Betamelijke leugens

Schermafbeelding 2015-08-20 om 20.58.12

Er was eens een strafrechter die tijdens een rechtszaak een kakelende verdachte onderbrak om hem van een advies te voorzien.
Dat luidde dat de verdachte best mocht liegen (‘het is uw strafzaak’), maar dat hij dat dan wel een beetje op een geloofwaardige manier moest doen.
Anders, zo sprak de rechter gemoedelijk, heeft uw liegen geen zin.

Liegen is iets vertellen terwijl je weet dat het niet waar is.
Dat is best lastig.
Er moet sprake zijn van boze opzet, want anders ben je een fantast.
Per ongeluk liegen kan ook, maar dan heet het een vergissing.

Wikipedia leert (of beweert) dat een (1) procent van de bevolking bestaat uit radicaal eerlijke mensen.
Vijf procent bestaat uit pathologische leugenaars, onder hen de narcisten en psychopaten.
De rest – 94 procent – wordt gevormd door gewone mensen die liegen, maar dat doen binnen de grenzen van de betamelijkheid.

Ik weet niet helemaal zeker tot welke groep Klaas moet worden gerekend, maar moest ik kiezen dan valt Klaas onder de gewone mensen.
Wat hem is overkomen, is daarentegen tamelijk ongewoon.
Klaas had gedoe met zijn partner waar hij niet op zat te wachten.
Ze zei dat ze hem zou gaan verlaten.

Klaas was ten einde raad en besloot een Crvena Zastava aan te schaffen.
In het circuit waar zoiets kan, bedroeg de dagprijs 1500 euro.
Een Crvena Zastava is een semi-automatisch handvuurwapen waarmee je partners die je willen verlaten dood kun schieten.

De officier van justitie zegt dat Klaas zijn aanstaande ex-partner heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht.
Hij duwde haar het pistool onder de neus terwijl hij lelijke dingen riep.
De partner schrok zich dood (niet echt) en belde de politie.
Die kwam met spoed en Klaas werd gearresteerd.

Klaas zucht en zegt dat het anders is gegaan.
Hij zegt dat hij haar niet heeft bedreigd.
Hij wilde zelfmoord plegen.
Zonder haar wilde hij niet meer leven.
Het wapen had hij laten zien om haar klip en klaar duidelijk te maken wat hij van plan was te gaan doen.
Met zichzelf.

Tja, zucht ook de advocaat.
Tegen de rechters: ‘Wat voor een straf moet je nou iemand geven die met een wapen rondloopt om daarmee zelfmoord te plegen?’
De officier van justitie geeft het antwoord: ‘Twaalf maanden gevangenisstraf waarvan de helft voorwaardelijk met na detentie nog eens een half jaar electronisch toezicht middels een enkelbandje.’

Misschien was het een leugen om bestwil.

Diezelfde rechters moeten ook iets vinden van de schier onnavolgbare woorden waarmee Hasad de rechtszaal liet volstromen.
Hasad was net thuis die middag, even voor half vijf, toen de overburen eerst de brandweer belden en toen hem te hulp schoten.
Uit het dak van zijn tussenwoning in Leek kwam namelijk rook.

De toegeschoten overburen waren de bewoners van het tegenover zijn huis gelegen politiebureau. De overburen vroegen of de brandweer ergens rekening mee moesten houden als lieden de woning zouden betreden.
Hasad loog niet en zei: ‘Op zolder is een hennepkwekerij.’
Hij zei dat in de hitte van het moment.

Het vuur was vlot bedwongen, de buurtagenten telden toen de rook om hun hoofden was verdwenen tientallen bloempotten met steenwol, 19 jerrycans waarin groeimiddel had gezeten, lampen, filters en zo nog wat attributen.
Een optelsom van het materiaal doet de officier van justitie vermoeden dat er op die zolder 225 hennepplanten hebben gestaan.
De standaardrekensom levert een geschatte opbrengst (winst) op van ruim 21.000 euro.

De officier van justitie eist dat Hasad dit bedrag afdraagt aan de staatskas.
Daarnaast, voor het idee, nog een werkstraf van 160 uur.

Hasad begint te praten met de bedoeling, zo klinkt het, daar voorlopig niet meer mee op te houden.
Misschien denkt hij wel dat zo lang hij aan het woord is, de rechters hem niet kunnen veroordelen.
Uit de woordenstroom kan worden opgemaakt dat Hasad wil doen geloven dat hij geen weet had van een kwekerij op zolder, dat hij immers nooit op zolder kwam, dat hij in Turkije was bij zijn zieke vader, nee, dat hij hier in het ziekenhuis lag met zijn eigen ziekte, dat er iemand in zijn huis verbleef, zijn dochter, mannen van Enexis, oh, nee, het was ene Paul die hij verder niet kent, dat 225 plantjes nooit ruim 21.000 euro kunnen opleveren, dat…

Kortom, vatte de advocaat samen, er mag voldoende twijfel zijn.
Ik denk dat Hasad tot de radicale eerlijken noch tot de psychopaten behoort.
Ik denk dat hij tegen beter weten in probeerde het vege lijf te redden.

Cornelis uit Winschoten is vorige week 51 jaar geworden, een leeftijd die je hem niet geeft.
Hij oogt veel ouder en spreekt met een stem van een versleten arbeider.
Niet uitgesloten kan worden dat hij zich heeft bekeerd tot die kleine groep van radicale eerlijken.
Cornelis heeft namelijk niets meer te verliezen; hij heeft niet meer zo lang.
Het leven dat hij heeft geleefd, heeft ertoe geleid dat zijn lichaam op is.
Gesloopt.
Hij staat op instorten.
Waarom dan nog liegen?

De beschuldiging is dat hij met Ricardo een woningoverval heeft gepleegd.
Ricardo is een kwieke 49-jarige man die een bedenkelijke criminele reputatie in Oost-Groningen geniet.
Bij de overval is ook geschoten.
Het doel was de drugs die in die woning lag, buit te maken.
Ricardo ontkent wat past bij zijn reputatie.
Cornelis ontkent niet.
Hij vertelt dat Ricardo hem had gedwongen mee te gaan.
Hij moest met de loop van een pistool in de rug op deur van de woning kloppen.
Omdat hij drugsgebruiker is, zouden ze voor hem de deur openen.
Hij moest dan voor vijftig euro ‘wit’ bestellen.
Toen hij dat staande in de deuropening deed, wurmde de gemaskerde Ricardo zich schietend naar binnen.
Cornelis: ‘Ik heb toen gemaakt dat ik wegkwam. Voorzichtig, want hard lopen kan ik niet meer. Vanwege de longen.’

Hij zegt dat hij al jaren door Ricardo wordt gebruikt en misbruikt, door hem wordt mishandeld, geterroriseerd.
Dat hij zich met zijn verwoeste lichaam niet kan verweren, dat hij het terreur moet ondergaan. Ricardo tegen wie zes jaar celstraf wordt geëist, zwijgt.

Cornelis moet als het aan de aanklager ligt twintig maanden de gevangenis in.
Als zijn woorden niet gelogen zijn, dan gaat hij dat niet volhouden.

Rob Zijlstra

update – 31 augustus 2015
Klaas is conform de eis veroordeeld tot 12 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Na detentie wordt hij nog een half jaar onderworpen aan elektronisch toezicht. En dan is er ok nog een contactverbod met zijn ex. Ook Hasad is veroordeeld: 120 uur werkstraf, een maand voorwaardelijk en het betalen van die ruim 21.000 euro.

Ricardo heeft 5 jaar gekregen.

Cornelis is geen medepleger zoals het openbaar ministerie dat zag, maar medeplichtig. Dat scheelt aanzienlijk. De rechters vindende dat er sprake is van psychische overmacht. Wel wordt rekening gehouden met de bijzondere situatie waarin hij zich bevond en met zijn ‘maatschappelijke teloorgang’. De straf: 453 dagen waarvan 360 voorwaardelijk. De straf is gelijk aan de periode die hij in voorarrest heeft gezeten.

 

Turks vuur

Schermafbeelding 2013-10-09 om 11.14.45Het is de nacht van 26 op 27 mei 2012, Kloosterlaan, Winschoten.
Een bewoonster van deze straat kan de slaap niet vatten en tuurt maar wat naar buiten.
Plots ziet ze een vreemd figuur – normaal postuur – in de woning van de buren.
Wel een beetje raar, want de buurtjes waren toch op vakantie?
Piekerend valt ze alsnog in een sukkelslaap om twee uur later, rond half drie, wakker te schrikken.
Het huis van de buren staat in lichterlaaie.
Buuf belt 112.

De brand is zo heftig dat de complete bovenverdieping naar beneden zakt.
De buurvrouw vertelt aan de politie wat ze heeft gezien: vreemd figuur, normaal postuur.
Een agent constateert dat de achterdeur niet op slot zit, maar de bewoners wel op vakantie.
Er wordt rekening gehouden met brandstichting.

Er is nog iets merkwaardigs.
Twee maanden eerder zijn op de gevel van de bewuste woning hakenkruisen geklad.
Dat gebeurde ook in de nacht.
De bewoner heeft een Turkse achtergrond.
De politie is van het incident op de hoogte.

Johan (28) zegt, beetje bokkig, tegen de rechters dat hij er niets mee te maken heeft.
Wesley (25) zegt van wel.
Hij zegt – hoewel niet heel enthousiast – dat hij het heeft gedaan.
Samen met Johan.
Johan zegt dat ze ooit vrienden waren, maar nu zeker weten niet meer.
Eenmaal zie ik dat ze even oogcontact hebben: het is een dodelijke blik.

Hakenkruisen zijn in Winschoten helaas geen zeldzaam verschijnsel.
Er is ook een aantal kunstwerken ontsierd met nazi-teksten en hakenkruisen.
De politie komt niet verder dan vermoedens.
De brand is zo heftig geweest dat bruikbare sporen in rook zijn opgegaan.

Maar dan meldt zich een criminele informant van de politie.
Hij zegt tegen betaling dat de woning helemaal niet door neonazi’s of zo in brand is gestoken, maar in opdracht van de eigenaar.
De brandstichter is een jongen met een normaal postuur, met het haar in stekeltjes.
Tijdens de brand, weet de informant ook, stond de paarse auto van de brandstichter iets verderop geparkeerd.
Die auto is nu niet meer van hem.
Deze informatie van de klikspaan wordt gekwalificeerd als betrouwbaar.

De politie weet dan al dat de woning voor de brand geruime tijd te koop stond.
De eigenaar wilde er 288.000 euro voor hebben.
Op het internet staan nog altijd de interieurfoto’s waar weinig van is overgebleven.

Johan heeft kort haar met stekeltjes, maar dat iemand dat heeft gezien is onbestaanbaar, zegt hij tegen de rechters: ‘Ik heb altijd de pet op, behalve onder de douche en als ik slaap.’
Wesley: ‘We hebben ook de hakenkruisen in opdracht van de bewoner aangebracht. Johan was daar bij. En ook Jan.’
Jan zal dat later desgevraagd bevestigen.
Jan is de criminele politie-informant.
Aan de brand heeft hij niet meegedaan, dat mocht niet van zijn vriendin.

Wesley vertelt dat ze er 800 euro voor hebben gekregen, voor de beklading en de brand.
De achterdeur zou openstaan, sporen van braak zijn vooraf aangebracht.
Ze moesten de brand stichten op de bovenverdieping.
Wesley sprenkelde benzine over vloerbedekking.
Toen hij het vuur er niet in kon krijgen, riep hij Johan.
Toen lukte het wel.
Zo is het gegaan, zegt Wesley.

Johan: ‘Ik heb er niks mee te maken.’

Na de informantentip komt Johan vrij snel in beeld.
Hij heeft een paarse auto gehad.
In januari, bijna acht maanden na de brand, wordt zijn telefoon aan een onderzoek onderworpen.
Het is opgevallen dat Johan vaak van nummer wisselt, maar niet van toestel.
Uit gegevens komt naar voren dat kort na de brand negen maal telefonisch contact is geweest met een 06-nummer, een nummer van een vrouw.
Die vrouw heeft een vriend: Wesley.

Het zal dan nog vijf maanden duren alvorens de politie denkt de zaak rond te hebben.
Op 24 juni worden Johan, Wesley en de eigenaar van de woning gearresteerd.

Johan zegt dat het wel klopt, dat het kan dat hij die dag in Winschoten is gesignaleerd, het was de dag dat zijn overleden vader jarig zou zijn geweest.
Hij had drugs gekocht en in de buurt van de Kloosterlaan op een parkeerplaats gestaan om er een joint te roken.
Johan: ‘Ik ben de auto niet uitgeweest.’

Wesley zegt dat hij een keer een fiets aan de Turkse man heeft verkocht.
Dat is een beetje zijn dingetje, fietsen verkopen.
De man had gevraagd of hij wel eens wat klusjes wilde doen.
Zegt: ‘Zo is het gekomen, stapje voor stapje.’

De rechters vragen: ‘U woont in Hoogezand. Hoe bent u die dag naar Winschoten gegaan?’
Wanneer Wesley zegt ‘met de auto’, zeggen de rechters dat hij geen rijbewijs heeft.
Wesley zegt dan dat hij met iemand is meegereden, maar met wie is hij nu vergeten.
De rechters vragen aan hem, terwijl ze naar Johan kijken: ‘Vind u het moeilijk te vertellen wat er is gebeurd?’
Wesley: ‘Tuurlijk.’

Johan: ‘Ik snap het ook niet, want ik ben daar niet geweest, dus.’

De officier van justitie snapt het wel: Johan liegt, Wesley spreekt de waarheid.
Tegen Wesley luidt de eis 24 maanden.
Johan (‘gelet op zijn houding’) hoort 30 maanden gevangenisstraf eisen.
De advocaat van Wesley vraagt of het een onsje minder kan en dat de daad vooral moet worden beschouwd als een eenmalige uitglijder.
De advocaat van Johan: ‘Is het bewijs wel voldoende overtuigend?’

De eigenaar van de afgebrande woning moet later terechtstaan.

Rob Zijlstra

uitspraak 21 oktober

Toekomstige buren

brandwinschotenKees (35), betontimmerman van beroep, ziet een behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis wel zitten.
Al was het, zegt hij tegen de rechters, alleen maar om te laten zien dat er met hem niks aan de hand is.
Alleen attention deficit hyperactivity disorder, adhd, maar dat is het dan ook.

De officier van justitie merkt op dat Kees op zitting een heel aardige man lijkt, terwijl hij dat buiten de rechtszaal misschien helemaal niet is.
Dat het de aanklager menens is, blijkt al snel: tegen de adviezen van gedragsdeskundigen in, wordt een tbs met dwangverpleging geëist.
De jurist doet hiermee haar zwarte toga even uit om een witte jas van de medicus aan te trekken.

De reden waarom Kees onder dwang behandeld moet worden in een tbs-kliniek is nogal preventief van aard.
De officier van justitie zegt dat de toekomstige buren van de verdachte recht hebben om veilig te wonen.
Een tbs-behandeling duurt gemiddeld negen jaar.

Kees heeft brand gesticht op een dag dat hij naar eigen zeggen behoorlijk in de war was.
Hij had die dag naar Groningen gewild, om te shoppen, om samen met zijn hond olieverf te kopen van het geld dat hij had gespaard.
Het werd echter een dag met ruzie met zijn vader die hem van alles verweet.
Geëmotioneerd: ‘Het was altijd van jij dit en jij dat. Toen kwam mijn moeder er ook nog bij. Mijn leven bestond uit ruzies over niks. Ik dacht toen, ik steek de boel in brand, dan ben ik van alles af.’

Bij de politie vertelde hij dat hij papiertjes met een gevaarlijke straling, met uranium, in brand had gestoken.
Dat hij mensen uit zijn woning had weggejaagd.
En dat er ook iemand met een pistool was met een geluiddemper.

De officier van justitie zegt dat uit forensisch onderzoek is gebleken dat Kees terpentine over de vloerbedekking heeft gesprenkeld en de boel toen heeft aangestoken. Dat het klopt dat hij de buren op nummer 16 direct heeft gewaarschuwd, maar dat zoiets de ernst van de feiten niet minder maakt.

Kees heeft in de rechtszaal een andere lezing.
‘Ik zat die dagen vooral op bed, te schrijven, te schilderen. Het klopt wel dat ik die twee propjes papier heb aangestoken. Ik denk dat de hond toen de fles met terpentine heeft omgestoten. Overal in mijn huis stond terpentine. Daar maak ik mijn kwasten mee schoon.’
De officier van justitie: ‘Niet aannemelijk.’

De conclusie van de deskundigen is dat Kees volledig ontoerekeningsvatbaar is omdat er sprake is van een paranoïde psychose.
Dit betekent dat aan hem geen straf kan worden opgelegd; hij is wel schuldig, maar hij is geen strafbare dader.

Een behandeling in een psychiatrische kliniek kan wel, maar dat kan maximaal gedurende een jaar.
Daarna, zegt de officier van justitie, zijn wij van justitie de regie kwijt.
En dan komt ze weer: ‘Ik gun verdachte een toekomst met buren die zich veilig kunnen voelen.’
Oftewel: tbs met dwangverpleging.

Net als Kees zelf ziet ook de advocaat de dwangmaatregel niet zitten.
De advocaat zegt: ‘De maatregel tbs hoort een laatste redmiddel te zijn. En voor Kees zijn er nog wel wat alternatieven beschikbaar.’

Rob Zijlstra

uitspraak op 22 augustus

 Sinds 2005 heeft de rechtbank in Groningen de maatregel tbs met dwangverpleging 62 maal opgelegd. In zes van die zaken ging het om brandstichting.

Warner en Wendy

dvhnbrandStrafzaken kunnen om meerdere redenen bijzonder zijn.
De strafzaken tegen Warner en Wendy – de verdachten van een geruchtmakende serie brandstichtingen in Winschoten – zijn dat.

Bijzonder is bijvoorbeeld dat tussen april en oktober 2012 tachtig keer brand uitbrak in Winschoten.
Daarvan zijn er zestig verdacht, in die zin dat die branden mogelijk zijn aangestoken.
Warner en Wendy worden samen (opgeteld) verantwoordelijk gehouden voor zeventien brandstichtingen en pogingen daartoe.
Betekent dus dat verreweg de meeste branden de status hebben van niet opgelost.
Toch keerde met de aanhouding van Warner, begin oktober vorig jaar, de rust in Winschoten en omgeving terug.

De onrust in de Oost-Groninger stad was bijzonder groot geweest.
Mensen, zei de officier van justitie, sliepen gekleed en al in woonkamers op banken, uit angst.
Dat had hij van de burgemeester gehoord.
De burgemeester had gezegd dat het gevoel van veiligheid was verdwenen.
Er waren ‘s nachts bewoners die de straat opgingen om te waken.
Er kwam een noodverordening.
Er moesten bij de grote brand in september in de Torenstraat mensen worden geëvacueerd, onder wie de oudste van 96 jaar.
Na die grote brand kwam er een speciaal politieteam dat onder de codenaam Malta onderzoek ging doen.

De advocaat van Warner vindt de aanhouding van zijn client bijzonder.
Warner werd op heterdaad betrapt toen hij, even buiten Winschoten, probeerde het gebouwtje van de ijsvereniging in Blijham in brand te steken.
De politie zag dat, maakte er foto’s van en pepperde hem vervolgens met peperspray tegen de grond.
Warner wreef in zijn ogen en had toen gezegd dat hij blij was, dat hij er flauw van was en sowieso gepakt wilde worden.

Bijzonder, aldus de advocaat, omdat de aanhouding gebeurde tijdens een stelselmatige observatie waar geen toestemming voor was gegeven.
En dat is een fout die niet meer is te herstellen wat als consequentie moet hebben dat de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet verklaren.
De verdachte Warner gaat dan vrijuit.
Doet de rechtbank dat niet, dan moet het onrechtmatig verkregen bewijs worden uitgesloten.
En als dat gebeurt, blijft er geen bewijs meer over.
Dan gaat Warner ook vrijuit en misschien Wendy ook wel.

De officier van justitie reageerde bijzonder gevat.
Hij zei dat de fout klopte, maar dat de stelselmatige observatie bij nader inzien een gewone observatie was geweest, niet stelselmatig.
Bovendien was de fout niet veroorzaakt door grove nalatigheid en is de verdachte ook nog eens niet in zijn belangen geschaad.
Want had de verdachte niet gezegd dat hij opgepakt wilde worden?
Nou dan, hij kreeg wat hij hebben wilde.

Warner en Wendy zijn samen ook behoorlijk bijzonder.
Hij draagt een groot T-shirt in exact de kleur waarin zij haar nagels heeft gelakt (groen).
Ze zijn beide 26 jaar, zonder strafblad, woonden een tijdje in een pand met kamers en zijn gek op samen gokken in het casino.
Ze zijn geen praters.
Wel waren ze bang voor elkaar.
Daarom deden ze het ook.
Wendy was bang dat ze klappen van Warner zou krijgen als ze geen branden zou stichten.
Warner zei bang te zijn voor Wendy en haar vrienden, zei dat hij zich angstig had laten meeslepen.

Opmerkelijk dat ze dat zeggen, zeiden ze in het Pieter Baancentrum, want wij hebben daar niets van gemerkt: er zit geen spanning tussen die twee.
De rechters: ‘Dat van dat bange is dus onzin, dat hebben jullie er een beetje bij bedacht.’

Warner is – nog steeds het Pieter Baancentrum – geen pyromaan, maar misschien ook wel.
Hij is in ieder geval een spanningzoeker die met die spanning niet goed kan omgaan vanwege verstandelijke beperkingen.
Verminderd toerekeningsvatbaar.
Leeft in zijn eigen kleine wereld.
Warner is gek op websites als 112Groningen en wilde eens de sterkste man van Nederland worden.
Dan wilde hij 250 kilo tillen.
Kan op herhaling: bijzonder groot.
Tbs met dwangverpleging is een brug te ver.

Wendy ontbeert een gevoel van eigenwaarde door akeligheden uit het verleden en op school.
Ze heeft grote psychische problemen.
Functioneert op een zwakbegaafd niveau.
Ze belde een paar keer met 112 nadat ze brand had gesticht.
Ook redde ze eens iemand bij een brand wat haar een goed gevoel had gegeven.
Kans op herhaling: klein.
Wel: hulp nodig om haar leven op de rails te krijgen

Wendy geeft tien brandstichtingen toe, variërend van drie coniferen in de tuin van de mensen waar haar moeder werkte als schoonmaakster tot aan Tel Aviv, de voormalige shoarmazaak naast cafe Dommering waar Warener nog had gewerkt en daar op een wat lullige manier was ontslagen.
Dat was een van de grote branden want het vuur was overgeslagen naar het pand van Koekje Bouwman.
Wendy zei dat het niet de bedoeling was geweest, zo groot.

Warner kan zich niet zo veel meer herinneren.
De rechters sluiten niet uit dat hij zich iets dommer voordoet dan hij in werkelijkheid is.

Bijzonder – met ook een bijzonder gevolg – is dat Warner een stuk of vijftien brandstichtingen wel wil toegeven, want – zei hij – het waren er minder dan twintig en meer dan drie.
Maar als het er op aankomt in de rechtszaal ontkent hij er elf.

Dat kwam zo.
Op de dagvaarding worden hem veertien zaken ten laste gelegd.
Daarvan zijn er drie uitgeschreven voor behandeling op de zitting.
De andere elf zaken zijn ‘ad info’ toegevoegd.
Dat is om praktische redenen.
De verdachte kan zeggen dat de rechtbank die ad info-zaken mag meenemen.
Dat is dan een bekentenis.
De verdachte kan ook zeggen dat de ad info-zaken niet meegenomen mogen worden bij het bepalen van de strafmaat.
Dan ontkent hij.
Daar- en hierover is dan geen discussie mogelijk want dat zou weer niet praktisch zijn.

Warner zegt dat die elf ad info-zaken niet meegenomen mogen worden.
Dat betekent dat hij voor die zaken opnieuw moet worden gedagvaard.
De officier van justitie kondigde aan dat hij dat ook zal doen.
Er komt dus een tweede strafzaak tegen Warner.

Voor de drie zaken die hij wel toegeeft – en waarin zijn advocaat pleit voor vrijspraak – eist de officier van justitie 42 maanden celstraf en een tbs met voorwaarden (wel behandeling, maar buiten een kliniek).

Wendy hoort een celstraf eisen van vier jaar waarvan er een voorwaardelijk mag.
Haar advocaat dringt aan voorrang te geven aan behandeling.
Een lange detentie, zegt de advocaat, zal ertoe leiden dan Wendy buiten de boot van de maatschappij valt.

Rob Zijlstra

 een laatste bijzonderheid … hoorbare openbaarheid
ad info (ad informandum)

.

UPDATE – 15 juli 2013 – uitspraken
Wendy is veroordeeld tot vier jaar celstraf waarvan achttien maanden voorwaardelijk. Het vonnis van Warner is conform de eis: 42 maanden en tbs met voorwaarden. De verwachting is evenwel dat hij zich dit jaar nogmaals voor de rechters moet verantwoorden voor brandstichtingen die nu ad informandum op de dagvaarding stonden.

De rechtbank Noord-Nederland heeft de vonnissen niet gepubliceerd.

De tienerdochter

haar dood kost maar 40 cent

radiatorZe mag als slachtoffer de rechters toespreken en dat doet ze met de zelfverzekerdheid van een generaal die voor zijn troepen staat.
Ze zegt: ‘Ik ben iemand met een sterk karakter. Ik ben geen lieverdje. Ik ben met verkeerde mensen omgegaan. Ik blowde. Ik loog veel en deed best wel slechte dingen. Ik ben twee keer opgepakt. Ik heb het er zelf ook wel een beetje naar gemaakt.’

In haar hand houdt ze het papier vast waar het verhaal op staat dat ze wilde vertellen, het verhaal dat ze thuis heeft geschreven.
Maar zonder er naar te kijken zegt ze: ‘Ik heb altijd de grenzen opgezocht. Mijn ouders zijn eigenlijk veel te lief voor mij geweest. Zonder hen was ik nu dakloos.’

Schuin voor haar zit haar vader, 49 jaar, hij zit in de verdachtenbank.

Ze zegt: ‘Het gaat nu heel goed met mij. Mag ik dat zeggen? Ik heb het hem nog steeds niet vergeven, maar ooit zal ik dat doen. Voor negentig procent is hij een goede vader voor mij. Dat hij het één keer heeft verkloot, betekent voor mij niet dat hij naar de gevangenis moet.’

Naast haar zit haar moeder, haar oudere zus en haar broer.

Hun vader, haar man, vertelt aan de rechters dat wat hij heeft gedaan, absoluut niet kan.
Een paar keer valt zijn stem even uit, dan blijft het een tijdje stil.
Hij zegt dat hij zich schaamt, nog steeds, ook nu.

Tienerdochterlief was de nacht niet thuisgekomen, maar bij een vriendinnetje blijven slapen.

Haar vader zegt dat dat de druppel was, de laatste druppel.
En dat hij wanhopig was, boos ook en bezorgd, dat er frustraties waren.
Dat hij het niet kon verdragen dat zijn dochter drugs gebruikte.

Hij haalde haar op met de auto.
In plaats van naar huis, reden ze naar een woning in Winschoten.
Hij zegt dat zij zich aan zijn regels moet houden en dat ze haar school moet afmaken.

In de woning in Winschoten, van een kennis die er niet is, zegt hij tegen zijn dochter dat hij een beslissing heeft genomen.
‘Jij gaat dood.’
Hij pakt haar vast, hij bindt haar vast met tape en daarna met touw aan de verwarming.
Hij slaat haar.

Hij zegt dat hij haar een injectie zal geven, dat ze dan langzaam in slaap zal vallen en pijnloos zal sterven.
Ze mag zelf kiezen: in de linker- of in de rechterarm.

Zijn tienerdochter smeekt.
Zegt dat ze alles zal doen wat hij wil.
Hij zegt dat het daar nu te laat voor is.

Hij laat haar achter met de mededeling dat hij de dodelijke injectiespuit gaat halen.
Zij gilt om hulp.
Na een tijdje hoort ze iemand.
Het is haar vader, met een injectiespuit.
Ze kiest niet, kan ze niet, hij pakt haar rechterarm.

Daarna maakt hij haar los en zegt dat ze binnen tien minuten in slaap zal vallen.
Zegt: ‘En daarna ga je dood.’
Hij gaat naast haar zitten op de bank en begint te huilen.
Terwijl tienerdochterlief denkt dat ze over een paar minuten niet meer leeft, zegt hij dat die spuit maar veertig cent kostte.
Dat haar dood dus maar veertig cent kost.

In de spuit zat geen heroïne zoals hij had gezegd.
Hij heeft haar ook niet geïnjecteerd, niet echt.
Hij zegt dat tegen haar.
Dan staan ze op, verlaten de woning en rijden naar huis, naar huis in Groningen.

Dit alles speelde zich af in maart 2012.
In april doet de dochter aangifte.
De politie stelt een onderzoek in en de vader wordt gearresteerd.
Hij zit tien dagen vast en mag dan naar huis.

In de voorbije maanden is er voorzichtig weer contact tussen beide.
Hij heeft haar een brief geschreven.
Zij heeft teruggeschreven dat ze zelf wil bepalen wanneer het weer goed zal zijn.

De officier van justitie zegt dat je soms dingen leest die je niet wilt geloven.
Dat vader zijn dochter een lesje wilde leren,
Een dochter die de grenzen opzoekt omdat dat bij haar leeftijd past.
Met dat lesje is de vader veel te ver gegaan.
Verdriet, frustraties, de wanhoop – het zal – een excuus mag het niet zijn.
De officier van justitie zegt: wederrechtelijke beroving van de vrijheid.
De officier van justitie eist een jaar gevangenisstraf.
De helft mag voorwaardelijk.

De advocaat zegt tegen de rechters dat ze een zwaarder gewicht moeten toekennen aan de wens van het slachtoffer: dus geen gevangenisstraf.
Zegt: de oplossing van de officier van justitie is in deze kwestie niet de beste oplossing.

De vader krijgt het laatste woord.
Hij kijkt even over de schouder, naar achteren, biedt nogmaals zijn excuses aan.
Dan wordt de zitting gesloten.
Alle familieleden omhelzen elkaar.
En hem.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 28  juni 2013 – uitspraak
De rechters hebben de wens van de dochter om haar vader niet naar de gevangenis te sturen nadrukkelijk ter harte genomen (zie fragment uit vonnis hieronder). De vader is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. In het vonnis spreken de rechters van een huiveringwekkend gebeuren. Bewezen is de vrijheidsberoving en ook de mishandeling.

vonnis

fragment uit het vonnis

 

Publieke werken

publiqIn de toekomst wordt de geschiedenis van het nu geschreven.
Vast en zeker worden dan enige alinea’s geschonken aan de crisissen van vandaag.
Aan de banken- en financiële crisis, de normen en waarden crisis, over graaiende mannen en vrouwen en het waarom in historisch perspectief.
Zoals vaker over vroeger gaat de aandacht uit naar de groten, naar de allergrootste grabbelaars in dit geval.
Naar de heren van de banken en de fondsen die het land ontvluchtten, naar de mannen van de semipublieke sector die zich als koningen mochten gedragen.

Die geschiedschrijving zal geen recht doen aan de mannen (en vrouwen) die in de onderste regionen hun graantjes meepikten.
De kans dat bijvoorbeeld Boudewijn van de plantsoenendienst in Winschoten de boeken zal halen is niet groot.

Ambtenaren doen, ook in Oost-Groningen, soms mallotige dingen.
In Winschoten ging de plantsoenendienst eerst gemeentewerken heten en moest toen zo nodig worden geprivatiseerd.
De schoffelbrigade was plots in dienst van NV Winschoten Publieke Taken.
Afgekort: Publiq.
Met een q.
In Winschoten.

Boudewijn kon er via een uitzendbureau aan de slag als financieel administratief medewerker met een bijbehorend salaris.
Dat was in april 2003.
Het zou daarna snel gaan en acht jaren duren.
Hij schopte het tot financieel manager en hij mocht al snel alle belangrijke beslissingen nemen.

Boudewijn jammert tegen zijn rechters dat het niet had mogen gebeuren.
En dat hij het niet terug kan draaien.
Hij wilde zijn gezin beschermen, tegen de enorme schulden die er waren.
Zegt dat hij alleen nog maar aan het overleven was, terwijl het geheim dat hij meedroeg steeds groter en zwaarder werd.
Veel vrienden van toen, hebben hem de rug toegekeerd, zijn vrouw is nu na 25 jaar zijn ex.

De officier van justitie had een rekensom gemaakt, vanaf het moment dat Boudewijn als uitzendkracht in dienst kwam tot aan de ontmaskering.
Iedere maand grabbelde hij 5.000 euro extra aan inkomsten bijeen en dat ruim acht jaar lang. Opgeteld: een half miljoen euro.
Gemeenschapsgeld, benadrukt de officier van justitie.
Boudewijn: ‘Het was gewoon te gemakkelijk.’

Als financieel manager verhoogde hij voortdurend zijn salaris en gaf hij zichzelf gratificaties, met listige kunstgrepen schreef hij grote geldbedragen van de Publiq-rekening naar zijn privé-rekening, afgedekt door valse facturen die met knip- en plakwerk in elkaar waren geflanst.
Ook graaide hij 20.000 euro uit een kas waar contant geld in zat.
Ging hij op vakantie naar Denemarken of Tsjechië, dan pinde hij met heel het gezin met zijn (ons) Publiq-pasje.

Zo leefde Boudewijn vrolijk en op grote voet.

De rechters merken op dat Boudewijn heeft verklaard dat hij ging stelen om zijn schulden af te lossen. Dat dat zijn motief was.
Maar dat hij in al die jaren nauwelijks schulden afloste.
In plaats daarvan kocht hij een keer een dure auto.
Boudewijn luistert met het hoofd gebogen.

Rechters: ‘Het gaat om enorme bedragen. Waar is al dat geld gebleven?’
Boudewijn zegt dat hij daarop het antwoord schuldig moet blijven.
Rechters: ‘Toe nou.’
Boudewijn: ‘Ik weet het niet.’
De rechters blikken: en-dat-moeten-wij-geloven?

De rest van Publiq-Winschoten keek kennelijk acht jaren lang toe met de ogen dicht.
Was dat zo?
Wat zegt de man die directeur was van Publiq?
Hij is als getuige opgeroepen en moet in de rechtszaal onder ede de waarheid vertellen.
De man zegt dat hij van beroep directeur is, op tal van plaatsen en plekken.
De burgemeester van Winschoten had hem persoonlijk gevraagd Publiq onder zijn hoede te nemen.

De beroepsdirecteur kan de rechters niet veel vertellen, laat staan wijzer maken.
Eerder wilde hij niet meerwerken aan het onderzoek.
Nee, hij bemoeide zich niet met salarissen.
Wat de manager deed?
Geen flauw idee.
Misschien wel ballonnetjes opblazen.
Daar bemoeide de algemeen-directeur zich dus niet mee.
Deed hij de functioneringsgesprekken?
Nee, zegt de algemeen-directeur van Publiq, ik hield niet van functioneringsgesprekken.’

De rechters: ‘Verdachte beweert dat u op de hoogte was van zijn salarisverhogingen en gratificaties.’
De getuigende directeur: ‘Zeker weten van niet.’
Verdachte: ‘Hij zei, jij bent de baas en daar hoort een passend salaris bij, regel het maar.’
De rechters: ‘Zit de algemeen-directeur dan te liegen onder ede?’
Verdachte: ‘Misschien is hij het vergeten?’

Boudewijn zegt dat hij nog veel schaamte voelt over wat er is gebeurd, maar dat hij langzaam weer aan het opkrabbelen is.
Hij moet 693.000 euro aan de gemeente Winschoten terugbetalen, dat is inclusief wettelijke rente en proceskosten.
Om niet bij diezelfde gemeente de hand op te hoeven houden, is hij voor zichzelf begonnen.
Met een eigen bedrijfje, niet ontevreden, hoopt hij zijn toekomst in te gaan.

De officier van justitie wil iets anders: ‘Ruim 5.000 euro per maand extra, acht jaar lang een extreem luxe leven, alleen een lange gevangenisstraf is dan op z’n plaats: 24 maanden, 8 voorwaardelijk.’
De kans dat Boudewijn de geschiedenisboeken zal halen, is zoals gezegd bijzonder klein.
Maar hij heeft wel zijn best gedaan.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 1 maart 2013 – uitspraak
De rechtbank heeft gesproken: alle feiten bewezen. De afrekening: 24 maanden celstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Dat is twee maanden meer dan er was voorgesteld door het Openbaar Ministerie. Een groot deel van het onderzoek is gedaan door een particulier onderzoeksbureau. Dat onderzoek bracht de fraude aan het licht waarna de gemeente aangifte deed. Het strafrechtelijk onderzoek is gebaseerd op de bevindingen van het particuliere bureau. De advocaat van de verdachte had om die reden vrijspraak gevraagd omdat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank heeft dit verweer verworpen. Het staat de politie (en justitie) vrij om gebruik te maken van bevindingen van particuliere bureau’s.

HET VONNIS

De pet van opa

broodDe buitenmuren van de woning stonden er nog nadat Ronald op bezoek was geweest, maar daarmee is het wel gezegd.
De lijst met gestolen goederen is indrukwekkend (maar niet volledig): tientallen gouden oorbellen, ringen, hangers en kettingen met diamanten en briljanten, gouden ballen, parelhangers, zilveren rijksdaalders, een kluis met kleingeld, een broodje zilver, 7.000 euro aan contanten, trouwboekjes, zes trouwringen, veel horloges waaronder een originele Micky Mouse uit Disney, tablets inclusief de witte iPad2, laptops, een scheerapparaat van Philips, pasjes en paspoorten.

En de originele politiepet van opa.

Ronald (30) is niet naar de rechtbank gekomen om te ontkennen.
Ja, hij was in die woning geweest, had meegeholpen.
Ja, ook erfstukken.
Nee, daar sta je op dat moment niet bij stil.
Ja tuurlijk, hij zou zelf ook heel erg kwaad worden.

De overbuurman wist dat de buurtjes niet thuis waren.
Toen hij beweging zag aan de overkant, belde hij de politie.
Ronald verstopte zich onder een stapel kleding maar dat hielp niets.
Hij zei tegen de agenten: ‘Geef me een stuk papier en dan schrijf ik alles op.’
Toen hij klaar was met schrijven was het buiten al donker en stonden er dertig woninginbraken op papier.
Gepleegd in Winschoten in drie maanden tijd.

Hij had net een lange gevangenisstraf uitgezeten, in verband met een poging tot moord en inbraken, toen met name in Oude Pekela.
Na die lange detentie was hij met goede moed aan een nieuw leven begonnen.
Maar al snel werd het hem duidelijk dat daar geen beginnen aan was.
Ronald tegen de rechters: ‘Je hebt niks om handen en dan loop je weer tegen dezelfde mensen aan.’

Rechters: ‘Winschoten heeft voor u een heel negatieve lading.’
Ronald: ‘klopt’.
Rechters: ‘Ga daar dan weg! Waarom geen hulp gezocht?’
Ronald vertelt dat hij dat had gedaan. Hij was naar het hoofdbureau van politie aan de Rademarkt in Groningen gegaan om schoon schip te maken.
De rechters hadden het gelezen: ‘De politie had geen tijd voor u. U werd weggestuurd.’
Ronald: ‘Precies. Daarna kreeg ik een terugval.’

Wat heet.
Hij gebruikte tien tot 15 gram cocaïne per dag.
Dan sta je stuiterend aan de Nederlandse top, maak je internationaal gezien kans op een gouden medaille.
Zoveel drugs is een bovenmenselijke prestatie.
Het kost ook wat: zo’n vijf- tot zevenhonderd euro per dag.
Daarom die inbraken.

Zolang bij Ronald de cokewekker onophoudelijk afgaat, breekt hij in.
Gevangenisstraf heeft, zegt zijn advocaat, daarom ook helemaal geen zin.
Ronald moet keihard de kliniek in, moet keihard van de drugs af.
Dat vindt ook de officier van justitie: afkicken, maar eerst afrekenen.
Vier jaar gevangenisstraf.

Ronald schrikt niet.
De vorige keer, op 11 juli 2006, werd negen jaar celstraf tegen hem geëist.
Dat waren er toen zes geworden.

Kees Jan is even oud en ook inbreker, maar dan meer een ondernemende die probeert te knallen, grote slagen te slaan.
Hij probeerde nogal wat bedrijven op te zetten, maar die knalden allemaal te vroeg. Volgens de reclassering is Kees Jan een man die zijn eigen kunnen flink overschat.

In april vorig jaar zou hij met anderen dertien bronzen beelden uit de beeldentuin (‘het Badjassenpark’) van kuuroord Fontana in Nieuweschans hebben gestolen.
De beelden, van de Russische kunstenaar Alexander Taratynov, hadden een verzekerende waarde van 50.000 euro.

Uit een woning in Wildervank verdween een kluis met 12.000 euro en kunstwerk van Herman Brood: Torso Rood.

Soms bestond de buit uit meer aardse zaken: zestig dure oortjes (voor beveiligers) bijvoorbeeld uit de kluis van de Praxis in Groningen.
Hij nam ook kluizen uit woningen mee die door een man niet te tillen zijn.
Veel potje met kleingeld ook.
Hij sloeg vier keer in één nacht toe op Ameland, in het Strandpaviljoen, bij het vliegbedrijf, bij Sky-dive en bij de amusementshal in Nes.
Buit en aangerichte schade opgeteld: meer dan 100.000 euro.

Ook nu weer ging het mis.
Bij de ene inbraak werden zwarte handschoenen gestolen die dan per ongeluk werden achtergelaten bij een volgende kraak waar vinger- en handpalmafdrukken op kozijnen werden aangetroffen.
In een hotelkamer bij Van der Valk in Zuidbroek bleef een sleutel liggen, afkomstig van het amusementscentrum op Ameland.
De hotelkamer was geboekt door Kees Jan.

Echt mis ging het omdat de vriend van Kees Jan werd doodgeschoten in een café aan de Rodeweg in Groningen.
Daar hou je geen rekening mee.
In het moordonderzoek werden telefoons getapt van mensen die omgang hadden met het slachtoffer.

Zo kwam eerst Kees Jan zelf in beeld en niet veel later ook de bronzen beelden.
Negen van de dertien stonden niet heel erg verstopt in een winkelpand aan de Nieuweweg in Groningen.
Kees Jan huurde dat pand om er een bedrijfje te beginnen.
Aan de muur hing Brood’s Torso Rood.

Kees Jan werd aangehouden in een vakantiehuisje op Wedderbergen.
Het huisje stond vol gestolen golfattributen.
In zijn auto, een witte Berlingo, lagen de andere vier beelden.
Het was dezelfde witte Berlingo die door beveiligingscamera’s was vastgelegd bij de Praxis, in de nacht dat daar de oortjes werden gestolen.

De officier van justitie presenteert hier een rekening van 36 maanden.
Kees Jan zegt niks.
Hij is er niet.
Misschien had hij in de gevangenis belangrijkere zaken aan het hoofd.
Misschien overdacht hij zijn fouten.
Hoe daar van te leren.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 18 februari 2013 – uitspraken
Ronald is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Vrijwel alles wat hem ten laste is gelegd, acht de rechtbank ook bewezen. DE kraak bij de Praxis overigens niet. Een 21-jarige handlanger kreeg conform de eis 15 maanden celstraf. Kees Jan kreeg zijn geeiste 48 maanden naar daarvan mogen er 18 in plaats van 12 voorwaardelijk.

 

De AH-groep

tekening: annet zuurveen / dvhn

Het was een bijzondere strafzaak.

Toen de verdachten waren opgepakt, in oktober vorig jaar, vertelde de politie aan de krant dat veel mensen in de omgeving van de verdachten al lang wisten wie de daders waren.
Maar dat de mensen de mond hielden, met het oog op mogelijke represailles.

Ietwat opmerkelijk mag zijn dat de man die nu wordt gezien als hoofdverdachte, de 21-jarige Hans, in januari 2011 al bij de politie in beeld was.
Agenten hadden hem op nieuwsjaardag aangesproken bij een brand in een voormalig schoolgebouw in Winschoten.
Hij had roet om de kop en stonk naar benzine, wat gezien de situatie ter plaatse enigszins verdacht was.
De agenten hadden toen alleen zijn naam opgeschreven, natuurlijk niet wetende dat Hans in de maanden die zouden volgen voor miljoenen euro’s schade ging aanrichten.

Bijzonder was de opmerking van de rechters dat deze kwestie in omvang vele malen groter is dan de kwestie van Johnny B. destijds.
Destijds was heel de Nederlandse pers uitgerukt naar zittingzaal 14 om Johnny B. te zien en te horen.
Nu was er, op mezelf na, niemand van de pers.
Het was de rechters opgevallen: ‘Sommige zaken gebeuren in betrekkelijke stilte en andere zaken juist niet.’

Er gebeurde vorig jaar van alles in Winschoten en omgeving.
Veel diefstallen en veel branden, groot en klein.
Het begon een plaag te worden en de mensen onrustig.
Er kwamen ’s nachts buurtwachten.
Kortom: de burgemeester moest wat doen.

Agenten zeiden: ‘We moeten die ene jongen in de gaten houden, die jongen in de witte trui en roet om de kop die op nieuwjaarsdag zo naar benzine stonk.’
De agenten zeiden ook dat deze jongen in een groepje zit, in een groepje hangjongeren dat altijd staat te nietsnutten bij de Albert Heijn.

De burgemeester zei: ‘We zetten een speciaal team op die AH-groep.’
En zo geschiedde.
In de omgeving van de hangplek werden uitdagende containers geplaatst.
Met camera’s.
Hangjongeren met eigen auto’s werden in de gaten gehouden met behulp van peilzenders die onder de auto’s waren geplakt.
Zo had de politie het destijds ook in ’t Zandt gedaan.

In oktober werden tientallen hangjongeren opgepakt en ondervraagd.
De politie kwam al snel om in de informatie en bekentenissen.
Uiteindelijk bleven tien verdachten over, de helft minderjarig.
Het aantal misdrijven dat aan de groep wordt toegeschreven: 150.
Het gaat om brandstichtingen, inbraken en diefstallen.
Schade: miljoenen euro’s.

Maandag zaten Hans en mede-hoofdverdachte Ron (23) in de rechtszaal.
Als geslagen honden.
Veel hadden ze niet te melden.
Wat ze wel zeiden, was nauwelijks te verstaan.
Rechters: ‘Kennen jullie Johnny B?’
Ze knikken.

Rechters: ‘Dachten jullie wel na over al die ellende die jullie veroorzaakten?’
Hans: ‘Ik dacht wel na, maar niet al te goed,’

De advocaat zegt dat Hans nooit dingen in brand stak als er gevaar was voor mensenlevens.
Dat wilde hij niet.
Rechters: ‘Aha. Dus toch nog wel een beetje nagedacht.’

Hoewel hoofdverdachten, zijn Hans en Ron niet de grote leiders van de AH-bende.
Eerder waren ze de sukkels die geen nee durfden te zeggen.
Hans zou vijftig euro krijgen van de groep als hij het Nationaal Busmuseum in Winschoten in de fik zou steken.
Hij wilde er niet met zijn eigen auto naar toe, dus bracht Ron hem wel eventjes op de brommer.
De 15-jarige Micky leverde de benzine die hij bij de pomp voor 7,95 euro had gekocht.
Het werd een dikke fik waarbij veel museumstukken verloren gingen.
Inclusief een oude Ford uit 1936.

Uit het gemaal bij Scheemda werden eerst compressors gestolen.
Dingen die 8.000 euro per stuk kosten.
Ron kocht er eentje van Hans voor 30 euro.
Rons’s vader had gezegd, weg met dat ding.
Ron had ‘m toen in een kruipruimte gekieperd.

Om de inbraak te maskeren, werd er brand in het gemaal gesticht.
De eerste keer mislukte dat, zo ontdekte iemand uit de AH-groep toen zijn brandweerpieper maar niet afging.
De tweede keer was het raak.
De schade: gigantisch.
Het waterschap moet nog beslissen of het gemaal herbouwd moet worden.
De schade tot nu toe: 800.000 euro.

Ze stichtten brand in een container met daarin gasflessen.
De brandweer had laten weten dat er tijdens het blussen doden hadden kunnen vallen, omdat gasflessen bij brand ongeleide projectielen worden.

Behalve twaalf branden waren heel veel inbraken en diefstallen.
Aanhangwagentjes werden gejat of gehuurd, in stukken geflext en ingeleverd bij de schroothandel.
Hans liep daar de deur plat.
Vaak ook met koper.

Uit gebouwen, gebouwtjes en containers werden dompelpompen, aggregaten, trilplaten, heel veel gereedschap, beveiligingscamera’s, beamers, laptops, mobiele airco’s , flatscreens, bouwstofzuigers, matrixborden, zuurstofflessen, verkeerslichten, gasmeters, accu’s en heel veel kabels gestolen.

Rechters: ‘En allemaal voor het geld. Veel mee verdiend?’
Ron: ‘Nee. Eigenlijk niks.’

Rechters tegen Hans: ‘U heeft geen strafblad. En dan ineens dit. Hoe kan dat nou?
Hans: ‘Ik ben met de verkeerde mensen omgegaan.’

Psychiaters en psychologen hebben, zeggen de rechters, ‘dikke’ rapporten over de twee verdachten geschreven.
Hans had het moeilijk op school, kreeg niet alles mee.
Veel gepest en eigenlijk altijd alleen.
Ron heeft in zijn jeugd iets vreselijks meegemaakt, waardoor hij heel beschermend is opgevoed.
Zonder vrienden.

En alle twee PDD-NOS.

En dan waren daar die hangende nietsnutters bij de Albert Heijn met hun auto’s en hun meetings.
Ineens hoorden ze ook ergens bij, dat was nog nooit eerder zo.
Maar de druk was groot, want om er bij te mogen blijven, deden ze dingen die ze anders nooit zouden doen.
Een school in de brand steken of voor vijftig euro een museum.

Hans moet waarschijnlijk de rest van zijn leven worden begeleid.
Ron begint binnenkort met een cova-training, waar hij leert eerst na te denken en dan pas te doen.
Nu doet hij denken en doen net andersom.

De gedragswetenschappers stelden ook vast: geen aanwijzingen voor pyromanie.

De rechters zeggen: ‘Op zich helemaal niet erg wat er in die dikke rapporten staat. De een kan nu eenmaal beter leren dan de ander. Dat geeft niks.’
Een van de rechters: ‘Iedereen is wel goed in iets. U heeft bijvoorbeeld veel verstand van techniek en van motoren. Kijk, dat heb ik nou weer niet.’

Hans en Ron knikken.
Wanneer de rechters vragen of ze het allemaal een beetje meekrijgen, blijven ze knikken.

De officier van justitie doet haar verhaal.
De heren, zegt ze, hebben alles bekend, dus dat is niet zo moeilijk.
Ze verhaalt over het gevaar van vuur, dat je vuur niet in de hand hebt.
En over de enorme schade die is aangericht, niet alleen in geld, maar ook de emotionele schade bij de gedupeerden is aanzienlijk.
De officier van justitie vertelt dat ze zich heel veel zorgen maakt, omdat sommige stoornissen maar beperkt behandelbaar zijn, terwijl de kans op herhaling groot is.
Ze zegt dat de verdachten misschien minder goed in staat zijn na te denken, maar dat de gepleegde misdrijven wel zijn gepleegd over een lange periode.
Dat zegt ook wat.

Kortom.

Ron hoort vier jaar gevangenisstraf eisen waarvan zestien maanden voorwaardelijk.

Voor Hans is er een ander verhaal.
De officier van justitie zegt op een toon die niet veel goeds belooft: ‘Hans is een jaar lang een groot gevaar voor de samenleving geweest. Ambulante behandeling zoals de deskundigen adviseren, volstaat niet.’
Hans hoort vier jaar celstraf eisen, gevolgd door de maatregel TBS met dwangverpleging van maximaal vier jaar (dat kan tegenwoordig).
Mocht de rechtbank geen TBS willen opleggen, dan moet de strafeis luiden: acht jaar de gevangenis in.

Rechters: ‘Hebben jullie de eisen begrepen?’
Hans en Ron knikken, maar ditmaal iets minder instemmend.

Rob Zijlstra

uitspraak op 20 februari

.

extra
Sinds 2004 heeft het openbaar ministerie in zittingszaal 14 zestien maal een gevangenisstraf van acht geëist.
In vijf van die zaken ging het om moord en om doodslag. Zeven maal om pogingen tot moord.
Negen keer werd er in deze periode door de rechtbank acht jaar celstraf opgelegd.
Zes keer betrof het moord en doodslag, drie maal pogingen daartoe.

De hoogste straf die voor brandstichting in Groningen is opgelegd was zes jaar, in 2009.
Er was toen vijf jaar en tbs met dwangverpleging geëist.
De eis tegen Hans laat zich hier niet vergelijken omdat ‘zijn’ eis is gebaseerd op brandstichting, inbraken en diefstallen.

Op brandstichting staat een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar.
Wanneer er levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel is te duchten, dan geldt een maximum van vijftien jaar.
Komt iemand te overlijden als gevolg van brandstichting, dan kan levenslang worden opgelegd.

artikel 157 Wetboek van strafrecht

.

 

UPDATE – 20 februari 2012 – uitspraken
Gezien de verstandelijke beperkingen van verdachte Hans ligt een veroordeling tot de maatregel tbs niet in de reden, vinden de rechters. Een behandeling buiten een kliniek kan volstaan. Wel moet Hans eerst een tijd zitten: geen acht jaar zoals het openbaar ministerie dat graag had gezien, maar vijf jaar.
Medeverdachte Ron is veroordeeld tot 24 maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk. Ook hij moet zich laten behandelen.

De rechtbank stond niet alleen stil bij de forse financiele schade die is aangericht, maar houdt hen ook verantwoordelijk voor het feit dat er door hun toedoen goederen verloren zijn gegaan die onvervangbaar zijn.

Zonder twijfel

Officier van justitie Eva Kwakman is gespecialiseerd in zedenzaken.
Zij mag haar requisitoir graag beginnen met een feit van algemene bekendheid.

Ditmaal zei ze dat wanneer vrouwen iets willen, zij heel voorzichtig aftasten.
Of het wel kan.
Mannen niet.
Mannen denken, zolang zij geen nee zegt, nou, dan mag het.

Er was geen deskundige opgeroepen om deze man-vrouwbewering in de rechtszaal wetenschappelijk te onderschrijven.
De rechters – in deze zaak twee vrouwen en een man – moeten bij zichzelf te rade gaan.

Aan de orde is een aanranding, gepleegd in de autowasstraat te Winschoten.
De verdachte is rij-instructeur Kees (man).
Het vermeende slachtoffer is leerling Andrea (vrouw).

We schrijven februari 2009 (winter).

Andrea is net achttien jaar geworden en wil snel haar rijbewijs halen.
Bij Kees kan dat.
Bij Kees kan dat gedurende vijf dagen, vijf uur per dag en dan op zaterdag examen.

De eerste dag is er niks aan de hand.
Andrea krijgt een schouderklopje.
Maar op dagen daarna gaat Kees – zegt Andrea – steeds verder.
Hij zit aan haar knie, haar been, wrijft een keer over haar buik.
Ondertussen – zegt Andrea – praat hij over zijn immer vermoeide vrouw in relatie tot zijn seksleven.
Andrea – zegt Andrea – durfde er niets van te zeggen.

Na die hand op de knie had ze een dikke trui met kol aangetrokken en hield zij tijdens het lessen de jas aan.

De dag van het examen komt.
Kees wil er een vlekkeloze dag van maken en voordat ze naar de examinator gaan, rijden ze nog even door de autowasstraat.
Terwijl de auto een beurt krijgt (typisch man), grijpt Kees Andrea in haar kruis, legt hij haar hand met zijn hand in zijn kruis en bestast hij haar borsten.
Zegt Andrea.

Een paar uur later heeft ze haar rijbewijs.
Dat was op 20 februari 2009.

Op 15 juni 2009  doet Andrea aangifte.
Ze deed dat nadat ze op school, in de klas, had verteld wat haar was overkomen.
De klas reageerde geschokt.
Tien maanden later, op 19 april 2010, wordt de moeder van Andrea als getuige gehoord.
Moeder verklaart dat ze een gedragsverandering bij haar dochter had geconstateerd.
En dat ze het ook al zo vreemd vond dat haar dochter de jas had aangehouden tijdens de rijlessen.

Er volgt nader onderzoek.

De politie weet nog drie voormalige leerlingen (vrouw) van Kees op te sporen die vertellen dat het algemeen bekend is in Winschoten en omstreken dat Kees bekendstaat als een man die zijn handen niet kan thuishouden en een vrouw heeft die altijd moe is.

Kees wordt aangehouden.
Hij zegt dat het niet waar is.
Dat hij niet dit soort dingen doet.
Dat hij al 18 jaar rij-instructeur is en nog nooit een klacht als deze heeft gehad.
Ja, hij kende de verhalen over de handjes.
Maar er worden wel meer verhalen verteld, ook over andere instructeurs.
Zegt: ‘Er wordt veel geroddeld.’

Hij zegt tegen de rechters dat hij behoorlijk in de war is geweest van de aantijgingen.
Dat hij direct camera’s in zijn auto heeft laten ophangen, zodat alles wordt opgenomen.

Kees erkent dat tijdens de lessen wel eens persoonlijke kwesties worden besproken.
Hij zegt: ‘Je zit vijf uur samen in de auto, dan praat je niet alleen over voorrangsborden. Maar over seks en mijn vrouw? Nee.’
Hij zegt ook: ‘Ik duw wel eens op een been, omdat er gas moet worden gegeven. Maar dat doe ik ook bij jongens.’

Nu is het een feit van algemene bekendheid dat mannen aan vrouwen zitten.
Soms gaan ze daarna trouwen en soms ook niet.
Het kan dus heel goed dat Andrea de waarheid spreekt en dat deze rij-instructeur in de wasstraat, zoals het wel hoort, beide handen niet aan het stuur had.

In de rechtszaal gaat het er om of de waarheid op wettige en overtuigende wijze kan worden bewezen.

De advocaat denkt zeker te weten van niet, want zo denken advocaten dat weet ook iedereen.
De advocaat was naar de autowasstraat gegaan en de wascyclus van binnenuit opgenomen met een camera en de opnames op zijn laptop opgeslagen.
In de rechtszaal toont hij de beelden aan de rechters.
Zijn constatering: tijdens heel de wascyclus kun je van buiten naar binnen kijken.
Zijn conclusie: dan doe je zoiets niet.
Zijn pleit: vrijspraak.

De officier van justitie ziet het anders.
Andrea wilde haar rijbewijs halen en durfde niets te zeggen.
Ze liet zich de handtastelijkheden welgevallen.
En Kees dacht, man hij is, dat dat kon, omdat Andre dus geen nee zei.

De officier van justitie: ‘Ik geloof haar verhaal.’

Het bewijs: de aangifte.
Die is getoetst en betrouwbaar bevonden.
Het steunbewijs: Andrea heeft aan een vriendinnetje verteld wat er is gebeurd, moeder zei het maar raar te vinden dat ze haar jas had aangehouden en ineens een kol was gaan dragen en de drie verklaringen in het dossier van meisjes die zeggen dat ook zij vinden dat Kees wapperende handjes heeft.

De advocaat: ‘Het was op 17 februari 2009 een heel koude en kille dag.’

De officier van justitie: ‘Het is waar dat deze zaak lang op de plank heeft gelegen. Te lang. Dat komt omdat we prioriteit hebben gegeven aan zware zedenzaken, die kregen voorrang. De lichtere zaken zijn blijven liggen. Maar nu zijn we de oude zaken aan het wegwerken.’

De advocaat wijst nog eens naar zijn laptop en herhaalt: ‘Het personeel van de wasstraat had alles kunnen zien.’

De officier van justitie: ‘Ik had een taakstraf van 200 uur en twee maanden voorwaardelijk celstraf willen eisen. Maar omdat het zo lang, te lang, heeft geduurd, eis ik 150 uur en een maand voorwaardelijk.’

Over twee weken vellen de rechters het oordeel.
Wanneer zij Kees veroordelen, zal dat een oordeel zijn zonder enige twijfel.

Rob Zijlstra

UPDATE – 20 oktober 2011 – uitspraak
De rechters zijn zonder twijfel: Kees heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding. De sanctie: een taakstraf van 100 uur en 1 maand vooraardelijke celstraf met een proeftijd van een jaar.

.

Zo vrolijk

Ze zijn vrolijk, Jan (29) en Hendrik (40) uit Winschoten.
Justitie verdenkt hen van drugshandel, maar Jan en Hendrik denken daar lachend heel anders over.

Bij de politie was begin vorig jaar informatie binnengekomen dat er aan de Garst in Winschoten in drugs werd gedeald.
Een jeugdagent had zelfs gehoord dat bewoner Jan ook aan minderjarigen verkocht.

Jan: ‘Ach, het loopt bij ons af en aan. Minderjarigen? Aan Jibbo? Neuh. Makkelijk zat. Jibbo rijdt auto dus die kan nooit 17 jaar zijn.’
Henderik, vrolijk: ‘Jibbo 17? Jibbo is 27.’
De rechters zeggen dat hij zijn mond moet houden.

Hendrik zegt spiet mie en dat hij sowieso niets heeft gedaan.
En als justitie daar anders over denkt, dan moet’n ze dat zelf maar weet’n.
‘Ik bemui mai nait mit die handel’.
(Zo schrijf je het niet, maar zo klonk het wel)
Hendrik hangt onderuitgezakt in de stoel en zit zijn tijd wel uit.

Jan heeft niet gehandeld in drugs omdat hij het spul verkocht voor de inkoopsprijs.
Zegt: ‘En dan verkoop je toch niet?
Triomfantelijk kijkt hij naar Hendrik die laat weten dat Jan dat mooi heeft gezegd.

Even later geeft Jan het wel toe.
Een beetje dan.
Voorheen had hij zich vooral met diefstal beziggehouden.
Zegt: ‘Ik dacht, ik gooi het eens over een andere boeg.’

Een van de rechters – de rechter die nog wel eens uit de slof wil schieten – schudt meewarig het hoofd.
Hij zegt ditmaal maar niks.
Denkt misschien wel dat voor nu even wijs is de mond te houden.
Of dat het toch niet helpt, wat hij ook zegt.

Jan en Hendrik leven in een andere wereld dan waar rechters wonen.
Jan slijt zijn leven deels achter de tralies.
Als hij vrij is, is hij bezig met de terugkeer.

Hendrik is al 20 jaar zorgeloos verslaafd aan cannabis en speed.
Zegt tegen de rechters: ‘Waarom zou ik d’r van af moet’n? Ik heb d’r geen problem’n mit.’
Als de rechters vragen of het klopt dat hij een hekel aan autoriteiten heeft, zegt hij dat dat klopt, ja.
‘Ik kan niet met bazen opschiet’n’.

Nu moet Jan weer lachen.

Jan was in februari – net vrij – in Winschoten komen wonen en zou om een en ander te kunnen bekostigen een handeltje hebben opgezet.
Een huiszoeking in februari levert een klein beetje drugs op, te weinig voor de politie om echt door te pakken.
Maar in november komt er opnieuw informatie binnen over de Garst.
Ditmaal zijn ze er bij.
Jan had toen gezegd dat als hij niet thuis was, dat Hendrik de boel dan waarnam.
Hendrik ja, zijn vriend.

Hendrik: ‘Flauwekul.’
Rechters: ‘U bent wel boos zeker, dat uw vriend zegt dat u dealt?
Hendrik: ‘Moet ik kwaad word’n omdat jullie dat wil’n?’
Ik moak mie d’r nait druk om.’

Zo gaat het een tijdje door.

Hendrik vertelt dat hij van plan is aan drugs verslaafd te blijven.
De officier van justitie zegt dat Hendrik een stugge man is die zich niets laat vertellen.
‘Het is his way or no way.’
Hendrik: ‘Zo is’t maor net.’
Hij hoort twee maanden voorwaardelijke celstraf eisen.
‘ Goud.’

Jan krijgt met zijn strafblad van vijftien pagina’s nog een kans.
De officier van justitie zegt dat ze Jan nog niet helemaal wil afschrijven, hoewel alle bestaande strafrechtelijke interventies nog nooit iets hebben aangericht.
Twaalf maanden, de helft voorwaardelijk, verplicht reclasseringstoezicht.
Het in beslag genomen boekje met namen van klanten moet worden onttrokken aan het verkeer, vindt de officier.

Wat minder en dan is het goed, zegt de advocaat die nog even het halfslachtige Nederlandse drugsbeleid hekelt en de bureaucratie waar ex-gedetineerden mee te maken krijgen.

Hendrik gaat met de trein terug naar Winschoten.
Zegt op de valreep nog dat hij na 26 jaar wel van de drank af is.
‘Bevalt mie prima.’

Jan moet nog even achter de tralies.
En dan?
‘Dan ga ik in Stadskanaal wonen.’
Stadskanaal?
‘Ja. Daar ken ik nog niemand.’

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 1 maart 2010 – uitspraken
Weinig verrassend: Jan heeft 12 maanden waarvan de helft voorwaardelijk gekregen (Stadskanaal, let op uw zaak) en Hendrik krijgt met 2 maanden voorwaardelijk – kan het hem schelen – een waarschuwing aan de broek.