Schoolvoorbeeld

Het is de nachtmerrie van elke school: negatief in de publiciteit komen als gevolg een zedenzaak.
Van seks.
Het is ook de nachtmerrie van iedere ouder: dat je kind niet veilig is op school, niet vanwege puisterige pestkoppen, maar omdat een docent zijn handen niet kan thuishouden.

Het Hogeland College in Warffum kan hier flink over meepraten.
Niet dat de school dat doet overigens.

De voormalige rector van deze school ging over de schreef toen hij vijf jaar geleden op een muziekavond, vlak voor kerst, eerst zoende met een leerlinge in de lerarenkamer en daarna met diezelfde leerlinge seks had in een ietwat afgelegen noodlokaal.

De rector, toen 65 jaar, was smoorverliefd en hij dacht dat Hannie, zij was destijds 15 jaar, die fijne gevoelens met hem deelde.
Moreel verwerpelijk, noemde de rector zijn gedrag van toen.
Hij zei dat op een eerdere zitting in maart dit jaar.
Hij ontkent dat hij Hannie heeft gedwongen seks met hem te hebben.
Dan heet het verkrachting.
Hannie zegt dat dat wel het geval is geweest.

De officier van justitie heeft tegen de inmiddels 70-jarige man een gevangenisstraf geëist van acht maanden.

In maart suggereerde de rector dat Hannie eerdere negatieve seksuele ervaringen misschien wel op hem projecteert.
Hij zei: ‘Misschien is ze verkracht, maar niet waar ik bij was.’

Advocaat Oscar Schuur kon die suggestieve opmerking onderbouwen: hij beschikt over een vertrouwelijk rapport dat een GGZ-psycholoog heeft geschreven over Hannie. Dat rapport moesten de rechters maar eens lezen en dan zouden ze misschien ook denken dat Hannie niet altijd even betrouwbaar is.

Maar de rechters deden iets anders. Zij vroegen zich in maart af hoe de advocaat aan dat vertrouwelijke rapport kwam, een rapport immers dat is opgesteld door GGZ-iemand die wettelijk een geheimhoudingsplicht heeft.
De politie moest het uitzoeken.

Dat is gebeurd en dinsdagochtend werd de strafzaak tegen de oud-rector voortgezet. Voor het Hogeland College wordt het er niet beter op.
Want wat blijkt het geval?

Een docente – zij was de mentor van Hannie – heeft het rapport aan de verdachte rector gegeven.
Zelf had ze het stuk in vertrouwen van Hannie gekregen.
De docente dacht op die manier een bijdrage te leveren aan de waarheidsvinding.
Want de docente vond het verhaal van de rector geloofwaardiger dan dat lelijke verhaal van Hannie.
Het rapport zou de rector in zijn verdediging goed van pas komen.

De politie heeft ook de huidige rector vragen gesteld.
Zij antwoordde dat ze het verbijsterend had gevonden dat die docente het rapport aan de verdachte rector heeft gegeven.
Ze heeft de docente daarom ook een tik op de vingers gegeven door haar mondeling te berispen.

Hannie vertelde in maart aan de rechtbank dat de docente die zij in vertrouwen had genomen, tegen haar had gezegd dat ze maar beter geen aangifte kon doen.
De docente ontkent dat nu.
Ze zou juist hebben geadviseerd wel naar de politie te gaan.

In 2009 drong langzaam tot het docentenkorps van het Hogeland College door wat er aan de hand was.
Dat kwam omdat Hannie aangifte had gedaan en de rector werd gearresteerd.

De docente verklaarde ook bij de politie dat ze het maar raar en moeilijk vond allemaal, temeer omdat ook de echtgenote van de rector op de school werkt.
Tegen de politie: ‘Iedereen ging maar gewoon door alsof er niets aan de hand was. Maar ik lag nachten wakker.’
Uiteindelijk gaat ze in op een uitnodiging van de rector en diens echtgenote om er eens over te praten.
En toen nam ze dat rapport mee.

De officier van justitie wil dat het vertrouwelijke rapport zoals de advocaat dat heeft ingebracht uit het strafdossier wordt verwijderd.
Ze zegt dat de advocaat het immers op onrechtmatige wijze in handen heeft gekregen.
En onrechtmatig verkregen bewijs hoort uitgesloten te worden.
Door het rapport aan de rechtbank te geven brengt de advocaat bovendien schade toe aan het slachtoffer.

De officier van justitie: ‘Een advocaat heeft een grote vrijheid, maar wel in gebondenheid. Hij dient ook rekening te houden met de belangen van het slachtoffer.’

Advocaat Schuur zegt dat het niet veel gekker moet worden.
Zegt dat hij juist alles moet doen dat in het belang is van een verdachte. En dat hij helemaal geen rekening moet houden met de belangen van een slachtoffer. Zou hij dat wel doen, dan zou hij in strijd handelen met de gedragregels van de advocatuur.

De rechtbank trekt zich terug voor beraad dat anderhalf uur gaat duren.

De rechtbank oordeelt uiteindelijk dat de advocaat niet onrechtmatig heeft gehandeld.
De status van het GGZ-rapport is weliswaar vertrouwelijk, maar de wettelijke geheimhoudingsplicht die er op rust geldt niet voor de docente.
Het is het slachtoffer zelf die het rapport aan de docente heeft gegeven.
Daarmee is, zo zeiden de rechters, het rapport uit de sfeer van de geheimhouders gehaald.

En zo kwam het dat het vertrouwelijke rapport nu onderdeel is van het strafdossier waarop de rechters over twee weken hun vonnis moeten baseren.

De officier van justitie zei – nadat het rapport kort achter gesloten deuren was besproken – geen reden te zien haar strafeis van acht maanden te wijzigen.
De advocaat zei dat hij heeft gezegd wat hij heeft moeten zeggen.
De rector zei niks.

Wat de uitkomst over twee weken ook is, het Hogeland College lijkt mij in deze kwestie geen schoolvoorbeeld.

Rob Zijlstra

.

Het verslag van de zitting in maart: leslokaal 15

.

UPDATE – 7 juni 2010 – uitspraak
De rechtbank heeft de rector schuldig bevonden aan ontucht met een minderjarige die ouder dan 12, maar de leeftijd van 16 nog niet heeft bereikt. Een ernstig feit, aldus de rechters in het vonnis. De rector heeft, nadat hij ‘roekeloos verliefd’ was geworden op de leerlinge zijn seksuele lusten laten gelden. Ook het feit dat de man lange tijd een contact met de leerlinge per email onderhield, waarin intieme zaken werden besproken, valt hem zwaar aan te rekenen. De rector, vijftig jaar ouder, had beter moeten weten.

De opgelegde straf: 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden. Verder moet de man 2000 euro schadevergoeding betalen.

Dat de straf lager is dan de eis heeft onder meer te maken het feit dat de man berouw heeft getoond, dat hij zich schaamt, dat de zaak vijf jaar oud is en dat de man, die in de woonomgeving enige bekendheid geniet, ook is gestraft door de publiciteit over de zaak.

Ook is er sprake van een vormfout die justitie wordt aangerekend. Justitie heeft de vervolging bewust uitgesteld, omdat het slachtoffer pas aangifte wilde doen nadat ze eindexamen had gedaan. Zou ze direct aangifte doen, dan zou ze, zo was de vrees, haar opleiding elders moeten voortzetten. Volgens de rechtbank had justitie echter ‘met spoed’ vervolging moeten instellen.

Van de kant van het slachtoffer: die kan zich vinden in de opgelegde straf.  ‘Hij is veroordeeld. Voor ons hoeft hij niet de gevangenis in.’ Gehoopt wordt dat justitie niet in hoger beroep gaat, zodat een punt achter de zaak kan worden gezet.

HET VONNIS

Leslokaal 15

Aan het einde van de lange zitting, in zijn laatste woord, richt hij zich via de rechters tot het slachtoffer.
Hij zegt: ‘Ik hoop dat ze een goed mens wordt, beter en sterker dan ik uiteindelijk bleek te zijn.’

De tranen komen als hij van de gelegenheid gebruik maakt zijn vrouw te bedanken.
Diep zuchtend, trillerig slokje water: ‘Zonder haar steun had ik het niet gered.’

De steun zit achter in de zaal.
Ze zijn 34 jaar getrouwd.
Hij had haar leren kennen toen zij 18 jaar was en zijn leerling.

De officier van justitie zegt dat ze had moeten denken aan een boek dat ze las toen zij op de middelbare school zat.
Of mice and men van John Steinbeck.
Over de grote, domme Lennie die gek is op het strelen van zachte dingen.
Dat loopt slecht af.

Hans was heel lang geen domme man, maar leraar en later rector van de school.
Zeven jaar geleden stopte hij met werken en ging hij zich met andere maatschappelijke zaken bezighouden.
In het dorp genoot hij met zijn grote sociale vaardigheden aanzien.
In de rechtszaal zegt hij gedwee dat hij elke straf die hem wordt opgelegd, zal accepteren.

Hij is nu 70 jaar.
De officier eist acht maanden gevangenisstraf.

Op 23 december 2005 is er op school een muziekavond.
Na de pauze, als iedereen weer naar de zaal gaat, is Hans met Hannie in personeelskamer.
Daar zoent hij haar.
Dan gaan ze naar een verlaten noodlokaal, naar leslokaal 15.

Hans: ‘We lagen naakt naast elkaar. Nou ja, misschien had ik mijn sokken nog aan. We frunnikten wat.’
Het gebeurde omdat ze het hadden afgesproken, zegt Hans.
Een avond eerder, via de e-mail.

Rechters: ‘Het lijkt op een puberaal afspraakje.’
Hans zegt dat hij besefte dat het niet goed was, moreel verwerpelijk ook.
Hij was die avond tegen twee uur ’s nachts ‘behoorlijk in de war’ thuisgekomen.
Zijn steun van nu lag toen al in bed.
Hij was in een stoel gaan zitten, in de veronderstelling dat elk moment de deurbel zou gaan en dat hij dan zou worden meegenomen naar het politiebureau.

De rechters: ‘Het gevoel won het van de ratio.’
Hans bevestigt dat en zegt dat hij smoorverliefd op Hannie was geworden.
En dat hij dacht dat Hannie ook bepaalde gevoelens voor hem had.

Hannie was 15 jaar.
Zij heeft een andere lezing van de gebeurtenissen in het leslokaal.
Ze zegt dat ze niet vrijwillig is meegegaan.
Dat ze hem niet zoende toen hij dat wel deed.
Dat ze in een shock was.
Dat ze het had moeten doen.
Dat ze hem had horen kreunen toen hij haar daar op de grond verkrachtte.

Rechters: ‘Liegt ze?’
Hans: ‘Misschien is het gebeurd, maar niet in lokaal 15, niet waar ik bij was.’
Hij zegt dat hij bedoelt dat zij eerdere negatieve ervaringen met seks op hem projecteert.
Misschien.

Het afspraakje van die avond kwam niet uit de lucht vallen.
Al sinds 2003 onderhielden ze een correspondentie per e-mail die bij toeval was begonnen nadat hij haar vanuit het brugklaskamp op Schiermonnikoog naar huis had begeleid omdat ze plots eerder weg moest.
Zij had hem later een kaartje gestuurd om te bedanken.
Hij had toen haar e-mail opgezocht om haar weer te bedanken voor dat kaartje.

Zo was het begonnen.
De mailtjes – zo’n 200 in twee jaar tijd – werden steeds persoonlijker en daarna ook intiemer.
Het was gewoon leuk en gezellig, zegt Hans.
‘Ja, achteraf…’

Rechters: ‘Wie nam het initiatief in die correspondentie?’
Hans: ‘Ik heb wel moeite gedaan om het in stand te houden.’

Ze hadden ook gechat, MSN. Dan gebruikte hij een andere naam. Dan was hij Wietse. Voor de grap. Hij had het heftig gevonden. Nee, hij had haar absoluut nooit gevraagd te dansen voor haar webcam.
Hannie zegt van wel.

Een paar dagen voor het feest op school had Hans, zegt hij, het gevoel dat Hannie een beetje wild was.
‘Ik had het idee dat ze een ruig weekeinde wilde. Ze had het over Amsterdam.’
Na dat weekeinde mailde hij haar en vroeg: ‘En was het ruig?
Zij: ‘Viel mee.’
Hij reageerde met de mededeling dat hij veel aan haar had gedacht.

Rechters: ‘En toen wilde u seks met haar.’
Hans: ‘Niet goed, maar het was toen zo. Achteraf…’

Hannie had een docente van de school in vertrouwen genomen en alles verteld.
De docente had gezegd dat ze maar geen aangifte moest doen.

Ze gaat toch naar de politie, maar is bang dat ze geen leven meer op school heeft als Hans wordt aangehouden. Ook omdat zijn echtgenote les geeft op school.
Hannie zegt dat ze pas aangifte zal doen na haar eindexamen.
Politie en justitie overleggen en besluiten dat de belangen van Hannie zwaarder moeten wegen dan het belang van strafvervolging.

Op 12 januari 2009 wordt Hans alsnog aangehouden, want Hannie had woord gehouden. In het tweede verhoor legt hij een bekentenis af.
Alleen de verkrachting ontkent hij.

Hij had haar brieven geschreven.
Ook aan haar ouders.
Boodschap: hou het alstublieft stil.

Tegen de rechters: ‘Ik schreef omdat ik bang was dat ze zichzelf verwijten zou maken. Ik wilde het op een goede manier afmaken, een goed afscheid, zodat we er allebei mee konden leven.’
Rechters: ‘U wilde de regie houden.’
Hans: ‘Ik zal het mezelf nooit vergeven.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 18 maart 2010 – tussenvonnis
De rechtbank heeft het onderzoek heropend. Tijdens de zitting heeft de advocaat twee stukken overlegd op grond waarvan volgens de advocaat getwijfeld zou kunnen worden aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer. De rechters hebben hier vragen over. Zo geldt voor een van de stukken het beroepsgeheim. Ook stelt de rechtbank – in het kader van hoor- en wederhoor – dat het openbaar ministerie in de gelegenheid moet worden gesteld te reageren op de stukken. Een en ander betekent dat de strafzaak op 25 mei wordt voortgezet.

Het vervolg van de strafzaak (25 mei): schoolvoorbeeld