Ons dorp

                                                    Waar is, van iets dat zo is, te zeggen dat het zo is, en van iets dat niet zo is, te zeggen dat het niet zo is.

Wie liegt is een leugenaar.
Maar hoe heet iemand die de waarheid spreekt?
Voor de spreker van de waarheid hebben we nooit een mooi woord bedacht.
We laten dat wat we hoog achten onbenoemd.

Of heet de waarheid misschien Henk?
Henk (46) zegt dat wat wordt beweerd, niet is gebeurd.
Hij heeft het gewoon niet gedaan.
Zijn vrouw gelooft hem en steunt hem, want zo zijn ze getrouwd.

Of moet de waarheid Sandra van 17 jaar heten?
Sandra zegt dat het wel is gebeurd, dat ze geur van zijn after shave nooit zal vergeten, hoe vies ze het vond en hoe erg nu nog steeds.
Haar vader gelooft haar, twijfelt niet.
Topvader.
Hij had Henk, daarvoor een vriend, gebeld en gezegd dat hij met zijn poten van zijn dochter af moet blijven.

Sandra en Henk kennen elkaar goed.
Henk en zijn vrouw zijn bevriend met haar ouders, ze wonen in hetzelfde dorp, in dezelfde straat.
Sandra en Henk hadden wel eens gebbetjes op Facebook.
Of ze met leuke vriendjes uitging vanavond?
Niet?
In dat geval zou ze dan kunnen oppassen?
Dat wilde Sandra wel.
Ze chatte dat ze 20 euro per uur kostte.
Daar had Henk dan gedachten bij.

Ze spreken af.
Henk en zijn partner spreken af om met de ouders van Sandra naar het plaatselijke café te gaan.
Met Sandra spreken ze af dat zij bij Henk thuis op de kinderen past.

In het dorpscafé is er vrolijkheid en vertier en wordt het na middernacht vanzelf half een.
Op dat tijdstip stuurt Henk een sms’je naar Sandra.
Of ze al slaapt?
Dat is niet het geval.
De vrouw van Henk zegt dat ze nog even wil blijven.
Henk zegt dat hij alvast gaat want morgen moet immers de auto ingepakt omdat ze overmorgen naar Ameland gaan.

Rechter: ‘Had u gedronken?’
Henk: ‘Bier. Stuk of tien.’
Rechter: ‘Amsterdammertjes?’
Henk: ‘Fluitjes. Maar ik was niet dronken of zo.’
Rechter: ‘Een geoefende drinker dus.’

Henk komt thuis.
Samen met Sandra drinkt hij een biertje en ze roken allebei een sigaret.
Niks aan de hand.
Beiden zeggen dat het zo ging, maar daarna lopen hun verhalen uiteen.
Henk zegt dat het niet is gebeurd.
Sandra: ‘Hij drukte me ineens tegen de bank aan en begon onstuimig te zoenen en te tongen. Ik dacht eerst, een geintje, maar hij ging maar door – ik was daar niet van gediend, dat zei ik ook, maar het was tegen dovemansoren gericht. Hij greep me bij de borsten, zat aan mijn buik en probeerde de knoop van mijn broek los te maken.’

Henk: ‘Het is niet waar.’
Rechters: ‘Merkwaardig. Waarom zou een jong meisje met wie u een goed contact had zoiets zeggen?’
Henk: ‘Het is verzonnen.’
De officier van justitie: ‘Sandra heeft geen motief iets te verzinnen. En haar verhaal is betrouwbaar.’
Henk: ‘Het is knap verzonnen.’
Rechters: ‘Dat kan. Wij moeten ook kritisch kijken naar het verhaal van een jonge vrouw.’

Het is zoals zo vaak in dit soort strafzaken: ja tegen nee.
De leugen tegen de waarheid.
De rechters: ‘En wij waren er niet bij.’

Henk had, toen heel het dorp erover sprak, zijn sociale activiteiten schriftelijk beëindigd.
De rechters vragen aan hem of dat niet een beetje raar is. Als je niets hebt gedaan, dan doe je dat toch niet?
En er is nog iets, nog iets geks, zeggen de rechters.

Een paar dagen na die avond die zo anders liep dan (achteraf) iedereen had gewild, stuurt Henk een sms-bericht naar de ouders van Sandra.
Een van de rechters leest het bericht voor.
Henk had geschreven dat hij dacht dat er niks was gebeurd, maar dat nu blijkt dat er toch iets is gebeurd.
Hij tikte: ‘Ik schaam mij diep.’

Henk zegt tegen de rechters dat ze het bericht anders moeten lezen.
Hij zegt dat hij heel graag in gesprek wilde met de ouders van Sandra.
Om het erover te hebben.
De rechters: ‘En wat gebeurde er toen?’
Henk knikt, zucht diep en zegt te weten waar de rechters naar toe willen.
Zegt: ‘Ik heb toen ook een sms-bericht naar Sandra gestuurd.’
Rechters: ‘Precies. U schrijft aan Sandra dat u het vreselijk vindt wat er is gebeurd. En dat u ervan uitgaat dat zij de waarheid vertelt. U schrijft: Ik heb je niet willen kwetsen. Het spijt me als dit is gebeurd. Drank, het moet en mag nooit een excuus zijn.’

Rechters: ‘Hoe moeten we dit sms’je begrijpen?’
Henk: ‘Het is niet gebeurd.’
Rechters: ‘Wat is niet gebeurd?’
Henk: ‘Alles is flink aangedikt.’
Rechters: ‘Aangedikt? Wat is aangedikt?’
Henk: ‘Het hele verhaal dat ze heeft verzonnen.’
Rechters: ‘Maar waar schaamt u zich dan diep voor?’
Henk: ‘…’
Rechters: ‘Lastig als u dingen opschrijft die u niet zo bedoelt.’

In het dorp vol praat kennen ze de waarheid ook niet.
Sandra schrijft in een verdrietige brief die de officier van justitie in de rechtszaal voorleest dat veel mensen in het dorp haar niet meer groeten.
Dat veel dorpelingen Henk geloven, omdat hij actief is en mooie praatjes heeft.
Ze schrijft: ‘Wie nou gelooft een meisje van 17?’
Ze schrijft dat ze in heel haar leven nog nooit iets naars had meegemaakt en dat uitgerekend iemand die ze goed kent, alles stuk heeft gemaakt.
Dat ze walgt en dat angst zich van haar meester maakt zodra ze een auto ziet rijden die hij ook heeft.

Er bestaan landen waar meisjes en vrouwen die zijn aangerand en verkracht akelig worden gestraft omdat ze de man en zijn familie in verlegenheid hebben gebracht. Gelukkig is het hier anders.
Sandra tegen de rechters: ‘Zodra ik kan, zal ik mijn dorp verlaten.’

Wat een nare geschiedenis, ook als die niet is gebeurd.
Wordt Henk vrijgesproken dan blijft een taakstraf van 150 uur – dat is de eis – hem bespaard.
Maar veel meer ook niet.
Vinden de rechters dat de waarheid Sandra moet heten, dan kan ze misschien eens terugkeren naar haar dorp en groeten de dorpelingen terug.

De leugen is snel, de waarheid is vaak een lang verhaal.

Er is nog een lelijk staartje.
Als de strafzaak bijna ten einde is vraagt een van de rechters aan de officier van justitie hoe het toch mogelijk is dat het onderzoek in deze kwestie op 18 maart 2013 was afgerond en de zaak nu pas (afgelopen week) aan de rechtbank is voorgelegd.
De officier van justitie komt niet met de waarheid op de proppen, maar ze liegt ook niet.
Ze zegt: ‘Het is bijzonder onwenselijk.’

Het strafrechtsysteem faalt door niet alleen een verdachte, maar ook een slachtoffer – ja zelfs een heel dorp – zonder opgaaf van reden langer dan anderhalf jaar te laten bungelen in ongemakkelijke onzekerheid.
Dat is ook een uitspraak, hoe het vonnis ook zal luiden.

Rob Zijlstra

.
extra Aristoteles (384-322 v.Chr.), een leerling van Plato, stelde een klassieke definitie van waarheid op: ‘Waar is, van iets dat zo is, te zeggen dat het zo is, en van iets dat niet zo is, te zeggen dat het niet zo is.’ [wikipedia]

 

update – 10 november 2014 – uitspraak
Henk is veroordeeld. Er zijn onvoldoende aanwijzingen in het dossier te vinden die erop duiden dat er sprake is van een onbetrouwbare verklaring, staat in het vonnis. Sandra heeft volgens de rechters de waarheid gesproken.  De verstuurde sms’jes zijn geen harde bekentenissen, maar telen als steunbewijs wel mee. De opgelegde straf is conform de eis: een taakstraf van 150 uur. Daarnaast moet Henk een schadevergoeding betalen van 1025 euro.

De waarheid!

Schermafbeelding 2014-05-03 om 22.32.43
deze column in zaterdageditie van dagblad van het noorden

Het is altijd gevaarlijk om strafzaken met elkaar te vergelijken en dan op basis van de ene iets op te merken over de andere.
Dat ga ik nu doen.

Eerst de ene zaak.
Vorige week diende in meerdere opzichten een bijzondere strafzaak in zittingszaal 14.
Een man zou op een dag op twee verschillende plaatsen een moord hebben gepleegd.
Of doodslagen.
Of diefstallen met geweld met de dood tot gevolg.
De kwalificatie is aan de rechters.
Het gebeurde in Groningen.
Maar ook in Amsterdam of Venlo – waarom daar niet – zou het een opmerkelijke zaak zijn geweest.
Omdat zoiets overal zelden voorkomt.

Opmerkelijk mag ook heten dat de strafzaak halverwege het proces werd stilgelegd.
Er was bewijs te over e
n de verdachte staat er niet best voor. Los van wat de rechters later dit jaar bewezen achten en wat voor een straf zij daarbij passend en geboden vinden, een strafeis van levenslang behoort tot de mogelijkheden.

Wordt er een mens afgeschreven of niet?
Dat is de vraag.
Het is strafrecht op het niveau van de Champions League.

De verdachte werd in januari 2013 aangehouden en zit sindsdien in voorlopige hechtenis.
Dan zit je vast.
Al die tijd heeft hij gezwegen, heeft hij de politie niet wijzer willen maken.
Anderhalve week geleden, in de rechtszaal begon zijn mond plots te praten.
Ineens kwam hij met allerlei verklaringen op de proppen die duidelijk moeten maken dat hij niet de moordenaar is van de man (71) die graag in het buurtcafe een borreltje dronk en ook niet van de vrouw (66) die penningmeester was van de sjoelclub in de wijk.

Het klonk allemaal niet heel geloofwaardig wat hij zei.
Toch vond het Openbaar Ministerie (OM) het noodzakelijk zijn verhaal nader te onderzoeken.
Misschien omdat je het maar nooit weet.
Misschien omdat het OM voornemens is levenslang te eisen en dan is ieder spatje twijfel een spatje te veel.
Als nader onderzoek kan aantonen dat de verdachte niet alleen een gewelddadige moordenaar is, maar ook nog eens een dikke leugenaar dan is dat mooi meegenomen.

Maar zo plat was het niet, zeiden verschillende officieren van justitie los van elkaar.
Zo denkt het OM ook helemaal niet.
De reden voor nader onderzoek is: waarheidsvinding.

Waarheidsvinding – een woord dat ietwat plechtig dient te worden uitgesproken – is het hoogste goed van de strafrechtspraak.
Als de waarheid niet bewezen kan worden, dan dient de schuldige vrijuit te gaan.
Zoiets.

Om de waarheid op tafel te krijgen, moet alles, alles uit de kast worden gehaald.
En daarom werd de strafzaak op verzoek van het OM door de rechtbank stilgelegd.
Dat mag magistratelijk heten.

Nu de andere zaak.
Komende woensdag doet het gerechtshof uitspraak (een tussenarrest) in een strafzaak die ook zijn weerga niet kent: de zaak Baflo, 13 april 2011.
Het drama dat zich daar toen, drie jaar geleden al weer, afspeelde kostte politieman Dick Haveman en biologe Renske Hekman het leven.
Het drama van Baflo wordt binnenkort behandeld in hoger beroep.

Alasam S. is de dader die de twee levens nam.
Het Openbaar Ministerie eiste levenslang, maar de rechtbank legde 28 jaar celstraf op.
Dat S. de dader is, staat niet ter discussie.
De grote vraag is – nog steeds – of de daden aan S. kunnen worden toegerekend.
Zeer zeker, zei in Groningen het Openbaar Ministerie dat zich baseert op rapportages van het Pieter Baancentrum.
De rechters in Groningen gingen hier in mee.

Een rapportage van een psychiater die door de advocaat van Alasam S. was ingehuurd, werd toen afgedaan als prutswerk.
Zijn conclusie was dat S. knetter-psychotisch moet zijn geweest, een andere verklaring voor het extreme gedrag van S. is er niet.
Zo zei de psychiater dat.
Het Openbaar Ministerie vond dat ongepast.
De deskundige werd tijdens de zitting neergezet als een prutser die voor veel geld flutwerk had geleverd.

In de aanloop n
aar de inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het gerechtshof twee nieuwe (andere) gedragsdeskundigen – een psychiater en een psycholoog – de opdracht gegeven om nog een keer bij S. tussen de oren te kijken.
Het zekere voor het zekere en in het belang van dat ene grootse goed: de waarheid.

Anderhalve week geleden werden de bevindingen van die twee andere deskundigen geopenbaard op een tussentijdse zitting bij het gerechtshof.
En wat beweren zij?
Alasam S. is ontoerekeningsvatbaar.
Zij sluiten hiermee aan bij het pruts- en flutwerk van de afgeserveerde psychiater.
Hun deskundige bevindingen staan haaks op die van het Pieter Baancentrum, deskundige bevindingen die de rechters in Groningen voor waar hielden.

Strafrechtadvocaat Mathieu van Linde had al eerder betoogd dat S. ontoerekeningsvatbaar is en dat de consequentie daarvan is – moet zijn – dat aan de verdachte dader geen straf kan worden opgelegd.
Van Linde is dus ook te spreken over het andere inzicht dat nu bij het hof op tafel is gelegd.
Hij zei tegen de raadsheren (rechters): ‘De zaak Baflo kenmerkt zich door buitengewone ernst en de lange celstraf die is opgelegd. Alleen daarom al is het wenselijk dat alles wat te onderzoeken is, ook onderzocht moet worden.’

Nu zou je denken dat de advocaat-generaal (dat is de officier van justitie in hoger beroep) namens het Openbaar Ministerie instemmend zat te knikken.
Sterker nog: dat hij in het diepst van zijn hart – het hart dat zijn magistratelijke bloed in de rondte pompt – de advocaat in de armen zou nemen, onderwijl roepende: ‘Yez. Lang leve de waarheidsvinding!’

Maar dat gebeurde niet.
De advocaat-generaal keek zelfs helemaal niet blij.
De magistraat keek chagrijnig, alsof hij geen zin had ook maar iets extra’s te doen in het belang van de waarheidsvinding.
De waarheid staat misschien voor hem al lang vast.
Nu al, terwijl het proces nog moet beginnen.
Misschien gaat dat zo in de praktijk.

De advocaat wil de psychiater en de psycholoog nu als getuige-deskundigen horen op de zitting.
Maar ook daar heeft de aanklager geen zin in.
Hij zei: ‘Nee, nee. Dat gaat me veel te ver. Ik zie geen enkele noodzaak dat die deskundigen moeten worden gehoord. Dat valt maar in herhaling.’

Nee, nee, veel te ver, zie geen enkele noodzaak, dat valt maar in herhaling…

In een strafzaak waar de ernst het meest ernstig is, de straf het meest hoog, het verdriet onpeilbaar, de gebeurtenissen nog altijd niet te bevatten, in zo’n zaak zou je verwachten dat alle deelnemers onverschrokken staalbikkers zijn die hun werk doen op het scherp van de snede.

Rob Zijlstra
.

scherp / scherpst van de snede

 

UPDATE –  7 mei 2014 – tussenarrest
De advocaat van Alasam S. krijgt voor een deel zijn zin. Tijdens de zitting moeten vijf deskundigen (opnieuw) worden gehoord. Het gaat om de deskundigen van het Pieter Baancentrum en deskundigen die op verzoek van de verdediging zijn benoemd. Hun visies op toerekeningsvatbaarheid lopen sterk uiteen. De vraag die moet worden beantwoord is of S. handelde in een psychose of niet. Wanneer  sprake is van een psychose, kan geen straf worden opgelegd. Volgens het Pieter Baancentrum in een psychose niet aannemelijk, hoewel die ook niet helemaal wordt uitgesloten.

Het verzoek om een DNA-onderzoek te verrichten om te achterhalen of S. meer dan gemiddeld gevoelig is voor medicijngebruik is afgewezen.
Volgens de rechters is die vraag niet relevant.

Het streven is om de zaak in de maand juli inhoudelijk te behandelen. Het hof wil daar twee dagen voor reserveren.

 

tussenarrest
klik