Niet normaal

Hun uitgeleefde lichamen verkeren in staat van aanhoudende crisis, in de hoofden is altijd chaos. Ze willen wel anders, niets liever dan anders, maar dat kan niet meer.
Om gek van te worden.

Of soe-ie-sie-daal, zegt Jan die 40 jaar is.
Met zijn handen wrijft hij door het vermoeide gezicht. Jan zegt dat er bepaalde omstandigheden zijn.

Suuz is 30 jaar.
Zij wil heel graag nog een keer een leven, maar dan eentje zonder drugs.
Ze heeft horen spreken over afkickkliniek Hoog-Hullen.
Suuz zegt tegen de rechters: ‘Ik heb gehoord dat ze je daar he-le-maal afbreken. Maar dat ze je daarna ook weer opbouwen. Dat wil ik zo graag.’
Antje, 46 jaar en de grootste, zegt dat ze kickbokser is en dat ze sowieso niet kan rekenen.

Jan had, nadat hij in Groningen over de schutting was geklommen, sokken aan een waslijn zien hangen.
Die sokken had hij om zijn handen gedaan en zo was hij door een groot raam geklommen.
Tegen de rechters: ‘Nooit goed natuurlijk.’

Suuz vertelt dat ze hadden gebruikt en dat ze op het Zuiderdiep acht halve liters hadden gestolen. Daarmee waren ze naar het Oosterpark gegaan om daar op een bankje te zitten. Naast een mevrouw. Ze had om twee euro gevraagd. En toen die vrouw dat niet wilde geven, vroeg ze om één euro vijftig.

Antje: ‘Ik snap er geen zak van.’
Rechters: ‘Waar snapt u geen zak van?’
Antje haalt haar schouders op.
Zegt: ‘Ik zei nog tegen die vrouw, ik geef me je adres, die en die straat, dat en dat nummer, dan betaal ik je terug.’

Suuz en Antje ontkennen dat ze geweld gebruikten.
Het slachtoffer verklaarde dat ze door de grootste in haar gezicht was geslagen, tweemaal, met de vlakke hand.
Antje, resoluut: ‘Ik sla met de vuisten. Of ik sla niet. Sowieso neem ik nooit geld aan. Die vrouw duwde twintig euro onder mijn gezicht. Die heb ik wel gepakt.’
Suuz: ‘We gingen een beetje aan haar tas trekken. Antje wilde de telefoon ook pakken. Ik zei toen, nee, niet doen. Tegen die mevrouw zei ik, doe maar twintig euro, dan zijn we weg.’
Antje: ‘Ik heb geen verstand van telefoons, ik ben analfabeet.’

Ook in Assen – Jan woont in Assen – zou hij over een schutting zijn geklommen.
Toen hij door een omwonende werd aangesproken zei hij dat hij een bal zocht.
Later waren een boormachine en een handschuurmachine van Black & Decker verdwenen.
Jan zegt: ‘Tijdens de verhoren gaat de politie nu anders met je om. Heel specifiek. De opbouw is ook anders dan vroeger.’

Suuz vertelt dat ze dagelijks wordt geconfronteerd met het leven dat ze heeft geleefd.
Heel mijn lichaam, zegt ze, zit vol littekens.
Naast de heroïne dronk ze twee flessen port op een dag, tussen de halve liters bier door.
Tegen de rechters: ‘Ik heb mijn moeder mishandeld. Die was alcoholist.’

Antje kijkt met open mond naar Suuz.
Antje zegt: ‘Mijn moeder, dat wil zeggen dat mens waar ik uit kom, heeft mij nogal wat aangedaan. Als ik een andere moeder had gehad, had ik hier niet gezeten. Gelukkig is ze dood.’

De inbraak in het schuurtje in Assen kan Jan zich niet herinneren.
De omwonende had hem wel herkend.
De politie liet haar 24 foto’s zien.
Ze wees foto negen aan.
Jan.

Antje zegt dat ze wel tegen haar vader praat.
‘Die is er niet, maar ik praat wel altijd tegen hem. Soms zeggen mensen dat ik een beetje gek ben. Ik wil het liefst een huisje met mijn vriend. Als ik bij hem ben, gebruik ik niet.’

Er is ook een vrouw beroofd aan het A-kerkhof in Groningen.
Klopt wel zeggen Suuz en Antje.
Antje: ‘Ik ga liever met mannen om.’
Suuz: ‘We gingen de stad in, op zoek naar een slachtoffer. We zagen een vrouw die uit de kroeg kwam. We vroegen haar hoe laat het was. Toen pakten we haar vast. We fouilleerden haar. Ze viel op de grond. Antje zat boven op haar. Ik heb de portemonnee gepakt.’
Antje: ‘Klopt niet. Ik pakte haar bij de kin en zei, rustig, ik help je wel. Ze wilde me slaan. Ik zei niet doen, ik heb een kunstgebit. En hepatitis C.’

De rechters vragen wat het nu allemaal heeft opgeleverd.

Antje: ‘Gevangenisstraf. Want jullie maken mij niet wijs dat ik over twee weken weer buiten sta.’
Suuz: ‘Ik zit nu in een weekprogramma. Ik zal niet weglopen.’
Antje: ‘Elke woensdag kras ik er een streepje bij aan, want ik kan immers niet rekenen.’

‘Wat? Een grijze damesfiets, een Mercure Freeride? Ja, dat kan wel kloppen’, zegt Jan.
‘Waarom? Ik had een fiets met een lekke band. Ik kon dus niet anders dan een fiets stelen.’
Rechters: Er zijn ook mensen die dan naar een fietsenmaker gaan.’
Jan: ‘Ja, het is ook niet de normaalste zaak van de wereld.’

De officier van justitie wil de behandeling van Suuz niet doorbreken met een nutteloze gevangenisstraf.
Suuz zat vanwege de twee straatroven al 110 dagen achter tralies.
De strafeis luidt daarom 365 dagen waarvan 255 voorwaardelijk.
Kan de behandeling voortgezet.

Ze krijgt een vette knipoog van Antje die achttien maanden celstraf hoort eisen.
Ze zegt dat ze ontiegelijk veel spijt heeft.

Jan erkent dat hij de dingen flikte omdat hij gepakt wilde worden.
‘Ik zat al bij de GGZ, eigen bijdrage, een heel team, maar er gebeurde niks. Nu ik in de gevangenis zit, komen ze allemaal langs.’
De officier van justitie: ‘Je valt andere mensen lastig met jouw problemen. In Drenthe bent u veelpleger. Niet goed. Achttien maanden celstraf, zes voorwaardelijk.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 december 2012 –  uitspraken
De rechtbank is van mening dat Jan vier van de vijf diefstalen heeft gepleegd. Hij krijgt daarvoor de straf die de officier van justitie heeft geeist: anderhalf jaar cel waarvan een half jaar voorwaardelijk. Dat is een jaar zitten met aftrek van het voorrarrest. Jan zal niet ontvreden zijn.
Antje moet ook zitten: 16 maanden. Ook voor Suuz zijn de rechters aardig, zij hoeft niet tergu naar de cel, maar mag in de kliniek blijven waar ze nu en vooralsnog niet zonder succes wordt behandeld. Samen moeten ze wel 903 euro aan een van hun slachtoffers betalen. Wie betaalt, maakt de rechtbank niet uit.

Kim Feenstra

Dit verhaal gaat niet over Kim Feenstra die deze week in de Groninger rechtbank terecht moest staan omdat ze in de disco een ander meisje had gekrabd.

Op zich wel een logische zaak.

Jongens slaan. Meisjes krabben.

 

Er was een hoop pers op afgekomen, zelfs met televisieploegen erbij.

Niet omdat de zaak nou zo bijzonder was, want het was een zaak van niks.

De journalisten kwamen, ook vanuit Hilversum, slechts voor Kim Feenstra.

En die was er niet eens.

 

Waarom wij journalisten dit zo doen, weet ik niet.

Misschien doen wij maar wat.

 

Ik las over de Groninger krabzaak op onder meer de website van Elsevier, die in de berichtgeving verwees naar de Telegraaf die citeerde uit dagblad De Pers die als bron het ANP vermeldde.

Wij papegaaien wat af.

 

Ook daarom wil dit verhaal niet over Kim Feenstra gaan, maar over Marieke.

Zo op het oog doen Kim en Marieke niet eens voor elkaar onder.

Het grote verschil is dat Marieke, 33 jaar, al heel lang cocaïnejunk is.

 

Ik schreef eerder over Marieke.

 

De ellende was begonnen toen ze 18 jaar was. Ze begon met drank en toen met drugs. Na een tijdje snoof ze vier gram cocaïne per dag weg, dat is niveau Champions League.

De drugs kreeg ze van haar dealer in ruil voor seks.

Soms was dat niet genoeg en dan moest ze roven.

Dan roofde ze het geld uit handen van vrouwen bij pinautomaten, pikte ze schoenen bij de Schoenenreus, oorbellen bij de V&D of ging uit inbreken in de woning van haar ex.

 

Waar ook haar dochtertje woont.

 

Twee maanden geleden zat Marieke voor het eerst in de rechtszaal.

Als haar dochtertje ter sprake komt, weet ze wat de rechters gaan zeggen en slaat alvast de handen voor de ogen.

De rechters zeggen dat ze geld uit het kinderspaarpotje van haar dochter had gepeuterd.

Zo’n honderd euro.

Marieke geeft het toe en moet vreselijk huilen.

 

Ze heeft sowieso spijt van alles wat ze heeft gedaan.

Aan de mevrouw bij de pin heeft ze een excuusbrief geschreven en beloofd het graaigeld terug betalen. Ze zei: ‘Ik zat op de bodem van mijn leven.’

 

Op de publieke tribune zat de vader van Marieke. Hij hoopt dat zijn dochter lang vast komt te zitten.

Anders zal ze het niet redden.

De meeste verslavingsklinieken heeft Marieke al bezocht.

Eenmaal ging ze supergemotiveerd naar het Intramuraal Motivatie Centrum (IMC) in Eelde.

Na vijftien minuten liep ze weg.

 

De deskundigen van de reclassering zien maar één oplossing: een verslavingskliniek met een hoogste muur er om heen tegen het weglopen.

 

Marieke wil graag.

Als ze maar uit de vrouwengevangenis van Zwolle mag, weg uit die hel. Ze zegt dat ze daar kapot gaat.

Ze zegt ook dat ze zo bang is, dat als ze weer buiten komt, dat ze dan terug zal vallen. Weer die drugs.

‘Ik red het niet alleen’, snikt ze.

 

De rechters knikken.

Dit horen ze vaak.

In wijsheid wordt besloten de strafzaak aan te houden om de reclassering in de gelegenheid te stellen de beste plek voor Marieke te vinden. Het advies luidt dat het het beste is dat Marieke in aansluiting op haar detentie in een kliniek wordt opgenomen.

Met een hoge muur.

 

Twee weken geleden.

 

Marieke stuitert – zo vanuit de vrouwenhel van Zwolle, de zittingszaal binnen.

Vlak voordat ze gaat zitten zegt ze meisjesachtig ‘sorry pap’ tegen haar vader die weer trouw op de tribune zit.

 

Opgewekt steekt ze van wal: ze heeft zich bedacht, moeten de rechters weten. Ze gaat namelijk helemaal niet naar een kliniek. Never nooit. Ze gaat haar eigen boontjes doppen. Ze is per slot van rekening al vijf maanden clean. Zo lang is ze de voorbije vijftien jaar nog nooit helder geweest.

Dus.

 

Vastzitten, zegt ze vrolijk, dat werkt niet voor mij.

‘Al die regeltjes.’

Zegt: ‘Het is heel mooi dat iedereen, jullie ook, zo bezorgd om me zijn. Maar wat een commotie. Kom op, het komt goed met mij. Ik ga studeren. Rechten (al die regeltjes). Ik wil advocaat worden. Geef me die kans.’

 

De vrolijke opgewektheid van Marieke overtuigt de officier van justitie niet. Ze eist conform het advies, een straf die gelijk is aan de tijd die Marieke al heeft vastgezeten en dan, aansluitend, een verplichte opname in een kliniek. Op 4 februari kan ze al terecht.

 

Eindelijk, zegt opgelucht de vader.

 

Donderdagmiddag, rechtbank doet uitspraak.

 

Marieke mag onmiddellijk naar huis dat ze niet heeft.

Ze krijgt 365 dagen gevangenisstraf waarvan 200 dagen voorwaardelijk.

Haar tijd zit er dus op.

Ook niks kliniek. Ze mag haar eigen boontjes doppen.

 

Ik begrijp het niet, zegt verdrietig de vader.

Ik zeg ik ook niet.

 

Het zal toch niet zo zijn dat die rechters soms ook maar wat doen?

 

Rob Zijlstra

 

Rode pumps

Ik hoop dat ze haar lang vasthouden, zegt de man voor de uitgang van het Groninger gerechtsgebouw.

Hij heeft zojuist de strafzaak bijgewoond van Marieke.

 

Ik ken de man niet en dan moet je altijd een beetje op je woorden letten, zo vlak na een zitting.

Misschien is hij wel de boze echtgenoot van de nog bozere vrouw die bij de pinautomaat door Marieke werd beroofd.

Dat zijn vrouw de confrontatie niet aandurfde met haar belaagster en dat hij toen had gezegd, ik ga wel.

Of zij: ga jij maar.

 

De man zegt: ‘Ik ben de vader van Marieke. Vroeger, zegt hij, was het een poppetje, een pracht van een meid.

 

Marieke, 33 jaar.

Ze zou, zo op het eerste gezicht, niet eens opvallen tussen de doorgaans  verzorgde werkneemsters van een winkel vol parfum en schoonheidssmeerseltjes.

 

Marieke heeft, in korte tijd, flink huisgehouden.

Ze beroofde een vrouw bij een SNS-pinautomaat (100 euro), jatte schoenen bij de Schoenenreus en bij V&D, oorbellen bij de drogisterij, nog een vrouw, maar dan bij de pin aan de Grote Markt, geld uit een woning waar ze had ingebroken en – en dat was misschien nog wel het allerergste – 100 euro uit de kinderspaarpot van haar dochtertje.

 

Als dat laatste als eerste feit aan de orde komt, barst ze in huilen uit.

Een niet zo’n beetje ook.

Ze verbergt het gezicht achter haar handen, alsof ze er niet meer wil zijn. Tussendoor probeert ze te zeggen, happend naar adem, dat ze zich zo-vre-se-lijk-scha-a-aamt.

 

Ze had het gedaan toen haar ex met zijn (en haar) dochtertje op vakantie was. Ze had ingebroken in haar vroegere huis en toen het geld uit de kinderspaarpot gepeuterd.

‘Ik was zo in de war’, klinkt het tussen het gehuil door.

 

De bode brengt een glaasje water.

 

En die andere inbraak?

‘Dat was in het huis van mijn ex-dealer. En het was mijn eigen geld. Al mijn spullen stonden daar nog. Die heb ik laten staan. Ik heb daar een tijdje gewoond. Een vreselijke tijd, heel griezelig allemaal. Ik zat daar opgesloten, op een nacht ben ik gevlucht.’

 

Mevrouw bij de pin van de SNS-bank?

‘Ik zat op de bodem van mijn leven. Dat geld wil ik zo snel mogelijk terugbetalen. Ik heb haar een excuusbrief geschreven, hoop dat ze het begrijpt.’

 

En die andere mevrouw, op de Grote Markt, dan?

‘Dat was een vergissing. Ik was die avond daarvoor zelf beroofd. Ik dacht dat ik haar zag staan bij de pin. Toen ik het geld pakte, zag ik dat ze het niet was. Toen heb ik het geld losgelaten. Het vloog overal heen, heel chaotisch en angstig. Ik ben weggerend.’

 

Oorbellen, schoenen?

‘Oorbellen klopt. Dat van die schoenen, dat snap ik zelf ook niet helemaal. Het waren nog lelijke schoenen ook. Ik had ze gepast en ben toen weggelopen. Mijn eigen schoenen, die veel mooier waren, heb ik laten staan. Het was allemaal heel raar. Bij de V&D ging het om rode pumps met zwarte hakken. Die had ik gepast en toen vergeten. Ik ben echt geen dief.’

 

Dat laatste had de officier van justitie ook gezien.

Zegt: ‘Wel gek eigenlijk.’

Marieke is al vele jaren verslaafd.

Keihard.

En toch, zegt de officier, bent u bij ons niet bekend.

 

De ellende kwam toen ze 18 was en het huis uitging.

Ze begon met drank en toen met drugs, op een slecht moment zo’n drie à vier gram cocaïne en een grammetje heroïne.

Per dag.

Dat is niveau Champions League.

 

De drugs kreeg ze van haar dealer, in ruil voor seks.

Maar ook dan nog had ze veel geld nodig per dag.

‘Het was allemaal zo vreselijk”, zegt ze.

 

De meeste verslavingsklinieken heeft ze al eens bezocht.

Eenmaal ging ze supergemotiveerd naar het IMC, het Intramuraal Motivatie Centrum in Eelde.

Ze kwam er binnen, wordt gezegd, als de ideale schoondochter.

Na vijftien minuten liep ze weg.

‘Het overdonderde me, al die mensen daar, al die bekenden.’

 

Nu zit Marieke in de vrouwengevangenis in Zwolle.

De hel, zegt ze.

‘Ik ga daar kapot, het is in die gevangenis zo vreselijk.’

Ze zegt ook dat ze haar dochtertje zo vreselijk mist.

En dat ze zo bang is, dat als ze weer buiten komt, dat het dan weer vreselijk mis zal gaan.

‘Ik red het niet. Snapt u?’

 

De rechters knikken.

Ze snappen dat omdat ze dit zo vaak horen en er ook niet zo veel aan kunnen doen.

Ze zeggen: U bent bang voor een terugval.

 

De oplossing voor Marieke, zegt de reclassering, is een kliniek met een superhoog beveiligingsniveau tegen wegelopen.

Die bestaan, maar met wachtlijsten.

Soms wel tot een jaar.

 

Marieke zegt: ‘Wachten is het ergste. Ik ben zo bang. Ik ben zo bang dat ik nog maanden in die gevangenis moet zitten. Dat ik nooit weer in de maatschappij kom. Overal zijn wachtlijsten. Nog een jaar in Zwolle, dat trek ik niet.’

 

De rechters knikken nog een keer.

Proberen: ‘Zie het als een kans.’

Maar die opmerking mist doel.

Weer begint Marieke heel erg te huilen.

 

De strafzaak wordt aangehouden tot 15 januari om de reclassering de gelegenheid te geven de meest geschikte plek te vinden.

Marieke wordt afgevoerd en teruggebracht naar de hel in Zwolle.

 

‘Het is misschien raar, dat je zoiets als vader zegt’, zegt de vader buiten voor het gerechtsgebouw, ‘maar dit is voor haar wel het beste.’

 

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 19 januari 2009 – voortzetting strafzaak

Marieke is van gedachten veranderd.

Ze wil nu op eigen houtje haar verslaving te lijf. Ik ben al vijf maanden clean, zegt ze tegen de rechtbank.

De rechtbank zegt terug: Vijf maanden clean betekent niet dat u niet meer verslaafd bent. De verslaving zit in u.

Marieke weet het. ‘Dat is ook wel weer zo. Maar toch.’

Ze heeft plannen. Ze wil rechten gaan studeren en dan advocaat worden

De officier van justitie eist 374 dagen celstraf waarvan 200 voorwaardelijk en een verplichte behandeling.

 

UPDATE – 29 januari 2009 – uitspraak 

Ik weet het niet. Marieke is veroordeeld tot 365 dagen celstraf waarvan 200 voorwaardelijk. Dit betekent dat ze vanmiddag – op de dag van de uitspraak – de gevangenis mag verlaten. En buiten moet ze zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als de reclassering zegt dat ze een ambulante behandeling moet ondergaan. De man met wie dit verhaal begon, kijkt zorgelijker dan ooit.