De dappere dochter

Dat de wijsheid met de jaren komt, zal toch niet voor iedereen gelden?

Haar stem vol ingehouden woede,  maar met niet te verhullen verdriet klettert door zittingszaal 14.
Overal vallen haar woorden neer en overal is het raak.
Ze zegt dat ze lang dachten dat ze een begrafenis moesten regelen, dat ze machteloos moesten zien hoeveel helse pijn ze had, dat alles nu op de kop staat, dat ze heus wel ziet hoe haar vader zo vreselijk zijn best doet rechtop te blijven staan, terwijl ze wel weet dat hij al lang is omgevallen.
Dat ze een baan kon krijgen, eindelijk een echte baan, maar dat dat nu niet kan, dat ze met haar vriend in een huis gaat wonen, maar dat ze helemaal niet blij kan zijn omdat ze haar moeder niet alleen wil laten.
Dat ze zich afvragen of het ooit weer goed zal komen.

De woorden doen zeer.
In de rechtszaal vechten toehoorders tegen tranen, ook aan de perstafel.
Als deze ontzettend dappere dochter is uitgesproken, klopt haar moeder haar bemoedigend op haar schouder.
De moeder is het echte slachtoffer in dit verhaal.
Het is een wonder dat ze er zit.

Het intense verdriet dat de zaal heeft gevuld staat in schril contrast met de lege man die verantwoordelijk wordt gehouden voor al deze ellende.
De lege man is 71 jaar, ziek en hij heeft daarom geen te grote verwachtingen meer van de toekomst.
De officier van justitie heeft evenwel een grote verrassing voor hem in petto.

De officier van justitie zegt het beleefd.
Zegt: ‘Hoewel leeftijd van meneer en zijn gezondheid contra-indicaties zijn voor een gevangenisstraf zie ik geen enkele reden af te wijken van de richtlijnen.’
De officier van justitie eist dat de rechters de lege man voor acht maanden naar de gevangenis sturen.

De lege man heet Dirk en hij was op de dag dat het gebeurde jarig.
’s Middags was de fles Sonnema op tafel gekomen voor een paar borrels.
Hoeveel borrels?
Nou ja, een paar dus.
Drie, vier. na zes uur niks meer, dat weet hij dus zeker.

Het lijkt wel of Dirk liegt en hij maakt het misschien nog wel veel erger.
Zijn verhaal wil dat hij na een paar borrels in de middag tegen acht uur in de auto is gestapt om bij De Sultan in Vlagtwedde twee broodjes shoarma te halen, een rit van ruim dertien kilometer.

Dirk rijdt in zijn oude Peugeot over de Loosterweg, binnen de bebouwde kom, hij mag daar vijftig.
Daar, op nog geen kilometer van zijn woning, loopt ook Marja (47) met haar vriendin.
Zij oefenen voor de Nijmeegse Vierdaagse.
Ze dragen hesjes met gekleurde ledlampjes.
Die doen het ook.

Om 20.46 uur komt de eerste melding bij de politie binnen: er is een ernstig ongeluk gebeurd op de Loosterweg.
Een automobilist heeft een voetganger geschept.
Voetgangster is zeer ernstig gewond, de automobilist is doorgereden.

Dirk haalt zijn broodjes shoarma, rijdt weer naar huis, passeert de plaats van het ongeluk vol zwaailichten en vertelt aan zijn echtgenote dat er kennelijk iets is gebeurd.
Waar?
Nou hier vlakbij, op nog geen kilometer.
Ze eten de shoarma.

Dirk tegen de rechters: ‘En toen kwam de fles Sonnema ook weer op tafel.
Er zat nog een kwart in.
Die heb ik opgedronken.
Ja ik alleen, mijn vrouw dronk sherry.’

De politie doet onderzoek en vindt op de plaats van de aanrijding een afgebroken buitenspiegel.
Ze gaan kijken op het internet en stellen vast dat de spiegel hoort bij een wat oudere Peugeot.
Met die kennis gaan de agenten op pad, overal kijken.
Tegen een uur in de nacht is het raak en bellen ze bij Dirk aan.
Hij moet mee naar het bureau, de auto wordt in beslag genomen.
Om twee uur in de nacht wordt zijn adem op alcohol gecontroleerd: een apparaat meet 345 microgram alcohol per uitgeademde liter lucht.
Te veel, want 220 is de grens.

Dirk zegt dat hij van de aanrijding niets heeft gemerkt.
Hij heeft geen vrouwen met lichtgevende hesjes zien lopen binnen de bebouwde kom waar hij vijftig kilometer per uur mocht rijden.
Dat de wandelende vrouw over zijn auto heen is geklapt, heeft hij ook niet gemerkt.
Koplamp rechtsvoor stuk?
Nah, niet gezien, niet gemerkt.
Dirk zegt dat hij al 51 jaar achter het stuur van auto’s zit en nog nooit iets heeft veroorzaakt.

Rechters: ‘U was dronken.’
Dirk: ‘Nee.’
Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) was gaan rekenen.
Wie ’s nachts om twee uur 345 ug/l blaast, zou ten tijde van het ongeval 500 tot 900 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht blazen.

Rechters: ‘Dan was u dronken.’
Dirk, getergd: ‘Nee. Ik ben pas nadat ik weer thuis ben gekomen gaan drinken. Hoe vaak moet ik dat nou nog zeggen?’
Rechter: ‘Ik hou u alleen de feiten voor, dat is mijn werk.’
Rechters: ‘Als het waar is wat u zegt, dat u pas ’s avonds na het ongeluk bent gaan drinken, dan had u’s nachts geen 345 ug/l geblazen, maar veel meer. Is het echt wel waar wat u zegt?’

Dirk wil misschien de waarheid helemaal niet weten.
Misschien denkt hij wel dat het beter is om zich van de domme te houden.
Dat de wijsheid met de jaren komt, zal toch niet voor iedereen gelden?

De verkeerstechneuten van de politie zeggen dat gezien de schade aan de auto, het niet aannemelijk is dat de bestuurder niets van het ongeluk heeft meegekregen.
De aanrijding moet een enorme klap zijn geweest.
Bij de Sultan hadden ze de volgende dag een foto van Dirk laten zien.
De Sultan zei: ‘Oh, die. De dronken man.’

De officier van justitie wil hem nog wel geloven.
Zij zegt: ‘Hij heeft niets gezien, hij niets gemerkt. Kan. Vanwege de alcohol. Acht maanden.’

Daar zit je dan.
Op leeftijd te ontkennen en te draaien, met vlak achter hem een vrouw die misschien nooit meer goed kan lopen en anderszins.
Hij probeert de woorden van de dappere dochter te ontwijken.
Vraagt zich misschien wel af of hij er wel goed aan heeft gedaan om nooit iets van zich te laten horen.
De rechters zeggen dat ze op 26 juni uitspraak doen.
Dirk reageert.
Hij zegt: ‘Oh, dan is mijn vrouw jarig.’

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 26 juni 2014 – uitspraak
Dirk is veroordeeld tot 7 maanden celstraf en een rijontzegging van 3 jaar. Meer informatie volgt.

Per ongeluk schuldig

foto: 112groningen

Sontweg, foto: 112groningen

Kun je per ongeluk een misdrijf plegen?
En zo ja, kun je er dan ook voor worden veroordeeld?
Jaap (47) kan het zich niet voorstellen.
Hij zegt tegen de rechters: ‘Ik deed het niet met opzet, dus dan ben ik toch ook niet schuldig?’

Maar zijn stem verraadt twijfel.
Hij zit immers wel naast een advocaat in de rechtszaal tegenover drie rechters en een officier van justitie die allen ernstig naar hem kijken.
Op de tribune, achter hem, zit de mevrouw die het slachtoffer is.
Zijn slachtoffer, dat valt niet te ontkennen.

Ja. Je kunt per ongeluk een misdrijf plegen en daardoor in de gevangenis belanden.
Iemand per ongeluk beroven vereist een sterk verhaal.
En wie zegt dat ‘ie per ongeluk een gewapende overval pleegde, recent nog, staat weer niet heel sterk.

Jaap had het aan Nico kunnen vragen.
Nico (30) is veelpleger en door de wol geverfd.
Hij stond een uur eerder terecht, zat in dezelfde stoel en tegenover dezelfde rechters.
Nico had Jaap dan kunnen vertellen dat het bij hem, vier jaar geleden, ook per ongeluk, dus niet expres, was gegaan.
En dat de officier van justitie en ook de rechters hem toen geloofden.
Maar wel mooi een straf.

Wat was er gebeurd, zou Jaap misschien hebben gevraagd.
Nico had dan verteld dat hij op 21 december 2009 zijn beste vriend Henk heeft doodgeschoten.
Ze hadden met z’n drietjes aan tafel gezeten, bij David thuis omdat die verstand had van wapens.
David had gezegd dat het wapen dat op tafel lag, geen best wapen was.
David had ook laten zien hoe je de kogels erin stopt en hoe je die dingen er weer uit kunt halen.
Hoe de veiligheidspal werkt.

Nico had het wapen van tafel gepakt.
Toen hij het vastpakte, klonk een knal.
Henk viel voorover.
Hij was op slag dood.

Gatver, zou Jaap  vast hebben gezegd, ‘maar daar kon je dus helemaal niks aan doen, net als in mijn geval.’
Maar Nico zou Jaap uit zijn dromen hebben geholpen.
Hij zou  hebben gezegd: ‘In mijn geval was er sprake van dood door schuld. Ik had geen kwade bedoelingen en ik heb het gevolg van mijn gedraging niet gewild. Maar ik ben wel roekeloos geweest. Dat kun je mij verwijten. Ik had geen verstand van wapens en toch zat ik er mee te spelen. Bij mij was sprake van een ernstig gebrek aan zorgvuldigheid.’

Jaap: ‘Een werkstrafje?’
Nico: ‘Drie jaar gevangenisstraf.’

Jaap slaakt in de rechtszaal een diepe zucht.
In zijn vrije tijd zit hij graag op de racefiets.
Maar overdag zit hij op de milieuwagen van de gemeente Groningen.
Sinds 1996 rijdt hij met zo’n rood en zwaar gevaarte door de straten van de stad waar fietsers – zegt hij – uit alle gaten en hoeken komen.

Op 10 juni vorig jaar moest hij wat rotzooi ophalen bij de brandweerkazerne aan de Sontweg.
Vlakbij de kazerne had hij acht seconden stilgestaan voor een brandweerwagen met zwaai- en lawaailichten.
Toen trok hij op om met een snelheid van 26 kilometer per uur richting de inrit bij de kazerne te rijden.
Op het moment hij de bocht naar rechts nam, leert de tachograaf, reed hij eerst 2 kilometer per uur en in de bocht zelf 12.
Ineens een akelige gil.
Onder het rechter voorwiel van de vuilniswagen ligt een fiets en een mevrouw.

Jaap: ‘Ik heb gekeken, ook in de spiegels, maar ik heb haar nooit gezien.’
Rechters: ‘Vindt u dat u haar had moeten zien?’
Jaap weet het niet, zegt: ‘Wat ik vind? Ik vind het gewoon kloten.’
Rechters: ‘Bij de politie had u gezegd, het is het risico van het vak.’
Jaap: ‘Ja, ik bedoel, ik rij niet expres iemand aan.’
Rechters: ‘Maar mevrouw was er wel.’
Jaap voorzichtig: ‘Ik heb goed gekeken… maar… maar misschien niet goed genoeg.’

De officier van justitie zegt dat in een fractie van een seconde een leven kan worden verwoest.
Eén zo’n moment, zegt ze, en we zijn allemaal verliezers.
Het slachtoffer, 50 jaar, had zeven weken in het ziekenhuis gelegen waar ze elf keer is geopereerd.
Ze was actief en sportief, nu loopt ze moeizaam en met een stok.
Dat blijft zo.

De officier van justitie zegt dat Jaap haar had moeten zien.
‘Het was een drukke spits, het was er chaotisch als gevolg van wegwerkzaamheden.
En dus had er beter opgelet moeten worden. Verdachte, een ervaren chauffeur, had nog voorzichtiger moeten zijn dan hij al was. Nee, geen opzet, ’t was ook niet expres, maar er is wel sprake van verwijtbaarheid. Ik eis een boete van 1000 euro en twee maanden voorwaardelijke rijontzegging.’

Het was niet zo, maar stel dat Nico en Jaap elkaar na hun strafzaken nog even hadden gesproken.
Nico had dan gezegd: ‘Nou, ik zei het je toch?’
Jaap: ’Tja. Trouwens, waarom moest jij terechtstaan?’
Nico: ‘Ik? Ach, ik heb een paar keer een telefoon van iemand geleend. Op straat. En nu zeggen ze dat ik die telefoons niet wilde teruggeven, dat ik die mensen bedreigde of zoiets met een mes. Die telefoons hebben ze later weer gevonden in een winkel waar ze tweedehands mobieltjes verkopen. Ik heb daar een keer een telefoon verkocht. Ze hebben toen een kopie van mijn legitimatie gemaakt en ik denk dat ze daar nu misbruik van maken. Ik bedoel, dan is het toch ook niet mijn schuld?’

Rob Zijlstra

 wegenverkeerswet, artikel 5

.
UPDATE – 20 maart 2014 – uitspraken
Jaap is veroordeeld. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan artikel 6 van de Wegenverkeerswet: hij had de fietser kunnen en dus moeten zien. Omdat hij dat niet heeft gezien wat er wel was,  is hij onvoorzichtig geweest. Komt bij dat hij een bijzondere verrichting uitvoerde en dat het er ter plaatse druk was mede als gevolg van het tijdstip en werkzaamheden aan de weg.  Dat alles had hem, ervaren hij is, extra alert moeten maken. Dat hij dat niet is geweest, wordt hem verweten. De straf: een boete van 1000 euro en 6 maanden rijontzegging, maar die geheel voorwaardelijk. Proeftijd 2 jaar.
Ook Nico is schuldig aan wat hij heeft gedaan. Zijn straf: 12 maanden.

 

uitspraak

 

 

Loos

foto 112groningen.nlOp de Hoofdweg in Zuurdijk, zo stond het in de krant, had op zondagmorgen een ernstig ongeluk plaats. Het was om half zeven in de ochtend geweest, Eerste Kerstdag.

De automobilist had de macht over het stuur verloren, oorzaak onbekend. Een inzittende, een 23-jarige man uit Kloosterburen, is met ernstige verwondingen naar het ziekenhuis gebracht.

Twee andere inzittenden bleven ongedeerd, de bestuurder raakte lichtgewond, had  gedronken, geen rijbewijs.

Op het internet staan 112-foto’s en een filmpje (crash met Volvo).

De 23-jarige man uit Kloosterburen is Roy Reitsma, visverkoper te Groningen.
Hij droomde van een eigen vishandel.
Zes dagen na het ongeluk, op oudejaarsdag, bezwijkt hij aan de verwondingen.
In de straat waar hij woonde, in het huis van zijn ouders, wordt die nacht door buurtbewoners geen vuurwerk afgestoken.

De automobilist die wel had gedronken, maar geen rijbewijs bezit is de nu 39-jarige Martinus.
Martinus is geen prater, zegt de advocaat die naast hem zit,
Sociaal, zegt zij, is Martinus nogal onhandig.
Advocaat: ‘Hij kan zijn gevoel niet uitdrukken. Het lijkt alsof het hem allemaal niet raakt. Maar in zijn hoofd is het nu ongelofelijk druk, hij kan het niet allemaal verwerken.’

Martinus mompelt dat hij wel spijt heeft natuurlijk.

De advocaat rept van cognitieve beperkingen, beperkingen in het denken.
Zegt: ‘Hij heeft schuld aangenomen omdat anderen zeggen dat hij schuldig is.’

De blauwe Volvo crashte aan de Hoofdweg, de weg door het dorp, juist daar waar het wegdek iets smaller wordt.
Daar is de auto tegen drie bermpaaltjes gereden, toen tegen een lichtmast geknald en over de kop geslagen.
De Volvo bleef stil liggen vlak voor een woning, nog net niet door de gevel naar binnen.
De politie ter plaatste zag direct dat het niet goed is met de man die is bekneld.
De andere drie mannen stonden iets verderop, bebloed en verschrikt te kijken.

‘Ik’, zei Martinus op de vraag van de agenten wie er had gereden.
‘Ja’, zei hij op vraag twee of hij had gedronken.
Gecertificeerd werd vastgesteld: 1,83 milligram alcohol per milliliter bloed.
Dat is nogal wat.

Nu, bijna een jaar later, vragen de rechters: ‘Wat is er gebeurd?’
Martinus weet het niet meer.
Hij weet nog dat hij bier had gedronken en daarna was er ineens een klap.
Tussen het eerste biertje en de klap zit tien tot twaalf uur.

Martinus zegt dat hij achter het stuur zat omdat de anderen zeggen dat dat zo was.
Wanneer anderen dat zeggen, dan zal het zo zijn, denkt hij.

Rechters: ‘Met zo veel drank op en dan achter het stuur.’
Martinus: ‘Ik snap het zelf ook niet.’

Hij had die dag, dag voor kerst, hard gewerkt, in de garnalen, Zoutkamp.
Eindelijk thuis, een jointje, misschien later nog eentje.
En bier.
Martinus drinkt al bier sinds zijn vijftiende en bijna altijd veel.
Dat was hij van huis uit zo gewend.
Met al dat bier kon hij zijn problemen op afstand houden.
Vanwege de drank was hij nooit toegekomen aan het nemen van rijlessen.

De anderen waren die avond bij hem gekomen.
Om te drinken, wat te praten en muziek te luisteren.
Op een moment stapten ze in de auto, dat moet wel.
Waarom?
Waarheen?
Martinus weet het niet.
Was er ruzie geweest, in een café?
Het verhaal gaat.

En hoe kwamen ze erbij om over de Hoofdweg door Zuurdijk te rijden?
Dat ligt nergens op een route.
Martinus snapt ook dit niet.

De anderen konden het ook niet vertellen.
De anderen hadden gezegd dat ze lam waren geweest, zo dronken.
Ja, ook Roy was zo dronken geweest.
Een van de twee had gezegd dat ze alle vier hadden gereden, maar later weer niet.

De advocaat van Martinus begrijpt dat wel.
De anderen hebben er belang bij dat Martinus de schuldige is.
De anderen hebben wel een rijbewijs om kwijt te raken.
De anderen willen hier bovendien ook niet zitten.

De rechters vragen aan de beklaagde of hij nog steeds zo veel drinkt?
Martinus zegt dat het minder is geworden, vooral de laatste drie, vier maanden niet zo veel meer.
Rechters, bozig: ‘Oh. Dus u kijkt niet in de spiegel – als u dat al kunt – en zegt dan, na wat er is gebeurd, drink ik geen druppel meer?’

Dat was geen echte vraag van de rechters.
Martinus antwoordde ook niet.

Ook de blikken van de officier van justitie beloven weinig goeds.
Hij zegt dat hij niet kan bewijzen dat Martinus roekeloos heeft gereden.
Zegt: ‘Daar kom ik niet aan toe.’
Wel: ‘Zeer onvoorzichtig.’

Ook dat is artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, gekwalificeerd als een misdrijf.
En dan nog de drank.
Geen rijbewijs.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van vier jaar, daarvan een jaar voorwaardelijk.
En hoewel geen rijbewijs, toch ook nog een rijontzegging voor een periode van vier jaar.
Proeftijd twee jaar.

Na het ongeluk laat Martinus niets van zich horen.
Op oudejaarsdag verneemt hij dat Roy in het ziekenhuis is overleden.
Hij weet het niet zeker.
Hij belt de ouders.
Om vier uur ’s nachts.

Martinus: ‘Ja, dat was een beetje dom.’
Zijn advocaat: ‘Zoals ik al zei, hij is onhandig.’
De officier van justitie: ‘Ik heb daar een ander woord voor: schaamteloos.’

Ik dacht of hopeloos.
Radeloos.
Dat kan natuurlijk net zo goed.

Rob Zijlstra

crash met Volvo

Update – 21 december 2012 – uitspraak
Martinus is veroordeeld tot 3 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Nadat hij zijn straf heeft uitgezeten treedt de rijontzegging van 4 jaar in werking.  Artikel 6 van de Wegensverkeerswet is wettig en overtuigend bewezen. En ook artikel 8 van die wet: rijden onder invloed.

Dagblad van het Noorden - Drie jaar cel voor dodelijk ongeluk

Afdeling Planning

In de krant hadden drie kleine berichten gestaan.
‘Eén-kolommertjes’ zeggen wij op de krant.
Het eerste meldde in vier regels wat er feitelijk was gebeurd, de twee berichten die later verschenen, vertelden over de gevolgen.

De rechters zeggen bij aanvang van de strafzaak: ‘Zeer tragische gevolgen.’
Ze betuigen hun deelname aan de nabestaanden die links op de tribune zitten.
Rechts zitten de mensen die bij de verdachte horen.

De officier van justitie zegt dat Kees (49) zich zodanig heeft gedragen ‘dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden…’
Het verwijt is dat Kees ‘zeer althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend is geweest’.
Niet dat hij het met opzet heeft gedaan.

Door het Eemskanaal vaart een boot.

Momenten van onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid in het verkeer zijn werkelijk ontelbaar.
Zou je al die momenten door heel het land van een dag aan elkaar koppelen, dan heb je aan 24 uur nooit genoeg.
Om ons verkeersgedrag enigszins in goede banen te leiden, investeren we jaar in en jaar uit miljoenen en miljoenen euro’s in allerhande maatregelen, van boetes op de deurmat tot borden langs de weg en spotje op tv.
Aan het einde van het jaar stellen we dan genoegzaam vast dat Nederland nog altijd tot de meest verkeersveilige landen van Europa behoort.
De 661 verkeerdoden in 2011 zijn daarvoor het bewijs.

De boot vaart zo dat de brug over het Eemskanaal omhoog moet.

Kees is klaar met zijn klus in Spijk.
Hij is nu op weg naar Scheemda, waar een volgende klant wacht.
Het is tien minuten voor twaalf, de zon schijnt, het wordt een mooie middag, de waarschuwingslichten langs de kant van de weg beginnen oranje te knipperen, de slagbomen dalen, de brug gaat automatisch omhoog en een zwarte BMW mindert vaart en stopt dan, om te wachten.

Eltje en Ettje hebben boodschappen gehaald en zijn in hun lichtblauwe Fiat Punto op weg naar huis.
Ze stoppen ook, achter een zwarte BMW.
Verderop rijdt Kees in een witte VW-bus.
Hij heeft nog geen weet van de geopende brug.
Hij rijdt tachtig.

Is hij druk?
Staat hij op tijd?
Heeft hij dingen aan zijn hoofd?
Andere dingen dan voor hem op de weg?
Slikt hij medicijnen misschien, pillen die versuffen?
Kees heft beide handen op en zegt: ‘Ik weet het niet.’
Rechters: ‘Wat is uw herinnering?’
Kees: ‘De Fiat was er ineens.’
Rechters: ‘Was u in slaap gevallen?’
Kees: ‘Nee.’
Rechters: ‘U heeft geen verklaring?’
Kees: ‘Helaas niet.’

Vijf minuten voor twaalf: een enorme knal.
De witte VW-bus rijdt vol in op de stilstaande Fiat Punto.
Mevrouw Ettje, 71 jaar en meneer Eltje, 80 jaar, raken zwaargewond.
De BMW belt 112, Kees met de afdeling planning: dat het even iets later wordt.

Vastgesteld wordt dat Kees met onverminderde snelheid van tachtig kilometer per uur op de Fiat is ingereden.
Het remlicht heeft niet gebrand.

Rechter: ‘Dit drama speelde zich vorig jaar in juni af. U heeft heel lang kunnen nadenken en u heeft zich vast voorbereid op deze zitting. Wij, maar ook de nabestaanden, zitten te wachten op een verklaring. Dus nogmaals: hoe kan het nou?’
Kees weet het nog steeds niet.
De ongevallen-analysedienst van de politie zegt dat Kees het had moeten zien.
De omstandigheden om waar te nemen wat waargenomen moest worden, waren optimaal.
Kees keek wel, maar hij zag niets.

De rechters proberen het nog een keer omdat, zeggen ze, het moeilijk te verteren is dat een verklaring die licht kan werpen op de waarheid niet wordt gegeven.
Rechters: ‘U had zicht over 900 meter, kaarsrechte weg. U reed tachtig. Dat betekent dat u 25 seconden de tijd heeft gehad om te zien en te reageren, te remmen.’
IJzig langzaam (en dat twee keer): ‘Vijf-en-twintig-seconden…’

Een bejaard echtpaar uit Siddeburen, had in de krant gestaan.
De dochter zegt in de rechtszaal tegen de rechters: ‘Mijn ouders waren nog heel kwiek, ze waren vitaal en stonden midden in het leven, mijn vader al tachtig, maar jong van geest.’
Een maand voor het ongeluk hadden ze hun 50-jarige huwelijk gevierd.
Ettje Slagter overleed op 25 juni, tien dagen na het ongeluk.
Zes dagen na haar, bezweek haar man Eltje Slagter, aan zijn verwondingen.

Kees: ‘Het had nooit mogen gebeuren.’

De officier van justitie zegt dat strafzaken als deze slechts verliezers kennen.
Dat het strafrecht het nooit kan goedmaken, niets kan uitpoetsen.
De officier van justitie zwijgt 25 seconden (…), zegt dan dat het teleurstellend is dat de verdachte geen verklaring geeft.
Zegt: ‘Meneer weet niets meer en dat maakt het nog moeilijker deze zaak goed te kunnen beoordelen.’

Het justitiële oordeel: geen roekeloze wegpiraterij, maar wel aanmerkelijk onvoorzichtig. De eis: tien maanden gevangenisstraf, rijontzegging gedurende twee jaar.

Er is hier nog niet geschreven over de laptop.
Naast Kees, op de VW-bijrijderstoel, stond een laptop.
Scherm omhoog, beeld naar hem gericht.
Het ding stond aan.
Waarom?

Kees weet het niet.
Nou ja, als je het scherm naar beneden doet, gaat ie uit.
Was hij dan met de computer bezig?
Nee.
Uuh, zou kunnen.
Soms deed de TomTom het niet en dan had hij wel de postcode nodig van de klant.

Dochter tegen de rechters: ‘Voor alle partijen is de waarheid het beste, opdat iedereen recht in de spiegel kan kijken.’
Kees, hand in het gezicht: ‘Ik wou dat het nooit was gebeurd.’
Dochter: ‘Waarom doen we van alles tegelijk? Waarom laten we ons zo opjagen. Waarom letten we niet wat beter op?

De boot vaart verder.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 11 oktober 2012 – uitspraak
Het dramatische verkeersongeluk kan bestuurder Kees zeer ernstig worden verweten. Hij had 22 seconden de tijd om een openstaande brug, een rij auto’s verkeersborden, knipperlichten en remlichten op te merken, maar zag helemaal niets. Normaal gesproken, vindt de rechtbank, goed voor celstraf. Maar de bestuurder zal de last dat hij twee mensen heeft doodgereden de rest van zijn leven moeten dragen. Celstraf is daarom niet passend en geboden. Wel een taakstraf van 240 uur, 6 maanden voorwaardelijke celstraf en een rijontzegging voor de periode van 2 jaar.

Jakkeren

dvhn – 27 september 2011

Wie dagelijks door Bedum rijdt – ik moet dat – kan beamen dat het helemaal geen rare voorspelling is dat op die lelijke doorgaande weg vroeg of laat een vreselijk verkeersongeluk zal plaatshebben.
Daar zal waarschijnlijk zo’n zilvergekleurde tankwagen vol melk van FrieslandCampina – Domo – bij betrokken zijn en niet te hopen fietsende kinderen.

Honderden van die denderende gevaartes jakkeren dagelijks over de brede doorgaande weg die de gemeente om onbegrijpelijke redenen vorig jaar heeft uitgeroepen tot een 30-kilometerzone.

Een gevaarlijker verkeerssituatie dan daar in Bedum bestaat niet.

Mocht in het onveilige Bedum onverhoopt ooit iets gebeuren, dan weet ik hoe het er in zittingszaal 14 aan toe zal gaan.
Op de publieke tribune wordt gehuild door vaders en moeders en opa’s en oma’s, maar ook door aanwonenden die lange tijd, maar net zo lang tevergeefs de lokale bestuurders hebben gewaarschuwd.
De ver(d)achte chauffeur zegt tegen de rechters dat hij al vele jaren op de auto zit en nog nooit één ongeluk heeft veroorzaakt, dat hij die kinderen op die ook voor hem zo verschrikkelijke dag nooit heeft gezien.
De officier van justitie gaat dan zeggen dat wanneer je niet ziet wat er wel is, je dan met al je ervaring niet goed hebt uitgekeken.
Die kinderen kwamen immers niet uit de lucht vallen.

De rechtbank legt twee weken later wegens roekeloos rijgedrag een werkstraf en een rijontzegging op, voor lief nemend dat de chauffeur daardoor zijn baan kwijtraakt.

Zo gaat het met regelmaat.
Dan zitten er mannen en vrouwen in de beklaagdenbank omdat ze een verkeersongeluk hebben veroorzaakt.
In Groningen waren dat er sinds 2005 welgeteld 113, Frits meegerekend.
Achter dat getal van 113 gaan evenzoveel doden en (zeer) ernstig gewonden schuil.
En onbeschrijfelijk veel leed en blijvend verdriet en gemis.

Frits (nu 19, toen 18) was deze week verdachte nummer 113 sinds 2005 in zittingszaal 14.
Hij had net zijn rijbewijs en wilde op een zondagavond in september vorig jaar met vrienden naar de kermis in Roden.
Eerst reed hij naar De Wilp om Jaap en Jannus op te halen.
Ronnie, 16 jaar, stapte bij hem in de auto.

Vanuit De Wilp koersten ze richting de kermis.
Jaap en Jannus in hun auto voorop.
Frits en Ronnie daar achter aan.

Rechters vragen aan Frits: ‘Had u gedronken of geblowd misschien?’
Vandaag de dag is dat een heel normale vraag aan een 19-jarige.
Frits: ‘Nee, het was zondag, wij kwamen net uit de kerk.’
Rechters: ‘Oh, nou dat zegt niets hoor.’

Dus niet gedronken, niet geblowd.
Sterker nog, Frits kent de rijstijl van Jaap, een stijl die niet echt de zijne is, zegt hij.
Jaap rijdt vaak te hard, vertelt Frits.
‘Dat wist ik, ik heb nog gezegd, rij rustig.’

Ze rijden tussen De Wilp en Zevenhuizen over de Oudewijk.
Rechters: ‘U kent die weg?’
Frits: ‘Ja, een lange, rechte weg met twee drempels en een flauwe bocht, links en rechts rode fietspaden op het wegdek.’
Rechters: ‘Vier-punt-tachtig breed, met optische versmalling. Maximale snelheid: 60.’

Jaap reed, zei hij zelf, 85 tot 90 kilometer per uur.
Frits: ‘Omdat we samen gingen, trok ik bij. Ik denk 80.’
Rechters: ‘En in de flauwe bocht?’
Frits: ‘Ook 80.’

Levensgevaarlijke toestand.

Hij komt rechts in de berm terecht, probeert te corrigeren door bij te sturen, schiet dan over de weg naar links, tegen de eerste boom om vervolgens tegen een tweede boom tot stilstand te komen.
Frits weet bovenwonder uit de totaal vernielde auto te klimmen, de 16-jarige Ronnie is buiten bewustzijn en wordt in allerijl naar het ziekenhuis gebracht waar een negen uur durende hersenoperatie volgt, waarna acht achtereenvolgende dagen voor zijn leven wordt gevreesd.

Tegen de politie liegt Frits dat hij was geschrokken van een auto die seinde met de grote lichten en hem inhaalde.
Frits had dat gelogen op verzoek van Jaap die er niet bij betrokken wilde worden omdat hij vreesde zijn rijbewijs kwijt te raken.

De officier van justitie denkt ook daarom dat Frits en zijn vrienden helemaal niet van die brave kerkgangers zijn, maar aan het jakkeren waren, vrolijk achter elkaar aan, racend richting de kermis, met 80 tot 90 kilometer per uur over een smalle weg met drempels en flauwe bochten waar maar 60 mag.

Met Ronnie gaat het redelijk.
Hij kan weer praten en lopen – al doet dat nog zeer – maar hij kan niks meer ruiken en alles wat hij eet proeft naar karton.
Hij ziet minder en miste een schooljaar.

Frits gaat zodra deze rechtszaak achter de rug is, in traumatherapie omdat hij last heeft van knagende schuldgevoelens.

Ronnie is niet boos op Frits, neemt hem niets kwalijk.
Want Frits, zo staat in zijn brief aan de rechters, deed het niet met opzet.
Het was een ongeluk.
Frits zegt dat hij Ronnie voor die woorden dankbaar is.
Rechters: ‘Grootmoedig.’

De officier van justitie ziet het iets anders.
Opzet is niet aan de orde.
Frits is door zo onvoorzichtig en onverantwoord hard te rijden hartstikke schuldig aan een misdrijf met heel nare gevolgen.
Ze eist voor het misdadige gejakker een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van twaalf maanden waarvan drie voorwaardelijk.

Er komt een 114, tel maar door, een 187.
En Bedum.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 19 juli 2012 – uitspraak
Frits is conform de eis veroordeeld: 120 uur werken en een rijontzegging van 12 maanden waarvan 3 voorwaardelijk. In Bedum is (gelukkig) nog niets gebeurd.

Twee spelende meisjes [2]

De rechters betuigen bij aanvang van de strafzaak hun medeleven aan de nabestaanden.
Zeggen dat wat er is gebeurd, verschrikkelijk is en nadat dat is gezegd, kijken ze naar de verdachte.
De toon is gezet.

De verdachte is Robert (22).
Hij zegt: ‘Mijn leven is in een vingerknip omgeslagen. Ik moet er mee leren leven.’
De rechters reageren, nee corrigeren: ‘Voor u is het misschien nog te relativeren. Maar voor anderen niet. Voor de ouders is dit niet meer te relativeren.’
De verdachte knikt en zegt zacht: ‘Het is het ergste wat ouders kan overkomen. Als ik het kon terugdraaien dan had ik het gedaan.’

Op 12 juni 2010 bellen Floortje en Sanne-Mei met elkaar.
Niks aan de hand, twee vriendinnetjes, twee vrolijke meisjes van 10 jaar.
Ze spreken af om te gaan spelen.
Met hun waveboard.

In dezelfde buurt stapt even later Robert in zijn auto, om zijn vriendin naar haar werk te brengen.
Het is dan tien voor twaalf ’s ochtends.
Een paar minuten later volgt de vingerknip, de fractie van een seconde.

De twee meisjes spelen bij de brug.
Op een plek waarvan de ouders hadden gezegd dat dat daar niet mag.
Want te gevaarlijk.
Maar kinderen doen dat dan toch, zal de officier van justitie later zeggen, omdat het kinderen zijn.

Robert rijdt in zijn grijze BMW richting het bruggetje en dan het bruggetje op.
Plots roept zijn vriendin: ‘Kinderen!’
Een klap.
Robert voelt iets, iets onder de auto.
Een hond?
Stopt, stapt uit.
Zegt: ‘Ik wist niet wat ik zag.’
Hij belt 112 en bekommert zich over Sanne-Mei, over haar ademhaling.
Zij ligt achter de auto, Floortje er onder.
Robert: ‘Het was heel onwerkelijk.’
De politie, de ambulance, de traumahelikopter en de brandweer zijn er snel.

Floortje sterft ter plaatse.
Sanne-Mei vier dagen later in het ziekenhuis.

Robert zegt: ‘Ik heb niets gezien.’
Rechters: ‘Hoe kan dat nou?’
Robert: ‘Dat vraag ik mezelf ook af.’

De politie doet vooral technisch onderzoek, want er zijn geen getuigen.
Vastgesteld wordt dat de afstand tussen het hoogste punt van de brug en de plek waar de meisjes zijn aangereden, 12,4 meter bedraagt.
Er zijn geen remsporen wat er op duidt dat er niet hard is geremd.
Aangenomen wordt ook, op grond van het letsel, dat de kinderen niet hebben gestaan.
Mogelijk zaten ze op het wegdek, met hun waveboard.
Een feit is ook de meisjes zich op een plek op de weg bevonden waar ze niet hoorden te zijn.

Er is onderzoek gedaan naar de zithouding van de bestuurder.
Robert zat wat onderuitgezakt achter het stuur, dat had hij zelf aangegeven.
De rugleuning van de bestuurdersstoel was iets naar achteren gedraaid.
In de laagste positie had hij onvoldoende zicht.
In de hoogste net voldoende.

Uitgerekend is dat als Robert 30 kilometer per uur zou hebben gereden, hij de meisjes vanaf het hoogste punt van de brug had moeten zien en hij nog op tijd had kunnen stoppen.
De officier van justitie: ‘Hij had de aanrijding dus kunnen voorkomen. En dat dit niet is gebeurd, duidt erop dat hij harder dan 30 kilometer per uur heeft gereden.

De conclusie van de officier van justitie: “Robert heeft niet goed opgelet, dan wel te snel gereden, dan wel een combinatie van die twee.’

De politie heeft de exacte snelheid niet kunnen vaststellen.
Aannemelijk is: 28 tot 34 kilometer per uur.
De maximum snelheid op die plek: 30 kilometer per uur.
De officier van justitie zegt dat dat een maximum is, geen must, geen verplichting. Dat een automobilist zijn snelheid altijd moet aanpassen aan de omstandigheden. Dat dertig dus ook best te snel kan zijn.

Heeft hij niet goed opgelet?
Robert zegt van wel.
Zegt: ‘In mijn ogen was ik zelfs een van de weinigen die zich daar aan de regels hield.’
Buurtbewoners hebben verklaard dat op die plek altijd kinderen spelen.
De rechters zeggen dat ze dat wel snappen.
Waveboard, mooi asfalt, hellinkje, lekker roetsjen.
Deden zij vroeger ook, maar dan op rolschaatsen.

Robert zegt: ‘Ik heb ze niet gezien. En ik had ook nooit verwacht dat ik daar geen zicht had.’

Er worden twee brieven in de volle rechtszaal voorgelezen waarin de ouders hun radeloze verdriet verwoorden.
Dat ze de gelukkigste ouders van de wereld waren.
En dat ze nu de verdrietigste ouder zijn.
Tranen, brokken in de keel en niet alleen bij de nabestaanden.
Ook bij de rechters die zeggen dat ze hun werk doen en professionals zijn.
Maar dat dit er behoorlijk inhakt.
En ook aan de perstafel, waar zelfs de journaliste van de Telegraaf een beetje moet huilen.

De ouders zeggen ook dat ze vreselijk boos zijn.
Omdat Robert nooit iets van zich heeft laten horen.
Ja, hij had een kaartje gestuurd, maar zonder tekst.
Laf.

Robert zegt op zijn beurt dat dat hem vreselijk pijn doet.
Dat ze zo over hem denken.
Dat hij vanaf de eerste dag graag contact had willen hebben.
Maar dat de politie het hem had afgeraden.
En daarna had de burgemeester gezegd dat contact niet op prijs werd gesteld.
En dat had later ook Slachtofferhulp gezegd.
Robert zegt dat als hij iets kan betekenen, dat hij dat dan graag doet.

De reclassering was bij hem geweest.
Conclusie: een doodgewone jongen waar niks mis mee is, maar die wel iets vreselijks heeft meegemaakt.
Kans op herhaling: laag.

De officier van justitie zegt dat geen straf recht doet aan het leed dat is aangericht.
Dat kinderen niet op het wegdek horen te spelen, maar dat toch doen, omdat het kinderen zijn.
En dat dit een automobilist niet ontslaat van de verplichting extra oplettend te zijn.

Ze zegt dat Robert het ongeluk had kunnen voorkomen.
Als hij maar goed had opgelet.
Maar dat hij dat niet heeft gedaan, dat hij de auto niet tijdig heeft kunnen stoppen.
Dat hij door een onjuiste zithouding geen goed zicht had.
Dat hij een beoordelingsfout heeft gemaakt.
En vermoedelijk te snel heeft gereden, in ieder geval te snel voor de omstandigheden.
En dat dat, opgeteld, verwijtbaar is in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.
Zij het in de lichtste variant.
Niet roekeloos, maar wel onoplettend.

Wat de officier van justitie niet mee laat wegen in haar strafeis, maar wat ze wel eventjes gezegd wil hebben, is dat Robert in de drie jaren dat hij zijn rijbewijs heeft, al twee keer eerder bij een verkeersongeluk betrokken is geweest.
In april 2009.
In september 2009.
Of daarbij sprake was van schuld, vertelt ze er niet bij.

De officier van justitie zegt wel dat een gevangenisstraf niet zou misstaan.
Maar dat zeggen officieren van justitie heel vaak als ze een taakstraf gaan eisen.
De eis: een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 180 uur.
Daarnaast een maand voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van twee jaar.
En een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de periode van 24 maanden, waarvan acht voorwaardelijk.

De advocaat pleit voor vrijspraak.
Hij zegt dat Robert zich hartstikke schuldig voelt, de rest van zijn leven.
Maar dat er juridisch gezien geen schuldige valt aan te wijzen in dit verschrikkelijke drama.
Dat Robert heeft gedaan wat hij moest doen.
Hij reed niet harder dan toegestaan, hij lette wel degelijk op, maar hij heeft meisjes die daar niet hoorden te zijn, niet gezien.
Hij heeft misschien een inschattingsfout gemaakt.
Maar een inschattingsfout maakt niet dat je ook schuldig bent.
Dat het soms, hoe erg ook, niet anders is.
En dat hij ook graag contact wil met de nabestaanden.
Als die dat willen.

Tja.
Ik weet het niet.
Zondagmiddag ben ik ter plaatse wezen kijken.
Het is een stom en potsierlijk nepbruggetje, in een woonwijk waar wonen, werken en recreëren vast samen moeten gaan.
Misschien dat je dit soort bruggetjes in zo’n woonwijk met kinderen niet moet willen.
Omdat verkeersveiligheid zwaarder moet wegen dan dat er voor het plezier bootjes onder door moeten kunnen varen.
Dat de brug, zoals de gemeente Veendam direct na het ongeluk riep, aan alle veiligheidseisen voldoet, zal zo wezen.
Ding is van steen en beton, dus je zakt er niet doorheen.

Aan de andere kant: automobilisten hebben wat verkeersongelukken betreft een bedenkelijke reputatie.
Het idee dat we met z’n allen ontzettend goed kunnen autorijden, is maar al te vaak niet waar.
Meestal gaat het gelukkig goed, soms nog net op het nippertje en een enkele keer is er die vingerknip en gaat het verschrikkelijk mis.

De wet zegt dat bij de beoordeling van dit soort zaken gekeken moet worden naar de gedragingen, in dit geval van de bestuurder van de auto.
En niet naar de trieste gevolgen van die gedragingen.
Dat we de zaak niet ernstiger moeten beoordelen omdat twee vrolijke meisjes nu vreselijk dood zijn.

Dat klinkt bijna kil.
Maar misschien is dat wel de waarheid.
De lelijkste waarheid.
Een waarheid die zo lelijk is dat we die slechts kunnen verdragen als we een schuldige kunnen aanwijzen.

Rob Zijlstra


zie ook: Twee spelende meisjes [1]
met foto’s en een filmpje van die situatie ter plaatse.

.

UPDATE – 21 maart 2010 – uitspraak
De rechtbank heeft Robert vrijgesproken. Hij draagt geen schuld aan het ongeluk. Niet is gebleken dat hij te hard heeft gereden dan wel dat hij anderszins onvoorzichtig is geweest. En hoewel bekend was dat bij het bruggetje vaak kinderen speelden, was voor de bestuurder de aanwezigheid van de kinderen aan de andere kant van de bolle brug niet te voorzien.  Oftewel: het ongeluk is een vreselijke samenloop van omstandigheden geweest.

De uitvoerige motivering van de rechtbank is te lezen in het vonnis.

extra
zie ook de toelichting op deze zaak door universitair docent Nico Kwakman (straf(proces)recht, verbonden aan de Rijkuniversiteit Groningen

.

UPDATE – 28 maart – hoger beroep
Het openbaar ministerie legt zich niet neer bij het vonnis en heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan. De zaak zal daarom later dit jaar op 28 februari 2012 opnieuw worden bekeken en beoordeeld door het gerechtshof in Leeuwarden.

Het verslag van de zitting in hoger beroep (op 28 februari)  staat hier