Er komt een dag

Het strafrechtelijk vervolgen van verwarde mensen, of van mensen die even in de war zijn, is geen aparte tak van sport binnen de strafrechtspraak. Je kunt je afvragen waarom dat zo is.

Wie normen overtreedt, moet gestraft. Dat is de afspraak. Het is niet om de misdaad te bestrijden, maar om iedereen weer even te laten weten wat wel en wat niet mag, waar de grenzen liggen. Daarna kan de wereld weer door draaien.

Het komt voor dat een slecht mens – een crimineel – na straf, dus nadat hij een tijdje op de verdiende blaren heeft gezeten, tot inkeer komt en besluit (belooft) een beter mens te worden. Als dat lukt is dat mooi meegenomen.

Wat voor de crimineel geldt, geldt niet voor de mens die op weg naar een zeker einde ontregeld raakt. Straf heelt geen zieken.

Wat te doen met Sara, een 45-jarige vrouw die op een dag werd geboren in Sarayönü? Zij pleegde een misdrijf. Dat ze dat deed staat niet ter discussie. Ze zegt het zelf ook. Sara heeft een jaar geleden een vrouw met een mes in de rug gestoken. Zij deed dat, zegt de officier van justitie, met voorbedachten rade. Het is een poging tot moord.

Het is voorbedacht omdat ze naar de Hema was gegaan en daar een Chief Knife (large) had gekocht met de bedoeling ermee te steken. Het is een poging omdat de vrouw die werd gestoken leeft. De steek in de rug, met kracht toegebracht, had fataal kunnen zijn, wat maakt dat de aanklager spreekt van een zeer ernstig misdrijf.

Als je Sara zo ziet zitten in de verdachtenbank, zij is een kleine vrouw, zou je niet zeggen dat zij een gevaar vormt voor de samenleving. Voorzitter van een breiclub zou ze kunnen zijn of van het buurtcomité dat ijvert voor een 30-kilometerzone in de wijk. Of deelauto’s. Sara zegt dat ze geen moordenaar is: ‘Dat zit niet in mij.’ Ze zegt dat het ook niet haar bedoeling was iemand om het leven te brengen. Als ze dat zegt, moet ze even huilen.

Ze was met haar verhaal naar de media gestapt, maar wij wilden haar niet geloven. Ze vond geen gehoor. Ze had als kleine vrouw uit een Turks provinciestadje het opgenomen tegen het grote GGZ Drenthe, de instelling in Assen die haar niet alleen veel onrecht had aangedaan, maar ook haar maatschappelijk leven had verwoest. Zo voelde ze dat.

De GGZ had haar zeg maar gek verklaard en laten opnemen en dat wilde ze niet. Het was tegen haar wil. Later beweerde de instelling dat de opname op vrijwillige basis was geweest, maar de uitkomst van de strijd die ze was aangegaan luidde dat haar onrecht was aangedaan. De GGZ had jaren van haar leven afgenomen en dat had niet gemogen.

Ter compensatie biedt de instelling uiteindelijk geld aan. Sara mag 5.000 euro krijgen. Maar ze wil meer, ze wil het geld, maar vooral ook erkenning, erkenning van het onrecht. Maar die erkenning blijft uit en daar kan ze moeilijk mee omgaan. Het gaat dan ook mis. Ze raakt haar huis kwijt, haar baan, ze raakt dakloos. De Turkse gemeenschap waartoe ze behoorde laat haar vallen. Dat is wat ze aan de rechters vertelt. Het had haar verdrietig, machteloos en boos, heel boos, gemaakt en dat allemaal door elkaar.

Ze zint op wraak. Er is een man die lelijke dingen over haar op het internet heeft gezet en haar zo tot schande maakte. Ze weet waar in Rotterdam hij woont. Daarom kocht ze dat grote mes, om hem te steken.

De avond voorafgaand aan haar voorgenomen misdrijf leest ze een nieuwsbericht. Ze leest dat GGZ Drenthe financieel in zwaar weer zit, dat er moet worden bezuinigd en dat er banen op de tocht staan. En, dat vooral, dat de directeur een ontslagvergoeding van 80.000 euro heeft meegekregen.

Er knapt iets. Haar scheepten ze af met 5.000 euro en zo’n directeur, verantwoordelijk voor haar ondergang, krijgt 80.000. De volgende ochtend besluit ze niet naar Rotterdam te gaan, maar naar het hoofdkantoor van GGZ Drenthe. Het mes stopt ze in haar rugtas. Buiten regent het.

Bij de balie vraagt ze naar de directeur. De medewerkster belt naar boven. Kort daarop komt een vrouw van de trap naar beneden. Sara loopt naar haar toe, ze tovert een busje pepperspray tevoorschijn en spuit. Daarna pakt ze het mes uit de rugtas en steekt. Dan gaat ze op een bankje zitten.
In de rechtszaal tegen de rechters: ‘Ik wilde laten zien dat ik ook macht heb.’
Rechters: ‘Het was een groot mes.’
Sara: ‘Veel macht.’

Ze herhaalt dat ze niemand wilde vermoorden. Zegt: ‘Toen ik binnen was wilde een voet weer naar buiten, maar de andere wilde blijven.’ En: ‘Ik wilde iemand een litteken voor het leven geven. Het is jammer dat het zo is gegaan.’

In het Pieter Baan Centrum hebben ze bij Sara tussen de oren gekeken. Conclusie: ‘Ze lijdt aan haar eigen levensgeschiedenis.’ Ze is psychotisch, er zijn wanen. Ze meent dat ze met gebeden rampen kon veroorzaken. Niet uitgesloten moet worden dat de ramp met de MH17 haar schuld is, zo denkt ze. Er zijn ook frappante overeenkomsten: net als GGZ Drenthe ontkent ook Rusland.

Sara zegt tegen de rechters: ‘Ik kan nu weer helder denken. Ik krijg nu goede zorg. Ik zit al een jaar vast, er zijn geen incidenten geweest. Ik werk aan alles mee. De GGZ is geen vijand meer.’ Ze vindt dat ze wel wat hulp kan gebruiken. Een beetje begeleiding zou welkom zijn. Meer is niet nodig.

De officier van justitie – strijder tegen de misdaad – ziet het anders. Tegen de adviezen van deskundigen in eist hij het zwaarste middel dat hij in huis heeft voor een verdachte die hij beoordeelt als volledig ontoerekeningsvatbaar: de maatregel tbs met dwangverpleging. Sara vormt een gevaar voor de samenleving en die samenleving heeft recht op maximale bescherming. En het strafrecht kan daarvoor zorgen.

Slecht en verward belanden in de gebouwen waar de strafrechtspraak wordt bedreven in hetzelfde verdachtenbankje, twee werelden van verschil worden daar op één hoop gegooid. Er komt vast een dag dat we dat anders doen. Maar daarmee kan nu nog geen rekening worden gehouden.

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

Aanhoudingsvuur

Wat een bijzondere zaak. Sowieso. De verdachte is een politieagente, dat gebeurt niet ieder jaar. De agente wordt bij aanvang van de strafzaak beschuldigd van een poging tot doodslag. Ze heeft met haar dienstwapen op een burger geschoten en dat had ze volgens het Openbaar Ministerie niet moeten doen.

Zelf denkt ze daar anders over.

De agente zit in vol ornaat in de verdachtenbank, met alle attributen aan de koppel. Alleen de holster die met riemen vastzit aan haar bovenbeen is leeg. Zo’n twintig collega’s, meestens ook in uniform, zijn meegekomen voor ondersteuning.

Het lijkt wel of de politie terechtstaat wat natuurlijk niet zo is. Wie terechtstaat is Ellie uit Emmen, 41 jaar en al 21 jaar bij de baas. Toen het gebeurde was ze in opleiding. Ze wil operationeel expert worden, een functie waarin je moet initiëren, bouwen, onderhouden en regisseren. Ze zat in de auto naast haar mentor Jaap die al operationeel expert is.

Het volgende gebeurde. Gedoe in de stad. Een man bedreigt zijn ouders en zwaait met wapens. De politie wordt gewaarschuwd en de meldkamer maakt er een prio 1-melding van. Dan is het serieus en is haast geboden. Vijf politieauto’s spoeden richting het gedoe.

Ter plaatse blijkt zoonlief niet meer aanwezig. Hij is met zijn vader in een auto vertrokken. Moeder zegt dat zoonlief weer kalm en rustig is. Ja. Hij heeft de wapens, twee, in een plastic tasje meegenomen. De operationeel expert vindt vooral dat laatste niet fijn. Besloten wordt om vader en zoon op te sporen.

Vrij snel wordt de auto getraceerd en door Jaap en Ellie aan de kant van de weg gedirigeerd. Zoonlief blijkt kort daarvoor te zijn uitgestapt. Ja. Met de wapens. Het is dan 20.33 uur. Op dat moment komt er een man op een scooter aangereden.
Zou dat ‘m zijn?

Ellie initieert. Ze legt haar hand op haar wapen, ze scant de scooterrijder (zo zegt ze dat), wijst met een vinger naar voren, roept: ‘stop of ik schiet’ en schiet. Drie keer in dezelfde richting. De scooterrijder wankelt even, geeft gas en rijdt verder. Een vierde schot.
.
Operationeel expert Jaap is met stomheid geslagen. Ellie: ‘Ik moest hem aansporen. Ik riep, rijden! Ga achter die scooter aan!’ Maar de scooterrijder is sneller en verdwijnt zigzaggend in de avond.

Niemand die het zei, maar ik denk dat agent Jaap even na 22.00 uur die avond een half politiebureau bijeen heeft gevloekt. Experts kunnen dat. Want wat? Zoonlief heeft zich gemeld. Met de wapens. En dan wordt ook duidelijk dat hij niet (niet) de man was op de scooter. Ellie heeft op een onschuldige burger geschoten.

Drie dagen na het incident meldt ook de scooterman zich. Het is Mario, de snelste scooterrijder van heel de stad, zegt hij. Hij is ongedeerd gebleven, maar zijn scooter toont twee kogelinslagen, eentje in de uitlaat, eentje aan de zijkant, in het motorblok. Hij doet aangifte.

Het Openbaar Ministerie is tot de conclusie gekomen dat Ellie in strijd met de geweldinstructies heeft gehandeld. Ze had er – het signalement was vaag – niet vanuit mogen gaan dat de scooterrijder de gezochte persoon was. Er was geen sprake van een zo dreigende situatie dat het vege lijf gered moest worden. In niets gaf de scooterrijder aanleiding: Mario had de beide handen aan het stuur.

Ellie zegt dat ze weloverwogen schoot, tijd voor een waarschuwingsschot was er niet geweest. Waarom ze schoot? Om de verdachte aan te houden. Ze zegt: ‘Het was aanhoudingsvuur.’

De rechters willen weten of Ellie een goede schutter is?
Dat is ze, zegt ze. Ze is A.
Rechter, heul voorzichtig want het is een wat gekke maar wel relevante vraag: ‘Waarom schoot u dan niet raak?

Ellie zegt dat ze in haar 21-jarige carrière nooit eerder heeft hoeven schieten, dat op trainingen niet veel wordt geoefend om op rijdende voertuigen te schieten. Geleerd wordt dat dat zelden leidt tot gewenst resultaat en dat het gevaarlijk is bovendien vanwege afketsende kogels. Maar, zegt ze: ‘Niets doen was geen optie.’

Rechters: ‘Was u niet bang dat u hem dodelijk zou treffen?’
Ellie zegt dat ze bewust laag schoot, op de banden.
Rechter: ‘U wilde de scooter uitschakelen, maar niet de bestuurder?
Ellie: ‘De intentie van laag schieten is verwonden.’

Mario wil ook wat zeggen, maar dat mag niet. Hij heeft zich niet als slachtoffer gemeld. Rechters: ‘U bent dus toehoorder.’ Op de gang vertelt Mario dat de lezing die de agente geeft niet klopt. Ze zegt dat ze schoot toen ik kwam aanrijden. Maar dat is niet zo. Ze schoot toen ik haar gepasseerd was.’
Ik vraag of hij een bloemetje van de politie heeft gekregen. Of een brief desnoods, met excuses.
Mario: ‘Niks. Ik heb nooit iets van de politie gehoord.’

De officier van justitie zegt dat de agent strafbaar is en dus ook een straf verdient. En daar zit hij mee in de maag. ‘Voor een agent is niets zo erg dan om een verdachte te zijn.’ Hij laat vervolgens de poging tot doodslag varen. Ellie heeft zich nu schuldig gemaakt aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De daarbij passende eis in haar geval: een voorwaardelijke werkstraf van 120 uur. Dat is een waarschuwing.

Advocaat Hans Anker wil nog minder. Hij is het met de politie eens, want dat is de klant. Anker zegt dat Ellie in de gerechtvaardigde veronderstelling verkeerde dat de scooterrijder de verdachte was en dat het schieten een rechtmatige uitoefening van haar bediening is geweest. Geen opzet, dus niks straf.

Er zijn vaker verdachten die zeggen onschuldig te zijn. Die krijgen dan het verwijt van een gebrek aan probleembesef. En dan neem je dus geen verantwoordelijkheid voor wat je hebt gedaan. Verdachten van geweldsmisdrijven krijgen ook vaak te horen dat het niet aan hen te danken is dat het niet erger is afgelopen. Dat verdachte van geluk mag spreken dat het slachtoffer niet ernstig verwond is geraakt. Of dood, nog erger.

Tegen de verdachte Ellie wordt dit niet gezegd, terwijl zij wie dan ook op blote knieën mag danken dat haar vier weloverwogen schoten Mario niet raakten. Zo ze ook het rechtssysteem mag omhelzen en knuffelen omdat bij de straf(eis) rekening wordt gehouden met omstandigheden.

Maar wat zegt de operationeel expert in spe in haar laatste woord tegen de rechters?
Ze zegt: ’Ik zou het zo weer doen.’

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

>>  operationeel expert

         > > geweldsinzet

 

UPDATE – 15 OKTOBER 2018

Elly is conform de eis van het Openbaar Ministerie veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 120 uur: een waarschuwing dus. Ik sluit niet uit dat de agente in hoger beroep gaat. Voor de overwegingen van de rechtbank, klik op onderstaande afbeelding voor het vonnis.

 

Recht van gaan en staan

De beelden die in de rechtszaal worden getoond zijn springerig, maar wat te zien is laat toch weinig aan de verbeelding over. Twee mannen in een kleine, rommelige kamer. Een derde persoon filmt met zijn mobiele telefoon, hij maakt een vlog. Een eerste man wordt jolig voorgesteld als ‘de meest gezochte Turk van Nederland’. Vet gelach. Er wordt met messen gespeeld, er wordt gepraat over snitchers en hoe die – mes langs de keel – moeten worden geslacht.

Snitchers zijn verraders en zijn in zekere kringen niet zo populair.

Er verschijnt een televisie in het onrustige beeld. De begintune van het programma Opsporing Verzocht klinkt. Nog meer gelach. Als de presentatrice het item aangekondigt waar nationaal aandacht voor wordt gevraagd – de schietpartij aan de Korreweg in Groningen – wordt een paar keer hard en opgewonden ‘kankerhoer’ geroepen.

De vlog, aangetroffen op een telefoon, wordt in de rechtszaal getoond en dateert van 24 oktober 2017, de schietpartij was negen dagen eerder. Twee verdachten – de snitchers – zijn dan al aangehouden. De schutter is nog voortvluchtig en op dat moment inderdaad de meest gezochte van het land.

Het is Azim A., nog maar 21 jaar.

Hij heeft zich verschanst in die kleine, rommelige kamer in een flat in Groningen en is in het gezelschap van twee strafbare vrienden die hem helpen zoek te blijven. Twee weken later wordt Azim in die kamer gearresteerd, evenals zijn twee weldoeners, onder wie de vlogger.

Azim heeft zich volgens het Openbaar Ministerie schuldig gemaakt aan een poging tot moord. De eis die bij de rechtbank op tafel is gelegd: twaalf jaar gevangenisstraf en de maatregel tbs. Daarnaast ligt er een schadeclaim van bijna een miljoen euro. Hoewel in Groningen geboren, heeft Azim alleen de Turkse nationaliteit. De kans bestaat dat hij op een dag in de toekomst als ongewenste vreemdeling het land wordt uitgezet.

Op 15 oktober 2017, even na vijf uur in de ochtend, schiet Azim met een Nagant – model 1895 – op een fietsende passant. Met gestrekte arm lost hij vijf schoten. Drie kogels treffen het lichaam van de fietser die na een avondje werken en daarna op stap, op weg is naar huis.

De schade die de kogels aanrichten is zo ernstig dat het niet meer goedkomt. Sidney, student integrale veiligheidskunde, zal nooit meer kunnen lopen, zal altijd een aangepast leven moeten leven. In de rechtszaal zei hij tegen de schutter: ‘Jij hebt mij het recht van het gaan en staan ontnomen.’

Een mens kan achteloos een vlieg doodmeppen, zonder reden is dat nooit. Die beesten zijn vreselijk irritant. De huurmoordenaar heeft hoe verwerpelijk ook, een motief en een belang in de vorm van geld, genoeg om het geweten te sussen.

Maar Azim A. schoot zomaar.
Zonder aanleiding in welke vorm dan ook, zonder motief.
Het slachtoffer was een willekeurig iemand.
Azim A. was niet stomdronken, niet zwaar onder invloed van middelen.
Hij schoot in koelen bloede.
Hij pleegde een misdaad die thuishoort in de overtreffende trap van weerzinwekkend.

De officier van justitie: ‘Bedoeld om te doden.’

Dat Azim A. de schutter is, staat in de rechtszaal niet ter discussie. Hij schoot. Punt. De vraag is hoe het juridisch moet heten wat hij heeft gedaan. Was het voorbedacht of was er een plotselinge opwelling van het gemoed? Azim A. zwijgt. Hij heeft, zegt zijn advocaat, geen vertrouwen in de rechtspraak. Door alle media-aandacht is bovendien zijn privacy geschonden. Dat vindt hij.

Zelfs voor een B-film is dat een slecht verhaal.
De grootste vraag, en nooit eerder was die vraag in een Groningse strafrechtszaal zo groot, luidt: waarom?
Waarom doe je iets dat zinlozer is dan zinloos?
Waarom verknal je je leven?
En dat van een ander?

De rechtszaak duurt een dag. Ik kijk naar Azim als aan hem vraag na vraag na vraag wordt gesteld. Tweehonderd keer hoor ik hem zeggen dat hij zich beroept op zijn zwijgrecht, wat hij later op de dag vervangt door ‘geen commentaar’ of simpelweg: ‘zwijgrecht’. Daarbij kijkt hij boos, geërgerd en  gekrenkt als het persoonlijk wordt.

Na het schieten vlucht hij naar de woning van de moeder van zijn pasgeboren dochtertje, het jongste zusje van zijn eerste kind. Om de revolver van sporen te ontdoen, wast hij het wapen in het water van het babybadje, vertelt een medeverdachte bij de politie.

Rechters: ‘Is dat waar?’
De spieren in de kaak spannen zich, de blik verstrakt.
De rechters: ‘Als er één ding belangrijk voor u is, lazen wij, dan zijn het wel uw kinderen hè?’
Azim zwijgt voor heel even niet. ‘Zeker weten.’

Waste hij het wapen in het babybadje?
‘Geen commentaar.’

Na het schieten, zeggen de medeverdachten, zei Azim dat het lekker voelde. Alsof hij een vogel uit de lucht schoot. En dat hij ‘fucking trots’ was dat hij het had gedaan. Medeverdachte tegen de rechters: ‘Het was zo eng.’

Weer even doorbreekt Azim zijn zwijgen. Kortaf: ’Van die vogel, dat zijn leugens.’ Rechters: ‘Wat moeten we met zo’n mededeling als u over al het andere blijft zwijgen.’

Azim kijkt minzaam. En zwijgt.

In het Pieter Baan Centrum is hij eerst beleefd, vriendelijk en correct, later agressief, provocerend en vijandig. Dat zeggen ook zijn vrienden: Azim is ontzettend loyaal, maar hij kan ineens omslaan. De observatiekliniek komt niet met een advies want de onderzoekers weten het niet.

De officier van justitie zegt dat hij geen advies van deskundigen nodig heeft om vast stellen dat de verdachte gestoord is en bloedlink, iemand is die nergens voor terugdeinst en geen verantwoordelijkheid neemt. Hij zegt dat het daarom is dat hij naast twaalf jaar gevangenisstraf de maatregel tbs met dwangverpleging eist.

Dat waarom zonder antwoord blijft, doet zeer. Toen Azim A. eerder dit jaar, tijdens een pro-formazitting in mei, de rechtszaal binnenkwam, droeg hij een zwart T-shirt met op de rug een groot en glinsterend doodshoofd. Waarom was dat?

Alsof het leven – waarin je kunt gaan en staan waar je wilt, waarin je na een avond vol plezier met vrienden naar huis fietst, zin hebt in een volgende dag – is teruggebracht tot een game. Met springerige beelden, met punten als je raak schiet, met een bonus als het doelwit wordt uitgeschakeld.

Een leven ook waarin het waarom er niet toe doet.

Monstrueus.

Rob Zijlstra

uitspraak op 19 oktober

→ Eerdere berichten over de strafzaak zijn te lezen op: De Korrewegschutter

 

 

Signalen van machteloosheid

De officier van justitie zegt dat hij met zijn strafeis een duidelijk signaal wil afgeven. Het signaal moet ertoe leiden dat de verdachte het rechte pad gaat bewandelen. Het signaal luidt: dertig maanden gevangenisstraf waarvan tien maanden voorwaardelijk. Dat is twintig zitten.

Ik luister naar de officier van justitie en kijk naar Cheb die voor mij zit, het hoofd gebogen. Twintig kreeg hij nog nooit. De geschiedenis van Cheb is er eentje van grote treurigheid. Ik vraag me af wat in het hoofd van de officier van justitie is omgegaan toen hij besloot met dit signaal op de proppen te komen.

Misschien komt het omdat steeds weer andere officieren van justitie zijn strafzaken beoordelen, naar richtlijnen en oriëntatiepunten kijken, plussen en minnen (paar maandjes meer, maandjes minder) en dan in de rechtszaal – in dit geval – uitkomen op dertig waarvan tien.

Zou de officier van justitie eerder te maken hebben gehad met Cheb, dan zou hij alle signalen achterwege hebben gelaten. Hij zou de armen in de lucht hebben gegooid en luidkeels hebben geroepen dat hij het met alle kennis en kunde ook niet meer weet. Tranen van machteloosheid zouden er over zijn wangen biggelen.

Daarna zou hij zich woest hebben ontdaan van de toga en zou hij zichzelf ter aarde storten. Tegen de geschrokken rechters – ook steeds weer anderen – zou hij dan radeloos hebben geroepen dat het rechtssysteem – het systeem dat de democratie draaiende houdt – geen vat krijgt op Cheb. Dat deze verdachte sterker is dan het zo weldoordachte rechtssysteem. Cheb is sterker dan jullie rechters en wij officieren van justitie, sterker dan alle edelachtbaren bij elkaar.

Zittingszaal 14 zou zich daarna vullen met woorden en wanhoop: ‘Het’ ‘Heeft’ ‘Geen’ ‘Zin’.

Maar zo ging het niet.

Ik schreef eerder dat Cheb – toen 31 – al vijftien jaar actief het slechte pad bewandelt en dat medewerkers van de reclassering ten einde raad zijn. Alles wat is geprobeerd om Cheb vooruit te branden is mislukt. Dat was tien jaar geleden. Je kunt dus zeggen dat Cheb, nu 41, een 25-jarig jubileum heeft, maar te vieren valt er niks.

Van de tien jaren die zijn verstreken zat hij een jaar of zes, zeven in hulpverleningstrajecten en achter tralies. Beter is hij er niet van geworden. Hij steelt nog steeds en de verslaving is gebleven. Cheb mag dan sterker lijken dan het rechtssysteem, tegen de drugs is hij niet opgewassen.

Al tientallen jaren woedt er een war on drugs, maar ondertussen is de cocaïneproductie in Zuid-Amerika nog nooit zo hoog is geweest. Dit laatste signaleerden rapporteurs van de Verenigde Naties afgelopen week. Oorlog heeft dus ook al geen zin.

Cheb uit Groningen staat helemaal aan het einde van de keten van deze miljardenbusiness en daar betaalt hij een hoge prijs voor: met een jammerlijk en miserabel leven, niet af en toe, maar 24/7. En al 25 jaar.

In 2008 werd hij veroordeeld tot de veelplegersmaatregel isd (twee jaar) wegens een serie insluipingen in studentenpanden en kantoren in Groningen. Dat is zijn specialiteit. Met een stukje plastic flipperde hij zich overal naar binnen. Een minuut, meer heeft hij niet nodig om zijn slag te slaan. Na de isd-maatregel volgden gevangenisstraffen van opgeteld bijna zeven jaar.

Cheb is een bijzondere man. Hij oogt in niks op de junk die hij is. Hij is (in de rechtszaal) akelig beleefd om niet te zeggen ontzettend aardig. Klopt het, vragen de rechters, dat hij zich in mei 2018 schuldig heeft gemaakt aan negen insluipingen in studentenpanden en kantoren en daarbij laptops, mobiele telefoons en geld uit portemonnees heeft gestolen? Cheb praat een beetje in slowmotion: ‘Dat klopt wel ja’.

Om daar aandoenlijk aan toe te voegen dat hij veel spijt heeft, hoe vreselijk ook voor de slachtoffers, dat hij alle verantwoordelijkheid op zich neemt, dat hij steelt met pijn in het hart, dat hij er niet trots op is, dat hij sowieso zijn verontschuldigingen aanbiedt, dat als hij nuchter is, deze dingen nooit zou doen, en dat…

De officier van justitie zegt dat het hem hoopvol stemt nu Cheb inziet dat hij fout bezig is en dat hij gemotiveerd lijkt om zijn leven over een andere boeg te gooien. De officier van justitie weet niet dat Cheb al jaren hetzelfde zegt – dat hij al jaren verantwoordelijkheid neemt, steelt met pijn in het hart, dat hij zich al 25 jaar verontschuldigt voor het feit dat hij bestaat.

In mei van dit jaar pikte hij portemonnees uit de recepties van hotels als er even geen personeel achter de balie stond, gapte hij bankpasjes uit tassen en tasjes die rondslingerden in kantoren van de universiteit (om er in supermarkten contactloos mee te betalen), nam hij mee wat los zat uit het ziekenhuis, hij stal laptops uit studentenpanden waar deuren stelselmatig slordig op slot zijn.

Een gedupeerde studente eist in de rechtszaal een schadevergoeding. Heel haar studie stond op die laptop, ze zou cum laude afstuderen, maar door de diefstal is er nu studievertraging.
Rechters, nieuwsgierig: ‘Wat levert dat nou op, zo’n laptop in het criminele circuit?’
Cheb: ‘Slechts vijftig euro edelachtbare. Weet u, dealers weten hoe behoeftig ik ben. En ik kan geen nee zeggen. Dat weten ze ook, dus schepen ze me af met vijftig euro.’

Op een vorige zitting zei Cheb dat hij niet een Marokkaanse tweederangsburger wil zijn. En dat hij goed had geluisterd naar de kersttoespraak van koning Willem-Alexander. Cheb tegen de rechters: ‘De koning zei, iedereen heeft talenten, maar niet iedereen kan een Epke Zonderland zijn.’ Hij bedoelde maar.

Deze week zei hij tegen de rechters: ‘Door mijn tekortkomingen moet ik dingen doen waardoor ik mensen pijn en ongemak bezorg. En dat komt allemaal door de vicieuze cirkel. Zit ik eenmaal in die cirkel dan ben ik niet te stoppen.’ Precies zo zei hij het ook in 2008.

Ik bedacht, wij van de media zijn gewoon om bij partijen onderschepte drugs de straatwaarde te vermelden. Dan zeggen en schrijven wij van de pers dat de onderschepte partij cocaïne volgens de politie een straatwaarde heeft van tien miljoen euro. Misschien is het zuiverder, ook als signaal, voortaan te vermelden dat de onderschepte partij cocaïne zeker aan vijftig mensen het leven heeft gekost en het leven van nog eens vijfhonderd (of duizend) mensen heeft verwoest.

Waaronder dat van Cheb.

rob zijlstra

update – 28 september 2018 – uitspraak
Het is ‘m gelukt. De rechters zeggen dat ze geloven in de oprechtheid van Cheb en dat hij nu echt iets van zijn leven gaat maken. De straf: 24 maanden celstraf waarvan 16 maanden voorwaardelijk. De voorwaarden zijn dat hij na detentie zich vrijwillig laat opnemen in een kliniek voor maximaal een jaar. Daarna moet hij zich laten begeleiden door de reclassering. Een andere voorwaarde: een drugsverbod.

Het overtreden of niet nakomen van de voorwaarden betekent (kan betekenen) dat Cheb die 16 voorwaardelijke maanden alsnog moet uitzitten. In dat verband lijkt mij het verbod op druggebruik een heel lastige als je – zoals Cheb al vele, vele jaren – verslaafd bent.

 

Ik schreef eerder over Cheb

de stille en de hoop

Cheb de flipper

Cheb wordt vervolgd

Cheb. Wordt vervolgd

 

De Korrewegschutter

UPDATE

Een bijzondere strafzaak over een bizarre zaak: de schietpartij op de Korreweg, op 15 oktober 2017. Tegen de 21-jarige Azim A. is een gevangenisstraf geëist van 12 jaar. Daarnaast is de rechtbank gevraagd hem te veroordelen tot de maatregel tbs. Ook is er een schadeclaim bij A. neergelegd van bijna 900.000 euro. Billijk vindt het OM.

Ook tegen vier medeverdachten zijn celstraffen geëist.

Het verslag van het proces tegen Azim A. is terug te lezen in een liveblog dat ik samen maakte met DvhN-verslaggever Roelof van Dalen / @roelofvdalen

De rechtbank doet in alle zaken op 19 oktober uitspraak.

dagblad van het noorden – donderdag 20 september 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

 

dagblad van het noorden – vrijdag 21 september 2018

 

tekening: annet zuurveen / dvhn

 

uit de slachtofferverklaring

 

dagblad van het noorden – zaterdag 22 september 2018

 

dagblad van het noorden, 26 april 2018

 

Vissen uit de zee

De verdachte is een 29-jarige mevrouw. Met een zacht doekje dept ze doorlopend tranen uit haar ogen. Ze snift dat het niet waar is. Uiteindelijk heeft hij haar alleen maar ellende gebracht. Het geld, 10.000 euro, en de auto had ze van haar moeder gekregen, na het overlijden van oma. Dus niet van hem. Niet van haar ex. Niet van Mustafa.

De tweede verdachte is ook een mevrouw, maar dan van 33 jaar. Ook zij zegt dat het niet waar is, dat ze geen geld, geen 27.000 euro, heeft witgewassen. Maar dat ze nu wel met gebakken peren zit. Mustafa? Die kent ze niet.

De rechters luisteren.

De tweede verdachte deed in nepnagels en hairextensions. Ze had een buurman, een ontzettend aardige man, echt. Die zei, joh, waarom begin je geen administratiekantoor met incasso en zo? Ze had toen gezegd dat haar dat best leuk leek. Keer wat anders. Buurman zou haar helpen, met klanten, de inrichting van het kantoor en dat soort dingen. Dat ze op zijn verzoek een zakelijke rekening opende en dat de ontzettend aardige buurman de bijbehorende bankpas wilde hebben, vond ze dus niet gek.

De rechters fronsen de wenkbrauwen.

Het duurde niet lang of er werd op die rekening 27.000 euro gestort. Dat buurman het hele bedrag van de rekening haalde vond ze nog steeds niet raar. Hij zou immers voor alles zorgen. Nee. Daarna had ze hem nooit weer gezien. Ja toen wel, toen vond ze het wel raar.

De rechters zeggen tegen de tweede verdachte dat ze een onnozel verhaal vertelt. ,,Punt is”, zeggen de rechters, ,,dat we niet de indruk hebben dat u een onnozele vrouw bent. Dus is onze vraag: is het wel waar wat u wilt doen geloven?’’

De officier van justitie zegt van niet, dat het niet waar is. De twee vrouwen zijn volgens hem katvangers. Katvangers zijn light-criminelen die tegen een meestal karige vergoeding vuil en risicovol werk opknappen en daarmee XL-criminelen uit de wind houden. De ontzettend aardige buurman zou ronselaar zijn van katvangers. En dat allemaal ten behoeve van de Grote Boef.

De ex.
Mustafa.
32 jaar.

We hebben samen ook een heel goede en leuke tijd gehad, snottert de 29-jarige mevrouw uit de eerste zin van dit verhaal. De rechters vragen of ze het niet een klein beetje merkwaardig vond dat haar partner geen inkomsten genoot, geen legale inkomsten, maar wel altijd over geld en auto’s beschikte. En vaak in hotels overnachtte. Dat Mustafa vrijwel iedere avond in casino’s verbleef, vinden de rechters geen goede verklaring. In casino’s verliezen mensen hun geld.

Ze zucht. Wat een stress. Zegt dat ze het ook allemaal niet meer weet. Dat ze geen contact met hem heeft. Wat ze wel weet is dat Mustafa vissen uit de zee kan praten. Echt waar.

Deze week had ook deze Mustafa in de rechtszaal moeten zitten. In mei 2016 verscheen hij wel in zittingszaal 14, toen zat hij in voorlopige hechtenis. De verdenking luidde dat hij zich schuldig had gemaakt aan oplichting en aan witwassen. Een jaar later zat hij er weer, voor hetzelfde, maar nog altijd was het politieonderzoek naar duistere praktijken niet afgerond. De rechters vonden het toen welletjes en besloten dat hij zijn proces in vrijheid mocht afwachten.

Voorwaarde voor de schorsing van de hechtenis was dat hij contact bleef onderhouden met de reclassering. Mustafa glunderde en vertelde aan de rechters dat hij of voor het beursgenoteerde Alibaba ging werken of dat hij zijn studie rechten weer zou oppakken. Dat laatste, goed idee, zeiden de rechters.

Mustafa verliet nog diezelfde dag fluitend de gevangenis en vroeg aan de reclassering of hij wel even naar Turkije mocht. Mocht. Na een tijdje was er geen contact meer. Nu heet het dat de in Winschoten geboren Mustafa spoorloos is. Turkije levert geen in Winschoten geboren Mustafas uit.

En zo kon het dat de stoel waarop de vermeende Grote Boef deze week had moeten zitten, leeg bleef. De verdenking is dat hij met hulp van zijn katvangers en ronselaars tientallen bedrijven en organisaties heeft opgelicht. Naast de verdenking is er een vermoeden: dat nog eens tientallen bedrijven wel door hem zijn opgelicht, maar dat deze slachtoffers geen aangifte hebben gedaan. Uit angst voor reputatieschade, bang om voor onnozel te worden versleten.

De bedrijven en instellingen die nat gingen, zouden Mustafa een criminele winst hebben bezorgd van 640.000 euro. De kosten voor katvangers en ronselaars, zo’n 20 procent, zijn daar dan al van afgetrokken. Wie het talent bezit om vissen uit de zee te praten, neemt met minder vast ook geen genoegen. Dat zou pas onnozel zijn.

Hoe Mustafa het flikte?

Hij zocht op het internet naar vooral kleine bedrijven en instellingen. Een bakker vlak voor kerst in Terneuzen, een kerk in Arnhem, een logeerhuis in Heerenveen, een thuiszorgorganisatie in Beetsterzwaag, een slager, een winkel in Alkmaar, een kampeerbedrijf in Renkum, een draaiorgelexploitant in Amersfoort. Enzovoort.

Mustafa belde en zei dat hij Jeroen Veldhuis was, Veldhuis van de rechtbank Amsterdam, afdeling beslagleggingen. Keurig, correct, welbespraakt, maar ook dwingend. Dat er een openstaande rekening was en dat er nu beslag zou worden gelegd op de bankrekeningen met gedoe, kredietregistraties, procedures en nog meer ellende en kosten als consequentie. Dit onheil kon worden voorkomen door met spoed geld over te maken, dus per direct, inclusief een borgstelling.

De drukke bakker zo vlak voor kerst ging er aan voor 27.000 euro (het geld belandde op de zakenrekening van de tweede verdachte).
De draaiorgelexploitant stortte met spoed 18.600 euro.
De directeur van een basisschool uit Deventer maakte per direct 7.500 euro over. Dat deed ze nog een keer nadat ‘Veldhuis’ belde met de mededeling dat er iets mis was gegaan met de eerste overboeking.

In heel Nederland sprongen vissen uit het water.

Maar hier trap je toch niet in?
Ik voelde me achteraf zo ontzettend dom, sprak een gedupeerde beschaamd.
De officier van justitie: ,,Het is niet dom.’’
Het ging volgens hem zo geraffineerd, zo doortrapt dat zelfs wie alert was, argwaan had, het niet vertrouwde, voor de bijl ging en geld overmaakte.

Mustafa is een man met bijzondere talenten. De officier van justitie vindt dat hij 42 maanden moet worden opgesloten. Dat zal hem leren.

De vraag is wel: wat?

Rob Zijlstra

 

 

Fair Maiden

Fier staat ze aan de Paterswoldseweg in Groningen. Met priemende ogen kijkt ze de wereld in. Ze is boven alles verheven, maar er is wel iets aan de hand.

Ze staat er sinds april 2011 voor het gebouw van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland, op een 2 meter hoge sokkel van kleurrijk beton . Zij is geen vrouw waar je op een feestje naast gaat staan voor een praatje, ’s nachts wil je haar niet tegenkomen. Ze is doodeng.

Met haar gelaarsde linkervoet op een stapel wetboeken zou ze voor het justitiegebouw kunnen doorgaan voor een Vrouwe Justitia. Maar dat is ze niet. Deze vrouw is in staat met dat grote zwaard hoofden van onschuldige burgers af te hakken. Ze heet Fair Maiden en dat is andere koek dan Vrouwe Justitia die recht en rechtvaardigheid symboliseert.

Fair Maiden dreigt thuisloos te worden. Dat zit zo. Voormalig hoofdofficier van justitie van Noord-Nederland Jan Eland was niet gelukkig met de uitstraling van het justitiegebouw aan de Paterswoldseweg. Het gebouw had meer weg van een verzekeringskantoor dan van een onderkomen van crimefighters. Eland wilde een markant beeld voor de deur dat recht deed aan de werkzaamheden binnen.

De opdracht ging naar de Rotterdamse kunstenaar Alex Jacobs. In april 2011 werd zijn kunstwerk geplaatst. Dat gebeurde in stilte, want ze waren toch wel een beetje geschrokken van haar uitstraling. Desondanks maakt ze nu al ruim zeven jaar lang duidelijk dat met het Openbaar Ministerie aan de Paterswoldseweg niet valt te spotten.

Vorig jaar verkaste Jan Eland naar Limburg om daar hoofdofficier van justitie te zijn. Op zijn afscheidsreceptie kreeg hij namens het arrondissementsparket Noord-Nederland een welgemeend cadeau: hij mocht haar meenemen naar het Zuiden.

Formeel heette het dat het Openbaar Ministerie zou gaan verhuizen naar het Casacade-complex, naast het hoofdstation. En daar staat al een vrouw, minder eng, maar ook veel groter. Voor de Fair Maiden is daar geen plek.

Jan Eland aanvaardde het cadeau met mooie woorden en vertrok. Recent kwam vanuit zijn nieuwe werkgebied het bericht dat het Openbaar Ministerie in Maastricht onderzoek heeft gedaan naar de beoogde nieuwe plek. Conclusie: plek ongeschikt, want de vloer zal haar niet kunnen dragen. Ze is niet alleen doodeng, maar ook te zwaar.

Gelukkig is er geen probleem, laat de Limburgse woordvoerster van Jan Eland weten. Immers, de verhuizing van het Openbaar Ministerie in Groningen is van de baan. Ze kan blijven staan waar ze staat. Reactie van het Openbaar Ministerie in Groningen: er is niks van de baan, de verhuizing is uitgesteld, maar gaat wel door. Ze moet naar Limburg.

Kunstenaar Alex Jacobs is op de hoogte van de perikelen. ,,Het maakt mij niet zo heel veel uit waar ze staat. Als ze nergens welkom is, heb ik wel een probleem. Dan krijg ik haar terug. Aan de andere kant, ik zou het wel mooi vinden als ze ergens een plek krijgt in mijn woonplaats Rotterdam. Ze hebben beloofd mij op de hoogte te houden.’’

Rob Zijlstra

alex jacobs