De lelijke vogel

Ik keek en luisterde afgelopen week naar drie inbrekers. Twee van de drie zijn jongelingen, zij staan misschien wel aan het begin van een carrière. De derde is een oude rot die met inbreken wil stoppen. Hij wil nu ervaringsdeskundige worden.

De oude rot heet Rick, is 44 jaar, geboren in Winschoten. Ooit ging het goed met hem. Hij was laborant met een baan. Hoe het is gekomen werd in de rechtszaal niet verteld, maar op een dag was Rick geen laborant meer, maar junk. Vandaag de dag heet dat een verslaafde veelpleger. Hoe dan ook, de drugs namen de regie van zijn leven over en er was geen ontkomen aan; de drugsverslaving vloog als een lelijke vogel achter hem aan.

In 2012 – Rick was toen al een jaar of tien op inbrekerspad – legde de rechtbank hem de zogenoemde isd-maatregel op, bedoeld voor veelplegers als hij. De maatregel betekent dat je twee jaar op water en brood leeft en heel veel hulpverlening moet ondergaan. Toen hij klaar was, leek hij genezen. Er kwam een vriendin en hij keerde niet terug naar zijn foute vrienden. Het zou toch nog goed komen.

Dus niet. De lelijke vogel had hem opgewacht. De relatie liep stuk en met niks keerde Rick terug naar Groningen. Binnen een dag was hij weer junk. Tegen de rechters zegt hij: ‘Groningen is mijn grootste fout geweest.’

Verslaafde veelplegers leven van onze spullen. En die spullen zijn overal, wat het leven van mannen als Rick enigszins dragelijk maakt. Inbreken is voor hen een makkie. Je hebt er niet eens lef voor nodig, zegt zijn advocaat Cees Eenhoorn die al bijna veertig jaar inbrekers bijstaat.

Eenhoorn: ‘Wie verslaafd is, is zonder geweten. Zolang er drugs in het lichaam zijn, is het geweten uitgeschakeld. Bij een verslaafde draait alles om ikke ikke, ikke, je bent een top-egoïst. Het is de slechtste eigenschap van de drugsverslaafde.’

Rick knikt. Als deskundige kan hij dat beamen. Nu, nu hij in de rechtszaal zit, heeft hij spijt. ‘Als je gaat inbreken denk je daar niet aan.’ Hij drong woningen binnen waar mensen lagen te slapen. Een vrouw had keihard gegild, hij trof eens een man in de blote kont. Rick: ‘Dat is dan best wel wat ongemakkelijk, maar ja…’

Hij had gezien dat op de eerste verdieping een deur openstond en dat er een brandtrap was. ‘Binnen kwam ik een meneer tegen. Die zei dat ik weg moest gaan. Dat snap ik nu wel, maar toen dus niet.’ Hij ging er vandoor met een tosti-ijzer en een messenset. Elders zag hij zomaar op de grond een koevoet liggen, hij wrikte toen maar een bovenraampje open, een tablet was zijn buit.

Een ladder in een voortuin inspireerde hem om via het balkon door een openstaand raam te klimmen. Zo werd hij sieraden rijker. Elders in de wijk (Helpman Groningen) ging het mis. Toen hij door een raampje wilde kruipen kukelde hij naar beneden en scheurde zijn spijkerbroek. Hij nam mobiele telefoons mee, maar liet onbedoeld een lapje spijkerstof achter. De politie onderzocht dat (dna) en toen de uitslag binnenkwam zeiden de agenten: ‘Kijk nou, ’t is onze Rick.’

Rick heeft alles opgebiecht en de aangerichte schade wil vergoeden. Lijkt hem logisch. De officier van justitie komt met een dreigend verhaal over leedtoevoeging, ‘een van de doelen van straf’. Zegt dat hij in deze zaak wel drie jaar cel kan eisen. Maar ook dat hij de behandeling die Rick momenteel in een kliniek ondergaat niet wil doorkruisen met een kale celstraf.

Wat volgt is maatwerk. De aanklager eist 646 dagen celstraf waarvan 540 dagen voorwaardelijk. Het verschil is het aantal dagen dat Rick al heeft vastgezeten. Voorwaarde is dat hij in de kliniek blijft, voor nog zeker een jaar. En daarna moet hij minimaal drie jaar van de drugs en de drank afblijven. Doet hij dat niet, dan wachten hem die 540 dagen celstraf. En om toch nog wat ongemak toe te voegen: een taakstraf van 180 uren. Dit zijn de eisen.

Rick belooft de rechters dat hij nooit weer in Groningen zal komen, zijn toekomst als ervaringsdeskundige zal in de regio Zutphen zijn. Een van de gedupeerden, een grote man, hoort het maatwerk hoofdschuddend aan. Rick had bij hem een elektrische fiets uit de garage gehaald. Op klaarlichte dag. De man zegt tegen Rick, op vriendelijke toon, dat wel: ‘Wees blij dat de politie je heeft gepakt en niet ik.’

Rick knikt, hij begrijpt wat de grote man bedoelt.

De twee jongelingen zijn Jaap en Jopie, 18 en 20 jaar. Zij begrijpen er nog niet veel van. Ze hebben ingebroken in de voetbalkantine van FC Ter Apel en in het gebouw van de tennisclub. De buit: kratten bier, tv-toestel, een laptop, honderden euro’s. Waarom ze het deden? Tja. Weet niet. Zomaar of zo. Spijt? Jaap: ‘Ja.’ Jopie: ‘Pff.’
Onder invloed? ‘Heel veel speed.’

Ze hadden ook een woning ‘gedaan’, een woning van een kennis waarmee de moeder van Jopie ruzie had. Ze wisten dat de bewoners op vakantie waren. Spullen van waarde werden meegenomen en voor weinig verpatst bij Used Products in Emmen. Wat in de woning achterbleef, werd vernield. De foto’s uit de lijstjes aan de muur, de spaarpotten op de kinderkamers, het terrarium met daarin een vogelspin. De officier van justitie spreekt van plundering.

Jaap en Jopie zeggen dat dat van het inbreken wel klopt ja. Maar die vernielingen? Weten ze niet meer. Vergeten.
Het is ook al vijf maanden geleden.

Hun detentie is geschorst, ze zijn in behandeling en als ze dat vol weten te houden, hoeven ze wat het Openbaar Ministerie betreft niet terug naar de gevangenis. Dat hebben ze te danken aan het positieve advies van de reclassering die de toekomst van de twee beginners met vertrouwen tegemoet ziet.

Jopie is het daar roerend mee eens: ‘Als alles nu positief is, waarom zou het dan weer negatief moeten worden?’
Jaap, voor alle zekerheid: ‘Als ik wel terugmoet naar de gevangenis, wil ik naar een gevangenis voor volwassenen. Van jeugddetentie word ik niet beter.’

Onervaren hangen ze in de verdachtenbank, verveeld, af en toe grimassen ze wat naar elkaar. Jopie zegt dat hij chagrijnig wordt van alle vragen van die rechters.

Ze weten niet dat buiten de vogel wacht. Een stevig gesprek met een ervaringsdeskundige zou voor Jaap en Jopie zo gek niet zijn.

Rob Zijlstra

de uitspraken volgen

Inrichting voor Stelselmatige Daders – isd

 

Een goede uitslag

Rechtbankverslaggevers houden elkaar tijdens rechtszaken een klein beetje in de gaten. Rechtszalen in Nederland zijn daardoor, vooral via Twitter, met elkaar verbonden. Ik stuur weleens een kort berichtje naar een collega als ik zie dat hij of zij een artikel 6 van de Wegenverkeerswet gaat doen. Ik tweet dan bijvoorbeeld ‘Sterkte vandaag, groet’n uit Groningen’. Dan weten ze, zittingszaal 14 leeft mee.

Artikel 6 zijn de strafzaken met alleen maar verliezers. Dat is het cliché. Maar zo plat is het niet, artikel 6 in het echt is huiveringwekkend, ik durf wel te schrijven: is angstaanjagend.

Het artikel zegt, vrije vertaling, dat het verboden is dat je je in het verkeer zo gedraagt dat er door jouw schuld een ongeluk ontstaat waardoor iemand ernstig gewond raakt of komt te overlijden.

Nu weet iedereen dat ons gedrag in het verkeer nou niet bepaald getuigt van beschaafdheid. In plaats van hoffelijk zijn we liever wat hufterig en met de regels nemen we het niet zo nauw, de risico’s voor lief.

Zet’m op, tweette ik naar mijn collega die vorige week in de rechtbank van Assen verslag moest doen van het hartverscheurende verkeersdrama in de Lonerstraat in Assen. Jongen van 19 reed vorig jaar september in de Mazda van zijn oma tegen een boom. Zijn voetbalmaten Roy en Robbin die bij hem in de auto zaten waren op slag dood.

Wij rechtbankverslaggevers huilen niet, de tranen zijn voor de nabestaanden en de vrienden. Maar brokken in de keel zijn ons niet vreemd. Artikel 6-zaken zijn nog heftiger wanneer er alcohol in het spel is. Dan komt artikel 8 erbij. In Assen was dat het geval.

Bij ernstige verkeerszaken met alcohol komt Gerri Eickhof van het 8-uur-journaal, komen de regiocorrespondenten uit Amsterdam en zijn er politici, nooit te beroerd om voor camera’s zwaardere straffen te bepleiten.

De grimmigheid van deze aangrijpende zaken en de aandacht die ervoor is, staat in schril contrast met de strafzaken waarbij geen doden en gewonden zijn gevallen, waar geen nabestaanden verdrietig op de publieke tribune zitten, waar de perstafel nagenoeg onbezet is.

Tussen negen uur en kwart voor twaalf ’s ochtends staan achtereenvolgend acht verkeerszondaars terecht voor de politierechter. Op eentje na zullen ze het zeker weten nooit weer doen. Dat zegt bijvoorbeeld C. (23) uit Uithuizen. Hij werkt in de horeca. Na de laatste gasten dronk hij nog en paar biertjes met collega’s en stapte daarna in de auto van zijn huisgenoot. Een rijbewijs heeft hij niet. Het alcoholgehalte is vijf maal hoger dan mag.

Zegt: ‘Ik was fout.’
Politierechter: ‘Ho ho, fout? Volstrekt onverantwoord.’
C.: ‘U heeft gelijk.’
Rechter: ‘U had wel iemand dood kunnen rijden. Zijn er ook mensen die dat tegen u zeggen?’
C.: ‘Ja, bijna iedereen zegt dat.’
Rechter: ‘Hm, nou, dat stelt me dan een beetje gerust.’

C. krijgt een boete van 550 euro. De rijontzegging van vier maanden die de officier van justitie eist, blijft hem bespaard. In dat geval zou hij ook de rijlessen die hij volgt, moeten staken. De rechter geeft hem een joekel van een kans: ‘Ik wil namelijk dat u snel uw rijbewijs haalt.’

Ook de 21-jarige J. uit Groningen, derdejaars student, krijgt zo’n joekel. Hij stond op een feestje ondersteboven van de drank. Hij zag alles dubbel, behalve zijn vriendin, die zag hij nergens. En dus sprong hij zat op de scooter om haar te zoeken. Het verplichte traject van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft hij doorlopen, had hem 1200 euro gekost. De rechter doet daar nog een boete van 650 euro bij.

De student: ‘Hier leer ik van.’

Dat zit anders bij R. (52) uit Nieuwe Pekela. In 2003 werd hij gepakt met drank op achter het stuur. Zijn rijbewijs werd ingevorderd en ongeldig verklaard. Jaren was hij bezig het terug te krijgen. Op een dag dacht hij, ik ben wel klaar met het systeem, ze zoeken het maar uit.

R. is in de voorbije vijftien jaar drie keer gepakt voor rijden zonder rijbewijs. Hij wil doen geloven dat dat ook de enige keren waren dat hij achter het stuur was gestapt, de laatste keer even naar de schoonouders, maar 500 meter verderop.

De officier van justitie: twee weken celstraf. R. reageert: ’Prima. Stuur mij maar twee weken op, lekker met zes mannetjes op een cel.’ De rechter: ‘Ik sta nooit te popelen mensen naar de gevangenis te sturen, maar nu u zo nadrukkelijk de vinger opsteekt: twee weken cel.’ Op de gang is ook zijn vrouw blij: ’Twee weken? Mooi, heb ik rust.’

Verdachte I. (47) is niet uitgelaten. Bij hem was het geen drank, maar deed een joint hem de das om. De relatie was verbroken, net een huis gekocht, twee jonge kinderen, hij was op zoek gegaan naar wat mentale rust. In die toestand werd hij aangehouden in zijn auto. Bloedonderzoek toonde 21 microgram THC per liter bloed aan. Ver over de grens. Omdat zijn rijbewijs werd ingenomen, raakte hij zijn baan kwijt. Een inspecteur moet nu eenmaal overal naar toe, lukt dat niet, dan voor hem tien anderen.

De politierechter houdt rekening met het baanverlies en beperkt zich tot een boete van 700 euro die in zeven termijnen betaald mag worden.

Zij die niemand doodreden, maar het risico voor lief namen, zijn mannen van alle maten.

N. (66) had wijn gedronken en was toen, in december vorig jaar, in de auto gestapt. Een agent in vrije tijd zag hem slingerend door Groningen rijden en waarschuwde collega’s. Na een stopteken te hebben genegeerd werd N. door drie politieauto’s klemgereden. Het was niet zijn eerste keer.

De rechter foetert. Dat hij toch beter moet weten. ‘U weet immers wat chemische processen van alcohol met het menselijk lichaam doen.’

Nu zijn rijbewijs is ingevorderd kan N. zijn werk niet uitvoeren. ‘Ik ben brodeloos’ moppert hij tegen de rechter aan wie hij zijn financiële situatie schetst. ‘Ik word hard getroffen.’

Ook hij krijgt een joekel van een kans, een boete van 750 euro. Te betalen in termijnen.

Ik kijk de man na. Buiten de rechtszaal roept hij vrolijk: ‘Ik heb een goede uitslag.’ Ik denk: zou zo’n man ook lopen zaniken over geld als hij met zijn dronken harses iemand dood had gereden? Van een huisarts verwacht je iets beters.

Rob Zijlstra

artikel 6 Wegenverkeerswet

 

Meer voor mannen

Wanneer een rechtbank vijf dagen uittrekt voor een strafzaak, dan gaat het ergens over. Tenminste dat mag je in tijden van schaarste toch hopen. En?

Er zijn zeven verdachten, zes mannen en een vrouw. Een aantal van hen zat maanden in voorarrest. Dan moeten de verdenkingen ernstig van aard zijn.

De politie heeft ook onmetelijk veel tijd en energie in dit onderzoek, onder de naam Turgon, gestoken. Het strafdossier telt duizenden pagina’s. De dossiermappen naast elkaar doen een meter of vijf. Ik weet niet of het wordt bijgehouden, maar wat zou zoiets kosten? Een paar miljoen euro of zo? Onderzoekje waard.

Een van de mannen die aangifte heeft gedaan – het vermeende slachtoffer B. – is met zijn gezin in een beschermingsprogramma geplaatst. Dan krijg je een nieuwe identiteit die een veilig nieuw leven elders mogelijk moet maken. Je komt in zo’n programma wanneer je leven gevaar loopt vanwege verklaringen die je bij de politie hebt afgelegd. Alleen dit feit al maakt dat het een zaak betreft die onder hoogspanning staat.

De verdachten hebben geen weerloze voorbijgangers achter rollators weggetrokken, tot moes gestampt om er vervolgens met de poet vandoor te gaan. Ze hebben geen spelende kinderen uit zandbakken gesleurd, geen hulpverleners gemolesteerd of bushokjes vernield, ze hebben niet eens iets ondermijnd.

Wat wel?

Ze hebben volgens het Openbaar Ministerie twee mannen die zelf ook lid waren van No Surrender afgeperst. De twee werden bedreigd met narigheid, met het afknippen van vingers en het wegbranden van een tatoeage met een strijkijzer. De mishandeling ging gepaard met daadwerkelijke klappen.

B. zou in de val zijn gelokt, gedrogeerd met drugs, toen zijn afgerost, meegenomen in een busje (ontvoering) om uiteindelijk in onderbroek te worden gedumpt in een koud en verlaten donker bos. Onder doodsbedreigingen zou hij 5.000 euro in de vorm van een zak wiet hebben afgestaan. L. is naar eigen zeggen zo’n 4.000 euro lichter gemaakt.

Als dit waar is, dan was de welgemanierdheid ver te zoeken. Mannen, ook als lid van een motorclub, horen in tijden van vrede zo niet met elkaar om te gaan. Dan mag het afpersing heten of diefstal met geweld. Het past ook bij het beeld dat sommige motorclubs graag uitstralen: een club met ruige mannen die samen gezellig bier drinken, maar zich ook buiten de wet stellen.

Outlaws.

De zeven verdachten zeggen dat het allemaal klinkklare larie is wat de twee vermeende slachtoffers beweren. Er is niks afgeperst. Door L. is wel geld afgegeven, maar dat betrof achterstallige contributie (honderd euro per maand).

Dat B. hen heeft herkend, hun namen heeft genoemd, zal zo wezen, ze waren er niet bij. Een van de verdachten heeft een wit werkbusje waarin bloed (dna) is aangetroffen van B. De buseigenaar zegt dat hij zijn werkbus die avond had uitgeleend. Hij wil niet vertellen aan wie. Principes. Ook niet als hij zichzelf daarmee kan vrijpleiten? Nee. Bloed van B. zat ook op de motorhandschoen van D., van de man die zou hebben geslagen. Hoe dat kan? ,,Geen verklaring voor.’’

Dan zijn er de vermaledijde telefoons van vandaag de dag. Telefoons zijn smart en onthouden van alles. Politieonderzoek naar telecomgegevens laat zien dat de telefoons van de verdachten op de avond van de afpersing onderling veelvuldig contact hebben, dat ze bij elkaar komen in Vinkhuizen, dat ze samen in Eelde zijn op het tijdstip van het pak slaag, daarna gaan de telefoons in optocht naar De Papiermolen in Groningen waar de zak met wiet is afgedragen en tot slot verplaatsen de toestellen zich richting Glimmen waar B. het bos werd ingestuurd.

Een werkbus uitlenen is niet heel verdacht, maar dat de verdachten die avond ook allemaal hun telefoons hadden uitgeleend, zal bij de rechters wenkbrauwen doen fronzen. Toen schoenafdrukken nog als bewijsmiddel werden aangevoerd, leenden boeven hun schoenen uit. Dat zeiden ze toen.

De verdachten zijn ook afgeluisterd in de gevangenis en vertelden aan vertrouwd bezoek dingen die ze beter niet hadden kunnen zeggen. Gepraat van verdachten is opgenomen in het toenmalige clubhuis van No Surrender in Emmen. Het motorhonk hing niet alleen vol dingen voor mannen, maar ook vol met piepklein technisch vernuft waarmee de politie op afstand alles kon horen. De luisteragenten horen dat met trots over de afranseling van B. wordt gesproken.

Lijkt er een keertje een strafzaak te zijn van van crimineel belang en omvang, blijken de outlaws, mits schuldig, een stelletje amateurs. Een wetsovertreder die van vandaag is, weet dat je geen telefoon meeneemt naar de plaats van het delict. Die weet dat je in de gevangenis wordt beluisterd waar je bij staat.

B. spreekt zijn voormalige broeders in de rechtszaal toe via een vooraf opgenomen geluidsbestand. Hij spreekt van ‘jullie uitschot van het laagste niveau’. De man die hem zou hebben afgerost met de handschoenen noemt hij een pannenkoek. B. klinkt allesbehalve bang, maar hij zegt dat hij dat wel is. En hoe. ’Ik ben bang voor het onverwachte, bang om zomaar ineens doodgeschoten te worden. Door jullie ben ik niemand meer. Wees trots op jezelf.’

Zijn advocaat heeft een krantenartikel voor de rechters meegenomen waarin staat dat het geen pretje is om met je vrouw en kinderen in een beschermingsprogramma van justitie te moeten leven. Je zit dan niet in de tropische zon. B. eist ter compensatie van zijn ontwrichte leven 65.000 euro.

De politie was gretig. Daags na de afranseling mocht B. het ziekenhuis verlaten. Eenmaal buiten, met een sigaret vol verlangen in de aanslag, ziet hij tot zijn schrik mannen staan van No Surrender. Op dat moment ook biedt een hem onbekende man een vuurtje aan. De man zegt zachtjes dat hij van de politie is. Of hij wil praten, verklaringen wil afleggen? B. schrikt nog meer. Zegt dat praten met de politie betekent dat hij zijn doodvonnis tekent.

Hij zal dat later toch doen. Door de rechtszaal galmt zelfverzekerd zijn stem. ‘Ik heb de omerta verbroken, omdat jullie mijn gezin hebben bedreigd.’

Aan het einde van de derde zittingsdag komt het Openbaar Ministerie met de voorlopige resultaten van het verbreken van de omerta: celstraffen van dertig maanden tot acht jaren.

Maandag komen de advocaten. Ze zeiden: ‘Wacht maar af…’

Rob Zijlstra

uitgebreide verslagen van de zittingsdagen:
dag 1 [dinsdag]
dag 2 [donderdag]
dag 3 [vrijdag, requisitoir]

dag 4 [maandag, pleidooien]
dag 5 [dinsdag, pleidooien]

uitspraken: 23 april

 

Met droge ogen

Wie wordt verdacht van een strafbaar feit dat-ie wel heeft gepleegd, maar waarvoor hij niet op de blaren wil zitten, heeft meer nodig dan een goede advocaat en een slechte rechter. Je moet de misdaad niet alleen bot ontkennen, maar je moet ook kunnen ontkennen. Dat laatste is in de rechtszaal een duchtige opgave. Goed liegen is een kunst die maar weinigen is gegeven.

De mens zit nu eenmaal zo in elkaar dat een bekentenis eerder voor waar wordt aangenomen dan een ontkenning.

Deze week zat een man in zittingszaal 14 die wordt verdacht van een gewapende overval op de Aldi in Delfzijl-Noord. Hij zit vast en ontkent. De strafzaak wordt in mei inhoudelijk behandeld. Deze week wilde hij alvast naar huis, maar de rechters vonden dat geen strak plan.

Er liggen bewijzen die zo stevig zijn dat de officier van justitie glunderend in de rechtszaal stond. Met ingehouden plezier, want het betreft een ernstige zaak: ‘De overval stond zelfs genoteerd in zijn agenda. Op datum en tijdstip. Ik hou van dit soort criminelen.’

Er zijn verdachten – zeldzaam, maar ze bestaan – die niet de beschuldigingen ontkennen, maar bestrijden dat wat ze hebben gedaan strafbaar is. Dus dat wat ze deden mocht, ook als waarheidsdrammers willen doen geloven dat je niet mag stelen. In Winschoten was eens een aardige man die een leegstaand gebouw dat niet van hem was verhuurde en daar goed mee verdiende. Vond hij niks mis mee. Het stond toch leeg?

Ook Henk en Marian vallen in de categorie ‘bijzonder zeldzame ontkenners’. Afgelopen week zaten ze ogend als vriendelijke mensen een dag lang in de grote zittingszaal van het gerechtshof in Leeuwarden.

Het verhaal over Henk en Marian is hier al eens uitvoerig beschreven. Kort: ze hebben de even hoogbejaarde als welgestelde mevrouw Rosingh uit Haren – waar ze zelf ook woonden – financieel kaalgeplukt. Met een volmacht hadden ze toegang tot de bankrekeningen van mevrouw Rosingh die ze als een huisvriendin beschouwen, als een lieve oma voor de kinderen. Toen mevrouw Rosingh wat last begon te krijgen van dementie sloegen ze toe.

Buren in de lommerrijke straat waar mevrouw Rosingh woonde, vertrouwden het niet, de wijkagent evenmin, er kwam een eerlijke curator en toen een politieonderzoek en in mei 2014 werden Henk en Marian in hun royale woning met bombarie gearresteerd. In 2016 veroordeelde de rechtbank het stel tot 22 maanden gevangenisstraf per persoon en het inleveren van 300.000 bijeen gegraaide euro’s. Ze gingen in hoger beroep waardoor de straf werd opgeschort. Afgelopen week diende het hoger beroep. De nieuwe eis: 21 maanden cel en wederom het inleveren van de buit.

Henk en Marian vinden dat wat ze deden mag. Begin 2010 besloten ze de uren die ze aan hun geliefde mevrouw Rosingh spendeerden in rekening te brengen. Voor 2010 heette het naastenliefde, na 2010 werd de dementerende mevrouw Rosingh – toen 93 lentes – een verdienmodel.

Een koe.

Henk en Marian gingen kopjes thee drinken en praatjes maken met mevrouw Rosingh. Dat deden ze als de mensen van de thuiszorg (22 uur per week) er niet meer waren. Het theedrinken en de praatjes brachten ze onder de noemer zorg in rekening: 65 euro per uur, exclusief btw.

Toen mevrouw Rosingh een keertje jarig was, haalden ze de boodschappen in huis. Daar werden, inbegrepen het verjaardagsbezoek zelf, vijf uren voor in rekening gebracht. Dat was exclusief de verjaardagtaart.

Mevrouw Rosingh vond het eten van Tafeltje Dekje niet altijd te pruimen. Marian kwam dan om een stukje zorg te verlenen en bakte een pannenkoek met aardbeien en slagroom. Goed voor uren.

Ze vonden de met mevrouw Rosingh bevriende tuinman die al 40 jaar voor haar de tuin deed, te duur. Man kreeg honderd euro voor een dag per maand tuinieren. Henk en Marian ontsloegen hem en gingen zelf het tuinonderhoud doen. Voor tachtig euro per uur.

Henk maakte ook beduidende bedragen over op de bankrekeningen van zijn kinderen. Schenkingen, iets wat mevrouw Rosingh in haar kindsheid vast en zeker goed had gevonden.

Gingen Henk en Marian op de thee, dan brachten ze niet alleen voorrijkosten in rekening, maar ook de terugrijkosten. Half uur heen, half uur terug, 65 euro. Een van de rechters had Haren op Google maps bestudeerd. Vroeg: ‘Waarom met de auto? Op fiets ben je er in een paar minuten.’

Henk antwoordde dat hij geen fiets had.
De rechter: ‘Dat zegt u hier met droge ogen.’
Henk knikte: ‘Ik kan dat voor mezelf verantwoorden.’
Immers, thuiszorg rekende – volgens Henk – ook 65 euro per uur.

De rechters moeten nog oordelen.Tijdens de zitting stelden ze vast dat Henk en Marian de rekeningen die ze uitschreven, die ze vervolgens bij zichzelf indienden en ook vlot aan zichzelf betaalden, niet met de pen, maar met een vork werden geschreven.

Zo ging het jaren. Af en toe vlogen ze ten laste van de bankrekening van mevrouw Rosingh naar Italië om onderhoud te plegen aan het wijnbergje dat ze daar bezitten. De kinderen deden dan het theedrinken. Vanaf het wijnbergje werden de uren genoteerd.

De advocaat-generaal (officier van justitie) noemde het gedrag van Henk en Marian stuitend en lafhartig, ja, een gevangenisstraf van lange duur waardig.

De advocaten probeerden wat. Dat het heus waar kan wezen dat wat Henk en Marian beweren, dat wat ze deden met instemming was van mevrouw Rosingh. Dat het verdampen van haar vermogen niet tegen haar demente wil was. Dat er dus geen sprake was van wederrechtelijkheid en dat er dan dus helemaal niks aan de hand is. Dat Henk en Marian geen graaiers zijn zoals in de krant had gestaan.

’t Is een droef verhaal. Mevrouw Rosingh stierf in de zomer van 2015 op 98-jarige leeftijd zonder vermogen. Ook haar aandelenportefeuille die Henk met ongelukkige hand beheerde, bleek in rook opgegaan.

Voor Henk en Marian resteert een toekomst vol kommer. Eens in goeden doen, ze bewoonden een van de mooiste huizen van heel Haren. Nu bivakkeren ze berooid ergens op een krappe zolderkamer van een barmhartig familielid, terwijl de arme kinderen hard moeten werken om de rekeningen van de advocaten te kunnen betalen. Dat kregen de rechters te horen.

Een paar dagen na de zitting dwarrelt door een openstaand raam een briefje neer op de redactievloer van de krant. Ik check. Als ik de actuele gegevens van het kadaster mag geloven, dan valt het met de miserabele omstandigheden wel mee.

Rob Zijlstra

→  eerder verhaal over deze kwestie; mevrouw Rosingh, sorry

 

UPDATE – 11 maart 2019
Schuldig. Vanwege het lange tijdsverloop een fikse korting op de straf. Opgelegd is 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk. Voor beide.

klik voor het arrest op afbeelding

Petieterig recht

Je kon deze week een kanon afschieten in de rechtbank van Groningen en naar verluidt ook in die van Assen en Leeuwarden. Ik heb dat niet gedaan. Het teweegbrengen van een ontploffing is verboden (artikel 157). Dat het wel kon had niets te maken met een gebrek aan geschillen of boeven, maar alles met de schoolvakanties. Het is binnen het rechtsbedrijf een goede gewoonte dat als scholieren in het kader van de een of andere vakantie zich thuis suf zitten te computeren, de rechtspraak op z’n gat gaat liggen.

Ook rechters en hun medewerkers hebben recht op rust en vrije dagen.

Voor wie wekelijks een stukje wil schrijven over een rechtszaak is zo’n stille week een regelrechte crime. Ik verhaalde al eens tijdens een eerdere vakantie dat het toch wel zot is dat het rechtsbedrijf zich zo’n week – meerdere weken per jaar – kan permitteren terwijl er afgeronde strafdossiers jaren op planken liggen te wachten op behandeling. En niet alleen het papier wacht, ook de bijbehorende verdachten en de niet te vergeten slachtoffers.

Dit kwalijk ongerief kent vele oorzaken. De strafrechtmachine in perifere delen van het land hapert bijvoorbeeld omdat er domweg te weinig rechters zijn. In Utrecht en Amsterdam willen ze wel werken, die rechters, maar een prachtbaan voor het leven in het royale Noorden zien te veel magistraten (of hun partners) niet zitten. Liever stoten ze CO2 uit in stinkende files.

Het piept en kraakt sowieso in de gerechtsgebouwen. De Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak twitterde deze week: ‘De koers van de minister voor Rechtsbescherming lijkt gericht op het beperken van de rechtspraak in plaats van het verder verbeteren van onze fundamentele positie in onze democratische rechtsstaat’.

De rechterlijke veroordeling van het politieke bedrijf is niet nieuw, maar de situatie blijft knudde. De derde staatsmacht begint een roepende in de woestijn te worden.

Terwijl ik mij afvraag of dat laatste wel echt zo is, zit er in de verlaten hal van het gerechtsgebouw een jonge vrouw op haar mobiele telefoon met de duimen berichtjes te tikken. Iets verderop wachten in vol ornaat twee politieagenten. Uit hoe ze zo nu en dan naar elkaar loeren maak ik op dat ze iets met elkaar te maken hebben.

Dat is ook zo. De tikkende mevrouw heet zeg maar Els, is 26 jaar en is de verdachte, een van de agenten het slachtoffer, de ander is haar ondersteunende leidinggevende. De verdachte heeft een muur van het politiebureau vernield en het slachtoffer gekrabd.

Aan het misdrijf waaraan Els anderhalf uur later schuldig wordt bevonden gaat een verhaal vooraf. Misdaden komen nooit uit de lucht vallen. Els heeft een schreeuwende ex die haar al eens mishandelde en haar lastig blijft vallen. Als zij na een nacht thuiskomt, staat hij bij de buren op het balkon te lawaaien en blijkt haar voordeur vernield. Ze is bang en belt de politie.

Er komen agenten. Veel gedoe. Met het oog op orde en ochtendrust gaat Els met de agenten mee naar het politiebureau. Ze wil aangifte doen, ze wil hulp, ze wil dat het stopt. Ze is boos, niet dronken, maar de alcohol van de nacht versterkt wel haar emoties.

Als de agenten zeggen dat ze voorlopig niets voor Els kunnen betekenen en haar sommeren naar huis te gaan, gaat het mis. Huilend pakt Els het tafelblad vast en mietert in een beweging heel het zwikkie omver. De computer stuitert tegen de muur en dan op de grond.

Els wordt onmiddellijk aangehouden op verdenking van het vernielen van eigendommen die ‘geheel of ten dele’ toebehoren aan de politie-eenheid Noord-Nederland.

Bij een aanhouding hoort een protocol. Om Els in te kunnen sluiten (opsluiten) moet er een insluitingsfouillering worden uitgevoerd. De schoenen moeten uit, de sieraden af. Daarna gaat ze het hok (ophoudkamer) in. Eenmaal binnen moet ze, eveneens ten behoeve van de veiligheid, haar T-shirt uittrekken, want aan het shirt sieren stroken stof. Els wil alleen meewerken als ze direct een ander shirt krijgt. Krijgt ze niet.

Opnieuw heisa en weer gaat het mis. Twee agenten (v/v) komen haar cel binnen om een handje te helpen bij het uitkleden. Els, die niet heel groot is, maar wel flink overstuur, slaat om zich heen. Ze trekt aan politiehaar en krabt een agente in hals en nek. Het gezag is sterker. Els haar handen worden geboeid en haar voeten worden met tiewraps aan elkaar vastgemaakt. Tierend wordt ze afgevoerd.

Nu moet alleen het recht nog even zegevieren. De officier van justitie zegt dat Els zich schuldig heeft gemaakt aan het vernielen van een politiemuur, een computer en aan wederspannigheid dan wel mishandeling van een ambtenaar ‘werkzaam in het rechtmatige uitoefening van haar bediening’.

De officier van justitie: ‘Dat het niet prettig is dat u zich moet uitkleden ten overstaan van twee onbekenden, snap ik. Maar de agenten hebben een zorgplicht ten aanzien van mensen die ze opsluiten. U wilde uw zin doordrammen, maar het was op dat moment niet aan u om te bepalen wat er ging gebeuren.’

In 2013 heeft Els al eens een agent beledigd. En nu dit weer. De rechter zegt: ‘Als u uw zin niet krijgt, dan reageert u explosief. Volgens de reclassering is er sprake van instrumentele agressie.’ Els zegt dat ze zich daarin niet herkent.

Er moet straf komen, zoveel is inmiddels duidelijk. De officier van justitie: een boete van 750 euro en een week voorwaardelijke celstraf. Daarnaast: het betalen van smartengeld aan de agente want zij heeft met smart geleden: 368 euro. Tot slot: de gevallen computer en het herstel van de kapotte muur: 864 euro en 67 cent. Inclusief btw.

De advocaat praat als Johannes Brugman, rept van emoties, sta je daar in je bh, van onrechtmatigheden en van noodweer. Maar de rechter vindt dat de officier van justitie groot gelijk heeft en maakt aan het verweer van de advocaat geen woord vuil. Hij veroordeelt Els conform de eis. ‘Wij moeten zorgvuldig omgaan met onze politie en van ze afblijven’, motiveert hij de uitspraak.

Dat de grotere strafzaken, het serieuze misdaadwerk, ja, zelfs de veelgeroemde ondermijnende criminaliteit in veel rechtszalen maar spaarzaam aan bod komen, is niet goed voor het welbehagen van de ongedurige samenleving.

Maar gelukkig is er nog oog voor petieterige zaken.

Rob Zijlstra

Een groot konijn

Er zijn wel mensen, ook collega’s op de krant, die vragen of ik een advocaat ken. Een goeie bedoelen ze dan. Ze vragen het voor een vriend. Vaak weet ik wel eentje. Er zijn er ook – geen collega’s – die vragen of ik weet hoe je de perfecte moord kunt plegen. Wie een deel van zijn leven slijt in de rechtszaal, weet zoiets vast. Op zo’n vraag heb ik nooit een antwoord, wel een advies: niet doen.

In 1997 werd op een boerderij in Oost-Groningen een Limburgse drugshandelaar doodgeschoten. Het lichaam werd op het erf verbrand in een oven en er was bijna niemand die ervan wist. In Limburg werd de handelaar door zijn verdrietige moeder als vermist opgegeven en daarna bleef het stil.

Het had de perfecte moord kunnen worden, ware het niet dat de moordenaar vele jaren later een brief schreef aan een vertrouweling. Het werd de blunder van zijn leven: de vertrouweling gaf de brief aan een rechercheur die het epistel met rode oortjes las. Niks vermist, maar een moord in koelen bloede, de moordenaar onmiskenbaar de briefschrijver. De moord die hard op weg was perfect te worden eindigde in een tot op de dag van vandaag voortdurende gevangenisstraf: levenslang.

Er was eens een man die zich op het hoofdbureau van de politie in Groningen meldde met de mededeling dat hij een moord had gepleegd, een moord die dan al negen jaar te boek stond als onopgelost. Een half jaar lang probeerde de recherche te bewijzen dat hij het niet gedaan kon hebben. Toen dat niet lukte, werd hij voor de rechters gebracht en werd hij veroordeeld. Ook deze bijna perfecte moord kwam dus uit.

Van Ilham Benchelh, een Marokkaanse vrouw die in Siddeburen woonde, is al negen jaar niets vernomen. Als ze nog leeft, is ze nu 45 jaar. Het openbaar ministerie denkt dat haar partner Kasem (nu 71) haar heeft gedood. Deze week presenteerde de officier van justitie de bewijzen die de rechters moeten overtuigen van dit misdrijf. Ze leverde er ook een eis bij: twaalf jaar gevangenisstraf.

Uit de bewijzen moet klip en klaar blijken dat het niet anders kan dan dat Kasem op zondagavond 10 januari 2010 zijn vrouw met wie hij in scheiding lag om het leven heeft gebracht en vervolgens dat hij haar lichaam heeft weggewerkt.

Een kleine bloemlezing. Een dag na die zondag kocht Kasem bij de C1000 in Appingedam – getuige een gevonden kassabonnetje – twee rollen vuilniszakken, in totaal dertig stuks à zestig liter. Twee weken na de aankoop zijn er in de woning nog maar twintig zakken over. Wat heeft hij met die tien gedaan?

Een dag voor die zondag downloadde Kasem delen van de tv-serie Dexter op zijn computer. Frappant, zegt de officier van justitie. Immers Dexter is behalve bloedspatpatroononderzoeker ook seriemoordenaar die niet alleen weet hoe je moet moorden, maar ook hoe je bijbehorende sporen moet wissen.

Op de dag van de verdwijning, zocht Kasem op zijn computer, om 16.20 uur, naar ‘Elisabeth Bathory’, een helsgemene vrouw uit de zeventiende eeuw die te boek staat als de grootste seriemoordenaar ooit. En twee dagen voor de verdwijning tikte Kasem op Google, om 22.20 uur, de zoekterm ‘lintzaag’ in.

Er is een buurvrouw die achteraf verklaarde verdachte geluiden te hebben waargenomen. Op die zondagavond hoorde zij, om 21.45 uur, door het openstaande slaapkamerraam geschuif met tussenpozen. Alsof, zei buuf, er iets zwaars werd versleept. Toen Kasem hier later mee werd geconfronteerd, opperde hij dat buurvrouw waarschijnlijk de konijnen had gehoord.

De officier van justitie zegt tegen de rechters dat konijnen geen slepende schuifgeluiden maken, laat staan dat konijnen zware dingen verslepen.

Dan het matras. Op de dag na die zondag, om 12.25 uur, zocht Kasem op Marktplaats naar een matras voor op het logeerbed, het bed waarop Ilham de laatste weken van hun aflopende huwelijk sliep. Het bed ook waaraan bloed (niet veel) is aangetroffen, waaraan veegsporen waren te zien, alsof er was schoongemaakt. Hij kocht die dag ook een matras. Met haast, zei later de opgespoorde verkoopster. En het oude matras? Dat had hij in stukken gesneden en ergens weggegooid in een berm, ergens bij Hoogezand, niet meer wetende waar.

De officier van justitie: ‘Heel raar.’

Stuk voor stuk zijn het geen bewijzen die aantonen dat de 71-jarige in Amsterdam geboren en getogen Kasem zijn vrouw om het leven heeft gebracht. Maar, zegt de officier van justitie, je moet het in de context van de verdwijning van Ilham plaatsen. En in onderlinge samenhang bezien. Dan kan het niet anders.

Of dat laatste zo is, moet blijken. De rechters zeiden aan het einde van het twee dagen durende proces: ‘Dit gaat om een complexe zaak met veel juridische vragen die moeten worden beantwoord. Daarvoor hebben wij meer dan de gebruikelijke twee weken nodig.’

Getuige het begin van dit verhaal kan een ‘moord zonder lijk’ zelfs met levenslang worden bestraft. Maar een ‘moord zonder misdrijf?’ Kan dat ook? Het is ook de vraag die advocaat Fred Kappelhof opwerpt. Ilham Benchelh is spoorloos verdwenen. Maar waaruit blijkt dat aan die verdwijning een misdrijf vastzit?

De advocaat: vuilniszakken, Dexter, Bathory, een lintzaag, het matras, een beetje bloed, het zijn allemaal zaken waar je niets achter hoeft te zoeken. ‘Tenzij je er iets achter wilt zoeken.’

De raadsman stelt dat in Nederland ieder jaar twintig mensen op raadselachtige wijze voorgoed verdwijnen. Waarom zou Ilham Benchelh niet een van hen zijn? De raadsman merkt ook op dat er zeer intensief naar het lichaam van Ilham is gezocht: in de tuin, in meren, kanalen en sloten, op kerkhoven, in mestkelders en silo’s, in riool- en zuiveringsinstallaties, op stortplaatsen en dat met honden en helikopters. Als er dan niets wordt gevonden, zegt de raadsman, dan kan dat ook een aanwijzing zijn dat Ilham leeft.

Haar beste vriendinnen geloven niet dat Ilham vrijwillig is vertrokken, zij vinden het onbestaanbaar dat ze haar kind van een jaar vrijwillig heeft achtergelaten. Zo’n moeder was Ilham niet.

Stel dat Kasem onschuldig is, hoe dan heeft Ilham op die ijskoude zondagavond zonder auto en met bussen die vanwege de gladheid niet reden, Siddeburen zonder sporen kunnen verlaten? Stel dat Kasem het wel heeft gedaan. Kan hij dan zijn straf ontlopen als er geen overtuigende bewijzen zijn? Is dat dan de perfecte moord?

Het knaagt aan alle kanten.

Rob Zijlstra

uitspraak 26 maart

→ meer: het raadsel van siddeburen (inclusief het uitgesproken requisitoir]

Raadsel van Siddeburen

Het requisitoir van officier van justitie Corien Fahner uitgesproken in zittingszaal 14, op dinsdag 12 februari – betreft een ingekorte versie (van 60  naar 17 minuten)

Verdachte Kasem M. toch niet aanwezig

Kasem M. is tegen alle verwachtingen in niet in Nederland om zijn strafzaak die vandaag en morgen zou worden behandeld, bij te wonen. Volgens de laatste berichten is M. op het vliegveld in Marokko vastgehouden tegengehouden.  Hij zou niet over de juiste papieren beschikken om Marokko te mogen verlaten. Het ziet ernaar uit de Marokkaanse bureaucratie opnieuw roet in het eten gooit.

De rechtbank is zondag – zo ook het Openbaar Ministerie – op de hoogte gebracht van deze ontwikkeling. Of de strafzaak vandaag doorgaat is onduidelijk. De rechtbank moet daar maandagochtend een besluit over nemen.

Het strafproces liep jarenlang vertraging op. In 2012 vestigde Kasem M.  zich als Nederlander (Amsterdammer)  in Marokko.  De autoriteiten namen zijn paspoort in beslag (onduidelijk waarom) waardoor hij het land niet kon verlaten. Pogingen, ook via de ambassade en diplomatie,  om hem naar Nederland te krijgen mislukten → lees: marokko frustreert rechtsgang

Halverwege december 2018 kwam vanuit het niets het bericht dat Kasem M. zijn paspoort had teruggekregen en dat hij naar Nederland  kon en – niet onbelangrijk – ook wilde komen. Dit gebeurde kort nadat zijn strafrechtadvocaat Fred Kappelhof hem had bezocht in Marokko. → Kasem m. krijgt paspoort

Na bijna negen jaar zou vandaag – 11 februari 2019 – dan eindelijk de strafzaak die in mei 2010 was onderbroken worden voortgezet. Al eerder was aangekondigd dat de zaak vandaag – hoe dan ook – zou worden behandeld. Met of zonder Kasem M.  Of de rechtbank dat met deze nieuwe ontwikkeling nog steeds wil, zal in de loop van maandagochtend blijken.

Een verdachte heeft het recht aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn strafzaak. Dit belang botst in deze zaak met het belang dat er ook een keertje duidelijkheid moet komen. Op dat laatste hebben bijvoorbeeld de nabestaanden recht, zij zijn naar ik begreep wel vanuit Marokko naar Groningen gekomen.

Hoe ook – het proces met de laatste ontwikkelingen is  straks vanaf een uur of negen te volgen via een liveblog op dvhn.nl.

update

De rechtbank heeft maandagochtend besloten de zaak door te laten gaan. De belangen van de verdachte wegen minder zwaar dan het belang van de afhandeling van deze strafzaak, zo vindt de rechtbank. Bij de beoordeling speelde mee dat er familieleden van Ilham Benchelh (moeder en broer) vanuit Marokko naarNederland zijn gekomen om het proces bij te wonen.

verslag van dag 1

Openbaar Ministerie eist 12 jaar celstraf

ACHTERGROND

Moord zonder misdrijf ?

De rechtbank buigt zich maandag en dinsdag over een niet alledaagse strafzaak: een zaak waarin wordt aangenomen dat er een moord is gepleegd.

In januari 2010 verdween de toen 36-jarige Ilham Benchelh uit Siddeburen. Sindsdien is van de vrouw geen teken van leven meer vernomen. De mogelijkheden dat zij een ongeluk heeft gehad (ergens) of dat zij vrijwillig spoorloos is (en dus nog leeft) worden door het Openbaar Ministerie (OM) uitgesloten. Resteert: een misdrijf.

Volgens het OM is Ilham Benchelh niet meer in leven en heeft haar toenmalige partner Kasem M. (71) daar de hand in gehad. M. staat vandaag en morgen terecht voor moord dan wel doodslag.

Kasem M. wordt dus verdacht van een moord waarvan wordt aangenomen dat die is gepleegd. Dat maakt dat deze zaak bijzonder is

Er zijn wel aanwijzingen die M. verdacht maken. Overweldigend zijn die niet. In mei 2010 stond Kasem M. ook voor de rechter. Hij zei toen te kunnen begrijpen dat hij als verdachte werd aangemerkt, maar dat hij het niet heeft gedaan. Het OM wilde de behandeling van de zaak toen aanhouden voor nader onderzoek. M. werd later dat jaar in vrijheid gesteld, maar bleef verdachte. Het nadere onderzoek – waarbij werd gehoopt dat Ilham Benchelh werd gevonden – leverde niets op.

Moordzaken waarbij er geen slachtoffer is, zijn niet uniek, maar wel zeldzaam. In Groningen was er tweemaal eerder sprake van een ‘moord zonder lijk’. De eerste zaak leidde tot een veroordeling tot levenslang, de tweede eindigde in een vrijspraak. In deze laatste zaak (Michael de Vrieze) werd de verdachte door de rechtbank veroordeeld tot 12 jaar celstraf. Het gerechtshof gelastte (in hoger beroep) nader onderzoek. De uitkomst was verrassend: er kon niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een misdrijf.

Je kunt worden veroordeeld voor een ‘moord zonder lijk’, maar een veroordeling zonder misdrijf behoort niet tot de mogelijkheden.

Twee jaar na de verdwijning van Ilham Benchelh vestigde Kasem M. zich in Marokko, het geboorteland van Ilham. De zaak komt nu pas (opnieuw) voor de rechter omdat de Marokkaanse autoriteiten het paspoort van M. hadden ingenomen, waardoor hij het land niet kon verlaten. Eind vorig jaar kreeg hij zijn paspoort terug. Kasem M. heeft aangekondigd aanwezig te zijn.

#einde bericht

→ lees ook: op sokken

EXTRA
Het Openbaar Ministerie is – net als wij van de krant – op zoek naar eigentijdse manieren om de (hun) boodschap te verkondigen. Dit laatste – het verkondingen van de boodschap – is in handen gegeven van officier van justitie Pieter van Rest.