Misdaadtranen

Een klap
Man op de motorkap
Het is Geert, die ook uit het café komt

 

In zittingszaal 14 is geen ruimte voor droefheid over het lot van een verdachte.
Er zijn bijvoorbeeld verdachten die al maanden vastzitten en zodoende hun kleine kinderen missen.
Zulke verdachten willen heel graag naar huis.
Logisch, zingen officieren van justitie dan ongevoelig in koor, want wie vast zit, wil vrij.
Zou dat niet zo zijn, dan zou de wereld op de kop staan.

Dat er in de rechtszaal geen ruimte is voor medelijden, wil niet zeggen dat geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden van verdachten.
Strafrechtspraak is geen wiskunde, maar of tranen helpen?

Mick is een grote, stoere man van 45 jaar.
In een misdaadfilm zou hij de gemene gangster kunnen zijn.
In het echt is hij dat een beetje.
In de politiesystemen heeft Mick code 4 achter zijn naam staan.
Betekent dat hij in het echt vuurwapengevaarlijk is.
Wanneer hij moet worden aangehouden – moet soms – moet altijd een arrestatieteam worden opgetrommeld.

Hij beklaagt zich bij de rechters.
Zegt: ‘Elke keer wanneer ik word opgepakt door het arrestatieteam, beweren agenten dat ik hen heb bedreigd. Altijd.’
Dat hij vuurwapengevaarlijk is, daar is hij het ook niet mee eens.
Tegen de rechters: ‘Ik heb niet eens een gun.’

Mick staat ditmaal terecht vanwege gedoe.
Hij zou zijn ex hebben bedreigd toen hij autopapieren kwam ophalen.
Er is iets met haar voordeur.
Bij de aanhouding die daarna volgde, zou hij lelijke dingen tegen agenten hebben geroepen en een van hen een stomp op de neus hebben gegeven.
Mick ontkent dat.
Zegt: ‘De politie liegt op mij.’
En verder, meldt zijn boze stem, heeft hij geen zin om er over te praten.

Dan ineens is er wat aan de hand in de rechtszaal.
Mick wordt afgevoerd naar de catacomben van het gerechtsgebouw waar de cellen van beton zijn. Het duurt een half uur alvorens de zitting wordt voortgezet, er is dan extra politie aanwezig.
Kort na de hervatting komt een kleine vrouw de rechtszaal binnen.
Mick kijkt heel even over de schouder en slaat dan de beide grote handen voor het gezicht.
En begint onbedaarlijk te huilen.

De rechters, geschrokken: ‘Wat is er nou?’
Mick, ontdaan: ‘Ik ben klaar met het leven van gevangenis in, gevangenis uit. Ik wil werken en niks meer fout doen.’
De reclassering, nuchter: ‘Micky is detentiemoe.’

De officier van justitie is niet onder de indruk van de plotselinge tranen en eist anderhalf jaar celstraf waarvan de helft voorwaardelijk mag.
De advocaat grijpt zijn kans.
Mick is aan de buitenkant een grote stoere man die wat bozig kan overkomen, maar iedereen heeft met eigen ogen kunnen zien dat hij ook een andere kant heeft.
De advocaat: ‘U moet niet de buitenkant beoordelen, maar de man die daar inzit.’
Als Mick even later wordt afgevoerd, kijkt hij heel even naar de kleine vrouw.
Het is zijn moeder.

Hij moet ondanks de vermoeidheid een jaar zitten.

Dan komt Tineke (40) de rechtszaal binnenlopen.
Zij is zelf moeder.
De stoel waarop Mick zat, is nu haar zitting.
Tineke oogt ook een beetje stoer en ook zij zal straks gaan huilen.
Meer overeenkomsten zijn er niet.
De misdaad waarvoor Tineke zich moet verantwoorden is geen fijne, het is een misdaad waarmee de publieke opinie snel klaar is.
Tineke is met haar dronken kop achter het stuur gekropen om een paar minuten later een fietser aan te rijden die daarbij ernstig gewond raakt.

Negen maanden met een boze Mick in een klein hok, dat zal haar leren.
Maar zo werkt het gelukkig niet.

Het gebeurde op 16 november vorig jaar.
Een zoon van een vriendin moet optreden in de plaatselijke kroeg.
Tineke gaat kijken, niet te lang.
Een uurtje.
Maar het is gezellig, er is witte wijn en ineens is het vier uur in de nacht.
Er is een leuke jongen van 17 die zegt dat hij wel met haar naar huis wil.
Maar Tineke wil alleen naar huis, dat is maar een kilometer verder.
Zegt: ‘Ik wilde weg, ik dacht, dat kleine stukje, dat kan wel.’

Ze stapt in haar Polo.
Het is geen heldere nacht, het heeft net geregend.
Er is een flauwe bocht en ineens fietsers.
Te laat.
Een klap.
Man op de motorkap.
Het is Geert, die ook uit het café komt.
Tineke zegt: ‘Als je dat overkomt, weet je niet wat je overkomt.’
Zegt: ‘Ik heb de fietsers wel gezien, dat is het stomme. Ik heb gewoon te laat gereageerd.’

Hoe dat zo kon gebeuren?, vragen de rechters naar de bekende weg.
Tineke: ‘Ik ben mij ervan bewust dat ik met drank op achter het stuur zat. Als ik niet had gedronken, was het niet gebeurd.’

Geert is er niet best aan toe.
Schedelbasisfractuur, gebroken jukbeenderen, gebroken sleutelbeen, gebroken schouderblad, overal gebutst.

Wanneer de rechters vragen hoe het nu met haar gaat, komen de tranen.
Ze snottert dat haar grootste zorg uitgaat naar het slachtoffer met wie ze een goed contact zegt te hebben.
Dat ze een dochter heeft en een zoon, dat ze na een moeilijk huwelijk in het belang van de kinderen is gescheiden en dat ze nu alleen de zorg heeft voor zoon en dochter die veel spijbelen en dreigen te ontsporen.
Dat het ontzettend veel energie vergt om alle ballen in de lucht te houden.
Dat ze de eigen woning als gevolg van die rotscheiding met veel verlies van geld heeft moeten verkopen, dat er daarom deurwaarders zijn en dat ze niet in aanmerking komt voor schuldhulpsanering vanwege deze rechtszaak.

Ze huilt dat haar kinderen haar nodig hebben, maar dat ze vijf dagen per week en ook op donderdagavond en soms op zaterdag moet werken.
Dat ze is aangewezen op de bus, omdat haar rijbewijs – snapt ze – is ingevorderd.
Dat de bus niet vaak in haar dorp komt.
Dat ze haar baan niet wil verliezen.
Dat ze soms wel veertien uur per dag van huis is.

Geert het slachtoffer, nog altijd onder behandeling en vaak duizelig en zonder reuk, had tegen haar gezegd dat ze nu vooral aan zichzelf moet denken.
De rechters zeggen tegen Tineke dat ze gelezen hebben dat ze haar rijbewijs niet terug heeft gevorderd – wat wel had gekund – omdat ze zich zo ontzettend schuldig voelt.

Tja, vraagt de officier van justitie hardop aan zichzelf, wat voor straf past hier nou bij?

Rob Zijlstra

→ volgens de landelijke richtlijnen die het Openbaar Ministerie hanteert is in deze zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden

→ het Openbaar Ministerie eiste in bovenstaande zaak een taakstraf van 180 uur, een maand voorwaardelijke celstraf en een rijontzegging van 2 jaar waarvan een jaar voorwaardelijk.

update – 22 mei 2015 – uitspraak
De rechtbank is niet ongevoelig gebleken voor de omstandigheden waarin Tineke de ballen omhoog moe houden. De (grote) zorg voor twee opgroeiende kinderen, een forse schuld en de noodzaak veel te werken maakt dat ze aan het eind eis van haar energie. De opgelegde straf, anders dan de eis: een taakstraf van 60 uur, 2 maanden voorwaardelijke celstraf en een rijtoezegging van 24 maanden waarvan 18 voorwaardelijk.

vonnis volgt – zodra beschikbaar

Trouwdag

Van de driehonderd verdachten die dit jaar voor de meervoudige strafkamer in Zittingszaal 14 terecht moesten staan, kwamen er maar veertien uit het westelijk deel van de provincie Groningen, uit het Westerkwartier.
Voor het idee: Oost-Groningen leverde tot nu toe honderd verdachten.
De stad Groningen 136.

Misdaad is kennelijk niet erg in trek in de westelijke regio.
Misschien dat het daardoor kwam dat politie en justitie de zaak waren vergeten.
Het dossier had ergens op een plank gelegen en er was niemand die een keer dacht ‘wat gek is dat’ of aan de bel trok.

Hotse (61) zul je er niet over horen klagen.
Hij is dit jaar die veertiende verdachte uit het Westerkwartier.
De officier van justitie zei dat ze Hotse graag voor langere tijd in de gevangenis had gezien, dat dat ook passend zou zijn vanwege de ernst van de zaak.
Maar helaas.
Het dossier heeft veel te lang op de plank gelegen en die fout dient voor rekening te komen van justitie.

Om die reden eiste de officier van justitie een taakstraf van 240 uur en acht maanden voorwaardelijke celstraf.
Ze voegde daar aan toe dit heel teleurstellend te vinden voor het slachtoffer.

Het vergeten dossier bevat geen vrolijk verhaal.

Hotse heeft zijn stiefdochter Jetje seksueel misbruikt.
Hij deed van alles bij haar en zij moest van alles bij hem doen.
Ze deden dat op haar kamer, bij hem thuis in het kippenhok in Grootegast en als ze samen gingen vissen in Lettelbert of in de buurt van Visvliet.

Het had nooit mogen gebeuren, zegt Hotse tegen de rechters.
De rechters zeggen dat hij het nooit had moeten doen.
‘Gebeuren’ klinkt alsof het hem is overkomen.
Hotse vindt dat ook.
Zegt: ‘Zij nam vaak het initiatief.’

In de rechtszaal is dat doorgaans een heel fout antwoord.

Als Jetje 2 jaar en vier maanden oud is, komt Hotse in haar leven.
Hij trouwde toen met haar moeder die de vader had zien vertrekken.
Moeder en Jetje gaan bij Hotse wonen met de bedoeling zo nog lang en gelukkig te leven.

Jetje wordt groter, maar haar geestelijke vermogens groeien niet mee.
Ze bezoekt speciale scholen en als ze 19 jaar wordt – het is dan november 1998 – gaat ze zelfstandig, maar onder de hoede van stichting De Zijlen begeleid wonen, eerst in Marum, later in Tolbert.
Hotse beschouwt Jetje als zijn eigen dochter.
Hij bezoekt haar vaak, zomaar of om klusjes te doen op haar kamer.
Regelmatig neemt hij haar mee om te vissen langs de waterkant.

Zo wordt het 2003.
Jetje vertelt dan aan haar begeleiders dat ze seksueel wordt misbruikt door haar stiefvader.
Ze vertelt dat omdat ze zo bang is dat haar zusje, die dan 13 jaar is, hetzelfde zal overkomen.
De politie wordt erbij gehaald.
En ook Hotse.

En dan gebeurt er iets bedenkelijks: begeleiders, politie en Hotse komen overeen dat hij Jetje niet meer alleen zal bezoeken.
En dat niemand iets aan de moeder van Jetje, de echtgenote van Hotse, zal vertellen.

Met haar verstandelijke beperking wordt Jetje opgezadeld met een groot geheim.
De verstandelijk volmaakten denken op deze manier een nare kwestie te hebben opgelost.

Maar Jetje mag dan beperkt zijn, helemaal gek is ze niet.
Het geheim dat ze met zich mee moet dragen, wordt steeds zwaarder.
Haar stiefvader had gedreigd zich te zullen verhangen als ze het toch zou vertellen.
In oktober 2007 wordt de last ondraaglijk.
Jetje vertelt alles aan haar moeder.

Hotse tegen de rechters: ‘Mijn vrouw kwam op een dag thuis, helemaal over de rooie. Uitgerekend op onze trouwdag.’
De scheiding volgt twee maanden later.
In juni 2008 doet Jetje, samen met haar begeleiders, alsnog aangifte.
In september van dat jaar wordt Hotse aangehouden en verhoord.
Hij bekent.

En daarna wordt de zaak vergeten en riep geen van de betrokkenen ‘wat gek’.

Hotse is nu boos.
Hij is boos omdat de afspraak die in 2003 was gemaakt – we vertellen niks en er wordt geen aangifte gedaan – is geschonden.
Bij volle verstand zegt hij dat zijn scheiding en het feit dat hij Jetje nu niet meer mag zien, de schuld is van de begeleiders.

Hotse: ‘Ze zouden er geen ruchtbaarheid aan geven.’
De rechters: ‘U voelt zich een beetje slachtoffer.’
Hotse: ‘We zijn beide schuldig aan deze zaak.’
Rechters: ‘U maakte misbruik van een kwetsbaar mens.’
Hotse: ‘Zij nam het initiatief.’

Rechters: ‘U geeft anderen de schuld.’
Hotse: ‘Het zal niet weer gebeuren.’
Rechters: ‘Seksueel uitgeblust?’
Hotse: ‘Ja. Het boeit me niet meer.’

De rechters merken nog op dat Jetje eerder, toen ze 13 jaar was, ook seksueel is misbruikt. Toen door pake.
En dat Hotse die man de deur heeft gewezen en nota bene aangifte deed.

De advocaat zegt dat het misschien helemaal niet waar is, dat Jetje door haar gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens niet in staat was haar wil te bepalen, die kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden toen Hotse voor klusjes of met de vishengels langskwam.
Dat in het vergeten dossier ook te lezen valt dat ze wel eens weigerde en dan wegliep. En dat Jetje vroeger op school al uitdagend was naar jongens.
De advocaat zegt dat wat Hotse heeft geflikt laakbaar mag heten, maar in juridisch opzicht misschien niet strafbaar is.

Jetje ziet dat anders.
In een brief aan de rechtbank schrijft ze dat ze het ‘niet leuk vindt’ en hoopt dat haar stiefvader, ‘die wijzer is dan ik’ een straf krijgt die hij nooit zal vergeten.

Dus dat de vergeten zaak altijd in zijn herinnering blijft.

Rob Zijlstra

uitspraak op 25 november

.

UPDATE – 12 november 2010 – vergeten
Hoe kan het openbaar ministerie een dossier vergeten? Justitiewoordvoerster Kirsten Smit zegt desgevraagd: ‘Het dossier is onder een verkeerde code ingeboekt. Het gevolg was dat het dossier op een een verkeerde afdeling belandde en vervolgens is gaan rondslingeren. Het is gewoon een domme fout, iets anders kunnen we er niet van maken.’

.

UPDATE – 25 november 2010 – uitspraak
Uiterst laakbaar. Dat hebben de rechters in het vonnis geschreven. De feiten zijn gekwalificeerd als aanranding van een eerbaarheid, meermalen gepleegd. De termijn waarin de zaak is afgehandeld, mag onredelijk heten en heeft ook consequenties voor de straf: een korting van 2 maanden.  Het vonnis: niks werkstraf van 240 uur, maar een gevangenisstraf van 28 maanden.