk.’

Destijds in Arnhem zei zìjn advocaat dat De V. al jaren in afzondering zat, in eenzame opsluiting, met alleen een vogeltje.

Nu zeggen de rechters dat ze in het advies van de tbs-kliniek gelezen hebben dat er een heel klein beetje vooruitgang is geboekt, maar dat de situatie nog heel zorgelijk is.
Dat de kans op nieuwe strafbare feiten, zodra hij de vrijheid weer in de ogen krijgt, heel groot is.
Dat de maatschappij nog altijd moeten worden beschermd tegen Dirk de V.

De V.: ‘Ik wil een normale detentie, ik wil niet meer recreëren met ambtenaren die opschrijven wat ik hen in vertrouwen vertel. De situatie waarin ik mij bevind is niet menswaardig.’

De getuige-deskundige – een medewerkster van de tbs-kliniek – zegt dat de dreigementen op de zeer intensieve zorgafdeling ‘ons’ om de oren vliegen, dat De V. nog altijd te veel risico’s en te veel onrust met zich meesleept, dat er soms sprake is van levensbedreigende situaties.
De medewerkster: ‘Hij is kortom onverminderd gevaarlijk.’

Dirk de V.: ‘Ik hoor de leugens.’
Hij zegt: ‘Ik wil een behandeling als mens en erkenning voor wat ik mankeer en een daarop gerichte behandeling.’
Hij zegt ook: ‘Ik ben een oude man, ik ben 63 jaar, het is nog kort dag tot …’
Rechters: ‘Tot?’
De V.: ‘Tot ik overlij…’

De rechters zeggen dat ze niets te zeggen hebben over de behandeling.
De rechters zeggen – net als de raadsheren toen in Arnhem – dat zij gaan over de verlenging.

De officier van justitie wil een verlening met twee jaar.
Ze zegt: ‘Therapeutische interventies hebben niet geholpen. Hij wil een menswaardiger behandeling. Dan zou hij kunnen beginnen zich als mens te gedragen. Het is aan hem.’

De V. wrijft met duim en wijsvinger voortdurend over snor en ruige baard

Zijn advocaat zegt het ondertussen mooi.
Zijn advocaat zegt dat Dirk de V. onder in de kelders van de tbs zit.
En dat alle deuren voor hem gesloten zijn.
Maar dat ook De V. uit de kelder moet.
Hoe? Trede voor trede.
Ook voor hem zou de deur op een kier moeten staan, voor de tijd die hem nog rest.
De advocaat voegt toe dat ouderdom ook een rol speelt.
Ouderen worden, zegt de advocaat, doorgaans wat milder.
Ook fysiek.
Want hoe gevaarlijk is een man met een rollator en met pufjes?

De getuige-deskundige zegt ongevraagd: ‘Meneer loopt in onze kliniek zonder rollator.’
Dirk de V.: ‘Ik heb niets meer te zeggen.’

Er zullen twee jaren verstrijken.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 6 maart 2013 – uitspraak
Er zullen twee jaren verstrijken en in die twee jaren zit Dirk de V. vast. Zijn tbs-status is dus verlengd, zoals viel te verwachten.

 

• De lastigste gedetineerde van Nederland

spreekrecht – De nabestaanden van Tjirk van Wijk voerden een lange strijd tegen met name justitie om als slachtoffer erkend te worden. Hun inzet leidde er tien jaar geleden toe dat de postitie van nabestaanden van slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven op de politieke agende kwam te staan. Dat leidde uiteindelijk tot de invoering van het spreekrecht voor slachtoffers in de rechtszaal.

.

.

.

Het verrotte leven van Dirk de V.

Als Dirk de V. op 15 januari 1950 wordt geboren in Amsterdam, is dat het begin van een drama.
Zo kun je dat best zeggen.

Hij groeit op in een omgeving vol drank en geweld.
Als hij zes jaar is, snijdt zijn vader zijn pezen door met een bierflesje.
Diezelfde vader schiet jaren later, als Dirk 21 jaar is, een pistool op hem leeg: vier kogels doorboren de borstkas, een kogel treft het hoofd.
Hij overleeft de aanslag op het nippertje.
Zijn vader staat wel terecht, maar wordt niet vervolgd: er zou sprake zijn geweest van noodweer.
Zijn moeder kiest partij voor haar man.

Dirk de V. heeft dan al een strafblad, dat begint in 1968.
Tot 1975 staan daar voornamelijk geweldsdelicten op.
In 1976 wordt hij ter beschikking gesteld aan de regering (tbr, de voorloper van de tbs) wegens doodslag.
In 1982 komt hij op vrije voeten en weet enige tijd op het rechte pad te blijven.

In maart 1985 raakt hij betrokken bij een steekpartij in een café in Beijum in Groningen. Hij steekt iemand een mes in de rug: zeven maanden celstraf.
Een jaar later staat hij – in de krant wordt gerept van een sterke glazenwasser – terecht voor een poging tot doodslag (wurging) in de binnenstad van Groningen: anderhalf jaar celstraf.
In oktober 1991 steekt hij in Amsterdam twee mensen neer, waar hij acht jaar gevangenisstraf voor krijgt.

Dirk de V. heeft dan al de reputatie te behoren tot de meest gevaarlijke criminelen van het land. Omdat hij in de gevangenis niet is te handhaven, wordt hij overgeplaatst naar de Van Mesdagkliniek in Groningen.
Dat is begin 1996.

Aan het einde van dat jaar, op 2 december, krijgt hij voor het eerst proefverlof.
De V. reist af naar Amsterdam en pleegt nog diezelfde avond een gewelddadige overval op café De Stopera.
De buit bedraagt 500 gulden.
Hij wordt gepakt en in maart 1997 krijgt Dirk de V. de maatregel tbs.
De Amsterdamse rechtbank noemt hem een groot gevaar voor de samenleving, een wandelende tijdbom.

Er zal daarna van alles misgaan.

Geen kliniek weet zich raad met hem.
Hij zit in afzondering en om de paar maanden wordt hij overgeplaatst om het personeel niet al te zwaar te belasten.
Waar hij komt, stijgt het ziekteverzuim.
Uiteindelijk belandt DE V. in afwachting van een plek in een tbs-instelling, in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught.

Op 28 juni 1999 besluit de Amsterdamse rechtbank, op advies, zijn tbs-status met een jaar te verlengen, maar ook om de dwangverpleging op te heffen.
Een fataal besluit.
Van de een op de andere dag, op 12 juli 1999, om elf uur ’s ochtends, mag de onbehandelbare tijdbom de zwaarst beveiligde gevangenis van het land verlaten.

Zoiets is nog nooit eerder vertoond.
De tbs- en gevangeniswereld was wel verlost van het grootste probleem.

Drie maanden later, op 16 oktober, wordt de dan 27-jarige licht autistische Tjirk van Wijk in zijn woning in Groningen vermoord, met zestig messteken afgeslacht.

Het openbaar ministerie eist levenslang wegens moord.
De rechtbank in Groningen veroordeelt Dirk de V. op 6 november 2000 tot veertien jaar celstraf en tbs met dwangverpleging wegens doodslag.
Niet de maximale, maar wel de maximaal haalbare straf voor doodslag, heet het dan.

Negen jaar geleden oogde Dirk de V., in zittingszaal 14 van de Groninger rechtbank, nog kwiek en explosief.
Hij is dan, hoewel ietwat vermagerd, een imposante verschijning.
Diepliggende ogen, enorme handen, sterk als een beer.
Om hem heen zitten acht leden van een speciale politie-eenheid.
Voor ieders veiligheid.

De behandeling van Dirk de V. is – niet heel verrassend – geen succes geworden.
In februari 2005 heeft hij een derde deel van zijn opgelegde gevangenisstraf erop zitten en kan worden begonnen met de tbs-behandeling.
Na twee jaar zeggen zijn behandelaars van tbs-kliniek Veldzicht in Balkbrug: niets meer aan te doen.
Longstay.

Daarna gebeurt er weinig. Om het personeel af en toe te ontlasten, wordt hij weer af en toe overgeplaatst.
De meeste tijd brengt hij door in een beveiligde isoleercel.
Begin dit jaar belandt De V. in tbs-kliniek De Rooyse Wissel in Venray.
De rechtbank Groningen beslist rond diezelfde tijd dat zijn tbs-status met twee jaar moet worden verlengd.

Dirk de V. gaat in hoger beroep.

Het is dinsdagochtend, vijf voor half twaalf, Waalzaal, gerechtshof Arnhem.
Een klik, een deur gaat open.
Een stem zegt: ‘Goeiemorgen.’

Dan schuifelt Dirk de V. de zaal in, voetje voor voetje, met een geopende mond.
Labiel en zo te zien wel 140 kilo zwaar.
Inmiddels 59 jaar, maar al een oude man.

De raadsheren vragen waarom hij in hoger beroep is gegaan.
Dirk de V: “Ik vind dat een mens het recht moet hebben te kunnen veranderen.’
Hij zegt dat hij de longstay niet ziet zitten.
Zegt: ‘Dat is als opgeven en ik wil niet opgeven.’

Als hij praat klinkt het alsof hij dronken is.
Het zullen de kalmerende medicijnen zijn.

De raadsheren zeggen dat zij niet gaan over de longstay.

De advocaat zegt dat De V. nu in voortdurende afzondering zit, in eenzame opsluiting.
De advocaat: ‘Hij zit in een cel van drie bij vier meter, met een vogeltje, hij mag geen contact hebben met anderen, wordt een uur per dag gelucht en mag zo nu en dan zijn moeder bellen. Dat is alles.’

De raadsheren: ‘Het beeld over u is erg somber en de veiligheidsrisico’s te groot.’
Ze vragen: ‘Hoe ziet u het zelf, hoe gaat het met u?’
Dirk de V: ‘Slecht. Lichamelijk slecht. De laatste tijd val ik vaak, evenwichtsstoornissen. Soms moet ik mij in een hoek werken om niet te vallen.’

De raadsheren: ‘U heeft nog steeds gedachten om mensen te vermoorden.’
Dirk de V: ‘Gedachten zijn vrij. Als ik goed word behandeld, krijg ik die gevoelens niet.’
De raadsheren: ‘Ze zoeken een geschikte plek voor u.’
De V: ‘Maar dat moet met behandeling.’

De advocaat-generaal (officier van justitie) eist de verlenging van de tbs met twee jaar.
Zegt: ‘De maatschappij moet tegen Dirk de V. worden beveiligd.’
Ze zegt om haar eis te onderbouwen dat er een incident in de kliniek is geweest, een incident met twee scharen.’
De V. zegt dat hij de scharen heeft ingeleverd. En dat het een goede zaak is geweest dat hij dat heeft gedaan.

Dat was onlangs, tijdens Pinksteren.

De advocaat: ‘Een verlenging is onvermijdelijk, maar het hof zou toch iets kunnen zeggen over de behandeling. Er rust een plicht op resocialisatie. Misschien heeft hij geen eerlijke kans gekregen.’
De raadsheren zeggen tegen De V. dat ze over twee weken uitspraak zullen doen. Dat hij daar niet speciaal voor hoeft te komen.

Dirk de V, moeizaam: ‘Tot over twee jaar.’

Rob Zijlstra


UPDATE – 22 SEPTEMBER 2009 – UITSPRAAK
Het hof in Arnhem heeft de tbs van Dirk de V. zoals viel te verwachten, met twee jaar verlengd. Met de gedragsdeskundigen is het hof van mening dat De V. blijvend delictgevaarlijk is en lange tijd zal moeten worden behandeld. Over de longstay doet het hof geen uitspraken.

Rituele dans (2)

In augustus vorig jaar schreef ik over een bloedlinke man met grote voeten in smetteloos witte gympen.
Het ging over Koen, toen 48 jaar geleden in Amsterdam geboren.
In 1990 werd hij veroordeeld tot achttien maanden celstraf en tbs met dwangverpleging.
In 1999 – dus na negen jaar behandelen – mocht hij voor het eerst en onder begeleiding op proefverlof. Dat ging mis: in het bos verkrachtte hij zijn begeleidster van de Groninger Van Mesdagkliniek.

Daar kreeg hij een nieuwe tbs voor.
In 2005 werd de behandeling gestaakt. Sindsdien zit hij ongeneeslijk geestesziek, maar springlevend op de longstay van tbs-kliniek Veldzicht.
Koen kijkt ondertussen uit naar een nieuw begeleid proefverlof ‘opdat ik dan ook weer even deel uitmaak van de maatschappij’.

In augustus vorig jaar verzocht de officier van justitie de rechtbank de tbs-status met twee jaar te verlengen.
Omdat Koen onverminderd bloedlink is.
Zijn advocaat Niek Heidanus zag (en ziet) een onrechtmatigheid: de rechtbank heeft destijds bevolen dat Koen moet worden behandeld. Aan dat bevel wordt, nu Koen (met instemming van de minister van justitie) op de longstay zit, geen gehoor gegeven. Dat is in strijd met de uitgangspunten van het tbs-systeem.

Komt bij dat Koen zich op de longstay niet kan bewijzen, bijvoorbeeld dat het hem ietsje beter gaat. En daardoor hebben de rechters ook niets om te toetsen, terwijl de rechtbank dat wettelijk verplicht eens in de twee jaar wel moet doen.

De tweejaarlijkse verplichte rechterlijke toets is daarmee verworden tot een rituele dans.
Zei Heidanus in augustus vorig jaar.
Mee eens, zei toen ook de officier van justitie.
Wij ook, zeiden de rechters.

Dat was geen groot landelijk krantennieuws – dat is het pas als Koen (weer) de fout in gaat – maar wel opmerkelijk.
De rechters bepaalden dat er twee deskundigen van kaliber gezocht moesten worden die wellicht iets zouden kunnen zeggen of met Koen nog iets valt aan te vangen.
Opmerkelijk omdat de rechtbank helemaal niet gaat over de inhoud van de tbs-behandeling.
Rechters leggen tbs op en kunnen die verlengen (of niet, meestal wel). Punt.
De rest is aan de witte jas.

Het besluit van de rechtbank betekende dat de zitting van augustus vorig jaar werd aangehouden.
Tot vorige week.

Daar zat Koen weer.
Ik keek en dacht dat ik de vorige keer misschien een tikkeltje had overdreven betreft de voeten. Misschien had hij toen gewoon te grote schoenen aan.
Leenschoenen. Die zie je wel vaker bij gedetineerden.

Hoe dan ook.

Koen zei dat hij de rapporten van de deskundigen van kaliber met tranen in de ogen had gelezen.
Want in die rapporten stonden akelige dingen, maar ook dat de behandeling die hij heeft genoten, niet je van het is geweest.
Niet goed.
En dat er sprake is van een lichte vooruitgang.
En dat hij die ook maar ouder wordt een kans moet krijgen die vooruitgang, hoe klein ook, verder uit te bouwen.

Dat betekent dat twee witte jassen van kaliber zeggen dat Koen niet langer thuishoort op de longstay, maar terug moet keren naar een tbs-behandelafdeling.
Tijdens de zitting zijn de twee kalibers (tot eigen verbazing, hoor ik later) niet aanwezig. In zittingszaal14 zit daarentegen wel de psychiaterman van Koen.

Die zegt desgevraagd tegen de rechters dat het rapport hem heeft verrast.
En met hem heel de Veldzicht-kliniek.
Zegt ook dat heel de kliniek nog steeds achter het besluit staat Koen niet meer te behandelen.
En dat alleen de staatssecretaris de longstay status kan opheffen.
Dus wat wil iedereen nou eigenlijk.

Dit laatste zei hij niet, maar zo klonk het wel.

De rechters zeggen en vragen: ‘Het blijft wat lastig, maar er ligt dankzij ons nu wel een rapport. Gaat u daar nou mee doen?’
De psychiaterman: ‘We gaan bekijken wat we er mee kunnen.’

Advocaat Niek Heidanus roept dat het bespottelijk is dat rechters niets te zeggen hebben.
En dat hij niet veel vertrouwen heeft in de man van Veldzicht.
Dat diezelfde zij die de rechtsgang belemmeren, nu mogen bepalen of Koen weer wordt behandeld.

Volgende week doet de rechtbank uitspraak inzake de verlenging van de tbs van Koen. Want daar ging het uiteindelijk alleen maar over.
Die verlenging zal er wel komen.
Dat denkt Koen zelf ook.
Zegt: ‘Het gaat nog niet helemaal goed met mij.’

Hij gaat hoe dan ook met of zonder toekomst zijn twintigste jaar in.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 10 juni 2009 – uitspraak
De rechtbank zet de deur voor Koen op een kier.
Niet de buitendeur, maar de deur tussen de longstay-afdeling en de behandel-afdeling.
U hoeft dus de minister niet naar de Kamer te roepen.

Al met al zeggen de rechters, ligt het in de rede dat de rechtbank zich zo spoedig mogelijk laat informeren over de noodzaak van het voortduren van de longstay-plaatsing…
Om invulling te geven aan ‘zo spoedig mogelijk’ heeft de rechtbank de tbs-status niet met twee jaar zoals was gevorderd, maar met één jaar verlengd.

Dat betekent in dit geval dat er binnen twee maanden een nieuwe verlengingszitting komt. Op die zitting moet Veldzicht opnieuw verantwoorden waarom Koen niet in aanmerking komt voor behandeling.
Advocaat Heidanus: ‘Het is een klein stapje, maar toch…’

TBS-liefde

De Groninger rechtbank doet over een uurtje uitspraak in de strafzaak tegen de 35-jarige M., de voormalige sociotherapeute van de Van Mesdagkliniek die begin 2006 een korte, maar intieme relatie onderhield met een 31-jarige tbs-patiënt.

Twee weken geleden – en drie jaar na de laatste zoen – stond de vrouw terecht.

Slaat justitie niet een beetje door?

Het mag niet, het is zelfs een misdrijf.

Wie als medewerker van een (rijks)inrichting seks heeft met een persoon die daarin is opgenomen, maakt zich schuldig aan ontucht.

Dat de betrokken tbs-patiënt (mogelijk) het initiatief heeft genomen en dat er sprake was van wederzijdse gevoelens van verliefdheid doet daar niets aan af.

De medewerkster had zich professioneel moeten opstellen en haar gevoelens opzij moeten zetten.

Aan de andere kant is er het ultimum remedium, een belangrijk uitgangspunt van het strafrecht.

Het strafrechtelijk vervolgen van mensen hoort een laatste middel te zijn dat met terughoudendheid moet worden ingezet.

Niet alles wat verboden is, wordt per definitie ook vervolgd.

Volgens de medewerkster kwam het in de eerste maanden van 2006 twee keer tot seks. De tbs’er zegt drie keer.

De vrouw verklaarde tijdens de zitting dat ze wist dat wat ze deed, niet kon.

Voor haar gevoel niet en ook niet omdat het protocol van de tbs-kliniek het verbied.

Na drie maanden maakte de vrouw een einde aan de verboden liefde.

Een half jaar later klapte de TBS’er uit de school.

M. werd ontslagen.

Toen zij later een nieuwe baan kreeg bij de Raad voor de Kinderbescherming bleek één telefoontje van de Van Mesdag voldoende voor een tweede ontslag.

Was de vrouw daarmee niet genoeg gestraft?

De tbs’er zocht later de publiciteit en volgens de advocaat loopt M. sindsdien met ‘een gebogen hoofd’ door de stad.

Wat is het nut dat het openbaar ministerie nu,  drie jaar na dato, nog eens haar tanden laat zien?

Twee weken geleden tijdens de zitting stelde ook de officier van justitie die vraag: ‘Waarom vervolgen? Ze hebben immers samen plezier gehad.’

De officier antwoordde op zijn eigen vraag: M. heeft zich chantabel gemaakt in een tbs-kliniek waar mannen niet voor zweetvoeten zitten. Er hadden gijzelingen uit voort kunnen komen.

Overigens adviseerde justitie de rechtbank de forse schadevergoeding die de tbs’er heeft ingediend, af te wijzen.

Op dit punt, meent justitie, geldt het gezamenlijke pleziertje wel.

Nico Kwakman, strafrechtdocent aan de Groninger universiteit ziet het besluit van justitie de vrouw te vervolgen vooral als een signaal.

Als een boodschap naar de samenleving: dit mag niet.

En daarin slaat justitie niet door, vindt Kwakman.

‘Het strafrecht heeft ook een symbolische functie met als doel: normbevestiging. Dat dit over de rug gaat van de verdachte, klopt. De verdachte, de dader, brengt eigenlijk een offer aan de samenleving. Dankzij de dader weten we weer even wat wel mag en wat niet.’

Hiermee wordt volgens Kwakman geen geweld gedaan aan het uitgangspunt dat het strafrecht een ultimum remedium hoort te zijn.

‘De terughoudendheid uit zich in de lage strafeis: een voorwaardelijke taakstraf van 150 uur.’

rob zijlstra


UPDATE – UITSPRAAK

De rechtbank heeft de medewerkster vrijgesproken van ontucht. Er was volgens de rechtbank geen sprake van dwang, maar van een gelijkwaardige relatie. Dat die zich afspeelde in een kliniek waar de man werd behandeld, ook door haar, doet volgens de rechtbank niet ter zake.

het integrale vonnis

– advocaat Niek Heidanus bij Pauw en Witteman (na de uitspraak)


UPDATE – 22 SEPTEMBER 2009 – HOGER BEROEP

Voor het hof in Leeuwarden heeft justitie in hoger beroep een onvoorwaardelijke werkstraf van 150 uur geeist. De voorwaardelijke werkstraf (ook 150 uur) zoals nog in Groningen werd geeist doet geen recht, vindt justitie nu. Een straf moet iets van vergelding in zich dragen en dat doet een straf die je wel krijgt, maar niet hoeft uit te voeren in dit geval niet. Tijdens de zitting bijhet hof in Leeuwarden werden de standpunten zoals die voor de rechtbank in Groningen werden aangevoerd, min of meer herhaald.

Naast de werkstraf meent justitie dat de therapeute aan haar voormalige minnaar een schadevergoeding moet betalen van 3500 euro. Dit bij wijze van een voorschot. In Groningen vond justitie dit nog niet.

De uitspraak is op 6 oktober.

Over twee weken uitspraak

Strafrechters hanteren een vaste formule om de hoogte van een straf te bepalen.

Er wordt gekeken naar de aard en de ernst van het gepleegde strafbare feit, naar de omstandigheden waaronder dat is gepleegd, naar de persoon van de verdachte (first offender of recidivist, gedroeg hij zich een beetje fatsoenlijk tijdens de strafzitting, is er inzicht in de zonde(n) en is de spijt eerlijk en oprecht?).

Daarna verdiepen de rechters zich in de adviezen van de reclassering en gedragswetenschappers en tot slot kijken ze naar wat de officier van justitie ook al weer had geëist.


Nico (37) heeft ingebroken in een woning aan de Goeman Borgesiuslaan in Groningen.

Buit: flessen drank, geld, flatscreen en wat schoonmaakartikelen.

Toen hij zijn laatste baan kwijtraakte, ontstonden schulden en niet lang daarna zijn eerste justitiecontacten. Een week na die inbraak ging hij nog een keer in die woning snuffelen. Ditmaal werd hij betrapt.

Hij rende weg, maar op straat werd hij gevloerd.

De bewoner ging op hem zitten en zo kwam de politie.

Op zijn donkerblauwe sokken zie ik in rode letters het woord champion staan.

De advocaat vraagt wat hij negen jaar lang heeft gedaan.

Nico: ‘Kickboksen. Ik heb negen jaar in de ring gestaan. Wedstrijden.’

Advocaat: ‘Je bedoelt te zeggen dat je zo de kop van iemand er af trekt?’

Nico: ‘Ja.’

Advocaat: ‘Maar zoiets doe jij niet.’

Nico: ‘Nee.’

Advocaat: ‘En waarom niet?’

De kampioen: ‘Discipline. Wat je leert gebruik je alleen in de ring, nooit daarbuiten. Maar als ik had gewild had ik die bewoner zo een eind op kunnen slingeren.’

Advocaat wil maar duidelijk maken dat Nico zo’n kwaaie nog niet is. Bovendien schaamt hij zich.

De officier van justitie eist achttien maanden gevangenisstraf.

Donderdag zaten Tinus (23) en Rinus (29) hun spijt te betuigen. Twintig inbraken in vooral scholen met flinke schade. Tinus zette de gestolen computers om in drugs, Rinus deed mee om af en toe iets leuks voor zijn zoontje te kunnen kopen.

Tinus verzoekt de rechtbank hem uit de gevangenis te halen. Hij voelt zich er niet thuis. Hij wil naar een verslavingskliniek om daarna een gewoon leven te kunnen leven.

Rinus is niet gedetineerd omdat hij als alleenstaande vader voor zijn zoontje moet zorgen. Hij smeekt de rechters hem niet naar de gevangenis te sturen. Hij wil nu wel duizenden uren werken, want werken had hij toch nog nooit gedaan. De laatste tien jaar was hij vooral crimineel actief geweest.

De officier van justitie: vijftien maanden gevangenisstraf p.p.

Karim is 18, kindergezicht nog.

Hij kan voetballen als de beste.

Zijn GVAV-trainer was vol lof. Hij was er altijd en altijd op tijd. FC-Prof-potentie.

Karim knikt. ‘Met voetballen wilde ik het beste uit mezelf halen.’

Rechters: ‘Maar op school niet hè.’

‘Nee, op school niet.’

Ze zagen Nathalie met haar Ipod.

‘Mijn vriend rende achter haar aan, sprong voor haar fiets, ze viel, we gaven haar klappen. Ik trok de Ipod uit haar handen, mijn vriend de mobiele telefoon.’

Rechters: Laf.

Karim: ‘Het gebeurde. We wilden snel geld pakken. Echt slecht. Het meisje was te jong. Ik heb zelf drie kleine zusjes.’

Een week later pakken ze in alle vroegte de krantenman op het krantenuitdeelpunt. Karim kent hem want hij had zelf kranten bezorgd. Ze trekken een sok over het hoofd, schoppen de man tegen de grond, zetten een mes op zijn keel en zeggen: ’Geef me je geld en telefoon.’

De krantenman herkent Karim aan zijn stem.

Vorige maand heeft Karim in de gevangenis een herstelgesprek gevoerd met de man van de kranten. ‘Hij vond het heel erg dat ik het heb gedaan.’

Rechters: En u?

‘Laf.’

Nathalie was een vrolijk meisje, maar nu is ze agressief en verdrietig. Vaak probeert ze de nacht wakker te blijven om te voorkomen dat ze weer een nachtmerrie krijgt. Op school gaat het niet goed.

In het Pieter Baancentrum hebben ze Karim bekeken.

Zorgelijk geval, zegt de Pieter Baanpsycholoog. Gespleten persoonlijkheid met stoornis, zorgzaam, maar ook berekenend slecht, kans op herhaling groot met escalatie-risico, intensieve therapie is nodig.

De officier van justitie eist achttien maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

Karim kan de jongste tbs’er van het land worden.

Pak nu bovenstaande formule.

U heeft twee weken de tijd uitspraak te doen.

Rob Zijlstra

dit verhaal is verplaatst van mijn oude blog naar deze plek

UPDATEuitspraken

Nico: achttien maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk.

Tinus en Rinus: vijftien maanden cel, waarvan vijf voorwaardelijk

Karim: achttien maanden cel en tbs met dwangverpleging

UPDATE 29 april 2009 – verlenging  tbs

De rechtbank Groningen heeft de tbs van Karim op 29 april 2009 met twee jaar verlengd.