Street boy

Schermafbeelding 2014-05-31 om 11.35.28Een jaar geleden zag ik hoe de 19-jarige Ibrahim de rechtszaal verliet.
Met het geschoren hoofd gebogen, wantrouwende blikken, broek op half zeven en met een strafeis van drie jaar aan de kont.
Drie jaar is voor een kleine jongen van 19 die niet zo stevig in zijn hippe schoenen staat niet mals.
Ibrahim had ruzie met een jongen van wie hij nog geld kreeg.
Hij had ook een wapen.
Dat was weer omdat hij al langere tijd werd bedreigd wat te maken had met blote meisjes die voor hem werkten.
Omdat Ibrahim zijn geld niet kreeg, schoot hij kogels richting zijn opponent.
Een kogel schampte het hoofd.
De officier van justitie sprak van een poging tot moord.
Ibrahim zei dat het per ongeluk ging.

Hij is als baby vanuit Syrië naar Nederland gekomen. Eenmaal hier gingen zijn ouders scheiden en ging hij – licht zwakzinnig – heel veel drinken en nog meer blowen en toen ging het ook nog eens fout op school.
Ibrahim werd een brutale aap die op straat baas wilde wezen.
Een hulpverleenster zei een jaar geleden tegen de rechters dat Ibrahim streetwise is, maar dat we dat niet moeten overschatten.
Ibrahim, zei ze, is vooral een heel angstige jongen die zich zonder hulp nooit staande zal houden.
Zonder hulp gaat het fout.
Ik noteerde in mijn aantekeningen: ‘angstige jongen, toekomstige tbs’er’.

De rechtbank veroordeelde hem tot 18 maanden jeugddetentie waarvan de helft voorwaardelijk.
Deze week zag ik hoe Ibrahim, jaartje ouder, maar nog net zo klein, zittingszaal 14 binnenkwam.
Hij wordt nu verdacht van een gewelddadige overval op een woning in Beijum, Groningen, begin dit jaar.
Hij was nog maar een paar maanden op vrije voeten.
De overval pleegde hij met twee foute vrienden.
Hij droeg een creep-masker en was gewapend met een mes en een ploertendoder.

Er was een reden de woning te overvallen.
Hij en zijn vrienden hadden een tip gekregen.
In de woning zouden duizend xtc-pillen liggen.
Die pillen wilden ze hebben.

In de woning waren drie jongens, leeftijdgenoten, aan het gamen en chillen.
Ze werden geslagen en schreeuwend gedwongen op de bank te gaan zitten.
Daar zaten ze, bijna een uur lang, van hun vrijheid benomen en doodsangsten uit te staan.
Ondertussen haalden Ibrahim en kompanen de woning overhoop, wat kapot kon, ging stuk.
Toen ze waren vertrokken, durfden de drie niet eens de politie te bellen, zo bang.

De rechters zeggen dat ze gelezen hebben dat Ibrahim een man is die moeite heeft met het begrijpen van de wereld.
Ibrahim: ‘In welke zin?’
Op zich geen rare tegenvraag.

Rechters: ‘Heeft u zich schuldig gemaakt aan de woningoverval?’
Hij haalt de schouders op en zegt dat hij zich er niets van kan herinneren, hij weet het gewoon niet meer.
De officier van justitie: ‘Heeft u dat vaker, dat u helemaal niets meer weet?’
Ibrahim: ‘Dat weet ik niet.’

De tweede overvaller is Mark met een panty over zijn hoofd.
Hij moet zich later verantwoorden bij de kinderrechter, omdat hij nog een kind is.

De derde overvaller is Patrick, 20 jaar.
Hem zag ik niet eerder.
Anders dan de andere twee was Patrick niet gemaskerd.
De rechters: ‘U kwam zoals u bent.’

Patrick ontkent het niet.
Hij heeft spijt.
Zegt: ‘We hadden die tip, ik dacht, we gaan naar binnen, pakken die zak met pillen en dan gaan we weer. Ja, het is anders gelopen, het was niet zo gepland.’
Hij had de jongen die met de ploertendoder op het hoofd was geslagen nog geholpen met wc-papier, om het bloeden te stoppen.
‘Ik vond het zielig.’
Maar hij had wel tegen die drie gezegd: ‘Ik kom hier zonder masker, dus jullie weten hoe ik eruit zie. Maar vergeet niet dat ik ook weet hoe jullie eruit zien.’
Dat volstond.

Ik kijk naar Patrick.
Je hoeft geen medelijden te hebben met jonge mannen die met veel geschreeuw en geweld overvallen plegen om daar ten koste van anderen zelf beter van te worden.
Maar toch…

Patrick is net als Ibrahim belazerd door leven.
Hij kwam jaren geleden met zijn getraumatiseerde ouders vanuit Kosovo naar Nederland.
Hij had de vreselijkste dingen gezien en moeten ervaren.
In Nederland viel hij om.
Er waren bevrijdende drugs en slepende procedures, slechte cijfers op school, de voortdurende dreiging te worden teruggestuurd.
Een grote broer was dat overkomen, van hem werd hij gescheiden.
Toen Patrick ook een brief kreeg van de IND was hij ontzettend bang geworden en sloeg hij op de vlucht.
De politie was toen al naar hem op zoek.

Acht maanden wist hij spoorloos te blijven.
De rechters vragen hoe dat was, als jongen van 19, 20 jaar op de vlucht.
Een groot avontuur?
Diepe zucht.
Nee.
Ontzettend zwaar, zegt hij.
De rechters zeggen dat ze in het dossier hebben gelezen dat hij zich vijftien dagen schuil heeft gehouden in een bos.
Rechters: ‘Hoe hield u dat vol? Waar leefde u van?
Patrick: ‘Cocaïne. Ik ben vijftien dagen wakker geweest.’

De officier van justitie moet eisen.
De feiten zijn heel ernstig, zegt ze.
Ze vraagt zich hardop namens de samenleving af wat we straks op straat terugkrijgen als wij een jongen als Ibrahim naar de gevangenis voor volwassenen sturen.
Ibrahim zit nu in een jeugdinrichting en doet het daar redelijk.
Aan de andere kant: hij is al eens veroordeeld voor een poging tot moord.
Wikken. Wegen.

De eis: de maximale jeugddetentie van  24 maanden.
Plus die negen maanden die hij eerder voorwaardelijk kreeg.
En als nieuwe stok achter de deur: een voorwaardelijk pij.
Dat is jeugd-tbs.

Dat is een hele waslijst, maar voor een 20-jarige is het nog wel een kans.
Ibrahim wordt nog niet helemaal afgeschreven.

Voor Patrick zijn er geen kansen meer.
Een behandeling in een kliniek zou voor hem het allerbeste zijn, daarover is iedereen het eens.
Maar dat kan niet.
Patrick is illegaal geworden, hij is hier als mens niks meer.
Dat is bedacht, maar niet verzonnen.
Het beste wat wij hem in onze eigen crisis te bieden hebben: 5 jaar gevangenisstraf.
Dat is de eis.
Daarna wordt hij het land uitgezet.

De rechtszaak duurt tot in de avonduren.
Buiten het gerechtsgebouw staat een oude, magere man.
Hij noemt de namen.
Komen ze vrij?
Ik zeg, dit zijn de eisen.
De oude man begint te huilen.

Rob Zijlstra

 

UPDATE – 6 juni 2014 – uitspraken
De rechtbank voelt zich onvoldoende geïnformeerd om uitspraak te kunnen doen. Beide verdachten moeten nader worden onderzocht. De zaak krijgt dus een vervolg. Wanneer is onbekend.

 

sixtol

De speedboot

De drugssmokkelaar die wordt betrapt, wordt doorgaans beschuldigd van twee dingen: het in bezit hebben (aanwezig hebben) van drugs en het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van die drugs.
Dat het laatste niet mogelijk is zonder het eerste, doet daar niet aan af.
Wie geen drugs smokkelt, maar wel drugs in bezit heeft en wordt gesnapt, zegt doorgaans dat die drugs zijn bedoeld voor eigen gebruik.
Nooit voor de handel, want dat levert maar meer straf op.
Het is dus niet zo dat wie veel drugs bezit, per definitie een drugshandelaar is.
En andersom.

De moeder van Japie had op de slaapkamer een plastic tas van Albert Heijn gevonden.
Helemaal niet erg zo’n tas, maar het gaat – zoals zo vaak – om de inhoud: een vuurwapen en 650 pilletjes XTC, die al gauw vijf euro per stuk doen.
Moeders belde verontrust zoons begeleider die op zijn beurt de politie belde.
Er kwamen agenten en die namen Japie mee naar het bureau.

Gezien het aantal pilletjes zou het raar wezen wanneer Japie zou beweren dat het voor eigen gebruik is.
Aannemelijk mag zijn dat Japie dealt in pilletjes.
Maar zelf wenste hij daar niet over te verklaren.
Hij zei tegen de rechters: ‘Mevrouw, meneer, ik wens wel te verklaren betreffende mijn toekomstplannen.’
En waarom hij niets over die drugs wilde zeggen?
Japie ontpopt zich als een beleefde jongeman: ‘Meneer, mevrouw, ik wil niet liegen in de rechtszaal. En als ik zwijg, dan lieg ik niet.’

De officier van justitie is niet van de babbeltjes en eiste een jaar celstraf.
De rechters veroordeelden hem deze week tot een onsje minder: 9 maanden.
Met zoveel pilletjes en een wapen in een plastic tasje ben je een dealer, punt uit.

Maar dan Tommy (30).
Hij woont op een boot die in de stad in het water ligt.
Het is er een beetje een rommeltje, wat niet erg is.
Het gaat immers om de inhoud.

Op een dag had een passant tegen passerende agenten gezegd dat er grote hoeveelheden hard- en softdrugs in de boot aanwezig waren.
De agenten hadden naar binnen geloerd en meenden op een tafeltje cocaïne te zien liggen.
Zoiets van afstand zien mag een prestatie van formaat heten, ook al omdat achteraf duidelijk werd dat er helemaal geen tafeltje stond.

De agenten vroegen of ze binnen mochten kijken en toen dat niet mocht vroegen ze toestemming van hogerhand.
Ze hadden immers een verdachte situatie aangetroffen.
Tommy maakte met vriend Alex – die samen met de poes op bezoek was – van de gelegenheid gebruik orde op zaken te stellen.
Terwijl de agenten op de kade in viervoud een huiszoekingsbevel stonden aan te vragen, stopte Tommy in het vooronder van alles in een koffer.
Daarna klom hij aan dek, gevolgd door Alex.
Kort daarop klonk een plons.

De agenten op de kade zagen nog net hoe de koffer in de diepte verdween.
De vreugde die zich daarom meester had gemaakt van Tommy was van korte duur.
Want enkele seconden nadat de koffer was verdwenen, kwam er van alles in plastic zakjes bovendrijven.
In de haast hadden ze de koffier niet goed dichtgedaan.
De zakjes worden uit het water gevist en de boot wordt doorzocht.

Gevonden is 1302 gram amfetamine, 60 gram MDMA (XTC), 24 gram heroïne, 419 gram hydroxyboterzuur (GHB), 7 gram LSD, 304 gram hennep en 33 gram hasjiesj.
En 3.550 euro aan contanten in een potje.

Tommy zegt dat de genoemde hoeveelheden niet kloppen.
Hier en daar was het wat minder.
Rechters: ‘Maar wat dan over blijft is nog steeds heel veel.’
Tommy beaamt dat, heel veel ja.
Zegt: ‘Maar ik was dan ook heel erg verslaafd.’
Rechters: ‘Het was dus niet voor de handel?’
Tommy: ‘Nee, nee, nee.’

Tommy vertelt dat hij een teruggetrokken leven leefde om allerlei redenen.
Vijf jaar lang had hij nergens ingeschreven gestaan waardoor zijn lasten laag bleven.
Het geld dat hij spaarde was voor het geval hij eens met zijn hondje naar de dierenarts moest of hijzelf naar de tandarts.
En verder waren er de drugs en een verslaving die steeds ernstiger werd.
Hij gebruikte met name speed.
Eens per jaar kocht hij daar een kilo van.

Naarmate de verslaving een steeds grotere greep op hem kreeg, namen de problemen aan boord toe.
Op een dag zei een vriendinnetje met een medische opleiding, ‘Tommy, je hebt niet lang meer, jij gaat dood.’
Tegen de rechters: ‘Ik ben dus blij dat ik ben gepakt. Ik zit nu in een kliniek, de afkickbehandeling is begonnen en het gaat goed.’

De officier van justitie: ’t Zal. Gezien de hoeveelheid kan het niet voor eigen gebruik zijn. Aan de andere kant wil ik ook rekening houden met de persoonlijke omstandigheden.’
Hij heeft uitgerekend dat Tommy 81 dagen heeft vastgezeten en toen uit detentie is geschorst om de gang naar de afkickkliniek mogelijk te maken.
En dus eist hij 81 dagen celstraf en daarnaast 360 dagen voorwaardelijk en een werkstraf van 120 uur.
En hij moet blijven afkicken.
Stopt Tommy vroegtijdig, dan krijgt hij die 360 dagen aan de broek.

En die 3.550 euro, het gespaarde geld dat in beslag is genomen?
Het Openbaar Ministerie toont haar creatieve kant.
Tommy had heel veel drugs, maar drugshandel is niet ten laste gelegd.
Was dat wel het geval, dan was het gevonden geld aangemerkt als misdaadgeld wat de Staat mag opeisen omdat het kwaad niet mag lonen.
Nu dat niet aan de orde is, krijgt Tommy zijn geld dus terug?
Nee.
De officier van justitie: ‘Weet je wat? We doen er nog een boete bij. Van 3.550 euro.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 3 maart 2014 – uitspraak
Uitspraak conform de eis. De geëiste boete – beetje flauw of niet – moet dus ook worden betaald.

De slapende steigerbouwer

Schermafbeelding 2013-09-20 om 11.10.58In een decembernacht van 2010 troffen surveillerende agenten een man aan in een stilstaande auto, midden op de rijbaan en met de motor draaiende.
Het was Derk.
Hangend over het stuur en in diepe, diepe slaap.

Toen de agenten hem wakker wilden maken, roken ze drugs (agenten ruiken dat).
Zijn auto zat tjokvol.
Cocaïne (11 gram), amfetamine (181 gram), hasjiesj (207 gram), xtc (900 pillen). Verder: messen, busje peperspray , gripzakjes, een weegschaaltje en 700 euro aan contanten.

Toen Derk een paar maanden later voor de rechtbank stond om zich te verantwoorden, zei hij: ‘Het was voor eigen gebruik.’
Ik schreef toen op dat niemand hoefde te lachen om dat antwoord.
En dat een van de rechters opmerkte: ‘Hoezo 900 pillen voor eigen gebruik? Hoeveel jaar was u van plan om…’

De rechters hadden opgemerkt dat het beter zou zijn de drugs vaarwel te zeggen.
Derk had geantwoord: ‘Dat wil ik wel.’

Het was toen niet de eerste keer dat Derk zich voor rechters moest verantwoorden in verband met drugs.
En ook niet de laatste keer.

Vrijdagochtend zat Derk weer in zittingszaal 14.
Hij was aangetroffen in zijn auto, in de Nieuwstad, in de rosse buurt van Groningen.
In de auto: speed, amfetamine, xtc (368 pillen), wiet, heroïne.
Gripzakjes, zes mobiele telefoons, een ipad, een weegschaaltje, 750 euro in biljetten van tien en twintig euro.

Nee, zegt Derk (en later ook zijn advocaat): ‘Ik was niet aan het dealen.’
Rechters: ‘Neemt u altijd zo veel drugs mee als u op pad gaat?’
Derk: ‘Het was voor eigen gebruik.’
Weer hoeft niemand te lachen.

Derk heeft een drugsprobleem.
Dat begon toen hij een jaar of 16 was.
Hij is nu 30 jaar.
Hij heeft diverse keren geprobeerd de drugs te laten staan.
Tegen de rechters: ‘Maar zonder drugs val ik op mijn werk in slaap.’
Derk is steigerbouwer.

De vorige keer kwam hij weg met een werkstraf.
Dat had Derk gewaardeerd, want hij werkt graag.
Daarvoor had hij al een paar keer gedurende enige maanden in de gevangenis gezeten.
Dat beviel hem minder.
De officier van justitie eist ditmaal een celstraf van twaalf maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk.
Zodra hij zijn vrijheid terugkrijgt, moet de reclassering hem in de gaten houden.

Derk wil dat wel.
Rechters: ‘U bent gemotiveerd?’
Derk: ‘Ja hoor.’

Rob Zijlstra

UPDATE – 4 oktober 2013 – uitspraak
Derk heeft gekregen wat de officier van justitie voor ogen had: 12 maanden cel waarvan vier voorwaardelijk. Met reclasseringstoezicht.

tuk