Smokin’ guns

Roelof wilde de wedstrijd vrolijk opluisteren, Geert zijn land beschermen en Bertus schoot bij slecht zicht per ongeluk de verkeerde neer. De drie mannen moesten afgelopen week het hoofd buigen en zich verantwoorden bij de strafrechter.

Rechters, ook strafrechters, zijn doorgaans vriendelijke mensen, maar de rechtsgang gaat menigeen niet in de koude kleren zitten.

Geert slaapt er al drie maanden slecht van. Hij – trillende stem – vindt het ver-schrik-ke-lijk verdachte te zijn. En Bertus van de vergismoord ging slechts eenmaal eerder in zijn leven, hij is 74 jaar, de fout in door ergens bij Zuidlaren, lang geleden, 8 kilometer te hard te rijden. ,,Ik kreeg toen een bekeuring. En nu dit.’’

Er kleven consequenties aan zo’n gang naar de rechter. Roelof studeert en zit niet te wachten op een strafblad dat hij nu wel heeft.

roelof

Twee jaar geleden kon zijn voetbalclub kampioen worden en Roelof had een sfeeractie bedacht. Gelijk de clubkleuren zou hij blauwe en witte rook doen opstijgen.

Hij wist een internetadresje waar je JFS-2’s kon kopen, vuurwerk dat alleen rook genereert. Probleem: blauw en wit bleek uitverkocht. Roelof snuffelde verder en kwam uit bij de Bombashop. Hij deed zijn bestelling, PostNL bracht het in een pakketje bij hem thuis en twee dagen later leukte hij de wedstrijd op. Ze verloren. Dit alles was in mei.

Maanden later, in december, stond de politie voor de deur. Er was een groot landelijk onderzoek gaande naar illegale vuurwerkhandel. Websites van dubieuze verkopers waren ‘getapt’. Zo kwamen ze bij Roelof. Het verwijt is dat hij niet alleen illegaal vuurwerk in bezit heeft gehad, maar ook dat hij het illegale spul het land heeft binnengebracht. De Bombashop zetelt in Polen.

Roelof: ,,Maar de tekst was in het Nederlands.’’ Hij had er eigenlijk niet bij stilgestaan. Hij vindt ook dat vuurwerk zwaar is aangezet. Hij bedoelt, ’t gaat om rook. Hij had een vervolging door de strafrechter kunnen afkopen door 200 euro te betalen aan het Openbaar Ministerie. Maar omdat hij het niet eens was met deze strafbeschikking liet hij de zaak voorkomen.

De rechter is er snel klaar mee. Vrijspraak voor de smokkel, een boete van 150 euro voor het bezit. ,,Als u niet betaalt, moet u drie dagen op water en brood zuchten in een kerker.’’

De politierechter probeert de zaak luchtig te houden.

bertus

Op krukken strompelt de 74-jarige Bertus moeizaam de rechtszaal binnen. Hij vertelt dat hij net twee nieuwe knieën heeft gekregen. Bertus is jager. In januari vorig jaar schoot hij bij Stadskanaal, waar hij woont, een ree neer. Dood.

Het zicht was slecht geweest. Twee dagen later kreeg hij bezoek van de bijzondere opsporingsambtenaar, de boa. Bertus kent hem, want hij jaagt al 50 jaar. De boa zag de ree zonder kop in het schuurtje hangen en vertrouwde het niet. Volgens de ambtenaar was het een reebok en geen geit. Het schieten van reebokken was op dat moment van het jaar verboden. Bertus bromt. ’t Was wel een geit.

Zoon had zich in de materie verdiept en ontdekte een festival aan vormfouten. De officier van justitie wil daar niets van weten, hooguit waren er wat slordigheden, dat wel.

Bertus had de kwestie kunnen afdoen met een schikking van 750 euro. Vanwege de slordigheden is de officier van justitie bereid de boete terug te brengen tot 600 euro. Bij niet betalen 12 dagen zitten. Dat is zijn eis. Hij noemt Bertus een jager die wat steken heeft laten vallen. Maar ook dat is strafbaar.

Bertus zegt dat de politie vaak bij hem aan de deur komt, om reeën die door automobilisten zijn aangereden uit hun lijden te verlossen. Slechts eenmaal een bekeuring, twee nieuwe knieën en nu dit.

De politierechter stelt vast dat de officier van justitie de vergismoord slordig heeft laten plaatsvinden op 18 januari, wat gezien het dossier niet kan kloppen. Het moet dagen eerder zijn geweest. Daarom geen straf , maar vrijspraak voor Bertus, een draai om de oren voor de officier van justitie.

Triomfantelijk, ja zelfs een beetje geamuseerd, verlaten zoon en Bertus, hij wederom moeizaam, de rechtszaal. Even mooi 750 euro verdiend.

Zo ging het heel de ochtend maar door. Het strafrecht is er niet alleen voor criminelen. De strafrechtmachine is er ook voor de goedwillende burger die een keertje struikelt. De meeste mensen deugen, maar de machine maakt geen onderscheid.

geert

Geert helpt zijn zoon die het landbouwbedrijf in de vruchtbare Noord-Groningse polders heeft overgenomen. Voor hem is er niks luchtigs aan de rechtsgang. Dat hij verdachte moet zijn, raakt hem, in zijn eer, zijn trots.

Het gebeurde uitgerekend op de dag dat hij zijn 78ste verjaardag vierde. Zoon had het land met tarwezaad ingezaaid en toen waren de hongerige eenden gekomen om alles te verpesten. Geert had met het hagelgeweer één schot gelost, in zuidelijke richting, hoog over het land heen. Het vreetgajes schrok zich een hoedje en vloog op naar elders.

Maar dan, o toeval. Terwijl vanuit het niets een boa op het toneel verschijnt, komt de jachthond vanuit oostelijke richting aangerend met in zijn bek een slappe smient. Slap, dus net dood. Een smient mag je alleen met een ontheffing uit de lucht schieten.

De boa neemt de smient in beslag, gaat ermee naar de dichtstbijzijnde dierenarts die uit de ingewanden één hagelkorreltje peutert. Geert is de bok. Boete: 500 euro.

Er volgen over en weer juridische betogen, waarbij de advocaat van Geert verhaalt dat een hagelgeweer in deze kwestie moet worden beschouwd als een akoestisch verjaagmiddel.

Geert, al bijna 80 jaar een man van de polder, zegt dat de beschuldiging hem hoog zit. Het emotioneert hem. ,,Ik ga d’r mee naar bed en ik kom ermee vanaf. Dit zit me zo dwars.’’ Nooit zou hij zomaar een smient neerhalen. De strafrechtmachine haalt de schouders op. Oké dan, in plaats van 500, mag 250 euro. De nieuwe eis.

De politierechter zegt na wikken en wegen dat van boze opzet geen sprake is en dat Geert geen dierenkiller is. Het is per ongeluk gebeurd, maar niettemin is de smient dood. De straf: 150 euro, maar dan geheel voorwaardelijk.

Tegen Geert die tot zijn ontsteltenis nu geen verdachte meer is, maar dader zegt de rechter om het leed enigszins te verzachten: ,,Dit is geen feit waarvan de aarde uit haar baan schiet. Van de straf merkt u helemaal niets.’’

Niet Roelof en Bertus, maar Geert gaat in hoger beroep.

Een bijzondere ruimte

Zittingszaal 14 is een van de meest bijzondere ruimtes van heel Groningen. Dat kan bijna niet anders. Forum Groningen, het Groninger Museum, het hoofdstation, de Groninger borgen en het klooster van Ter Apel herbergen ook buitengewoon bijzondere ruimtes, maar die vallen in het niet bij de zaal van het strafrecht op de eerste verdieping van het Groninger rechtbankgebouw, voorheen een doveninstituut.

Week in en week uit – behalve als de scholen vakantie hebben –  wordt zittingszaal 14 bezocht door mannen die worden verdacht van de kwaadste zaken. Het zijn mannen die opmerkelijke, niet alledaagse levensgeschiedenissen met zich meetorsen, vaak geen verhalen om over naar huis te schrijven.

De zaal is ook heel bijzonder omdat in stad en provincie geen andere ruimte bestaat waar zulke ingrijpende beslissingen worden genomen. Waar mensen te horen krijgen dat hun leven een tijdje op slot wordt gezet, voor een paar maanden, voor jaren, een heel enkele keer voor altijd.

Vijfmaal werd de zwaarste straf die het wetboek te bieden heeft er geëist, tweemaal werd die straf ook opgelegd: levenslang. Het is daarmee ook een gevaarlijke ruimte, want waar anders kan de mens zo van zijn vrijheid worden beroofd?

Goed, in operatiekamers van ziekenhuizen, ook daar gebeuren wonderbaarlijke zaken en worden op kundige wijze ingrijpende beslissingen genomen. Maar daar worden nooit zo veel vragen gesteld. En anders dan in de rechtszaal worden in de operatiekamers vast ook niet heel veel onwaarheden verteld.

Noem mij een ruimte in stad of provincie Groningen waar de muren met leugens zijn geïmpregneerd. Of waar keer op keer steeds  weer andere mensen komen, slachtoffers, die ongewild betrokken raakten bij een misdrijf.

In welke ruimte wordt voortdurend spijt betuigd, waar is nog meer ook zo veel verdriet? Waar wordt nog in het openbaar gehuild? Ik denk op maar heel weinig andere plekken.

Je mag er niet telefoneren, niet appen of kauwen op eten, een pet op het hoofd is niet toegestaan.

Bijzonder fraai is zittingszaal 14 overigens niet. De zaal is opgetrokken uit grijs beton en wordt verlicht door tl-buizen in aluminium bakken aan het plafond. De bijzondere ruimte is eigenlijk te klein voor het te pompeuze meubilair dat er van staatswege is neergezet.

De schoonheid moet van prinses Beatrix komen die nog altijd als koningin in de hoek staat. Aan een muur hangen vijf panelen, de vijf kunstwerken die met haar zachte pastelkleuren tegenwicht willen bieden aan de harde feiten die er worden besproken. Zo had de kunstenaar het bedoeld. Kort nadat zittingszaal 14 in gebruik werd genomen, liet hij op tragische wijze het leven: hij werd op zijn fiets overreden door een bestelbus.

En in deze zaal, in deze meest bijzondere ruimte, speelt zich momenteel een bijzondere strafzaak af die bijna twee jaar geleden een aanvang nam en waarvan het einde nog niet in zicht is. Het is de strafzaak tegen vier vermeende leiders van motorclub No Surrender onder wie de 55-jarige Henk Kuipers uit Emmen.

Het is niet een strafzaak in een keer, maar een proces in stukjes. Als de zaak dient, staan achter de rechters op een kast de ordners die het omvangrijke dossier (12.000 pagina’s) vormen waar jarenlang door de politie aan is gewerkt. Uit dit strafdossier moet blijken dat Kuipers een afperser, een mishandelaar en een criminele leider is. Op de ordners staan de door de politie bedachte namen van de onderzoeken: Akepa en Harka.

De verdenkingen dateren uit 2014, 2015 en 2016. Kuipers zou in die jaren als No Surrender-voorman drie ondernemers hebben afgeperst, zes of zeven afvallige leden van zijn motorclub hebben mishandeld (omdat ze zich niet aan de spelregels hielden), een vals geschrift hebben opgesteld en samen met de medeverdachten leiding hebben gegeven aan de criminele organisatie.

Captain Henk zegt dat het niet zo is. Hij bemiddelde voor een vriend in een zakelijk geschil, hij heeft alleen mensen geslagen in de kickboksring (,,dat heet sport’’) en No Surrender is een club voor jongens die van motorrijden en feestvieren houden. Hij is misschien eens wat onhandig geweest, maar dat is niet strafbaar. Kuipers tegen zijn rechters: ,,Ik dronk in die tijd drie flessen whisky per dag. Dan doe je soms rare dingen. Het was mijn meest beroerde tijd.’’

Omdat de strafzaken van de vier verdachten in tijd door elkaar heenlopen, gebeurde het dat Henk Kuipers op de dag dat hij als verdachte werd ondervraagd, vorige week, ook als getuige moest optreden in de zaak van medeverdachte Theo. Hij was er immers toch.

Een verdachte mag liegen en bedriegen, mag zwijgen. Maar een getuige staat onder ede en moet naar waarheid antwoorden op gestelde vragen. Op liegen (meineed) staat celstraf. Maar daar zat niet het probleem.

De advocaat die Kuipers als getuige had opgeroepen had zijn vragen op papier gezet. Hij begon met vraag 1. Enzovoorts. Na vraag 7 informeerden de rechters met een blik op de klok  hoeveel tijd de advocaat nog dacht nodig te hebben. Ze zijn die ochtend vroeg begonnen en het is al namiddag.

De advocaat: ,,Ik heb duizend vragen op papier staan.’’ Pardon? ,,Duizend.” De advocaat bedoelde niet ‘duizend bij wijze van spreken’. Hij had er echt duizend.

Na een half uur vragen en nog eens vragen grepen de rechters in en werd het getuigenverhoor stilgelegd. Ze gaan het nu anders organiseren want de vragen die er zijn hebben wel recht op antwoord.

Bestaat er ergens in Groningen een TL-verlichte ruimte waar ooit iemand naar toe ging met het voornemen er duizend vragen te stellen?

Begin maart wordt het strafproces voortgezet. Dat is de bedoeling, maar het gaat vast anders. Het proces had vorig jaar zomer al klaar moeten zijn en Kuipers en zijn medeverdachten hadden wat het Openbaar Ministerie betreft al lang achter de tralies moeten zitten. Maar het proces verloopt chaotisch en het is nog maar de vraag of er voor de zomer die nog moet beginnen strafeisen op tafel liggen.

In de zaal van het strafrecht worden week in en week uit de meest bijzondere zaken besproken en beoordeeld, met als doel de rechtsstaat overeind te houden. Behalve als de scholen vakantie hebben, zoals afgelopen week. Dan blijft het stil in zittingszaal 14, dan gebeurt er nauwelijks iets, dan zijn er even geen verhalen. Wat op zichzelf ook bijzonder is.

rob zijlstra

Fietser van rechts

Strafzaken naar aanleiding van ons gedrag in het verkeer hebben iets ongemakkelijks. Sowieso. Iedereen die aan het verkeer deelneemt loopt kans in de verdachtenbank te belanden wegens een misdrijf. Een gevangenisstraf ligt dan op de loer.

Het zijn de strafzaken waarbij bij aanvang van de zitting altijd wordt opgemerkt – door de advocaat, de officier van justitie of door de rechters zelf – dat er alleen maar verliezers zijn. Als iedereen verliest, is dat ongemakkelijk.

De openbare weg is een vat vol tegenstrijdigheden. Van (veel te) snel tot (tergend) langzaam, van haast tot alle tijd, van groot verlicht tot fietsers zonder, van zeer ervaren tot beginneling. En alles vliegt alle kanten op.

De kans dat een verkeersdeelnemer verdachte wordt in een strafzaak is iedere seconde aanwezig. Vraag het maar aan Koos. Sinds de aanrijding is er geen dag voorbijgegaan dat hij er niet aan dacht. Een paar keer zegt hij tegen de rechters: ,,Ik heb een grote fout gemaakt en die kan ik niet terugnemen, hoe graag ik dat zou willen.’’

De rechters knikken. Dat snappen ze ook wel en Koos klinkt oprecht.

De officier van justitie houdt de rechtbank voor dat een aan Koos zijn schuld te wijten ongeluk is ontstaan, dat hij met zijn telefoon dan wel navigatie bezig was, dat hij de fietser van rechts niet heeft gezien. Wie niet ziet wat er wel is, kijkt niet goed uit.

De fietser van rechts moest zijn weg per ambulance vervolgen, met fracturen aan de enkel, het sleutelbeen, met wervel- en ribbreuken, met verwondingen aan elleboog en scheenbeen. Maandenlange revalidatie. Van het ongeluk zelf kan de man zich niets herinneren. Zijn baan kon hij behouden, maar zijn werk werd aangepast.

Juristen schrijven dan dat ‘zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan’.

De rechters willen weten of Koos het zich nog wel kan herinneren, die dag in mei.
Koos: ,,Die dag niet, maar het ongeluk zeer zeker. Ik kan het niet terugnemen, kon dat maar.’’

had hij die pittige rijstijl meegenomen ?

Koos is 30 jaar, Amsterdammer en pakketbezorger van beroep. Nog steeds. Hij was die dag in mei aan het werk voor een bedrijf dat was gespecialiseerd in spoed. Een van de rechters merkt op dat in Amsterdam de rijstijl pittiger is dan hier in het Noorden. Had hij die pittige rijstijl misschien meegenomen naar hier? Koos schudt het hoofd. Nee dus. Hij zegt: ,,Amsterdam is een stad met heel veel fietsers. Ik wil niet beweren dat ik als een slak rij, maar in Amsterdam ken je als automobilist geen gekke dingen uithalen. Ik ben een veilige bestuurder.’’

Het ongeluk gebeurde ver buiten de stadsgrenzen, ver van Amsterdam ook. De aanrijding had plaats op de grens van Groningen en Drenthe, tussen Ceresdorp in Stadskanaal en Nieuw-Buinen. Daar is het rechttoe, rechtaan.

De officier van justitie was kort door de bocht gegaan. Koos geeft zijn lezing: ,,Ik kwam aanrijden van de Cereskade, richting kruising met de Industrieweg, met ongeveer veertig kilometer per uur. Ik constateerde een donkere auto op rechts. Ik liet gas los en remde wat bij. Ik liet de donkere auto voorbijgaan, trok op, wilde doorrijden maar zag dat de weg doodliep. In een reactie heb ik toen heel even, een seconde misschien, op de navigatie gekeken. Juist op dat moment was daar de fietser van rechts. Ik remde, maar het mocht niet meer baten.’’

De fietser van rechts wordt vol in de flank geraakt. Enorme klap. De man belandt op de motorkap en daarna op het wegdek. Koos: ,,Ik schrok enorm. Ik ben uitgestapt en heb direct 112 gebeld.’’

hoe het zat met de Tom Tom en de telefoon

Koos denkt dat hij de fietser van rechts niet heeft gezien omdat de fietser achter die donkere auto van rechts zat.
De rechters willen weten hoe het met de Tom Tom-navigatie en de telefoon zat.

Koos: ,,Ik gebruikte zowel de navigatie van de auto als de navigatie op de telefoon. De vaste navigatie was verouderd, vandaar. De telefoon lag in het dashboard, tegen de snelheidsmeter aan.’’
Rechters: ,,Heeft u toen u kwam aanrijden de telefoon bediend?’’
Koos: ,,Nee, nee, ik ben niet zo onvoorzichtig.’’

De officier van justitie zegt dat zij geen reden heeft om aan de lezing van Koos te twijfelen. Zo zal het zijn gegaan. Het slachtoffer weet niets meer, getuigen waren er niet.

De grote vraag is dan hoe de fout van Koos juridisch moet worden vertaald. Hij deed het niet met boze opzet, dus van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel – waar wel sprake van is – is geen sprake.

Het ongeluk is wel aan Koos’ schuld te wijten, maar roekeloosheid of onvoorzichtigheid is niet aan de orde. Koos reed ook niet te hard, hij reed zelfs langzamer dan toegestaan. Daarmee is het misdrijf (artikel 6 van de Wegenverkeerswet) wat de officier van justitie betreft van de baan. De eis: vrijspraak.

wat een blik op de weg leert

Maar de verkeerswet laat zich niet zomaar aan de kant zetten: artikel 5 is er ook nog. Dit artikel bepaalt – vrij vertaald – dat het een ieder is verboden om gevaar te veroorzaken op de weg.

Eén blik op die weg leert dat artikel 5 van de Wegenverkeerswet voortdurend en massaal wordt overtreden. Autorijden is niet mens’ sterkste punt, ook al horen wij dat niet graag.

Neemt niet weg, Koos moet gestraft, vindt de officier van justitie, want zij bestaat niet voor niks. Alles afwegende, een boete van 500 euro en een voorwaardelijke rijontzegging van een maand. Dat is uiteindelijk de eis.

De advocaat van Koos vindt dat ook voor het overtreden van artikel 5 vrijspraak moet volgen. Koos heeft een fietser van rechts geen voorrang verleend, oké, maar in dit geval mag dat een noodlottig ongeval heten. Het had iedereen kunnen overkomen. Een schuldigverklaring zonder dat een straf wordt opgelegd of iets geheel voorwaardelijks lijkt de advocaat een veel beter plan dan 500 euro.

De rechters denken er nu over na.

Wat strafzaken naar aanleiding van ons gedrag in het verkeer ook ongemakkelijk maakt is dat het zo lang duurt, tergende jaren, voordat de rechters er iets van mogen vinden. Betrokkenen, allen verliezers, weten jarenlang niet waar ze aan toe zijn.

De aanrijding tussen Koos en de fietser van rechts had plaats op donderdag 11 mei 2017. De rechtszaak was afgelopen donderdag.

Strafrecht dat niets  toevoegt, heeft ook niets meer te zeggen.
Zulk strafrecht zou verboden moeten worden.

rob zijlstra

 

Stoffel, Siemen en Sjaak

De meeste misdaden komen voor rekening van de twintigers, zij die vrolijk en wild, maar onbezonnen zijn. Naarmate de leeftijd klimt, neemt de wijsheid toe en daalt het aandeel in de misdaadstatistieken. Alleen zedenmisdrijven zijn van alle leeftijden.

Altijd zijn er de uitzonderingen.

Stoffel is er eentje. Hij is 72 jaar en de wijsheid zou door zijn aderen moeten stromen. Maar het lichaam is hem steeds minder goed gezind, de bloeddruk altijd te hoog. Zijn echtgenote woont niet meer thuis, maar in het verzorgingstehuis waar het onomkeerbare einde nadert. Stoffel vertelt aan de rechters: ,,Als ik om een kusje vraag, krijg ik een klap voor m’n kop.’’

Het emotioneert hem.
Hij bezoekt haar elke dag.

Het was ook daardoor. Zij had toen ze nog thuis was steeds meer hulp en verzorging nodig. Voor de eigen zaak – Stoffel is een vakman – bleef minder tijd over en dat bracht financiële malheur. Het spaargeld verdampte, terwijl het bedrijfspand schreeuwde om een nieuw dak.

Op het internet, zegt hij in de rechtszaal, vond hij de oplossing. En ook hoe het moest.

Toen twee agenten voor de deur stonden, deed hij geen moeite hen om de tuin te leiden. Ze hadden het geroken en Stoffel had de agenten naar de ruimte gebracht waar zijn 250 hennepplanten groeiden dat het een lust was.

Hij had eenmaal geoogst, zei hij. De officier van justitie dacht van niet. Die dacht meer aan negen keer. De politie had het geld gevolgd, valse facturen gevonden, bankrekeningen geanalyseerd en toen uitgerekend dat Stoffel bijna 228.000 euro met z’n planten moet hebben verdiend. Minimaal.

Geen waarschuwing,
gijzeling van staatswege dreigt

Afgelopen week beslisten de rechters dat de eis van de officier van justitie een passende eis is: drie maanden voorwaardelijke celstraf. Dat als waarschuwing. Daarnaast: het afdragen van 227.291,65 euro. Dat is geen waarschuwing. Betaalt Stoffel niet, niet op tijd, dan kan hij een jaar worden gegijzeld door de Staat der Nederlanden.

Siemen is 69 jaar. Hij had 42 jaar tegen een
bescheiden salaris voor de baas gewerkt en nooit één dag verzuimd. Drie dagen na zijn pensioen moest zijn been worden afgezet. Daarna overleed zijn vrouw, een harde klap. Hij rolt de rechtszaal binnen en zegt dat hij openstaat voor de straf die hij krijgt.

Het is dat hij twee jaar in therapie is geweest, anders had hij er nog steeds niets van begrepen.

In de Verenigde Staten had een agentschap dat naar kinderporno op het internet speurt een IP-adres onderschept en dat doorgegeven aan de Nederlandse politie. Dat was in 2015. De politie kwam in 2017 in actie nadat de verkregen informatie aan Siemen kon worden gekoppeld. Zijn computer bevatte 14.000 ranzige foto’s waar hij zich aan had verlekkerd. Afgelopen week (2020) was de rechtszaak.

In het begin had hij zich erover verbaasd. Dat die blote kinderen zoiets wilden. En ook dat die kinderen terwijl ze werden verkracht en van alles moesten ondergaan soms lachend op de foto gingen. De therapie had hem doen inzien dat die kinderen worden gedwongen en dat er helemaal niets valt te lachen.

een leegte die is
gevuld met schaamte

Siemen: ,,Ik heb vier kleinkinderen. Ik moet er niet aan denken dat…’’ De stem stokt. ,,Ik vind het verschrikkelijk.’’

De oudste zoon moet er ook niet aan denken. Hij heeft het contact met zijn vader verbroken. Siemen mag twee kleinkinderen niet meer zien. De rechters mogen het best weten: zijn leven is leeg en die leegte is gevuld met schaamte.

De officier van justitie zegt dat voor het bezit van kinderporno gevangenisstraffen worden geëist. Rechters voegen dreigend toe: ,,Die wij dan meestal ook opleggen.’’

Maar goed, de therapie heeft inzicht verschaft, alleen daarom kan wat de officier van justitie betreft worden volstaan met een werkstraf van 240 uur en zes maanden voorwaardelijke rolstoelgevangenis. Dat is de eis, het vonnis volgt.

De grootste uitzondering moet nog komen. Het is Sjaak, 68 jaar, beroepsinbreker. Drie jaar geleden had hij zijn pensioen aangekondigd met een laatste veroordeling, de laatste van 168 in totaal. De eerste veroordeling kreeg hij toen hij 17 was.

Sjaak had de koevoet al aan de wilgen gehangen, maar vorig jaar kon hij het even niet laten. In één straat had hij twee woningen gedaan, bij de tweede werd hij gezien, achterna gezeten en door een buurtbewoner tegen de grond gewerkt. Geen wonder. De inbrekerscarrière van Sjaak ging gepaard met harddrugs en die hebben flink huisgehouden. Hij heeft de conditie van een glas verschaald bier. Zijn advocaat, ook al weer bijna 40 jaar actief: ,,Sjaak kan het gewoon niet meer.’’

er zijn tekenen
en hij vergeet dingen

Voor de zevenhonderdzoveelste keer belandde hij op het politiebureau waar hij een halve eeuw veranderingen meemaakte, agenten heeft zien komen en gaan. Na een paar dagen mocht hij naar huis.

Waarom hij kort daarop opnieuw op pad ging, dat weet Sjaak zelf ook niet zo goed. Misschien was hij in de war. Er zijn tekenen die duiden op beginnende dementie. Hij vergeet dingen. En nog wat. Tegen de rechters: ,,Ik wil het er niet op afschuiven, maar ik mis mijn moeder ook heel erg. Ze was altijd een supermoeder.’’

Supermoeder is dood. Net als Nicky die laatst in het plantsoen is gevonden en Andre van de opvang is er ook niet meer. Sjaak: ,,Al die overledens, ik kan het maar geen plek geven.’’

Uit de laatste woning had hij een mobiele telefoon gestolen. Een iPhone, zo’n ding waar hij geen verstand van heeft. De dochter des huizes wel. Zij weet dat je een iPhone op afstand kunt opsporen. Ze belt de politie en vertelt dat de bij de inbraak gestolen telefoon zich op dat moment in de Groninger Asingastraat moet bevinden, op de hoek.

spontane
zwaailichten

Bij de politie beginnen spontaan de lichten te zwaaien. Daar op de hoek, dat weet heel het korps, woont de gepensioneerde beroepsinbreker die het niet laten kan. Agenten bellen aan als Sjaak net aan zijn dagelijkse portie cocaïne wil beginnen. Heeft hij een mobiele telefoon buitgemaakt bij een inbraak? Sjaak ontkent. Tot het ding vanuit zijn plantenbak begint te piepen.

De officier van justitie vindt dat veroordeling 169 een gevangenisstraf van tien maanden moet zijn waarvan zes voorwaardelijk mogen. Sjaak wil graag iets minder omdat hij anders zijn woninkje dreigt kwijt te raken. Dan staat hij op straat waar hij te oud voor is.

Stoffel, Siemen en Sjaak, ze behielden hun onbezonnenheid, maar de vrolijkheid in hun leven is op.

rob zijlstra

 

De onbekende derde

Ik heb het vermoeden dat het boevengilde in het noorden stiekempjes (boeven eigen) zo nu en dan bijeenkomt om listige strategieën te bespreken en om valse tips en gemene trucs uit te wisselen.

Dat je best een huurauto kunt nemen als je op inbrekerspad gaat, maar verwijder dan wel een paar zekeringen opdat het navigatie- en volgsysteem (track & trace) niets kan registreren en traceren.

Dat je op roverstocht niet je mobiele telefoon mee moet nemen omdat dat ding voortdurend signalen uitzendt die worden opgepikt door telecommasten die zijn toegerust met goede geheugens. Kun je niet zonder mobiele telefoon (mens eigen), wikkel ‘m dan in aluminiumfolie. Heb je geen aluminiumfolie bij de hand, koop een zak chips.

Het kan heel goed zo wezen dat er onlangs zo’n bijeenkomst is geweest en dat het thema toen was: ‘Wat zeg je wel en wat zeg je niet in de rechtszaal.’ Tip: zeg niet voortdurend dat je het niet meer weet, daar trappen rechters niet meer in. Beter: verzin iemand en geef hem de schuld.

Was er niet zo’n bijeenkomst, dan moet het toeval zijn geweest dat in een tijdsbestek van twee weken meerdere verdachten in verschillende strafzaken met onbekende derden op de proppen kwamen.

opgelost in het grote niets

Ik schreef eerder over Mark die gouden sieraden bij een goudwisselkantoor aanbood. Het spul bleek gestolen uit een woning in Glimmen. Mark vertelde dat hij het goud eerlijk had gekocht van ene Viktor, een keurige man uit Assen die de smuk had aangeboden op Marktplaats. Toen de politie dit verhaal wilde controleren, bleek Viktor opgelost in het grote niets, zo ook zijn account op de verkoopsite.

Wat ook werkt is een lid van een specifieke bevolkingsgroep de schuld geven. Er zijn gekozen volksvertegenwoordigers die dat doen, dus waarom zouden boeven roomser moeten zijn? Tip: wees zorgvuldig in de keuze: kies niet voor Zweden, Denen of Chinezen. Altijd goed: Marokkanen. Nog beter: Antillianen.

Op Schiphol onderschepte de douane bij een routinecontrole een pakketje dat in Oranjestad, Aruba door ene Helena op de bus was gedaan met een adres in Delfzijl als bestemming. Er zat prullaria in. En 400 gram cocaïne. Op straat (of op kantoor) doet één gram vijftig euro.

De douaniers haalden de coke eruit, vervingen het door nep, plakten de boel weer dicht en stuurden het pakketje met tekst en uitleg naar de politie in Delfzijl. Daar hulde een agent zich in bedrijfskleding van PostNL, stapte op de dienstfiets om even later aan te bellen bij het opgegeven adres.

in duistere kringen heet hij Tony Montana

Guz deed open. De politie kent hem wel. In duistere kringen laat Guz zich ook wel Tony Montana noemen. Guz is al 25 jaar verslaafd aan heroïne, cocaïne en methadon.

Guz had nog gevraagd of het pakket echt voor hem was. Hij krijgt namelijk nooit pakketjes. Daarna tekende hij voor ontvangst. Tien minuten later werd hij gearresteerd. Dat was op 6 december 2018 .

In de rechtszaal – waar de strafrechtspraak z’n sukkelgang gaat – is Guz nog steeds overstuur van het gebeuren. Hij heeft hele en halve verhalen die allemaal op hetzelfde neerkomen: hij is ontzettend onschuldig. Hij kocht wel eens wat cocaïne van de buurman en dat mocht dan op de pof. Kwam dan zijn uitkering, of won hij wat in de Toto, dan rekende hij af. Het was een aardige buurman.

Maar op een dag was er iemand met de buurman meegekomen. Die had gevraagd of hij een pakket uit het buitenland wilde ontvangen. Daar zou hij een beetje geld voor krijgen. Tweehonderd euro en drie gram.

nooit ja, toch een pakket

Twee keer had hij, Guz, duidelijk nee gezegd, een derde keer zei hij dat hij er over na zou denken. Maar nooit had hij ja gezegd. En toch was het pakket bij hem afgeleverd. Wat kan hij daar dan aan doen?

Wie was die man die met de buurman meekwam?
Dat vragen de rechters.
Guz: ,,Een grote Antilliaan.’’
Rechters: ,,Een grote Antilliaan.’
Guz, hij wekt de indruk dat hij ieder moment kan ontploffen: ,,Ja, hij is de hoofddader. En ik zit hier. Dat is toch niet eerlijk?’’
Rechters: ,,Hoe heet die Antilliaan?’’

Guz weet dat niet. Hij had hem later nog eens zien rijden in een auto. Had hij het kenteken genoteerd en was daarmee naar het politiebureau gegaan. Hadden ze niet eens naar hem willen luisteren. Tegen de officier van justitie briest Guz: ,,Weest u eens wat strenger op uw politiemensen.’’

En dan dook afgelopen week ook ene Dennis op. Max had hem ontmoet in een café in Emmen. Max: ,,Ik heb me laten verleiden door iemand. Door Dennis ja. Ik zat onder bewind, ik had leefgeld, 50 euro in de week, dat is niet veel. Een beetje extra is dan wel lekker.’’

af en toe wat geld, geen foute boel

Dennis had gevraagd of hij af en toe wat geld op de bankrekening van Max mocht storten. Op Max’ leefgeldrekening. Hij had toen nog wel gevraagd of het geen foute boel was.

Sowieso niet, had Dennis toen gezegd.

De rechters: ,,Dennis wie? Hoe heet hij nog meer?’’
Max: ,,Geen idee, we zijn geen vrienden geworden.’’
Rechters: ,,Dit is lastig te controleren, Max.’’
Max: ,,Ik dacht er verder ook niet bij na, achteraf is dat natuurlijk dom.’’

Veertig mensen hadden aangifte gedaan. Weer Marktplaatsfraude. De aangevers hadden betaald voor mooie spullen, variërend van 75 tot 300 euro, maar niets geleverd gekregen. Opgeteld gaat het om een bedrag van ruim 6.000 euro.

de opa van de vriendin van

In de advertenties stond consequent de achternaam van Max vermeld, met wel steeds weer andere voornamen. Wat ook was opgevallen was dat het telefoonnummer dat werd gebruikt bij het opgeven van de advertenties het nummer was van de opa van de vriendin van Max.

Max: ,,Allemaal Dennis. Ik ben niet iemand die zo’n oplichting kan organiseren.’’

Hoe het ging? Een paar keer per week kreeg Max een telefoontje van Dennis. Die zei dan dat er geld op de rekening was gestort. ,,En dan moest ik het geld pinnen en aan hem geven. Ik kreeg dan een tientje, soms twintig euro.’’

De officier van justitie denkt dat Max Dennis is, dat Dennis net als Viktor en de Antilliaan een verzinsel is. Dat verdachten deze verzinsels bedenken om de waarheid te verhullen waardoor ze hopelijk ontsnappen aan hun verdiende loon.

Boevenbijeenkomsten met verzinsels of niet, sommigen zullen het nooit leren. Cursist: ,,Ik heb die zak chips dus he-le-maal leeggegeten. En wat denk je? Hielp niks. Ik werd toch getraceerd.’’

rob zijlstra

update – 7 februari 2020 – uitspraken

BUREN ZIJN GEEN DRUGSSMOKKELAARS

vonnis tony montana

 

Hulp voor in de kop

Links zit Jacky (34) met haar getatoeëerde rode kus in de nek, rechts Karel (40) in zijn dichtgeknoopte winterjas. Dit is gezien vanuit de samenleving. Tussen hen in hun advocaten en dat is maar beter ook. Het klikt niet tussen de twee verdachten. Niet meer. Als Karel hoort wat de officier van justitie voor hem in petto heeft – een jaar celstraf – roept Jacky verontwaardigd door de rechtszaal: ,,Dat is veel te weinig.’’ 

Jacky en Karel leiden los van elkaar miserabele levens, dat is zonder twijfel.

Jacky moet stelen voor haar drugs. Toen ze twaalf jaar jong was zat er al heroïne in haar lijf. Nu is ze verslaafd aan cocaïne. ,,Ik ben een en al ongeluk’’, kniest ze. Vijf jaar geleden zat Jacky ook in zittingszaal 14. Ze smeekte de rechters om haar te veroordelen opdat ze steun zou krijgen. ,,Ik heb hulp nodig voor in mijn kop’’, zei ze toen.

De rechters legden tot haar tevredenheid de twee jaar durende veelplegersmaatregel op. Dat wil ze nu wel weer. Gevangenissen zijn niks voor haar, want daar staat het leven stil. ,,Dat is te gemakkelijk voor mij.’’

Het leven van Karel is niet veel aangenamer. Hij zat al eens vijftien jaren in de tbs (afpersingen en berovingen) en tweemaal onderging hij de veelplegersmaatregel, opgeteld vier jaren. Gewone gevangenisstraffen komen daar nog bij. Tegen de rechters: ,,Ik heb een problematische relatie met justitie. Maar ja, heel mijn leven is een probleem.’’

Karel kent de taal van de mensen die aan hem peuteren om hem op een rechter pad te krijgen. Karel: ,,Ik ben verantwoordelijk voor mijn daden, maar niet voor mijn omstandigheden.’’ De rechters knikken goedkeurend. Zo van: dat is een tegeltjeswijsheid zo klaar als een klontje, Karel.

Een moord voor een beter leven

Wat Jacky en Karel gemeen hebben is dat ze een moord zouden doen voor een beter leven. Jacky droomt van de dag dat ze die gluiperige cocaïne overwint, Karel van een warm dak boven zijn hoofd, dat sowieso.

Uitgerekend deze twee lamzaligen komen elkaar ’s avonds op 15 oktober in de binnenstad van Groningen tegen. Ze herkennen elkaars ellende en roken samen een pijpje coke. Want zo is Jacky wel. Als ze wat heeft, dan deelt ze.

De rechters vragen: ,,Dus jullie kenden elkaar niet?’’
Karel: ,,Alleen van ’t zien.’’
Rechters: ,,Was er een plan?’’
Nee, er was geen plan.
Rechters: ,,Dus jullie hebben niet vooraf besproken om iemand te beroven?’’
Jacky: ,,Nee. Echt niet.’’
Rechters: ,,Hadden jullie geld nodig, geld voor drugs of zo?’’
Jacky: ,,Neuh. Ik had geld in de broekzak.’’
Karel: ,,Met alle respect, maar ik beroep me op mijn zwijgrecht. Ik ben er wel een beetje klaar mee.’’

Ze probeerde de boel juist te sussen

Er zijn camerabeelden. Daarop zou een man te zien zijn – een dronken student volgens de verdachten – die doende is geld te pinnen bij de automaat van de ABNAmro aan de Vismarkt. Dan komen Jacky en Karel aangelopen. Karel heeft een mes in zijn hand, een dolk. Terwijl dat mes dreigend hoog wordt gehouden, gaat Jacky tegen de pinner aanstaan en checkt of er wat uit de broekzakken te halen valt.

Dat is de beschuldiging.

Ik wist niks van een mes, zegt Jacky. ,,En ik heb ook niet in zijn zakken gezeten. Hij droeg een skinny jeans, dan kan dat helemaal niet.’’ Ze zegt dat ze de boel juist probeerde te sussen. ,,Ik ging ertussen tussen staan. Eigenlijk was het maar goed dat ik erbij was. Anders was het misschien nog wel erger afgelopen. Je weet het niet met zo’n gek.’’

Karel kijkt nors voor zich uit en zwijgt.
Jacky: ,,Het was niet mijn bedoeling om met de politie in aanraking te komen. Toe even zeg, ik was net een paar dagen vrij.’’

De advocaat van Karel zegt dat het bij een poging is gebleven. Dankzij Karel. Hij bedacht zich toen die student een pakje peuken gaf. Sigaretten. Advocaat: ,,Karel bood toen zijn excuses aan. Ze gaven elkaar een hand en dat was het. Ze gingen, zeg maar, als vrienden uit elkaar.’’

De pinstudent deed wel aangifte.

Tijd om van de drugs af te gaan

nJacky en Karel hebben los van elkaar nog een paar strafbare feiten aan de kont waarvoor ze zich moeten verantwoorden. Jacky had rondslingerende portemonnees gestolen met daarin pasjes waarmee je contactloos kunt betalen. Tegen de rechters: ,,Klopt. Ik ga daar niet om liegen.’’ Dikke zucht: ,,Het wordt echt tijd dat ik van de drugs af ga.’’

Karel had met klappen een ondernemer ontdaan van een mooie Samsung-telefoon. Hij had vieze klusjes voor die man opgeknapt, maar daar geen geld voor gekregen. Dan maar die Samsung.

Rechters: ,,Vieze klusjes?’’
Karel: ,,Drugs dealen.’’

Klopt het dat hij met een grote doos de Mediamarkt was uitgelopen, met in die doos een grote televisie? ,,Daar ben ik schuldig aan.’’

Er is nog een overeenkomst tussen Jacky en Karel. Behalve dat ze zo graag een leven op het rechte pad willen, zijn beiden daartoe niet in staat. Heel reclasserend Groningen vindt Jacky een liefste vrouw van de wereld (‘iedereen heeft een zwak voor Jack’), maar allen vrezen dat de slopende cocaïne ook voor haar zonder genade zal zijn.

Over Karel zegt zijn advocaat: ,,Hij is verstoken van kennis om zich in deze maatschappij te kunnen handhaven. ,,Wat voor ons heel simpel is, heeft hij nooit geleerd. Geef hem een muis van een computer, hij zou niet weten wat daarmee te doen.’’

Vragen in de Tweede Kamer

Na vijftien jaren werd de tbs door de rechtbank beëindigd, tegen alle adviezen in. En ook tegen de wil van Karel. Zomaar stond hij buiten, zonder hulp, zonder begeleiding. Karel haalde er destijds – in het zuiden van het land – het nieuws mee. Over hoe hij na vijftien jaren in de kliniek van de een op de andere dag in de daklozenopvang van Nijmegen belandde. Er werden zelfs vragen over gesteld in de Tweede Kamer.

De officier van justitie deelt de mening van de raadsman. Er moet hulp voor Karel komen. In zijn geval kan dat het beste vanuit de gevangenis. Daarom die eis van twaalf maanden, waarvan twee voorwaardelijk.

Het is dan dat Jacky roept: ,,Dat is veel te weinig.’’ Tegen haar wordt voor de tweede keer de twee jaar durende veelplegersmaatregel ISD geëist. Jacky: ,,Hij komt dan veel eerder vrij dan ik. Dat staat toch niet in verhouding? Doe mij die twaalf maanden dan ook maar. Ja toch? Ik bedoel…’’

De advocaat pakt Jacky bij de schouder en fluistert in haar oor: ,,Doe nou effe rustig.’’

rob zijlstra

ISD = Inrichting Stelselmatige Daders

De dikke duim

Na jaren van gestage daling stijgt de criminaliteit weer. Voor sommigen zal dat goed nieuws wezen en prettig voor het gemoed. Een merkwaardig probleem van de dalende criminaliteit van de afgelopen jaren was dat lang niet iedereen het goede wilde geloven.

Kwade tongen op duister rechts beweerden zelfs gretig dat de afnemende misdaad fake nieuws was van links.

Het was ook lastig: wie moet je de schuld geven als het de goede kant opgaat? Hoe leg je uit dat de criminaliteit afneemt terwijl je voortdurend roept dat het land wordt overspoeld met nare migranten die komen roven?

Voor wie gebaat is bij het zaaien van angst, wie het onbehagen koestert, is het beter dat het slechter gaat.

Het slechte nieuws van meer misdaad werd afgelopen week bekendgemaakt door Erik Akerboom, eindbaas van de Nederlandse politie. Wij van de media vertelden het door, want ons journalisten zijn gek op wat afwijkt van eerder.

Nuance is op z’n plaats. Cijfers kun je naar je hand zetten, al naar gelang de boodschap die moet worden verkondigd. Een hoge politiefunctionaris zou eens over de eigen misdaadcijfers hebben gezegd: de laagste vorm van denken is tellen.

Laat onverlet: wie meer geld wil voor de politie, gaat niet roepen dat de misdaadbestrijding vruchten afwerpt.

De oude boef raakt uit de gratie

De politiebaas kwam zelf met de nuance. De traditionele misdaad daalt nog steeds. Jawel. Zakkenrollerij en woninginbraken zijn onmiskenbaar op z’n retour. De oude boef raakt uit de gratie. Alleen sukkels breken nog in, zou Akerboom hebben gezegd. De stijging zit met name in de categorie online en onzichtbaar.

Verschuivingen binnen de misdaad zijn van alle tijden. Van veedieven hoor je nooit meer iets, van bankrovers evenmin.
En de crimineel van nu struint niet meer door het duister van de nacht, maar zit achter het toetsenbord. Je vraagt je af waar toch de eerste politicus blijft die oproept tot minder blauw op straat.

In de rechtszaal kijk ik naar Mark en vraag ik me af tot welke categorie hij moet worden gerekend. Is hij met zijn 19 jaren een boef van de toekomst of behoort hij tot de groep uitstervende sukkels? Hij ziet er hip uit, maar dat zegt natuurlijk niks. Het uiterlijk is niet kenmerkend voor een crimineel.

Twintig dagen had Mark die nog thuis bij zijn ouders woont in de gevangenis moeten doorbrengen. Dat is een traumatische ervaring voor hem geworden. Hij had tussen moordenaars en verkrachters gezeten, vertelt hij aan zijn rechters. Hij volgt nu EMDR-therapie om die twintig angstige dagen een plekje te kunnen geven.

Toen Mark 17 jaar was, zou hij in Groningen een auto hebben gestolen, een Seat Ibiza. Een half jaar later, dan al 18 jaar, zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan een woninginbraak in Glimmen, dan wel heling van gouden sieraden, gouden tientjes en een tablet van Samsung. De spullen kwamen uit die woning.

Mark zegt dat hij die auto niet heeft gestolen

Mark zegt dat hij die auto niet heeft gestolen. Maar er zijn camerabeelden en zijn mobiele telefoon is naast de bestuurdersstoel gevonden. Een medeverdachte zegt dat Mark achter het stuur zat. Het kan niet anders dan schuldig, concludeert de officier van justitie.

Dan die woninginbraak, nu een jaar geleden. Mark was in het bezit van de buit, dat geeft hij wel toe. Hij kan ook niet anders, want ook hier hebben camera’s hem blijvend in beeld gebracht. Dat was in het goudwisselkantoor.

Mark heeft een verhaal. Hij wilde een ketting kopen voor een lieve vriendin. Niet te duur, dus vond hij op Marktplaats wat hij zocht. In Assen, bij ene Viktor. Er werd een afspraak gemaakt. Viktor had meer gouden sieraden in de aanbieding en ook een tablet van Samsung. En omdat Viktor geld nodig had, mocht Mark alles kopen voor 350 euro.

Met zijn aankopen toog hij naar het goudwisselkantoor in Groningen. Waarom? Mark: ,,Ik wilde weten of het echt goud was.’’ En dat was het. Nog gekker: het handeltje was veel meer waard dan 350 euro.

Marks geluk was van korte duur. De gestolen sieraden stonden geregistreerd en goudhandelaren moeten dat weten. De politie werd gealarmeerd en Mark werd thuis in het bijzijn van zijn ouders, broertjes en zusje gearresteerd, met op de achtergrond heel de straat die toekeek.

Op Marktplaats is geen Viktor uit Assen actief

Mark zegt dat hij niet wist dat het goud dat hij van Viktor in Assen had gekocht, gestolen goed was. De officier van justitie ziet het anders: Viktor komt uit de dikke duim van Mark. Viktor is verzonnen. Er is onderzoek gedaan. Op Marktplaats is geen Viktor uit Assen actief. Mark vermoedt dat de man uit Assen zijn account heeft gewist. Moet wel. Nee, een adres – hij was er immers – kan hij zich niet herinneren.

Er is een getuige, Sander uit Groningen. Een vriend van Mark. Bij de politie had Sander verteld dat ze samen aan het toeren waren – beetje chillen – en dat ze in Glimmen waren geweest, bij een woning. Mark was toen uitgestapt en was even weggeweest. Toen hij terugkwam droeg hij een tas.

Sander is uit eigen beweging, zegt hij, naar de rechtbank gekomen om te getuigen. Hij voelt zich schuldig, want zegt hij tegen de rechters, hij heeft bij de politie niet de waarheid gesproken. Tijdens het verhoor is hij onder druk gezet. Vandaar.

Zegt: ‘Het verhoor ging op een intimiderende manier.’
Rechters: ‘Zoals in de films.’
Sander: ‘Ja.’

Ze hebben me in een verhaal laten rollen

Bij de politie had Sander aanvankelijk gezegd dat hij geen snitch is, geen verrader. Maar hij was gestresst geweest en wilde maar één ding: zo snel mogelijk naar huis. Tegen de rechters: ,,Die agenten hadden een theorie, dat Mark het gedaan moet hebben. Die theorie wilden ze in mij duwen, zo voelde het. Ze hebben me in een verhaal laten rollen.’’

De officier van justitie noemt de getuigenis van Sander – hij staat onder ede – volstrekt ongeloofwaardig, maar verbindt daar in de rechtszaal geen consequenties aan. De rechter had hem daar wel voor gewaarschuwd: ,,Als u liegt, begaat u een misdrijf. Meineed. Daar staat een forse gevangenisstraf op die meestal ook wordt opgelegd.’’

De consequenties zijn voor Mark. Het gelieg van Sander sterkt haar overtuiging dat Mark schuldig is. Wat haar betreft hoeft Mark niet terug naar de moordenaars en de verkrachters. Omdat hij nog zo jong is. Maar hij moet wel boeten. De eis: een werkstraf van tachtig uur en drie maanden voorwaardelijke jeugddetentie.

Mark belooft een bijdrage te leveren aan dalende misdaadcijfers.
Hij gaat weer naar school.

Rob Zijlstra

Pizza Riciclaggio di Denaro

Hamid is een 32-jarige hardwerkende en vriendelijke jongeman, zegt de advocaat toegenegen. De officier van justitie schudt met afgrijzen het hoofd: Hamid is een dikke leugenaar. Hamid zelf kan aan het einde van de strafzaak nauwelijks nog een woord uitbrengen. Met dichtgeknepen keel huilt hij: ,,Het is niet eerlijk.’’

Of is er iets anders aan de hand?

Eerst dit. Hamid wordt verdacht van witwassen. Hij, hij die zo keihard werkt, vindt dat heel erg, die verdenking. Hij gaat er onder gebukt.

Hamid verkoopt pizza’s. Dat doet hij 364 dagen per jaar, al zes jaren achtereen. Alleen op 25 december is zijn zaak eventjes gesloten. Hij begint om acht uur ’s ochtends met het snijden van het vlees, de champignons, de uien, de groenten en hij kneedt het deeg. Een pizza is niet zomaar iets, zegt hij. De advocaat vult aan: ,,Hobby’s heeft hij niet en uitgaan doet hij nooit. Altijd maar werken.’’

Hamid: ,,Ik heb twee kinderen, maar die zie ik nauwelijks. De oudste is acht, toen ik haar de laatste keer zag, stond ik versteld. Dacht oh, wat ben jij al groot en wat praat je al goed.’’

Op een nacht reed Hamid in de auto van zijn zus langs de rechtbank. Hij slingerde, zo erg dat agenten die dat slingeren waarnamen hem een stopteken gaven. Toen hij het portierraampje opendraaide en beleefd ‘goedenacht heren’ zei, roken de agenten hennep. Hamid vertelde dat hij een harde werker is, net klaar met ondernemen, dat hij naar de coffeeshop was geweest voor nog een rokertje thuis.

De agenten stelden vast dat de aan de Eufraat geboren Hamid zich recentelijk had uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Nederland, dat de auto niet was verzekerd en dat er nog boetes op zijn naam openstonden.

Hamid: ,,Ik slingerde niet.’’
Rechters: ,,U was onder invloed, daarvoor bent u bij de kantonrechter geweest.’’
Hamid: ,,Ik had nog niet geblowd.’’
Rechters: ,,Agenten zagen een tas op de achterbank. Een big shopper met daarin een laptoptas met een slotje. U zei dat die tas van uw zus was en dat er schoolspullen in zaten.
Hamid: ,,Ik zou thuis nog een blowtje roken.’’
Rechters: ,,U zei dat u die openstaande boetes niet kon betalen, dat u als ondernemer een slechte maand had gedraaid.’’

‘Het komt bijna nooit voor dat iemand
met een tas in de auto rondrijdt met daarin 266.000 euro’

De tas moest open. De agenten telden (later) niet alleen 3.400 briefjes van 5 euro, maar ook 106 biljetten van 500 euro. Met de rest opgeteld: ruim 210.000 euro. Uit drie broekzakken en een binnenzak haalden de agenten nog eens 56.000 euro.

Leg uit Hamid.
Spaargeld.

Zegt: ,,Ik heb er zes jaren onafgebroken keihard voor gewerkt. Nooit vakantie. Ik spaarde wat ik kon.’’ De advocaat: ,,Dus altijd maar werken, zuinig leven, geen luxe.’’
Een van de rechters: ,,Het komt bijna nooit voor dat iemand met een tas in de auto rondrijdt met daarin 266.000 euro.’’
Hamid: ,,Ik was vergeten dat die tas met mijn geld in de auto op de achterbank lag.’’

De drie rechters kijken nu met meewarige blikken naar Hamid. Zo van, toe nou beste man, dat kunnen we toch niet geloven? De officier van justitie: ,,Bij de aanhouding kwam hij met de eerste leugens en daar gaat hij in de rechtszaal gewoon mee door.’’

Om iemand te kunnen veroordelen voor
witwassen moet worden aangetoond dat
het geld afkomstig is van ‘enig misdrijf’.

Nu zit het vandaag de dag zo dat wie veel contant geld heeft en niet kan verklaren hoe hij aan dat geld komt, een probleem heeft. Ook omdat dat geld ’s nachts op de achterbank van een slingerende auto lag waarvan de bestuurder zich had uitgeschreven, zich heeft onttrokken aan het zicht van de autoriteiten.

Om iemand te kunnen veroordelen voor witwassen moet worden aangetoond dat het geld afkomstig is van ‘enig misdrijf’. Een verdachte heeft de plicht – de officier van justitie is hier aan het woord – openheid van zaken te geven. Kan hij geen legale bron voor het geld aantonen, of onvoldoende deugdelijk, dan mogen wij zeggen dat het geld uit een illegale bron komt. En dan kan er dus worden veroordeeld voor witwassen.

Hamid: ,,Het is eerlijk verdiend spaargeld.’’

Met wel twintig agenten waren ze bij Hamid binnengevallen. Heel de buurt was getuige en sindsdien wordt Hamid met de nek aangekeken. De advocaat: ,,Hij groet zijn collega-ondernemers wel, maar die groeten niet meer terug.’’ Na de inval was hij ook veel politiemensen als klant kwijtgeraakt. Bij de inval werden wel ongeopende enveloppen van de belastingdienst aangetroffen, maar geen bedrijfsadministratie.

De politie sprak met de boekhouder. Die liet weten dat er goede zaken werden gedaan, maar dat de omzet niet van dien aard was dat Hamid daar 266.000 euro spaargeld aan kan overhouden. Zo mooi was het ook weer niet. En nee, er werd geen belasting betaald.

Hamid reageert: ,,Ik heb geen boekhoudkundige kennis. Ik werkte alleen maar.’’ Advocaat: ,,Keihard hè.’’
Rechters: ,,Maar u bent ondernemer. Dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee.’’
Hamid: ,,Ik weet dat niet.’’
Rechters: ,,U weet wel dat omzet niet hetzelfde is als winst?’’

‘Meneer de verdachte kan zich niet
verschuilen achter zijn onwetendheid’

De politie had gepraat met de broer van Hamid. Die werkt ook in de zaak. Hoeveel pizza’s verkopen jullie eigenlijk, luidde een vraag. De broer had toen gezegd: gemiddeld vijftien per dag. En op heel goede dagen wel eens dertig. Hamid: ,,Mijn broer is niet zo snugger.’’

De officier van justitie: ,,Meneer de verdachte kan zich niet verschuilen achter zijn onwetendheid. Dit is meer dan duidelijk een kwestie in de categorie 2 van het witwassen, goed voor een gevangenisstraf van zeventien maanden. Dat is ook mijn eis. En die 266.000 euro krijgt hij niet terug.’’ De advocaat werpt tegen dat celstraf het einde van de pizzeria betekent wat grote gevolgen heeft voor heel de familie. ,,Hamid is de oudste zoon, hij moet voor de familie zorgen.’’

Of is er wat anders aan de hand?

Misschien is Hamid inderdaad een harde werker, maar zijn die vijftien dagelijkse pizza’s een dekmantel voor drugshandel. Zoiets kan, zegt de officier van justitie. Of nog anders: misschien is Hamid een geldezel, een koerier, die misdaadgeld vervoert voor een criminele organisatie. En dat hij – nu hij met hun geld gepakt is – bang is en wel moet liegen om erger dan zeventien maanden celstraf te voorkomen. Dat kan ook.

De rechters zeiden niet: laten we dit tot op de bodem uitzoeken. Ze zeiden dat over twee weken uitspraak wordt gedaan. Misschien was het wel daarom dat Hamid piepte dat het niet eerlijk is.

rob zijlstra

UPDATE – 20 januari 2020 – uitspraak

dvhn / 20 jan 20

De man die niet bestaat

31 januari 2020 / de overheid heeft alle tijd

 


Vanmiddag – zondag 26 januari 2020 – was ik samen met Chun te gast in het programma Tim Talkshow in Forum Groningen. Het programma is een samenwerking van Dagblad van het Noorden en Forum. Presentator is Tim den Besten.

We zaten aan tafel om het verhaal van Chun onder de aandacht te brengen. Hoe meer mensen weet hebben van dit verhaal, hoe beter. Dat denken wij.

De oplossing voor Chun is niet in zicht. De vragen die in de Tweede Kamer zijn gesteld, zijn nog niet beantwoord. Vorige week was staatssecretaris Ankie Broekers-Knol op werkbezoek in Groningen. De zaak van Chun is onder haar aandacht gebracht. Wat dat waard is? Geen idee.

Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja droeg na het gesprek aan tafel een gedicht voor dat hij voor Chun schreef. Oorlogsverslaggever Harald Doornbos (midden-oosten, diverse media) was eveneens aanwezig. Chun is een huisvriend van de familie Doornbos.

De verslaggever filmde het gesprek (terug te kijken op: https://www.pscp.tv/w/1kvJpXrPYOwJE 

Het gedicht van Tsead Bruinja:
de nederlandse regering weet niet meer waar ze haar barmhartigheid heeft gelaten

 


13 januari 2020, NPO 1 / tv-programma Op1

 

10 januari 2020 / vragen aan de staatssecretaris

 

donderdag 9 januari 2020 / dvhn

 

6 januari 2020 / dvhn

4 januari 2020 / dvhn

 

 

waarom ik dit verhaal heb geschreven ?
hierom, daarom

Het eerste wat ik zei is dat een stukje in de krant ook niet helpt.

Dat ik wel begrijp dat de publiciteit wordt gezocht als niets meer werkt.
Dat ik snap dat als alle pogingen om tot een oplossing te komen zijn mislukt, publiciteit dan wordt gezien als een laatste strohalm.

foto: duncan wijting / dvhn

Ik zei dat ik natuurlijk altijd een keertje langs kon komen om het verhaal aan te horen. Zo begon het, een half jaar geleden. Ik luisterde naar de mensen die hem ondersteunen, naar zijn advocaat. Ik zocht nieuwsberichten op van vijftien tot twintig jaar geleden, over smokkelroutes en mensen die die wegen bewandelen. Ik sprak met anderen, met de burgemeester van de grote stad die wel wilde helpen, maar uiteindelijk met al zijn netwerken niets kon betekenen.

En ik sprak vooral ook met Chun zelf.
Met de man die wel leeft, maar niet bestaat.

Gaandeweg kreeg het verhaal dat ik van verschillende kanten aanhoorde, mij te pakken. Ik dacht, een stukje in de krant mag dan misschien niet helpen, iedereen moet weten dat mensen in Nederland, in Groningen in dit geval, het slachtoffer kunnen worden van de bureaucratie van de overheid.

Dat de bureaucratie in Nederland is opgewassen tegen de menselijke maat.
Dat de overheid mensen kan veroordelen tot levende doden.
En dat dat mag.

Chun is geen asielzoeker die het land moet verlaten.
Chun is het slachtoffer van mensensmokkel.

Als 14-jarige kwam hij in Nederland, in een land dat hij niet kende. Na een paar jaar gedwongen te hebben gewerkt in een keuken van een Chinees restaurant, wist hij aan de klauwen van de mensenhandelaren te ontkomen en belandde hij – aanvankelijk veilig – in de noodopvang in Noord-Nederland.

Sinds 2008 verblijft Chun in Groningen waar
de klauwen van de bureaucratie hem in
een wurggreep namen, om niet meer los te laten.

Omdat hij niet kan aantonen dat hij uit China komt, weigert China (de Chinese ambassade) medewerking aan zijn terugkeer. Zonder die medewerking komt hij zijn geboorteland domweg niet binnen.

Nederland heeft een vergelijkbare  houding: Chun kan niet aantonen wie hij is, wie hij zegt te zijn. Wie geen identiteit heeft, wie niets kan aantonen, kan geen aanspraak maken op een verblijf in Nederland.

Maar: Chun is hier wel.

Nederland: maar op papier niet, waarmee het probleem is opgelost. Want wie niet bestaat kan immers ook geen probleem vormen. Dat Chun, 31 jaar inmiddels, een mens is van vlees en bloed is niet van belang. Gaat hij dood, dan wordt hij nergens uitgeschreven.

Het verhaal van Chun, de man die niet bestaat, staat zaterdag in de weekendbijlage van Dagblad van het Noorden.

Dat is een eerste verhaal.

Mijn voornemen is om niet alleen de ontwikkelingen op de voet te blijven volgen, maar ook de mensen en de instanties die bijdragen aan het laten voortbestaan van deze schrijnende kwestie.

Rob Zijlstra

→ e-mail rob zijlstra [vertrouwelijk]

 

 

 

Onbetrouwbare herinneringen

Dagblad van het Noorden
blikt terug op  verhalen uit 2019.
Vandaag de moord op het
Jaagpad met een
verslaggever als
belabberde getuige.

 

Mensen zijn superslechte waarnemers
(al denken we van niet)
en onze herinneringen verbeelden zich
ook heel wat.

 

Het mooiste pad om de stad Groningen binnen te fietsen is via de Platvoetsbrug, de tafelbrug over, langs de sluizen bij Dorkwerd, vervolgens over het Jaagpad met het Zernike aan de ene en het Reitdiep aan de andere kant en dan – nog een flink eind rechtdoor – de drukte van Paddepoel in.

De weg terug, en dan helemaal naar Garnwerd of nog verder, is net zo mooi.

Het is een route die ik als forens regelmatig fiets. Het is niet de meest logische weg – in de zin van de snelste – om vanaf de rechtbank mijn huis te bereiken, maar het is wel de route waar het hoofd het meest leeg van raakt.

Op 14 mei fietste ik er ook, het was een dinsdag. Een groot deel van de dag had ik doorgebracht in een stiltekamer op de redactie. Ik had Rob Geene, de deken van de orde van advocaten van Noord-Nederland, geïnterviewd en het gesprek opgenomen. Dat gesprek had ik uitgewerkt. Geene spreekt in lange, mooie en zinnige zinnen waarin hij zijn zorgen uit over de rechtsstaat. Aan mij om een drie uur durend gesprek terug te brengen tot een verhaal dat acht tot tien minuten leestijd vraagt.

Via café Hammingh in Garnwerd en de Albert Heijn in Winsum kom ik thuis. Daar verneem ik het nieuws. Er is zojuist een man vermoord, op het Jaagpad langs het Reitdiep, ter hoogte van Zernike. Via burgernet doet de politie een oproep waarbij een signalement wordt gegeven van de mogelijke dader. ‘Zuid Europees uiterlijk, donker trainingspak, donker petje.’
Plekken waar moorden zijn gepleegd

Elke beroep brengt eigenaardigheden met zich mee. Ik heb er een paar. Een daarvan is dat ik straten, woningen, plantsoenen, plekken waar ooit een moord is gepleegd opsla in mijn hoofd. Fiets ik de meest logische route van mijn huis naar de rechtbank – door Beijum, over Korrebrug, Korreweg, klein stukje Noorderplantsoen en dan de Nieuwe Ebbinge of de Boteringe in – dan kom ik nogal wat plekken tegen waar het ooit vreselijk is misgegaan.

Aan de meeste plekken – het zijn er meer dan honderd – is ook de bijbehorende naam van het slachtoffer verbonden.

Ook als ik door de binnenstad wandel, duiken her en der namen op van vermoorde mannen en vrouwen. De route Kattendiep – Zuiderdiep (helemaal tot aan Minerva) is in dit verband de meest gewelddadige van de stad.

Het Jaagpad is nu ook zo’n plek geworden. Op dinsdagavond 14 mei, even na 19.00 uur, werd daar de 27-jarige Hidde Bergman doodgestoken. Zomaar. Toen ik die avond thuis het nieuws vernam, begon ik in mijn hoofd een kleine reconstructie te maken. Had ik een man gezien in een donker trainingspak, met een donkere pet? Hoe laat fietste ik daar?

Twee, drie dagen later hoorde ik een politieman op RTV Noord een oproep doen. Wie iets heeft gezien, moet dat melden, ook als je denkt dat het niet belangrijk is.

Ik heb, toen ik daar fietste, een man gezien die mij opviel. Hij liep over het Jaagpad, richting Groningen. Niet als een wandelaar, genietend van de mooie dag en dit mooie stukje Groningen. Nee. Hij liep een beetje als een zweverige zombie, anders kan ik het niet omschrijven. Hij schreed mij tegemoet. Om hem op de fiets te kunnen passeren, zocht ik oogcontact. De man niet, zijn ogen blikten recht vooruit. En die ogen waren hol en leeg.

Dit beeld had ik niet toen ik de man net was gepasseerd. Het beeld kwam pas thuis, en twee, drie dagen later toen ik de oproep hoorde van de politieman. Ik belde, en vertelde wat mij was opgevallen. En o ja, ik zag ook nog een man in een rood shirt in een boot van aluminium, komende uit de richting  Dorkwerd. Vast ook niet belangrijk, maar jullie vroegen erom.

Een paar keren belde de politie terug. Of ik de kleur van de jas kon herinneren. Geel? En het uiterlijk? Pet? Ik wilde graag behulpzaam zijn. Ja geel. Uiterlijk? Nee. Ook niet geel. Het was een halflange jas. Dat wel. Groen, groenig.

Of toch niet?

Ik merkte dat ik in mijn hoofd een filmpje maakte. Een filmpje waarbij ik ontbrekende stukken zelf begon in te vullen. Want die jas had natuurlijk wel een kleur. En die lege ogen maakten deel uit van een uiterlijk. Na een paar dagen voelde ik mij een belabberde getuige. Alleen die man in de aluminium boot, daar was ik zeker van. Maar of hij een rood shirt droeg?

Bij het schrijven van dit verhaal is de herinnering dat ik op weg naar huis een biertje had gedronken bij café Hammingh, met pin betaald. Ik zoek in de afschriften van de bank: 14 mei, 16.50 uur, 3,65 euro. Bij Garnwerd aan Zee. Dat is naast Hammingh. Vroeger dan ik meende en niet op de plek die ik dacht.

Ik had gedaan wat ik als rechtbankverslaggever in de rechtszaal zo vaak hoor. Dat getuigen – verdachten, slachtoffers – zich feiten menen te herinneren die bij nadere beschouwing helemaal niet kunnen kloppen. Met liegen heeft dat niets te maken. Mensen zijn superslechte waarnemers (al denken we van niet) en onze herinneringen verbeelden zich ook heel wat.

Dit alles neemt niet weg dat de naam van Hidde Bergman voor altijd verbonden blijft met die van het Jaagpad, het pad dat onderdeel is van de mooiste route om de stad binnen te fietsen.

In september verschijnt de verdachte voor het eerst in de rechtszaal. Hij heet Milton T., een jongeman met een kindergezicht. Als hij naar zijn stoel loopt, schrik ik even. Hij loopt niet gewoon, hij zweeft een beetje, als een zombie. Een aparte blik in de ogen. Of is dat wat ik onbewust wil zien?

Helaas maakt een onbetrouwbare herinnering geen einde aan de trieste dood van Hidde Bergman.

Rob Zijlstra

dit artikel stond op 31 december in Dagblad van het Noorden

Bonen doppen

Rechters zijn rijk aan kennis want zij moeten van alles weten. Van alles is al gauw een heleboel. Maar zodra rechters van alles weten om rechtvaardig te kunnen oordelen – de verdachte wordt de dader – zijn hun mogelijkheden maar armoedig: een boete, een taakstraf, een maatregel en als het ernstig genoeg is een vrijheidsstraf. Dan moet de dader voor een tijdje naar de gevangenis.

Aan die straffen kunnen rechters nog wat voorwaarden verbinden. U mag niet meer het genot van drank en drugs smaken. U moet zich laten behandelen. Dat is het dan wel zo ongeveer.

Over pak ’m beet 25 jaar kijken we vast meewarig naar de tijden van nu, misschien zelfs wel ietwat beschaamd. Dat we wijze mensen van povere middelen voorzagen om een hardnekkig en megagroot probleem – criminaliteit – in de samenleving tegen te gaan. En ook verbazing zal er wezen. Over dat die toegewijde rechters met het weinige dat ze hadden onverstoord hun werk maar bleven doen, tot structureel overwerk aan toe – onderwijl wetende dat het allemaal weinig uitrichtte.

Nou ja, zal dan vast worden gezegd, in die tijd namen ze het onderwijs en berichten over de klimaatverandering ook niet bijster serieus. Dat kwam pas later.

Over de verdachte van nu zal in 2044 geen verbazing zijn. Vreemde vogels zijn er altijd geweest en zij zullen er altijd blijven zolang er mensen zijn.

De verdachte van nu heet Joey, voorovergebogen hangt hij in de verdachtenbank. Hij heeft een flesje Spa-water en koekjes meegenomen.

Bedrijven zitten om jongens als Joey
te springen, zegt de advocaat tegen de rechters

Joey is 23 jaar. Drie jaar geleden is hij de oceaan overgestoken en Nederland binnen komen vliegen. Hij is al eens veroordeeld in Zeeland en een keertje in Brabant in verband met een wapen. In Groningen schoolde hij zich aan het Alfa-college. Installatietechniek. Als hij volgende week zijn VCA haalt – voor de veiligheid op de werkplek – kan hij zo aan de bak.

Bedrijven zitten om jongens als Joey te springen, zegt de advocaat tegen de rechters die net van de officier van justitie te horen hebben gekregen dat het beter is om Joey een flinke tijd op te sluiten.

Heel veel meer wordt er niet over de verdachte prijsgegeven. Tijdens de zitting komen nog wel een paar andere vaardigheden aan het licht: Joey is een consequente jongeman, iemand ook die zich niet snel van zijn stuk laat brengen. En hij is zelfredzaam. Hij heeft de reclassering niet nodig, zegt hij. Hij dopt de bonen zelf.

Er zijn nogal wat verdenkingen die Joey in de verdachtenbank hebben doen belanden. Op een speelpleintje in Groningen zou hij De Turk – zo heet een man uit Armenië die daar woont – hebben bedreigd en mishandeld, terwijl een vrouw, ook een bewoonster, hem met de steel van een bezem op de kop sloeg. Daarna had niemand aangifte durven doen, want Joey en een vriend die er ook bij was, genieten er een zekere reputatie. Aanleiding voor het gedoe op het speelpleintje was hun gejakker op scooters.

Iedere man heeft gereedschap

Ook zit Joey er omdat hij in Bauhaus, de bouwmarkt, een moker met werkhandschoenen had gestolen. Wat hij met een moker moest? Niks, zegt hij. ,,Iedere man heeft gereedschap.’’ Iemand had een keer zijn moker afgepakt en nu pakte hij er eentje terug. Lijkt hem nogal wiedes.

Rechter: ,,Het zou ook, het is maar een suggestie, inbrekersgereedschap kunnen zijn.’’
Joey: ,,Nee.’’

De rechter doet die suggestie omdat Joey twee weken eerder met een hamer en een schroevendraaier was aangehouden in een geparkeerde auto. ’s Nachts om half drie, met een bivakmuts over het hoofd. De stuurkap met daar achter de bedrading was verwijderd. Wilde hij de auto soms stelen?

Joey: ,,Nee.’’
rechter: ,,U had alleen een stuurkap nodig.’’
Joey: ,,Het zou kunnen.’’

In Hoogezand was ingebroken in een tankstation van Gulf. Op camerabeelden is te zien hoe twee mannen een kleed op de grond leggen, daar al het rookwaar op gooien en dat meenemen. Hadden ze het moeten kopen dan kostte het 4.175,80 euro.

Joey: ,,Nee.’’

Nog nooit van zijn leven is hij in Hoogezand geweest.
Dat zegt hij wel, maar helemaal klopt dat niet. Een heel klein stukje van Joey was wel in Hoogezand: een stukje huid, aangetroffen op een glasscherf van het kapotgeslagen raam waardoor de inbrekers naar binnen waren gegaan. Het stukje mens werd naar het NFI gestuurd en daar zeiden ze dat de huid – op basis van het DNA – van Joey is. De kans dat het niet zo is is kleiner dan één op de miljard.

Joey schudt het hoofd. Het lijkt hem sterk, temeer omdat dna uniek is en hij daar niet was. Tegen de rechters: ,,Ben ik op heterdaad betrapt dan? Nee dus, nou dan.’’

Er was ook nog iets met vier scooters die in zijn krappe containerwoning stonden te staan. Twee van de scooters, Piaggio Vespa Sprints, bleken gestolen.

Joey: ,,Nee.’’

Geïrriteerd tikt hij met zijn vingers tegen zijn pet die naast de koekjes voor hem op tafel ligt. De rechters moeten weten: daar stonden twee eerlijke scooters, eentje van hem en eentje van zijn oom. Dan gaat hij daar toch niet twee gestolen scooters naast zetten?

Zou de auto met gedoofde
lichten de vluchtauto zijn?

Kan een mens van 23 nog meer op de kerfstok hebben? Joey wel. Met gedoofde lichten rijdt hij in een auto – hij heeft geen rijbewijs – door de stad. Agenten zien dat. Op datzelfde moment is er een inbraakmelding in de buurt. Zou de auto met gedoofde lichten de vluchtauto zijn? Als de bestuurder een stopteken krijgt, gaat hij er plankgas vandoor.

Dat is het begin van een wilde achtervolging. Slingerend raast Joey met snelheden tot 130 kilometer per uur door de stad, stuiterend over verkeersdrempels, door rode lichten, rakelings langs een andere auto, om uiteindelijk tollend en slippend via een lantaarnpaal glijdend tot stilstand te komen tegen een boom.

Joey: ,,Ja, ’t was wel gevaarlijk, maar dat was de schuld van de politie. Die jaagden me op, daar werd ik zenuwachtig van.’’
Rechters: ,,Logisch. Ze wilden u pakken.’’
Joey: ‘Ja, dat snap ik ook wel.’’

De officier van justitie spreekt van een reeks kwalijke feiten in een korte tijd gepleegd, terwijl verdachte ook nog eens in een proeftijd van een eerdere straf liep. De springende werkgevers moeten even geduld hebben. Niet aan de bak, maar vijftien maanden in de bak, dat is de eis.

De rechters noteren het en denken nu na over het consequente ‘nee’ van Joey en of de eis een goeie straf is.

Niet dat het helpt.

Rob Zijlstra

De snelwegschutter

De misdaad in de film, in series, steekt slim in elkaar. Er is een heldere verhaallijn, met een introductie, met voorstelbare personages, met wendingen om de spanning erin te houden, met uiteraard de climax op twee derde deel van het verhaal waarna toegewerkt wordt naar een verrassende ontknoping.

In de rechtszaal is de misdaad altijd anders. De misdaad in de rechtszaal is een willekeurige hap uit de werkelijkheid. Logica is ver te zoeken, nooit kent het verhaal een begin en is er geen einde. En vaak blijft een deel van het verhaal onverteld.

In de nacht van 17 januari, om 01.52 uur, komt er via 112 een melding binnen bij de politie: er wordt geschoten op de snelweg, op de A7 ter hoogte van de Dikke Linde, het tankstation. Een donkere auto met daarin de schutter heeft de afslag genomen naar Kolham.

De mannen van de melding rijden door naar Hoogezand. Op de parkeerplaats van het casino aan de Kerkstraat treffen ze de gealarmeerde politie. De mannen – het zijn de gebroeders B. – zijn ongedeerd. Maar in het achterportier en in de bumper zitten kogelinslagen.

Ze vertellen aan de agenten dat er een zwarte auto naast hen kwam rijden en dat de bestuurder met gestrekte arm op hen schoot. Meerdere keren. Ze weten ook wie de bestuurder is: het is Mo met wie ze in onmin leven.

Ze doen aangifte en Mo (23) wordt twee dagen later gearresteerd. Het Openbaar Ministerie concludeert na onderzoek: Mo heeft na kalm beraad en rustig overleg geprobeerd de gebroeders B. van het leven te beroven terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Oftewel: poging tot moord.

Nu al doemt de vraag op: waarom? Waarom wordt er in het holst van de nacht op de A7 vanuit een rijdende auto met Mo achter het stuur geschoten op de gebroeders B? Was het een afrekening? Een poging daartoe? Een vergissing? Had het met drugs van doen? Met bedrog in de liefde?

Mo: ,,Ik heb niet geschoten.’’

Dit scenario is misschien
niet de meest logische, maar…

Zijn advocaat Mathieu van Linde: ,,Misschien hebben de gebroeders B. het in scène gezet. Om Mo een loer te draaien. Dit scenario is misschien niet de meest logische, maar het kan ook niet worden uitgesloten.’’

Aan het geschiet, het vermeende geschiet, zou iets vooraf zijn gegaan. De gebroeders B. zouden het jongere broertje van Mo hebben bedreigd. Dat zou eerder die nacht zijn gebeurd bij de McDonald’s aan het Sontplein in Groningen. Mo, zeggen de gebroeders, was daar ook.

Mo: ,,Ik was daar niet. Ik was ergens anders in de stad.’’

Hoe dan ook. Het bedreigde broertje gaat er met zijn auto van tussen, de gebroeders B. gaan achter hem aan. Broertje is bang en belt grote broer Mo. Die zegt: ,,Zorg dat ze je niet inhalen, want dan rijden ze je klem. Ik kom zo snel mogelijk.’’

En zo ontstaat de scène op de snelweg. Broertje in een witte Opel voorop, zigzaggend van links naar rechts, daarachter de gebroeders B. in een grijze Citroën en daar weer achter Mo in zijn zwarte Fiesta. Mo gaat naast de gebroeders rijden, strekt de arm en schiet. De gebroeders bellen 112 en rijden door naar Hoogezand.

Mo tegen de rechters: ,,De waarheid is dat ik naast hen ben gaan rijden, ongeveer drie seconden, en dat ik een armgebaar heb gemaakt. Dat klopt. Maar ik heb niet geschoten.’’

Wat zijn de bewijzen?

Op de plek waar zou zijn geschoten, bij hectometerpaal 210 worden vier hulzen gevonden. De politie weet te achterhalen dat de hulzen passen bij een semi-automatisch wapen, vermoedelijk een Browning Zastava. De kogel die in de auto van de gebroeders is aangetroffen, in het achterlicht, zou met zo’n wapen kunnen zijn afgevuurd.

Schotresten zijn megakleine deeltjes
lood, barium, koper of kwik

Als Mo wordt aangehouden draagt hij een jas. De jas wordt onderzocht en jawel: verdachte sporen, zogeheten schotresten. Schotresten zijn megakleine deeltjes lood, barium, koper of kwik die in een wolk vrijkomen als je met een wapen schiet.

Ook de auto van Mo wordt minutieus onder de loep genomen. Ook schotresten? Het Nederlands Forensisch Instituut: het is waarschijnlijker van wel dan van niet. Zijn het dan resten met dezelfde samenstelling als op de jas? Het instituut: dat kunnen we niet vaststellen.

Mo zegt dat het anders zit. Want die jas met sporen, de jas die hij droeg toen hij werd gearresteerd, droeg hij die avond niet. Bovendien is het niet zijn jas, maar van een vriend van wie hij de naam niet wil noemen. En die auto had hij gehuurd. Gehuurd met schotresten, wie zal het zeggen.

Advocaat Van Linde heeft ook nog een ding. De vier hulzen die op de vluchtstrook bij hectometerpaal 210 zijn gevonden, lagen niet ver van elkaar. Van Linde vindt dat opmerkelijk. Vliegen hulzen niet alle kanten op als je vanuit een rijdende auto op een andere rijdende auto schiet? Die hulzen vallen dan toch niet netjes naast elkaar neer op de vluchtstrook?

Sowieso vindt de raadsman het gek dat die hulzen daar op de vluchtstrook lagen. ,,In de lezing van het Openbaar Ministerie heeft Mo geschoten terwijl hij achter het stuur zat. Is het dan niet aannemelijker dat die hulzen in de auto terechtkomen in plaats van daarbuiten?

Het zijn vuurwapengevaarlijke gebroeders dus
hun verklaringen zijn wellicht niet zo heel betrouwbaar

Zat er misschien nog iemand bij Mo in de auto? Zou dat het zijn? Mo zegt van niet, de gebroeders B. verklaarden dat ze de schietende man herkenden als Mo. De raadsman zegt dat de rechters moeten weten dat gebroeders B. bekenden zijn van de politie. Het zijn vuurwapengevaarlijke gebroeders dus hun verklaringen zijn wellicht niet zo heel betrouwbaar.

Het scenario van een bijrijder is niet helemaal uit te sluiten. Mo heeft die avond contact gehad met ene L. uit Appingedam. Onderzoek wijst uit dat de telefoon van L. die nacht dezelfde route heeft afgelegd als de telefoon van Mo.

Als de rechtbank dit scenario, het scenario van een schietende bijrijder, het meest aannemelijk vindt, dan gaat Mo dus vrijuit. Dan is hij niet de schutter.

Maar is het dan niet raar dat Mo beweert dat hij alleen in de auto zat? In een film zou dat inderdaad merkwaardig wezen. Maar in het echt gaat het vaak raar.

De officier van justitie blijft erbij dat Mo de snelwegschutter moet zijn en eist 5 jaar gevangenisstraf. De cliffhanger: gaan de rechters hier in mee? Of zit de verkeerde man in de verdachtenbank? De uitspraak is over twee weken.

Rob Zijlstra

update – 17 december 2019 – uitspraak
Geen 5 jaar celstraf, maar 7 jaar, want geen pogingen tot doodslag, maar pogingen tot moord. Lees het hele vonnis:

 

Els Slurink – nieuw onderzoek

 

Het spijt me

Het betuigen van spijt zou in de rechtszaal van het strafrecht verboden moeten worden. Nog beter zou het zijn om het uitspreken van het woord ‘spijt’ strafverzwarend te laten zijn. ‘Wat? U heeft spijt? Ook dat nog? Jaar erbij.’ Dit alles moet ook gelden voor de opmerking: ‘Als ik het terug zou kunnen draaien, dan…’

Er zijn verdachten die al spijt betuigen nog voordat er een woord is gezegd. Of het tijdens de zitting voortdurend herhalen. Alsof dat helpt.

Het woord spijt is in de rechtszaal zonder betekenis geworden. Ik heb meer dan drieduizend strafzaken gevolgd, de tel kwijt. Slechts eenmaal was er een man – een bullebak in een T-shirt van Feyenoord – die geen spijt had.

Hij had iemand, iemand die hij niet eens kende, tegen het hoofd gemept en wel zo dat het slachtoffer, een kleine man, maanden later nog altijd last had van suizende oren. Het was zo erg dat de man er slecht van sliep en daardoor niet meer in staat was zijn werk naar behoren te doen. Zo moe. In de rechtszaal las hij met gebroken stem een slachtofferverklaring voor om de rechters deelgenoot te maken van de ellende waarin hij zonder schuld verzeild is geraakt.

De bullebak mocht reageren. Hij zei, nors: ‘Ik had ‘m nog harder moeten slaan.’ Daar wilde hij het bij laten.

Al die andere verdachten hadden spijt.

Als je aan Google vraagt wat het nut is van spijt, dan volgen binnen een kwart van een seconde meer dan een half miljoen pagina’s.

Spijt is een complexe emotie, leer ik, die altijd is gekoppeld aan keuzes. Dat je iets hebt gedaan wat achteraf niet zo slim was of dat je iets hebt gelaten en dat het nu te laat is. Het is ook een pijnlijke emotie en dat is goed, want door die pijn herinner je je fouten beter en dan is de kans dat je opnieuw de fout ingaat kleiner: de theorie van de ezel en de steen.

En wie fouten wist,
wist ook wijsheid

Andersom kan ook. Dat het helemaal niet goed is om spijt te betuigen omdat je daarmee je fouten juist wist. En wie fouten wist, wist ook wijsheid. Misschien wist die bullebak dit.

Ik keek naar een filmpje van een spijtprofessor die uitlegt waarom zo veel mensen meedoen aan de Postcodeloterij. Omdat de marketing met al die ongevraagde rommel in de brievenbus een beroep doet op de emotie spijt. Als je niet meedoet, beste bewoner van dit pand, dan sta jij straks je buren te feliciteren met hun gewonnen miljoenen. Om spijt achteraf te voorkomen, maak je (onbewust) de keuze toch mee te doen.

De keuzes die Sjef uit Groningen in zijn leven maakte, laten zich al jaren inspireren door drugs. Dat zijn doorgaans niet de beste keuzes. In maart van dit jaar pikte hij een fiets. Had hij weer. Het bleek de lokfiets van de nationale politie. Daar zit een zendertje in. En dus werd hij, spijtig voor hem, opgepakt.

Toen hij ras weer buiten stond, besloot hij andere keuzes te maken. Hij ging spullen stelen die dierbaren op grafstenen plaatsen. Ornamenten van brons werden zijn specialiteit, begraafplaats Selwerderhof zijn werkterrein.

De politierechter zegt dat het hem heeft verbaasd. In mei en juni werden er nogal wat diefstallen gepleegd op de begraafplaats. Rechter: ,,U struinde daar vrijwel dagelijks rond. Was er nou nooit iemand die u daarop aansprak? Zo van, wat doe jij hier?’’

Sjef: ,,Nooit.’’
Rechter: ,,Goh.’’

Sjef zegt dat hij vanwege de verdovende middelen ver van het padje was afgeraakt. En dat hij – daar komt-ie – heel veel spijt heeft van wat hij heeft gedaan.

Want daar zagen ze toch ook wel
dat de handel van Sjef niet deugde?

Achter hem zitten de mensen die hij ontzettend veel pijn en verdriet heeft gedaan. De ornamenten, soms (zelfgemaakte) kunstwerkjes, werden losgerukt, los geflext met ook forse schade aan de grafstenen tot gevolg.

De rechter vraagt waar het brons naartoe ging, naar welke recyclingbedrijven en of daar dan geen vragen werden gesteld. Want daar zagen ze toch ook wel dat de handel van Sjef niet deugde?

Er vallen namen van handelaren op industrieterreinen in oud metaal. Sjef: ,,Het wordt gewoon op de weegschaal gelegd en dan krijg je je geld.’’
Rechter: ,,Echt?’’
Sjef: ,,Er worden geen vragen gesteld.’’
Rechter: ,,Ik heb gelezen wat het opleverde.’’
Sjef: ,,Drie euro per kilo’’
Rechter: ,,Dat is een habbekrats Sjef.’

De rechter krabt aan zijn slaap, hij moet dit even verwerken. Zegt: ,,Je mag ook geen winkeldiefstallen plegen, maar dit, dit soort diefstallen, is gevoelsmatig toch van een andere orde.’’
Sjef: ,,Het is de loop van de omstandigheden, veel meer kan ik er niet over zeggen, dat heeft niet zoveel zin, als ik het zou kunnen terugdraaien dan…’’

Eén metaalbedrijf was wel argwanend en belde de politie. Sjef werd aangehouden. Negen diefstallen konden aan hem worden toegeschreven.

Papegaaien was zijn alles
edelachtbare, zegt ze

Vier gedupeerden zitten in de rechtszaal. Een van hen, een moeder, verhaalt over de pijn. Over dat het graf niet alleen een laatste rustplaats is, maar ook een plek van verdriet en troost. Dat hij dit monumentje met zijn blote handen heeft vernield, het heeft ontzield. De moeder zegt dat ze de tiende sterfdag van haar zoontje heeft moeten herdenken bij een kapot monument.

Een mevrouw vertelt dat de bronzen papegaai van het graf van haar man is gestolen. Papegaaien was zijn alles edelachtbare, zegt ze. Nee, helaas heeft ze geen bonnetje meer. Het was nog in guldens. Het bedrijf dat de papegaai speciaal had gemaakt, bestaat ook niet meer. Geld voor een nieuwe papegaai heeft ze niet.

De advocaat van Sjef zegt dat het lijkt alsof het hem niks doet, maar dat is niet zo. Het doet hem wel wat, zegt ze. Zij denkt aan een werkstraf. Sjef zucht en zegt dat de schade niet in geld is uit te drukken. De rechter, nuchter: ,,Maar u moet wel betalen.’’ Opgeteld zo’n achtduizend euro.

Sjef krijgt de straf die de officier van justitie eist: zes maanden gevangenisstraf. Niet alleen vanwege de diefstallen, maar ook vanwege een totaalgebrek aan respect. En omdat hij wel heel gemakkelijk ‘spijt’ zegt.

Met het einde van het jaar in zicht is Sjef wat mij betreft de Gluiper van 2019. Zijn spijt is van eenzelfde larie als ik hier schrijf dat ik tot mijn spijt vergeten ben de naam van dat heel foute recyclingbedrijf te vermelden.

Sorry daarvoor.

Rob Zijlstra

Rechtsstaat !

HISTORISCH

  –