Valse toon

de lentezonTegen negen uur in de ochtend is er nog niets aan de hand, zo lijkt het.
Sterker nog, door de ramen valt de lentezon aangenaam het gerechtsgebouw binnen.
Het belooft een mooie dag te worden.

Maar elders in het gebouw, in de catacomben, wordt op ongeveer hetzelfde tijdstip duidelijk dat er iets aan de hand is.
Dolf had beneden in de cel moeten zitten, maar de cel is leeg.
Dolf is er niet.
Er wordt gevloekt, formulieren bekeken, er wordt gebeld.
Dolf die er wel had moeten zijn, zit nog in het huis van bewaring in Ter Apel.

Ze zijn vergeten hem ‘op transport te zetten’, vergeten hem naar de rechtbank te vervoeren.
De officier van justitie, verantwoordelijk, is niet blij.
De rechters zijn dat ook niet, misschien dat ze wel tegen elkaar hebben gezegd: ‘Het zal hier potverdulleme ook een keertje goed gaan.’

De drie andere verdachten zijn er wel.
Jolien is aangevoerd vanuit de vrouwengevangenis in Zwolle.
Glenn is niet gedetineerd, hij is vanochtend in Vlissingen heel vroeg van huis gegaan om op tijd in Groningen te zijn.
Rinus woont in Lelystad.
Hij is er ook, als enige zonder advocaat.

Overleg achter de schermen.
Het is niet te verwachten, laat de Dienst Vervoer en Ondersteuning weten, dat Dolf voor elf uur in Groningen zal kunnen zijn.
De vrolijke lentezon is verdwenen en de rechters besluiten met enig chagrijn toch maar te beginnen.
Het is dan kwart voor tien.

De officier van justitie krijgt het woord, zij mag de rechtbank vertellen waarom de verdachten verdachten zijn, waarvan de verdachten worden verdacht.
Het gaat om hennepteelt (3.696 stekken, 93 moederplanten), om witwassen van hennepgeld en om geld afkomstig van misdaad dat verborgen is gehouden.
Van de bedragen die worden genoemd, kun je in Noord-Groningen huizen kopen.

Helemaal soepel verloopt de voordracht niet.
Tot twee keer toen moet de voorzitter van de rechtbank de officier van justitie om opheldering vragen, terwijl de officier van justitie ietwat chaotisch op zoek is naar aanvullende stukken.

Kort gezegd: de aanvang van het proces verloopt rommelig, schoonheidsprijzen zijn hier niet te vergeven, dat mag duidelijk zijn.
Het wordt er niet beter op wanneer het bericht binnenkomt dat Dolf niet voor half een in zittingszaal 14 zal kunnen verschijnen.
Ter Apel is 65 kilometer ver.

De rechters zuchten diep, alsof ze willen aangeven dat ‘we’ er voor vandaag net zo goed mee kunnen ophouden.

Dan heeft de officier van justitie gevonden wat ze zocht, een aanvullend proces-verbaal.
Ze heeft kopietjes gemaakt en deelt die uit aan de leden van de rechtbank en aan de advocaten.

Rinus heeft geen advocaat.
Rinus krijgt ook geen kopietje.

Hij vraagt of hij die stukken ook kan krijgen.
De officier van justitie: ‘Heeft u dan geen dossier?
Rinus: ‘Wat een rare vraag is dat.’

En dan gebeurt er iets vreemds.
De voorzitter van de rechtbank ontploft, zij het niet letterlijk.
Boos roept hij: ‘Iets meer respect voor de officier van justitie graag. U straalt iets uit wat mij niet bevalt.’
De woorden knallen door de zaal en vermengen zich – stel dat dat kan – met de verbaasde blikken van andere aanwezigen.

Verdachte Rinus kijkt naar de voorzitter van de rechtbank met de mond geopend.
Een van de bijrechters fluistert richting voorzitter: even schorsen.

De toon is gezet.
Na tien minuten – de rechters zijn teruggekeerd in de zaal – zegt Rinus dat hij geen idee heeft wat hij fout heeft gedaan, fout heeft gezegd.
De voorzitter: ‘Niet wat u zei, maar de toon waarop u het zei, getuigt niet van respect.’

Rinus, geagiteerd: ‘U beticht mij ervan dat ik geen respect toon. Daar heb ik grote moeite mee. U vindt mij respectloos. Ik vraag op een gewone manier naar iets waar ik recht op heb. U wekt de indruk dat u vooringenomen bent. Ik wil u wraken.’

De bijrechter: ‘Even schorsen.’

Maar het komt niet meer goed. Verdachte Rinus zegt dat hij een volwassen man is van 36 jaar en dat hij niet als een kind wil worden behandeld.
Hij zoekt steun bij de advocaten van de medeverdachten.
Was het zo raar wat ik vroeg?
Vroeg ik het op een rare manier?

Nee.
Nee.

De voorzitter informeert of hij alleen wordt gewraakt of heel de rechtbank.
Rinus: ‘De andere twee rechters hebben nauwelijks iets gezegd. Dus alleen u.’

Er wordt proces-verbaal opgemaakt van de gewraakte woorden.
De voorzitter zegt dat hij zich gaat beraden.
En dan vertrekken de rechters.
Met een ‘u hoort nog wel van ons’ verlaten ze het toneel.

Rare bedoening, zeggen de advocaten.
Nog nooit zo meegemaakt, zeg ik zelf.
De officier van justitie zegt dat ze er ook niets van begrijpt.
Verdachte Rinus: ‘Nou, dan ga ik maar naar huis.’

De rechters laten zich niet meer zien.
Richting Ter Apel gaat een telefoontje dat Dolf kan blijven zitten waar hij zit, dat het niet meer hoeft vandaag.
Jolien gaat zonder een woord te hebben gezegd terug naar Zwolle, Glenn naar Vlissingen.

Aan het einde van de middag laat een woordvoerder van de rechtbank desgevraagd weten dat de voorzitter zich niet (niet) berust in de wraking.
Hij zal zich niet vrijwillig uit het proces terugtrekken.
Dat betekent dat er een wrakingskamer moet worden bijeengeroepen die het wrakingsverzoek van verdachte Rinus gaat beoordelen.

Krijgt hij gelijk, dan wordt de rechter vervangen.
Krijgt hij geen gelijk, dan zijn Rinus en de voorzitter tot elkaar veroordeeld.

Daags na het lelijkste begin van een strafzaak ooit in Groningen, is nog altijd niet bekend wanneer.
De rechtbank laat weten: ‘Wij hebben geen haast.’

Rob Zijlstra

• wrakingsprotocol

herstel
Het bericht over de wraking dat vandaag in Dagblad van het Noorden staat, bevat een storende fout. Er staat dat de voorzitter (rechter) zich vrijwillig terugtrekt (berust). Dat is niet juist. Er had moeten staan dat de rechter zich niet vrijwillig terugtrekt. De fout is niet een gevolg van een technische storing; ik heb het domweg niet goed opgeschreven.

.

UPDATE – 6 mei 2013 – wraking
De wrakingskamer van de rechtbank heeft het wrakingsverzoek afgewezen. De opmerking van de voorzitter (‘meer respect voor de officier van justitie’) is onvoldoende om van vooringenomenheid te kunnen spreken. De voorzitter mag blijven.

DE UITSPRAAK

Reputatieschade

Full House is volgens de eigen website en met meer dan 800 leden op Hyves een supergezellig café en een begrip voor jong en oud in Ter Apel en omgeving.
Op 6 december vorig jaar is het er druk.
Ook Sinterklaas is aanwezig.
’s Nachts, even voor vier uur, klinkt er zoals dat in een café kan gebeuren, geschreeuw.
Dan is er een vechtpartij.

Een van de gasten – Abel – wordt even later met een scheve neus, een bloedend oog, een gezwollen gezicht en met gekneusde ribben naar het ziekenhuis gebracht.
In het café weet iedereen wie daar verantwoordelijk voor is: Bernard.

Ook Bernard is een begrip in de omgeving.
Hij heeft een reputatie.
Bij de politie gingen de alarmbellen die nacht dan ook af.
Daar bleef het bij, want de politie piekerde er niet over om Bernard te arresteren.
In plaats daarvan werden cafébezoekers opgespoord die iets hadden gezien.

De officier van justitie: ‘Ruzies in cafés zijn voor ons lastig. Getuigen die er zijn, hebben vaak te veel drank op; ze hebben van alles gezien, maar kunnen er weinig over verklaren. Helemaal als er partijen met reputaties bij betrokken zijn.’

Wat de officier bedoelt te zeggen, hij zei dat later ook, is dat de politie hemel en aarde moest bewegen om getuigen aan de praat te krijgen.
Niet alleen de politie, maar zo’n beetje iedereen is als de dood voor Bernard.
De officier: ‘Als je hem een voet dwars zet, moet je vreselijk oppassen.’

Op 26 januari, dus ruim anderhalve maand na de vechtpartij, wordt Bernard in zijn woning door een arrestatieteam in de boeien geslagen.

Uiteindelijk verklaren vijf bezoekers dat Abel flink te grazen is genomen.
Dat Bernard vanuit het niets was gaan slaan en schoppen.
Tegen het hoofd.
En als vijf bange mensen dat durven te verklaren, dan moet het wel waar zijn, redeneert de aanklager.

Afgelopen maandag zei dezelfde officier van justitie nog er geen jota van te snappen toen een slachtoffer van geweld de verdachte voor leugenaar uitmaakte.
Het slachtoffer zei dat hij éénmaal hard op het hoofd was geslagen, de verdachte ontkende dat.
Die zei dat hij zeker tien keer – en misschien nog wel vaker – had geslagen.
Misschien niet steeds raak, maar toch.
De officier verzocht de rechtbank de verdachte bij zoveel onduidelijkheid over de waarheid maar vrij te spreken.

In deze zaak is officier zeker van zijn zaak.
De bange getuigen hebben gezegd dat Bernard met geschoeide voet zeker vijf maal tegen het hoofd van Abel schopte.
Wie met de schoenen nog aan iemand die op de grond ligt tegen het hoofd schopt, maakt zich schuldig aan een poging tot doodslag.

De advocaat van Bernard heeft twee getuigen meegenomen om het volgens hem eenzijdige strafdossier wat meer in evenwicht te brengen.
Beide getuigen verklaren onder ede dat ze er met de neus bovenop stonden, maar niet hebben gezien dat Bernard schopte.
Hij sloeg wel, maar meer terug.
En dat Abel was begonnen met slaan.
Dat hadden ze ook tegen de politie gezegd, maar de politie wilde er niets van weten.
De politie zei, zeggen de getuigen, dat het dossier al klaar was.

Bernard zit ondertussen met zijn reputatie in het verdachtenbankje.
Hij is de rust zelve.
Af en toe schrijft hij iets op.
Hij kende Abel wel.
Hij had, toen hij zelf nog in de horeca werkte, Abel een keer de toegang tot het café geweigerd.
Omdat Abel met drank op lastig en vervelend is.
En hij had Abel eens opgezocht toen anderen hem vertelden dat Abel hem wilde doodschieten.
Bernard wilde daar het fijne van weten.
Er was toen niets naars gebeurd, omdat Abel bovenop een steiger had gestaan.

Doodschieten ligt gevoelig bij Bernard.
Hij was eens beschoten.
In hem zitten nog altijd vijf kogels waar hij dagelijks last van heeft.
Zegt: ‘Ik kan niet eens schoppen.’
De schutter kreeg wegens een poging tot moord zes jaar cel.

Die nacht met Sinterklaas zat hij al anderhalf uur lang in café Full House.
Nee, niet dronken.
Hij dronk appelsap, was de bob.
Hij had Abel wel gezien.
Die maakte provocerende gebaren.
Met de vinger langs de keel.
Daar had hij niet op gereageerd.
Ineens had hij een klap gekregen.
En toen was het begonnen.
Een man of acht hadden zich er mee bemoeid.
Fysiek.
Drie, vier van hen beukten in op zijn zwager.
Bernard: ‘Mijn eerste prioriteit was om mijn zwager te ontzetten.’

Toen de rust in de kroeg terugkeerde, was Bernard verdwenen.

Bernard – hij is 37 jaar – vertelt dat hij bezig is zijn leven op de rails te zetten.
Hij heeft mooi werk binnen de hulpverlening en via dat werk kan hij een studie volgen, een studie psychologie.
Als hij vrij komt, wil hij verhuizen, zodat hij niet langer wordt achtervolgd door zijn reputatie.
Vanwege de detentie wordt een studieplekje voor hem vrijgehouden.
Maar als hij 14 juni niet in vrijheid verschijnt, strepen ze hem door.

De officier van justitie zegt dat Bernard zijn kansen heeft verspeeld.
Hij eist achttien maanden gevangenisstraf.

De advocaat: ‘Het was een ordinaire caféruzie. En dat gaat niet, zoals in de film, klap voor klap. Het was een grote chaos, drank en vier uur ’s nachts. Niemand heeft goed kunnen zien wat er precies is gebeurd. Hooguit kunnen we vaststellen dat Abel die ook geen lieverdje is, door Bernard is mishandeld. Meer niet. Bernard zit al vier maanden vast. Werkstraf erbij, klaar. Dan kan hij zich 14 juni melden voor de opleiding.’

Maar de officier van justitie wil er niet aan.
Volgens hem is de kans dat Bernard op vrije voeten weer over de schreef gaat, groot. Zegt: ‘De belangrijkste indicator voor recidive is het strafverleden. Hij is acht keer eerder voor geweldsmisdrijven veroordeeld.’

De advocaat tegen de rechters: ‘Wij hebben thuis vijf kinderen. U kunt niet zomaar aannemen dat er nog meer komen.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 10 juni 2010 – uitspraak
Geen poging tot doodslag, maar zware mishandeling, vindt de rechtbank. Daarom een lagere straf: 10 maanden cel plus twee maanden die hij bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen. Die twee maanden (60 dagen bij justitie) wordt nu ten uitvoer gelegd.  Getuld, zeggen ze dan in de rechtbank.