Niet opgelost

Er is deze week zonder ruchtbaarheid een einde gekomen aan een hoogst opmerkelijke strafzaak. Aan misschien wel de meest merkwaardige rechtsgang in jaren. Een man die volgens de rechtbank in Groningen een moord pleegde, wordt niet langer strafrechtelijk vervolgd. Want? Er blijkt geen misdaad.

En er was al geen lijk.

Na een misdaad komt – als het goed is – de politie. En zodra de politie is gekomen en een verdachte in de kladden is gegrepen, heet het in de berichtgeving dat daarmee ook het misdrijf is opgelost. In het jargon van de politie plegen aangehouden verdachten de misdrijven, terwijl in werkelijkheid de daders dat doen.

De politie meldt successen, nooit de vrijspraken. Het verbaasde dus niet dat de politie in Groningen deze week niet wereldkundig maakte dat een opgeloste moord terug moet naar de afdeling koude klussen, de afdeling niet-opgelost.

Ook van de kant van het Openbaar Ministerie bleef het stil. Het rollebollende Openbaar Ministerie heeft momenteel intieme affaires aan het hoofd en kan daar even geen core business bij gebruiken.

Het zit zo. In januari 2013 veroordeelt de rechtbank in Groningen de dan 35-jarige Cafer tot twaalf jaar gevangenisstraf. De veroordeelde is het er niet mee eens en gaat in hoger beroep, zodat hij weer verdachte wordt. Het beroep slaagt. In december 2017 wordt de man door het gerechtshof in Leeuwarden vrijgesproken. Daar is het Openbaar Ministerie het weer niet mee eens en dus wordt cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, ons hoogste rechtsorgaan.

Deze week werd bekend dat de cassatieprocedure door het Openbaar Ministerie is ingetrokken. Ze geloven niet meer in het eigen gelijk. En daarmee is de vrijspraak van Cafer definitief een feit.

De kwestie. In april 2010 verdwijnt de 45-jarige schaker Michael de Vrieze van de aardbodem. De Vrieze woont in Burum, maar verblijft vaak in Groningen, bij de tante van Cafer. De vermissing van de Fries leidt tot een politieonderzoek en in dat onderzoek komt Cafer als verdachte naar voren. De verdenking: Cafer heeft Michael de Vrieze om het leven gebracht.

Ze kunnen het hem echter niet vragen: Cafer is kort na de verdwijning met een enkeltje naar Turkije vertrokken, naar het land dat geen onderdanen uitlevert. De vlucht naar Turkije is voor de politie een bevestiging van schuld. Waarom anders er zo rap vandoor?

Anderhalf jaar weet Cafer buiten het zicht van Nederland te blijven. Maar in december 2011 vliegt hij van Turkije naar Moskou. Dat had hij misschien niet moeten doen. Hij staat internationaal gesignaleerd. Hij wordt in Moskou aangehouden en in afwachting van het uitleveringsverzoek van Nederland opgesloten in een stinkende en tochtige Russische gevangenis. Na vier maanden hel wordt hij overgedragen aan Nederland. En in 2013 veroordeeld tot twaalf jaar.

Het doorslaggevende bewijs is bloed. In de woning in Groningen waar Cafer woonde en waar Michael de Vrieze vaak verbleef worden zoveel bloedsporen aangetroffen dat het niet anders kan dan dat daar een misdrijf is gepleegd. En dat De Vrieze daar het slachtoffer van is, want het is zijn bloed. Lastig blijft wel dat het lichaam van De Vrieze niet wordt gevonden, tot op de dag van vandaag niet.

Maar een moord zonder lijk kan. De veroordeelde Cafer gaat in hoger beroep.

In de aanloop naar het nieuwe proces gebeurt er iets vreemds. Op verzoek van advocaat Jac Taekema wordt opnieuw onderzoek gedaan naar het in de woning aangetroffen bloed. Een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) concludeert dat wat de politie bestempelde als veel bloed, in werkelijkheid heel weinig bloed is. Zo weinig dat het net de bodem van een borrelglaasje kan bedekken.

De NFI-deskundige: en dat is veel te weinig om te kunnen concluderen dat er in de woning sprake is geweest van een misdrijf zoals de politie zegt. Op grond van de bevindingen van het NFI besluit het gerechtshof dat er twijfel is. En twijfel is geen grond om iemand achter de tralies te laten zitten. Cafer mag naar huis en als vrij man zijn strafzaak in hoger beroep afwachten.

Dan komt de justitie-afdeling ‘wegwezen’ in actie. Vanwege de veroordeling door de rechtbank is Cafer ergens in de bureaucratie tot een ongewenste vreemdeling verklaard. En ongewensten mogen niks, laat staan iets in vrijheid afwachten. Cafer wordt op het vliegtuig gezet, wederom met een enkeltje naar Turkije.

En zo ook kwam het dat in december vorig jaar de stoel van de verdachte in de statige rechtszaal van het hof in Leeuwarden leeg bleef. Cafer wilde gebruik maken van het recht zijn strafzaak bij te wonen, maar mocht het land niet in. De patstelling werd door het hof eenvoudigweg doorbroken met de opmerking dat hij tijdens het proces voor de rechtbank in Groningen alles al had kunnen zeggen wat hij te zeggen had. Dat hoefde in hoger beroep niet nog een keer.

In de rechtszaal zitten de bloeddeskundigen van de politie en het NFI met hun tegenstrijdige conclusies naast elkaar. Ze kunnen – jawel – elkaars bloed wel drinken.

De politiedeskundige (veel bloed, dus misdrijf) zegt tegen de rechters dat hij een cursus bloed van een volle week heeft gevolgd, dus dat hij echt wel weet waar hij het over heeft.
De NFI-specialist (weinig bloed, geen misdrijf): ‘Mijn studie duurde geen week, maar jaren.’

Het Openbaar Ministerie kiest voor de politiedeskundige, het hof volgt het instituut. Vrijspraak.

Nu cassatie achterwege blijft is na acht jaren een einde gekomen aan een lange weg waarop het recht zijn beloop heeft gehad. Michael de Vrieze is nog altijd van de aardbodem verdwenen evenals de man die daar de hand in heeft gehad. Voor de nabestaanden moet dit vreselijk zijn.

Hoe het kan dat veel bloed ineens heel weinig bloed wordt, blijft vooralsnog een raadsel. Misschien dat politie en justitie en ook de afdeling ‘wegwezen’ zich nog eens achter de oren krabben. En wellicht vragen rechters in Groningen zich af of hoe verstandig het is om forensische deskundigheid toe te dichten aan de politie.

En Cafer?

De man zat zo’n 1300 dagen naar achteraf blijkt ten onrechte in de gevangenis. De compensatie voor afgenomen vrijheid bedraagt tachtig euro per dag. Met misschien een extraatje erbij voor de vier verzwarende maanden in de stinkende gevangenis van Moskou.

Wie gaat dit betalen?
Wij.
Reken maar.

Rob Zijlstra

→ meer berichten over deze kwestie, inclusief het arrest van het hof op: patstelling

Verhaal van stilte

Dit is een verhaal zonder grote woorden.
Eigenlijk zou dit een verhaal van stilte moeten zijn, maar ik weet niet hoe je dat schrijft.

Op 20 augustus 2017, dat is nog geen jaar geleden, gebeurde er zomaar ineens iets verschrikkelijks in de veerhaven van Lauwersoog. Een automobilist reed in op voetgangers. De 44-jarige Peter Luttikhuizen uit Groningen was op slag dood. Zijn 9-jarige dochter Aminga overleed twee dagen later in het ziekenhuis aan de verwondingen. Zoontje Pelle van 8 raakte gewond, maar is nu bijna 9.

De automobilist heet Ingrid, een 64-jarige vrouw die op weg was naar haar werk in een winkeltje op Schiermonnikoog. Zij kende de weg naar het eiland als geen ander.

Twee weken geleden stond ze terecht. In de rechtszaal zaten de nabestaanden en vrienden van Peter en Aminga. Zij zaten naast de familieleden en vrienden van de vrouw die het vreselijke ongeluk veroorzaakte. Niemand wilde die dag de 64-jarige Ingrid zijn, schreef ik in de krant.

Was het een ongeluk in de zin van per ongeluk? Niet verwijtbaar, maar een verschrikkelijk noodlot? Iets wat je overkomt? Of was Ingrid als bestuurster van de grote Volvo onvoorzichtig? Keek ze niet goed uit omdat ze haast had?

In de rechtszaal is de vraag: overtrad zij artikel 6 van de Wegenverkeerswet? Als dat zo is, dan heeft ze zich schuldig gemaakt aan een misdrijf. Het Openbaar Ministerie vindt dat dit laatste het geval is.

De rechters zien het anders, zo werd deze week duidelijk toen uitspraak werd gedaan. Een verkeersmisdrijf – daar kun je gevangenisstraf voor krijgen – vereist dat je flink de fout in moet gaan. Eén fout is niet voldoende. En volgens de rechters heeft Ingrid één fout gemaakt, met vreselijke gevolgen weliswaar, maar het blijft een enkele fout: ze verleende geen voorrang.

Ingrid werd daarom vrijgesproken van het misdrijf, van het overtreden van artikel 6. Wel is ze schuldig aan artikel 5: door geen voorrang te verlenen heeft ze het overige verkeer in gevaar gebracht. Het is een overtreding die talloze keren per dag wordt gemaakt. De opgelegde straf: een taakstraf van dertig uur en een rijontzegging van drie maanden.

Dat is het, daar moeten we het mee doen.
Uit de samenleving: dus je krijgt een taakstraf als je twee mensen, een vader en een kind, doodrijdt?
Terwijl nabestaanden levenslang hebben?
Ja.
Eline Kroeze uit Winsum reageerde publiekelijk via Facebook.
Zonder vraagteken: ‘Waar is men mee bezig in Nederland’.

Verkeerszaken zijn rotzaken. Achteraf moet worden vastgesteld wat er is gebeurd en wie daar al dan niet schuld aan heeft. En als er sprake is van schuld, wat is dan een passende straf, een straf waarvan je weet dat die altijd in schril contrast staat met het leed?

Verkeerszaken zijn ook rotzaken omdat er niet veel voor nodig is om verdachte in de rechtszaal te worden. Je hoeft geen crimineel te zijn om je schuldig te maken aan onoplettendheid in het verkeer. Zou slecht verkeersgedrag keihard via de strafrechter worden aangepakt, dan moeten er gevangenissen worden bijgebouwd. Autorijden is nu eenmaal niet ons sterkste punt.

Het kan niet, maar iedereen die zijn rijbewijs haalt (heeft) zou verplicht een verkeerszaak in de rechtszaal moeten bijwonen. Bijvoorbeeld die van de 65-jarige man uit Drenthe die bellend en Whats-append met honderd kilometer per uur inreed op een stilstaande rij auto’s, wachtend voor de geopende brug. Hij had de stilstaande auto’s niet opgemerkt, want te druk met zijn telefoon en de afspraak waarvoor hij te laat was.

Een 74-jarige mevrouw zat in de achterste auto en was op weg naar Ameland. Ze overleed kort na aankomst in het ziekenhuis. En de drukke man is voor het leven getekend.

Zat Ingrid ook te appen?
Nee.
Had zij haast?
Ze zegt van niet.

Ze wilde haar auto parkeren in de parkeergarage bij de veerhaven, maar zag dat die vol was. Ze keerde, om elders een plek te zoeken. De boot naar Schiermonnikoog ging om half een. Het ongeluk gebeurde even na twaalf uur. Genoeg tijd. Dat zegt ze. De politie noteerde een ander tijdstip van het ongeluk: 12.18 uur. Als dit laatste klopt, zou de bestuurster met nog twaalf minuten voor de afvaart gehaast kunnen zijn.

Het Openbaar Ministerie laat het tijdstip van het ongeluk in het midden en de rechters willen het niet weten. Dat vind ik wel raar.

Enfin.

Ingrid zoekt dus een parkeerplek. Ze wil de Zeedijk (voorrangsweg) oprijden. Van links komt een bus. Die ziet ze niet. Maar de bus is er wel. Ze schrikt. In plaats van te remmen, geeft ze gas. Een reactie in de schrik. Ze schiet voor de bus – wel vol in de remmen – langs. Daar lopen Peter, Aminga en Pelle.

Gehaast of niet, de rechters schrijven in het vonnis: ‘Verdachte had naar het oordeel van de rechtbank de tijd kunnen en moeten nemen om zich er beter van te vergewissen dat geen verkeer op de voorrangsweg naderde.’

Aminga vertelde mopjes toen het gebeurde.

Peter Luttikhuizen – werkzaam in de verslavingszorg – was een trouwe lezer van deze column, vertelde zijn partner aan de rechters in de rechtszaal. ‘Nooit hadden wij kunnen bevroeden dat Peter in zittingszaal 14 zelf onderwerp van gesprek zou worden.’

In zittingszaal 14 hangen vijf panelen aan de muur. Het zijn kunstwerken. Wie kijkt kan de contouren van de provincie Groningen waarnemen.

De vijf werken zijn in zachte pasteltinten geschilderd. De schilder, kunstenaar Jaap Hillenius, beoogde daar iets mee. De zachte kleuren moeten tegenwicht bieden aan de harde en rauwe werkelijkheid die in de zaal van het recht wordt besproken. De niet altijd te bevatten werkelijkheid die zomaar kan gebeuren, kan met de zachtheid van kleur een beetje in balans worden gebracht.

Dat was zijn boodschap.

In augustus 1999 werd Jaap Hillenius, vrolijk fietsend door zijn stad Amsterdam op een trambaan door een automobilist aangereden. Hij was op slag dood. De schilderijen hingen toen nog maar pas in de Groninger rechtszaal.

Vanuit de stilte schreeuwen zijn zachte pastelkleuren het soms uit.
Het valt niet mee om boven het lawaai van de onverstoorbare werkelijk uit te komen.

Rob Zijlstra

update  – 22 mei 2018 – hoger beroep
Het Openbaar Ministerie gaat niet in hoger beroep → dvhn.nl

 

het vonnis

 

jaap hillenius – wikipedia

 

de vijf panelen van jaap hillenius

 

Lijst der liegbeesten

De leugen regeert. Ministers en zittende presidenten doen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, bankiers weten naar het schijnt niet beter, in het grote bedrijfsleven is liegen een noodzaak, niet alleen om de concurrent, maar ook om de consument een loer te draaien. Zelfs de slimsten onder de braveriken zijn niet eerlijk; die verzinnen sjoemelsoftware of snappen algoritmes waarmee Facebook en Google (onze) miljarden binnenhalen.

Het moet daarom merkwaardig heten dat van verdachten – de slechteriken – wordt verwacht dat zij de waarheid spreken.

Ontkennende verdachten krijgen nogal eens voor de voeten geworpen dat ze geen verantwoordelijkheid nemen. Goed voor extra straf. Hier kronkelt iets.

Want liegen is menselijk. Het is onderzocht: bij alle culturen en op alle continenten komt het voor. Dus is het raar dat van een slechterik bovenmenselijk gedrag wordt verwacht zodra hij in handen is gevallen van de braveriken.

In rechtszalen wordt ontzettend gelogen.

Zou ik een top tien maken van de meest markante leugenaars in zittingszaal 14 en omstreken, dan is Reinier S. uit Hoogezand al jaren onovertroffen lijstaanvoerder. Zijn leugenachtige verklaringen golden als bewijs. Hij verklaarde dat uitgerekend op de dag dat zijn lieve vrouw werd vermoord, de klok de tijd terug tikte en de aarde plat was en dat hij het dus nooit gedaan kon hebben.

Reinier S. bracht in 1996 zijn partner Gonda Drent om het leven. De rechtbank veroordeelde hem in 2008 tot twaalf jaar cel, in hoger beroep kwamen er nog wat leugens bij en kreeg hij vijftien jaar. Reinier S. komt volgende maand op vrije voeten.

Maikel S. (43) uit Groningen staat op het punt de eerste plek op de lijst der liegbeesten over te nemen. De verklaringen die deze man twee weken geleden ten overstaan van het gerechtshof in Leeuwarden aflegde hadden volgens de aanklager ‘geen enkele relatie met de waarheid’. En daar komt-ie: ‘Dat verdachte geen verantwoordelijkheid neemt, maakt de feiten des te erger.’ Dat zei de advocaat-generaal (dat is officier van justitie in hoger beroep).

Maikel S. werd door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot twintig jaar celstraf wegens dubbele doodslag. In januari 2013 bracht S. op één dag twee mensen om het leven. In een woning aan de Oliemuldersweg in Groningen stak hij ’s ochtends de 66-jarige Gudrun Küster met een mes in de hals, zeven uur later vermoordde hij op gruwelijke wijze de 71-jarige Trevor Griffiths in diens woning aan de Waldeck Pyrmontstraat.

Maikel S. kende beide slachtoffers. Beide slachtoffers kenden elkaar niet. Waarom werden ze vermoord? Het Openbaar Ministerie: veel wijst op roof. Maikel S. had geld nodig om drugs te kopen. Geld dat hij dacht te halen bij de vrouw en de man bij wie hij een tijdje als huurder van een kamer had ingewoond.

Veel ernstiger kan een misdrijf niet wezen. Daarom was er dertig jaar cel geëist. Toen de rechtbank daar twintig jaar van maakte, ging het Openbaar Ministerie in hoger beroep. De nieuwe strafeis: dertig jaar en tbs met dwangverpleging. Dat is op het nippertje geen levenslang.

Wie 43 jaar oud is en na een rekensom vaststelt dat de vrijheid pas na je zeventigste verjaardag terugkeert, heeft weinig te verliezen. Dan grijp je alles aan wat de mens eigen is om het ergste te voorkomen.

En dus ontkent Maikel S. ondanks de onomstotelijke bewijzen dat hij Gudrun Küster en Trevor Griffiths om het leven heeft gebracht.

Het leven van Maikel S. is al jaren een leugen, noodzakelijk om te overleven. De onafhankelijkheid van Suriname bracht hem als een onbeschreven blad naar Nederland. Maar de jeugd ging gepaard met problemen, diploma’s bleven uit en toen hij 21 was, zat hij voor het eerst in een afkickkliniek. Drugs en bijbehorende criminaliteit, veroordelingen inclusief, werden vaste ingrediënten van zijn leven. Zijn kinderen wonen in Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven en Peru.

Nee. Niet hij, maar ene Mo en ene Kees, mannen uit Amsterdam die hij ook niet kent, hebben de twee moorden op één dag in Groningen gepleegd. Mo en Kees deden dit in opdracht van de doodgeschoten beroepscrimineel Muljaim Nadzak. Met hem had hij 35 kilo wiet gestolen ‘in de buurt van Norg bij Drachten’. De wiet had hij verstopt bij mevrouw Küster en meneer Griffiths en toen ineens waren de drugs verdwenen en toen was de doodgeschoten Nadzak boos, toen kwamen ene Mo en ene Kees hem bedreigen en toen had hij bang de woningen van de verstopplaatsen aangewezen. Mo en Kees belden de volgende ochtend en toen moest hij het lichaam van mevrouw Küster dat op straat lag naar haar woning tillen, vandaar dus zijn DNA op het slachtoffer.

Bij zijn aanhouding, in de nacht na de moorden, had hij een plastic tas bij zich met boodschappen. Boodschappen die kort daarvoor bij de Albert Heijn waren gekocht door Trevor Griffiths. Maikel S. zei dat hij die tas met inhoud voor een tientje had gekocht van ene junk op straat. Bloed op het pedaal van de fiets van het slachtoffer? Kan, zegt Maikel S., ‘want ik heb ook nog met hem gevochten.’

In een heimelijk opgenomen telefoongesprek vanuit de gevangenis horen rechercheurs Maikel S. tegen zijn vriendin zeggen: ‘Onder Küster kom ik wel uit, daar word ik van vrijgesproken, maar Griffiths is een groot probleem. Ik ga zeggen dat we hebben gevochten, dat ik hem heb geslagen en dat toen ik wegging hij nog leefde.’

Een van de rechters: ‘Wat u als waarheid beweert, dat kan toch helemaal niet? Of u moet Hans Kazan erbij hebben gehad.’

Maikel S. zegt dat hij in de gevangenis – hij zit vast sinds januari 2013 – christen is geworden. Andere rechter: ‘Als je christen bent, betekent dat dat je eerlijk moet zijn’ (kennelijk heeft deze rechter de eerste zinnen van dit verhaal niet gelezen).
Maikel S. antwoordt: ‘Ik ben eerlijk.’
De rechter (‘wij zijn maar aardse rechters’) ‘Nou… nou…’

Maikel S. zegt dat hij niet weet hoe hij de dagen door moet komen in de gevangenis. Dat is tamelijk heftig als je nog twintig tot dertig jaar voor de boeg hebt. Ik geloof het ook niet. Maikel S. heeft in detentie een nieuwe liefde ontmoet. Ik weet niet hoe, maar het kan. Eind dit jaar hoopt hij weer vader te worden.

Dat laatste is niet waar.
Dat liegt de rechtbankverslaggever.
Toch?

Nee.
Verslaggevers liegen niet.

Rob Zijlstra

→ De strafzaak tegen Maikel S. wordt in augustus voortgezet. Omdat er tbs is geëist moet er, op last van het hof, een rapport komen over de geestesgesteldheid van S.

Directeur with love

We leven in een moderne tijd waarin de drempel laag is om met allerlei digitale middelen met elkaar te communiceren. De onderwerpen zijn divers, maar een van de meest gegoogelde woorden op het internet is seks.’

Dit zegt de advocaat van de man die zich schuldig heeft gemaakt aan grooming, het meest eigentijdse misdrijf van dit moment.

De raadsman probeert de rechters duidelijk te maken dat zijn cliënt heus niet de enige is die het internet beschouwt als een woest lustoord. Zelf is de advocaat meer van het scrabbelen waar het woord sex nog de voorkeur geniet. Dat terzijde.

Terwijl de advocaat staat te praten zit de verdachte met het hoofd gebogen naast hem. Het schijnsel van het licht van de TL-lampen die in aluminium bakken aan het plafond van zittingszaal 14 hangen, glanst op zijn kale hoofd. Wat in dat hoofd omgaat?

Bert heeft de officier van justitie zojuist de strafeis horen uitspreken. Hij denkt misschien wel aan zijn pas verworven functie als lid van de directie, aan zijn internationale carrière, eens was hij verantwoordelijk voor de hele Belgische markt, denkt hij aan het bijbehorende inkomen, zijn woning, aan de toekomst met de nieuwe vriendin.

De officier van justitie had tien maanden gevangenisstraf geëist. De helft voorwaardelijk weliswaar, maar dat betekent nog altijd vijf lange maanden in een gevangenis. Hoe is het daar? Hoe gaat hij dat daar volhouden?

De advocaat zegt tegen de rechters: ‘Rechters zijn er niet op uit om mensen kapot te maken. Stuurt u deze man naast mij naar de gevangenis, dan is het einde mooie baan, einde eigen huis, einde inkomen, einde relatie. Hij zal aan lager wal geraken.’ De raadsman heeft een beter idee. ‘Doe een straf die naar de maatschappij toe geloofwaardig is, maar die tegelijkertijd hulp biedt en herhaling voorkomt. Doe een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke celstraf.’

Bert vist voortdurend papieren zakdoekjes uit zijn colbert om daarmee tranen uit het gezicht te vegen. En paar keer vragen de rechters of het wel gaat? We zien, zeggen ze, dat u ontzettend nerveus bent. ‘Mocht u willen pauzeren, dan moet u dat maar even aangeven.’ Misschien put hij er een beetje hoop uit, rechters die zo vriendelijk en zorgzaam zijn, zullen hem toch straks niet naar het gevang sturen?

Vorig jaar spookten er heel andere dingen door zijn hoofd. Extreme seks  met jonge meisjes, daar dacht hij toen gretig aan. Met vastgebonden kinderen erbij. Het kwam ook door zijn drukke baan met veel klanten en managementverantwoordelijkheden. Tropenjaren waren het. Hij raakte verward, het moest wel misgaan.

Op 28 februari vorig jaar werd hij opgepakt op de parkeerplaats bij een hotel in Hoogeveen. Voor de politie was het een eenvoudig klusje geweest. Er was een meisje op het politiebureau gekomen. Anja van 15 jaar. Ze vertelde dat ze via de chat-app Kik (‘vrijwel anoniem’) contact had met een man. Dat ze naaktfoto’s en filmpjes van zichzelf naar die man had gestuurd. En dat de man die foto’s en filmpjes nu gaat publiceren op het internet. Tenzij ze naar het hotel komt.

De agenten weten exact hoe laat het is. Op de laatste bijspijkercursus hebben ze dit behandeld. Digitale kinderlokkers om vervolgens in het echt seks met ze te hebben. Oftewel: grooming.

De agenten bellen de officier van justitie van dienst en vragen of het mag? Het mag. En dus gaan de agenten mee naar het hotel. Anja wacht in de lobby. Bert komt. Anja knikt dat dat ‘m is. Bert wordt gearresteerd.

De rechters: ‘Het heeft ons verbaasd. U bent een volwassen man, zelf kinderen, goede baan, en dan dit soort dingen. Man, man.’
Bert: ‘Het was stom, ik had het nooit moeten doen. Ik had het contact moeten verbreken.’

Het wordt erger dan stom. De officier van justitie zegt dat toen ze de processen-verbaal tot zich nam – er stond ook nog kinderporno op zijn computer – dat ze niet alleen boosheid voelde, maar ook walging.

Bert had Anja digitaal leren kennen toen ze 13 jaar was. Anja zat bij een WhatsApp-groep waar meisjes lid van waren die lijden aan anorexia. Bert had zich onder een andere naam in die groep ge-appt want hij was geïnteresseerd in jonge meisjes met anorexia. Zo was het met Anja begonnen.

Van het een kwam geleidelijk het ander. Bert en Anja, zegt Bert, gingen een spel spelen, een spel met seksuele praatjes die allengs extremer werden. Anja stuurde foto’s en filmpjes van zichzelf. En Bert dreigde die foto’s en filmpjes dan op het internet te plaatsen. Dat kon ze voorkomen door meer foto’s en filmpjes naar hem te sturen.

Bert: ‘Het was een rollenspel, het was fantasie, het kwam van beide kanten. Ook zij nam het initiatief.’
Rechters: ‘U bent een man van in de veertig, zij was een kind, een meisje van 13, 14, 15. Hoezo nou rollenspel?’
Bert: ‘Ik had niet de intentie.’
Rechters: ‘U rijdt helemaal vanuit uw woonplaats (regio Den Haag) naar Hoogeveen om seks te hebben met een meisje in een hotel.’
Bert: ‘Het is vreselijk.’
Rechters: ‘U heeft dochters. Hoe zou u het vinden als mannen zo zouden omgaan met uw dochters?’

Bert krimpt ineen, kon hij zichzelf maar extreem ver weg fantaseren, weg uit deze rechtszaal.
Zachtjes: ‘Ik schaam me diep.’

De officier van justitie zegt dat de walging die ze voor Bert voelt tijdens de zitting niet is verdwenen. Integendeel. Deze man zette een kwetsbaar meisje, een kind nog, voor zijn eigen genot onder grote psychische druk. En nog steeds, want waar zijn die foto’s, die filmpjes gebleven? Heeft Anja nog steeds te vrezen? De officier van justitie: ’U hoort de boosheid in mijn stem.’

Bert is zijn directiewerkzaamheden aan het herschikken, zodat hij op vrijdag een thuiswerkdag heeft, zodat hij wat vaker naar zijn behandelaar kan gaan. Hij is in therapie. Daar leert hij dat alles voortkomt uit het verleden, dat je dat verleden moet koppelen aan het heden om vervolgens ballast op te ruimen.

Nog een reden, zegt de advocaat, om af te zien van het opleggen van gevangenisstraf. ‘Cliënt is in behandeling.’
Op het internet lees ik dat de therapie omstreden is.

Is dit het hele verhaal?
Nee.
Het vermoeden is dat de directeur meer Anja’s had.

Rob Zijlstra

update – 9 mei 2018 – uitspraak
De rechtbank heeft Bert veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk. Hij is zo schuldig als wat, vinden de rechters. Dat celstraf verstrekkende gevolgen heeft voor zijn arbeid zal zo zijn, het is geen reden van een vrijheidsstraf af te zien, aldus de rechtbank.

Het kan zomaar gebeuren…

Was het een ongeluk zoals dingen per ongeluk kunnen gebeuren?
Of was het een ongeluk dat  verwijtbaar is?
Die vraag moet de rechtbank in Groningen beantwoorden.
De aanleiding: een verschrikkelijk verkeersongeval bij de boot naar Schiermonnikoog.

Het is zondag 20 augustus 2017.
Lauwersoog.
Het is druk op de parkeerplaatsen en bij de parkeergarage.
Mensen komen en mensen gaan.
De afvaart van half een is aanstaande.

Mevrouw L. (64) uit Haren komt vanuit de richting van de volle parkeergarage, ze rijdt in haar auto de Zeedijk op.
Er komt een bus aan, de bus met voorrang.
En daar ergens gaat het zo ontzettend mis.
De automobiliste wijkt uit, verliest de macht over het stuur.
En rijdt in op drie overstekende voetgangers, een man en twee vrolijke kinderen die op weg zijn naar de boot, op weg naar Schier.

De man overlijdt ter plaatse.
De twee kinderen raken zwaargewond.
Een van de kinderen overlijdt later in het ziekenhuis.
Een meisje, zij is het dochtertje van de man.
Aminga heet ze, 9 jaar.

De man is Peter Luttikhuizen, 44 jaar.
Ze komen uit Groningen.

De politie meldt dat de oorzaak van het ongeluk wordt onderzocht, de bestuurster van de auto is overstuur, maar zal worden gehoord.
Agenten zeggen dat ze denken dat er geen opzet in het spel is.
De boot vertrekt die dag iets later.

Het Openbaar Ministerie heeft besloten  de 64-jarige mevrouw uit Haren strafrechtelijk te vervolgen.
De vraag is niet of er opzet in het spel was.
Die is er niet.
Bij verkeerszaken gaat het niet om de opzet.
Bij verkeerszaken is de vraag of iemand een verwijt kan worden gemaakt.

Dat kan als iemand honderd kilometer per uur rijdt waar vijftig is toegestaan.
Of wanneer wij in de auto WhatsAppen, telefoneren.
Drank.

Het verwijt aan mevrouw L. is dat ze zeer onvoorzichtig dan wel onoplettend heeft gereden.
Misschien keek ze niet goed uit.
Misschien zag ze de voetgangers niet.
Of net te laat, een fatale fractie van een seconde.

Het is vooral een juridische vraag.
Het juridische antwoord is dat wie niet ziet wat er wel is, niet goed oplet en dan dus onvoorzichtig is geweest.
Dat is strafbaar en kan een misdrijf opleveren.

De strafzaak dient vanmiddag.
Bij aanvang zullen de rechters zeggen dat wat er is gebeurd verschrikkelijk is.
Dat dit een zaak is met alleen maar verliezers.

De officier van justitie zal met een strafeis komen, dat kan zelfs een eis tot vrijspraak zijn.

Maar als de rechters  uiteindelijk vinden dat mevrouw L. zich schuldig heeft gemaakt aan artikel 6 van de Wegenverkeerswet –  dus dat haar iets te verwijten valt – dan zullen ze ook een straf moeten opleggen.
Een straf die recht doet, maar  nooit het leed zal kunnen wegnemen.

rob zijlstra

update – 25 april 2018 – eis
Het Openbaar Ministerie heeft een werkstraf van 200 uur en twee jaar rijontzegging geëist. Volgens het OM is mevrouw L. aanmerkelijk onvoorzichtig geweest. Had ze voorzichtiger gereden, dan had ze het ongeluk kunnen voorkomen. Artikel 6 van de wegenverkeerswet kan worden bewezen, zegt de officier van justitie.

update – 25 april 2018 – verslag zitting
Geen mens ter wereld had vandaag willen ruilen met Ingrid L.

update – 26 april 2018 – er klopt iets niet
Had de bestuurster haast en nam ze daarom risico’s?  Of niet? Het lijkt mij een relevante vraag in relatie tot de schuldvraag.
Wie ruimschoots op tijd is, heeft doorgaans geen haast. Wie onverwacht (?) voor een volle parkeergarage komt te staan, op zoek moet naar een andere parkeerplaats en nog maar 25 of 12 minuten (??) heeft, die kan wat gehaast zijn. Of supergestresst raken.
Het tijdstip van het ongeluk is dan van belang. Maar het tijdstip blijkt niet bekend en kan – achteraf – ook niet worden achterhaald. Een proces-verbaal van de politie wordt in twijfel getrokken.
Ik vind dat raar. Er klopt iets niet. Ik belde met het Openbaar Ministerie. Het bericht dat dat opleverde staat hier → er klopt iets niet

update – 9 mei 2018 – uitspraak
De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van artikel 6 van de wegenverkeerswet. Van het misdrijf dus. Wel is er een veroordeling voor de overtreding: het niet verlenen van voorrang. Een taakstraf van 30 uur en een rijontzegging van 6 maanden waarvan de helft voorwaardelijk. Hieronder het vonnis.

klik op afbeelding voor volledig vonnis

Mijn collega Marijke Brouwer reed op het moment van het ongeluk vlak achter de auto van mevrouw L. Eind vorig jaar zocht zij Willemien Hoevenaar op, de (ex) partner van Peter Luttikhuizen, de moeder van Aminga. Daarover schreef ze een indrukwekkend verhaal, dat in december in Dagblad van het Noorden en in de Leeuwarder Courant is gepubliceerd.  Het kan zomaar gebeuren.

Appelleren is riskeren

Stelletje mafkezen, riep Alex O. tegen de rechters nadat die hem in juni 2016 veroordeelden tot 8 jaar celstraf wegens afpersing.
Boos ging hij in hoger beroep.
Vanmiddag deed het gerechtshof uitspraak: 10 jaar celstraf.

meer hierover: dagblad van het noorden

[r.z]

Moordenaars en moeders

Toenmalig minister van justitie Winnie Sorgdrager heeft in 1996 een steen onthuld, als symbolische start van de bouw van het gerechtsgebouw van Groningen. Die steen bestaat nog steeds, maar is weggemoffeld achter het scanapparaat in de entree van het gebouw. Belangrijker is dat twee jaar na de justitiële onthulling zittingszaal 14 in gebruik is genomen. Dat is rond deze tijd twintig jaar geleden.

Twintig jaar was toen ook de maximaal tijdelijke straf die je kon krijgen voor moord.

In de voorbije twintig jaar hebben tientallen moordenaars zich moeten verantwoorden in de grote zaal van het strafrecht, op de eerste verdieping, achterste deur en dan rechts het trapje af. Moordenaar is een naar woord en tientallen daarvan klinkt akelig veel, maar het zijn er maar een paar per jaar. Veel van deze mannen en een enkele vrouw, misschien wel de helft, hebben hun straf uitgezeten. Ze wonen weer bij u in de buurt.

Janderk (34) uit Hoogezand moet nog tot moordenaar worden veroordeeld. Janderk heeft Dennis uit Musselkanaal doodgeschoten. Hij heeft dat alvast bekend, maar formeel is hij nog verdachte van moord dan wel doodslag. Het gebeurde nadat Dennis probeerde hem te beroven van een halve kilo cocaïne en van negentien valse biljetten van vijfhonderd euro. De officier van justitie wil dat de rechters Janderk twaalf jaar opsluiten. De advocaat vindt dat Janderk geen straf hoeft te krijgen. De rechters beslissen de komende week.

Maar meer nog dan moordenaars hebben in de voorbije twintig jaar honderden mannen en vrouwen in de verdachtenbank van zittingszaal 14 gezeten die net geen moordenaar waren. Soms op het nippertje niet. Zij maakten zich schuldig aan een poging tot moord dan wel een poging tot doodslag. Dan probeer je het, maar is het niet gelukt.

Veel mannen en vrouwen uit deze categorie hebben het niet aan zichzelf te danken dat ze niet dat nare woord op hun voorhoofd gestempeld hebben gekregen. Een flink deel van hen werd net geen moordenaar omdat er kundige artsen in het ziekenhuis waren die ook wisten wat ze moesten doen. Soms was er sprake van al het geluk van heel de wereld op het juiste moment bijeen. Een centimeter lager, dieper en het slachtoffer had nabestaanden.

Onze buurten in de dorpen en steden zijn vergeven van de net-niet-moordenaars.

Jochem uit Assen is er zo eentje, al zou je dat niet zeggen als je naar hem kijkt. Dat hebben moordenaars en net-niet moordenaars gemeen: je ziet het niet.

Jochem is 20 jaar, hij is gek op roeien en hij studeert voor iets. In oktober vorig jaar dronk hij zich op de studentenroeivereniging, net toegetreden, helemaal klem met bier. Toen het feest voorbij was en Jochem het gedruis met zijn beste vriend verliet, gebeurde er iets bizars.

Jochem nam bij het zoeken naar de fietsen een aanloopje, haalde uit en sloeg zijn beste vriend met een mokerslag tegen de vlakte. Vervolgens ging hij huilen en brachten zijn nieuwe clubgenoten hem ladderzat naar huis. De volgende ochtend hoorde hij dat zijn beste vriend die nacht een vier uur durende operatie had moeten ondergaan.

De beste vriend leeft nog, de gevolgen van het letsel (schedelbasisfractuur) zijn mogelijk blijvend, de vriendschap is definitief voorbij. Bizar is niet alleen wat er uit het niets ineens gebeurde, maar ook dat niemand weet waarom. Jochem stond niet bekend als een gewelddadig persoon. Tegen de rechters zegt hij dat er geen woorden zijn die kunnen uitdrukken hoeveel spijt hij heeft.

Jochem zal moeten zitten en betalen. De rechters vroegen naar zijn toekomst, hoe hij die ziet? Hij zei te hopen dat hij kan blijven roeien, bij voorkeur op wedstrijdniveau. ‘Want dan mag je niet drinken.’

Over dat laatste moest ik nadenken.

Ook Azim is er eentje, zij het dat hij net als Janderk nog moet worden berecht. Azim is 21 jaar en verblijft momenteel in de penitentiaire inrichting in Leeuwarden in afwachting van het strafproces in september. Dan is hij aan de beurt.

Toen Azim 20 jaar was, was hij op stap met vrienden. Het is nog steeds oktober vorig jaar. Terwijl Jochem zich vol liet lopen met bier, schoot Azim op de Korreweg in Groningen uit het niets met een vuurwapen op een passerende fietser. Zomaar en ineens. Vier kogels raakten de fietsende jongeman die net als Azim nog van alles in het leven moet ontdekken en meemaken. Dat moet nu vanuit een rolstoel.

Waar Janderk nog zei dat hij spijt heeft van het verschrikkelijke wat hij heeft gedaan – ‘het had natuurlijk niet zo gemoeten’ – en Jochem er geen woorden voor kan vinden, daar zwijgt de man die wij in de krant de Korrewegschutter noemen.

Donderdag kwam Azim voor het eerst de rechtszaal binnen lopen, niet in zaal 14, maar in 11. Zaal 14 is nauwelijks toegankelijk voor rolstoelen. Vandaar. Azim lijkt in niets (meer) op de foto die de politie vorig jaar van hem verspreidde. Ik zie een jongeman met een kinderhoofd nog. Hij draagt een zwarte hoodie met achterop de afbeelding van een doodshoofd, afgezet met glittertjes. Het zwarte shirt is van het belachelijk dure kledingmerk Philipp Plein.

Azim heeft tot nu toe gezwegen over wat er volgens hem is gebeurd op de Korreweg. De rechters vragen of hij blijft zwijgen, of hij dat ook straks in september zal doen, tijdens de rechtszaak? Azim mompelt dat hij zich met betrekking tot die vraag op zijn zwijgrecht beroept.

Zijn advocaat Guy Weski zegt dat de stelling van de verdediging is dat van voorbedachten rade geen sprake is. Dat het schieten op de fietser daarmee dus geen poging tot moord kan wezen. Zoiets kan schelen in de eventuele straf

Ik hoor de moeder van de toevallig passerende fietser. Ze mag niks zeggen, ze roept nadat de advocaat zijn stelling heeft gedeponeerd: ’Protest’. Ik zag hoe de moeder van eens de beste vriend van Jochem zichzelf verbeten probeerde rustig te houden. Ik hoorde de moeder van de doodgeschoten Dennis zeggen hoezeer ze Janderk voor altijd zal haten. Achter mij zit de verdrietige moeder van Azim.

Ik vraag me af wat al die moeders tegen elkaar zouden zeggen als ze samen zouden zijn? Maar wat ik me vooral afvraag is waarom Azim, nog los van die glittertjes, een shirt aantrekt met daarop een groot en lelijk doodshoofd?

Wat voor iemand ben je dan?

Rob Zijlstra