Dagelijks bier

De setting is er niet naar, maar het had woensdagochtend net zo goed om moord kunnen gaan in zittingszaal 14.
Wat afwijkt is dat er geen publiek is.
Bij moord en doodslag is er altijd publiek, dan zit de zaal doorgaans propvol.
Wat ook anders is, is het slachtoffer.
Ze mag dan wel het slachtoffer van haar partner zijn, zoals de meeste slachtoffers van levensdelicten, maar zij leeft nog.

Maar voor de rest had het net zo goed gekund.
De verdachte is Gert, 29 jaar, timmerman van beroep, maar daags na zijn aanhouding ontslagen.
Hij is geen prater.
Het is ook niet iedereen gegeven te spreken in het openbaar.
Gert beperkt zich in zijn antwoorden vooral tot ja, nee, absoluut niet, zou kunnen en weet niet.

Hij wipt onophoudelijk met zijn voeten.
Alsof de grond daaronder te heet is.

Het ging niet lekker met Gert en Greet.
Ze hadden vaak ruzie, ook fysiek.
Waarover?
‘Weet niet. Kleine dingetjes.’

Hij had al eens een huisverbod van tien dagen gekregen.
Tien dagen lang had hij niet thuis bij Greet mogen komen. Zo hoopte iedereen dat er een einde zou komen aan het huiselijk geweld in hun koopwoning in Groningen.
Hij had haar al eens neergestoken met een schroevendraaier.
Daar was toen geen politie aan te pas gekomen.

Wel is hij vaker veroordeeld: twee maal in 2008 en eenmaal in 2007.
Steeds ging het om geweld in huiselijke sferen en steeds was Greet de pineut geweest.

Gert oogt van geen kant op een geweldenaar, maar dat geldt voor de meeste klanten van zittingszaal 14.
Zelf vindt hij zich een leuke vent in de omgang.
Nee, kinderen wil hij niet.
Absoluut niet. Dat zou hem in zijn vrijheid beperken.

Er is ruzie op 12 juli dit jaar.
Hij had haar buiten hun deur gezet en haar geslagen met een waterpas.

Rechters – zij hebben het dossier gelezen – willen weten: ‘Bent u verslaafd aan alcohol?’
Gert: ‘Weet ik niet.’
Rechters: ‘U dronk dagelijks bier.’
Gert: ‘Ik zie het probleem niet.
Rechters: ‘U bent nogal gesteld op uw biertje.’
Gert: ‘Ik ben niet van plan er van af te blijven.’

De rechters zeggen dat de reclassering heeft geschreven dat het verstandig is dat hij iets aan zijn drinkgedrag doet.
Gert zegt dat hij daar niet aan meedoet.

Rechters: ‘Is dat uw koppigheid?’
Gert: ‘Denk ik.’
Rechters: ‘Hoe moet het nu verder met u?’
Gert: ‘Weet niet.’
Ze vragen het nog een keer, maar dan iets anders.
Gert: ‘Weer aan ’t werk.’

Er is ruzie op 24 augustus.
Hij komt thuis van zijn werk, heeft boodschappen gedaan.
De sfeer in huis is gespannen.
– Waarover?
‘Gert weet het niet.’
– U was wel boos?
‘Ja.’
– Bedreigde u Greet?
‘Iedereen zegt wel eens wat als ‘ie kwaad is.’
– Heeft u gezegd: ik maak je vanavond dood als je ligt te slapen?
‘Ja.’

Greet zou – ook boos – hebben gevraagd of hij niet nodig naar zijn vrienden moest, naar zijn vrienden om alcohol te drinken en drugs te gebruiken?
Gert tegen de rechters: ‘Ik vind het flauwekul als ze zoiets zegt.’

Gert gaat niet naar zijn vrienden (‘ik de koelkast lag ook bier’), maar pakt een mes van het aanrecht.
Een scherp broodmes.
Greet zit dan op een stoel die kan draaien voor de computer.
Gert wil haar even bang maken en maakt een steekbeweging.
Zij schrikt, draait en weert zich af.
Hij steekt haar in het bovenbeen.

Rechters: ‘Als Greet zich niet had afgeweerd, had u haar in de buik gestoken.’
Gert: ‘Had gekund.’

Greet belt haar zus die de politie waarschuwt.
Geert gooit nog een fles naar haar toe, maar mist.
Dan slaat hij haar in het gezicht, zij slaat terug.
De politie treft haar even later buiten op straat aan in een broek vol bloed.

Rechters: ‘Hoe kijkt u hier nou op terug?’
Gert: ‘Kan niet. Hoort niet zo.’
Rechters: ‘Heeft u wel spijt?
Gert: ‘Zeker wel.’

De officier van justitie spreekt van een heel ernstige zaak en een zorgelijk verleden, al met al van een groot probleem.
Bij de politie had Gert gezegd dat hij bang is dat zijn agressie eens fatale gevolgen zal hebben.
De officier zegt dat zolang ‘meneer hier’ niet bereid is iets aan zijn alcoholprobleem en aan zijn agressie te doen, de kans op herhaling hartstikke groot is.
‘Dan zit meneer hier binnen de kortste keren weer. En dat moeten we voorkomen.’

De rechters vragen nog of Gert ook wel eens aan zijn oom moet denken.
Gert knikt.
En of hij bang is dat hem ook zoiets overkomt?
Gert: ‘Ja.’
Oom had tante doodgeschoten en daarna zichzelf.

Gert zegt: ‘Ik ben nu eenmaal zoals ik ben.’
Rechters: ‘Kunt u veranderen?’
Gert: ‘Wel wat.’
Rechters: ‘En hoopt u dat de relatie met Greet weer goed komt?
Gert: ‘Ja.’

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

Rob Zijlstra

UPDATE – 23 december 2009 uitspraak
De rechtbank gaat uit van een poging tot doodslag, twee bedreigingen en mishandeling. De rechters houden rekening met het feit dat er sprake is van een langlopend relatieprobleem waarin ook de vrouw haar aandeel heeft. Zolang verdachte zich niet laat behandelen aan zijn alcoholprobleem is de kans op herhaling groot, denkt de rechtbank.  Al met al komt de rechtbank tot een lagere straf dan de eis: 24 maanden celstraf waarvan 8 voorwaardelijk.  Daarnaast moet de reclassering toezicht houden.

3 comments

  1. Het gekke is dat dit vaak weer goed komt. Tot er doden vallen. Terwijl andere mannen er al uitvliegen voor alleen al het kijken naar een andere vrouw zijn dit soort dames in de ban van geweld, lijkt wel.

  2. wil wel ff reageren dit gaat namelijk over mn dochter

    zulke mensen moeten ze nooit meer los laten lopen

    een groot gevaar voor de samenleving

    zulke mannen moeten ze allemaal op een eiland zetten

    midden in de stille oceaan

    deze man verandert niet zit wat los in zn hoofd

    mag van geluk spreken dat ik mn dochter nog heb

    een moeder

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s