Vieze rotkat

Alleen de conflicten
tussen moeder en buurvrouw
verstoorden de sleur
van zijn droeve dagen

Een misdrijf in meerdere bedrijven, zo kun je dat best opschrijven. En ook dat de hoofdrolspeler zijn rol met grote passie speelde, met zo veel drift dat hij daar achteraf bezien spijt van heeft. Halverwege het strafproces zegt Geert (23 ) dat hij ‘het wel terug zou willen draaien als hij dat kon’.

Verdachten willen heel vaak de tijd terugdraaien, maar het is nog nooit iemand gelukt.

Het gebeurde op een zondag in september van het vorige jaar. Voor velen was dat een mooie dag. Zo won FC Groningen eindelijk weer eens en uitgerekend op die dag van Heerenveen (3-1). De winst werd grootst gevierd met uitzinnige fans, zo stond het de volgende dag in de krant met een grote foto erbij. Het spel van Geert haalde de krant niet.

Het begon met een eenvoudige mishandeling in combinatie met een vernieling waarbij niet alleen een tuinhek, maar ook een tuinkabouter sneuvelde.
Daarna was er een bedreiging met geweld en een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.
Vervolgens werd met een geschoeide voet zwaar lichamelijk letsel toegebracht, afgerond met een belediging van een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van haar bediening.
Als toegift werd een politieauto vernield.

Geert hoort het gelaten aan en zegt dan tegen de rechters: ‘Het was niet mijn meest trotse dag.’

Wat Geert deed kwam niet uit de lucht vallen. Het kwam door moeder. Moeder ligt al jaren overhoop met de buurvrouw die een poes heeft. Niet een gewone, leuke lieve poes om te aaien, maar zo’n vieze rotkat die in de tuin schijt. Ook Geert kwam niet vanzelf. Geert maakte een mooie carrière in het buitenland. Maar na een periode van geluk en vrolijkheid raakte hij zijn internationale baan kwijt. Zo belandde hij in een depressieve toestand weer bij moeders thuis in Oost-Groningen. Hij kwam de deur niet uit, zag geen vrienden meer, maar sleet de dag met doemdenken. Alleen de conflicten tussen moeder en buurvrouw verstoorden de sleur van zijn droeve dagen.

Op die 13e september zag Geert die kat in de tuin struinen. Hij opende de achterdeur en zag toen ook de buurvrouw. Paar dagen eerder had hij een emmer water over het beest gegooid. Tegen de rechters zegt hij: ’Dat helpt niets. Het is een dier en een dier heeft een eigen instinct.’ Vijandig en onvriendelijk had hij tegen de buurvrouw geroepen: ‘Hou die vlooienbaal binnen.’ Tegen de rechters: ‘Ik was boos en mijn gemoedstoestand was niet goed.’

De onvriendelijke opmerking over de rotkat gaat gepaard met een harde schop tegen het tuinhekje van hout. Een plank kan het geweld niet verdragen, schiet los en vliegt in een boog door de lucht en treft, jawel, het voorhoofd van buurvrouw. Zij komt ten val en daarbij sneuvelt de tuinkabouter. Iemand belt een ambulance.

De buurvrouw laat weten te bang te zijn om naar de rechtszaal te komen. Dat staat in een verklaring die de officier van justitie voordraagt. Vooral de mishandeling van de tuinkabouter (zo wordt het gezegd) heeft haar veel pijn gedaan. Het was een erfstuk. Geert krijgt te horen dat hij niet kan rekenen op vergiffenis. ‘Ik wil hem nooit meer zien. De haat die ik voel neem ik mee in mijn graf.’

Terwijl buurvrouw met een hoofdwond naar het ziekenhuis wordt gebracht, bellen twee agenten aan bij Geert. Hij laat hen binnen, de agenten melden dat hij is aangehouden en Geert vraagt of daar nog over valt te praten. Als dat niet het geval is, geeft hij een van de agenten een kopstoot, spuugt hij lelijke woorden in de rondte waarna er een robbertje wordt geknokt. Met peperspray delft Geert het onderspit.

Rechters: ‘Waarom verzette u zich?’
Geert zucht diep en vertelt dan: ‘Een half jaar eerder was er een bedrag van 2,5 miljoen euro op mijn rekening gestort. Een storing bij de bank, zo bleek. Ik heb een foto van het bedrag gemaakt en die heb ik naar een paar vrienden gestuurd. Die foto is onbedoeld ook bij anderen terechtgekomen. Dat maakte me angstig. Ik dacht, straks denken die anderen dat ik echt zo veel geld heb. Ik had allemaal scenario’s in mijn hoofd. Ik dacht, ik moet moeder niet alleen laten. Daarom wilde ik niet mee.’

Geert wordt meegenomen naar buiten.
Daar verzet hij zich opnieuw.
In de tuin komt een agente door getrek en geduw ten val waarbij ze gewond raakt.
Geert roept en doet, dreigt met narigheid, schopt de wijkagent tegen de voet (er scheurt een kuitspier), een derde agent spuugt hij in het gezicht en gilt dat hij aids heeft.
Eenmaal geboeid in de politieauto schopt hij een ruit stuk.

Geert zegt tegen de rechters: ‘Ik heb geen aids. Ik weet niet wat mij bezielde. Ik heb verschrikkelijke dingen geroepen. Ik heb oprechte spijt.’

De officier van justitie rept van disrespect voor het gezag, twee van de drie agenten hebben een tijdje niet kunnen werken. Zegt dat het Openbaar Ministerie bij geweld tegen politiemensen de strafeisen verdubbelt. ‘Tel ik alles bij elkaar op dan kom ik uit op vijftien maanden celstraf. Maar ik moet ook rekening houden met de verdachte en met het feit dat het alweer wat langer is geleden. Daarom eis ik, alles overwegende, een werkstraf van 200 uur. Maar wel met acht maanden voorwaardelijke celstraf erbij als waarschuwing.’

Geert heeft een paar dagen in een politiecel gezeten. Toen hij werd vrijgelaten vetrok hij onmiddellijk naar het buitenland. Daar vond bij een nieuwe werkgever een andere internationale baan. Nu heeft hij het weer reuze naar zijn zin. Goed salaris, met uitzicht op bonussen. ’Ik sta positief in het leven, ik heb leuke en creatieve mensen om mij heen en ik ben trots op wat ik heb bereikt. Ik realiseer mij ook dat ik nu veel te verliezen heb.’ Zijn advocaat vraagt de rechters: doe een beetje minder werkstraf in ruil voor een geldboete erbij.

De rechters denken al een week na over wat in dit verhaal rechtvaardig moet heten en komen de komende week met hun uitspraak.

Op de valreep zegt Geert nog: ‘Moeder en buurvrouw groeten elkaar weer.’

Rob Zijlstra

Beetje hennepmoe

De advocaat moppert dat
de politie op grond van
zo’n anonieme tip toch
niet zomaar een woning
kan binnenvallen?

In de schimmige wereld van de hennepteelt wemelt het van de verraders. Ze zijn het niet zelden zelf. Telers van en handelaren in hennep vrezen daarom ook meer elkaar dan de politie. Dit betekent niet dat de politie stilzit. Politiekorpsen kennen geheime eenheden. De bekendste is de afdeling stiekem. In Noord-Nederland krijgt deze afdeling voortdurend een andere naam, misschien wel uit tactische overwegingen. Afgelopen week heette de afdeling tci, team criminele inlichtingen.

Wat ze doen is ook geheim: ze verzamelen op basis van vertrouwelijke regels sneaky informatie op grond waarvan collega’s een onderzoek mogen beginnen.
Tips komen van loslippige burgers en van henneptelers die de concurrent willen uitschakelen.
Of van beroeps-informanten, premiejagers, mannen die in films gevaar lopen en in gevangenissen worden vermoord.

Waarom die informanten, die snitchers, zoiets doen? Geld. De politie betaalt een premie voor een goede tip. Ook dat is geheim, maar niet onwaar. Eerlijk gezegd denk ik dat er geen hennepkwekerij is waarvan de politie het bestaan niet weet. Ze weten alles, maar hebben domweg niet de tijd al die wiethokken te ontmantelen. Af en toe doen ze er eentje en wetende dat het toch niet helpt.

In maart 2015 kwam de tip dat er in de Naberpassage – hartje binnenstad Groningen, inmiddels gesloopt – een hennepkwekerij in werking was, verspreid over twee verdiepingen. Een paar agenten zeiden dat ze heel even wat tijd over hadden. Ze deden na de koffie een inval. Eenmaal binnen leek de tip waardeloos. Geen kwekerij met potten vol groene bloei, met lampen en filters noch verhitte stroomdraden. De agenten vonden wel iets wat ook goed was: bijna drie kilo hennep, kant en klaar voor de straatverkoop, goed voor meer dan 10.000 euro.

Pjotr woonde er.
Hij komt uit Oezbekistan en studeert in Groningen.
Hij wil makelaar worden.
Pjotr vertelt in de rechtszaal dat hij de hennep moest bewaren voor iemand.
Nee, geen namen.
Na een week zou het worden opgehaald.
Dan mocht hij 50 gram houden.
Hij dacht, een weekje, wat kan mij gebeuren?
Tegen de rechters: ‘Zo zie je maar weer. Een foute keus is zo gemaakt.’

In zijn jaszak wordt nog wat xtc en een beetje cocaïne gevonden. Dat past bij het verhaal dat Pjotr aan de rechter vertelt. Hij en zijn studentenvrienden leggen in het weekeinde geld bij elkaar, zo’n vijftig euro per persoon, om dan drugs te kopen, van alles wat en voor iedereen een beetje.

Wat de officier van justitie betreft hoeft Pjotr niet aan de hoogste boom. De aanklager ziet wel dat ‘de persoon van de verdachte en het feit waarover we het hier hebben’ niet helemaal bij elkaar passen. De advocaat moppert dat de politie op grond van zo’n anonieme tip toch niet zomaar een woning kan binnenvallen? ’t Is hier Oezbekistan niet, zou hij gezegd kunnen hebben.

De officier van justitie kijkt Pjotr nog eens diep in de ogen, doet het vaste riedeltje over het criminele milieu, ondermijning en brandgevaren en concludeert dat deze verdachte geen hardcore hennepcrimineel is. Met een boete van 1500 euro mag Pjotr zijn studie vervolgen. De politierechter vindt het een eis van niks. Tegen Pjotr: ‘Van boetes krijg je maar schulden. Ik veroordeel u tot een werkstraf van 90 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk.’

Pjotr, opgelucht, zegt dat hij het nooit weer zal doen, dat hij nog wel eens een blowtje rookt, maar dat hij is gestopt met de cocaïne. De politierechter: ‘Dat is goed, we houden hier niet van snuivende makelaars.’

Bij strafzaken rond hennep komt nooit het hele verhaal naar boven.
Ik denk dat de politie hennepmoe is, dat onderzoeken worden uitgevoerd op de automatische piloot en dat heel de strafrechtketen dat ook wel best vindt.
Tussen aanhouding en rechtszaak zit minimaal een jaar, vaak maanden langer.
Wat maakt het uit?
Niks.
Zelfs niet als het serieus misgaat, zoals op een zaterdag in mei van 2015, aan de rand van de binnenstad van Groningen.

Even voor een uur in de middag is er een enorme explosie. De voorgevel van een woning wordt weggeblazen, de achtergevel is ontzet. Na de knal is vanaf de straat te zien wat er achter de voorgevel schuilging: een bloeiende plantage. Om- en aanwonenden worden geëvacueerd. De bewoner is de 53-jarige Richard. Makelaar. Hij verkoopt dromerige optrekjes aan meren in Zwitserland, Italië en Spanje.

In de rechtszaal doet Richard onschuldig. Hij vertelt dat hij net een kopje Nespresso stond te consumeren in de living met een jongedame toen hij als gevolg van een enorme drukverplaatsing tegen de muur werd gekwakt. Dat er in zijn woning een hennepkwekerij met 548 planten was ondergebracht, nou nee dat wist hij niet. Hoe had hij dat moeten weten dan?

Omdat het zijn woning was?
Omdat er een stroomkabel uit de meterkast over de trap naar boven liep?
Omdat hij die 548 hennepplanten daar misschien zelf had neergezet?
Niks.
Richard legt het uit.
In een café was hij twee mannen tegengekomen, Jerry en Ben.
Ze waren naarstig op zoek naar kantoorruimte.
De mannen verkochten ijs, maar zochten een plek om de administratie te doen.
Richard vertelde dat hij een zolder had waar hij niks mee deed en de ijscomannen zeiden dat ze hem dan iedere maand 600 euro zouden geven.
Als makelaar vond Richard het beter dat er van de huurovereenkomst niets op papier kwam te staan.

De explosie maakte in een klap aan alles een einde. De officier van justitie zegt dat het een wonder moet heten dat er geen doden en gewonden zijn gevallen. Dat deze gebeurtenis aantoont hoe levensgevaarlijk hennepteelt is in huizen waar mensen wonen. Maar, vervolgt de officier van justitie, er zit een andere kant aan dit verhaal: ‘Het politieonderzoek is slordig en oppervlakkig geweest. Logische onderzoekshandelingen zijn niet uitgevoerd. Het wettige bewijs is er, maar de overtuiging dat Richard wist dat er hennep in zijn woning werd geteeld, ontbreekt. Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken.’

De rechters – doorgaans geen fans van het hennepbeleid – vonden dit te gortig. Richard mag dan misschien niet zelf hebben geteeld, hij wist dondersgoed wat er bij hem op zolder gebeurde. Hij die ondertussen de wijk heeft genomen naar Duitsland, moet nu voor straf 80 uur werken en er hangt als waarschuwing een maand voorwaardelijke celstraf aan zijn kont.

De ijscomannen moeten terechtstaan zodra het begint te sneeuwen.
Of te dooien.
En anders maar ergens in het voorjaar als het weer lente is.

Rob Zijlstra

Vast schuldig

Tut, tut, tut, sprak de
officier van justitie
verontwaardigd

.

Ik las over het nieuwe boek van wetenschapsfilosoof Ton Derksen. Onschuldig vast, heet het. Volgens Derksen worden er in Nederland veel meer mensen onschuldig veroordeeld dan we willen weten. De expert denkt dat er op z’n minst duizend mensen per jaar worden veroordeeld voor iets wat ze niet hebben gedaan. Het kabinet is nog niet in spoedzitting bijeen geweest.

Duizenden mensen.

Justitie heeft in de voorbije jaren slechts vijf miskleunen erkend waarvan de kwestie rond Lucia de Berk een van de bekendste is. De verpleegster werd in 2003 tot levenslang veroordeeld wegens meerdere moorden, zeven jaar later werd duidelijk dat er sprake was van een rechterlijke dwaling. Aangetoond door, jawel, Ton Derksen.

En nu zegt uitgerekend die man dat er ontzettend veel meer Lucia’s (m/v) bestaan. Dat Derksen bij nader inzien vaak gelijk krijgt betekent allerminst dat dat ook nu weer het geval is. Dat is juist een van zijn punten: in rechtszalen worden statistische denkfouten gemaakt in combinatie met een natuurlijk wantrouwen ten aanzien van het toeval. Verder is de mens niet alleen slecht in waarnemen en in interpreteren, maar trappen wij ook net zo makkelijk in valse logica. En rechters denken ook nog eens, zegt de wetenschapper, dat uitsluitend verdachten kunnen liegen. Niet de politie, nooit een officier van justitie wat volgens de hoogleraar pertinent een verzinsel is.

Ik weet niet of de gezamenlijke strafrechters Derksen al hebben uitgenodigd om tekst en uitleg te komen geven. Toen ik erover las (het boek zelf moet nog) was ik onthutst. Mocht Derksen gekke Henkie niet zijn en weer gelijk krijgen, dan moet ik in zittingszaal 14 getuige zijn geweest van een paar honderd zaken waarin is gedwaald.

Met de wijsvinger ga ik langs de ruim vierduizend namen van de mannen en vrouwen die in de voorbije twaalf jaar in de Groninger rechtszaal zijn berecht.
De vinger stokt als vanzelf bij Ronald, een ander verhaal.

In oktober 2009 werd deze toen 34-jarige Groninger conform de eis en in volle overtuiging veroordeeld tot zes jaar celstraf. Niet heel veel later belde hij om mij deelgenoot te maken van de grootste naoorlogse justitiële dwaling. Graag zou hij dit prominent op de voorpagina van de krant willen zien staan. Hij stuurde ook alvast een foto toe, die mocht ook gepubliceerd en zonder balkje. Een week later kreeg ik een kopie van een kassabonnetje toegestuurd. Het bewijs, schreef hij als toelichting, dat de hippe bril die hij draagt zoals op de foto te zien, eerlijk is gekocht en dus niet gestolen.

De veroordeling had betrekking op acht gewapende overvallen op tankstations in Groningen, Ten Post, Putten, Barneveld, Grave, Hoevelaken en Maasdriel. Gepleegd in februari van dat jaar in nog geen twee weken tijd. Op camerabeelden is steeds een rode Suzuki Swift te zien waar steeds eenzelfde man uitstapt, met steeds hetzelfde loopje, de overval pleegt, weer in de auto stapt en dan wegrijdt. De rode auto staat op naam van Ronald. Terwijl hij in de rechtszaal zwijgt, rept zijn gedreven advocaat van tunnelvisie en vooringenomenheid bij de politie.

Tut, tut, tut, sprak de officier van justitie verontwaardigd: ‘Dat zijn grote woorden voor wat klinkklare onzin is.

De dwaling zal nog groter worden.
Ronald gaat – uiteraard – in hoger beroep opdat de raadsheren van het gerechtshof in Leeuwarden de zeperd van Groningen ongedaan kunnen maken.
Hij moet er twee volle jaren op wachten.
In oktober 2011 – hij zit dan al twee jaar en zes maanden vast – komt het hof met het oordeel: niks vrijspraak, maar vijf jaar celstraf.
En als donderslag bij heldere hemel met een bonus erbij: tbs met dwangverpleging.

Die tbs kwam uit de lucht vallen. Er was – zoals wel gebruikelijk is – geen advies de maatregel op te leggen. Er was ook geen tbs geëist. Maar de raadsheren hadden ergens in de krochten van het strafdossier gelezen over sociaal onvermogen, externe stressoren, rigide denkpatronen, structurele kwetsbaarheid, cocaïne en een hoge kans op recidive. De raadsheren zeiden: de maatschappij moet worden beveiligd tegen dit gestoorde heerschap.

Ronald bleef de krant bellen, ook op zaterdagmiddagen tijdens de voetbalwedstrijd of op zondagochtenden bij het ontbijt. Lang heb ik gedacht dat zijn veroordeling niet correct was. Niet dat ik daar zeker van was, maar het knaagde, er was twijfel.

Alleen omdat die rode auto op zijn naam stond?
Die had toch iemand anders kunnen gebruiken?
Aan de andere kant: waarom zweeg hij dan in de rechtszaal?

Op een goede dag belde hij voor de duizendste keer en zei hij: ‘Rob, het is geen dwaling. Ja. Ik heb het gedaan, ik heb die acht tankstations overvallen, ik heb vooraf staan posten, ik heb vluchtroutes uitgedacht. Ik wil publiekelijk mijn excuses aanbieden aan de slachtoffers die ik veel te lang in onzekerheid heb gelaten.’

Eén aspect wilde hij benadrukken en dat mocht groots in de krant: ‘Ik heb het gedaan met volle verstand, ik ben volledig toerekeningsvatbaar. Ik ben niet gek of gestoord.’
Hij legt uit dat hij zich steeds dommer heeft voorgedaan dan hij is.
Zegt: ‘Het was een verdedigingsstrategie die helemaal verkeerd is uitgepakt. En nu zit ik met de gebakken peren.’

Ronald heeft het zichzelf ook niet gemakkelijk gemaakt.
Tussen de bedrijven door – en nog voor de uitspraak in hoger beroep – wist hij te ontsnappen. Hij zag kans zich te verstoppen en terwijl ze hem zochten, belde hij een taxi die hem naar Amsterdam bracht waar hij op de trein naar Polen stapte.
Ook daarover belde hij.
‘Ik heb iets doms gedaan Rob’, sprak hij vanuit Polen.
‘Ik ben nu een kat in het nauw, wat moet ik doen?’

Er kwam een internationaal arrestatiebevel.
Hij beloofde vrijwillig terug te keren. Drie weken nadat hij de benen had genomen, meldde hij zich op het politiebureau in Amsterdam. Hij had nog gevraagd: ‘Wat denk je, zullen de rechters begrip voor me hebben?’

Twee weken geleden zat Ronald weer in zittingszaal 14 waar hij de officier van justitie hoorde zeggen dat hij goed bezig is, maar dat het einde nog niet in zicht is. Afgelopen woensdag besloot de rechtbank dat de maatregel tbs met twee jaren moet worden verlengd. Eind 2018 zullen ze dan wel weer zien. Was Ronald in 2009 niet in hoger beroep gegaan, dan was hij ergens in 2012 op vrije voeten gekomen.

Met recht kan hier worden gesproken van een verdachtelijke dwaling.
En nu Derksen lezen.

Rob Zijlstra

Is dit wel waar?

Hij beschouwde haar
als zijn seksslavin
die moest doen
wat hij wilde
schermafbeelding-2016-11-23-om-14-37-36

tweet

De zaak was al bijzonder omdat het over buitenissig veel geld gaat. En omdat het verhaal achter dat geld, welgeteld 1.581.868 euro, nog veel gekker moet zijn, is dit een bizar verhaal.

Het gaat over Ivan en over Darina, vijftien jaar geleden een jonge vrouw uit het Bulgaarse Sliven. Ivan – inmiddels 44 jaar oud – was daar ooit varkensboer. Hij werd in oktober 2009 door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf omdat hij Darina jarenlang zou hebben uitgebuit. Hij beschouwde haar als zijn seksslavin die moest doen wat hij wilde: zo veel mogelijk geld verdienen.

Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM, misdaad mag niet lonen) deed uitvoerig onderzoek naar de verdiensten van de vrouw. De uitkomst is akelig: zij zou ruim 1,5 miljoen euro hebben verdiend met het hebben van seks met mannen in de rosse buurt van Groningen.

Mocht dit kloppen, dan even voor het idee: een intiem samenzijn met Darina kostte mischien wel 50 euro per keer.
Als dat zo is, dan had deze jonge vrouw in acht jaar tijd dagelijks, zeven dagen per week, seks met tien mannen.
Als andere cijfers ook kloppen, dan moet half mannelijk Groningen haar kennen.

Groninger agenten die belast zijn met het tegengaan van mensenhandel kenden haar in ieder geval. Op hun rondgangen door de buurt was het hen wel opgevallen dat Darina vaak en lang werkte. Ze maakten wel eens een praatje met haar en uit niets wat ze dan zei kon worden opgemaakt dat ze een slachtoffer was. Maar eind 2008 meldde ze zich op het politiebureau. Ze vertelde dat ze werd uitgebuit.

De politie, aanvankelijk verbaasd want nooit iets gemerkt, begon een onderzoek (onderzoek Kolibrie) en schreef 200 pagina’s vol leed. Dat er dagen waren dat ze twintig uur werkte, dat ze wachtend op klanten altijd moest staan. Dat ze ook moest werken wanneer ze ongesteld was. Pistool op haar hoofd. Een paar keer kreeg ze een cadeautje van haar varkensboer: een keer grotere borsten, een keertje volle lippen.

Ivan streek al het geld op dat zij kreeg en hield er in Bulgarije in een grote villa een luxe leven op na met protserige auto’s en horloges. Op een deel van Ivan’s bezittingen is beslag gelegd.

In oktober 2009 werd Ivan niet alleen tot vier jaar cel veroordeeld, maar ook tot het betalen van 20.000 euro smartengeld aan Darina.
Daarnaast was gevraagd de verdiensten (1.581.868 euro) af te pakken: na aftrek van wat kosten zou Ivan – aldus BOOM – 1.441.370 euro moeten inleveren.
De rechtbank wees dit af: te ingewikkeld voor een strafzaak.
Het Openbaar Ministerie was het daar niet mee eens en begon in juni 2011 een procedure bij het gerechtshof.

En kijk, ruim vijf jaar later, donderdagmiddag om drie uur – zeven jaar na de aanhouding van Ivan en vijftien jaar nadat de jonge vrouw voor het eerst als seksslavin achter te ramen in Groningen werd gezet – is er een nieuwe rechtszaak waarin het Openbaar Minsterie die 1.441.370 euro opeist.

Misdaad kan heel lang lonen.

Rob Zijlstra

 

Forse signalen

schermafbeelding-2016-11-18-om-23-58-18

Abraham is een gedreven jongeman die vastberaden is grootse dingen in het leven te gaan verrichten. Hij is nog maar 20 jaar, dus hij heeft nog heel wat bladzijden te gaan. Tegen de rechters zegt Abraham: ‘Ik ben nogal commercieel aangelegd.’ Goed, dat hij geen schoolopleiding heeft afgemaakt en leeft op het geld van zijn vriendin (die hij steevast ‘vrouwtje’ noemt) is zo. Niet fijn, maar dat zal snel veranderen. Heel de dag is hij al aan het solliciteren.

Abraham is een man van de praktijk.
Zo was het ook begonnen, in de praktijk van alledag.

Hij kocht zo nu en dan een zakje wiet en dan was er altijd wel zo’n gastje in de buurt die vroeg of hij ook wat mocht. Na een tijdje ontdekte Abraham dat als hij de helft van de wiet uit zo’n zakje verkocht, hij uit de kosten was en de andere helft dan voor zichzelf voor noppes had. Abraham – hij was toen een jaar 15, 16, realiseerde zich dat hij een verdienmodel had bedacht. De wereld lag aan zijn voeten.

De handel liep zo goed dat hij niet meer bij de koffieshop inkocht, maar rechtstreeks bij de groothandel. Waar en bij wie? Hij kijkt de rechters aan met een blik van: jongens, even goede vrienden, maar jullie moeten het mij niet euvel duiden als ik daar geen antwoord op geef. Hij zegt: ‘Vertel ik niet.’

In oktober 2015 kwam er een einde aan de onderneming. Een vader had zijn zoon betrapt toen die aan het blowen was. Zoonlief biechtte alles op. Hij vertelde dat hij wiet verkocht op school en dat hij dat deed voor ene Abraham. Daar kreeg hij 75 euro per week voor.

Vader belde de politie. Agenten gingen Abraham observeren en tapten zijn telefoon. Toen hij werd opgepakt ontdekte de politie in die telefoon het bestaan van een WhatsApp-groep met 138 leden. Allemaal klanten. Van hen waren er 90 minderjarig. Abraham maakte, zodra hij weer verse handel had, via de WhatsApp-groep reclame waarna het geld van alle kanten aan kwam fietsen.

Het werkterrein waar Abraham zijn verdienmodel op had losgelaten bestond vooral uit de omgeving van het Maartenscollege en de twee vestigingen van het Zernike in Haren.
Hij was de wandelende koffieshop.
Van de 90 minderjarige blowscholieren zijn er 86 voor straf naar het bureau Halt gezonden waar ze leerden dat blowen niet goed is voor de hersentjes.
Voor geschrokken ouders was er een informatiebijeenkomst.

De officier van justitie vindt een stevige straf op z’n plaats. De rechtbank moet een fors signaal laten klinken opdat iedereen straks weet dat dit niet kan, zegt de aanklager. Daarom eist hij een taakstraf van 200 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf. De advocaat oppert dat een iets lagere straf misschien ook fors mag heten: Abraham moet naast een werkstraf nog wel tijd overhouden om te solliciteren.

Aan het slot van de strafzaak zegt Abraham dat hij zal laten zien wat hij kan. Alsof het zijn beste vrienden zijn, zegt hij tegen de rechters: ‘We spreken elkaar een andere keer weer, maar dat zal niet hier zijn.’

Toen ze de ronkende
bestuurder uit de
droom hielpen,
roken ze de drugs

Derk (33) is ook een dealer in middelen, de forse signalen die hij al jaren ontvangt ten spijt.
Derk werd eens betrapt toen hij wachtende voor het rode verkeerslicht in slaap was gevallen (zo druk, zo moe).
Agenten kregen een melding dat daar en daar een auto stond, lichten aan, draaiende motor.
Toen ze de ronkende bestuurder uit de droom hielpen, roken ze de drugs.

De auto werd doorzocht en dat leverde 11 gram cocaïne, 181 gram amfetamine (speed), 900 XTC-pillen en 207 gram hennep op. Verder: messen, peperspray, een weegschaaltje, gripzakjes en 700 euro aan contanten. Derk had gezegd dat het voor eigen gebruik was en had om een werkstraf gevraagd. Want hij is gek op werken. Dat was in 2011.

In april vorig jaar was Derk op bezoek geweest bij een vriend. En wat? Hij was in slaap gevallen (nog altijd druk), werd wakker in de nacht, bedacht dat hij vroeg moest werken, sprong in de auto om ietwat gehaast, met hoge snelheid dus, richting huis te Hoogezand te rijden. Halverwege was er politie die een stopteken gaf. Keurig liet Derk zijn rijbewijs zien. Terwijl agenten het roze bewijs controleerden, bedacht Derk dat het toch beter zou zijn dat hij snel in bed zou liggen en gaf plankgas.

Met zwaaiende toeters en bellen zette de politie de achtervolging in. Veel kans had Derk niet. In een woonwijk hadden ze hem te pakken en met getrokken pistolen moest Derk uitstappen. In de auto 0,8 gram speed, 1 gram cocaïne en 12 xtc-pillen, een gestolen invalidenparkeerkaart.

Hoezo nu weer Derk?
Eigen gebruik, rechters.

Hij had ook 900 euro in contanten op zak.
De rechters zeggen, u bent steigerbouwer, uw salaris is geen vetpot, zo’n 1400 euro per maand. Dan is 900 euro zo in de broekzak best veel geld.

De reclassering had geschreven dat Derk een beetje antisociaal is en dat bij hem alles draait om geld verdienen.
Een van de rechters merkt op: ‘Dat is ook helemaal niet erg. Je kunt er president van Amerika mee worden.’

Maar Derk snapt het niet.
Zegt: ‘Ik heb altijd contant geld bij me.’
Hij gaat iets verzitten, grijpt in de rechterbroekzak, haalt een stapel biljetten tevoorschijn en begint te tellen.
Het is bijna 1000 euro.
Verklaart: ’Ik ben nogal ouderwets, betaal alles contant.’

Hij had ook drie mobiele telefoontoestellen. Agenten leren dat dat een dealer-indicatie is. Maar het zit zo, anders. Eentje is van een Surinamer bij wie hij soms drugs voor eigen gebruik koopt, kennelijk heeft de dealer de telefoon verloren. De tweede telefoon is zijn steigerbouwtelefoon. Een goedkope omdat er op steigers altijd valgevaar bestaat. De derde is de reguliere telefoon.

Niks geks aan.

De deskundigen: ‘Van alles is geprobeerd, niets heeft hem geholpen. Het enige positieve is dat hij zijn werk weet te behouden. Maar hij wil niks. Er is geen intrinsieke behandelbehoefte.’
Derk flappert even met de oren.

Hij zegt dat het sowieso de laatste keer is dat hij in de rechtszaal zit.
Een gevangenisstraf ziet hij niet zitten, want ‘daar zal de baas niet blij mee zijn’.
Hij heeft een beter idee: ‘Doe maar een dubbele werkstraf.’

De officier van justitie: ‘Doe maar tien maanden cel.’

Rob Zijlstra

 

update – 28 november 2016 – uitspraken
Abraham is veroordeeld tot 180 uur werkstraf en een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden. Een iets lagere werkstraf dus, maar een dubbel zo hoge voorwaardelijke straf. Idee daarachter: een extra waarschuwing. Wordt deze jongeman wederom te commercieel in de verkeerde branche, dan heeft hij iets te verliezen.

Derk heeft 3 maanden gekregen. Plus 4 maanden die hij bij een eerdere straf voorwaardelijk opgelegd had gekregen. Die maanden worden nu ten uitvoer gelegd (getuld, zeggen ze in rechtbanken). Betekent dat Derk die zo graag wil werken 7 maanden moet zitten niks doen.

Duistere zaken

De Guinee-mannen
namen genoegen

met dit bedrag en lieten
de wietknippers na
vier bange dagen vrij

Rechtszaken geven inkijkjes in de wereld waar het daglicht spaarzaam is, waar de bewoners fluisteren en waar buitenstaanders niet welkom zijn. In rechtszalen worden soms dingen gezegd, woorden gesproken, die licht laten schijnen in die donkere duisternis. En dan zie je, voor heel even, ineens iets meer.

Zo zag ik ineens dat er verbanden zijn tussen een schrikbarende gebeurtenis, een aanslag op een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden, een brand in een woning van een man uit Sierra Leone en een wc-eend-onderzoek.

Ik zet het op een rijtje.

In augustus 2013 werden in een woning in stadswijk Paddepoel in Groningen vier mannen gegijzeld. De ongelukkigen kwamen uit Vietnam en waren vanuit Duitsland naar Nederland gekomen om hier in het geniep wiet te knippen in hennepkwekerijen. Dat is werk dat – net als bollen pellen – gedaan moet worden en waar mannen uit Vietnam misschien wel goed in zijn.

Toen ze klaar waren met knippen en met het verdiende loon huiswaarts wilden keren, werden ze tegengehouden, opgesloten en vastgebonden door Fransmannen uit Guinee. Ze kregen – handen vastgebonden op de rug – geen eten, maar harde klappen in het gezicht en stroomstootwapens tegen zich aangedrukt. Ook werd gedreigd oren af te knippen. Dat doet hartstikke zeer.

De bedoeling van deze heisa was dat de Fransmannen uit Guinee geld wilden van de Vietnamezen. Ze wilden 20.000 euro in ruil voor hun vrijlating. De Vietnamezen kregen een telefoon en belden in doodsangst familieleden die er met veel moeite in slaagden 5.000 euro bijeen te brengen. De overdracht van het geld had plaats op het hoofdstation. De Guinee-mannen namen genoegen met dit bedrag en lieten de wietknippers na vier bange dagen vrij.

Vijf maanden later werd aan het Hoendiep in Groningen, ’s morgens in alle vroegte, een krantenbezorger van Dagblad van het Noorden neergeschoten. De politie onderzocht de zaak en kwam al heel snel met een ongebruikelijke mededeling: het betrof een liquidatie, een mislukte weliswaar, maar toch. Het slachtoffer was, zo meldde de politie, een man uit Sierra Leone en geen willekeurige passant. Door dit te melden wilde de politie, zei de politie, onrust in de stad voorkomen. De krantenbezorger werd opgenomen in het ziekenhuis, de kogels waren in zijn benen geschoten.

Dat de politie dit zo snel wist kwam omdat de man de doodzonde van de duistere wereld had begaan: hij zou met de politie hebben gepraat over hennepkwekerijen, knippende Vietnamezen en over Franse mannen uit Guinee.

Er vloog ook
een geldkistje
door de lucht

Een kleine maand na de aanslag aan het Hoendiep brak er brand uit in een woning aan de Kleine Haddingestraat in de Groninger binnenstad. Het vermoeden: aangestoken. De brandweer probeerde te redden wat er te redden viel en gooide het huisraad naar buiten. Er vloog ook een geldkistje door de lucht. Agenten zagen dat en namen het kistje mee naar het bureau, want geldkistjes laat je niet achter op straat.

De bewoner van de deels uitgebrande woning is de 36-jarige Kabala. Ook hij is bezorger van de krant. Op het moment van de brand bracht hij ons rond. Bij thuiskomst was de paniek groot. Niet alleen over het geldkistje, maar vooral over een plastic tas waarin 20.000 euro had gezeten. Of 30.000 euro, duidelijkheid daarover is vaag. Kabala zelf denkt dat de politie het geld heeft gestolen. Hij heeft aangifte gedaan.

Tijdens het onderzoek in verband met de brandstichting ontdekt de politie dat zij Kabala eerder hebben ontmoet. Kabala komt als een getuige voor in het onderzoek van zijn neergeschoten collega. Agenten vinden die link zo verdacht dat ze wel eens willen weten wat er in dat geldkistje zit. In mei 2014 – drie maanden na de brand – maken agenten het kistje open. Er zit 15.170 euro in.

Voor de politie is dat de prijs van één medezeggenschapsvergadering, voor een krantenbezorger daarentegen is het verdacht veel geld. Krantenbezorgers die banden hebben met mannen die in verband worden gebracht met schieten en geld bewaren in kistjes en tassen zouden wel eens tot de wereld van de misdaad kunnen behoren.

Zo kwam het dat Kabala deze week in zittingszaal 14 zat. Niet als drugsboef of geweldenaar, maar als verdachte van witwassen: van 30.000 euro die hij zegt te hebben gehad en wat weg is en van 15.170 euro uit het kistje.

Dit verhaal krijgt niet een mooi afgerond of overzichtelijk einde want dat is er niet.
De twee Fransmannen uit Guinee zijn vorig jaar veroordeeld tot elk 5 jaar gevangenisstraf wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Volgende week dienen hun zaken in hoger beroep bij het hof in Leeuwarden.
Het onderzoek naar hun rol bij de mislukte liquidatie van de krantenbezorger leverde te weinig op voor een strafzaak.
Die kwestie staat nog te boek als niet opgehelderd.
Evenals het slachtoffer trouwens.
Na het ontslag uit het ziekenhuis verdween hij zonder sporen.

En Kabala? Hij kwam deze week in de rechtszaal met een verklaring. Het geld uit het kistje was geld dat hij had geleend voor een aanstaande operatie vanwege zijn ziekte waar hij niet veel over kwijt wil. De operatie moet mogelijk plaatshebben in de Verenigde Staten wat veel geld kost. Dat Kabala dit nu pas verklaart is omdat hij nieuwe geldleenovereenkomsten kan tonen. Eerder niet. De originelen waren bij de brand verloren gegaan.

De officier van justitie denkt diep na en misschien wel er het zijne van na en zegt dan dat hij Kabala niet langer als een verdachte kan beschouwen nu er plots een aannemelijke verklaring is over de herkomst van het geld. En omdat het onderzoek van de politie volgens hem ook niet uitblinkt in duidelijkheid moet het maar klaar zijn.
Tegen de rechters: ‘Ik verzoek u de verdachte vrij te spreken. Het geld uit het kistje kan wat mij betreft aan verdachte worden teruggegeven.’

Rest die 20.000 euro. Of 30.000. Heeft de politie dit geld gestolen?
Nee.
Hoewel?
Het is inmiddels bekend dat de integriteit bij de politie niet meer een vanzelfsprekendheid is. Er is een intern onderzoek geweest waarin agenten zichzelf hebben verhoord.
Het onderzoek heeft naar verluidt niets opgeleverd, opdat agenten zichzelf ook niet hebben hoeven arresteren.

De rechters vragen aan Kabala of hij de eis tot vrijspraak zoals de officier van justitie voorstelt, begrijpt.
Hij zegt: ‘Nee, maar ik hoop dat de waarheid op tafel komt.’

Rob Zijlstra

aanvulling

onrechtmatig

Advocaat Mathieu van Linde is het eens met de officier van justitie ten aanzien van de strafeis. Hij is het niet eens met de motivering. Van Linde meent dat Kabala op andere gronden moet worden vrijgesproken.

De politie had geen enkele reden om in het geldkistje te kijken. Op het moment ze dat deden werd Kabala van niets verdacht, aldus Van Linde. De verdenking van witwassen ontstond pas nadat he kistje was geopend.

Het openmaken was niet rechtmatig. Ze hadden het kistje zonder gedoe aan de eigenaar terug moeten geven. Het openbreken was onrechtmatig en dan is ook het aangetroffen bewijs – het geld – onrechtmatig verkregen. Consequentie van deze onrechtmatigheden: het bewijs moet worden uitgesloten. En dan blijft er niets over wat moet leiden vrijspraak.

update – 17 november 2016 – uitspraak
Zoals viel te verwachten is Kabala vrijgesproken. De vraag was: op welke grond. De rechtbank kiest voor de redenering van advocaat Mathieu van Linde: het openbreken van het kistje was onrechtmatig. Sterker: de hele inbeslagname van het kistje is vaag en onduidelijk. Kortom: de politie heeft beroerd werk verricht. Gevolg: een vrijspraak.

2 fragmenten uit het vonnis:

kistje-1

kistje-2

.

Niet chill

‘Het is alweer een tijdje geleden.
Is het nu nog opportuun
een meppende vader
langdurig naar de
gevangenis te sturen?’

Een schandaal. Een ander woord kan ik er niet voor verzinnen, hooguit kan ik er iets aan toevoegen: een grof schandaal. Want hoe anders moet het heten wanneer de machtige mannen en vrouwen van het Openbaar Ministerie drie kwetsbare kinderen in de steek laten?

Misschien hadden wij van de krant het anders moeten doen, hadden wij het verhaal groot op de voorpagina moeten plaatsen, hadden wij Tweede Kamerleden deelgenoot moeten maken – soms doen journalisten dat – opdat leden vragen hadden kunnen stellen aan de verantwoordelijke minister. Nu gebeurt er waarschijnlijk helemaal niks, ja dit stukje gebeurt, hier en weggestopt in een rubriek in de weekendkrant.

De verdachten in dit nare verhaal zijn Jeroen en Eva, een stel.
Hij is 48 en zijn baan kwijt, zij, 36, heeft een leidinggevende functie in de ict.
Jeroen heeft drie kinderen en een ex.
Eva is de nieuwe partner en daarmee de stiefmoeder.
Samen hebben ze een kind dat uit huis is geplaatst.

Ze zouden de drie kinderen van Jeroen stelselmatig hebben mishandeld. Hard slaan. Met vlakke hand en vuist. Schoppen. Met de schoenen aan, of de klompen, de keel dichtdrukken, hij met dagelijks een stuk in de kraag. Altijd schreeuwen. De gezichten van de kinderen in het bord met warm eten duwen. Heel gemeen knijpen. Steevast heetten de kinderen ‘vieze vuile tyfuskinderen’ of werden ze met ’luie varkens’ aangesproken. Dit zijn de verdenkingen die bewezen moeten worden.

In 2009 zijn er vermoedens van kindermishandeling. Het jongste kind is dan 5 jaar, de oudste 11. De biologische moeder – nu de ex – doet aangifte. Er wordt gepraat, vader Jeroen moet op het politiebureau komen, maar daar blijft het bij. In 2010 volgt een sepot.

In juli 2012 begint de politie na nieuwe signalen opnieuw een onderzoek. In mei 2013 volgt de aangifte door de oudste dochter die nu 18 jaar is. In november 2014 wordt vader Jeroen aangehouden. In 2015 draagt de politie het onderzoeksdossier over aan het Openbaar Ministerie dat besluit de zaak aan de rechtbank voor te leggen. Afgelopen maandag (oktober 2016) gebeurde dat. Eindelijk.

Vader Jeroen
weet waarom,
het is een complot

Ze ontkennen. Vader Jeroen vertelt dat er in het gezin maar een probleem was: de fantasiewereld waarin zijn kinderen leven. Ze liegen en bedreigen, de middelste steelt. Vader Jeroen weet waarom: het is een complot, aangevoerd door die doortrapte lelijke ex van hem. De advocaat vertelt aan de rechters dat Jeroen en Eva zich nu erg onveilig voelen met die raaskallende rotkinderen.

Maar de onderhuidse bloedingen, overal op het lichaam, dan?
De blauwe oren?
Deden ze zelf, zegt Jeroen, ‘ze verwondden zichzelf.’
De buren hoorden vaak geschreeuw.
Jeroen: ‘Wij hebben geen contact met de buren.’
Op de camping belden gasten met het meldpunt kindermishandeling toen ze zagen hoe Jeroen en Eva met de kinderen omgingen.
‘Onzin.’
Op de hondenclub werd Eva aangesproken op haar gedrag.
‘Ja, ik foeterde wel eens.’

Zo ging het een hele ochtend door. Halverwege haakt Jeroen af. Hij loopt onwel de rechtszaal uit en verschanst zich in een nabij het gerechtsgebouw gelegen hotellobby. ‘Hij kan het niet meer aan’, zegt Eva. Zij wel. Ze zegt: ‘Ik ben een sterke vrouw.’ Het verhaal wil dat ook zij door Jeroen wordt mishandeld. Ze vraagt: ‘Wat is geweld? Stemverheffing? Is dat geweld?’ Ze spreekt het tegen.

Heftig, zegt de officier van justitie.
Punt is dat ze de poging tot doodslag (voet op de keel) niet kan bewijzen.
De mishandelingen wel.
Nog een punt: het tijdsverloop.
De aanklager hardop: ‘Het is alweer een tijdje geleden. Is het nu nog opportuun een meppende vader langdurig naar de gevangenis te sturen?’
Haar eigen antwoord: ‘Hadden wij deze zaak eerder aan de rechtbank voorgelegd, dan was daarover geen twijfel geweest. Nu wel.’

De eis tegen Jeroen luidt 6 maanden cel. In deze eis is een strafkorting verwerkt omdat de man als verdachte lange tijd in onzekerheid heeft gezeten. Om soortgelijke reden hoeft de stiefmoeder niet naar het gevang wat het aanklager betreft. De stiefmoeder hoort een werkstraf van 200 uur eisen.

Naast mij stromen voortdurend de tranen van de oudste dochter die probeert het allemaal te begrijpen.

Ik zou het nooit zo opschrijven als dit een incident was. Maar dat is het niet. Er worden veel oude zaken (ouder dan twee jaar) aan rechters voorgelegd. Maar waarom ook deze zaak, waarin kinderen zo ontzettend slachtoffer zijn? De officier van justitie heeft het niet nodig gevonden het in de rechtszaal uit te leggen.

Ik bel het Openbaar Ministerie: een onderzoek dat begint in 2012, een aangifte in 2013, in 2014 een aanhouding en dan pas eind 2016 een strafzaak met strafkorting. Een zaak waarin kwetsbare kinderen aangifte hebben gedaan tegen hun ouders – hoe heftig moet het zijn wil het Openbaar Ministerie voortvarend te werk gaan?

Voorlichters
kunnen er ook
niets aan doen

De voorlichter van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland zegt namens heel de organisatie dat het niet goed te praten valt, dat er inschattingsfouten zijn gemaakt en dat dit niet wenselijk is, gevolgd door een diepe zucht.
Voorlichters kunnen er ook niets aan doen.

Na Jeroen en Eva is Tijs aan de beurt. In deze strafzaak is alles andersom. Tijs, 18 jaar, staat zijn moeder en haar nieuwe vriend naar het leven. Zoonlief vernielt autobanden, is gewelddadig en hij eist onder heftige bedreigingen (‘ik snij jullie de hals af’) voortdurend geld omdat hij meent dat moeder zijn drugs moet betalen. De politie kan weinig doen, Tijs negeert huisverboden. Moeder: ‘We lopen 24 uur per dag, week in week uit, maand in maand uit, op eieren, altijd zijn we bang.’

Net als ik denk dat de portie ellende die deze dag brengt de Arbo-normen overschrijdt, gebeurt er iets.
Tijs vertelt dat hij van de drugs afblijft, dat hij zich nu beter voelt en dat hij zich verschrikkelijk schaamt, omdat het niet chill is dat hij zo lelijk tegen zijn moeder die het beste met hem voorheeft, heeft gedaan.
Hij klinkt oprecht.

Dan leest de moeder van Tijs in de rechtszaal een brief voor die ze zelf heeft geschreven.
Ze legt uit waarom ze aangifte heeft gedaan tegen haar eigen zoon en hoe vreselijk moeilijk dat is.
Maar dat het niet anders kon.
Niet tegen de rechters, maar tegen haar zoon zegt ze: ‘Jij hoeft niet te veranderen, wel je gedrag. Jij mag er zijn.’

Het wordt even stil in de rechtszaal.
Dan zegt Tijs: ‘Dat vind ik lief.’
Hij krijgt hulp en redt het wel.

Nu het Openbaar Ministerie nog.

Rob Zijlstra

 

update – 14 november 2016
Tijs kreeg een straf conform de eis: 120 dagen waarvan 71 voorwaardelijk. Wat overblijft heeft hij al gezeten. De rechtbank heeft het jeugdstrafrecht toegepast. Ook dat is lief.

Ook voor Jeroen zijn de rechters mild, misschien wel omdat het de week van de kindermishandeling is. Hij kreeg 8 maanden waarvan 4 voorwaardelijk in plaats van 12 waarvan 6 voorwaardelijk. Het verschil zit in de kwalificatie: de rechters achten de poging tot doodslag (voet op de keel) niet bewezen. Voor de zwaarste aanklacht wordt hij dus vrijgesproken wat een consequenties heeft voor de hoogte van de straf. Wel bewezen: mishandeling. Eva is eveneens veroordeeld wegens mishandeling en kreeg wel de geëiste 200 uur werkstraf en 3 maanden voorwaardelijk.

 

 

 

Zonnig Thailand

Chico en Chico verdienden met hun handel
in een jaar tijd, de dertiende maand
erbij, 89.644,80 euro

schermafbeelding-2016-10-29-om-09-31-06Lange tijd werd het alleen maar gezegd en kwam er in de praktijk niets van terecht: het afpakken van crimineel geld.
Maar er verandert iets, tenminste zo lijkt het.

Dit jaar plukte de rechtbank in zittingszaal 14 al 2,5 miljoen euro van mannen die in Stad en Ommeland met misdaad snel geld verdienden.
Het Openbaar Ministerie vorderde veel meer, maar rechters zijn zuinige rekenaars.
Toch waren de bedragen nooit eerder zo hoog.
Droom maar even weg bij de gedachte dat die 2,5 miljoen – in Groningen – een topje van de ijsberg is.
Dan moet Drenthe nog komen.

De officieren van justitie worden creatiever.
Vraag maar aan Chico die zijn geld eerlijk verdiende met voetballen op het hoogste niveau, maar meer wilde.
Samen met een partner in crime, een stukadoor die ook Chico heet, verkocht hij cocaïne vanuit een studentenpand in een duistere gang in de binnenstad van Groningen.
Tussen de doelpunten door had hij daar wel tijd voor.

Het Openbaar Ministerie wilde Chico en Chico niet alleen achter slot en grendel, maar eiste ook een deel van het geld op dat spuitend, snuivend en slikkend Groningen aan hen had betaald.
Hoe stel je de winst vast van handel die wel lucratief is, maar geen boekhouding kent?

Simpel.

Tijdens het politieonderzoek (met de naam ‘wespennest’) turft de politie over een periode van 13 maanden 70.000 telefoongesprekken op de mobiele toestellen van Chico en Chico.
De helft van die gesprekken mag worden beschouwd als privé.
En dan is de andere helft, zo redeneren politie en justitie, dus zakelijk. Een zakelijke drugstransactie vergt twee gesprekken, waarbij per transactie gemiddeld 0,4 gram – dat zijn twee bolletjes a 10 euro – wordt verhandeld.
De inkoop bij Pablo E. bedraagt 34 euro per gram cocaïne. Vermenigvuldig dat met de optelsom, trek daar wat omstandigheden van af en heb de uitkomst.
Oftewel: Chico en Chico verdienden met hun handel in een jaar tijd, de dertiende maand erbij, 89.644,80 euro.
Per persoon.

Olijk de officier van justitie (vrij vertaald): ‘Wint een van jullie de staatsloterij, zijn we snel klaar. En anders hebben jullie, nog jong van leeftijd, de rest van je leven de tijd het geld op te hoesten en in staats kas te storten.’

De rechters rekenden het onafhankelijk van wie of wat na en kwamen met dezelfde cijfers uit op een winst van van 23.389,00 euro per persoon.
Minder, maar dit moeten ze wel echt betalen.

En zo gaat het steeds vaker in 14.
Nog even en werken in loondienst bij C&A levert meer op dan het fulltime bedrijven van de misdaad.
De komende weken is Gijs (60) uit Drenthe aan de beurt.
Gijs zelf heeft het helemaal gehad met Nederland.
Als alles achter de rug is, misschien eerder, verlaat hij dit kloteland en gaat hij in Thailand wonen.
Daar hebben ze tenminste fatsoenlijke wetgeving en weet je waar je aan toe bent met drugs.

Er was een tip bij de politie binnengekomen.
Daar, achter de ambulancepost, zit een hennepkwekerij.
Agenten pakten de warmtecamera en richtten het apparaat op het verlinkte pand.
De meters sloeg rood uit waarop Enexis werd gebeld voor een netmeting.
Uitkomst: gezien de netbelasting zou daar achter de ambulancepost wel eens een hennepkwekerij in bedrijf kunnen zijn.

Op een zonnige dag in augustus van het jaar 2014 belde de politie bij de eigenaar aan en voordat Gijs het in de smiezen had, wemelde het van agenten in zijn pand.
Op zolder werden 518 hennepplanten aangetroffen en twee stroomstootwapens.

Afgelopen week, ruim twee jaar na de inval, zat Gijs tegenover zijn rechters, te mopperen over het gezag in dit land.
Ze hadden niet eens toestemming zijn woning te betreden. ‘Ik werd volledig overrompeld en was totaal perplex.’

Nee, dan Thailand.

Gijs geeft het overigens wel toe.
Maar het was niet zijn idee geweest, hij had slechts de ruimte beschikbaar gesteld.
Zijn eigen zaken liepen wat minder en hij kende een collega-ondernemer die het ook deed.
Nee, het was de eerste keer, de eerste oogst ook.
En ook nee, hij had er geen cent mee verdiend.
Rechters: ‘En die wapens dan?’
Gijs: ‘Oh die. Ik ben bedreigd door een paar jongens van Satudarah.’

Wat Gijs niet weet – hij komt nooit in de rechtszaal – is dat al die henneptelers vrijwel hetzelfde verhaal vertellen aan steeds dezelfde rechters.
Die horen keer op keer dezelfde smoesjes.
Je ziet die rechters – die echt niet gek zijn – dan denken: ‘ja, ja waar heb ik dit toch eerder gehoord?’

Ondertussen loost Gijs zijn onvrede.
Hij krijgt sinds augustus 2014 geen stroom meer en Rabo noch ABN Amro willen zakelijk met hem verder terwijl hij er 35 jaar trouw klant was.
Tegen de rechters: ‘Alles wat ik heb opgebouwd, ben ik kwijt.’

De officier van justitie haalt de schouders op en eist voor het aanwezig hebben van 518 hennepplanten, die diefstal van stroom en wapenbezit een werkstraf van 180 uur.
Gijs – ook al een voormalig topsporter – oogt kerngezond.
Die straf – anders dan daar in Thailand denk ik dan – overleeft hij wel.

Maar het ergste (voor Gijs) komt nog.
De wet zegt, om iemand te kunnen veroordelen moet er wettig en overtuigend bewijs zijn.
Nu is het aantreffen van een hennepkwekerij in een woning redelijk overtuigend.
Diezelfde wet zegt dat dat harde bewijs niet nodig is om de vermeende misdaadwinst op te kunnen eisen.
Het volstaat dat de winst enigszins aannemelijk wordt gemaakt.

Dus rook de officier van justitie aan de kweekattributen en keek eens naar de kalkafzetting in de filters.
Stelde vast dat het spul al langere tijd in gebruik is.
En natuurlijk hadden ze destijds, in mei 2012, in de krant gelezen dat een woonpand van Gijs in Groningen deels in vlammen was opgegaan. En dat op zolder van dat pand een hennepkwekerij was verscholen.
Niet onaannemelijk is, neemt de officier van justitie aan, dat Gijs toen al hennep-actief was.

Het Openbaar Ministerie wil hoe dan ook het geld zien dat Gijs heeft verdiend.
Hoeveel?
Simpel.
Niet te bewijzen, maar aannemelijk zijn 22 oogsten, keer het aantal planten, keer 28,2 gram per plant, keer de 12.000 euro die een kilo hennep zo ongeveer opbrengt, minus wat kosten.
Maakt: 975.957 euro.

Jawel, dat is bijna een miljoen euro.

Gijs krijgt een paar weken de tijd om rechters ervan te overtuigen dat het anders zit met de winst.
Misschien treft ook hij zuinige rechters en komt hij uiteindelijk weg met een half miljoen.

En dan mopperend naar zonnig Thailand.

Rob Zijlstra

Gebakken beslag

Alsof er een causaal verband bestaat
tussen misdaad en de beleving van veiligheid

Berrie is een grote man met een donkere baard.
Hij draagt een zwarte winterjas en een bijpassende muts met een springerig bolletje eraan.
Zo komt hij de rechtszaal binnen waar hij met een paar vriendelijke woorden schermafbeelding-2016-10-22-om-17-58-41welkom wordt geheten door de politierechter.
‘Goedemorgen. Fijn dat u er bent, gaat u maar zitten.’

Politierechters worden blijmoedig wanneer gedagvaarde verdachten komen opdagen, een enkele keer belonen zij dat zelfs met een bescheiden korting op de straf.

Berrie is ’s ochtends op de eerste herfstvakantiedag een van de weinige aanwezigen in het rechtbankgebouw van Groningen.
Zodra scholen de deuren gesloten houden (en er uitgerekend dan altijd babydieren in dierentuinen worden geboren waar de media over berichten) schakelt de rechtspraak over op een laag pitje.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen de dingen.

Berrie, hij is 33 jaar, woont nog bij zijn moeder met wie hij zo vaak hij kan naar de kerk gaat. Moeder weet dat hij een verdachte is, maar ze hebben het er samen niet over.
Dat wil hij niet.
Berrie heeft opzettelijk – want dat moet in het strafrecht – een afbeelding vervaardigd waardoor een rechtmatig belang is geschaad.

Hij had stiekempjes zijn mobiele telefoon verstopt in een damestoilet van het UMCG en wel zo dat het apparaat filmpjes kon maken van hoognodig bezoek.

De politierechter kijkt met een ernstige blik naar Berrie.
De rechter had in het strafdossier gelezen dat hij het al eens eerder had gedaan, dan nog werkzaam bij de Hanzehogeschool.
Ook toen moest hij bij de rechter komen en werd hij veroordeeld.
Berrie had daarna wel weer een baan gevonden, als schoonmaker in het ziekenhuis.
En daar nu dit weer.

De politierechter: Waarom doet u nou zoiets?
Berrie, de muts heeft hij afgedaan, maar de jas nog aan: ‘Om iets te laten lukken.’
Politierechter: ‘Iets laten lukken? Maar met welke bedoeling?
Berrie: ‘Er gaan veel dingen bij mij verkeerd. Ik wilde dat er een keer iets lukt.’
De politierechter: ‘Moest dat een blote vrouw zijn?
Berrie: ‘Bloot was de tweede gedachte. Het ging erom dat het lukte.’
Rechter: ‘Maar dan had u ook een opname kunnen maken van een boom om te kijken of dat zou lukken. Of moest het iets zijn wat niet mag?
Berrie: ‘Ja. Van de kerk mag het ook niet, het is gewoon verkeerd.’
Rechter: ‘Op de wc filmen mag niet van de kerk, maar het mag ook niet van de maatschappij. Nu is het dubbel niet goed.’

Berrie knikt.
En weer niet gelukt.
Zoals het met zijn school mis was gegaan, met het betalen van zijn rekeningen, ja, met zo’n beetje alles.
Merkt op: ‘Maar ik heb respect voor vrouwen. Ik accepteer de straf.’

De officier van justitie maakt er een heel theater van.
Zegt: ‘Dit liegt er niet om.’
Vraagt zich af: ‘Waar gaat dit eindigen?
En dan ook nog: ‘Dit baart mij grote zorgen.’
Om vervolgens een dag gevangenisstraf te eisen en een werkstraf van 40 uur.
De politierechter speelt het spel heel even mee en zegt, hardop denkend, heel langzaam: ‘Misschien moet ik u, ter afschrikking, een forse gevangenisstraf opleggen.’
Direct daarop, vlot: ‘Maar ik volg de eis van de officier van justitie. Heeft u dat begrepen?’ Berrie: ‘Ik ben het er mee eens.’

Met een ‘nog een prettige dag verder’ trekt hij de muts weer over het hoofd en ritst de jas dicht.
Zo verdwijnt hij in de stad, op de fiets richting moeder die misschien wel met een kopje thee op hem wacht.
De veroordeling zelf belandt in de misdaadstatistieken, statistieken zoals die ook deze week naar buiten kwamen.

De misdaad, zo luidde een conclusie, is wederom gedaald.
Tien jaar geleden registreerden we nog 1,3 miljoen misdrijven, vorig jaar waren dat er nog maar 970.000.
Dat is nog geen twee misdrijven per minuut.
Van al die misdrijven handelde het Openbaar Ministerie er 205.000 af, dat is zeg maar eentje in de drie minuten, maar wel dag en nacht achtereen en ook op zondag.

Zo kun je op duizelingwekkende wijze doorgaan met al die vrijmoedige cijfers waar sommigen van ons gretig gewenste conclusies aan verbinden over meer en minder of over veilig en onveilig.
Alsof er een causaal verband bestaat tussen misdaad en de beleving van veiligheid.

Misdaadstatistieken verbergen (ook) gebakken lucht.

Paniek in Delfzijl.
In een woning, zo wil een melding, worden mensen gegijzeld of bedreigd.
Agenten gaan ter plaatse en trekken voor de zekerheid de kogelwerende vesten aan.
Ook Harvey (37), een ex-militair, krijgt een telefoontje: zijn jongste broertje zou in problemen zijn.
Ter plaatse blijkt er niets aan de hand.
Het kleine broertje zit ongedeerd op de stoep en Harvey zegt dat hij mee moet komen, weg van daar, weg van het gedoe.
De agenten bemoeien zich er mee – dat is hun werk – en er wordt heen en weer gepraat.
De grote broer moet zich dan legitimeren.

Rechter: ‘En toen?
Harvey: ‘Toen zeiden ze dat ze mij wilden aanhouden. Ze zeiden dat ik nog gevangenisstraf open had staan, maar ik wist dat dat niet klopte. Ik werd een beetje pissig van dat geneuzel.’
Rechter: En toen?
Harvey: ‘Toen zei ik pannenkoek.’
Rechter: Op luide toon?’
Harvey: ‘Ja.’
Rechter: ‘Tegen die agenten?’
Harvey: ‘Ja. Het verdient geen schoonheidsprijs.’

Dat hij ook ‘kankersmoel’ zou hebben gezegd, ontkent Harvey met klem.
‘Mijn moeder is twee keer genezen van kanker. Ik zou dat woord nooit op die manier gebruiken. Nooit.’

De strafzaak duurt bijna een uur.
Het Openbaar Ministerie heeft de meest boze officier van justitie naar de rechtbank gestuurd. Zij ziet Harvey het liefst achter slot en grendel.
Ze eist niet alleen een taakstraf van 40 uur, maar ook zes weken celstraf die Harvey bij een eerdere veroordeling voorwaardelijk opgelegd had gekregen.
Hij liep nog in proeftijd.

Harvey: ‘Zes weken zitten omdat ik pannenkoek heb geroepen, dat is bizar.’
Fred Kappelhof, zijn advocaat: ‘Met het roepen van pannenkoek bega je geen strafbaar feit. Dan kun je ook niet worden veroordeeld.’

De politierechter ziet het anders: ‘Wie pannenkoek roept naar agenten, ook nog op luide toon, maakt zich schuldig aan belediging van een ambtenaar. Pannenkoek kan dan ook sukkel betekenen.’
Harvey wordt veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur.

Mocht u volgend jaar lezen dat in 2016 meer mensen in hoger beroep zijn gegaan dan in eerdere jaren, weet dan dat deze zaak daar een bijdrage aan heeft geleverd.

Rob Zijlstra

Catastrofale mannen

Twee jaar lang hoopte ze ’s avonds
huilend in bed op betere tijden, maar
haar vader bleef een gruwzaam man

schermafbeelding-2016-10-14-om-10-52-54Grote woorden verdienen het om spaarzaam te worden gebruikt.
Je kunt niet iedere misstand een drama, niet elk ongemak een ramp noemen, want dan sta je bij ware malheur met de mond vol tanden.

Het is dus niet zo dat het Noorden van Nederland op 13 november 2014 is ontsnapt aan een catastrofale explosie met gevolgen voor mens en omgeving.
Dat is te zwaar aangezet, het is te groots uitgedrukt.
Toch werd het deze week gezegd in de rechtszaal en moest de 44-jarige Pascal een beetje huilen. Want stel dat de Eemscentrale wel was ontploft door zijn schuld.
Wat dan?

Daar moet hij steeds aan denken, aan wat er misschien had kunnen gebeuren, dat er doden hadden kunnen vallen, eventueel, en hoe stom hij was geweest.
Sowieso.
Pascal moet af en toe even naar adem happen.
Dan weer veegt hij met de palmen tranen uit het gezicht.

Eerst dachten ze dat hij zo’n radicale milieuactivist was.
Op het politiebureau hadden ze dat aan hem gevraagd.
Ben jij dat?
Hij had nee gezegd, hij had geantwoord: ‘Ik ben steigerbouwer.’
Waarom had hij het dan gedaan, dat wil iedereen weten.
Pascal doet zijn best.

Het was razend druk op het werk, het ging maar door, want de klus moest af.
Het was zo druk dat hij geen vrije dag kon krijgen.
Daar had hij wel om gevraagd.
De oma van zijn vriendin was overleden.
Hij wilde graag bij de begrafenis zijn, maar dan moest hij dus vrij en zijn chef, een Duitser aan wie hij toch al een hekel had, gaf geen toestemming.
Het was frustratie.
En een vlaag van verstandsverbijstering.
‘Misschien was het een combi.’

Dat laatste willen de rechters niet zomaar geloven omdat er twee momenten waren geweest dat hij het had gedaan.
De eerste keer om 10.18 uur, de tweede keer om 13.39 uur.
Dan moeten dat twee opeenvolgende vlagen van verstandsverbijstering zijn geweest, wat een beetje apart is, menen de rechters.
Pascal knikt, haalt diep adem en zegt dat hij het ook niet meer weet.
En dat hij ontzettend veel spijt heeft.

Pascal had een hendel omgezet.
Omhoog gehaald.
Twee keer.

In de tenlastelegging staat dat hij ‘opzettelijk een ten opzichte van een elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld…’
Juristen snappen dat zelf ook maar nauwelijks, maar praten nu eenmaal zo.
Het komt erop neer dat Pascal de beveiliging van een hulpkoelsysteem uitschakelde en dat dat bloedlink was.
Ergens in de centrale zou iets cruciaals extreem oververhit kunnen raken.
Een explosie zoals Groningen die nog nooit had beleefd was dan niet uit te sluiten.
Omdat het een hulpkoelsysteem – een back-up – betrof moest het wel heel gek lopen zou dat ook echt gebeuren.
Maar toch.
Ongelukken schuilen in kleine hoeken.

Even na vier uur zei iemand in de centrale, ‘verrek, krijg het nou, de druk in het back-upkoelsysteem van eenheid 3 is gezakt tot onder de 1 bar’.
De medewerker drukte op de rode knop en razendsnel werd een crisisteam geformeerd en werd de halve Eemshaven afgezet.
Verder gebeurde er niets.

Pascal zucht.
De officier van justitie ook, evenals de advocaat.
Er verstrijken jaren zonder dat er ook maar een jurist in Nederland zich verdiept in artikel 161bis van het Wetboek van strafrecht.
Daarin staat dat wat Pascal heeft gedaan niet mag.
De advocaat merkt op dat zijn cliënt al zwaar genoeg is gestraft.
‘Hij is ontslagen en hij heeft het prachtige Groningen verlaten en verruild voor het saaie Waddinxveen. Genoeg, dunkt me.’
Ook merkt de raadsman op dat er geen catastrofe in de lucht heeft gehangen, maar dat er even sprake is geweest van een verminderde staat van veiligheid.
‘Ach.’

Rechters vragen aan Pascal of hij zich op die dag om 10.18 en 13.39 uur bewust was van de gevaren.
Pascal: ‘Ik heb daar op dat moment niet bij stilgestaan.’
De officier van justitie eist een taakstraf van 120 uur.

Maar dan Fred.
Fred is een ander verhaal.
Fred, 46 jaar, bloemenverkoper, is wereldwijd een catastrofe voor de mensheid.
Kleiner kan ik het – op basis van de rechtszaak waar Fred als tragisch figuur de hoofdrol speelde – niet maken.
Een collega van de perskamer noemde hem de smerigste hufter.
‘Geef mij een kwartiertje met hem alleen’, zei ze.

Fred heeft gedurende een jaar zijn jongste dochter misbruikt.
Hij had daar een reden voor: hij zat in een faillissement.
Daardoor had hij het dus ontzettend zwaar want veel stress en toen ging zijn vrouw ook nog vreemd met zijn beste vriend.
‘Het was een fase in mijn leven dat ik erg instabiel was.’

Fred zegt dat het natuurlijk geen excuus is.
Maar ja.
‘Een man met stress doet nu eenmaal rare dingen.’
Hij zegt ook dat hij natuurlijk spijt heeft.
En de rechters moeten niet denken dat het de schuld is van zijn dochter of zo.
Dat is niet zo.
Het is zijn schuld.
‘Ik heb een fout gemaakt. Ik ben verantwoordelijk.’

Hij vertelt dat zijn dochter een pittige dame was, niet gemakkelijk in de opvoeding.
Het was een keer begonnen met knuffelen.
En zo was het doorgegaan.
Zoenen op de mond. Hij met zijn tong.
Soms ging hij trimmen in het bos en dan mocht zij mee (‘nee, ik moest mee’).
Een keer wilde zijn dochter, toen 16 jaar, uit met vriendinnen.
Hij had gevraagd: wat heb je daarvoor over?
Hij was toen in dat bos met zijn vingers in haar vagina gegaan.
Tegen de rechters: ‘Heel spontaan.’

In 2013 vertelde ze alles aan haar moeder.
Ze wilde geen aangifte doen.
Twee jaar lang hoopte ze ’s avonds huilend in bed op betere tijden, maar haar vader bleef een gruwzaam man.
Een jaar geleden deed ze alsnog aangifte.

De rechters vragen: ‘Was u daar boos over, over die aangifte?’
Hij: ‘Nee. Maar ik was wel verontwaardigd.’
De officier van justitie citeert uit een verklaring van de dochter: ‘Op de dag dat ik aangifte deed, zei hij tegen mij: ‘dit is de dag dat ik je heb begraven’.

Fred vindt niet dat hij hulp nodig heeft.
‘Ik heb veel vrienden die psychiater zijn. Ik heb al met hen gepraat.’
De officier van justitie: ‘Het bewijs is easy. Hij bekent de beschuldigingen. Ik eis een half jaar celstraf, de helft voorwaardelijk.’

Ook Fred heeft het Noorden verlaten.
Hij verkoopt nu de meest vrolijk gekleurde bloemen in Amsterdam.
Alsof er niets is gebeurd.

Rob Zijlstra

 

update – uitspraak – 21 oktober 2016 
Pascal is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur. Conform dus. De rechtbank volgt in de veroordeling het  Openbaar Ministerie. Dat ziet er dan als volgt uit (fragment vonnis):

schermafbeelding-2016-10-21-om-16-10-50

Snorders en snitchers

‘U bent slim genoeg om te zien dat
ik op basis van dit dossier niet kan
worden veroordeeld voor handel in drugs.’

schermafbeelding-2016-10-08-om-23-28-29Stel – en waarom niet – ik ben directeur van een bedrijf.
En stel – nu we toch bezig zijn – dat Spike komt solliciteren.
Ik zou hem – niet op de hoogte van eventuele strafbare feiten – per direct aannemen.
Niet vanwege zijn kleurtje, maar vanwege zijn enthousiasme, zijn gedrevenheid, zijn ondernemende geest, zijn bravoure.
Ik denk dat Spike een man is die innovatief is aangelegd en in staat moet worden geacht zelfstandig te werken en beslissingen te nemen.
Zo iemand – 29 jaar – laat je niet lopen.

Ik verwacht dat Spike de baan aanneemt, want hij heeft geen werk en hij is geen man die de heel de dag thuis stil wil zitten.
Hij solliciteerde naar eigen zeggen wel duizend keer, maar nooit met een aanstelling tot gevolg. Zo raar.
Waarom dat zo is?
Zijn kleurtje.
Tegen de rechters: ‘Het lukte gewoon niet. En dan komt er niets binnen. Dan is het einde soms in zicht, snap je.’

Hij probeerde een eigen bedrijf op te zetten.
Hij had zich laten informeren en kreeg te horen dat wie een eigen bedrijf wil een half miljoen euro moet hebben. ‘En dat heb ik niet. Ik kan iemand overvallen of andermans spullen pakken, maar dat zit niet in mij. Dus dan moet je creatief denken.’

Rechters: ‘U werd drugsdealer.’
Spike schudt het hoofd.
Nee. Nee. Nee.
Zegt: ‘Ik word anders gezien dan jullie. Niet alleen hier, maar ook bij de Albert Heijn, dan kijken de mensen.’
Rechters: ‘U klinkt een beetje pissig.’
Spike: ‘Dat is het niet.’
Hij vertelt dat hij, rijdend in auto’s, ontzettend vaak wordt aangehouden door de politie.
In nog geen drie jaar tijd welgeteld 87 keer.
En waarom?
‘Vanwege mijn kleurtje. Dat is gewoon zo.’
Rechter: ‘Nou, ik kan me dan voorstellen dat u een beetje pissig bent.’’

De officier van justitie op zijn beurt ‘nee, nee, nee’.
Niks vanwege een kleurtje.
De officier van justitie zegt dat hij afstand neemt van deze insinuatie.
Het zit anders.

De politie was getipt vanuit het criminele milieu.
Snitchers vertelden aan de politie dat Spike drugs verkoopt.
De recherche wilde daar meer van weten en ging uit op onderzoek.
Het observatieteam stelde vast dat Spike heel de dag rondreed in auto’s, soms in het gezelschap van een man van wie de politie ambtshalve weet dat hij handelt in drugs.
De recherche constateerde dat Spike veel geld uitgeeft, terwijl daar geen legale inkomsten tegenover staan.
De advocaat corrigeert: ‘Het is correcter te spreken over ‘geen zichtbare inkomsten’.

De rechters: ‘Het verwijt dat u wordt gemaakt is dat u jarenlang op een onduidelijke manier geld heeft verdiend. De vraag is, het thema van vandaag, waar kwam dat geld vandaan?’
Spike reageert: ‘Ik verdiende geld met het verhuren van auto’s, een beetje met gokken en met straatraces.’

Rechters: ‘Straatraces?’
Spike: ‘Ja. Weddenschappen. Je zet geld op wie wint, wie wint krijgt het geld.’ Hoeveel hij daarmee heeft verdiend? Toch al gauw een paar duizend euro.

Rechters: ‘Gokken? Holland Casino?’
Spike: ‘Jack’s. Niet zo vaak. Ik ben gierig. De winst nam ik direct, die ging ik niet opnieuw inzetten.’

Rechters: ‘U betaalde volgens het dossier in totaal 86.000 euro aan een Century in Assen. Altijd contant.’
Spike: ‘Klopt. Ik huurde auto’s en die verhuurde ik dan weer door.’

Hij vertelt dat hij goede contacten had bij de verhuurder.
‘Ik hoefde geen borg te betalen en ik kreeg een speciale prijs. Ik verhuurde de auto’s door aan vrienden die even een auto nodig hadden. Ik heb veel vrienden.’

Rechters: Winstmarge?
Spike: ‘Natuurlijk. Ongeveer de helft. Moest ik 35 euro betalen, dan betaalden zij 60, 65 euro. Dat verschilde van persoon tot persoon. Sommige vrienden betaalden meer, sommigen minder.’ Rechters: ‘Alleen aan vrienden?’
Spike: ‘Ook aan vrienden van vrienden.’
Rechters: ‘Die mensen hadden dus een reden om bij u te huren en niet rechtstreeks. Wat voor reden zou dat kunnen zijn geweest?’
Spike haalt de schouders op en mompelt dat je dat aan hun zelf moet vragen.

Het gebeurde ook wel dat hij een auto huurde voor een volle week en dat hij die auto dan voor vier of vijf dagen doorverhuurde.
De resterende twee, drie  dagen gebruikte hij de auto zelf.
Ging hij taxi rijden, als snorder.
Ook zo kwam geld binnen.

Met dat geld kocht hij auto’s, soms voor 14.000 euro, een keer eentje van 19.000 euro.
Spike: ‘Alle mannen willen mooie auto’s.’
Waarom die auto’s niet op zijn naam stonden, blijft vaag.
Willen de rechters dat weten, dan moeten ze dat aan zijn advocaat vragen.

De rechters merken op dat ze hebben gelezen dat Spike niet alleen geen werk heeft, maar ook geen uitkering geniet. Hoe zit dat?
Spike: ‘Ik wil niet op overheidsgeld leven. Dat heb ik niet nodig.’
Rechters knikken: ‘Over uw inkomsten betaalde u ook geen belasting. Het was zwart.’
Spike: ‘Aan alles zit een consequentie vast.’

In oktober 2015 werd Spike voor de 87e maal aangehouden in een van de auto’s.
Dat was na een bezoek aan een woning aan de Westerbinnensingel, aan een pand waarvan de politie weet dat daar drugs worden verhandeld.
Het peilbaken onder de auto liet zien hoe Spike van adres naar adres reed, overal kort stopte om weer verder te gaan.
Sommige adressen bezocht hij dagelijks.
De officier van justitie: ‘Typisch het gedrag van een drugsdealer.’

Bij de aanhouding zitten er  30 bolletjes cocaïne en heroïne in zijn jaszak, bij een huiszoeking wordt 200 gram harddrugs in twee glazen potten op het aanrecht aangetroffen en nog meer drugs zijn verstopt in een auto in een garagebox.
Opgeteld bijna een halve kilo heroïne en cocaïne met een handelswaarde van 14.000 euro.

De verklaring van Spike: het was voor eigen gebruik en om te chillen met vrienden.
Niet om te handelen.
Meer wil hij er niet over zeggen, want de drugs heeft hij achter zich gelaten.
Is verleden tijd.
Tegen de rechters: ‘U bent slim genoeg om te zien dat ik op basis van dit dossier niet kan worden veroordeeld voor handel in drugs.’

De officier van justitie denkt  van wel en eist twee jaar celstraf wegens drugshandel, drugsbezit en witwassen.
Hij kondigt aan dat de criminele winst, 176.525 euro en 28 eurocent, wordt opgeëist in een nog te beginnen procedure.
Spike lijkt het de aanklager niet kwalijk te nemen.
Hij zegt: ‘Iedereen maakt fouten, da’s menselijk.’

Rob Zijlstra

 

uitspraak – 17 oktober 2016
Spike is vrijgesproken van het dealen in harddrugs. Het dossier bevat veel aanwijzingen,maar de rechtbank kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat het ook echt zo is, zo heet het. Er zijn geen verklaringen van afnemers (kopers van drugs) en er zijn ook geen tapgesprekken waaruit ondubbelzinnig blijkt dat er sprake is van drugshandel. De auto – een auto – van Spike legde weliswaar korte bezoekjes af aan vaste adressen – dealerindicatie – maar niet is vastgesteld wie er dan achter het stuur zat.

Wel bewezen: aanwezig hebben van drugs en witwassen. De ontnemingsprocedure – om vordert 176.525 euro – is in gang gezet en bestaat uit schriftelijke rondes tussen Spike en zijn raadsman en het Openbaar Ministerie. In mei 2017 volgt dan een zitting voor de rechtbank .

 

schermafbeelding-2016-10-08-om-23-27-42

Spike

 

Ontgroening

schermafbeelding-2016-10-04-om-14-47-41Het openbaar Ministerie vervolgde eerder een student wegens gewelddadigheden tijdens een ontgroening.
Student Rik B., toen 20 jaar, werd veroordeeld wegens een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Dat gebeurde in Giethoorn tijdens een ontgroening van studentenvereniging Albertus Magnus, in april 2010.

Ook in deze zaak was geen aangifte gedaan. In de rechtszaal liet het slachtoffer weten het belachelijk te vinden dat de verdachte werd vervolgd. B. had het slachtoffer in brand gestoken waarbij de jongen brandwonden opliep. Het slachtoffer vond dat het zijn eigen schuld was.

Het Openbaar Ministerie eiste destijds de maximale werkstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank veroordeelde B. twee weken later tot een taakstraf van 50 uur. De rechtbank had kritiek op het OM omdat alleen B. als verdachte was aangewezen. In de ogen van de rechters hadden meer studenten die betrokken waren bij het incident zich moeten verantwoorden.

Het rechtbankverslag (inclusief het complete vonnis): lopend vuurtje

Zwijgende babbelaar

Hij vroeg of mevrouw B.
haar pincode wilde intoetsen
op zijn mobiele telefoon

schermafbeelding-2016-10-02-om-17-57-03Oplichters zijn geloofwaardige, maar onbetrouwbare mensen.
Ze zijn vaak ook aardig en charmant en nietsontziend gemeen.
Ze zijn slim, sluw en soms een beetje sneu.
Misschien is het zo dat wie behept is met botsende eigenschappen vanzelf een charlatan wordt, een ladelichter, een slingeraar, een valse zwendelaar.

De rechtbank in Groningen veroordeelde eens Peter de parketvloerenlegger tot vijf jaar gevangenisstraf omdat hij een website had gebouwd met foto’s van de mooiste Spaanse vakantiehuisjes die je zogenaamd kon huren voor weinig.

Honderden mensen uit Nederland en België gingen met hem in zee.
Dat wil zeggen, die hadden wel zin in een weekje zon in zo’n huisje en betaalden vooraf.
Maar die huisjes waren helemaal niet te huur of al verhuurd en niet door Peter.
Sommige mensen kwamen daar pas achter toen ze op de plaats van vakantiebestemming aankwamen.

Toen duidelijk werd dat Peter een oplichter was, was hij al verdwenen, met meer dan een half miljoen euro.
Hij opereerde vanuit een bedrijfspand op een industrieterrein in Groningen.
Hij verdween niet spoorloos.
Na onderzoek werd hij in Spanje aangehouden, hollend in een doodlopende straat.

De winst van zijn praktijk bedroeg volgens de rechtbank 459.981 euro.
Dat was exclusief 139.972 euro, het bedrag dat Peter aan Google had betaald, als zijnde advertentiekosten.
Ook zo wordt Google groot.
De netto-winst is nooit boven water gekomen..

Peter zat zijn straf uit.
Eenmaal vrij pakte hij zijn werk als zelfstandig parketvloerenlegger weer op.
Een van de eerste klussen die hij in de wacht sleepte was het vervangen van vloeren in het gebouw van het ministerie van veiligheid en justitie.
Naar verluidt deed hij ook de werkkamer van toenmalige staatssecretaris Fred Teeven.

Om zoiets voor elkaar te krijgen moet je wel over bepaalde eigenschappen beschikken.

Leo (28) is er ook zo een.
Ook hij heeft eigenschappen.
Hij belt bij mensen aan, bij voorkeur bij oudere mensen en babbelt er dan vriendelijk op los.
Dat doet hij in heel Nederland, dus waarom ook niet in Groningen, zo luidt de beschuldiging van de officier van justitie.
Volgens de aanklager belde Leo aan bij de 88-jarige mevrouw B. en zei dat hij namens het waterbedrijf kwam, het bezoek was per brief aangekondigd.
Mevrouw B. kon zich een brief niet herinneren, maar liet de aardige en keurig geklede Leo binnen.
Hij controleerde de kranen, stelde vast dat het water de goede kant op stroomde en vroeg ter afronding van de controle of mevrouw B. haar pincode wilde intoetsen op zijn mobiele telefoon.
Voor de administratie.
Omdat ze misschien geld terug zou krijgen.

De bewoonster vond dat wel een tikkeltje vreemd, sowieso vond ze al die ontwikkelingen met telefoons en wat al niet meer maar vreemd, ze kon het allemaal ook niet meer bijbenen.
Ze toetste en ze kletsten nog wat, onder meer over bankpasjes die mevrouw B. veilig in het zijvakje van haar tas aan de kapstok zei te bewaren.
Ze moest er maar goed op passen, want je weet tegenwoordig maar nooit, zei Leo nog.
Daarop liet mevrouw B. de alleraardigste medewerker van het waterbedrijf uit.

Tien minuten later was er 1200 euro van haar bankrekening afgeschreven.
De politie kwam hem op het spoor.
Tijdens het pinnen maakte de pinautomaat een foto van de pinner.
Pinautomaten doen dat.
De foto werd verspreid en verscheen op beeldschermen op alle Nederlandse politiebureaus.
Een agent op een bureau in Amsterdam wilde net een slok koffie nemen toen hij een grijnzende Leo op het scherm zag.
Hij herkende de man direct.
Hij had diens hoofd kort daarvoor op de website dumpert.nl gezien, getiteld: de omaatjesoplichter.

Leo werd opgespoord en opgepakt in Doetinchem.
Had hij het gedaan in Groningen?
Is hij het op de foto?
Leo zwijgt op alle vragen van de politie, want dat recht heeft hij, ook al is hij babbelaar.
In de rechtszaal weigert hij eveneens vragen te beantwoorden.

Nog iets.
Een paar dagen voor de oplichting van mevrouw B., had een man aangebeld bij meneer M., iets verderop in de wijk.
De aanbeller vertelde dat hij van de gemeente was en dat in de straat een gaslek was gemeld.
Geen reden tot paniek maar er is wel explosiegevaar.
De boel moet even onderzocht.
Meneer M. doet er verstandig aan, zegt de gemene gemeenteman, alvast wat waardevolle spullen bijeen te rapen.

Meneer M. is ook van respectabele leeftijd en doet wat van hem wordt gevraagd want een explosie is ook zo wat.
Hij haalt zijn muntenverzameling op.
Daarna gaat hij voor een tweede keer de woning in om nog iets te pakken.
Als hij terugkomt bij de voordeur is de man van de gemeente weg.
De muntenverzameling ook.

In de rechtszaal vertelt meneer M. dat de verzameling bestond uit 56 gouden en 69 zilveren munten, de oudste munt is uit het jaar 1346, de jongste is van 1937.
Er zit een zeldzame halve Leeuwendaalder bij uit de 17e eeuw.
De verzameling, die hij heeft opgebouwd samen met zijn reeds lang overleden vader, is uniek en heeft naast historische waarde, ook een geldelijke waarde: tussen de 300.000 en 400.000 euro.

De officier van justitie zegt dat Leo nog steeds lijkt op de foto die door de pinautomaat is gemaakt, en dat beide zaken dezelfde modus operandi hebben: de manier van werken, het babbelen, komt overeen.
Er is wel een maar.
Meneer M. sprak over een ietwat groezelige man met een kale kop, terwijl mevrouw B. het had over een keurige jongeman met een eveneens keurig kapsel.

Dit brengt de officier van justitie aan het twijfelen.
Niet over de oplichting van mevrouw B.
Voor dit feit eist ze 4 maanden celstraf.
De twijfel betreft de diefstal van de muntenverzameling.
Vanwege de twijfel moet dit een vrijspraak worden.
De rechtbank doet de komende week uitspraak in deze kwestie.

Leo werd niet zo heel lang geleden veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens vergelijkbare zaken elders in Nederland.
Krijgt hij wat het Openbaar Ministerie in Groningen wil, dan komen daar 4 maanden bij.

Overigens zit Leo niet echt vast, hij zit halfopen.
Zodoende kwam hij op eigen gelegenheid naar de rechtbank in Groningen en keerde hij na afloop van de strafzaak op eigen houtje terug naar zijn halve gevangenis.

Sommige schobbejakken krijgen dat voor elkaar, die fiksen dat.

Rob Zijlstra

 

update – 6 oktober 2016 – uitspraak
Leo is vrijgesproken van zowel de diefstal van de muntencollectie (gelijk de eis) als ook van de diefstal van de pinpas (anders dan het OM). Toch bijzonder: de rechtbank acht wel bewezen dat Leo kort na de diefstal van de pas heeft gepind met die gestolen pas. Dat leverde hem 2 maanden celstraf op die hij nu aan het restant van de staf die hij nu uitzit kan toevoegen.

het vonnis (zodra gepubliceerd) 

doodlopende straat

.

 

De beste rechter

Niet de rechter als hoeder van de rechtsorde
moet meer zichtbaar worden,
als wel de rechtstaat zelf ‘

Bas Heijne, rechtspraaklezing 2016

 

loes-k

Loes Kiezebrink, getekend door rechtbanktekenaar Annet Zuurveen

Bijna niemand die het weet, maar op donderdag 29 september 2016  is de beste strafrechter van Groningen gestopt met rechter zijn.

Het hing in de lucht. Bij Koninklijk Besluit van 17 mei 2016 is aan de rechter eervol ontslag verleend in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De rechter is klaar.

Wanneer is een rechter de beste?

Als hij of zij zonder dwalingen is?
De hoogste straffen oplegt?
De pensioengrechtigde leeftijd heeft bereikt?
Vooral oog heeft voor de menselijke kant van de zaak?
Op de fiets voor het rode verkeerslicht stopt, ook als niemand dat ziet?
Alles leest en dus het dossier van a tot z kent?

In de voorbije 12 jaar (zo lang maak ik haar mee) was ze ruim 200 keer (228 heb ik welgeteld) voorzitter van de meervoudige strafkamer van de rechtbank van Groningen.
Als dat aantal van 228 exact klopt, legde deze rechter als voorzitter (met de bijzitters) in de voorbije 12 jaar  51 keer een straf op die gelijk was aan de eis van de officier van justitie, 11 maal viel het vonnis hoger dan de eis uit en 166 keer was de opgelegde straf lager dan de officier van justitie graag had gezien.

Ze deed complexe zaken, moordzaken waaronder ‘Baflo’, ze deed de vreselijkste verkeersdrama’s ook met dodelijke slachtoffers, de naarste ontuchtzaken, ze deed criminele organisaties met drugs en heel veel strafzaken met verdachten die niet zozeer op het verkeerde pad waren terechtgekomen, maar wel volledig de weg kwijt waren.

Ze verklaarde twee wietkwekers schuldig aan wietkweken, maar legde geen straf op omdat de schuldigde wietkwekers hun wiet zodanig kweekten dat ze  voorbeeldwietkwekers waren. Advocaten zeiden toen dat deze rechter met zo’n uitspraak de dapperste rechter van Nederland mag heten.

Ze was streng en deed wel eens een beetje nors.
Maar iedereen zei, je weet wat je aan haar hebt en waar je aan toe bent, ze is fair en altijd duidelijk.
Advocaten waren meestal  blij en opgelucht wanneer ze vernamen dat deze rechter een van de drie was.
Ze was kritisch, niet alleen naar verdachten met kletspraat, maar ook jegens advocaten en officieren van justitie.
Ze was tegen gezeur.

De beste rechter van Groningen heet niet Loes Kiezenbrink.
Toen ik dat schreef – Kiezenbrink met een n – kreeg ik een stevige reprimande.
Het is Kiezebrink, zonder n., dat moest ik nooit weer vergeten.

Dit alles maakt haar niet de beste strafrechter van Groningen.
Waarom dan toch?
De toon.
Altijd wist ze de juiste toon aan te slaan in het gesprek – tijdens het verhoor ter zitting – met de verdachte.
Bikkelhard als dat moest, bijna moederlijk als dat nodig was.
Altijd op het scherp van de snede en altijd was het raak.
Ze straalde niet alleen betrokkenheid uit, maar was dat ook.
Soms stormde het in de rechtszaal of namen emoties er de overhand, deze rechter bleef dan  de rust zelve.
Wie dat kan, jaar in en jaar uit, mag de beste heten.

Je kon haar wel door de stad zien fietsen, maar nooit riepen de mensen op straat dan, ‘He kijk nou, daar fietst Loes Kiezebrink, de beste rechter van Groningen.’

Maar ze was het wel.
Tot vandaag.

Rob Zijlstra

rechtspraaklezing 2016

.

 

 

Hoogezand

Stel.

Stel dat Mark Rutte of Diederik Samsom of die Halve Zijlstra wordt verdacht van ontucht met een kind.
Dat is niet zo, maar stel.

Stel, er is aangifte gedaan, er is een politieonderzoek geweest en het Openbaar Ministerie heeft op grond daarvan besloten tot vervolging: er komt (na 2, 3 jaar) een strafzaak die altijd openbaar is.
Dan komt dat dus ook in de krant.
En dan worden – aanstaande verkiezingen of niet – Mark, Diederik en die Halve met naam en toenaam genoemd.
Zonder aanzien des persoons.

Mark R., Diederik S. of die Halve Z., het zou potsierlijk wezen.

Verreweg de meeste mannen die worden verdacht van het verkrachten van kinderen (want dat is doorgaans ontucht) hebben in de krant (en hier ook) niet een volledige naam.
Die heten P., R. of I.
Dat is vanwege een goed gebruik in de Nederlandse journalistiek.
Wij zijn er niet voor om extra leed toe te voegen.
Wij zijn daar ontzettend rooms in.

De grote vraag die keer op keer weer opduikt is: waar ligt de grens?
Hoe dicht moet je Rutte of Samsom of die Zijlstra naderen alvorens je ook met naam en toenaam mag worden genoemd?
Op krantenredacties zijn daarover altijd lastige discussies.

Die wel en waarom die dan niet?
De PvdA’er niet en de CDA’er wel?
Natuurlijk niet.
Nog wel of niet meer politiek actief?
Ja, dat speelt een rol.
Publieke functie?
Ja, voorbeeldfunctie, dan publiceren.
Maar stel dat hij over twee weken wordt vrijgesproken?
Uuh, nou dat publiceren we dan ook.

Maandagochtend zal deze discussie op de redactie van Dagblad van het Noorden voor de derde of vierde keer dit jaar worden gevoerd.
Derde of vierde keer?
Wat is er dit jaar loos met onze lokale politici, dat kun je je ook afvragen.
Ditmaal moet het gaan over een actief lid van de gemeenteraad van Hoogezand-Sappemeer.

Ik ben benieuwd naar de uitkomst van onze discussie ditmaal.

Rob Zijlstra

 

update 27 september 2016

 schermafbeelding-2016-09-27-om-10-39-44