WhatsApp

egypteneideDe advocaat vertelt aan de rechters dat de verdachte bij hem op kantoor in huilen was uitgebarsten.
Daarover straks meer.

Eerst dit.
Ze rijden iets harder dan zestig kilometer per uur.
Ongeveer zeventig.
Het is donker.
In de verte zien ze de koplampen van de tegenligger.

Wat opvalt is dat die tegenligger midden op de weg rijdt.
Ze zien het gebeuren, maar het besef is er niet.
Het gaat snel.
Ze kijken elkaar even van opzij aan.
Zij zet zich schrap met de beide handen stevig aan het stuur, hij slaat de handen voor het gezicht.

Een enorme klap.

Ze heeft niet meer geremd en is op slag dood.
Hij overleeft de frontale botsing en kan het navertellen.

Lydia Venema was toen 41 jaar, ze kwam uit Meeden.
Het gebeurde op 22 december vorig jaar, aan het Egypteneinde, even buiten de bebouwde kom van Veendam, om kwart voor zeven ’s avonds.
Lydia Venema wilde haar dochter ophalen die bij haar vader was.

Hoeveel automobilisten beseffen dat het rijden in een auto grote risico’s met zich meebrengt?
En dat het veroorzaken van een verkeersongeluk kan eindigen in de gevangenis?
Omdat ‘maar het was een ongeluk’ in de rechtszaal bijna nooit bestaat.
Een misdaad is pas een misdaad als de daad met opzet is gepleegd.
Bij verkeersongelukken is er (meestal) geen sprake van opzet, maar wel van verwijtbaarheid, van schuld.

De verdachte is Paul, 35 jaar.
Hij was bij zijn vader op bezoek geweest.
Veel contact hadden ze al jaren niet, maar met de feestdagen voor de deur was hij er toch maar even langsgegaan.
Hij had twee cola met Bacardi gedronken.
En daarna bier.
De tweede had hij maar voor de helft leeggedronken.

Rechters vragen: ‘Waarom eigenlijk?’
Paul: ‘Het voelde niet goed.’
Rechters: ‘Omdat u nog moest rijden?’
Paul: ‘Ja.’
Rechters: ‘Maar waarom bent u dan toch in de auto gestapt?’
Paul antwoordt dat hij graag naar huis wilde, omdat zijn zwangere vriendin ook oppaste op het zoontje van hem en zijn ex.
Hij zegt: ‘Ik ben heel fout geweest.’

Hij denkt aan een combinatie van factoren.

Vlak voordat hij in de auto stapt, in zijn grijze VW Polo, stuurt hij een WhatsApp-bericht naar zijn vriendin.
Hij bericht haar dat hij in aantocht is.
Hij draait het Egypteneinde op die hem naar de N33 zal voeren.
Het is een lange rechte weg.
Als hij, in herinnering, ongeveer zestig kilometer per uur rijdt, probeert hij de mobiele telefoon uit zijn broekzak te frommelen.
Wie dat wel eens heeft gedaan, weet hoe lastig dat is.

Rechters: ‘U was zich op dat moment niet bewust van de gevaren?’
Paul: ‘Nee.’

Ongemerkt rijdt hij in het midden van de weg, heel even later geheel op de linker weghelft.
Paul heeft niets in de gaten.
Een enorme klap.

Paul denkt dat het een combinatie is van de alcohol, de afleiding van de telefoon en de operatie die hij onderging in verband met staar.
Lezen gaat wel, maar wat moeilijker, het duurt bij hem altijd iets langer als hij moet lezen vanaf het beeldschermpje van de telefoon.

De ontzettend verdrietige tienerdochter van Lydia Venema heeft een brief geschreven aan de rechters.
Ze schrijft dat ze een brief had ontvangen van de verdachte.
En dat ze boos is op die meneer.
Dat zijn excuusbrief een standaardbrief was, niet vanuit het hart geschreven.

Ze schrijft dat haar moeder haar veiligheid was, dat haar wereld nu bestaat uit angst.
Ze schrijft dat het fijn voelt om er over te praten, maar helpen doet dat niet.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van een jaar.
En daarna een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de periode van drie jaar.
De eis is conform de richtlijnen die voor dit soort zaken zijn opgesteld.
De officier van justitie wil nog wel gezegd hebben dat de verdachte van meet af aan eerlijk is geweest.
En dat het daarom zo is dat de nabestaanden precies weten wat er is gebeurd.
Maar dat die eerlijkheid in het niet valt bij de ernst en de gevolgen.
De officier van justitie zegt dat ze geen argument heeft af te wijken van de richtlijn.

Ze zegt dat niets de automobilist zo afleidt dan een mobiele telefoon.
Daar is onderzoek naar gedaan.
De telefoon is in de auto de grootste afleider omdat je er een hand en je ogen er voor nodig hebt.

Paul zal zijn vaste baan in de zorg kwijtraken.
En een tijd lang zijn pasgeboren kind niet zien, haar eerste levensjaar niet meemaken.
Er bestaat geen twijfel, vervolgt de advocaat, dat Paul schuldig is.
De vraag is echter: in welke mate?

Er is sprake van alcohol, maar niet in de categorie heel veel.
Hij was bezig met de mobiele telefoon, maar hij belde niet, dat blijkt nergens uit. Juridisch bezien mag het allemaal een onsje minder, wat dan moet leiden tot een lagere straf.
De advocaat stelt voor: geen onvoorwaardelijke celstraf, want dat voegt niets toe.
Wel een forse werkstraf, in combinatie met een langdurige rijontzegging, lastig voor hem, maar dat is nou eenmaal de consequentie.
En wat de advocaat nog wel gezegd wil hebben is dat het slachtoffer geen autogordel droeg.

Op het kantoor van de advocaat had Paul verteld dat hij een donornier heeft.
En dat hij dus zijn leven heeft te danken aan iemand die is overleden.
Toen was hij in huilen uitgebarsten.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 4 juli 2013 – uitspraak
Paul hoeft niet naar de gevangenis. In plaats van een celstraf van een jaar heeft de rechtbank hem veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, vier maanden voorwaardelijke celstraf en een ontzegging voor het besturen van een motorvoertuig voor een periode van drie jaar. De rechtbank merkt op dat Paul vanaf het begin eerlijk is geweest, berouw heeft getoond en verantwoordelijkheid heeft genomen door contact te zoeken met de nabestaanden. De rechtbank schrijft in het vonnis dat Paul als beginnend bestuurder zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, terwijl hij had gedronken en met zijn telefoon bezig was. Met het vonnis wijkt de rechtbank af van de richtlijnen die voor dit soort zaken gelden.

Afdeling Planning

In de krant hadden drie kleine berichten gestaan.
‘Eén-kolommertjes’ zeggen wij op de krant.
Het eerste meldde in vier regels wat er feitelijk was gebeurd, de twee berichten die later verschenen, vertelden over de gevolgen.

De rechters zeggen bij aanvang van de strafzaak: ‘Zeer tragische gevolgen.’
Ze betuigen hun deelname aan de nabestaanden die links op de tribune zitten.
Rechts zitten de mensen die bij de verdachte horen.

De officier van justitie zegt dat Kees (49) zich zodanig heeft gedragen ‘dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden…’
Het verwijt is dat Kees ‘zeer althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend is geweest’.
Niet dat hij het met opzet heeft gedaan.

Door het Eemskanaal vaart een boot.

Momenten van onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid in het verkeer zijn werkelijk ontelbaar.
Zou je al die momenten door heel het land van een dag aan elkaar koppelen, dan heb je aan 24 uur nooit genoeg.
Om ons verkeersgedrag enigszins in goede banen te leiden, investeren we jaar in en jaar uit miljoenen en miljoenen euro’s in allerhande maatregelen, van boetes op de deurmat tot borden langs de weg en spotje op tv.
Aan het einde van het jaar stellen we dan genoegzaam vast dat Nederland nog altijd tot de meest verkeersveilige landen van Europa behoort.
De 661 verkeerdoden in 2011 zijn daarvoor het bewijs.

De boot vaart zo dat de brug over het Eemskanaal omhoog moet.

Kees is klaar met zijn klus in Spijk.
Hij is nu op weg naar Scheemda, waar een volgende klant wacht.
Het is tien minuten voor twaalf, de zon schijnt, het wordt een mooie middag, de waarschuwingslichten langs de kant van de weg beginnen oranje te knipperen, de slagbomen dalen, de brug gaat automatisch omhoog en een zwarte BMW mindert vaart en stopt dan, om te wachten.

Eltje en Ettje hebben boodschappen gehaald en zijn in hun lichtblauwe Fiat Punto op weg naar huis.
Ze stoppen ook, achter een zwarte BMW.
Verderop rijdt Kees in een witte VW-bus.
Hij heeft nog geen weet van de geopende brug.
Hij rijdt tachtig.

Is hij druk?
Staat hij op tijd?
Heeft hij dingen aan zijn hoofd?
Andere dingen dan voor hem op de weg?
Slikt hij medicijnen misschien, pillen die versuffen?
Kees heft beide handen op en zegt: ‘Ik weet het niet.’
Rechters: ‘Wat is uw herinnering?’
Kees: ‘De Fiat was er ineens.’
Rechters: ‘Was u in slaap gevallen?’
Kees: ‘Nee.’
Rechters: ‘U heeft geen verklaring?’
Kees: ‘Helaas niet.’

Vijf minuten voor twaalf: een enorme knal.
De witte VW-bus rijdt vol in op de stilstaande Fiat Punto.
Mevrouw Ettje, 71 jaar en meneer Eltje, 80 jaar, raken zwaargewond.
De BMW belt 112, Kees met de afdeling planning: dat het even iets later wordt.

Vastgesteld wordt dat Kees met onverminderde snelheid van tachtig kilometer per uur op de Fiat is ingereden.
Het remlicht heeft niet gebrand.

Rechter: ‘Dit drama speelde zich vorig jaar in juni af. U heeft heel lang kunnen nadenken en u heeft zich vast voorbereid op deze zitting. Wij, maar ook de nabestaanden, zitten te wachten op een verklaring. Dus nogmaals: hoe kan het nou?’
Kees weet het nog steeds niet.
De ongevallen-analysedienst van de politie zegt dat Kees het had moeten zien.
De omstandigheden om waar te nemen wat waargenomen moest worden, waren optimaal.
Kees keek wel, maar hij zag niets.

De rechters proberen het nog een keer omdat, zeggen ze, het moeilijk te verteren is dat een verklaring die licht kan werpen op de waarheid niet wordt gegeven.
Rechters: ‘U had zicht over 900 meter, kaarsrechte weg. U reed tachtig. Dat betekent dat u 25 seconden de tijd heeft gehad om te zien en te reageren, te remmen.’
IJzig langzaam (en dat twee keer): ‘Vijf-en-twintig-seconden…’

Een bejaard echtpaar uit Siddeburen, had in de krant gestaan.
De dochter zegt in de rechtszaal tegen de rechters: ‘Mijn ouders waren nog heel kwiek, ze waren vitaal en stonden midden in het leven, mijn vader al tachtig, maar jong van geest.’
Een maand voor het ongeluk hadden ze hun 50-jarige huwelijk gevierd.
Ettje Slagter overleed op 25 juni, tien dagen na het ongeluk.
Zes dagen na haar, bezweek haar man Eltje Slagter, aan zijn verwondingen.

Kees: ‘Het had nooit mogen gebeuren.’

De officier van justitie zegt dat strafzaken als deze slechts verliezers kennen.
Dat het strafrecht het nooit kan goedmaken, niets kan uitpoetsen.
De officier van justitie zwijgt 25 seconden (…), zegt dan dat het teleurstellend is dat de verdachte geen verklaring geeft.
Zegt: ‘Meneer weet niets meer en dat maakt het nog moeilijker deze zaak goed te kunnen beoordelen.’

Het justitiële oordeel: geen roekeloze wegpiraterij, maar wel aanmerkelijk onvoorzichtig. De eis: tien maanden gevangenisstraf, rijontzegging gedurende twee jaar.

Er is hier nog niet geschreven over de laptop.
Naast Kees, op de VW-bijrijderstoel, stond een laptop.
Scherm omhoog, beeld naar hem gericht.
Het ding stond aan.
Waarom?

Kees weet het niet.
Nou ja, als je het scherm naar beneden doet, gaat ie uit.
Was hij dan met de computer bezig?
Nee.
Uuh, zou kunnen.
Soms deed de TomTom het niet en dan had hij wel de postcode nodig van de klant.

Dochter tegen de rechters: ‘Voor alle partijen is de waarheid het beste, opdat iedereen recht in de spiegel kan kijken.’
Kees, hand in het gezicht: ‘Ik wou dat het nooit was gebeurd.’
Dochter: ‘Waarom doen we van alles tegelijk? Waarom laten we ons zo opjagen. Waarom letten we niet wat beter op?

De boot vaart verder.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 11 oktober 2012 – uitspraak
Het dramatische verkeersongeluk kan bestuurder Kees zeer ernstig worden verweten. Hij had 22 seconden de tijd om een openstaande brug, een rij auto’s verkeersborden, knipperlichten en remlichten op te merken, maar zag helemaal niets. Normaal gesproken, vindt de rechtbank, goed voor celstraf. Maar de bestuurder zal de last dat hij twee mensen heeft doodgereden de rest van zijn leven moeten dragen. Celstraf is daarom niet passend en geboden. Wel een taakstraf van 240 uur, 6 maanden voorwaardelijke celstraf en een rijontzegging voor de periode van 2 jaar.

Jakkeren

dvhn – 27 september 2011

Wie dagelijks door Bedum rijdt – ik moet dat – kan beamen dat het helemaal geen rare voorspelling is dat op die lelijke doorgaande weg vroeg of laat een vreselijk verkeersongeluk zal plaatshebben.
Daar zal waarschijnlijk zo’n zilvergekleurde tankwagen vol melk van FrieslandCampina – Domo – bij betrokken zijn en niet te hopen fietsende kinderen.

Honderden van die denderende gevaartes jakkeren dagelijks over de brede doorgaande weg die de gemeente om onbegrijpelijke redenen vorig jaar heeft uitgeroepen tot een 30-kilometerzone.

Een gevaarlijker verkeerssituatie dan daar in Bedum bestaat niet.

Mocht in het onveilige Bedum onverhoopt ooit iets gebeuren, dan weet ik hoe het er in zittingszaal 14 aan toe zal gaan.
Op de publieke tribune wordt gehuild door vaders en moeders en opa’s en oma’s, maar ook door aanwonenden die lange tijd, maar net zo lang tevergeefs de lokale bestuurders hebben gewaarschuwd.
De ver(d)achte chauffeur zegt tegen de rechters dat hij al vele jaren op de auto zit en nog nooit één ongeluk heeft veroorzaakt, dat hij die kinderen op die ook voor hem zo verschrikkelijke dag nooit heeft gezien.
De officier van justitie gaat dan zeggen dat wanneer je niet ziet wat er wel is, je dan met al je ervaring niet goed hebt uitgekeken.
Die kinderen kwamen immers niet uit de lucht vallen.

De rechtbank legt twee weken later wegens roekeloos rijgedrag een werkstraf en een rijontzegging op, voor lief nemend dat de chauffeur daardoor zijn baan kwijtraakt.

Zo gaat het met regelmaat.
Dan zitten er mannen en vrouwen in de beklaagdenbank omdat ze een verkeersongeluk hebben veroorzaakt.
In Groningen waren dat er sinds 2005 welgeteld 113, Frits meegerekend.
Achter dat getal van 113 gaan evenzoveel doden en (zeer) ernstig gewonden schuil.
En onbeschrijfelijk veel leed en blijvend verdriet en gemis.

Frits (nu 19, toen 18) was deze week verdachte nummer 113 sinds 2005 in zittingszaal 14.
Hij had net zijn rijbewijs en wilde op een zondagavond in september vorig jaar met vrienden naar de kermis in Roden.
Eerst reed hij naar De Wilp om Jaap en Jannus op te halen.
Ronnie, 16 jaar, stapte bij hem in de auto.

Vanuit De Wilp koersten ze richting de kermis.
Jaap en Jannus in hun auto voorop.
Frits en Ronnie daar achter aan.

Rechters vragen aan Frits: ‘Had u gedronken of geblowd misschien?’
Vandaag de dag is dat een heel normale vraag aan een 19-jarige.
Frits: ‘Nee, het was zondag, wij kwamen net uit de kerk.’
Rechters: ‘Oh, nou dat zegt niets hoor.’

Dus niet gedronken, niet geblowd.
Sterker nog, Frits kent de rijstijl van Jaap, een stijl die niet echt de zijne is, zegt hij.
Jaap rijdt vaak te hard, vertelt Frits.
‘Dat wist ik, ik heb nog gezegd, rij rustig.’

Ze rijden tussen De Wilp en Zevenhuizen over de Oudewijk.
Rechters: ‘U kent die weg?’
Frits: ‘Ja, een lange, rechte weg met twee drempels en een flauwe bocht, links en rechts rode fietspaden op het wegdek.’
Rechters: ‘Vier-punt-tachtig breed, met optische versmalling. Maximale snelheid: 60.’

Jaap reed, zei hij zelf, 85 tot 90 kilometer per uur.
Frits: ‘Omdat we samen gingen, trok ik bij. Ik denk 80.’
Rechters: ‘En in de flauwe bocht?’
Frits: ‘Ook 80.’

Levensgevaarlijke toestand.

Hij komt rechts in de berm terecht, probeert te corrigeren door bij te sturen, schiet dan over de weg naar links, tegen de eerste boom om vervolgens tegen een tweede boom tot stilstand te komen.
Frits weet bovenwonder uit de totaal vernielde auto te klimmen, de 16-jarige Ronnie is buiten bewustzijn en wordt in allerijl naar het ziekenhuis gebracht waar een negen uur durende hersenoperatie volgt, waarna acht achtereenvolgende dagen voor zijn leven wordt gevreesd.

Tegen de politie liegt Frits dat hij was geschrokken van een auto die seinde met de grote lichten en hem inhaalde.
Frits had dat gelogen op verzoek van Jaap die er niet bij betrokken wilde worden omdat hij vreesde zijn rijbewijs kwijt te raken.

De officier van justitie denkt ook daarom dat Frits en zijn vrienden helemaal niet van die brave kerkgangers zijn, maar aan het jakkeren waren, vrolijk achter elkaar aan, racend richting de kermis, met 80 tot 90 kilometer per uur over een smalle weg met drempels en flauwe bochten waar maar 60 mag.

Met Ronnie gaat het redelijk.
Hij kan weer praten en lopen – al doet dat nog zeer – maar hij kan niks meer ruiken en alles wat hij eet proeft naar karton.
Hij ziet minder en miste een schooljaar.

Frits gaat zodra deze rechtszaak achter de rug is, in traumatherapie omdat hij last heeft van knagende schuldgevoelens.

Ronnie is niet boos op Frits, neemt hem niets kwalijk.
Want Frits, zo staat in zijn brief aan de rechters, deed het niet met opzet.
Het was een ongeluk.
Frits zegt dat hij Ronnie voor die woorden dankbaar is.
Rechters: ‘Grootmoedig.’

De officier van justitie ziet het iets anders.
Opzet is niet aan de orde.
Frits is door zo onvoorzichtig en onverantwoord hard te rijden hartstikke schuldig aan een misdrijf met heel nare gevolgen.
Ze eist voor het misdadige gejakker een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van twaalf maanden waarvan drie voorwaardelijk.

Er komt een 114, tel maar door, een 187.
En Bedum.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 19 juli 2012 – uitspraak
Frits is conform de eis veroordeeld: 120 uur werken en een rijontzegging van 12 maanden waarvan 3 voorwaardelijk. In Bedum is (gelukkig) nog niets gebeurd.

Arenda

beeld: rtvnoord

Op de universiteit van Maastricht hebben ze het uitgezocht.
Mensen die liegen, verstoren hun werkelijke herinneringen.
Daardoor weten ze uiteindelijk niet goed meer wat er werkelijk is gebeurd.
In het onderzoek is ook gekeken naar automobilisten die een verkeersongeluk hebben veroorzaakt.
Die willen, zegt Maastricht, een gat in het geheugen nog wel eens als excuus gebruiken.

Dries is 75 jaar.
Op zondagochtend 6 december bezoekt hij een kennis.
’s Middags blijft hij thuis en leest wat, hij leest graag.
Aan het begin van de avond maakt hij een avondmaal, aardappeltjes met sla.
Hij weet nog dat het eten niet klaar was toen Studio Sport om zeven uur begon.

Hij drinkt incidenteel een wijntje, de avond daarvoor nog.
Maar die avond niet, dat wil zeggen, niet voor acht uur.

Rechters: ‘En na acht uur?’
Dries weet het niet meer.
Aan ‘na acht uur’ heeft hij geen herinneringen.

Hij weet ook niet meer waarom hij – het moet na negen uur zijn geweest – in zijn auto stapte.
En waar hij naar toe wilde gaan.
Zegt: ‘Naar de Chinees voor eten voor de volgende dag? Of een pakje sigaretten kopen? Het is weg.’

Om twintig over negen rijdt Dries een fietser aan.

Hij schrikt, zet na 117 meter de auto stil, verbouwereerd.
Zegt vanuit automatisme de lichten te hebben uitgedaan en dat hij toen terug is gelopen, dat hij de vrouw op straat zag liggen, dat hij zich realiseerde dat het ernstig was, dat hij nog weet wat hij heeft geroepen en dat toen alles om hem heen instortte, dat hij moest huilen.

De vrouw is de 21-jarige Arenda Klaassens uit Wildervank.
Ze overlijdt in het ziekenhuis.

Rechters: ‘U kunt het moment van de aanrijding wel herinneren?’
Dries: ‘Alles. Ik ben alleen het stuk kwijt tussen acht uur en de aanrijding.’

De rechters stellen vast dat Dries zich een aantal zaken heel stellig wel weet te herinneren en anderen dingen met dezelfde stelligheid niet.
Helemaal los van de bevindingen in Maastricht: rechters stellen dat in de rechtszaal vaker vast.
Dan zeggen ze tegen een verdachte: ‘Kennelijk heeft u last van een selectief geheugen.’ Nu zeggen ze: ’t Is wel frappant.’

Het vermoeden is dat Dries de rit van zijn huis tot aan de plek van het ongeluk – 2,8 kilometer – zonder licht of met alleen de stadslichten aan heeft gereden.
En met beslagen ruiten.
Dries bestrijdt dat, zegt dat hij zich dat niet kan voorstellen.

Rechters: ‘Maar u weet het niet meer, u heeft geen flauw idee, dat zegt u zelf.’
Dries: ‘Ik heb Arenda niet gezien.’
Rechters: ‘U beredeneert de dingen. Maar of u haar wel of niet heeft gezien, ook dat weet u immers niet meer.’

Als de rechters de brief voorlezen die de ouders van Arenda hebben geschreven, luistert hij met gebogen hoofd, met de vingers tegen het voorhoofd gedrukt.
De ouders schrijven dat het voorgoed donker is, nu hun jongste, hun laatste zonnetje in huis, er niet meer is.
Dat als een traan zou zeggen hoe ‘we haar missen’, het dan elke dag regent’.

Dries: ‘Het is verschrikkelijk, een jonge vrouw is door mijn toedoen dood. Het is onvoorstelbaar dat je dit overkomt.’
Hij herstelt: ‘Nee. Zoiets overkomt je niet. Ik heb het gedaan. Het is me niet overkomen, dat is een afzwakking. Ik had beter moeten opletten.’
En: ‘Spijt is niet voldoende. Het is wroeging. Het verdriet en de boosheid van de familie kan ik mijn goed voorstellen. Ik heb iemand het leven ontnomen, weet u wel hoe dat voelt? Spijt is zo’n eenvoudig woord.’

De rechters geven het niet op.

Ze zeggen: ‘U spreekt over spijt en over wroeging. Maar u moet uw verantwoordelijkheid nemen. Er is 475 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht vastgesteld, twee keer de toegestane hoeveelheid. Dat is goed voor zes of zeven glazen na acht uur die avond. En u zegt dat u dat niet meer weet. Waarom zouden we u moeten geloven?’

Maar Dries zou willen dat hij alles terug kon draaien.
Hij zegt dat hij professionele hulp heeft gezocht, omdat hij momenten heeft waarop zijn gevoelens ondraaglijk zijn.
Dan vraagt hij zich af of hij nog wel op een normale manier met mensen kan omgaan. Familieleden, de kinderen, zijn vrienden waren ineens terughoudend.
Toen er een stille tocht in het dorp was, ter nagedachtenis van Arenda, adviseerde de politie hem de nacht ergens anders door te brengen.
Op hyves zijn bedreigingen aan zijn adres geuit.

Tijdens de zitting is de politie in het gerechtsgebouw extra alert.
Er was voor het gebouw een samenkomst aangekondigd, met spandoeken.
Maar het is rustig rondom het gebouw, zeggen de rechters bij aanvang van de zitting.
De ouders van Arenda hadden daartoe ook opgeroepen.
Zij hebben zich gedistantieerd van de geuite bedreigingen.
Aan de rechtbank lieten ze weten te hopen dat het proces een waardig verloop zou krijgen.

Dries had gezegd dat elk vonnis gerechtvaardigd is.
Misschien omdat hij heeft gelezen dat in dit soort strafzaken vaak werkstraffen worden opgelegd.
Met rijontzeggingen.
De auto heeft hij, al op de dag dat het voertuig werd vrijgegeven, van de hand gedaan.

De officier van justitie zegt dat de verdachte zeer onvoorzichtig is geweest. ‘Het schuurt aan tegen roekeloosheid.’ Maar dat het vooral de drank is, die het allemaal zo erg maakt. ‘Je drinkt en dan stap je in de auto. Dat doe je bewust. Ik zie dan ook geen ruimte voor een werkstraf.’

De richtlijn is achttien maanden gevangenisstraf.
De officier zegt dat hij rekening wil houden met de hoge leeftijd van de verdachte en daarom zal afwijken van de lijn.
Hij eist twaalf maanden celstraf.
En omdat Dries het niet meer weet en het dus in de toekomst zo weer kan gebeuren, ook een rijontzegging van vier jaar.

Ik zag dat hij schrok.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 8 juli 2010 – uitspraak
Of  Dries de uitspraak begrepen heeft, vraagt de rechter nadat hij een korte versie van het vonnis heeft voorgelezen. jawel, zegt Dries, 30 maanden gevangenisstraf. Even stil en dan: ‘Maar dat is twee-en-een-half jaar.’ Rechter: ‘Dat heef t u goed uitgerekend.’

Voor aanvang van de zitting van twee weken geleden had de man nog rekening gehouden met een stevige werkstraf. Justitie eiste echter twaalf maanden celstraf. Dat zijn er dus dertig geworden.

De rechtbank tilt zwaarder aan de feiten dan justitie dat deed. Justitie ging uit – binnen artikel 6 van de Wegenverkeerswet – van aanmerkelijke onvoorzichtigheid. De rechtbank kwalificeert de feiten binnen datzelfde artikel zwaarder: roekeloosheid. Het is de zwaarste variant.  Dit verklaart het verschil tussen de eis en het vonnis.

De roekeloosheid schuilt in de feiten dat Dries met drank op achter het stuur stapte, in een auto zonder deugdelijke verlichting en met beslagen ruiten. Die combinatie deed hem met een van de wielen in de berm belanden. Toen hij uit de berm wilde sturen, schepte hij de 21-jarige Arenda op haar fiets. De rechtbank: ‘Een andere oorzaak is er niet.’

Naast de vrijheidsstraf legde de rechtbank een rijontzegging op voor een periode van vier jaar. Dit verbod gaat in op het moment de man zijn straf heeft uitgezeten.  Mocht hij in hoger beroep gaan  – niet uit te sluiten – dan zal hij het proces in vrijheid mogen afwachten omdat hij ook nu niet is gedetineerd. Rijden in of op een motorvoertuig mag hij niet,  maar dit omdat zijn rijbewijs is ingevorderd.



Visser op zee

Ik schreef eerder over Jelle, eens een visser op zee
Misschien was het daarom dat hij mij dinsdagochtend een beetje gemeen aankeek in de hal van het gerechtsgebouw.

Ik had toen in maart geschreven dat hij met gebogen hoofd in het verdachtenbankje zat. Bevend als een rietje op dezelfde stoel, op dezelfde plek, waar zijn vader ook al eens had gezeten. Tegenover dezelfde rechter. Dat de vader toen werd veroordeeld door diezelfde rechter en overleed kort nadat hij op vrije voeten was gekomen.

Op 8 mei 2008 jaar veroorzaakte Jelle een vreselijk ongeluk in Ezinge. Op een kruising, schreef ik, reed hij de 80-jarige mevrouw Bos aan in haar kleine Suzuki.

Mevrouw Bos overleefde het ongeluk. Ze was negen maanden na het ongeluk thuisgekomen, in een rolstoel. Tot die tijd had ze zelfstandig gewoond en van alles gedaan. Nu moest ze verhuizen uit het huis waar haar kinderen waren geboren.
Ze kon niks meer.

Jelle, 24 jaar, had geen voorrang gegeven en drank gedronken.
Hij had ook geen rijbewijs, maar wel zeventien auto’s gehad.
Na het vreselijke ongeluk was Jelle opnieuw achter het stuur gekropen en tijdens de vorige rechtszaak gaf hij toe toen ook weer gedronken te hebben.
De rechters schrokken zich rot.

Het werd een dramatische zitting.

De officier van justitie wilde gevangenisstraf, maar de advocaat zei er misschien nog wel meer hulp nodig was. Dat Jelle geen opvoeding heeft genoten en zodoende geen benul heeft van waarden en normen. Dat Jelle misschien eerst maar eens goed moet worden onderzocht.

Dat vonden de rechters een goed idee. De strafzaak werd aangehouden om deskundigen de kans te geven Jelle te bestuderen. Zo kwam het dat Jelle dinsdagochtend opnieuw moest komen opdraven in het gerechtsgebouw.

Het werd weer een dramatische zitting.

Het race-jack dat hij toen ongepast droeg, had hij nu niet aan.
Zijn advocaat had hem waarschijnlijk geïnstrueerd.
Dezelfde rechter zei dat hij Jelle wel herkende van de vorige keer.

De deskundigen hadden vastgesteld dat Jelle een heel foute jeugd heeft gehad en dat hij niet alles wat er tegen hem wordt gezegd, ook begrijpt.
Waarnemen kan hij wel.
Daarom kan hij wel autorijden.
Maar omdat hij ook drinkt, doet hij sneller dingen die niet mogen.
Verder schreven de deskundigen dat het belangrijk is dat hij een toekomstperspectief heeft.

Jelle blijkt verhuisd.
Van Zoutkamp naar Harlingen, de postcode weet hij zo niet.

Rechters: ‘Hoe is het in Harlingen?’
Jelle: ‘Goed.’
Rechters: ‘Mooi. Wat doe je?’
Jelle: ‘Niks.’
Dezelfde rechter, fronst wenkbrauw, zegt: ‘Dat doen we nog een keer.’

– ‘Hoe is het in Harlingen?’
‘Goed’
– ‘Wat doe je?’
– ‘Niks.’

Jelle staat op als zijn nieuwe vriendin al lang naar haar werk is, eet een broodje en gaat dan op de bank zitten, niks te doen.
Verder doet hij niks.

‘Vroeger’, zeggen de rechters, ‘was je een harde werker, was je een visser op zee. Dat waren zware dagen.’
Jelle, ad rem: ‘Weken.’
Rechters: ‘En nu doe je niks.’
– ‘Ja’.
‘Hoe hou je dat vol?’
– Er is niks te verdienen op zee.’

Van maandag tot en met vrijdag drinkt hij per dag vijf tot zes dingen met bier. Tussendoor rookt Jelle joints.
In het weekeinde drinkt hij cola-beerenburg. Twintig en meer.
Verder niks.
Hij weet niet waarom hij geen werk zoekt.

De rechters schrikken zich weer rot.
Vragen: ‘Heb je een probleem?’
Jelle, resoluut: ‘Nee.’
Rechters: ‘Ja, Jelle ja! Het antwoord moet zijn: ja, ik heb een probleem. Niet nee. Het is ja!’
Jelle knikt. Ook goed.

De officier had de vorige keer tien maanden gevangenisstraf geëist, waarvan er vijf als waarschuwing (voorwaardelijk).
Daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van drie jaar.
En de tenuitvoerlegging van nog eens zes maanden ontzegging die hij bij een eerdere veroordeling al als waarschuwing had gekregen.
Dit betekent voor Jelle dat hij de komende vier jaar niet mag autorijden, in die zin dat hij de eerste vier jaren niet mag beginnen met rijlessen om zijn rijbewijs te halen.

De officier van justitie gaat verder en zegt dat ze zich hele grote zorgen maakt. Daarmee zegt ze gezien de omstandigheden niets te veel.
De officier van justitie had ook gelezen dat de deskundigen van mening zijn dat het belangrijk is voor Jelle dat hij een toekomstperspectief heeft.
Dat dat goed voor hem zal zijn.
Niemand in de rechtszaal die protesteert, beetje perspectief, nooit verkeerd.

Dan zegt de officier van justitie: ‘Omdat hij wel enig uitzicht moet hebben, zal ik de eis bijstellen. Wel drie jaar rijontzegging, maar daarvan twee jaar voorwaardelijk. En die zes maanden extra, die hoeven niet. Netto vijf maanden celstraf weer wel.’

Hûh?
Dus om Jelle toekomst te bieden, moet hij wat justitie betreft weer snel achter het stuur?

De rechters vragen aan Jelle of hij weet wat dat betekent, zicht op de toekomst en of hij de eis van de officier heeft begrepen?
– ‘Ja hoor.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 JULI 2009 – uitspraak
De rechtbank kijkt anders tegen de zaak aan dan de officier. Jelle krijgt vier maanden celstraf waarvan drie voorwaardelijk, een werkstraf van 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 42 maanden. Van die laatste zijn zes tul-maanden; bij een eerdere veroordeling kreeg Jelle een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden. Die worden nu ‘getuld’ (ten uitvoerlegging). De praktijk van dit vonnis is dat Jelle niet naar de gevangenis hoeft, de handen uit de mouwen moet steken en pas over 42 maanden met rijlessen kan beginnen.

Bushalte

Het had een reclamespotje van Postbus 51 kunnen zijn:

 

Gewone man komt tikkeltje verfomfaaid de rechtszaal binnen.

Hij kijkt verbaasd en niet helemaal vrij van zorg om zich heen en naar de wachtende rechters.

De camera zoomt in.

Man zegt: ‘Ik ben geen misdadiger’

Volgende beeld is dat van een automobilist die een bromfietser van de sokken rijdt.

Dan verschijnt in beeld: Artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

Donkerbruine stem: En die is er voor ons allemaal.

 

Of zoiets.

 

Maandagochtend, even na negen uur.

Op de gang voor zittingszaal 14 zitten wel dertig advocaten in opleiding die eens een strafzaak willen bijwonen.

Ze zitten te wachten.

Heel realistisch al, want het werkzame leven van een strafrechtadvocaat bestaat voor een aanzienlijk deel uit wachten.

 

In dit geval is het wachten op Tom.

Om half tien is duidelijk dat Tom niet komt.

De rechtbank is daar niet blij mee, want dit is al de tweede keer dat Tom niet komt.

Drie maanden geleden, toen Tom er had moeten zijn, maar er niet was, besloot de rechtbank de strafzaak aan te houden.

 

Nu mag een verdachte wegblijven, maar rechters houden daar niet van.

Zij willen een verdachte, over wie ze per slot van rekening moeten oordelen, in de ogen kijken.

En dus besloot de rechtbank dat Tom per direct door de politie van huis moest worden gehaald.

 

En zo kwam het dat Tom anderhalf uur later, een tikkeltje verfomfaaid, zittingszaal 14 betrad, met verbazing om zich heen keek en zei: ‘Ik snap d’r helemaal niks meer van, ik ben geen misdadiger.’

 

Op 8 januari dit jaar bracht Tom in Zoutkamp met de auto zijn dochter naar de bushalte.

Het was nog donker buiten en tegen half acht.

Als geboren Zoutkamper kende hij de weg als zijn broekzak.

Daar lag het niet aan.

 

Als hij, ter hoogte van de bushalte, links af slaat, is het net – zegt hij – alsof er een steen door de voorruit knalt.

‘Ik had het niet direct in de gaten.’

 

Er was ook geen steen.

Wel een brommer met een behoorlijk gewonde bestuurder op de grond.

 

Tom zegt: ‘Ik kan nu wel een heel verhaal hier gaat zitten vertellen, maar ik heb die jongen gewoon niet gezien. Ja, ik had voorrang moeten verlenen. Als ik hem had gezien, dan had ik dat ook gedaan, dan was ik gestopt. Maar ik heb hem niet gezien, niet meer en niet minder. Zo simpel is het.’

 

De rechters informeren nog of Tom goed uitgeslapen was die ochtend, of hij wel eens een black-out heeft, brildragend is, of hij thuis schulden heeft?

Tom: ‘Ik heb een keer een boete gehad voor zes kilometer te hard.’

 

Hoe hij er nu op terugkijkt?

Tom zegt: ‘Ik rijd daar dagelijks langs en worstel er nog steeds mee. Maar ik kon er niks aan doen, want ik zag hem niet.’

 

De officier van justitie is snel klaar met Tom.

Zegt: De brommer voerde licht en was waarneembaar. Als meneer hier zegt dat hij de brommer niet heeft gezien, dan heeft hij niet goed uitgekeken. Had hij goed uitgekeken dan immers had hij de brommer wel moeten zien.’

Tom: ‘Maar ik zag ‘m niet.’

 

Artikel 6 van de Wegenverkeerswet is Tom ten laste gelegd.

Dat gaat om een misdrijf.

Het is een verkeersdeelnemer verboden zich zo te gedragen dat door zijn schuld een verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood of zwaar lichamelijk letsel oploopt (vrije vertaling).

Goed voor zes jaar gevang.

 

De officier vindt dit echter een brug te ver.

Eén foutje hoeft nog niet direct tot schuld te leiden, citeert hij de Hoge Raad op dit punt.

Hij vordert vrijspraak.

 

Blijft wel over artikel 5 van diezelfde wet.

Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt…

Een overtreding.

Maar, zegt de officier van justitie, omdat we het hier niet hebben over een gevalletje blikschade, eis ik een boete van 500 euro.

 

Tom: ‘Zo zal ’t wel wezen.’

 

Rob Zijlstra

UPDATE – 29 september 2008 – uitspraak

Conform de eis: een boete van 500 euro.

Verkeersongeluk

update

Het was een akelige opsomming.

Zij had zes weken in het ziekenhuis gelegen, pas na een half jaar weer kunnen lopen en is nog steeds vaste klant van de operatiekamer. Ze had drie maanden hoofdpijn om gek van te worden, ook omdat de pijnstillers na verloop van tijd niet meer hielpen. Met het been komt het misschien nooit helemaal meer goed. Als de rest meezit, zal volgend jaar een begin kunnen worden gemaakt met het herstel van haar gebit.

Hij had tien uur op de operatietafel gelegen waar alles wat aan medische kennis beschikbaar is, werd ingezet. Zijn gezicht en schedel moesten worden gerestaureerd en even zag het er naar uit dat hij als bijna 18-jarige een kasplantje zou worden. Na een half jaar ziekenhuis, mocht hij naar het revalidatiecentrum om daar opnieuw te leren slikken, praten, plassen en lopen.
Het hersenletsel heeft zijn karakter veranderd, hij vergeet dingen en vreest dat zijn grote droom, studeren aan de TU in Delft, nooit zal uitkomen. Zijn reuk is verdwenen, sporten wat hij altijd graag deed, kan niet meer, het linker oog is blijvend blind. Het is nu nog niet te zeggen of hij ooit zelfstandig zal kunnen wonen.

Als de rechter deze nare opsomming geeft, is het beklemmend stil in de rechtszaal.

Ik hoor wel eens mensen zeggen dat ze balen omdat ze een boete hebben gekregen voor maar zes kilometer te hard.
Of zeven.
Dan hoor ik ze zeggen dat dat toch te gek is voor woorden en dat het niet veel gekker moet worden in dit politieland.

Terwijl de rechter de brieven voorleest waarin de twee slachtoffers hebben beschreven wat de gevolgen voor hen zijn, na die klap in de vroege ochtend van 19 november vorig jaar, moet Rick een paar keer gapen.

Hij dreigde die ochtend te laat op zijn werk te komen.
Daarom had hij wat harder gereden dan daar mocht.
Rechters: Moet u eerder van huis gaan.
Rick: ‘Ik had mij verslapen, daar kan ik toch niks aan doen?’

Rick is 21 jaar.
Het was die ochtend nog wat schemerig en een beetje dampig.
Hij kwam de tunnel uit, nam de bocht naar rechts en vervolgens de flauwe naar links. Daarna kwam een recht stuk.

Zegt: ‘Ik zag ze ineens, toen was het al te laat.’

Hij rijdt frontaal in op tegemoetkomende fietsende scholieren.

De politie meet een remweg van 37 meter, met het botspunt op 21 meter.
Van de banden was rook gekomen.
Uitgerekend is dat Rick minimaal 87 kilometer per uur moet hebben gereden toen het gebeurde.
Hij mocht daar zestig.
Had hij zestig gereden, dan was het ongeluk waarschijnlijk niet gebeurd.

In de tunnel had hij ook al hard gereden, zo verklaren getuigen later. Bijna had hij daar een van hen geschept.
Klojo, hadden deze scholieren nog geroepen.

Zijn collega’s kennen Rick’s rijstijl ook en hadden hem daar al een paar keer op aangesproken. Rick had toen onverschillig gereageerd, vertelde zijn vroegere baas aan de politie. Die ex-baas had eens bij hem in de auto gezeten – personeelsuitje – en hij had zich toen verre van comfortabel gevoeld.

‘Als ze dat zeggen, dan is dat maar zo’, bromt Rick.

In 2006 had hij een boete gekregen van 250 euro, omdat hij in de bebouwde kom te hard op zijn snorfiets had gereden.
Rechters: Dat moet, gezien de boete, flink hard zijn geweest.
Rick: ‘De kilometerteller deed het niet.’

Als de rechters hem vragen naar een reactie op de twee brieven, zegt hij: ‘Kut.’
Daarvoor had al ‘klot’n’ gezegd.
‘Mijn cliënt is niet iemand van de sociaal wenselijke antwoorden’, zou de advocaat later zeggen. ‘Hij is gewoon eerlijk.’

De reclassering rapporteert aan de rechtbank dat Rick het drama ervaart als een ongeluk waar hij niet de verantwoordelijkheid voor neemt.
Zijn reactie: ‘Als dat zo is, klaar.’

De reclassering: Rick kan geen kritiek accepteren en heeft moeite zijn gevoelens te uiten. Er is sprake van PDD-NOS, een ontwikkelingsstoornis. Dat maakt gedragsverandering moeilijk want de motivatie ontbreekt. Daarom is de kans dat hij zich nog een keer verslaapt en dan weer te hard gaat rijden aanwezig.

Ik heb nog niet alles verteld.

De scholieren waar Rick met zijn Honda Civic frontaal op inreed, fietsten met z’n vieren naast elkaar op een weg die nog geen vijf meter breed is.
Rick zegt dat ook een paar keer: ‘Je mag niet met z’n vieren naast elkaar fietsen.’
En ja, daar was hij boos over. Ja, eigenlijk nog steeds, ja.

De advocaat: ‘De slachtoffers zijn zelf ook een beetje schuldig, alleen wil niemand dat horen. Mijn cliënt heeft één fout gemaakt. Hij heeft iets te hard gereden, maar niet extreem hard. De Hoge Raad zegt daarover dat één fout niet leidt tot schuld.’

De officier van justitie denkt daar anders over.

Zegt: ‘Als je ’s morgens in de auto stapt moet je er in ons land rekening mee houden dat je fietsers tegenkomt. Het is ook een feit van algemene bekendheid dat naar school fietsende scholieren zich niet altijd aan de verkeersregels houden. Automobilisten weten dat en moeten ook daar rekening mee houden. Deze verdachte heeft dat niet gedaan. Hij heef te hard gereden en te laat geremd. Daarmee is dit ellendige ongeluk te wijten aan zijn schuld.’

Dat is een misdrijf.
Artikel 6 van de Wegenverkeerswet: roekeloos rijgedrag.

In de krant had de officier van justitie gelezen dat gevangenisstraffen geen invloed hebben op het terugdringen van recidive, dat korte vrijheidsstraffen doorgaans zinloos zijn.

Ze zegt dat deze verdachte op het randje zit.
Dat ze uiteindelijk niet heeft gekozen voor het gevang, maar voor de maximale werkstraf van 240 uur.
En een ontzegging van de rijbevoegdheid voor motorvoertuigen voor een periode van vijf jaar.

Raar genoeg is het rijbewijs van Rick na het ongeluk niet ingevorderd.
Af en toe rijdt hij nog in een auto.
Niet zo vaak meer, zeg hij, want hij heeft immers geen auto meer.
Wel rijdt hij dagelijks op een tractor van het loonbedrijf waar hij werkt.

De officier zegt dat ze het geen prettige gedachte vindt, Rick op een tractor. Zegt zich ook te realiseren dat hij zijn baan op de tractor kan kwijtraken als de rechtbank de strafeis overneemt.
‘Zijn werkgever moet hem dan maar een passende andere functie aanbieden.’

Ik hoor wel eens mensen roepen dat het pesten van automobilisten in dit land is verheven tot regeringsbeleid.
Een beetje te hard maar, en dan zo’n boete…

Ik zeg die dingen nooit.
Niet omdat ik een brave Rick ben, maar omdat ik met enige regelmaat verdachten in zittingszaal 14 zie terechtstaan die een verkeersongeluk hebben veroorzaakt.

Veel akeliger kunnen strafzaken niet zijn.

Rob Zijlstra

UPDATE – 15 september 2008 – uitspraak

De rechtbank vonnist conform de eis: 240 uur en een rijontzegging voor een periode van vijf jaar (voor alle motorvoertuigen). Rick neemt niet de verantwoordelijkheid, stelt de rechtbank. Hij ziet het als een ongeluk, iets dat hem is overkomen en niet iets dat is veroorzaakt door zijn schuld: hij is zeer onvoorzichtig geweest, strafbaar gesteld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet.