Naakt

de piemel is in het strafrecht
regelmatig een bron van ellende

Schermafbeelding 2016-05-21 om 00.09.25
afbeelding geleend van foksuk.nl

De rechtbank in Groningen veroordeelde afgelopen week misschien wel een van de meest wonderlijke mannen die in de voorbije tien jaar in zittingszaal 14 moest komen opdraven.
Hij heet Mark, heeft zowel kinderen als een eigen bedrijf en komt uit Veendam.
Hij is geen man om vrolijk van te worden of om grapjes over te maken.
Wat hij doet, klinkt niet heel erg crimineel, maar de gevolgen van zijn misdaden zijn akelig en vervelend.

Mark is een man die het niet laten kan: hij laat te onpas zijn broek zakken.
Dat doet hij in het openbaar en in het bijzijn van anderen, bij voorkeur in de buurt van spelende kinderen.
De eerste keer dat hij het deed was in Groningen op een bankje waarop drie meisjes zaten.
Hij was 17 jaar en toen hij het had gedaan was hij zo blij geweest.

Nu is Mark 46.
Het was afgelopen week zijn zoveelste veroordeling en steeds voor hetzelfde.
Hij moet nu 30 maanden de gevangenis in en daarna moet een stevige behandeling volgen.
Tbs met dwangverpleging ligt al op de loer.

Haperende frisdrankautomaten gaan soms weer normaal doen na een flinke optater.
Toen ik Mark voor het eerst meemaakte in de rechtszaal dacht ik (stiekem) dat zoiets voor hem misschien ook wel het beste zou zijn.
De aansteller.
Met z’n gemiep en gejank.
Toen hij een jaar later weer terecht stond, bleek er meer aan de hand en had ik (ook stiekem) wel een beetje met hem te doen.
Het moet een onaangenaam leven wezen wanneer je voortdurend de niet te bedwingen neiging hebt om overal maar in je blote kont te willen staan om je piemel te laten zien.

Mark laat zijn broek zakken vanwege de stress, de eenzaamheid, een slecht huwelijk, zwarte gaten, machteloosheid, z’n werk in de auto, zijn lege huis, vanwege zijn overtuiging te moeten leven met een gebrek aan manlijkheid, afwijzingen, gaten in zijn sokken en wat al niet meer kan.

Twee jaar geleden ging het even een tijdje goed.
Maar drie dagen voor hij zich moest melden in de rechtszaal was de stress zo hoog opgelopen dat er geen houden meer aan was.
Hij stapte in Veendam in zijn auto, reed in één streep naar Amsterdam en eenmaal daar liet hij zijn broek zakken.
Een surveillerende motoragent zag plots twee blote billen, bedacht zich niet (‘krijg nou wat’) en ging over tot arrestatie.
Mark had tegen de rechters gezegd: ‘Ik dacht, nou, in Amsterdam, daar kan zoiets wel.’
Nou, niet dus.

Afgelopen week werd de Veendammer veroordeeld wegens ontuchtige schennis in Emmen, Hoogeveen, Drachten en Leeuwarden.
Twintig kinderen, maar waarschijnlijk meer, waren getuige van zijn rare, nare fratsen.

Hij zei in de rechtszaal: ‘Ik wil graag aandacht, ik wil graag aardig gevonden worden. Als ik dan met kinderen een praatje maak, dan krijg ik die aandacht niet. Maar wanneer ik mijn broek laat zakken en mijn piemel laat zien dan heb ik de aandacht wel. Ik krijg dan het gevoel dat ze me interessant vinden. ’t Klinkt heel stom, maar eerlijker kan ik niet zijn.’

De rechters hadden gevraagd of hij zich wel realiseert waar hij die kinderen mee belast?
Mark: ‘Ik heb de plank goed misgeslagen. Ik dacht toen ik bezig was, als ik weer weg ben, dan vergeten ze me wel.’
Een van de rechters: ‘Snapt u dat ik dat niet begrijp?’
Mark snapte dat.
Hij jammerde: ’Ik ben een dikke egoïst, eigenlijk ben ik zelf nog maar een klein kind.’

De piemel is in het strafrecht regelmatig bron van ellende.

Donderdag stond een man uit Groningen terecht wegens de verdenking van onder meer een verkrachting.
Zeg maar dat hij Bram heet.
De politie verdacht hem van andere strafbare feiten en doorzocht daarom zijn woning.
Een huiszoeking behelst vandaag de dag ook dat computers worden leeggekieperd.
Op een laptop troffen agenten een filmpje aan, met privé-porno.
Dat wil zeggen, agenten zagen hoe de verdachte seks had met zijn 23-jarige vriendin.
Ze bleven maar kijken en na twintig minuten hoorden ze de vrouw ‘au’ roepen.
De agenten beseften op dat moment dat ze naar een verkrachting zaten te kijken, tenminste zo luidt in de rechtszaal de verdenking.

Zeg maar Bram is zich van geen kwaad bewust.
Hij zegt tegen de rechters die zojuist het privéfilmpje ook hebben bekeken: ‘Het ging er lekker wild aan toe. Klopt. Bij iedereen gaat het er anders aan toe in de slaapkamer, dat weet u toch wel?’

Een en ander speelde zich af in januari 2015.
Bram vertelt aan de rechters dat hij zojuist heeft gehoord dat zijn vriendin (dezelfde) zwanger is en dat hij dus voor de vijfde keer vader kan worden.
Rechters: ‘Is dat zo?’
Bram haalt zijn telefoon tevoorschijn.
Trots: ‘Ik heb een filmpje van de zwangerschapstest.’
De verdachte mag naar voren komen om het blijde nieuws aan de rechters te laten zien.
Kort daarna hoort Bram de officier van justitie 36 maanden celstraf eisen.

Wilde seks, althans de gedachte daar aan, bracht ook Nelis in de problemen.
Ook voor hem dreigt celstraf (eis: acht maanden, helft voorwaardelijk).
Na 7 jaren was een einde gekomen aan zijn relatie met L.
Hij hield nog van haar en toen hij hoorde dat zijn verse ex op Tinder zat te flikflooien en zijn beste vriend ook, begon het te borrelen en al snel daarna te koken.
Bij het huis van zijn vriend aangekomen, zag hij haar autootje.
Nelis kookte over.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht, die liggen met z’n tweeën in bed. Ik visualiseerde dat. Het was nog maar net uit. Ik had wat meer respect verwacht. Toch? Zij is de moeder van mijn kind.’

Niet onvermeld kan blijven dat Nelis een getraind vechtsporter is, met trofeeën en bijbehorend lichaam.
De voordeur ramt hij in stukjes, stormt de trap op, verbrijzelt de slaapkamerdeur, en ja hoor.
Naakt.

Tegen de rechters zegt Nelis dat het een samenloop van emoties was en dat hij spijt heeft dat het is gebeurd.
Hij is bereid de aangerichte schade, een paar duizend euro, te vergoeden.
Maar vooral is hij blij, dat moeten de rechters ook weten, dat zijn voormalige vriend geen blijvend letsel heeft overgehouden aan de afranseling.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ de strafeis van 36  maanden tegen Bram heeft ook betrekking op een poging een vrouw te dwingen in de prostitutie te werken (poging mensenhandel).

Onaangenaam gezelschap

Weet u wel wat ze tegenwoordig
met snitchers doen?

Schermafbeelding 2016-04-23 om 23.39.08
@zittingszaal14

Mark kijkt aan het einde van de bijna zes uur durende zitting met een schuin oog naar de grote camera die rechts van hem op een statief in zittingszaal 14 staat opgesteld.
De lens loert in zijn richting.
Mark weet: televisie.
Het is Hart van Nederland, SBS.
Dat is voor hem niet gunstig.
Mompelt: ’Al die pers, heel dat circus.’

Hij vertelt aan de rechters, voor de zoveelste keer tijdens de zitting, dat hij een eenzame man is.
‘Niemand vindt mij leuk, daarom heb ik mezelf teruggetrokken.’
Zucht diep, veegt tranen weg.
‘En nu zit ik in de gevangenis. Nou, als je je ergens eenzaam voelt, dan is het daar wel. Ik kan… ik durf ook aan niemand te vertellen waarom ik daar zit. Ik lieg de hele dag alles bij elkaar. Als ze erachter komen dat ik voor zeden zit, dan kan ik het vergeten. Ik word nu nog door de zwaarste criminelen gevraagd om met hen te voetballen. Dat vind ik leuk, ze vinden me aardig. Maar als vanavond Hart van Nederland is uitgezonden, kan ik mij nergens meer in de gevangenis vertonen. Zit je voor zeden, dan heb je het heel zwaar.’

De rechters proberen Mark gerust te stellen.
De pers, zeggen de rechters, noemt nooit namen van verdachten.
Mark is er niet gerust op.
Het is niet de eerste keer dat hij terechtstaat en in de pers is eerder aandacht voor zijn zaak geweest.
‘Toen wist iedereen dat het over mij ging.’

Wat de officier van justitie betreft zal de van ontucht beschuldigde Mark de komende tijd moeten blijven liegen en bedriegen, want de strafeis luidt opgeteld 30 maanden celstraf en tbs met voorwaarden.
Gaat het weer fout, dan staat de deur naar tbs met dwangverpleging voor hem open.

Ook de 46-jarige Nino uit Groningen is allesbehalve gerust.
In zijn woning zijn drugs gevonden – 273 gram cocaïne en 183 gram wiet – in een lade in de slaapkamer lagen honderden plastic gripzakjes waarin drugs worden verkocht, ergens slingerde een weegschaaltje, overal mobiele telefoons (14 in totaal), een pistool van Umarex en onder het matras een BBM-revolver met patronen.
Buiten bij de voordeur hingen camera’s.

Nino kan het verklaren.
De rechters mogen best weten dat hij vroeger dingen heeft gedaan, dingen die hij nu niet meer doet.
Dat heeft hij zijn dochter die hij elke dag naar school brengt en voor wie hij kookt beloofd.
Sowieso is hij bezig jongeren die bij hem in de straat rondhangen ervan te overtuigen dat ze niet het slechte pad moeten kiezen.
Dat slecht niet stoer is.

De rechters: ‘Maar die spullen die bij u zijn aangetroffen zouden erop kunnen duiden dat bij u thuis drugs worden verhandeld. Dan geeft u niet het goede voorbeeld.’
Nino zegt dat de rechters het verkeerd zien.
Het zit zo.
Er was een vrouw die tijdelijk bij hem kwam wonen, die drugs waren van haar, niet van hem.
Een van de wapens had hij afgepakt van een vriend met slechte ideeën, daar had hij toch goed aan gedaan.
De telefoons zijn oude telefoons, tien, vijftien jaar oud, ja, die verzamelt hij, de plastic zakjes zijn er om vlees in te doen, de twee camera’s bij de voordeur hebben het nooit gedaan, die heeft hij daar stuk opgehangen.

De officier van justitie suggereert dat Nino de tijdelijke mevrouw met drugs had kunnen weigeren en dat hij in beslag genomen wapens had kunnen melden bij politie.
Had hij dat gedaan, dan was zijn verhaal misschien geloofwaardig geweest.

Nino reageert ontzet.
‘Wat? Aangeven bij de politie?’
Tegen de rechters, met stemverheffing: ‘Weet u wel wat ze tegenwoordig met snitchers doen? Praat je met de politie, dan komen ze bij je aan de deur en dan hakken ze je kop eraf. Niemand die mij beschermt.’
De rechters moeten weten dat de tijdelijke mevrouw met drugs de vrouw is van een president van een motorbende.’
De rechters: ‘Ja, dat is wel link.’

De officier van justitie eist 15 maanden celstraf.
Nino, nog steeds van slag: ‘Ik ben geen verrader.’

Verraders en plegers van ontucht genieten in gevangenschap geen aanzien.
Dat is eens begonnen in Amerikaanse speelfilms en nu is het ook in het echt zo.

In december 2014 is er in de van Mesdagkliniek in Groningen, op de afdeling resocialisatie, een feestje gaande.
Niet dat er iets valt te vieren, maar er is drank (strohrum) en er zijn drugs.
Dan wil het wel.
Bernard is niet uitgenodigd.
Bernard ligt niet lekker in de groep.
Omdat hij, zeggen ze, een pedo is.
Bernard zit alleen op zijn kamer met de deur op slot.

Halverwege het feest wordt het hem teveel en vraagt hij aan de feestgangers of de muziek wat zachter kan.
Hij krijgt verwensingen naar het hoofd geslingerd en hij keert terug naar zijn verblijf.
De feestvierders, het zijn Tim, Ben en Sjon, vinden dat het maar eens moet zijn afgelopen met die altijd zeurende Bernard, die ‘vieze pedo’.
Ze besluiten Bernard te vermoorden.

De officier van justitie: ‘We hebben het hier dus over een zuivere poging tot moord in vereniging.’

Het wordt een nare gebeurtenis.
Met een smoes weten ze Bernard te bewegen de deur te openen en dan gaan ze los.
De afranseling heeft veel weg van een marteling.
Hij wordt geslagen, geschopt, met een schaar bewerkt, met een bot broodmes dreigen ze zijn keel open te snijden, met een koord uit een kledingstuk proberen ze hem te wurgen.
Af en toe nemen ze even pauze.
Na een uur gaat Sjon (met bloed besmeurd) bij een mede-patiënt een sigaret roken.
Die zegt dat het geen goed idee is, zo’n moord op de afdeling.
Sjon laat zich overtuigen en waarschuwt kort daarna via de intercom de slapende beveiliging.
Tim zal later toegeven dat als de beveiligers niet waren gekomen, Bernard het niet zou hebben overleefd.

Sjon zegt dat hij meedeed, juist om te voorkomen dat de situatie zou escaleren.
Ben zegt hetzelfde.
Tim had laten weten ontzettend veel spijt te hebben van wat er is gebeurd (hij stond in januari al terecht).
De officier van justitie gelooft geen van allen.

Tim kreeg een nieuwe tbs met dwangverpleging.
Die hij had vervalt.
Ben en Sjon, die al jaren tbs’ers zijn, horen gevangenisstraffen eisen van 24 en 30 maanden.
De officier van justitie: ‘Wie tbs heeft, heeft geen vrijbrief tot straffeloosheid.’

Misschien moet Mark alvast zijn foto’s van Facebook verwijderen.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

ik schreef eerder over Mark: de schennispleger [2014]

 

Angstschreeuwen

Hij moet meekomen, mee naar Groningen
om daar iemand bang te maken

Schermafbeelding 2016-04-15 om 00.12.16

Om de misdaad binnen de perken te houden, richt het strafrechtsysteem zich voornamelijk op de misdaadpleger.
Een koppige geit naar de gevangenis sturen is in het kader van de misdaadbestrijding natuurlijk ook tamelijk onzinnig.
Maar misdaadplegers zelf leggen het waarom van hun doen en laten vaak buiten zichzelf.

In zittingszaal A van het Paleis van Justitie in Leeuwarden diende afgelopen week een vreselijkste rechtszaak.
Op de antieke houten stoel voor de rechters (raadsheren) zat Karin S. (51), misschien wel de slechtste moeder ter wereld.
Ze keek toe hoe haar vriend haar verstandelijk gehandicapte dochter Daniëlla doodsloeg met een honkbalknuppel.
Daarna verzon ze een leugen om haar vriend – hoe slecht is hij wel niet? – in bescherming te nemen.
Terwijl ambulancepersoneel het leven van haar 20-jarige dochter probeerde te redden, vertelde Karin aan de agenten dat Daniëlla van de trap was gevallen.

Karin S. is vorig jaar door de rechtbank tot 8 jaar celstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord.
Ze is in hoger beroep gegaan omdat ze de straf te hoog vindt.
In haar beleving is alleen Geert de grootste slechterik.
Alles komt door hem.
Dat zij niets deed, ook.
Ze liet Geert als hij Daniëlla verkrachtte of afranselde z’n gang gaan omdat ze zo bang was. Soms gilde het moederhoofd dat ze moest ingrijpen, maar dan kreeg ze spontaan ‘blokknieën’, vertelt ze aan de rechters. ‘Dan verkrampte ik.’

De strafzaak tegen Karin S. wordt over een paar maanden voortgezet.
Die van Geert ook.

Angst speelt ook een aanjagende rol als twee mannen in december vorig jaar aanbellen bij Huibert (21) in Veendam.
Huibert zit dan met twee vrienden te gamen.
Call of duty.
Hij moet meekomen, mee naar Groningen om daar iemand bang te maken.
Iemand die geld moet betalen.
Bange mensen komen sneller met geld over de brug, zo begrijpt Huibert.
Om de klus te klaren krijgt hij in de auto een ploertendoder in handen gedrukt.
Tegen de rechters: ‘Als ik niet deed wat ze zeiden, zouden ze m’n hond doodmaken.’

Rechters: ‘Had u gedronken?’
Huibert: ‘Tien halve liters.’
Rechters: ‘Drugs?’
Huibert: ‘Een joint.’

Aangekomen in Groningen laat de man met de schulden zich op de afgesproken plek op de Grote Markt niet zien.
Gedrieën lopen ze een tijdje door de binnenstad.
Ze passeren een man die op straat staat te bellen.
Huibert loopt naar hem toe, zegt ‘moi’ en direct daarop haalt hij uit met de ploertendoder.
Twee keer, drie keer op het hoofd.
Niet heel lang daarna ligt de beller op de intensive care, waar artsen hem 24 uur in slaap houden om zijn leven te redden.
Dat lukt op het nippertje.

Huibert: ‘Het was niet de bedoeling.’
De rechters: ‘En toch is het gebeurd.’
Huibert: ‘Ja. Ik moest iets doen. Ik was zo bang, ik kon helemaal niet meer nadenken.’

De rechters zeggen dat het niet veel had gescheeld of Huibert had als moordenaar in de rechtszaal gezeten.
Hij knikt, dat snapt hij nu ook wel.
Was hij – achteraf – maar niet zo bang geweest voor die twee mannen, dan had hij het nooit gedaan.

De officier van justitie is niet gecharmeerd van deze verdachte.
Ook al omdat de twee vrienden met wie Huibert thuis zat te gamen verklaarden dat hun vriend helemaal niet werd bedreigd en niet werd gedwongen mee te gaan naar Groningen.
De aanklager: ‘Dit is een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’
Het voorstel: 6.000 euro betalen aan het slachtoffer en drie jaar gevangenisstraf (waarvan een jaar voorwaardelijk).
Na detentie een stevige behandeling in een strenge kliniek.
Huibert had stiekempjes gehoopt op jeugddetentie.
Voor een verblijf in een gevangenis voor volwassenen is hij een beetje bang.

Joost (45) leek om de drommel niet bang toen agenten hem wilden arresteren.
In plaats van de handen omhoog, gooide hij een 14,8 kilo wegende metalen zuurstoffles naar de agenten, bedreigde hij hen met verbale kogels en de dood, vernielde hij met zijn blote vuisten de politieauto en trok hij zich niets aan van de wapenstok en de pepperspray waarmee het gezag hem wilde vloeren.

Geboeid onderweg richting het politiebureau bleef Joost vloeken en tieren en hoogst onaardig. Eenmaal veilig achter slot en grendel vernielde hij de celdeur met zijn beenprothese.

Joost kijkt zoals hij oogt: somber.
Zegt zachtjes tegen de rechters: ‘Ik kan mij er niets van herinneren. En ik vind het heel erg wat er is gebeurd.’

Er was een 112-melding dat er een man languit op de doorgaande weg lag.

Rechters tegen Joost: ‘Dat was u.’
Joost: ‘Ik wilde dood, ik wilde zelfmoord plegen. Zou ik overreden worden, dan was alles voorbij.’
Dat hadden de rechters in het strafdossier gelezen.
Joost: ‘Ik was heel somber, ’s ochtends al. Ik heb toen zes halve liters gedronken en xtc-pillen gekocht in het bos achter de Menkemaborg. Dacht, als ik alles in een keer inneem, dan is het zo voorbij.’
Rechters: ‘U kijkt nu ook heel somber.’
Joost: ‘Ik wacht nog steeds op hulp.’
Rechters: ‘Waarom wilde u zelfmoord plegen?’
Joost, vermoeide stem: ‘Slechte jeugd gehad, veel meegemaakt.’

Er volgt een relaas, zo naar dat iedereen die het leven vrolijk lief heeft er in de war van raakt.
Hij was fitter, dat was zijn lust en zijn leven, maar toen kwam er dat akelige ongeluk en werd hij afgekeurd.
Nu zit hij 32 uur per week achter een naaimachine bij de werkvoorziening wat hij dag in en dag uit verschrikkelijk vindt.
Net als het geweld en de drank vroeger thuis, met zijn moeder van 17 en een tante die hem misbruikte, tien broers, het ongeluk, zijn been.
Een keer had hij een auto cadeau gedaan aan een jongere broer. Nog diezelfde dag reed die zich dood in die cadeau gegeven auto.

Het leven van Joost bestaat overdag uit akelige flashbacks en ’s nachts uit nare dromen.
De huisarts schreef pilletjes voor.

Het is om bang van te worden.

Officieren van justitie noemen alles wat verboden is en toch geschiedt ‘ernstige feiten’.
Zo ook nu.
Om het weer goed te maken met de samenleving: twee dagen celstraf en een werkstraf van 60 uur (eis).

Joost mompelt dat het wel goed is en zegt dat hij heel graag zijn excuses wil aanbieden aan die agenten.
De rechters: ‘Dat moet u maar met de reclassering regelen.’
Joost: ‘.’
Denkt na en zegt dan: ‘Ik schrijf wel even een brief.’

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

→ inzetje: bram vermeulen / doodgewone jongen

Vijf

Voor de rechtbank in Groningen moeten vandaag drie verdachten verschijnen.
Het betreft drie bijzondere strafzaken die gelijktijdig dienen bij de politierechter.

De verdachten komen uit Veendam.
Het gaat om Bert (19), Maria (37) en Leendert (46).
Leendert zou best wel eens de vader van Bert kunnen zijn.
Maria is een Belg.

De misdaad waarvoor zie zich moeten verantwoorden is gepleegd tussen 1 januari 2013 en 9 juli 2013.
Dat is in ieder geval 673 dagen geleden.
Ze hebben het volgens het Openbaar Ministerie tezamen en in vereniging en ook opzettelijk gedaan.

Ze hebben hennep geteeld.
Samen ‘ongeveer’ vijf planten.
Vijf.
Ongeveer.

Het proces begint vandaag om 10.30 uur
Ik zal het volgen.
Of de verdachten komen opdagen, is vooralsnog onbekend.

het proces

De drie verdachten zijn gekomen en hebben de rechtbank als veroordeelden in tevredenheid verlaten.
Leendert en Maria – een stel – kregen allebei een werkstraf van 60 uur.
Geheel voorwaardelijk.
Zoon Bert kreeg een voorwaardelijke boete van 600 euro.
Die hoeft hij dus niet te betalen.

Vijf planten.
Maar er speelde wel iets anders mee.
De vijf planten voor eigen gebruik brachten meer op dan ze hadden gedacht.
Dan ze zelf gebruikten.
Wat over was, verkochten ze.
Aan de jeugd.

Dat deed vooral Maria, want Leendert was van vroeg tot laat in de bouw aan het werk.
Samen met zijn zoon.
Half Veendam wist dat Maria aan de deur verkocht.
Dat krijgt je, sprak de advocaat, als de jeugd die onder de 18 is niet in een van de twee coffeeshops van Veendam mag komen.
Dan worden de grenzen een beetje opgezocht.

Maria deed stiekempjes nog wel wat meer.
Ze kocht af en toe wat softdrugs bij voor haar handeltje aan huis.
Ze had er – opgeteld – zo’n 4.000 euro mee verdiend.
Daarmee loste ze haar schulden in.

Leendert zei dat hij dat niet wist.
De politierechter: ‘Dat kan ik niet geloven’

De officier van justitie sprak van ernstige feiten.
Aan de andere kant, zei ze, zijn het ook verschrikkelijk oude feiten.
Daarom hoeven de verdachten wat de aanklager betreft ook niet aan de hoogste boom.
De politierechter is het daar mee eens.

De politierechter vroeg overigens niet hoe dat nou kan, dat zo een zaak en kennelijk ernstig zo lang ongemoeid op een plank bij justitie blijft liggen.
De rechter wilde dat niet weten.

Leendert zei ook nog iets.
Hij zei dat hij het niet goed wil praten.
Maar dat hennep in Nederland toch heel gewoon is.
‘Je kunt ook naar de coffeeshop. Ik bedoel…’

De politierechter: ‘Het is wachten op het moment dat het wel mag. Maar nu zijn het nog misdrijven. Ik wens u allen een goede dag toe.’

rob zijlstra

Het meisje Ellie

Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij:
‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

 

.

In de voorbije tien jaren heeft de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen zo’n 450 mannen veroordeeld wegens zedenmisdrijven.
Ongeveer een op de tien strafzaken heeft te maken met het vooral seksueel misbruiken van kinderen.
Voor het idee: er zijn meer zedenzaken dan drugszaken.
Nog een idee: bijna al die mannen wonen weer bij u in de straat of net om de hoek.

Zedenzaken zijn per definitie nare zaken.
Dat komt omdat de slachtoffers meestal kinderen zijn en de verdachten verschrikkelijke mannen.
Het zijn ook strafzaken die akelige vragen oproepen.
Hoe kan het dat twee zusjes wekelijks en dat jarenlang door hun vader zijn misbruikt, terwijl de moeder onwetend was?
Hoe kan het dat grote mannen in een hotelkamer seks kunnen hebben met een minderjarig meisje?
Bij zedenmisdrijven wordt veel de andere kant opgekeken.

Vorig jaar stond een man (43) terecht die zes jaar lang zijn dochter zou hebben verkracht.
Hij noemde dat gelul, waarmee hij probeerde uit te drukken dat het niet waar is.
Het gebeurde wanneer de moeder bijvoorbeeld even boodschappen deed.
Of al lag te slapen als hij thuiskwam van zijn ploegendienst.
Toen het meisjeslichaam van Ellie het niet meer aankon, maakten ze een afspraak: niet meer elke dag, maar maximaal drie keer per week.
Een psychiater rapporteerde dat de vader een dominante man is en niet prettig in de omgang.

Ellie legde wel een verklaring af, maar deed geen aangifte.
Dat hoeft ook niet.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar.
De rechtbank zei geen enkele reden te hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van Ellies verklaringen en sprak de vader vrij.
Dat wat Ellie allemaal geloofwaardig vertelde, ontbeerde steunbewijs.
Een verhaal alleen is onvoldoende.
De officier van justitie is tegen de vrijspraak in hoger beroep gegaan (moet nog).

Ellie kwam wel eens in het nieuws.
De eerste keer toen dat gebeurde was ze 14 jaar, de tweede keer twee jaar ouder.
Beide keren betrof het berichten dat er een meisje was vermist.
Normaal postuur, lange haren, sneakers van Adidas.

Die laatste keer was vorig jaar.
Ellie werd door de politie gevonden, dat wil zeggen dat agenten haar aantroffen in een hotel in Breukelen.
De politie had onraad geroken na het zien van pikante foto’s van een meisje op websites met namen als eromarkt en kinky.
Daar staan advertenties op.
Een agent deed zich voor als een geïnteresseerde klant en maakte een afspraak.
Hij moest naar een hotel in Breukelen komen.

Het was niet het eerste hotel waar de dan nog altijd 16-jarige Ellie haar lichaam verkocht.
Eerder zat ze in Alphen aan den Rijn, bij Van der Valk in Almere, in het Best Western te Zaandam.

Als ze ongesteld was, moest ze toch werken.
Dan gebruikte ze speciale sponsjes.
Toen ze na twee dagen het sponsje niet meer kon verwijderen, na al die hitsige klanten, ging Gulio (30) – haar lover – naar de Blokker om een tang te kopen.

De officier van justitie beschrijft dit kille voorval ter illustratie in de rechtszaal.
Hij zegt: ‘Dit is de wereld van de prostitutie. Het menselijk lichaam wordt omgezet in een apparaat. En als het apparaat hapert, dan ga je niet naar een arts, maar koop je een tang bij de Blokker.’

Ellie zit niet in de rechtszaal.
Zij is geen verdachte, maar weer slachtoffer.
Gulio zit er wel.
Hij wordt verdacht van mensenhandel, van uitbuiting, in de ogen van de officier van justitie is hij de moderne slavenhandelaar.
Gulio is opgewekt en vrolijk.
Op de beschuldigingen wil hij wel een korte reactie geven: ‘Niet best, ik schaam mij diep. Dit is niet iets waar ik graag met iemand over praat.’
Hij klinkt net iets te enthousiast.

Gulio uit Amsterdam had Ellie opgehaald uit Groningen.
Dat deed hij uitgerekend op de dag dat Ellie de benen nam.
Zij zat op dat moment vast in Het Poortje en was even met haar begeleider de stad in.
Op de Grote Markt schopte ze haar gehakte schoenen uit en spurtte weg.
Gulio: ‘Ze belde. Ze vroeg of ik kon helpen. Ik help graag vrienden. Ik word blij als ik kan geven.’
Gulio ontkent dat Ellie op zijn verzoek de benen nam.
Hij zegt: “Toen ik haar ophaalde viel het mij op dat ze geen schoenen droeg, dat wel. Ze zei dat ze ruzie had gehad met een vriendje. Ik kon twee dingen doen, haar geloven of haar niet geloven. Ik besloot haar te geloven.’
Kende hij haar?
Gulio: ‘We hebben een keer gechilld.’

Ze rijden naar Zaandam, naar de Zaan Inn, waar Gulio op verzoek van zijn jarige tante een kamer had geboekt voor een neefje en een nichtje die niet kwamen zodat Ellie er mooi gebruik van kon maken.

Het misdrijf begon half augustus, de actie van de politie in Breukelen was op 9 september.
Hoeveel klanten Ellie in die periode had moeten ontvangen?
De aantallen lopen uiteen van een tot drie per dag, opgeteld zo’n vijftig mannen.
Bij de politie vertelde ze dat ze drugs gebruikte want dan ging het gemakkelijker.
Van een rijke klant kreeg ze cocaïne op een bord.
Van Gulio mocht dat niet, dan zei hij: ‘Daar gaan mijn chickies aan kapot.’

Gulio zegt dat hij niet wist dat Ellie nog maar 16 jaar was.
Ellie zegt dat hij dat dondersgoed wist.
Gulio had haar voorgehouden grote plannen te hebben zodra Ellie 18 zou zijn, dan zouden ze het groots aanpakken.
Als de rechters hem dat voorhouden, moet hij hard lachen.
Hij vertelt verontwaardigd dat hij bij zijn aanhouding in Breukelen is behandeld als een crimineel.
Dat hij toen slechts 8 euro en 40 cent op zak had, zegt toch voldoende?
Gulio: ‘Ik heb geen cent van haar genomen.’
Ellie beweert het tegenovergestelde.
Alles.
Bij de politie: ‘Ik was de hoer, Gulio regelde alles.’

Gulio tegen de rechters: ‘Ik heb een eigen stichting, ik doe loverboy- en lovergirl coaching. Ik wil de jeugd graag helpen.’
Hij vertelt dat hij in de gevangenis bezig is met wiskunde voor hoger opgeleiden.
Zodra hij vrijkomt, wil hij naar de universiteit om psychologie te studeren.
Daarnaast zal hij een startkapitaal aanvragen om zijn werk als coach te kunnen voortzetten.

De officier van justitie: ‘Ik eis 24 maanden gevangenisstraf.’
Gulio begrijpt het niet en zegt dat hij naar huis wil.
Naar zijn moeder.

Rob Zijlstra

uitspraak op 4 mei 13 mei

Schoonmoeder

Het ging over wat ze hadden gedaan.
Niet over het waarom, want een reden was er niet.
Het was gewoon gebeurd.

In vereniging, zei Jan (23) een tikkeltje wijs.
Ik ben medeplichtig, hield Micky (20) de rechters voor.
Paul (19): ‘Ik spreek alleen namens mezelf.’

In koor: ‘Het is gewoon uit de hand gelopen.’

Bij verdachten als Jan, Micky en Paul vraag ik mij als het gaat over wat ze hebben gedaan altijd af: wat zullen ze in de toekomst nog meer doen?

Neem Paul.
Geboren in Seoul, Zuid-Korea.
Opgegroeid en ontspoord in Groningen.
Hechtingsstoornis.
Geldproblemen (schulden).
Hij rookte twintig jointjes per dag, te veel om de baantjes die hij af en toe had te behouden.
Alleen helder wanneer hij sliep.

Of Micky.
Veroordeeld tot vijftien maanden celstraf waarvan negen voorwaardelijk wegens een poging tot doodslag toen hij net 18 jaar was geworden.
Ook hij: het enige dat hij bezit zijn schulden.
Hoeveel?
Dat wil hij in de rechtszaal met al die mensen erbij niet zeggen
Rechters: ‘Zeg maar heel veel.’
Micky: ‘Yes.’

Jan.
Gebruikte net als Paul ongekende hoeveelheden softdrugs om de dag door te komen.
Softdrugs als zelfmedicatie, om zichzelf rustig te houden.
Want?
‘k Heb ADHD.’

De laatste keer dat Jan in zittingszaal 14 zat, waren de zorgen groot.
De laatste keer was in juni 2010.
Hij had toen een straatroof gepleegd.
Het was in de tijd dat hij tussen alle jointjes door dagelijks hele flessen whisky leegdronk.

De officier van justitie had anderhalf jaar geleden aangedrongen op nader onderzoek naar zijn geestesgesteldheid.
Ze had gezegd, een kale detentie kan, maar ik weiger hem, zo jong nog, af te schrijven.
Jan wilde zelf ook wel een onderzoek.
Maar de rechtbank wilde er niet aan en veroordeelde hem in juni 2010 tot vijftien maanden celstraf (vijf voorwaardelijk).

Nadat Jan zijn straf had uitgezeten, keerde hij terug naar Groningen en kwam opnieuw bij Vast en Verder terecht.
Vast en Verder is een oplossing van het Leger des Heils om jonge jongens die vast hebben gezeten verder te helpen.
Maar Jan kwam er niet verder.
Er zou iets voor hem worden geregeld, iets met werken en leren, maar dat liet maar op zich wachten.

En dus vroeg hij op een verveelde avond aan twee medebewoners of die zin hadden met hem mee te gaan, beetje autorijden en zo.
Hij had sleutels van een auto die niet van hem was.
Dus.
Micky en Paul wilden wel.
Zij hadden toch ook niets te doen.

Ze reden eerst naar Winsum.
Daar probeerden ze een auto te stelen.
Dat had Jan gezegd.
Nietwaar, verklaarden Mickey en Paul.
Toen terug naar Groningen.
Om uiteindelijk terecht te komen in Veendam.

Jan tegen de rechters: ‘Onder directie van Micky. Die kende daar de weg.’
Micky: ‘Beetje’

Nabij de Kieler Bocht probeerden ze een Ford Escort Clipper te stelen.
De buit bestond uit slechts een life hammer.
Geen probleem, want zo’n ding kwam goed van pas bij het uit de hand lopen daarna.
Er werden ruiten van (ten minste) zes geparkeerde auto’s ingeslagen.
Goed voor twee brillenkokers, een zonnebril, een frontje van een cd-speler en een navigatiesysteem.
En veel schade.

Hier was het over gegaan tijdens de rechtszaak.
Micky: ‘Ik ben merendeels medeplichtig.’
Paul zegt dat hij het blijkbaar niet meer weet.
Jan dat het zo ongeveer gewoon wel klopt.

Paul hoort tien maanden celstraf eisen, waarvan drie voorwaardelijk.
Plus nog eens twee maanden die hij eerder bij de kinderrechter voorwaardelijk opgelegd had gekregen voor diefstal.
De advocaat wil liever een nader onderzoek naar een mogelijk verband tussen de psyche van Paul en de gepleegde delicten.
De officier van justitie – zij die destijds Jan nader wilde laten onderzoeken – heeft daar geen behoefte aan.

Micky.
Niks medeplichtig, maar medepleger, zegt de officier van justitie.
Maar terug naar de gevangenis hoeft hij niet.
Een gevangenisstraf voor de duur die hij heeft vastgezeten (32 dagen) en een werkstraf van 240 uur.
De negen maanden die hij eerder voorwaardelijk kreeg, mogen als stok achter de deur blijven staan.

Dacht, Micky met je veroordeling wegens poging tot doodslag, je mag de officier van justitie wel op je blote knieën danken.

En dan Jan.
Eis: een jaar.
Kaal.
Plus twee van de vijf maanden van de vorige voorwaardelijke veroordeling.
Nader onderzoek?
Dezelfde officier van justitie kijkt wel uit.
Jan zegt dat het zo niet verder kan, dat hij structuur nodig heeft.
En dat hij gemotiveerd is om er nu wel iets van te maken.

Rechters: ‘Waarom nu wel?’
Jan: ‘Ik heb niet veel meer, geen woonruimte, niets. Ik ben veel mensen kwijtgeraakt. M’n ouders. Maar ik heb mijn schoonmoeder nog. En die wil ik niet kwijt.’

Rob Zijlstra

.

• medeplichtige
• medepleger

• Jan en de blije knuffel, 17 juni 2010

.

UPDATE – 23 januari 2012 – uitspraken
De rechters zien het een tikkeltje anders dan de officier van justitie wat de straffen betreft: Jan heeft 9 maanden celstraf gekregen, Paul 6 maanden waarvan 2 voorwaardelijk.  Micky is conform: 32 dagen die hij al vast heeft gezeten en de taakstraf van 240 uur.

De Bob

Als echte vrienden waren ze naar de rechtbank gekomen om hun held te ondersteunen.
Free Bob stond er op de T-shirts.
Die boodschap moet zijn bedoeld voor de rechters, want van het openbaar ministerie moeten ze niets hebben.
Op een filmpje op YouTube rappen de vrienden met strakke vingers niet alleen over respect, maar ook over middelvingers voor justitie, gevolgd door heel veel fuck de politie.

Bob zit vast.
Hij wordt onder meer verdacht van een poging tot doodslag op een politieagente.

Na afloop van de zitting zeiden de echte vrienden dat vanaf nu alles moet worden gedaan dat in het belang van Bob is, want zo’n strafzaak getuigt niet van re-spect en is ook niet re-a-lis-tisch.
Of ik er maar een positief stuk over wil schrijven.

Nou daar gaat ie.

Bob heeft een geen gemakkelijke jeugd gehad.
Toen hij in juli 1989 werd geboren, stond hij al direct met 1-0 achter (zeiden de rechters).
Die jeugdige ellende heeft hem gemaakt tot wat hij nu is: een twijfelmoedige jongen van 21 jaar met al een behoorlijk strafblad en die zijn onzekerheid maskeert door de spanning op te zoeken.

Bob is een thrill-seeker.

Problemen drinkt hij weg met vijf tot zes halve liters bier per dag, in combinatie met evenzovele jointjes.
Hij woont en werkt nergens.

Bob zit ook behoorlijk vast.
Op papier wordt hij beticht van drie pogingen tot moord op politiemensen (‘bange honden’, volgens het filmpje op YouTube), een overval op een woning, een gewelddadige beroving op straat, openlijk geweld, vernielingen en diefstal.
Tijdens de zitting verandert de officier van justitie de moordpogingen tot een poging tot doodslag en een bedreiging tegen het leven (van een agent) gericht.

De overval was aan de Anjerlaan in Haren, waarbij twee bewoners behoorlijk werden toegetakeld.
Bob had er ooit gewoond en had kennelijk wat te vereffenen.
Op diezelfde dag, november vorig jaar, beroofde hij een 14-jarige jongen bij de C1000 in Veendam van geld en mobiele telefoon.
Als de 14-jarige niets zou geven, dan zou Bob hem doodmaken (‘Ik doe het echt’).

Positief is dat hij dat niet deed.
Wel sloeg hij de jongen met de vuisten in het gezicht.

In de rechtszaal wil Bob er niets over zeggen.
Hij beroept zich op het zwijgrecht.
Zal wel denken, ze zoeken het maar uit.
Dat had de politie ook gedaan.
Een vriend die ook dapper had meegeslagen, had het toegegeven en Bob’s vriendinnetje wond er ook geen doekjes om.
Een beveiligingscamera van de C1000 had bovendien geregistreerd dat Bob er op dat moment was.

Maar het zou die dag nog veel gestoorder worden.
Aan de H.J. Kniggekade in Veendam trok Bob zomaar aan het portier van een auto waarin een 72-jarige man zat.
Hij vroeg aan die man of hij klappen wilde hebben.
De man wilde dat liever niet en slaagde erin met de centrale vergrendeling alles op slot te doen.
Daarop begon Bob (met vriend E.) tegen de auto te schoppen en te slaan.

Twee kleine kinderen keken vanaf de achterbank angstig toe.

Niet zo positief voor Bob was dat een getuige het kenteken noteerde en dat aan de politie doorgaf.
Het kenteken behoort toe aan een rode Ford Ka, twee dagen eerder gestolen bij het zwembad in Zuidlaren.
De getuige had het echter over een blauwe Opel Omega V6.
De politie dacht verhip en verzocht alle eenheden naar deze auto uit te kijken.

Al snel hadden twee agenten in een politiebusje de gezochte Omega in de smiezen en zo mogelijk nog sneller ging Bob er vandoor, vriendin naast hem, vriend E. op de achterbank.
De politie zette de zwaailichten aan, het begin van een wilde achtervolging.

Op de Apollolaan ramde Bob – had hij maar een rijbewijs – een auto waarin twee vrouwen zaten, een man op een invalidenfiets werd op een haar na gemist.
Het was op dat moment spitsuur (ook in Veendam) en dus druk op de weg.
Even voor de rotonde stond het verkeer stil en kon Bob niet verder.
Het politiebusje was er zo.
Botsing.

Een van de agenten stapte uit – zijn collega zat door de botsing vast – en trok zijn pistool.
Bob zette de auto in de achteruit, gaf gas, agent sprong weg en schoot vier of vijf keer, rechterachterband lek.
Bob draaide en wist te ontkomen, richting escalatie.
Zijn vriendin riep nog ‘doe normaal, stoppen’.

Heel de Groninger politie was gealarmeerd en de eerst volgende rotonde werd afgezet. Agenten met getrokken pistolen wachtten Bob op, maar Bob wist, stuiterend over de vluchtheuvel, opnieuw te ontkomen.
Weer werd geschoten.
Uiteindelijk pakten ze hem, net zoals op de televisie.

Tegen de rechters zegt Bob: ‘Ik dacht weg te kunnen komen, ik wist ook niet zo goed wat ik moest doen. Beetje paniek, ik had nooit verwacht dat het zo erg zou worden.’
Ja, had hij maar naar zijn vriendin geluisterd, zegt hij nog.

Rechters: ‘Of dacht u, thrill-seeker die u bent, ik zal ze eens laten zien wat ik kan?’
Bob: ‘Nee. En ik heb ook nooit de intentie gehad iemand aan te rijden.’

De officier van justitie: ‘Als je Bob tegenkomt loop je kans zomaar klappen te krijgen of omver te worden gereden.’

In het YouTube-filmpje rapt Bob: ‘Wat ik doe, doe ik goed, geef me respect.’
Maar de officier van justitie rept met geen woord over respect en zegt tegen de rechters: ‘Geef hem zes jaar gevangenisstraf.’

Rob Zijlstra

.

extra
♦ Het YouTube-filmpje
♦ De (eerste) lezing van de politie

.

UPDATE – 9 juni 2011 – uitspraak
Bob is veroordeeld tot 3 jaar celstraf wegens een poging tot zware mishandeling, daar waar het openbaar ministerie was uitgegaan van een poging tot doodslag. Ook oordeelt de rechtbank dat Bob op een agent is ingereden en niet op twee. Als hij zijn straf heeft uitgezeten geldt dat hij twee jaar lang zijn rijbewijs kwijt is.

VONNIS (volgt)

De brief

Geert (27) heeft een brief aan het slachtoffer geschreven.
Want wat hij heeft gedaan, dat kan niet.
Daar heeft hij veel spijt van.
Dat zegt hij.

De pest voor Geert is, dat hij het niet meer weet, hij weet niet meer wat hij heeft gedaan.
Hij kan het zich niet herinneren.
Wat hij weet, heeft hij gelezen in het strafdossier.
Geert zegt: ‘Het is heel erg. Het had niet mogen gebeuren.’

Al kort na aanvang van de zitting wordt duidelijk dat het er voor de verdachte niet best uitziet.
De rechters doen toornig en de officier van justitie klinkt zo nu en dan zelfs pisnijdig.

Om het geheugen van Geert op te frissen, worden beelden van zijn misdaad in de zittingszaal vertoond.
Het zijn beelden van 19 december vorig jaar, opgenomen door beveiligingscamera’s buiten café Rembrandt in Veendam.
Te zien is hoe een opgewonden groepje jongeren het heeft voorzien op één persoon.
Als apen zwaaien ze met de armen en duwen en trekken.

Plots verschijnt een man in een wit overhemd in beeld.
Hij springt in de lucht en schopt het slachtoffer met een karatetrap tegen de vlakte. Vervolgens is te zien hoe het witte overhemd een paar keer tegen het hoofd van de man op de grond trapt.
Een keer stampt hij met de rechtervoet op het hoofd.
Daarna rent hij onder gejoel van anderen heldhaftig weg.

Het slachtoffer blijft in elkaar gekrompen en met zijn armen om het hoofd geslagen, op straat liggen.

De man in het witte overhemd is Geert.
Hij zegt nadat hij zichzelf heeft gezien: ‘Hier zijn geen woorden voor.’

De officier van justitie heeft die wel.

Hij zegt: ‘Geert heeft met zijn dronken kop geprobeerd het slachtoffer dood te schoppen. Als je met je voet op iemands hoofd stampt, dan wil je iemand opzettelijk doden.
Voor hetzelfde geld was het hem nog gelukt ook en had meneer hier gezeten voor doodslag.
Dat het letsel achteraf meeviel, doet daar niet aan af. ‘

Geert was die avond op stap.
Overdag had hij gevoetbald met zijn voetbalvrienden en daarna waren ze met z’n allen gaan drinken en zo ook in het café terecht gekomen.
Daar gebeurde iets onbenulligs met een telefoon die op de grond viel.
Voor het latere slachtoffer was dit reden om naar huis te gaan, om gedoe te voorkomen. Maar eenmaal buiten het café werd hij aangesproken, werd er getrokken en geduwd en vloog ineens Geert door de lucht.

De rechters zeggen tegen Geert, want dat hadden ze gelezen, dat hij een alcoholprobleem heeft en niet zo’n kleintje ook.
Ze hadden gelezen dat hij sinds zijn vijftiende stevig drinkt.
Ze zeggen: ‘Onder invloed van alcohol doet u steeds dingen waar u later spijt van krijgt.’

Geert is vier keer eerder veroordeeld voor geweldsmisdrijven waarbij alcohol in het spel was.
Daarnaast werd hij drie keer betrapt met drank op achter het stuur.
Hij had er rijontzeggingen voor gekregen en werkstraffen.
Tegen de reclassering had hij gezegd dat die straffen hem nooit hadden afgeschrikt.
In de rechtszaal zegt hij dat hij dat anders bedoelde, maar hoe, dat weet hij ook niet.

De rechters zeggen dat hij wat harder moet praten.
En dat hij zijn vrienden wel eens mag aanspreken omdat die het slachtoffer op zijn werk hadden opgezocht en toen nogal intimiderend ‘slachtoffertje, slachtoffertje’ hadden geroepen.

Geert herhaalt dat hij een brief heeft geschreven en dat hij spijt heeft.

De officier van justitie: ‘Dat zegt u altijd. U zit hier te praten als een aardige jongen die het nooit weer zal doen.’
Geert mompelt dat hij wel hulp voor zijn alcoholprobleem wilde zoeken, maar dat nooit had gedaan omdat hij zich daar voor schaamde.

De officier van justitie, giftig: ‘Hij schaamde zich. Hoe geloofwaardig. Je moet je schamen voor het geweld.’

Hij vervolgt: ‘De impact van dit gedrag is groot, niet alleen voor het slachtoffer, maar ook voor diens ouders, zijn familie, zijn vrienden. Dit gedrag veroorzaakt onrust in de samenleving. Helemaal als de samenleving in de krant leest dat dit al de zoveelste keer is.’

Geert vertelt dat hij zijn vaste baan met vast inkomen is kwijtgeraakt.
Bij twee eerdere incidenten had zijn werkgever door de vingers gekeken, maar ditmaal was de maat vol.
Zijn advocaat vult aan dat Geert van plan is een huis te bouwen en net een voorlopig koopcontract heeft getekend voor bouwgrond.
Maar nu hij niet meer aan de financiële verplichtingen kan voldoen, dreigt een strop.
Als hij van dat koopcontract af wil, kost hem dat 50.000 euro.
Die schuld komt er dan nog eens bij, zegt de advocaat die meent dat hier juridisch gezien sprake moet zijn van openlijk geweld.
En dat dat elders in het land wordt afgedaan met werkstraffen.

De officier van justitie haalt de schouders op.
Hij is niet van de slappe hap.
Geert hoort hem drie jaar gevangenisstraf eisen.
Daarvan mogen acht maanden voorwaardelijk.
Dat zou betekenen dat hij die al vier maanden vastzit, netto nog twee jaar heeft te gaan.

Ook moet hij aan het slachtoffer een schadevergoeding betalen van 750 euro.

Op de beelden is te zien dat Geert niet de enige is die zinloos gewelddadig is.
De officier van justitie kondigt aan dat de medeverdachten zich binnenkort zullen moeten verantwoorden.
Dan weten ze dat alvast.

Aan het slot van de zitting vraagt het slachtoffer of hij nog wat mag zeggen.
Over die brief.
De rechters antwoorden dat dat nu eenmaal niet mag.
Ze zeggen dat ze op 14 april uitspraak doen.

Buiten de rechtszaal zegt het slachtoffer desgevraagd dat hij nooit een brief heeft ontvangen.

Rob Zijlstra

UPDATE – 14 april 2011 – uitspraak
Geert is veroordeeld  tot 30 maanden celstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Dat het slachtoffer nog leeft, is niet aan Geert te danken, zo staat in het vonnis. De rechters spraken van een zeer ernstige vorm van zinloos geweld.

artikelen wetboek van strafrecht
doodslagpoging (tot doodslag) medeplegen

.

UPDATE – 30 augustus 2012 – medeverdachten
Drie teamgenoten van Geert moesten zich vandaag (30 augustus 2012) – ofwel twintig  maanden na dato – verantwoorden voor de rechtbank. Het Openbaar Ministerie eiste tegen de drie medeverdachten werkstraffen van 240 uur en voorwaardelijke celstraffen van 6 maanden. Uitspraken op 13 september. .