Pleurt op

Leon denkt dat-ie al heel wat is,

maar hij moet

nog heel wat worden.

 

.
Om zicht te houden op zaken die per definitie onoverzichtelijk zijn, stoppen we graag mensen in hokjes.
Dat helpt helemaal niets, maar het geeft wel een opgeruimd gevoel en brengt de illusie van controle.
Daarna hoef je alleen nog maar af en toe te roepen dat er strenger moet worden gestraft en het probleem van de misdaad is al bijna opgelost.
Gelukkig is er de praktijk van alledag, van bijvoorbeeld deze week.Schermafbeelding 2015-02-06 om 23.44.04

Kees (40) uit Groningen past in het hokjes waarop staat: ‘sorry dat ik besta’.
De criminaliteit is hem met de paplepel ingegoten.
Hij wist niet beter.
Na ontelbare veroordelingen ging het voor het eerst in zijn leven goed.
Hij had een baantje en mensen gaven hem complimenten.
Hij zegt bijna verontschuldigend tegen de rechters: ‘Dat ben ik dus niet gewend, ik vond het moeilijk om daarmee om te gaan.’
Had hij spanning nodig?
Een kick misschien?
Kees: ‘Prikkels. Voor het geld hoefde ik het niet te doen, want ik had ja geld.’

Kees werd betrapt toen hij half uit een raam van een woning hing met als doel naar binnen te klauteren.
Hij ging er hollend vandoor en om aan de politie te ontkomen sprong hij in het Winschoterdiep.
Het bleek januari en dus ijskoud.
Om hem te redden sprongen agenten hem achterna.
Kees is hen nu eeuwig dankbaar: ‘Ze hebben mijn leven gered. Ik doe het nooit weer.’

De rechters geloven hem, dat kon je zien.
Poging diefstal.
De strafeis is mild: twee maanden voorwaardelijk en 120 uur werken voor ’t nut.
Kees bedankte de rechters en wenste hen nog een aangename dag.

Cor (43) uit Leek is van de categorie ‘ik weet alles beter’.
Hij wordt verdacht van ontucht met zijn kinderen.
Zelf ziet hij dat niet zo.
Hooguit was er sprake van een hoog knuffelgehalte.
Oké, iets te misschien.
Veel belangrijker is, zei hij, dat hij een echte familieman is, nota bene een topvader.
Hij nam zijnSchermafbeelding 2015-02-06 om 23.52.08 kinderen overal mee naar toe, laatst nog naar de Zwarte Markt in Beverwijk.
Dus.

Maar de kinderen verhalen anders.
Hun verhalen zijn dat ze zo bang waren voor hem, voor zijn grote handen, zijn vieze vingers die pijn deden, zijn driftbuien.
Altijd bang.
Zijn dochter: ‘Hij heeft mij vernederd. De pijn zit van binnen en die vreet mij langzaam op.’

Cor begrijpt het niet, had toch via WhatsApp excuses aangeboden?

Hij heeft weer een nieuwe relatie met een vrouw met jonge kinderen.
Hoe het gaat?
Hij zegt, enthousiast: ‘Ja, heel goed.’
De officier van justitie: ‘Ik maak mij grote zorgen. Ik eis 30 maanden waarvan een jaar voorwaardelijk.’

Er zijn verdachten als Sander (28) uit de categorie ‘driesprong’.
Verdachten uit deze groep kunnen nog alle kanten op, maar moeten nu wel kiezen: richting brave burger, saai maar redelijk gelukkig of richting voor altijd crimineel en eenzaam.
Sander was de godganse dag dronken en hongerig.
Om te kunnen leven pikte hij bier, zakken chips en koeken uit supermarkten.
Werd hij betrapt, dan dreigde hij het personeel op de bek te slaan (ook met die woorden) of dood te schieten want hij had een wapen in de broeksband.

Na de basisschool was hij al klaar, werken deed hij nog nooit, wel is hij vader van vier kinderen en heeft hij de status van veelpleger.
Positieve punten?
Sander: ‘Ik gebruik geen drugs meer.’ Dat is een begin.

De officier van justitie zegt dat mannen als Sander het plezier van werken in supermarkten voor veel mensen vergallen.
De eis: dertig maanden celstraf waarvan twintig voorwaardelijk om de noodzakelijk geachte behandeling mogelijk te maken.
Sander wil wel.
Dat is nog een begin.
Als hij door twee vriendelijke politie-agenten de rechtszaal wordt uitgeleid, zie ik de grote tattoo in zijn nek: ACAB.
Daar moet even aan worden gewerkt.

Wekelijks is er wel een verdachte als Leon (23).
Hij is van de categorie ‘mannetje pindakaas’.
Leon denkt dat-ie al heel wat is, maar hij moet nog heel wat worden.

Schermafbeelding 2015-02-06 om 23.52.35Leon vindt dat slachtoffers van woninginbraak zelf schuldig zijn.
Wie een raam of deur open laat staan, vraagt er om zolang er mensen zijn zoals hij, mensen die altijd geld nodig hebben.
Logisch.
Hij vindt dat de politie corrupt is, dat blanke Nederlanders net zo goed inbreken en vooral dat je moet pakken wat je pakken kunt.
Leon had met anderen laptops uit studentenwoningen gestolen en die laptops verpatst aan een winkel in de binnenstad van Groningen.
Leon ontkent.
Hij zegt: ‘Ze zeggen dat ik met duiven praat, maar dat is niet zo.’
Af en toe begint hij hard te lachen om niks.
Hij moet naar een kliniek, maar hij dat wil niet.
Daarom komt er een kale strafeis: anderhalf jaar cel.
Zijn advocaat: ‘Maar dan komt het niet goed.’

Leon kan beter naar het hokje ‘alle hens aan dek’.

Nu zijn er honderden hokjes te verzinnen waarin je verdachten kunt wegstoppen en ordenen.
Een heel enkele keer, misschien maar eens in de miljoen jaar, komt er een verdachte langs die alles in de war schopt: Melle uit Marum, 52 jaar, is zo’n zeldzaam geval.
Als hij de rechtszaal binnenkomt, doet hij zijn werkschoenen uit en zet die onder de verdachtenbank.
Op sokken verder, petje op tafel.

Of het waar is, vragen de rechters.
Melle: ‘Hoe vaak moet ik het nog zeggen? Pleurt toch allemaal lekker op met die fucking shitbagger.’
Of hij het prikkeldraad heeft vernield?
Melle: ‘Nee. Want dan krijg ik een klap stroom door de pens heen en daar heb ik geen verlet om.’

Melle wordt verdacht van stalking van een dorpsgenoot.
De kwestie speelt al jaren.
Hij is er al een paar keer voor veroordeeld, eenmaal zat hij drie maanden in de gevangenis.
Gedragsdeskundigen rapporteren dat er zorgen zijn over de psychische gesteldheid.

Melle: ‘Pleurt lekker op allemaal. Opzouten. Weg. Weg.’
Rechters: ‘Blijft u hem aanspreken?
Ja.
Rechters: ‘Is er een oplossing? Valt er met u te praten?
Nee, opsodemieteren.
Rechters: ‘Wat zit er nou achter? Hoe is dit ontstaan?
Geen idee.
Rechters: ‘Als u een enkelband krijgt, wat gaat u dan doen?’
Mijn eigen gang.
Rechters: ‘Misschien wilt u wel anders, maar kunt u dat niet.’
Oh?

Melle past Schermafbeelding 2015-02-06 om 23.43.16niet in de hokjes.
En dan weet een officier van justitie het ook niet meer.
Ze heeft nog geen idee welke straf ze moet eisen.
Straks wordt het erger en valt er op een dag een slachtoffer.
TBS?
Melle zegt dat hij nergens aan meewerkt.
De rechtszaal zucht.
Er komt een nader onderzoek.

Rob Zijlstra

 

Bonte stoet

Voor wie wel is, is het heel lastig om nergens te zijn

Het was een week waarin een bonte stoet aan verdachten door zittingszaal 14 trok.
Er zat een allerergste verdachte tussen, dan ook een minst erge, de wekelijkse verdachte met heel veel spijt was er natuurlijk, er was een verdachte die niet was gekomen, en eentje die op zoek is naar contact met zichzelf.

De spijtverdachte van de week moet Tim (25) heten.
Hij had overigens vooral spijt van zichzelf.
Bij het winkelcentrum in Winschoten had hij op een muurtje van de parkeerplaats gezeten en daar zag hij hoe een mevrouw met boodschappentas haar autootje op de invalidenparkeerplaats opende.
Tim sprong van het muurtje, begroette de mevrouw en vroeg beleefd of hij een stukje mocht meerijden.
Tot aan de bushalte.

Dat mocht, hoewel de mevrouw een andere kant op moest.
Eenmaal in de auto werd Tim onvriendelijk.
Hij liet zijn mes zien, dreigde daar zwaaiend mee en eiste geld.
De aardige mevrouw had net geld gepind en mogelijk had Tim dat gezien.
Hij griste de tas met daarin de 250 gepinde euro’s weg en sprong uit de auto.

De aardige mevrouw die hem de lift had aangeboden was 81 jaar.
Ze belde toen haar belager zich uit de voeten maakte, doodsbenauwd de politie, maar op het verkeerde adres.
Een agent had tegen haar gezegd: ‘U bent overvallen? Dan moet u 112 bellen.’
Echt.
De officier van justitie zei het in de rechtszaal, iedereen kon dat horen.

De rechters vragen aan Tim: ‘Was mevrouw een willekeurig slachtoffer?’
Tim is eerlijk: ‘Nee. Als je snel geld wilt maken pak je natuurlijk geen afgetrainde sportschooljongen.’
Ja. Hij heeft veel spijt.
Logisch.
Hij wil ook graag hulp, op voorwaarde dat de diepere problematiek waarmee hij kampt – een diepe gokverslaving – nu eens wordt aangepakt.
De officier van justitie vindt dat een goed idee, maar wil eerst even afrekenen: 30 maanden celstraf.

Het bijzondere van dit proces is dat deze lelijke misdaad werd gepleegd in maart van dit jaar.
Dat de rechters daar nu al over moeten oordelen, is opmerkelijk.
De meeste misdaden die in Groningen aan de meervoudige strafkamer van de rechtbank worden voorgelegd zijn een tot twee jaar oud.
Wie in de tweede helft van dit jaar een misdaad begaat, heeft grote kans pas ergens in 2016 terecht te moeten staan.

‘Pleeg nu, betaal later’.
Daar kwam ook de verdachte achter die nadat hij vier dagen in een politiecel had gezeten, op zoek ging naar zichzelf.
Lang verhaal in het kort: zijn computer was stuk en de reparateur ontdekte in juli 2012 op de harde schijf kinderporno.
Nader onderzoek leerde ook dat hij in 2010 ontucht had gepleegd met zijn lievelingsneefje van 12.
Zelf was hij toen net 19.
Inmiddels is hij 23 jaar en niet meer zo onzeker want hij is volledig uit de kast gekomen.
Nog altijd volgt hij twee keer per week therapie.
Hij heeft zichzelf redelijk goed gevonden, maar is nu bezig om contact met zijn emoties te leggen.
Zijn behandelaars verwachten dat er nog een lange weg moet worden afgelegd.
De officier van justitie wil de pret niet bederven.
Een taakstraf van 180 uur kan volstaan (eis).

Er was een verdachte die niet kwam opdagen.
Hij heet Lamor, 33 jaar, geboren in Gendershe, Somalië.
Hij heeft geen bekende woon- of verblijfplaats, maar wel een postadres: het politiebureau aan de Koggelaan in Zwolle.
Lamor heeft een keer iets gedaan wat niet mag en dat heeft grote consequenties gekregen: hij is tot ongewenst vreemdeling verklaard.

Dan ben je op papier nergens meer en ook niet welkom.
Maar omdat je nog wel een ademend mens bent en ook nog eens van vlees en bloed die zich kan voortbewegen (dus niet dood) is het heel erg lastig om nergens te zijn.
Op 13 juli 2012 ging het mis in Groningen.
Hij was en viel in de armen van de politie; agenten stelden zijn ongewenstheid vast en sloten hem op.
Zoiets mag maar even duren en na even mocht Lamor zich dus weer ademend voortbewegen.
Lang mocht dat evenwel niet duren: op 27 september 2012 liep hij die niet mag zijn, maar wel is opnieuw tegen de lamp.

Afgelopen donderdag (2014) moest hij zich in zittingszaal 14 verantwoorden voor zijn illegaal verblijf in Nederland op twee verschillende dagen.
De officier van justitie: ‘Meneer die er niet is, is een strafbare dader. Ik eis zes maanden gevangenisstraf.’

In de bonte stoet van deze week liep een verdachte dominee uit Appingedam mee (ontucht en verkrachting), een wodka-drinkende asielzoeker die stomdronken ruzie kreeg over het geloof met zijn ongewenste kamer- en landgenoot (poging tot moord), de ervaren veelpleger die geld had gestolen van zijn hulpverleners liep halverwege, vlak achter hem een politieman uit Veendam die werd verdacht van mishandeling.
Hij zou – anderhalf jaar geleden – iemand opzettelijk hebben geslagen met de vuist en met in die vuist een Maglite.
Achteraan in de stoet, niet zichtbaar, de spoorloze verdachte die – net andersom – een agent zou hebben mishandeld.
En tot slot, helemaal vooraan, hoste Berend die op 1 januari 2012 met een dronken kop de toegang van de Lidl in Uithuizen had opgeblazen met een vuurwerkbom.

Dan was er de allerergste verdachte, een verdachte als nachtmerrie.
In mei 2011 trok hij in Stadskanaal een spelend meisje van straat, een meisje van 6 jaar.
Hij dwong haar in zijn auto vol rotzooi te stappen.
Hij reed met haar weg, bedreigde haar, misbruikte haar in het bos en zette haar daarna uit de auto.

In oktober 2013 deed hij dat nog een keer, In Delfzijl.
Ditmaal was het slachtoffer een meisje van 4 jaar.
Hij verkrachtte haar in zijn vieze auto en dumpte het kind een uur later in Appingedam op straat.
Een man die de hond uitliet zag het huilende meisje dwalend lopen, hij ontfermde zich over haar en wist haar adres te achterhalen.
Lange tijd werd er daarna in de kinderrijke buurt in Delfzijl niet meer op straat gespeeld, en was er onrust op de scholen.
De angst regeerde.

De officier van justitie noemt de nachtmerrie een perverseling en eiste 10 jaar gevangenisstraf.
De allerergste verdachte had gerekend op 8 jaar gevangenisstraf.
Voor hem op tafel ligt een briefje.
Steeds nadat de rechters hem een vraag hebben gesteld, tuurt hij naar het papiertje en leest de woorden voor die erop staan: ‘Ik beroep mij op mijn zwijgrecht’.

Aan de meeste verdachten raak je gewend, maar de allerergste verdachte, die went nooit.

Rob Zijlstra

UPDATE – 7 juli 2014 – uitspraak
Tim – de spijtverdachte – is veroordeeld tot dertig maanden celstraf waarvan tien maanden voorwaardelijk zijn. Aan de aardige mevrouw moet hij een schadevergoeding betalen van 790 euro.

 

Werknemers

In het verdachtenbankje zit een man, en nog een en nog een.
Ze hebben wat gedaan.
Tenminste dat wordt gezegd.
Ze geven het ook wel toe.

De officier van justitie doet bozig, af en toe dreigt haar stem over te slaan.
Ze maakt zich ook zorgen, vanwege de hoeveelheden drank.
Valt ja best wel mee, zegt een van de mann ‘n.
Uiteindelijk eist de officier van justitie straffen.

De advocaat heeft een plastic tas meegenomen en laat iets zien.
Het is toch niet normaal, zegt een van de andere mannen daarop.

Meer kan ik over deze zaak eigenlijk niet schrijven.
Een van de mannen heeft gezegd dat als zijn baas er achter komt, dat hij dan zijn baan kwijt is.
En dat geldt misschien ook wel voor nog een man.

De zaak is zo specifiek dat ieder vermeld feitje vrijwel zeker zal leiden tot herkenning en ontmaskering.
Het gaat niet om heel misdadige zaken, ’t is meer kinderachtig.

Rechtbankverslaggever moet zich afvragen of de belangen van zijn stukje in de krant of het stukje hier opwegen tegen de belangen van een man en mogelijk nog een man met banen die ze bij herkenning vast en zeker kwijtraken.

In dit geval heb ik na lang wikken en wegen besloten om maar niet te schrijven.
Niet er over.

Tegen de verdachten die vanochtend misschien wel met angst en beven de krant doorbladerden, wil ik nog wel het volgende zeggen:

Ik wil jullie het werken niet onmogelijk maken.
Maar het zou wel zo netjes zijn dat jullie met je werk en je onwetende werkgevers bij een volgende keer goed bedenken dat jullie mij het werk op deze manier wel onmogelijk maken.

Rob Zijlstra

UPDATE – 28 september 2009 – uitspraken
Twee mensen zijn veroordeeld tot uren werkstraffen en het betalen van de schade van vele euro’s, een derde mens heeft zich wel schuldig gemaakt aan een misdrijf, maar is ontslagen van alle rechtsvervolging.

Middeleeuwen

Een paar keer is het alsof Martin gaat huilen.
Dan wrijft hij met de binnenkant van beide handen ruw in zijn gezicht, terwijl zijn voeten onder in het verdachtenbankje onophoudelijk in beweging zijn.
Even later, weer wat rustiger, draait hij een shagje.

Hij zegt: ‘Er moet ook naar mijn wensen worden gekeken.’
De rechters vragen wat het uitmaakt, wat het uitmaakt welk stickertje je er op plakt.
Martin, luid en duidelijk: ‘Ik wil geen tbs.’
Voor hem maakt het heel wat uit.
Misschien wel alles.

Maar Martin heeft niet zo veel te willen.
Want hij is niet helemaal goed.
Ze zeggen dat hij schizofreen is.
Niks aan te doen.

Jarenlang sjokte hij heen en weer over het Gedempte Zuiderdiep in de binnenstad van Groningen. Of hij strompelde door de Carolieweg, zo de Oosterstraat in.
En dan weer terug.
Hij vroeg passanten om geld, om guldens en later om euro’s.
Soms, meestal niet, kreeg hij wat voor het eeuwige slaaphuis.

De hulpverlening heeft nooit vat op hem kunnen krijgen.
Jawel, van alles is geprobeerd. Eenmaal hadden ze een eigen woninkje voor hem weten te regelen. Maar toen kwamen rap de junkies en toen had Martin thuis niks meer te vertellen. Hij had toen zelf de huur opgezegd.

Met de linkerhand wrijft hij over zijn hoofd, in de rechthand houdt hij nu stevig zijn aansteker vast. De bode zegt tegen hem dat hij in de zittingszaal niet mag roken en schenkt een vierde glaasje water in. Martin herhaalt voor alle zekerheid nog maar eens dat hij geen tbs wil en neemt een slokje.

Behalve storingen in het hoofd heeft Martin hepatitis b en c.
En toen had hij gespuugd.
Op grond, zegt hij zelf.
Richting zijn behandelaars, zegt de officier van justitie.

De officier van justitie had geconcludeerd dat wie onverhoeds spuugt met een voor de gezondheid schadelijke ziekte, zich schuldig maakt aan een poging tot zware mishandeling.
Daarnaast had hij ook lelijke dingen geroepen naar zijn behandelaars.
Tegen een van hen bijvoorbeeld: ‘Ik steek een mes tussen je ribben.’
Tegen een ander: ‘Val dood.’

De deskundige had gezegd dat spugen in zo’n geval geen kwaad kan, nou ja, een heel klein beetje misschien als speeksel in een oog komt. Maar dat was in dit geval niet aan de orde. Dat zag de officier van justitie ook wel in en dus bleven van de ten laste gelegde feiten alleen de bedreigingen over.

Martin geeft het wel toe.
Hij had gespuugd omdat hij boos was.
Hij wilde zich inhouden, maar dat was ‘m niet gelukt.
Hij had ook gezegd dat hij spuugde omdat hij niet kan boksen.
Rechters: ‘En als u wel zou kunnen boksen?’
Martin: ‘Dan had ik ze een pak slaag gegeven.’

Maar van dat mes, dat verzinnen ze, dat had hij niet gezegd.
Zijn advocaat vult aan dat ‘val-dood-zeggen’ overigens ook geen bedreiging is.
Het is een verwensing, dat is wat anders.

Voor de officier van justitie maakt het niet uit: ‘Ik eis tbs met dwangverpleging. Dat is het best passende.’
De advocaat: ‘Het moet niet gekker worden.’

Martin – hij is 52 jaar – was zomaar verdwenen uit het straatbeeld van Groningen.
In de straatkrant was ook niets verschenen over dood of zo.
Blijkt dat hij, na het mislukt zelfstandig wonen-traject, in handen was gevallen van de bemoeizorg. Daarna kwam een rechterlijke machtiging die hem onder de vleugels van Lentis deed belanden.

Hij zit daar, in de schaduw van de lommerrijke bossen van Zuidlaren, in een gebouw op een kamertje.
De deur is niet op slot, maar hij mag de kamer niet verlaten.
Doet hij dat wel, dan krijgt hij straf.
Hij mag nooit wandelen, maar moet tv kijken.

Martin zegt tegen de rechters: ‘Ze willen dat ik tbs krijg.’
Hij zegt dat ze hem van alles beloven, maar dat er niets gebeurt. Dat hij nu al bijna drie jaar op dat kamertje zit. En of de rechters wel weten hoe lang dat is.
Zegt: ‘Ik heb jullie wel door, maar ik verander toch niet.’

Het moet niet gekker worden, zei dus de advocaat.
Hij zei dat we in de middeleeuwen onaangepasten wegstopten.
Dat we dat nu niet meer doen, maar dat alle hulp aan Martin is mislukt.
De psychiatrie heeft gefaald en nu mag het strafrecht dat helemaal niet is bedoeld voor mannen als Martin, het oplossen.

De advocaat zegt dat Martin wel eens boos wordt en dan lelijke en kwaaie dingen zegt. Maar dat dat geen reden is voor hem te vrezen.
Hij reageert uit onmacht.

De advocaat zegt dat tbs een maatregel is om de samenleving te beschermen tegen mensen die ziek en gevaarlijk zijn.
Martin is een onaangepaste lastpost die soms voor wat overlast zorgt, maar hij is niet gevaarlijk.
Hij verdient geen tbs waar hij, eenmaal er in, ook nooit meer uit zal komen.
Hij verdient een betere oplossing.

Ik dacht, ik moet opschrijven dat justitie misbruik maakt van de tbs, dat er weer officieren van justitie bestaan die onaangepasten willen wegstopen in gaten in de grond, in longstay-kerkers.

Ik dacht, als tbs met dwangverpleging voor een paar verbale bedreigingen passend en geboden is, dan draait de wereld door.
Dacht, je kunt toch in Nederland niet alles wat stoort of niet hoort, zomaar laten verdwijnen?
Was ik maar Nova of EénVandaag, dan kwamen er wel Kamervragen.

Als Martin de zittingszaal heeft verlaten, zie ik dat hij het verdachtenbankje een plukje tabak heeft gemorst.
Net goed.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 23 juli 2009 – uitspraak
De rechtbank heeft Martin geen straf opgelegd op grondvan diens persoonlijke omstandigheden: zijn vrijheid is al beknot. Ook  stelt de rechtbank, anders dan justitie meent,  dat Martin geen gevaar voor de samenleving vormt.

 

De druppel van de emmer

emmer

Halverwege de zitting kan Tommie eventjes niks meer zeggen.
Het stokt in de keel. Niet omdat hij verstrikt is geraakt in leugens en halve waarheden, maar het wordt hem gewoon even te veel.
Hij vecht tegen de tranen en als die toch rollen veegt hij ze snel weg.
Al dat gevraag ook.

Tommie is een enorm liegbeest, buldert de officier van justitie.
Of dat waar is weet ik niet.
Tommie is in ieder geval een jongen van 20 jaar uit Stadskanaal.
Hij is, zegt hij, geen neo-nazi, zoals sommige van zijn vrienden dat wel zijn
Zegt: ‘Ik ga met iedereen om die respect voor mij heeft.’

De officier van justitie, harde lijn, zegt dat hij zich dan niet kan voorstellen dat er mensen zijn die met hem willen omgaan. Want: ‘Hoe kun je nu iemand respecteren die zoveel strafbare feiten pleegt?’

Tommie is ook een man die het tot zijn zestiende redelijke rooide. Daarna kwamen er wat aanrakingen met de politie. Maar vooral het laatste jaar is hij hard aan het afglijden geslagen.
Hij maakt voortdurend ruzie met mensen en gaat dan slaan. Er is veel drank en ook drugs in zijn leven.
Zegt: ‘Ik drink als ik verdrietig ben.’
De officier van justitie: ‘Hij heeft ook veel reden om zich slecht te voelen.’
Met zijn moeder en tweeling zus heeft hij geen contact, met zijn vader verloopt het moeizaam. Weer tranen.
De officier van justitie: ‘Kijk, hij is goed in het belazeren van de boel. ‘

De dagvaarding schetst een beeld van het leven van Tommie.
Een jaar geleden maakte hij zich schuldig aan openlijk geweld in de vroege ochtenduren, ergens in Stadskanaal. Iemand riep: homo. Vervolgens werden er mensen van hun fietsen getrokken en geschopt en geslagen. De naam van Tommie werd veelvuldig genoemd.

Twee maanden later slaat hij een ruit van een woning in. Tommie zegt van niet. ’t Was Patrick, want die kreeg nog 50 euro van die bewoner. Patrick en drie getuigen: Klopt, maar Tommie deed het.

Een week later. Tommie berooft met geweld een plaatsgenoot. Tommie ontkent. ‘Ik heb geen geweld gebruikt. Hij had mijn bankpas gestolen. Ik moest een nieuwe aanvragen en dat kostte dertig euro. Die heb ik van hem gepakt. Ik was boos en zo. Daarom.’

Twee weken later wordt Tommie door zijn vader het huis uitgeschopt. Zonder geld. In drie dagen tijd weet hij, samen met Bartje, het personeel van supermarkt Jumbo te belazeren met een bonnetje van de flessenautomaat. Hun winst: 11,70 euro. In diezelfde periode steelt hij drie gasflessen van een terrein van de gemeente Stadskanaal. Die flessen moesten ergens voor de gein ontploffen.

Aan het einde van de zomer is hij stomdronken op een feestje van zijn eveneens dronken vader die ruzie maakt met de buurman. Volgens de buurman staat de muziek te hard. De politie komt uiteindelijk en Tommie moet mee. Hij verzet zich en wel zo dat de knie van een van de agenten niet alleen lelijk, maar ook blijvend beschadigd raakt. De politieman zal nooit meer kunnen voetballen.

Het wordt herfst. Tommie steelt voor de Hema de aangepaste snorfiets van een gehandicapte vrouw. Doet hij samen met Martin. Hij zegt dat hij de schade wel wil betalen, maar niet in een keer, want dat kan hij niet. In diezelfde week mishandelt hij P. omdat die hem zwart zou hebben gemaakt. P. moet dat bekopen met een gebroken neus. Drie dagen daarna steelt hij bij de C1000 twee flessen Safari Senza. Nietwaar, zegt Tommie. Niet ik, maar iemand anders deed dat.’

Het jaar loopt ten einde. In de Berkenstraat in Stadskanaal klinkt ’s nachts een luide knal. Bewoners zien hun autoruit stuk, de TomTom eruit en een man hard weglopen. Agenten zien diezelfde nacht Tommie op straat met een zere hand. Alsof hij daarmee een autoruit stuk heeft geslagen.

Op Tweede Kerstdag beveelt hij dat T. voor hem op z’n knieën moet gaan zitten. Als T. zo zit, haalt hij keihard met zijn hand in het gips uit. Dat is niet waar, zegt Tommie. Op de vierde dag van dit jaar slaat hij E. voor diens woning in elkaar. Omdat E. hem vals heeft beschuldigd van die TomTom. Dat klopt, geeft Tommie toe. ‘Dat was de druppel van de emmer.’

Het wordt 10 januari als Tommie in café Chaplin de nieuwjaarsborrel bezoekt van het werkproject waar de gemeente hem heeft ingestopt. Al snel wordt het gezellig en roept
iedereen Sieg Heil in koor. En iets met Joden omdat er op de radio een liedje schalt over Ajax. Het wordt zo gezellig dat stoelen en krukken door de lucht vliegen en op het laatste heel het interieur aan diggelen ligt en Sjors bewusteloos op de grond.
Tommie ontkent te hebben geslagen. Hij heeft alleen geduwd.

Eind januari gaat Tommie naar een verjaardagsfeestje. Maar eerst gaat hij nog even langs de sporthal, rondje kleedkamer. Deed hij wel vaker. Uit een jaszak verdwijnt een sleutelbos en even later buiten op de parkeerplaats de bijbehorende auto. Tommie ontkent dat hij heeft gereden. Ja, hij heeft wel in de auto gezeten.

De officier van justitie telt de hele mikmak bij elkaar op, zegt dat het beter is dat Tommie nooit meer terugkeert naar Stadskanaal en eist dan twee jaar gevang waarvan acht maanden voorwaardelijk.

Tommie zegt dat hij wel wil veranderen.
Maar dat hij dat wel moeilijk vindt.
Heel zachtjes: ‘Te moeilijk.’

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 11 juni 2009 – uitspraak

De rechtbank is milder: achttien maanden celstraf waarvan zes voorwaardelijk.

Paradijs (2)

In het parkje voor het Groninger gerechtsgebouw ligt op een bankje een vrouw te slapen. Een triest gezicht: eens was deze vrouw strafrechter. Nu is zij morsig en aan lager wal geraakt. Het parkje is haar vaste stek. Als het regent, schuilt ze in het oude fietsenhok, in het hok waar ze altijd haar fiets stalde.

De oude rechter heeft al jaren niet meer gefietst.

Het gerechtsgebouw oogt vervallen. Op de derde verdieping, op het hoekje, zijn de ruiten kapot. Ooit was die hoekkamer, daar op de derde, de kamer van de president van de rechtbank. De hoofdingang is met planken dichtgetimmerd.

Er gaan geruchten dat Google het gebouw wil kopen.

Het was snel gegaan.

Jarenlang was het met de criminaliteit op en neer gegaan.

Het ene jaar was het wat meer van dit, meer woninginbraken, het andere jaar weer wat meer van dat, wat meer zinloos geweld.

Maar ineens begonnen de misdaadcijfers te dalen, eerst gestaag, maar daarna opmerkelijk en in rap tempo.

 
Een verklaring was er niet.
Ja, de politie.
Dat die niks deed, te weinig boeven pakte.
De Groninger korpsleiding werd door justitie op het matje geroepen. Dat had, ergens in 2009, zelfs in de krant gestaan.

In datzelfde crisisjaar had het kabinet besloten her en der in het land gevangenissen te sluiten, ten koste van 1200 arbeidsplaatsen. Bij de politie waren duizenden banen geschrapt, want de straten konden toe met veel minder blauw.

En ook voor rechters was er op den duur vrijwel geen werk meer.
 

In het gerechtsgebouw wordt nog maar eens per maand een strafzitting gehouden.

De 19-jarige Johan, student, had met zijn motor een verkeerongeluk veroorzaakt en was toen doorgereden. Met het stuur had hij de auto van rechts geraakt en daardoor was een beetje schade ontstaan.
De transactie die hem was aangeboden bedroeg 660 euro.
Veel te veel, zegt Johan tegen de rechter, om dat in een keer te kunnen betalen.

De rechter, al lang blij dat er een verdachte is komen opdagen, geeft de student gelijk. ‘Ik veroordeel u wel maar u mag die 660 euro in tien maandelijkse termijnen betalen.’

Ook Dik (51) uit Finsterwolde is gedagvaard.
Hij leeft in onmin met de buren vanwege de schutting.
Dik zou de buurtjes hebben bedreigd met lelijke woorden en een honkbalknuppel. De officier eist 150 euro boete. Maar Dik zegt dat hij helemaal geen honkbalknuppel heeft en dat het nu rustig is aan weerszijden van de schutting. Rechter: ‘Ik spreek u vrij.’

Dan is het de beurt aan Panka jr. (49).
Met zijn strafblad van zestien pagina’s kent hij de rechtbank nog uit de tijden van weleer. Bij de Jumbo dachten ze dat hij iets had gestolen. Dat bleek niet zo te zijn en Panka voelde zich nu eens ten onrechte beschuldigd.
Boos had hij tegen een Jumboër geroepen: ‘De volgende keer dat ik je zie, dan steek ik je neer’.

Kijk nou riep justitie, een heuse bedreiging tegen het leven gericht en stuurde een acceptgiro van 440 euro naar Panka.
Zijn advocaat: ‘Zoveel geld kan hij helemaal niet betalen. Bovendien, de laatste keer dat Panka is veroordeeld voor iets met geweld is twaalf jaar geleden. Daarna waren het alleen maar kleine winkeldiefstalletjes geweest. Komt nog bij dat er nu ook eens iets goeds kan worden gemeld over Panka, die bijna dertig jaar een vaste bewoner is geweest van de straten in Groningen. Panka heeft nu eindelijk een eigen huisje en hij is van de drugs af. Hij is, zegt de advocaat, na al die jaren eindelijk tot rust gekomen.’

‘Ja, dat dreigement. Mijn cliënt is een man van het grote gebaar en van het harde geluid. Dan wordt hij, eindelijk een huisje, ten onrechte beschuldigd. En dan roept hij wat. Niet netjes, nee, maar om daar nou 440 euro voor te vragen die hij niet heeft, is toch ook wat.’

De advocaat was begonnen te vertellen waarom Panka niet is gekomen.
De laatste keer dat hij hier terechtstond, in augustus 2005, vanwege een vermeende dieftal van een flesje parfum van 1,94 euro bij Prijzen Paradijs, werd hij wel schuldig bevonden, maar kreeg hij geen straf. Na de zitting werd hij aangehouden door de parketpolitie omdat er nog een paar boetes openstonden. Dat risico wilde hij nu niet lopen.

De advocaat: ‘Zoiets is ook een vervelend signaal naar verdachten toe. Straks komt hier helemaal niemand meer.’
De politierechter knikt. Zegt: ‘Ik ken het probleem.’ En ook dat hij daar niets aan kan doen.

De officier van justitie luistert aandachtig.
Voor hij officier was, werkte hij op een vliegdekschip.
Het is altijd goed om zo iemand erbij te hebben, hadden ze tegen hem gezegd toen hij als zijinstromer in Groningen aan de slag ging.

Hij zegt dat hij Panka niet dwars wil zitten en eist in plaats van geld een werkstraf van 30 uur.
‘Want 440 euro is gelijk aan 17,6 oriëntatiepunt en dat maal twee is precies dertig.’
 

De politierechter kan de voormalig vliegdekschipper niet volgen. Hij veroordeelt Panka jr. tot een werkstraf van achttien uur. De advocaat verlaat de zaal en zegt dat hij het heugelijke nieuws zal verkondigen.

Buiten aan lager wal ligt nog steeds de oude rechter.
Ze is wakker geworden.
Ik ga naast  haar zitten en hoor haar murmelen.
Iets over oude tijden, toen misdaad nog loonde voor iedereen.

 

Rob Zijlstra

Moord

Ik kan het even niet laten.

Een tijdje geleden schreef ik over oude gewoonten en symboliek waar het strafrecht bol van staat.

Over presidenten, jongste en oudste rechters, links, rechts, over raadsheren en raadslieden, advocaten-generaal en strafpleiters, over de hoogte van plafonds in zittingszalen van gerechtsgebouwen en paleizen van justitie.

Over het gebruik dat (ook) het publiek, de samenleving, gaat staan als de gerechtsdeurwaarder uit respect ‘De Rechtbank’ roept op het moment de zittende magistratuur in wettelijke volgorde de arena betreedt.

En dat daarna iedereen weer mag gaan zitten.

Behalve de beklaagde.

Die moet blijven staan.

Voor het hekje.

Een verdachte staat immers terecht.

Lang dacht ik dat dit in heel het land de oude gewoonte was.

Totdat ik hoorde dat dit gebruik alleen in Groningen gebruikelijk is.

Bij de oplevering van het huidige Groninger gerechtsgebouw, tien jaar geleden (eerste steen: Winnie Sorgdrager), kwamen de Groninger strafrechters in zitting bijeen voor extra beraad en de magistraten van toen vonden dat een verdachte het terechtstaan ook fysiek zo moet voelen.

Hij (meestal een hij) moet een beetje in zijn hemd staan.

Lang had ik – regionaal journalist als ik ben – er geen weet van dat de rechtbank in Groningen de enige rechtbank in Nederland is waar de verdachte dit staan moet ondergaan.

Ik schreef dus dat hier sprake is van enige rechtsongelijkheid.

De rechtbank antwoordde desgevraagd dat deze kwestie geen onderwerp van discussie is onder de strafrechters van tien jaar later, van anno nu.

Dat was in april dit jaar.

Maar wat hoorde ik vandaag in de immer gonzende wandelgangen van het Groninger gerechtsgebouw?

Dat het hekje gaat verdwijnen. Heel binnenkort al.

Ik wil hier niet beweren dat…, maar vraag mij ondertussen wel af wat ze met het hekje van zittingszaal 14, eigenlijk een heel lelijk ding, van plan zijn te gaan doen. Binnenkort.

Ik zou er een moord voor doen.

Rob Z.

UPDATE – 25 augustus 2008

Vanochtend heeft de rechtbank (intern) bekendgemaakt dat het terechtstaan voor het hekje per 1 september wordt afgeschaft. Verdachten mogen bij binnenkomst direct naast de raadsman of -vrouw gaan zitten.