Uitgelicht

8 mei  2021
Abstract ding 

nieuw rechtbankverhaal |

Demissionair minister van Rechtsbescherming Sander Dekker denkt dat mensen denken dat de rechtsstaat een abstract ding is dat schuilt in een ivoren toren. Maar dat is niet zo. Niks abstract, de tranen van Laura, voormalig winkeldief, waren echt, evenals haar blijdschap na afloop → abstract ding [premium]

1 mei 2021 | Het zwijgrecht is een dingetje. Een ding. Het is pijnlijk voor slachtoffers en nabestaanden en meer dan lastig voor rechters. Rechters moeten oordelen (en veroordelen) en om dat goed te doen, willen rechters zo veel mogelijk weten. En het liefst: de waarheid. Want de waarheid is het meest eerlijk → De zwijgende waarheid 

2021 | CHUN | Schaamteloos | update:  chun, de man die niet bestaat | opinie: racistische affaires

de laatste  14 verhalen:

de moeder van Lars | over een drama in de familie
de hoody | over Henk S.
het schoolvoorbeeld | over sloom strafrecht
kladderige mannen | over wat nooit went
onwaarschijnlijke waarheid | over een veelpleger
de strafbare dader | over noodweer
Mama Afrika, papa Europa | over een moeder
het rommeltje | over de prioriteiten van hennep
slechte mensen | over slecht doen en slecht zijn
de media | over dat je niet alles moet geloven
interview met de president | over de rechtspraak
niks wou |over een verschrikkelijk verkeersongeluk
lachen en buikpuin | over de verkeerden die moeten betalen
hardshit en gedoog | over narigheid ter hoogte van Winsum

Zwijgende waarheid

Hoe kom je achter de waarheid als je er zelf niet bij bent geweest? Dat is een vraag van jewelste. Met logisch nadenken, het gezond verstand gebruiken, kom je een heel eind. Maar er gebeuren ook onlogische dingen en daar is het boerenverstand niet tegen opgewassen.

In de rechtszaal draait het om de waarheid. Waar de waarheid onbekend is, woekeren de geruchten. En rechters veroordelen niet graag iemand op basis van prietpraterij.

Waarheid is het meest eerlijk.

Twee weken geleden stond zittingszaal 14 in het teken van de vraag wie de Griekse restauranthouder Lazaros Kounatidis uit Groningen heeft vermoord. Aan het einde van de tweedaagse zitting lag er geen helder antwoord.

De restauranthouder kwam om bij een ruzie met de drie mannen die nu de verdachten zijn. Ze waren erbij, in de buurt, toen Kounatidis op straat ineen zeeg en stierf. Hij werd tweemaal met een mes in de rug gestoken. Dat werd hem fataal.

Een van de drie moet het hebben gedaan, maar allen ontkennen. Dat kan in woord en gebaar, maar de waarheid kan het niet zijn. Vooralsnog ligt die waarheid niet eens in het midden, maar is die verspreid over de gevangenissen in Leeuwarden, Zwolle en Lelystad waar de verdachten worden vastgehouden. Zij zwijgen over wat ze weten.

Zo complex is het niet altijd. Vaak komt de waarheid samen met de verdachte de rechtszaal binnengewandeld. Camera’s hebben het geregistreerd, de aanwezigheid van DNA valt maar op één manier te verklaren, de onderschepte WhatsApp-berichten zijn niet voor velerlei uitleg vatbaar.

Hier komt nog bij dat veel verdachten gewoon bekennen dader te zijn. Zolang een bekentenis een beetje logisch in elkaar steekt en het boerenverstand niet tart, is waarheidsvinding als ademhalen.

Soms zijn er verdachten die de waarheid bespotten. Hun woorden zijn dan zo vals dat de waarheid als vanzelf in de rechtszaal opstaat. Er was eens een drugsverslaafde man die werd verdacht van twee nachtelijke autokraken, een specialisme dat hij al jaren beoefende. In de rechtszaal bekende hij grif, niet alleen die twee kraken, maar daarnaast nog eens een stuk of 300.

Rechters, vol ongeloof: ,,In één nacht?’’
De verdachte knikte: ,,In één nacht.
Zijn advocaat: ,,Ho, ho. Mijn cliënt liegt, edelachtbare. Kijk naar hem, alleen al fysiek zou hij daartoe niet in staat zijn.’’

De waarheid paste niet.

Niet alleen de rechters, ook officieren van justitie, de strijders tegen de misdaad, hebben de opdracht de waarheid boven alles te stellen. Bij twijfel hoort de aanklager vrijspraak te eisen.

Tijdens het proces rond de dood van Lazaros Kounatidis viel op dat de officier van justitie slechts twintig minuten nodig had om van de verdachten daders te maken. Dat is in zo’n ernstige zaak met nog vragen zonder antwoorden zeldzaam kort.

De drie advocaten hadden vervolgens ruim drie uur nodig om de beschuldigingen te weerleggen. De officier van justitie bleef na die drie uren zitten, zei niets nieuws te hebben gehoord en vond het – wat heel ongebruikelijk is – onnodig te reageren. Hij zei nog wel: ,,Ik kan heel veel gaan zeggen, maar we worden het toch niet eens.’’

Alsof dat moet.

De officier van justitie betichtte de drie verdachten van leugens. ,,Met hun valse woorden hebben ze een kuil gegraven waar ze niet meer uitkomen.’’ Hij noemde dat de valkuil. ,,Ze hebben het gewoon alle drie gedaan. Hun gedrag heeft geleid tot de dood van Lazaros Kounatidis. Samen hebben ze voor eigen rechter gespeeld. En dan is het samen uit, samen thuis.’’

Dat samen thuis betekent in dit geval samen acht jaar het gevang in en pas daarna naar huis. Willen ze dat niet, of twee van hen niet, dan moeten ze maar praten in plaats van zwijgen, klonk het.

Als de verdachten zwijgen is waarheidsvinding meer iets voor rechters, leek hier de boodschap van het Openbaar Ministerie te zijn.

Ook deze week werden de rechters geconfronteerd met een zwijgende verdachte. De 17-jarige Iwan heeft een rol gespeeld bij de moord op de 19-jarige Chris Kalfsbeek uit Groningen. Ook hij werd, in september vorig jaar op het schoolplein waar hij als kind had gespeeld, doodgestoken. Niet door Iwan, maar hij was er wel bij.

De rechters moesten zien te achterhalen wat zijn rol is geweest. De 17-jarige was niet van plan de rechters wijzer te maken en beriep zich op het zwijgrecht. De rechters keken zorgelijk. Want hoe te oordelen als ze niet weten wat er is gebeurd?

De jonge verdachte kwam met een korte verklaring die hij op een briefje had geschreven ,,Ik vind het vreselijk wat er is gebeurd en ik heb het niet gedaan.’’ Daar moesten ze het maar mee doen.

De rechters: ,,Je zegt dat je het heel erg vindt, maar je wilt niets vertellen. Je zegt dat je de waarheid vertelt, maar het lijkt alsof je iets te verbergen hebt. Waarom wil je niets verklaren?”
Iwan: ,,Ik ga daar geen antwoord op geven.’’
Rechters: ,,Dat is je goed recht, maar het is misschien niet de beste keuze.’’
Iwan: ,,Zo wil ik het.’’

Zijn advocaat Gerald Roethof kwam wel met een verklaring. Hij zei tegen de rechters: ,,Het is een illusie te denken dat op een zitting duidelijk wordt wat er precies is gebeurd. Waarom geeft mijn cliënt niet meer duidelijkheid? Waarom vertelt hij niet wat er is gebeurd? Omdat ik Iwan heb geadviseerd te zwijgen. In de rechtszaal gaat het vaak fout op grond van onhandige verklaringen van de verdachte. U ziet de verdachte een paar uurtjes. Ik maak hem veel langer mee. En ik zie hoe hij is. Dat hij onhandig is met woorden. Ik moet hem beschermen. Daarom heb ik hem gewezen op het belang van het zwijgen. De rechtbank mag hieruit niet afleiden dat hij iets te verbergen heeft.’’

De advocaat had natuurlijk gelijk. Niemand kan worden gedwongen tegen zichzelf bewijs te leveren. Daarom is er het zwijgrecht, een groot goed, ook al helpt het niet mee de waarheid dichterbij te brengen.
De mens in de rechter zal geen hartstochtelijk aanhanger zijn van het zwijgrecht. Maar de rechter in de mens zal dat nooit hardop uitspreken, want het zwijgrecht is een mensenrecht.

En daar moeten wij het mee doen.

rob zijlstra

UPDATE – uitspraken zaak Lazaros Kounatidis
In de strafzaken rond de gewelddadige dood van Lazaros Kounatidis hebben de rechters de waarheid gevonden. Eerder dan verwacht, ze deden vervroegd uitspraak. De rechters hebben een heel andere visie op de zaak dan het Openbaar Ministerie. Geen medeplegen, niet samen uit, samen thuis.

Twee mannen zijn vrijgesproken van het levensdelict. Zij werden wel veroordeeld voor openlijk geweld en een van hen ook voor mishandeling en vernieling.  De straffen: 5 en 7 maanden cel. De derde, Robin P., is volgens de rechters de man die de restauranthouder heeft neergestoken. Hij kreeg 7 jaar celstraf wegens doodslag.  Hierbij is in het voordeel van P. rekening gehouden met het feit dat Kounatidis de confrontatie zocht.

>> meer: dagblad van het noorden [premium]

het vonnis van robin p (klik voor volledige uitspraak)

 

Moeder van Lars

Het nieuwsbericht zal voor menig ouder even schrikken zijn geweest. Een 13-jarige jongen uit Eindhoven had dapper meegedaan aan rellen rond de avondklok, wat vrolijk gepaard was gegaan met het plunderen van de Jumbo. De kinderrechter beloonde hem afgelopen week met een leerstraf. De ouders, besloot dezelfde rechter, draaien op voor de door zoonlief aangerichte schade. Ze moeten 18.000 euro betalen.

Dat wordt jarenlang geen zakgeld.

Het is de angst van ouders: dat, hoe goed jij je best ook doet, je kind van het rechte pad afkukelt en dat hij zich dan op een kwade dag schuldig maakt aan zaken die het stadium van kattenkwaad ver voorbij zijn. Of nog erger.

Ik heb veel vaders en moeders in de rechtszaal zien zitten, elkaars hand vasthoudend, terwijl ze door de tranen heen naar hun zoon staarden die voor hen verdachte zat te wezen, wetende dat hij terug moest naar de gevangenis.

Als ouder je kind in de gevangenis te moeten bezoeken, daar achter te moeten laten, hoe akelig moet dat wel niet zijn?

Wie strafzaken volgt, zoals rechtbankverslaggevers dat doen, weet dat na de meest verdrietige strafzaak altijd weer een zaak komt van een nog grotere droefenis.

Het is donderdagochtend, kwart over negen. De strafzaak had al moeten beginnen, maar Lars (33) wil niet komen, hij wil in het Justitieel Complex Zaanstad blijven waar hij al een tijd vastzit. De rechters beslissen anders. Ze willen, zeggen ze, de zaak nu afhandelen. Er zitten ook slachtoffers in de zaal, zijn ouders. Ook daarom sturen de rechters een busje naar Zaanstad om Lars op te halen. Even na een uur in de middag is hij er.

Ik heb Lars al eens eerder in de rechtszaal gezien. In september 2019. Hij stond toen onder meer terecht wegens bedreiging. Op Facebook had hij opgeroepen moslims te doden. Hij plaatste het bericht exact een jaar na de gruwelijke aanslag in concertzaal Bataclan in Parijs.

De officier van justitie had gezegd dat zo’n oproep tegenstellingen en spanningen in de samenleving aanwakkert en dat dat ,,in deze tijd onacceptabel’’ is. Omdat het toen om oude feiten ging, kreeg Lars (die alles ontkende) geen straf, maar een flinke waarschuwing in de vorm van een jaar voorwaardelijke celstraf.

Donderdag is hij er dus weer, ogenschijnlijk rustig en bijzonder zelfverzekerd. Twee meter naast hem zitten zijn ouders, moeder en stiefvader. Zij houden elkaar vast.

Lars wordt ervan verdacht dat hij zijn moeder wilde doden. Eerst zijn moeder en daarna zijn stiefvader. Met een groot mes. De officier van justitie heeft tweemaal een poging tot moord dan wel doodslag ten laste gelegd. Dat zijn de beschuldigingen.

Het zijn de woorden van Lars die raken. De woorden klinken uit zijn mond als krijsend staal, ze doen pijn aan de oren.

De rechters vragen of het waar is wat de officier van justitie beweert?
Lars, meedogenloos: ,,Het klopt. Ze moesten dood. Dat vind ik nog steeds. Ik heb geen spijt. Ja, het spijt me dat ik niet vaker heb gestoken, want ik heb gewoon zoiets van, ze moeten dood.’’

Beide ouders raakten zwaargewond. Voor het leven van de moeder werd vier weken lang gevreesd. Veel van wat ze konden, kunnen ze nu, fysiek, nooit meer.

Bij de politie was die zondagmiddag rond half een via 112 een melding binnengekomen: twee mensen neergestoken in woning. Er rijdt een politieauto in de buurt, twee agenten zijn er snel. Ze zien bloed, veel bloed en overal. Lars wordt niet heel veel later in de omgeving aangehouden.

Rechters: ,,Waarom verliet u de woning?’’
Lars: ,,Nou ik was daar niet echt voor de gezelligheid.’’
Rechters: ,,Is het waar dat u nog achter uw gewonde vader bent aangerend?’’
Lars: ,,Nee, maar achteraf was dat wel beter geweest.’’
Rechters: ,,U stak uw moeder neer en toen moest zij van u in bad gaan liggen. Waarom?’’
Lars: ,,Vanwege de hygiëne. Al dat bloed, die troep. Een bad maak je makkelijk weer schoon.’’

Hij vertelt dat er een oorlog gaande is. Tegen de rechters: ,,Zij denken dat ze winnen.’’ Richting zijn ouders: ,,Maar op een dag moeten jullie voor mij buigen.’’ Dan weer tegen de rechters: ,,Als ik vrijkom, maak ik ze alsnog af.’’

Daags voor het drama was er een engel bij hem gekomen en die vertelde wat hij al jaren vermoedde. Hij is gestolen. ,,Mijn moeder is niet mijn moeder. Zij heeft haar dode kind in de wieg van mijn echte moeder gelegd en mij meegenomen. Omgewisseld. Mijn hele leven hebben ze mij voorgelogen. Ik ben opgevoed door een vrouw die mijn moeder niet is.’’

De rechters hebben in de rapportages van het Pieter Baan Centrum gelezen over demonen die in het hoofd van Lars spoken. Het zijn er vijf tot acht en altijd dezelfden. Hij zegt dat hij ze kan zien, horen, voelen en ruiken, heel de dag door. ,,Het zijn dode mensen en ze stinken naar viezigheid.’’

Gedragsdeskundigen zeggen dat Lars lijdt aan waanbeelden, aan schizofrenie van het paranoïde type. Lars: ,,Dat is hun mening.’’

Een van de rechters: ,,Stel nou dat u het mis heeft, dat het niet waar is wat u denkt. Dat de mevrouw die hier is, wel uw echte moeder is?
Antwoord: ,,Dan moeten ze dat eerst bewijzen met dna.’’

Een paar keer lacht hij. Zegt: ,,Jullie gaan me toch niet veranderen, ook niet als jullie mij in de behandeling stoppen. En ik blijf ook blowen.’’

De officier van justitie heeft aan het einde van de middag niet veel woorden nodig. Wat Lars heeft gedaan kan hem niet worden toegerekend vanwege de stoornissen. Hij eist waar Lars al op had gerekend: tbs met dwangverpleging. ,,Voor iedereen beter, ook voor de verdachte.’’

De ouders lezen allebei vol smart een verklaring voor. Dat ze altijd bang zijn geweest voor de dag waarop het gebeurde. Toen Lars 12 jaar was, was er al iets mis. Jarenlang hadden ze gezocht naar passende hulp, alles aangepakt en geprobeerd. En alles vergeefs, hulp die nodig was, was er niet. Ze vertellen hoe verdrietig ze nu zijn en hoe vreselijk machteloos ze zich voelen.

De rechters hadden nog gevraagd of de ouders voor altijd bang voor hem moeten blijven.’’
Hij antwoordde genadeloos: ,,Ja. Dat lijkt me wel gezond.’’

Als ze de rechtszaal verlaten slaat hun dochter de armen om de schouders van haar moeder en om die van vader heen. Mondkapjes vangen de tranen op.

Zet ’m op zus.
Zet ‘m op vader.
Zet ’m op moeder, moeder van Lars.

Rob Zijlstra

De hoody

Wie mensen uitbuit loopt het risico zich op een dag te moeten verantwoorden voor de strafrechters van de mensenhandelkamer. Witteboordenboeven verschijnen voor kundige rechters van de fraudekamer. De pluimveehouder met 16.891 krioelende kippen in zijn schuur, terwijl de bedrijfsadministratie rept van 15.935 ‘eenheden’ moet dat als verdachte komen uitleggen bij de economische politierechter.

Dit zijn de specialisaties van het strafrechtbedrijf. Rechters die mensenhandel doen moeten meer dan gemiddeld weten over het grote buitenland, binnen de fraudekamer is gedegen financiële kennis een must en economische politierechters moeten goed kunnen tellen.

Waarom we wel deze specialisaties hebben, maar geen speciale strafkamers voor verdachten die elders psychiatrische patiënten heten, is mij een raadsel.

Strafrechters moeten immers niet alleen het gedrag van de slechte mens beoordelen, maar moeten ook de gestoorde mens weten te doorgronden. Rechters varen dan op deskundigen, op forensische gedragswetenschappers waar in Nederland ook nog eens een groot tekort aan is (een ander probleem).

Als werkelijk niemand meer weet wat met een verdachte te doen, dan is er de tbs. Ultimum remedium, het laatste redmiddel, volgens sommigen het afvoerputje van het strafrecht.

Strafrechters sturen niet alleen verdachten als patiënten naar tbs-klinieken, zij moeten om de twee jaar ook beslissen of deze ingrijpende maatregel moet worden voortgezet. Of niet. Meestal wel.

Alleen afgelopen week waren er al drie gecompliceerde zaken van ernst waar speciale kennis niet overbodig zou zijn.

Hij komt de rechtszaal binnen als Gerrit en verlaat die een uurtje later als Mustafa.
Rechter: ,,Weet u nog wat er is gebeurd?’
Gerrit: ,,Kent u Jezus Christus?’’
Rechter: ,,Niet persoonlijk, nooit ontmoet.’’
Mustafa: ,,Ik bedoel Allah.’’

Hij heeft een kennis met wie hij wiet wilde roken neergestoken. Zelf denkt hij te zijn aangevallen door twee mannen die veranderden in zwarte katten.

De officier van justitie zegt dat de deskundigen denken dat er sprake is van schizofrenie, van paranoïde denkbeelden, van een niet nader gedefinieerde persoonlijkheidsstoornis, dat er een causaal verband bestaat tussen de zieke geest en het delict. Dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is, dat tbs met dwangverpleging dus de enige optie is.

Ik verwacht dat de rechters Gerrit-Mustafa (31) naar een tbs-kliniek sturen. Wat moeten ze anders? Een betrokkene zegt dat dat misschien wel het beste is, maar ook triest. ,,Want eenmaal daar komt-ie er nooit meer uit’.

Dan Mitch. Die zit al in de tbs. Al 7 jaar. Hij is nu 25. Hij moet wel de jongste mens zijn die in Nederland tbs heeft gekregen. Voor zijn 18e zat hij meestal opgesloten in jeugdklinieken. De dwangbehandeling die rechters in 2014 hebben opgelegd is (nog) niet van de grond gekomen.

Binnenkort wordt hij overgeplaatst naar zijn vijfde kliniek, in de hoop dat daar wel iets lukt. Zo niet, dan rest ‘landurige zorg’, wat geen longstay meer mag heten maar wat het wel is. 25 jaar en afgeschreven. Dat zijn behandeling na zoveel jaren nog altijd niet is begonnen, komt omdat hij tegendraads is, wat te maken heeft met zijn ziekelijke stoornis.

Toen Mitch nog maar 17 jaar was, heeft hij in Hoogezand een jonge vrouw verkracht. De verwachting is dat hij – hij die nog nooit echt heeft geleefd – de rest van zijn leven ‘binnen’ zal zitten.

Mitch was afgelopen week via een beeldverbinding even in de rechtszaal aanwezig om het allemaal aan te horen. Vriendelijk gezicht, beleefde antwoorden op de vragen van de rechters aan wie is gevraagd de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.

Via diezelfde beeldverbinding zit ik ineens oog in oog met Henk S. (51).

Henk S., zegt zijn advocaat, is een merk in tbs-land. Een slecht merk wel te verstaan, want de reputatie van gevaarlijk en agressief zit’m in de weg. ,,En dat is jammer want Henk S. is in de loop der jaren milder geworden. Hij vliegt nog wel eens uit de bocht, maar hij blijft binnen de grenzen.’’

Al 23 jaar achtereen zit hij opgesloten. In 2001 kreeg de in Veendam geboren S. tbs met dwangverpleging. Toen hij werd aangehouden – een jaar eerder – zat hij al in de gevangenis vanwege een zedenzaak. Ook hier heeft het Openbaar Ministerie aan de rechters gevraagd de tbs met de maximale duur – dus met twee jaar – te verlengen.

Hebben Gerrit en Mitch in de toekomst misschien nog een kleine kans, Henk S. komt nooit meer vrij. Hij wordt niet behandeld, omdat hij zich niet, zegt hij tegen de rechters, als een beest wil laten behandelen. Mompelt in de camera: ,,Het heb toch geen zin.’’

In 1994 vermoordde hij Annet van Reen uit Utrecht, in 1997 bracht hij in Groningen studente Anne de Ruijter de Wildt om het leven. Van een in datzelfde weekeinde gepleegde moord op prostituee Shirley Hereijgers, ook in Groningen, werd hij vrijgesproken.

Tijdens de rechtszaak in 2001 gebeurde er in zittingszaal 14 iets ongewoons. Op verzoek mocht hij van rechtbankvoorzitter Frank Wieland zijn hoofd verschuilen in zijn capuchon, in zijn hoody. Hij wilde niet zichtbaar zijn, onherkenbaar blijven voor de nabestaanden die vlak achter hem zaten.

Een rechtbankverslaggever zit altijd achter de verdachten en ziet dus vooral ruggen. Maar als er een beeldverbinding is, kijk je de verdachte recht aan. Ik zie hoe Henk S. zijn gezicht net als 20 jaar geleden probeert te verstoppen in een hoody. Een begeleidster zegt dat hij niet in beeld wil verschijnen. Hij doet dat, als rechters erop aandringen, wel maar met zichtbare weerzin.

De rechters willen hem zien omdat ze vragen hebben en over hem moeten beslissen. Hoe het gaat? S. zegt dat-ie daar ‘niks over heb te zeggen’. Waarom niet? ,,Dan word ik geïrriteerd.”

Hij mag dan milder zijn geworden, zijn huidige status is ‘extreem vlucht- en beheersgevaarlijk’. Hij valt onder de zeer intensieve en specialistische zorg (zisz), met het hoogst mogelijke beveiligingsniveau. Zijn omgeving is altijd in staat van paraatheid. Dat hij door zijn kleine leven strompelt met een dwarslaesie, opgedaan bij een geweldsincident in de gevangenis, doet daar niet aan af.

De rechters houden hem voor dat een behandeling maar niet wil lukken. ,,Omdat u weigert mee te werken.’’ Vanuit de duisternis van de hoody: ,,Ik heb nooit een behandeling gehad omdat het mij niet wordt aangeboden. En als het je niet wordt aangeboden, ken je er ook niet aan meewerken hè.’’

Zo gaat het al 20 jaar.

Dat graaiende ondernemers en sjoemelende kippenboeren een rechtbank krijgen met experts, is mooi. Maar waarom psychiatrische patiënten in het strafrecht het zonder gespecialiseerde rechters moeten stellen, vind ik een vraag waard.

Dus: waarom?

rob zijlstra

Het schoolvoorbeeld

Wanneer het precies was, weet ik niet meer. Het was in ieder geval na de uitspraak van de rechtbank toen het Openbaar Ministerie belde. Wie mij benaderde kan ik mij ook niet meer herinneren, wel wat het verzoek was: of ik wilde meewerken aan een film over een verhaal dat ik had geschreven.

Natuurlijk begon van alles te gloeien en flitste er een carrière voorbij waar ik tot dan toe niet van had durven dromen. Een film. Een film van mijn verhaal! Was ik binnen?

Het moment van euforie was van korte duur. Ik had immers niet Hollywood aan de telefoon, maar iemand van het Openbaar Ministerie. De vraag was of ik wilde meewerken aan een soort van voorlichtingsfilmpje voor intern gebruik. Omdat ik zo helder had verwoord over een strafzaak die het schoolvoorbeeld mocht zijn van hoe het niet moest.

Het filmpje zou furore maken in het land van officieren van justitie en hun medewerkers, ze zouden er wakker van liggen, ze zouden de schoolvoorbeelden van hoe het niet moet ter harte nemen en daarna zou alles beter worden.

Zoiets was het idee.

Ik antwoordde dat ik er even over wilde nadenken, maar wist toen al dat ik dit voorlichtingsfilmavontuur aan mij voorbij zou laten gaan. Wat ik te melden had, had ik opgeschreven en dat had ook allemaal in de krant gestaan. Daar moesten ze het maar mee doen.

Ik geloof niet dat die film er uiteindelijk is gekomen. Na die uitspraak van de rechtbank is de zaak in kwestie een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet gebleven, tot op de dag van vandaag.

Het lelijke verhaal is vaker verteld, maar kent helaas ook nieuwe hoofdstukken.

In een lommerrijke laan in Haren woonde de welgestelde mevrouw Rosingh. Zeven jaar geleden, in mei 2014, schreef ik voor het eerst over haar, zij was toen 96 jaar. Mevrouw Rosingh bleek het slachtoffer te zijn van oplichters. Een echtpaar, zeg maar Henk en Marian, aan wie zij haar vermogen had toevertrouwd, had haar jarenlang besodemieterd. In mei 2014 werd het echtpaar in zijn kapitale villa in Haren gearresteerd.

De arrestatie volgde op een onderzoek van de politie en de Belastingdienst. Uitgevogeld was dat de huisarts mevrouw Rosingh eind 2009 niet meer handelingsbekwaam achtte, een lot dat wel meer mensen van in de 90 is beschoren. Al in 2006 had mevrouw het echtpaar aangewezen als gevolmachtigden. Henk, belastingadviseur, en Marian kregen vrij spel en maakten daar gretig gebruik van.

Met het geld van mevrouw Rosingh betaalden ze hun eigen energierekeningen, ze deden de boodschappen ervan, boekten vliegtickets voor leuke reisjes naar Italië, ze deden schenkingen aan de eigen kinderen en ze konden ook zorgeloos hun mooie wagenpark onderhouden.

Betrokken buren vertrouwden het niet en trokken in 2013 aan de bel bij de buurtagent. Die keek niet weg, maar deed wat hij moest doen wat leidde tot het onderzoek en de arrestaties in mei 2014.

De dementerende mevrouw Rosingh was toen al een paar ton kwijtgeraakt.
In 2015 overleed ze.
Onwetend.

Toen de politie de arrestatie in 2014 bekendmaakte kwam er ook een persbericht. Daarin stond dat er jaarlijks zo’n 30.000 kwetsbare ouderen het slachtoffer zijn van financiële uitbuiting. Daders zijn vooral familieleden, mantelzorgers en professionele dienstverleners. Aangiftes blijven vaak achterwege, vanwege de schaamte. Met het persbericht vroeg de politie aandacht voor deze verborgen vorm van veelvoorkomende criminaliteit.

Je denkt dan dat zo’n zaak in het verlengde van de politie voortvarend wordt opgepakt door het Openbaar Ministerie. Maar dat gebeurde niet. Integendeel. Het strafdossier werd door een kreupele slak door de gangen van de strafrechtketen gesleurd. Ik zie fraaie filmische beelden die worden ondersteund door de bittere klanken van een cello.

Het duurde twee jaar voordat de zaak werd voorgelegd aan de rechtbank in Groningen. Niemand kon uitleggen waarom. De rechters waren er wel snel klaar mee. Henk en Marian, dan 51 en 52 jaar, werden toen schuldig bevonden en in april 2016 veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf.

Dat hadden er 24 moeten zijn, maar omdat het allemaal zo lang had geduurd kregen ze korting. Een half jaar later, in oktober 2016, werden beiden ook veroordeeld tot het terugbetalen van het geroofde geld. Het Openbaar Ministerie had om bijna een miljoen gevraagd, maar de rechters vonden ruim 300.000 euro voldoende.

Het echtpaar was het er niet mee eens en ging in hoger beroep. De slak sleepte zich moedig voorwaarts en na drie jaar had het uitgeputte beestje het gerechtshof in Leeuwarden bereikt. De hofrechters maakten gehakt van de verweren van het echtpaar. Henk en Marian werden in maart 2019 opnieuw veroordeeld.

Omdat het weer veel te lang had geduurd kregen ze nog een keer korting op de straf. Bleef over: achttien maanden celstraf waarvan ook nog eens zes maanden voorwaardelijk. Een jaar zitten dus. Daarnaast: het samen afdragen van bijna 500.000 euro, fors meer dan de rechtbank had bepaald.

Het was geen verrassing dat het echtpaar – dan nog steeds op vrije voeten, nog geen cent teruggegeven – zich er niet bij neerlegde. Ze stelden in 2019 cassatie in bij de Hoge Raad der Nederlanden. De vraag waar de hoogste rechtsinstantie zich over moet buigen is of de uitspraak van het gerechtshof juridisch oké is of dat er hiaten zijn waardoor de zaak overnieuw moet.

Ik voer nog eenmaal dat arme beestje ten tonele. Ditmaal duurt de slakkengang ruim twee jaar. Sinds vorige week ligt er een conclusie op tafel, dat is een soort advies aan de Hoge Raad. En dat luidt, kort gezegd: de veroordeling door het hof is dikke prima, maar de ‘redelijke termijnen’ zijn wel overschreden, de straf zou dus nog een keer moeten worden verlaagd. De Hoge Raad doet eind mei uitspraak.

Het verhaal is hier bijna ten einde, maar nog niet afgelopen. Het Harense echtpaar heeft niet alleen mevrouw Rosingh financieel kaalgeplukt, maar er ligt een nieuwe verdenking. Ze zouden ook een apothekersechtpaar (inmiddels overleden) uit Drenthe voor 160.000 euro hebben bedonderd.

De familie deed in 2016 aangifte, maar het Openbaar Ministerie zag er toen geen zaak in. Daarop werd een klacht ingediend bij het gerechtshof. In oktober 2019 oordeelde het hof dat het Openbaar Ministerie ook deze zaak moet voorleggen aan de rechtbank in Groningen. Dat is, echt waar, nog niet gebeurd.

Ik blijf deze zaak volgen.
Ik kan niet uitsluiten dat als dit zo doorgaat, het echtpaar uit Haren uiteindelijk geen straf krijgt, maar geld toe.
En dan bel ik Hollywood.

rob zijlstra

 

Racistische affaires

Wat de belastingdienst is voor de toeslagenaffaire, is de IND voor het ongekende onrecht dat mensen wordt aangedaan die niet in Nederland mogen blijven, maar het land ook niet kunnen verlaten.

Oorzaak: het rigide beleid van de Nederlandse overheid waarbij de menselijke maat volledig ontbreekt.

De toeslagenaffaire is een racistische affaire, concludeerde oud-Ombudsman Alex Brenninkmeijer. Het ongekende onrecht dat veel mensen die in Nederland verblijven, maar hier alle mogelijkheden wordt ontnomen om hier ook te kunnen leven, kan niet heel anders heten.

Het beleid van de IND is gebaseerd op geïnstitutionaliseerd wantrouwen, de politiek steekt de kop in het zand en het bestuursrecht – rechters – houden het bestuur de hand boven het hoofd.

Dit laatste concludeert een groep wetenschappers in een artikel in het Nederlands Juristenblad (NJB).

→ artikel Nederlands Juristenblad [pdf]

In januari vorig jaar ben ik gaan schrijven over de zaak van de 33-jarige Chun Yan uit Groningen die al meer dan 18 jaren in een uitzichtloze situatie zit. Het probleem van Chun is dat hij ademt. De Nederlandse overheid heeft een simpele oplossing voor dit probleem:  het bestaan van Chun wordt simpelweg ontkend.

Hij is wel, maar bestaat niet.

dossier Chun

Tot op de dag van vandaag wordt het leven van Chun willens en wetens door de Nederlandse overheid – IND – onmogelijk gemaakt. Er werden een jaar geleden tot tweemaal toe in de Tweede Kamer vragen gesteld aan de verantwoordelijke bewindslieden. Ze kwamen weg met leugens. Een Kamerlid zei: ,,Tja, dan houdt het voor ons ook een beetje op.’’

Maandag – 12 april 2021 – is een rapport verschenen, opgesteld door advocaten, over ongehoorde misstanden in het vreemdelingenrecht. Het verslag is aangeboden aan Tweede Kamerleden en aan Bart Jan van Ettekoven, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Ik hoop dat dit rapport eraan bijdraagt dat de wind langzaam maar zeker anders gaat waaien en dat politici, bestuurders (en rechters) tot het inzicht komen dat een rechtsstaat waarin de mensenrechten niet voor iedereen gelden geen rechtsstaat is, maar een samenleving vol racistische affaires.

Een meerderheid wil dat niet.

Rob Zijlstra

lees ook: hoe de kinderen van het generaal pardon tweederangs burgers werden [dvhn, premium]

Kladderige mannen

Ik heb het lijstje met strafzaken van de afgelopen vijftien jaar in zittingszaal 14 er even bij gepakt en gekeken naar de leeftijden in relatie tot strafbare feiten. En wat blijkt? Op de lijst staan welgeteld vijftien 75-plussers die gerekend vanaf 2005 in Groningen terechtstonden. Van die vijftien werden er dertien verdacht van een zedenmisdrijf, van aanranding, ontucht en van verkrachting.

Slechts een van hen, de toen 80-jarige Pieter, werd vrijgesproken. Zes van de dertien mannen van respectabele leeftijd kregen onvoorwaardelijke gevangenisstraffen, variërend van drie maanden tot vier jaar. De anderen: werkstraffen.

Wijsheid komt niet bij iedereen met de jaren.

De 76-jarige Klaas had al zijn kleindochters seksueel misbruikt en vond het maar ongepast dat hij zich voor rechters moest verantwoorden. Hij had excuses aangeboden, de kerk geïnformeerd en vond dat daarmee de kous af was. Gevangenisstraf was in zijn ogen misplaatst, want had niet hij na de oorlog eigenhandig Nederland opgebouwd? Hij kreeg een jaar gevangenisstraf.

Of neem de man van 77 die vorige week hoorde dat hij anderhalf jaar naar de gevangenis moet vanwege jarenlang seksueel misbruik van zijn kleindochter. De man uit Veendam wilde doen geloven dat niet hij, maar het meisje de schuldige was. Zij, 9 jaar, had het uitgelokt. De tl-buizen aan het plafond van de rechtszaal hadden even geflikkerd toen hij dat beweerde.

De oudste verdachte die ooit in zittingszaal 14 terechtstond was Piet, toentertijd 85 jaar. Ook hij had niet van zijn kleindochter kunnen afblijven. Piet moest boeten met een werkstraf van 120 uur, oma had de scheiding aangevraagd.

Kinderen, sommigen nog maar zo klein, die het slachtoffer zijn van kladderige mannen, dat is niet slechts een lelijk beeld, maar ook de smerige realiteit die met regelmaat in de rechtszaal zichtbaar wordt.

De lijst van strafzaken van na 2005 in zittingszaal 14 telt ook 138 namen van mannen die terecht moesten staan voor het in bezit hebben van kinderporno. Nee, er zit niet één vrouw tussen om bij wijze van uitzondering de regel te bevestigen. De gemiddelde leeftijd van die kinderpornomannen: 45 jaar. Grote gemene deler: eenzaamheid.

Twee jaar geleden stond de politie in Hoogezand voor de deur van Jacob. De politie had een tip gekregen van een Amerikaanse organisatie die op het internet speurt naar mannen die op zoek zijn naar kinderporno of dit ranzig foto- en filmmateriaal verspreiden.

Jacob, nog maar 43 jaar, deed zich op het internet voor als een meisje van 13, hij was Sletjesilvia. Nachten was hij actief en bezig, meestal onder invloed van amfetamine. Tegen de rechters, zenuwachtig tot op het bot: ,,Als ik niet onder invloed was had ik geen behoeften en lusten. Van speed word ik hyper.’’ De volgende ochtend kwam de kater. ,,Dan was er de walging van wat ik had gedaan.’’

Op een dag, in de periode dat hij zijn baan kwijtraakte, besloot hij dat het zo niet langer kon. Hij onderwierp hij zich aan de hulpverlening. De inval kwam toen hij al was gestopt, maar er werd nog wel materiaal op zijn telefoon aangetroffen: 262 foto’s en 28 filmpjes.

De hulp was eerst even moeilijk geweest, maar nu vindt hij het prettig. Elke donderdag treft hij andere zedendelinquenten en dan praten ze in groepjes. ,,We steunen elkaar.’’ Jacob zegt dat hij gemotiveerd is om door te gaan met de behandeling.

De officier van justitie merkt op dat Jacob zelf vader is van kinderen, maar ook dat het een goede zaak is dat hij hulp heeft gezocht en dat er sprake lijkt te zijn van oprechte spijt. Maar dan komt de dreun, want Jacob moet wat hem betreft wel naar het gevang: tien maanden waarvan zes voorwaardelijk, dat is de eis. Dat celstraf de behandeling op donderdag in de war schopt, vind de officier van justitie jammer maar helaas.

Ik zie Jacob ineenkrimpen. Mompelt, zachtjes, dat hij bang is dat hij de gevangenis niet trekt.

Nu is het zo dat je rechtszaken nooit met elkaar moet vergelijken. Er zijn altijd omstandigheden waardoor de ene zaak de andere niet is.

Daags na Jacob zat Wouter-Olivier in de verdachtenbank, weer dankzij die Amerikaanse organisatie. Op de computers van Wouter-Olivier werden 437.000 pornofoto’s en films aangetroffen. 40 procent is onderzocht met een softwareprogramma van de politie. Het resultaat: 1.880 afbeeldingen van kinderporno.

Wouter-Olivier is een welgestelde man van 80 jaar.

Hij verkreeg het verboden materiaal, zegt hij, met het downloaden van operamuziek. Hij noemde het downloaden ‘stupide gedrag’. Nee, hulp heeft hij niet gezocht, want niet nodig ,,Ik kreeg een wake-up-call, dat volstond.’’ Wanneer? ,,Toen de recherche bij mij thuis was.’’

Wouter-Olivier had een verklaring voor wat hij had gedaan. ,,Ik zocht naar onbevangenheid, iets wat ik in mijn eigen jeugd nooit heb gehad. Ik ben opgegroeid in een sociale omgeving waarin seks taboe was.’’

Toen zei deze man: ,,Ik heb nooit het idee gehad dat die foto’s onder dwang zijn gemaakt.’’

De tl-buizen flikkerden langer dan anders, de vloer van de rechtszaal trilde zelfs even. Wil deze man uit 1941, succesvol in het leven, echt doen geloven dat kinderen die op de meest gruwelijke wijze worden misbruikt jonge acteurs zijn?
Dat het spontane foto’s en films zijn waarop handelingen zijn te zien waar je met maar een klein beetje gevoel in je donder niet eens aan durft te denken?
Gelooft deze man die je gewoon op straat kunt tegenkomen nou echt dat kleine huilende kinderen zich vrijwillig laten verkrachten door grote mannen?

Wouter-Olivier: ,,Ik was naïef.’’

Als de officier van justitie het woord neemt, moet ik denken aan de strafzaak van een dag eerder, aan die van Jacob. Als die al vier maanden naar de gevangenis moet, wat heeft hij de officier van justitie dan wel niet voor deze man in petto? Een jaar? Twee? Vierendelen?

De officier van justitie zegt dat ook naar de persoonlijke omstandigheden moet worden gekeken en vraagt zich af: stuur je een man van 80 nog naar de gevangenis?

De officier van justitie vindt in dit geval van niet. Maar ook een taakstraf vindt hij niet op z’n plaats vanwege ouderdomskwalen waarmee mannen van 80 te maken hebben.

De strafeis: acht maanden voorwaardelijk. Dat is een waarschuwing, het is de laagste strafeis ooit voor kinderporno in zittingzaal 14. De advocaat vindt dit desondanks een heel zware eis en verzoekt de rechtbank de waarschuwing te matigen.

rob zijlstra

update – 9 april 2021 – uitspraken
Jacob hoeft niet naar de gevangenis, hij moet aan de bak: een taakstraf van 240 uur en negen maanden voorwaardelijke celstraf. En Wouter-Olivier ontspringt de dans. De rechtbank sprak hem vrij van het verspreiden van kinderporno, maar veroordeelde hem voor het bezit. De straf: de waarschuwing in de vorm van acht maanden voorwaardelijk. In Amerika kun je nog gewoon president worden, maar hier ben je te oud voor het gevang. De man van 80 lentes is mag wel dagelijks een bos bloemen naar het gerechtsgebouw sturen.

 

Onwaarschijnlijke waarheid

Nico hoort bij zittingszaal 14 van de rechtbank zoals de Martinitoren hoort bij Groningen. Hij komt wel eens in andere steden, Assen, Apeldoorn, Arnhem, maar nooit overtreedt hij daar de wet. Het gaat alleen fout als hij in Groningen is. Hoogst vervelend want hij woont in Groningen.

Nico beschikt over eigenaardige eigenschappen. Vast en zeker ook over heel goede, maar die zijn dan in de afgelopen vijftien jaren iets minder uit de verf gekomen.

Een van de eigenaardigheden is dat Nico vrijwel altijd ontkent waarvan hij wordt beschuldigd, ook als hij het heeft gedaan. Nico kan ontkennen dat hij ontkent.

Slechts tweemaal hoorde ik hem in de rechtszaal een wetsovertreding toegeven. Over een overval op een sigarenwinkel in de binnenstad van Groningen. Klopt, die overval had hij gepleegd, maar de rechters moesten wel weten dat het per ongeluk was gebeurd.

Niemand pleegt per ongeluk een gewapende overval, maar Nico kan dat. Hij was de zaak binnengelopen om sigaretten te kopen en ineens had hij een mes in de hand en toen ongewild enige eisen geformuleerd. Hij verliet de zaak met een beetje buit, was weerom gekeerd om nog even sorry te zeggen en weg was hij.

De andere keer betrof een uitermate trieste gebeurtenis die hij de rest van zijn leven met zich mee moet torsen. Het sneeuwde die dag en ze hadden om te geinen op straat met sneeuwballen gegooid. Eén bal raakte een langslopende mevrouw die een vriend had met zowel een pitbull als een zekere reputatie.

Nico en zijn vriend Henk waren ervan overtuigd dat hun laatste uren hadden geslagen. Dat klopte helaas, zij het voor de helft. Ze besloten ter verdediging een wapen aan te schaffen. Met de revolver gingen ze naar een kennis met meer verstand van zaken. Bij hem aan tafel kregen ze instructies. Daarbij dronken en blowden ze wat en dolden ze met het wapen, als waren ze cowboys.

Ineens – 21 december 2009, even na half elf in de avond – een luide knal. De 28-jarige Henk Hofker was op slag dood.

Een vreselijk ongeluk dat Nico werd aangerekend. Hij had geen verstand van wapens maar zat er toch mee te spelen: roekeloos en dus strafrechtelijk verwijtbaar. De officier van justitie eiste twee jaar celstraf wegens dood door schuld. Nico kreeg er drie.

Hij had in zittingszaal 14 gezegd dat zijn vriend door zijn schuld dood is en dat hij dat zichzelf nooit zal vergeven. Nico, toen 27 jaar, vond dat hij geen recht meer had op leuke dingen in het leven.

Er zouden daarna vele veroordelingen volgen. Zodra er in Groningen een wet wordt overtreden denken politieagenten allereerst aan Nico. Bijna altijd wordt hij opgepakt. Leuk is inderdaad anders.

Afgelopen week stond hij terecht vanwege de verdenking dat hij eerst een tas en drie dagen later een jas heeft gestolen, november vorig jaar. Er zijn camerabeelden, Nico ontkent. Hoe dan, vragen de rechters?

Eerst de tas.

Een vrouw doet aangifte. Uit haar woning in het appartementencomplex aan de Akkerstraat in Groningen is haar handtas gestolen, zo rond zes uur ’s middags. Op dat tijdstip hangt Nico daar rond, zo blijkt uit de camerabeelden. Agenten zijn zonder twijfel: ’t is onze Nico.

Te zien is dat hij in de centrale hal een sigaret rookt. En het lijkt wel of hij een leren handtasje bij zich draagt, een tasje waarvan de vrouw zegt: honderd procent zeker de mijne.

Nico: ,,Klopt, dat ben ik. Maar het is mijn tas, daar zitten mijn sigaretten in en belangrijke dingen.’’ Wat hij daar binnen deed? ,,Roken. Buiten was het koud.’’

Een half uur na de diefstal wordt er met een bankpasje uit die gestolen tas contactloos afgerekend bij de coffeeshop in de Oude Boteringestraat. De camera’s laten niet Nico zien, maar ene Elmar.

Nico zegt: ,,Klopt. Ik ken Elmar wel, maar ik heb hem al maanden niet gezien.’’ Elmar zegt dat hij het pasje waarmee hij afrekende heeft gevonden.

De beelden leveren niet het keiharde bewijs. Maar, zo redeneert de officier van justitie, wordt ergens iets gestolen en Nico is in de buurt, dan is het Nico die het heeft gedaan.

Dan de jas.

Die wordt drie dagen later gestolen uit de synagoge aan de Folkingestraat. Nico is in de buurt. Hij zegt: ,,Klopt. Ik zag allemaal jongeren met mondkapjes door de hoerenbuurt lopen. Dat maakte mij nieuwsgierig, toen ben ik achter hen aangelopen.’’

De jongeren zijn scholieren van het Werkmancollege die een rondleiding krijgen door de synagoge. Tijdens de rondleiding wordt de jas gestolen.

De camerabeelden worden bekeken. Te zien is dat Nico de synagoge met een korte rode jas betreedt en kort daarop het gebouw verlaat in een lange donkere jas met bontkraag. Exact zo’n jas als is gestolen.

Nou?

Nico vindt de verdenking veel te kort door de bocht. Hij zegt dat hij een jas heeft die je binnenstebuiten kunt dragen. En laat hij nou binnen zijn jas hebben omgedraaid. De capuchon zat aan de binnenkant, dat voelde niet lekker. Zodoende.

Nico belandt voor deze twee feiten op het politiebureau. Hij geeft antwoord op vragen en mag dan – tot zijn eigen verbazing – naar huis. Achteraf bleek dat een foutje. Abusievelijk heengezonden, heet het. Nico vindt dat raar en ziet er een bevestiging in van zijn onschuld. Tegen de rechters: ,,Ze weten waar ik woon, waarom hebben ze me dan niet opgehaald?’’

De officier van justitie heeft een andere vraag: wat ditmaal met Nico te doen? Weer een gevangenisstraf? Wetende dat hij dat helemaal niet erg vindt?

Nico denkt graag mee. Hij zegt dat hij wat research heeft gedaan en dat hij wel eens iets anders wil. ,,We hebben nog niet alles met mij geprobeerd.’’ Zijn voorkeur gaat uit naar een vrijwillige behandeling, want om nou de rest van zijn leven afhankelijk van de drugs te zijn, lijkt hem niks. ,,Ik ben al 37.’’

De officier voelt niets voor vrijwillig. Te vrijblijvend, tot mislukken gedoemd. Zij stelt voor, als eis: de veelplegersmaatregel ISD (inrichting stelselmatige dader). Dan zit Nico twee jaar vast en moet hij een intensief traject volgen, met aan de horizon het rechte pad.

Nico knikt. Is een optie. En als dat moet, dan moet het. Tegen de rechters: ,,Ik ben gemotiveerd. Het probleem is natuurlijk dat ik onschuldig ben en moet worden vrijgesproken.’’

Nico zal niet alleen zittingszaal 14 overleven, maar ook de Martinitoren.
Dat kan niet?
Bij Nico kan het onwaarschijnlijke de waarheid zijn.

rob zijlstra

update – 6 April 2021 – uitspraak
Nico staat alleen in zijn waarheid. De rechtbank heeft heeft hem conform de eis veroordeeld tot de maatregel ISD.

 

 

vonnis

 

De strafbare dader

Je kunt een strafbaar feit plegen, een misdaad begaan, terwijl je daar geen straf voor kunt krijgen. Je krijgt pas straf als je ook een strafbare dader bent. Zo zit het strafrecht vol dingetjes

Je kunt van plan zijn een misdaad te plegen, maar halverwege bedenken dat dat toch geen goed idee is. Je komt tot inkeer. Geen straf. Het moment van inkeer is dan wel van cruciaal belang. 

Stel.

Je loopt langs de bakker en je hebt al dagen niet fatsoenlijk gegeten, want geen geld. De bakker heeft zijn lekkerste baksels te kijk gezet in de hoop dat een voorbijganger de verleiding niet kan weerstaan en toehapt. Jij, voorbijganger met knorrende maag, aanschouwt het onweerstaanbare, het water loopt al in de mond, je loert om je heen, je ziet niemand en – inkeer! Je loopt zonder brood door. Niets aan de hand.

Maar de snode inbreker die halverwege in de regenpijp hangt is zo strafbaar als wat, ook al moet het echte inbreken, het stelen, dan nog beginnen. Proberen een misdrijf te plegen is ook strafbaar, maar dan moet er wel een begin van uitvoering van de misdaad zijn. Klimmen in een regenpijp is dat.

Er was eens een man die ruzie kreeg met een andere man. Het liep uit de hand. De ene man stak de andere man neer. Veel bloed. De messentrekker schrok zich een hoedje en kwam tot inkeer: hij verleende eerste hulp en belde 112. Hij was ineens een hulpverlener geworden.

Volgens de advocaat kon van een poging tot doodslag – wat de officier van justitie beweerde –  geen sprake zijn. Uit het feit dat de man 112 belde kon immers worden opgemaakt dat hij de dood juist probeerde te voorkomen.

Helaas, pindakaas, zeiden de rechters: de verdachte was te laat met z’n inkeer. De messentrekker werd veroordeeld en ging voor twee jaar naar de spinnen.

Een ander strafrechtding is noodweer.

Op 11 april 2019 sjouwt de 37-jarige Paay door de nacht. Hij houdt van de duistere binnenstad. Eerder woonde hij in Lahore, de tweede stad van Pakistan, in Canada, daarna in Dubai. Groningen, hij is hier neergestreken omdat zijn vrouw er een goede baan vond, bevalt hem.

Hij heeft die nacht whisky gedronken en een blowtje gerookt, wat hij vaak doet. Hij is aardig  onder invloed, zoals vrijwel iedereen na vier uur in de nacht van de Peperstraat dat is.

De vechtpartij duurt nog geen twintig seconden, er zijn veel getuigen. En camerabeelden. Vage beelden van dichtbij en scherpe beelden van veraf. Beide varianten worden in de rechtszaal getoond. 

Een van de rechters merkt op dat het ook maar goed is dat we de beelden hebben. Er zijn namelijk veel verklaringen van mensen die het hebben gezien, maar wat ze zeggen te hebben gezien, spoort niet met de beelden. De drank, denken de rechters hardop. 

De camera’s registreren dat Paay om 04.15 uur door de Peperstraat loopt. Om 04.19 uur gaat hij alleen een kroeg binnen waar je cocktails kunt drinken. Welgeteld 49 seconden later komt hij weer naar buiten. Hij gaat ergens op zitten om wat aan zijn schoenen te prutsen. 

Om 04.26 uur komt een man in een wit shirt naar buiten, gevolgd door drie, vier metgezellen. Paay staat op, schopt tegen een poot van een terrasstoel en dan ineens vallen er klappen. 

Paay krijgt ze. 
De man in het witte shirt geeft ze. 
Hij krijgt een derde klap van een metgezel. 
Dan grijpt Paay de man bij zijn witte shirt en maakt hij, zo lijkt het, stekende bewegingen. Daarna rent hij weg, de straat uit. 

Eenmaal kijkt hij achterom.

De ambulance komt, een paar minuten later ligt de man van het witte shirt op de operatietafel om een spoedoperatie te ondergaan. Er is een slagader geraakt. Hij overleeft het, dankzij zijn metgezellen die wisten wat te doen- druk op de wond houden – voordat de ambulance kwam.

Het slachtoffer heet Boris. Boris is net als de drie, vier mannen die bij hem waren, marinier. Ze waren samen in de stad om te drinken. Als Boris in de ambulance ligt meldt een van de metgezellen aan de verpleegkundige dat Boris drugs heeft gebruikt.

Wat de aanleiding is geweest voor de schermutseling blijft vaag. Paay zegt dat hij in de kroeg waar hij 49 seconden binnen was een confrontatie had met potige mannen. Ze hadden hem, zegt hij, een terrorist genoemd. Boris en zijn bataljon zeggen dat ze zich daar niets van kunnen herinneren. 

Na twee maanden geeft de politie beelden vrij van  het steekincident. Paay ziet ze op het internet voorbijkomen, herkent zichzelf en schrikt. Hij besluit zich bij de politie te melden en vertelt wat hij nog weet.

Voor de advocaat is het klip en klaar. Paay werd aangevallen, hij verdedigde zich. Schoolvoorbeeld van noodweer. Paay heeft wel een strafbaar feit gepleegd, hij heeft gestoken, maar hij is geen strafbare dader. Dus ook geen straf.

De officier van justitie ziet het anders: niks noodweer. 

Het slachtoffer begon met het geweld, de eerste twee klappen kwamen van hem, dat staat vast. Paay werd dus aangevallen. Maar. De vraag is dan, zegt de officier van justitie: ,,Was er een noodzaak tot zelfverdediging? En daar gaat het fout. Paay had weg kunnen lopen, ja, weg kunnen rennen. Dat deed hij niet. Geen noodweer.’’ 

Hij voegt daar nog aan toe: ,,De wet zegt niet dat wie een klap krijgt, per definitie een klap terug mag geven. dat is een groot misverstand.’’ Met andere woorden, Paay is ook een strafbare dader.’’ De strafeis: twee jaar het gevang in.

De advocaat werpt nog tegen: ,,Weglopen? Hoezo weglopen? Hij werd omsingeld door mannen die hun mannetje staan, door mariniers. Hij kon geen kant op.’’

Boris zit in de rechtszaal en hoort het allemaal aan. Zijn blikken verraden dat hij het liefst de zaak zelf zou willen afhandelen. Buiten. Hij heeft – nog altijd niet volledig hersteld – een schadeclaim ingediend. Wat geld ter compensatie lijkt hem alleszins billijk.  

De officier van justitie moet een advies geven over die claim, de rechters beslissen. 

De officier van justitie: ,,Boros heeft geen recht op schadevergoeding. Hij begon immers met het geweld. Had hij niet geslagen, dan was er geen steekpartij geweest. Dat hij gewond raakte, is een kwestie van eigen schuld, dikke bult.’’

Richting de marinier zegt de officier nog: ,,Ik zeg dit met spijt, want het mag duidelijk zijn bij wie mijn sympathie ligt.’’ 

Niet bij Paay.

rob zijlstra

update: uitspraak

Paay is veroordeeld tot 2 jaar celstraf, geen noodweer. Hij verdedigde zich niet, aldus de rechters, maar zette een tegenaanval in. Klik op onderstaande afbeelding voor het volledige vonnis.

Mama Afrika, papa Europa

Kun je in Nederland worden veroordeeld als je het beste wilt voor je kind? Die vraag stelde ik in 2015 en het antwoord luidde toen ja, dat kan. Want het gebeurde. Sterker nog, het gebeurt doorlopend, getuige het navolgende verhaal dat zich afgelopen week openbaarde in de rechtszaal.

Dit verhaal valt zowel in de categorie ‘waar gebeurd’ als ‘het zal toch niet echt waar zijn?’

In een Nederlandse gevangenis, ver weg in Limburg, zit sinds mei 2015 een vrouw uit Groningen opgesloten omdat ze het beste wil voor haar kind. Komende maand zou ze vrijkomen zoals vrijwel alle criminelen die twee derde deel van de opgelegde straf hebben uitgezeten.

Maar het Openbaar Ministerie (OM) wil niet dat ze op vrije voeten komt. Het OM wil dat ze de volle mep krijgt en dat ze pas over 709 dagen naar huis mag. En misschien zelfs dan nog niet. Afgelopen week diende het OM een vordering in bij de rechtbank in Groningen om die volle mep ook daadwerkelijk uit te delen.

Waarom?
Wat heeft deze vrouw misdaan?
Waarom mag ze niet naar huis?

Het antwoord op die laatste vraag is dat zij zich volgens de officier van justitie in de penitentiaire inrichting Zuid-Oost, locatie Ter Peel, ver weg in Limburg, ernstig heeft misdragen. Niet dat ze iemand heeft beledigd of bedreigd, geknepen, geslagen of geschopt, niets van dit alles.

De reden waarom het OM niet wil dat ze na ruim vijf jaar detentie vrijkomt, is omdat zij nog steeds het beste wil voor haar zoon. Aan het misdrijf waaraan zij zich schuldig heeft gemaakt, komt maar geen einde.

De vrouw heet Angela en is 41 jaar. Ik heb niet met haar gesproken, ik heb haar horen spreken. Ook met de man die aangifte tegen haar deed, hij heet Kees, heb ik mij niet verstaan. Ik moet erop vertrouwen dat in de rechtszaal, zoals dat hoort, een evenwichtig beeld is geschetst.

Het zit zo.

Op een dag vertrok Kees voor gewichtige zaken naar Nigeria, naar een of ander congres. Hij kreeg daar kennis aan een jongedame die zich voorstelde als Angela. Wat er daarna allemaal is gebeurd, bleef in de rechtszaal onbesproken. Hoe ook, Angela raakte zwanger en ze besloten de jongen Aart te noemen.

Kees keerde terug naar Groningen, Angela volgde met Aart toen hij tien maanden oud was. Angela ging eenmaal hier internationaal recht studeren en het leven lachte alsof het een mooie toekomst in petto had.

Jaren verstreken. Aart werd een van de beste voetballertjes van de hele buurt, maar op school ging het niet goed. Angela maakte zich grote zorgen. Ook over de liefde, want met Kees boterde het niet meer. De scheiding kwam en werd volop bevochten, de vader kreeg van de rechtbank het wettige gezag over Aart.

Tegen deze achtergrond zette Angela de dan 8-jarige Aart op het vliegtuig naar Nigeria. Haar ouders vingen hem op. Aart zou een kostschool bezoeken. Dat leek haar beter. Ze zag het, zei ze in 2015 tegen de rechters, als een time-out. De bedoeling was dat Aart na verloop van tijd terug zou keren naar Nederland.

Maar vader Kees deed aangifte van ontvoering. Het OM kwalificeerde de verdenkingen tegen Angela als het onttrekken van een minderjarige aan het wettige gezag en als het onttrokken houden aan dat gezag.

De rechtbank in Groningen veroordeelde Angela voor deze twee misdaden in 2015 tot een jaar celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Het hof vond dat in hoger beroep veel te weinig en legde drie jaar celstraf op.

Toen ze in 2018 dreigde vrij te komen, stelde het OM vast dat Aart nog steeds niet bij zijn vader was en dus
was een nieuwe gevangenisstraf op z’n plaats. De rechters vonden dit een uitstekende oplossing: moeder Angela kreeg weer drie jaar celstraf.

Komende maand zou ze dus vrijkomen, maar nu ligt daar die vordering voor de volle mep. Nog eens 709 dagen.

Angela is met een trieste blik via een videoverbinding in de rechtszaal aanwezig. De Groninger rechters weten dat Nigeriaanse rechters het gezag over Aart hebben toebedeeld aan de moeder en ze weten ook dat Nederland daar geen boodschap aan heeft.

De rechters vragen aan Angela of zij bereid is mee te werken aan de terugkeer van Aart naar Nederland?
Angela antwoordt dat zij dat wil. Ze zegt: ,,Natuurlijk wil ik dat.’’

Advocaat Ilse van der Meer: ,,Ze is doordrongen van haar situatie. Ze weet dat ze alleen uit de gevangenis kan komen als ze meewerkt aan de terugkeer van Aart.’’ Het probleem, zegt de advocaat: ,,Ze kan niks doen. Ze heeft een advocaat benaderd in Nigeria. Die zegt dat je in Nigeria geen procedure kunt beginnen die maakt dat Aart naar Nederland wordt gestuurd. Nigeria zal hem niet laten gaan.’’

De officier van justitie, streng: ,,Mevrouw zegt wel dat ze wil meewerken, maar ze handelt daar niet naar. Ze lapt alles aan haar laars. Mevrouw is niet onmachtig. Ze is onwillig.’’

De advocaat noemt de situatie voor alle betrokkenen ,,ronduit verschrikkelijk’’. Zij zegt dat het buiten alle proporties is om Angela na ruim vijf jaar detentie nog eens 709 dagen op te sluiten. ,,Dat is geen weg naar de oplossing.’’

De rechters vatten het drama kort samen: de officier van justitie zegt dus dat Angela onwillig is, dat ze niet wil, Angela zelf zegt dat ze wel wil, maar onmachtig is.

De rechters willen dan weten wat die 709 extra gevangenisdagen erbij nog toevoegen. Waarom moet dat?
De officier van justitie: ,,Mevrouw houdt moedwillig een strafbare situatie in stand.’’
De advocaat: ,,De officier van justitie zet de moeder onder druk om haar iets voor elkaar te laten krijgen wat ze niet kan. Laten we ophouden met het onmogelijke.’’
Moeder Angela: ,,Ik wil vrede. En verder met mijn leven.’’

Even leek het erop dat die ene vraag niet zou worden gesteld. Maar helemaal aan het einde van de zitting wil een van de rechters het weten: wat vindt Aart er eigenlijk zelf van?

Aart is 15 jaar.
Het gaat hem heel goed in Nigeria.
Hij weet wat hij wil, hij wil niet naar Nederland.
Moet het, dan zal dat niet vrijwillig zijn.
Hij spreekt nauwelijks nog Nederlands.
Hij wil zijn school afmaken.
Hij heeft laten weten: mijn toekomst ligt in Nigeria.
Hij voelt zich slachtoffer want zijn moeder, zij die het beste voor hem wil, zit voor hem al jaren in de gevangenis.

Rechterlijke wijsheid volgt.

rob zijlstra

update – 22 maart 2021 – uitspraak
De rechtbank gaat niet mee in de vordering van het Openbaar Ministerie. Dat betekent dat Angela begin april op vrije voeten komt. De rechtbank stelt dat de regel is dat iemand na twee derde deel van de straf te hebben uitgezeten op vrije voeten komt. Tenzij.
De rechters zijn er niet van overtuigd dat de moeder onwillig is. Dat blijkt niet uit het dossier en het OM heeft dat ook op de zitting niet hard kunnen maken. De rechtbank volgt de advocaat: er is sprake van onmacht. Er is dus geen tenzij.

het vonnis [zodra dat wordt gepubliceerd door de rechtbank]

Het rommeltje

Het is niet mijn taak om de Nederlandse rechtspraak in het algemeen en die in het Noorden in het bijzonder te bejubelen. Zoiets zou heus kunnen want er gebeuren in de gerechtsgebouwen buitengewoon mooie zaken, er worden daar complexe geschillen geslecht en er worden de meest wijze en evenwichtige vonnissen gemaakt. Sowieso is het strafrecht zoals dat in de boeken staat geschreven van een grootse schoonheid.

In doordachte wetsartikelen is heel het menselijke gedrag, hoe vuig en grillig ook, in fraaie woorden gevat. Sommige artikelen zijn al honderd jaar oud, maar weten nog altijd fier stand te houden. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: diefstal van vee uit de weide, gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

En verzint het kwaad iets nieuws – phishing, grooming, cryptojacking – dan wordt de wet na enig heen-en-weer gepraat aangepast en dan kunnen wij weer verder met vredig samenleven.

Nee, mijn schone taak is om met een kritische blik, zonder aanzien des persoons en zonder vrees te berichten over het reilen en zeilen in de zalen van het strafrecht. Daarbij moet ik zo dicht mogelijk bij de feiten blijven, dat wat ik opschrijf moet grond hebben in de werkelijkheid. Dat moet ook van de krant.

Moeilijk is dat niet. Ik kijk naar wat ik zie en ik luister naar wat ik hoor. Dat voeg ik samen en schrijf het op. Veel meer of minder is het niet.

Er gaat dus veel goed. Dat gezegd hebbende: afgelopen week was het een rommeltje.

Ik moet niet overdrijven. We zaten niet bij elkaar op schoot, maar krap was het wel. In de niet al te grote zittingszaal 13 zaten 18 personen, allen beroepsmatig aanwezig want geïnteresseerd publiek is vanwege het virus nog altijd niet welkom bij de openbare zittingen. Voldoende afstand houden wat moet, kon in zaal 13 niet of nauwelijks. Het was te vol. In de zaal zelf werd het naarmate de uren verstreken steeds benauwder. Ventileren is niet mogelijk want rechtszalen kennen geen ramen.

Ik dacht, hoe geloofwaardig is het dat de rechtbank die coronaregels zelf niet naleeft of serieus neemt ondertussen wel overtreders van de coronawetgeving bestraft? Ik zag en hoorde dat de rechters zelf ook niet helemaal gelukkig waren met de situatie, maar ze grepen niet in. Terwijl van rechters mag worden verwacht dat zij grenzen trekken.

Twee dagen later: 19 aanwezigen in de nog iets kleinere zittingszaal 11. Naast mij aan de perstafel zat een mij onbekende man, ditmaal bijna wel op schoot. Een aanwezige politieman fronste de wenkbrauwen, maar in de rechtszalen handhaven de rechters de orde en weer zeiden zij er niets van.

Mocht u volgende week op deze plek niets aantreffen, weet dan dat ik de rechtszaal vroegtijdig en sprakeloos, dus zonder woorden, heb verlaten.

De strafzaak die op die benauwde ochtend werd behandeld hield niet over. Of zoals de officier van justitie het verwoordde: ’t was een rommeltje.

Dat zeggen officieren van justitie zelden tot nooit. Maar nu moest het kennelijk wel: de zaak die werd behandeld was vijf jaar oud. Binnen het strafrecht wordt twee jaar aangehouden als een redelijke termijn. Binnen twee jaar hoort een verdachte te weten waar hij aan toe is. Vijf jaar oud is dus flink meer dan heel onredelijk.

De verdachten zouden zich in 2015 en 2016 hebben ingelaten met hennepteelt. Ze waren opgepakt tijdens een grote politieactie, een van de grootste politieacties op hennepgebied in Groningen ooit. Bij de acties waren 175 politiemensen betrokken, op negentien plekken deden ze die dag invallen, er werden zeven hennepkwekerijen en een drogerij ontmanteld, 25 kilo hennep en meer dan 100.000 euro in contanten in beslag genomen en er werden dertien mensen gearresteerd.

De politie dacht een georganiseerde criminele organisatie te grazen te hebben genomen, dacht de ondermijnende misdaad een klap te hebben toegebracht, maar vijf jaar na dato blijken de verdachten de kleine vissen te zijn die wat het OM betreft mogen boeten met werkstrafjes.

De vraag was waarom het dossier met de uitkomsten van een omvangrijk politieonderzoek jarenlang bij het Openbaar Ministerie op de plank had gelegen? Waarom zoveel tijd en energie, waarom zoveel inspanning en dan vervolgens heel lang helemaal niets?

Een advocaat maakte de rechters duidelijk hoe lang vijf jaar duurt: op de dag van de politieactie moesten kinderen die nu al naar school gaan nog worden geboren.

Het had meerdere oorzaken, sprak de officier van justitie ietwat ongemakkelijk tot de rechters. Hij wilde niemand de schuld geven, maar één oorzaak wel benoemd hebben: de politie. De politie had van het grote onderzoek een rommeltje gemaakt. Ook daarom heeft het zo lang moeten duren. ,,Nee, fraai is het allemaal niet.’’

Ik dacht, maar officier van justitie. Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk, officieren van justitie leiden toch de grote onderzoeken? Dan bent u toch zelf het rommeltje? Ik keek naar de rechters, benieuwd naar de reactie, naar wat zij hiervan zouden zeggen. Maar de rechters zeiden niets, ze vroegen ook niets, geen enkele kritische noot.

De verdachten hadden deze doemdag nog kunnen redden, maar zelfs de beklaagden waren onder de maat. Met verbazing luisterde ik naar de nu 47-jarige Annemieke, die wel heel zeldzaam ongeloofwaardig zat te wezen.

Zij was op die actiedag een van de dertien arrestanten, opgepakt in Hoogezand. Op zolder van haar bescheiden woning werd een hennepkwekerij aangetroffen. Ze wilde bij vol verstand de rechters doen geloven dat ze dat niet wist. Ze woonde er, sliep er pal onder. Hoe dan Annemieke?

Annemieke had geen idee. Ze had ook een vriend, nu haar ex en tevens medeverdachte. Ook hij had een hennepkwekerij aan huis. Ze kwamen vaak bij elkaar over de vloer vanwege de liefde. Wist ze dat haar vriend van toen een hennepkwekerij had in de woning waar ze vaak kwam? Nee, echt niet. Voor het overige wist Annemiek zich niets meer te herinneren. Waarom dat ze niets meer wist, wist ze ook niet.

Gelukkig gaat het nu heel goed met haar, dat wist ze wel, zei ze. Ze heeft een eigen bedrijf waarmee ze bedrijven ondersteunt.

Tja. Meestal laat ik de verdachten zuchten, maar ditmaal doe ik het maar zelf. Want met dit soort verdachten win je de oorlog niet.

Dat wonderschone strafrecht verdient echt veel beter dan al dit gerommel.

rob zijlstra

corona-maatregelen | Het gerechtsbestuur van de rechtbank Noord Nederland heeft in een reactie laten weten dat er inderdaad te veel mensen in de zittingszalen aanwezig waren. Het plannen van zittingen is in coronatijd niet altijd even gemakkelijk. ‘We gaan het planningssysteem verbeteren’, zo laat rechtbankpresident Fred van der Winkel weten.

 

Slechte mensen

In de verdachtenbanken in de zalen van het strafrecht neem ik twee soorten mensen waar. Het eerste soort bestaat uit mensen die slechte dingen doen. Niet heel de tijd, niet 24/7, maar af en toe en soms wat vaker. Wie te vaak slechte dingen doet, gaat op in het tweede soort: de mensen die niet alleen slecht doen, maar ook slecht zijn, zijn geworden.

Met mensen die slechte dingen doen – iets strafbaars – kan het nog goed komen. Benodigde ingrediënten: wat hulp, een snuf straf, beetje mazzel. U kent deze mensen wel, want ze wonen gewoon bij u om de hoek, in de buurt, of bij u thuis. Misschien bent u er zelf wel eentje.

De meeste mensen van dit soort haken na verloop van tijd af en kiezen voor het echte leven. In aantal levert dat niet per definitie minder criminelen op. De pest is dat er steeds weer nieuwe bijkomen, onwetend of blind voor wat hen te wachten staat. Steeds weer nieuwe mensen tuinen erin.

Slechte mensen tuinen nergens in. Zij kiezen ervoor om slecht te zijn, te blijven. Ze nemen wel het woord spijt in de mond, maar hebben er geen boodschap aan. Voor hen staat het belabberde verleden gelijk aan hun toekomst.

Lenov (41) en Janov (57) zijn slechte mensen.

Dat is geen bewezen feit, maar ik denk het. Ze zitten voor mij, vol bravoure en vijandigheid. Omdat ik weet wat ze hebben gedaan, vind ik dat ze er ook uitzien als slechte mensen. Rechters mogen zoiets vooraf nooit vinden, maar ik kan er weinig anders van maken.

Lenov en Janov zijn criminele vrienden.

Lenov bekent dat hij schuldig is en zegt dat het hem spijt (zie je wel).
Janov ontkent en zegt dat het hem spijt dat hij zo’n slechte en lelijke vriend heeft.

Alsof hij er een prijs voor wil, roept Janov, onderwijl tikkend met de wijsvinger op tafel – hij lijkt wel een specht – dat hij, hij Janov, in 8 landen in Europa in gevangenissen heeft gezeten, opgeteld meer dan 20 jaren. De tolk vertaalt: ,,In Duitsland is het gevangeniseten goed, hier in Nederland heel, heel slecht.’’

Met Lenov is het nog beroerder gesteld. Van de 41 jaren die hij leeft, zat hij er 22 in gevangenissen. In Duitsland heeft hij 3 jaren staan. Die moet hij nog. De officier van justitie zal straks, tegen het einde van dit verhaal, nog eens 7 jaar celstraf eisen.

Toen Lenov 12 jaar was raakte hij in de greep van alcohol en drugs. Op zijn 14e werd hij voor het eerst opgepakt. Twee jaar geleden was hij een paar maanden vrij, in die zin dat hij niet vastzat. Ter compensatie dronk hij twee flessen wodka per dag.

In de woning zijn dna-sporen gevonden die aan Lenov te linken zijn. Uit een onderzoek naar telecomgegevens kan worden opgemaakt dat het telefoontoestel dat Lenov gebruikt op die bewuste avond om 21.07 uur in Bunde was. Het toestel beweegt zich samen met drie andere mobieltjes, waaronder dat van Janov, richting de stad Groningen.

Eerder was er veel onderling contact tussen die toestellen. Op die avond niet, wat erop duidt, denkt de politie, dat ze samen in één auto naar Groningen rijden.

Via een bovenlicht weet Lenov de woning binnen te komen. Hij haalt alles overhoop en neemt mee wat hij wil: een doosje met dasspelden, een broche en munten, een portemonnee met wat geld, een gouden trouwring en de 6 jaar oude televisie van Philips. Als ze worden gearresteerd in het Duitse Dörpen, worden deze spullen gevonden in de woningen waar ze verblijven.

Lenov knikt minzaam en laat het hoofd op het tafelblad rusten.

De officier van justitie denkt dat Lenov niet alleen in de woning is geweest. Janov was er ook. En er zijn nog twee verdachten onder wie de Russische vriendin van Lenov. Deze twee staan later terecht omdat ze nu ziek zijn. De officier van justitie denkt dat Lenov alle schuld op zich wil nemen, zodat de anderen vrijuit gaan. Paar jaar meer of minder in de cel, wat dan nog?

Lenov tegen de rechters, vrij vertaald: ,,Of ik nou inbreek in Duitsland, in Denemarken, in Nederland, ik doe het altijd op dezelfde manier. Via het bovenlicht, de boel overhoop en weer weg. En, belangrijk (vingertje omhoog), ik doe het altijd alleen en alleen als ik dronken ben.’’

Tussen de regels door merkt hij op dat stelen en roven uit huizen in Letland, het land waar hij en Janov zijn geboren, verwerpelijk is.

Die avond was hij niet alleen dronken, maar ook had hij cocaïne en heroïne gebruikt. Zo’n cocktail maakt dat hij een half uurtje heel secuur zijn misdaad kan plegen, daarna stort hij in en weet hij niets meer.

Lenov weet niet dat in de woning waar hij inbreekt
een vrouw, de bewoonster, ligt te slapen. Dat de vrouw ernstig is toegetakeld, hebben ze hem verteld, hij weet dat niet meer.

Lenov: ,,Misschien werd zij wakker en ben ik geschrokken, dat is mogelijk.’’
De rechters: ,,Een worsteling?’’
Lenov, toonloos: ,,Zou kunnen.’’

Janov moet lachen.

Rechters: ,,Waarom moet u lachen?’
Janov: ,,Moet ik huilen dan?’’

De bewoonster – zij was toen 78 jaar – is voor dood achtergelaten. Pas de volgende dag komt zij bij bewustzijn en belt ze de politie. Ze kan zich niets herinneren. Dat de gouden trouwring is verdwenen, haar man is nog niet zo lang geleden overleden, doet haar enorm veel verdriet.

In het huis waar ze woonde, met al haar spulletjes waaraan ze is gehecht, is ze nooit meer geweest. Toen ze het ziekenhuis mocht verlaten, moest ze naar een verzorgingshuis. Daar woont ze nu, daar waar ze niet wil wonen.

Lenov zegt dat ze naar Groningen waren gekomen om te drinken en om drugs te kopen. Waarom de inbraak? Hij dacht drugs te scoren. Na een tip? Groningen en omgeving kent twee straten met dezelfde naam. Koos hij de verkeerde? Dat wordt niet duidelijk.

Terwijl de officier van justitie vertelt dat de verdachten het slachtoffer haar zelfstandigheid hebben afgenomen en de strafeisen op tafel legt, bitst Lenov (eis 7 jaar) dat de Nederlandse politie corrupt is en begint Janov (eis 4 jaar) aan een onnavolgbare riedel over het grote onrecht dat hem wordt aangedaan. Als de rechters zeggen dat het nu welletje is, briest de slechtman dat hem de mond wordt gesnoerd. Als hij wordt weggevoerd zie ik een vals lachje op zijn gezicht.

Ik kijk ook nog even naar Lenov.
Enge ogen.

rob zijlstra

update – uitspraken

Lenov is veroordeeld tot 7 jaar (conform), Janov kreeg een jaar extra: 5 jaar celstraf → dvhn

 

De media

Het had in mei vorig jaar met grote koppen in kranten en op websites gestaan: ‘Groninger aangehouden in grootste sms-phishing zaak ooit’. De grootste bijbehorende boef aller tijden: de 21-jarige Angelo. Hij zou volgens het nieuws in één nacht 1,1 miljoen euro hebben gestolen van een rijke, maar niet zo heel slimme ondernemer uit Noord-Nederland.

Afgelopen week zat deze grootste ooit in zittingszaal 14 waar zijn advocaat de schreeuwende nieuwskoppen hekelde. Volgens de raadsman baseerden de kranten (en websites en wat al niet meer) zich op een persbericht van de politie en het Openbaar Ministerie. Het bericht werd vorig jaar verspreid kort nadat Angelo was gearresteerd. Politie en justitie willen zo’n succes natuurlijk maar wat graag delen met de rest van de wereld. Is best logisch.

De advocaat sprak evenwel van stemmingmakerij. Van trial by media. De officier van justitie haalde de schouders op. Hij zei tegen de rechters dat hij niet gaat over grote krantenkoppen. Dat doen de kranten namelijk zelf, niet hij.

Dit laatste is waar.

Er is iets aan de hand met het misdaadnieuws.
Ik neem u even mee naar de keuken.

Er is een tijd geweest dat verslaggevers zich elke dag om negen uur verzamelden op het politiebureau voor de laatste wetenswaardigheden over de plaatselijke en regionale criminaliteit. Al het onheil van de voorbije 24 uur werd doorgenomen. De verslaggevers kregen koffie, met Pasen eieren, we stelden vragen en noteerden de feiten in onze kladblokjes. Op de redacties werden daar nieuwsberichten van gemaakt voor op de radio en voor in de krant van de volgende dag.

Op een dag was de politie er flauw van en de verslaggevers eerlijk gezegd ook. Besloten werd – door de politie – om aan een lange traditie een einde te maken. Verslaggevers hoefden sindsdien het misdaadnieuws niet meer op te halen, voortaan werd het bezorgd. Agenten gingen de wetenswaardigheden zelf opschrijven. Die berichtjes – info voor de pers – werden dan in het pershoekje van de politiewebsite gepubliceerd. Dat leek even heel praktisch, maar het werd het begin van het einde.

Steeds vaker gebeurde het dat verslaggevers de politieberichten knipten en plakten en die onder de noemer van journalistiek gingen publiceren. Het nieuws werd zo niet alleen één pot nat, het werd nog erger. De politie zag de luiheid van het journaille en greep haar kans. De berichten ter info kregen een hoog pr-gehalte. De media publiceerden toch wel. Na een tijdje besloot de politie dat naar aanleiding van de berichtjes ook geen vragen meer werden beantwoord.

Het gevolg van deze kleine geschiedenis is nog dagelijks in de kolommen van de krant terug te vinden: het kleine politiebericht met wie, wat waar, waarom en wanneer zoals dat ooit bestond is nagenoeg verdwenen.

Vandaag de dag heeft de politie de pers niet meer nodig. De politie heeft haar eigen kanalen gevonden. Wetenswaardigheden worden nu via de sociale media aan de man gebracht, aan wie het maar horen wil.

Wat destijds bij de politie is gebeurd, is nu ook gaande bij het Openbaar Ministerie, het OM. Op de website van het OM wordt dagelijks bericht over lopende strafzaken. De boef wordt nog wel een verdachte genoemd, maar de verdenkingen worden gepresenteerd als feiten. Alsof de verdachte het al heeft gedaan, terwijl de rechters daar nog over moeten oordelen en erover moeten beslissen.

Het komt vaak voor dat een strafzaak die door het OM is aangedragen na de uitspraak van rechters een heel andere kleur heeft gekregen. Lang niet alles wat de verdachte wordt verweten wordt ook bewezen verklaard. In 70 procent van alle strafzaken is het vonnis lager dan de strafeis, het OM eist structureel te hoog. En er worden ook weleens verdachten vrijgesproken.

Deze informatie, toch van belang te weten, komt niet terug in de berichten die het OM met de wereld deelt.

Nadat de strafeis tegen de allergrootste ooit, tegen Angelo, in de rechtszaal bekend was gemaakt, vier jaar, berichtte het OM dat de jongeman in luxe leefde van de opbrengst van de fraude die hij bedreef. Maar of hij zo schuldig is als de officier van justitie beweert, moet nog blijken. De rechters doen pas op 16 maart uitspraak.

In het bericht over Angelo dat na de zitting online werd gezet, werd nog even gerefereerd aan die gestolen 1,1 miljoen euro. Gek, want tijdens de zitting, direct bij aanvang, liet de officier van justitie al weten dat Angelo met betrekking tot die 1,1 miljoen euro moet worden vrijgesproken.

Het OM wil in navolging van de politie ‘haar eigen communicatie bepalen’. Zo staat het in het Jaarplan 2021. Justitie wil aan de samenleving laten weten waar zij mee bezig is. Het is ook belangrijk werk. Aan de andere kant is een officier van justitie een magistraat die de onschuld van een verdachte hoog in het vaandel moet hebben staan. Voorbarige en onvolledige berichten de wereld in slingeren past niet bij die magistratelijke rol.
Het is aan het OM om iemand te verdenken, het is aan de rechters om de schuld vast te stellen.

Wat nog rest zijn die grote, stemmingmakende koppen waar het OM niets aan kan doen. Ook het volgende moet, nu we toch in de keuken zijn, maar even worden gezegd.

Journalisten hebben zich recent beklaagd bij het OM. Veel journalisten die vanuit de rechtszaal schrijven over de misdaad zijn freelancers die afhankelijk zijn van opdrachtgevers. Sommige opdrachtgevers zien hun kans schoon: waarom een journalist betalen als een nieuwsbericht over een rechtszaak ook gratis van de website van het OM (en van de politie) kan worden geplukt?

Dat die informatie eenzijdig is en niet volledig, maar toch wordt gepubliceerd vinden sommige media geen probleem.

Die advocaat had gelijk, het was stemmingmakerij. Maar hij had de overschrijfpers op z’n donder moeten geven en niet de officier van justitie die terecht zijn schouders ophaalde.

Kortom – en dat doet wel een beetje pijn – u moet niet alles voor waar aannemen wat de media willen doen geloven. In dit geval geldt: er is een Groninger aangehouden. En er is een grootste sms-phishing zaak ooit. Maar die twee feiten horen niet bij elkaar.

Ter geruststelling: bij deze krant is het verslaggevers verboden te knippen en te plakken en berichten van politie en justitie klakkeloos over te schrijven. Wij gaan gewoon op pad en halen het nieuws zelf op.

rob zijlstra

de uitspraak is op 16 maart

De president

Fred van der winkel

 rechtbankpresident Noord-Nederland:

Je kunt niet iedere week

nieuwe hoofdlijnen verzinnen

want dan wordt de organisatie gek

Het rommelde achter de muren van de drie rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden, samen de rechtbank Noord-Nederland. Medewerkers – onder wie rechters – hadden geen vertrouwen meer in president Maria van der Schepop. Zij stapte op. Nu is er een nieuwe president: de 61-jarige Fred van der Winkel.

Hij heeft de auto met chauffeur ingeleverd, ingeruild voor een appartementje in Groningen. Bevalt uitstekend. Nog mooier: binnen de rechtbank Noord-Nederland treft hij alleen maar aardige en betrokken mensen. ,,Het beeld is veel minder somber dan ik uit de berichten had begrepen. Daar ben ik blij mee.’’

Fred van der Winkel is wat hij noemt nog aan het sponzen. ,,Informatie verzamelen. Het is in coronatijd best lastig om met de mensen kennis te maken. Het gaat deels via Skype, voor een deel fysiek. Ik wil weten waar de mensen na de fusie in 2013 tegenaan zijn gelopen. Daar probeer ik mij een beeld van te vormen en dan zal ik met het bestuur een analyse maken.’’ Een eerste indruk? ,,Er gaat hier heel veel goed.’’

Dat was niet het beeld dat in de loop van 2019 naar buitenkwam. Er was heibel in de tent. Er zou sprake zijn van een angstcultuur wat ook te maken zou hebben met de stijl van leidinggeven van president Maria van de Schepop die in 2017 was aangetreden. In oktober 2019 stapte ze van de een op de andere dag op. Er volgde een onafhankelijk onderzoek met als uitkomst: geen angstcultuur, maar wel een gebrek aan goed werkgeverschap. Pijnlijk voor een rechtbankorganisatie die alles en iedereen de maat neemt. Binnen de rechtbank hoort geen gedonder te zijn.

Fred van der Winkel kreeg er het een en ander van mee. Hij is dan president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, met het halve land als werkgebied. Vandaar die chauffeur. ,,Ik maakte me zorgen over de rechtbank Noord-Nederland. Als hofpresident was ik vaak in buitenland, om te praten over de rechtsstaat. En als je dan verhalen hoort over een eigen rechtbank in Nederland, dan is dat slecht voor het vertrouwen in de rechtspraak en slecht voor de rechtsstaat. Ik had daar buikpijn van.’’

U dacht, ik moet de rechtbank Noord-Nederland redden?
,,Niet zo van ik moet. Ik kon nog een jaar bij het hof blijven, dan zat mijn termijn erop. Ik dacht, of ik ga weer doen waarvoor ik ben opgeleid, rechter zijn. Of ik ga als bestuurder nog eenmaal een uitdaging aan. En dat laatste is het dus geworden. En hoe vervelend het ook is dat de rechtbank Noord-Nederland het even moeilijk heeft, als bestuurder is het mooi om hier aan de slag te gaan.’’

Maar u zegt, het valt dus mee.
,,Ik had over de problemen gelezen. Het beeld was niet heel positief, eigenlijk gewoon negatief. Maar ik merk dat de mensen van goede wil zijn. Er is intern veel kritiek geuit, vooral op het bestuur. Ik ben inmiddels tot de overtuiging gekomen dat die kritiek werd geleverd vanuit betrokkenheid bij het vak. Als je het ergens niet mee eens bent, moet je intern die discussie voeren en daar moet ruimte voor zijn.’’

In het rapport wordt geconcludeerd dat rechters en medewerkers zich wel betrokken voelen bij ‘hun’ rechtbank in Groningen of Assen of Leeuwarden, maar niet bij de rechtbank Noord-Nederland.
,,Een van de teamvoorzitter zei laatst tegen mij dat de organisatie meer een federatie van drie rechtbanken is. Dat vond ik wel een mooie typering. De rechtbank Noord-Nederland is in 2013 als nieuwe rechtbank gestart. Mijn voorzichtige analyse is dat er toen geen afscheid is genomen van de drie oude rechtbanken, het is stilzwijgend in elkaar overgegaan. Misschien zijn mensen te lang is een soort rouwproces blijven hangen. Niemand zat op die fusie te wachten. Dan is het ook moeilijk een nieuwe start te maken. Er zullen altijd verschillen blijven in culturen, maar die zijn er ook tussen rechtsgebieden. De mensen in het bestuursrecht hebben een andere achtergrond dan mensen van het strafrecht of kanton. En kanton is weer anders dan het vreemdelingenrecht. Dat is ook niet erg, verschillen mogen er zijn. Ook tussen Groningen, Assen en Leeuwarden. Maar er moet ook iets overkoepelends zijn. En wij moeten kijken hoe we dat voor elkaar krijgen. We zijn er nog niet.’’

Tjeenk Willink schrijft dat een rechter een andere taal spreekt dan een manager. Moeilijkheden ontstaan als het rechterlijke werk in managementtermen wordt gemeten.

,,Ik ben een fan van Tjeenk Willink. De kunst van een bestuurder is om de taal te blijven spreken van de mensen in de organisatie. Ik moet begrijpen waarmee zij bezig zijn. Anders dan mijn voorgangers ga ik daarom ook zittingen doen. Ik heb gezegd, rooster mij maar in.’’

In het rapport staat dat rechters geen ambities hebben voor leiderschap.
,,Als je wordt geselecteerd voor het ambt van rechter is dat geen garantie dat je later een goede bestuurder of manager wordt. Als dat wel lukt is het een toevalstreffer. Dat is best een probleem. In ziekenhuizen zie je hetzelfde met specialisten.’’

U heeft wel besloten een manager te worden.
,,En het bevalt, anders was ik ook niet aan deze klus begonnen. Ik had er ook voor kunnen kiezen het rechtersambt weer ten volle uit te voeren. Ik ben voor het leven benoemd als rechter. Maar ik wil niet alleen besturen. Ik ga ook zittingen doen.’’

,,Ik wil besturen op hoofdlijnen en dan ben je ook wel eens klaar. Je kunt niet iedere week nieuwe hoofdlijnen verzinnen want dan wordt de organisatie gek.’’

Waar moet de rechtbank staan in samenleving?
,,In Leeuwarden, bij het hof, heb ik vlaggen op het paleis laten hangen. De rechtspraak moet zichtbaar zijn en midden in de samenleving staan. Op de trappen van het paleis hingen aan die grote zuilen bordjes met verboden toegang. Die bordjes heb ik laten weghalen. Ik vond het mooi als mensen op de trappen zaten om er tussen de middag hun boterham te eten of er even in de zon te zitten.’’

,,Rechtspraak is van de mensen. Rechters worden niet gecontroleerd door de minister maar via de openbaarheid, door journalisten, door het publiek. De rechtspraak moet dus toegankelijk zijn. Transparant, geen ivoren toren. Wij willen graag gecontroleerd worden. Maar dat vinden we nog best lastig. Het is zoeken naar de balans. Want je moet ook afstand hebben om je rol als rechter te kunnen vervullen.’’

De vonnissen zijn nog lang niet altijd in klare, in heldere taal geschreven.
,,Nee, dat is nog niet vanzelfsprekend. Er zijn rechters die voor de Hoge Raad schrijven en bang zijn dat hun vonnis juridisch niet helemaal is dichtgetimmerd. Over die angst moet je heen. Belangrijker is dat het publiek het snapt. Je moet met een vonnis naar je buurman kunnen stappen en die moet dan zeggen, ik snap wel waarom je de zaak hebt verloren. Dan is het duidelijk. We zijn er nog niet, maar we zijn ermee bezig. Bij het familierecht worden vonnissen geschreven, niet gepubliceerd, op een manier dat ook de minderjarige het snapt.’’

Ondertussen staat de rechter onder druk. Er zijn twee dagen rellen in het land en de politiek roept om een taakstrafverbod voor geweld tegen hulpverleners.
,,Het is slecht van de politiek dat de rechter niet de ruimte krijgt om maatwerk te leveren. Maar de rechter zit niet op de stoel van de wetgever. Als de wetgever het niet eens is met de uitspraken van rechters, dan moeten ze de wet aanpassen. Zo houden we elkaar in balans.’’

U bent in Polen de straat opgegaan om de demonstreren. In toga.
,,Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft een vriendschapsband met het gerechtshof in Krakau. Ik ben veel in Polen geweest. Het is schrijnend om te zien hoe de rechtspraak in Polen in de knel zit. Zes jaar geleden was er nog sprake van een bloeiende rechtsstaat. Het kan snel gaan.’’

,,Ik liep door de straten van Warschau in de zogeheten Mars van de duizend toga’s. Om te laten zien dat we solidair zijn met de rechters in Polen en dat we hun steunen in de strijd voor het behoud van de rechtsstaat. Er stonden veel burgers langs de kant van de weg, ze riepen ons toe. Ik vond dat heel emotioneel, alsof wij een soort bevrijders waren.’’

,,Ik heb kort geleden een uitnodiging ontvangen van de rechtbank in Tarnów. Zij willen een vriendschappelijke band aangaan met de rechtbank Noord-Nederland. Intern is daar in groten getale positief op gereageerd.’’

Stel dat de rechters van de rechtbank Noord-Nederland morgen in toga de straat opgaan om te demonstreren tegen bezuinigen, tegen de hoge werkdruk.
,,Daar zou ik niet blij mee zijn. Aan de andere kant, ook een rechter heeft het recht om te demonstreren. Maar doe je dat vanuit je ambt dan moet er ook wel echt iets met dat ambt aan de hand zijn.’’

In Assen gingen in 2015 rechters in toga de straat om te demonstreren tegen de dreigende sluiting van ‘hun’ rechtbank.
,,Snapte ik. Dat was niet voor het behoud van hun plekje in Assen, maar het ging over het behoud van de rechtbank, als instituut. Een rechtbank vervult een functie in de regio en je wilt niet dat die wordt afgebroken.’’

De rechtbank Noord-Nederland blijft onder uw leiding uit drie rechtbanken bestaan.
Zolang er een besluit is dat wij drie locaties hebben, is er geen haar op mijn hoofd die denkt, het moet anders.

Het bestuursrecht is wel geconcentreerd in Groningen. Daar zijn ze vooral in Friesland niet altijd even blij mee.
,,Klopt. Ik heb daar nog geen oordeel over. Maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. Ik heb het er ook wel over gehad met Ferd Crone (oud-burgemeester Leeuwarden – red). Dan had hij een Leeuwarden een bordeel gesloten, dan kwam daar een rechtszaak van en die zaak werd dan behandeld in naar Groningen. Als lokaal bestuurder wil je zo’n zaak in je eigen regio afhandelen. Ik ben niet doof voor die kritiek.’’

Een groot probleem: het rechterstekort.
,,De komende jaren gaat een flink aantal rechters met pensioen. We moeten dus niet alleen vacatures opvullen, maar we moeten ook anticiperen op het vertrek van mensen. Er moet op dit punt meer gebeuren dan er al is gebeurd. Als bestuur hebben we daartoe al besloten. We gaan inzetten op meer mensen. Daar komt een plan voor. Het gaat niet alleen om rechters, maar ook om mensen voor juridische ondersteuning.’’

Over vijf jaar ziet de wereld er anders uit. Zijn er dan ook andere vormen van rechtspraak dan we nu hebben?
,,Er zijn mensen die in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand, die groep wordt steeds kleiner, dan moet je wel heel weinig verdienen. Maar er is een grote groep voor wie de rechtspraak financieel steeds minder bereikbaar wordt. Dat is een grote zorg. Ik hoop dat de digitalisering kan worden ingezet. Met digitale zittingen, iets minder uitgebreid, maar wel sneller en betaalbaar. Ik zie in het buitenland, zoals in Canada, interessante voorbeelden met digitale buurtrechters. Dat moet geen bezuiniging worden, maar een uitbreiding van de dienstverlening van de rechtspraak.’’

rob zijlstra 
dit interview stond op 13 februari 2021 in
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant

→ onrust in de rechtbank: dossier

De rechtbank Noord-Nederland is in 2013 ontstaan door 
een fusie tussen de tot dan zelfstandige rechtbanken 
Groningen, Assen en Leeuwarden. Er werken momenteel 
ruim 750 mensen waaronder bijna 150 rechters. 
Aan het hoofd van de organisatie staat het gerechtsbestuur 
waarvan Fred van der Winkel voorzitter is. 
De twee andere bestuursleden zijn rechter 
Albert Ploeger en Madelon de Wilde 
(niet-rechterlijk lid).

 

Niks wou

Het was een beetje gemeen van de rechters. Ze zeiden tegen de verdachte dat het net leek alsof het hem niet interesseerde, dat ze stellig de indruk hadden dat het hem niet raakte. Terwijl het wel om een heel ernstige zaak gaat, met nabestaanden in de zaal.

De rechters zeiden dit tijdens de ondervraging van de verdachte, het deel van een strafzaak waarin de rechters door vragen te stellen op zoek gaan naar waarheid. Rechters horen de waarheid te beminnen. Maar wat ze zeiden was geen vraag, het was een constatering. Ze vonden al iets.

Een verdachte staat bij aanvang van een strafproces met 3 – 0 achter. Je hoeft je onschuld niet te bewijzen, maar je moet je wel zien te redden uit een uiterst netelige situatie. Een verdachte bungelt altijd boven een zekere afgrond, of hij het nou gedaan heeft of niet.

Wie ooit heeft moeten terechtstaan weet dat het verdachtenbankje niet de plek is om de stoere Johannes uit te hangen. Ik heb doorgewinterde criminelen, schuldig en soms onschuldig, in de verdachtenbank zien huilen. Dat is niet erg, ’t is ook niet om medelijden mee te hebben, het is even voor het idee.

Wie wordt verdacht van een misdaad staat publiekelijk in de blote kont. De meeste mensen vinden de blote kont geen prettige omstandigheid om in te staan. Het maakt dat je dan even niet helemaal jezelf bent, dat je gespannen bent. Zenuwachtig. Rechters weten dat heus wel. Vandaar dat de opmerking, het lijkt alsof het je niet raakt, een gemene was.

Ronald, 26 jaar, heeft een man doodgereden.

Dat wil zeggen dat hij de auto bestuurde die een man op de fiets aanreed waarbij de fietser werd gelanceerd en via de voorruit in de greppel naast de weg belandde. Freerk, 48 jaar, was op slag dood.

Het gebeurde rond drie uur ’s middags op een smalle weg iets ten noorden van Spijk, daar waar de Eemshaven op het punt staat te beginnen.

Toeristen op sportfietsen sloegen alarm toen zij verspreid over het weggetje boodschappen zagen liggen. Ze reden eerst door, maar keerden weerom, zagen in de berm een fiets met kapotte fietstassen. Toen vonden ze Freerk.

In korte tijd wemelde het er van de politieauto’s en ging een politiehelikopter de lucht in. Het bericht luidde dat een zwarte Golf bij de aanrijding betrokken zou zijn. In de Golf zouden jongemannen zitten met petjes op.

Voordat een gebeurtenis in de rechtszaal kan worden besproken moet aan die gebeurtenis een juridische kwalificatie worden gegeven. Een label. Anders kunnen juristen er niks mee.

In deze zaak zou artikel 6 van de Wegenverkeerswet in de rede liggen. Vrije vertaling: het is verboden (en een misdrijf) je in het verkeer zo te gedragen dat een ander door dat gedrag wordt gedood of zwaargewond raakt. Het gedrag moet dan flink onvoorzichtig zijn tot roekeloosheid aan toe. Bellen, appen tijdens het autorijden (rijden met half bevroren ruiten) gaat door voor flink onvoorzichtig, met 120 slingerend door de bebouwde kom scheuren neigt naar roekeloosheid.

Het ging niet goed met Ronald, al een tijdje niet. Alles zat tegen. Hij had die nacht niet geslapen, die avond ervoor had hij wat speed gebruikt, nee niet op de dag zelf. ’s Ochtends had hij een paar uur gegamed. Call of duty. Hij had weer ruzie met zijn vader, ruzie eigenlijk met iedereen. Alles ging fout.

Tegen de rechters: ,,Niks wou.’’

Hij besloot wat te gaan rondrijden, om te kalmeren. Maar kalm werd het niet. ,,Ik was goed boos, opgefokt.’’

Ronald scheurde als een idioot over de kleine verlaten landweggetjes. Gas erop.
De rechters: ,,Was uw rijgedrag niet vragen om moeilijkheden?
Ronald: ,,Ja, achteraf kun je dat makkelijk zeggen. Maar het is nooit mijn bedoeling geweest iemand te raken.’’

De politie denkt van wel. Er zijn camerabeelden waarop is te zien dat Ronald in zijn zwarte Golf langs een boerderij scheurde. Kort daarop reed hij opnieuw voorbij, maar dan in tegenovergestelde richting. Hij sloeg vervolgens de weg in waar kort daarvoor ook Freerk op zijn fiets in was gereden.

Zag hij Freerk? Reed hij hem voorbij, keerde hij om, om vervolgens achter Freerk aan te rijden om hem iets aan te doen? Had hij met Freerk een appel te schillen? Was er sprake van een afrekening? En had dat met drugs te maken? Was het doodslag? Moord?

Het zijn de vragen die zijn gesteld.

Na de aanrijding denderde Ronald verder, met een verbrijzelde voorruit richting Uithuizermeeden waar hij bij een halte over de stoep reed, rakelings langs de bus. De vrouw die nog maar net was ingestapt, kreeg de schrik van haar leven.

Eenmaal thuis belde hij de politie. ,,Ik was in paniek. Thuis kwam het besef, ik stortte een beetje in, ik hoorde toen ook van de dodelijke afloop. Toen was ik wel van slag ja.’’

Hij weet niet zo goed wat hij er nu, in de rechtszaal, nog meer over moet zeggen. ,,Er is geen dag dat ik er niet aan denk. Wat moet ik er anders van maken? Ik zit hier en ik krijg straf. Het is wat het is.’’

Er moet inderdaad worden afgerekend.

De nabestaanden zeggen tegen de rechters dat Ronald het niet waard is om in deze maatschappij rond te lopen.

Het Openbaar Ministerie heeft aan de gebeurtenis een loodzwaar label gehangen: doodslag en een poging tot doodslag (incident bij de bushalte). De eis: 6 jaar gevangenisstraf. Daarna een rijontzegging van 10 jaar (Ronald had vrachtwagenchauffeur willen worden). De officier van justitie zou ook een tbs-maatregel niet raar vinden, maar in dat geval is nader onderzoek vereist. De rechters moeten het maar zeggen.

Advocaat Fred Kappelhof vindt het label doodslag en de poging daartoe niet passen. De raadsman stelt dat dit label erop is geplakt op grond van de eerste vermoedens, toen nog werd gedacht aan een afrekening. Maar daar is niets van gebleken. De telefoons zijn onderzocht, tussen beide mannen is nooit contact geweest. Ronald en Freerk kenden elkaar niet.

De raadsman is ter plaatse geweest, heeft geprobeerd er harder te rijden dan 60 kilometer per uur. ,,Dat kan daar helemaal niet. Ronald reed daar niet harder dan toegestaan, maar wel met kabaal, de fietser schrok, keek achterom, raakte een beetje uit de baan en werd geschept. Dat is een artikel 6. En dat is geen 6 jaar celstraf.’’

Het is aan de rechters om de waarheid niet tekort te doen.

rob zijlstra

 

update – 18 februari 2021 – uitspraak
De rechters hebben Ronald vrijgesproken van doodslag en een poging tot doodslag. We is hij schuldig aan  ernstige verkeersdelicten, in korte tijd gepleegd. De rechters volgen grotendeels de raadsman en niet de officier van justitie. Ronald krijgt wel de rekening: 4 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Komt hij weer buiten, dan mag hij zeven jaren geen motorrijtuig besturen, geen auto, geen scooter.

De overwegingen van de rechters staan in het vonnis (klik op afbeelding):

vonnis verkeerszaak spijk