Vervolging Robert Dawes [2]

Dagblad van. het Noorden | 22 juli 21

Het woensdag genomen besluit van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland om de Engelse crimineel Robert Dawes (49) in Groningen voor de rechter te brengen is niet alleen opmerkelijk, maar tot op zekere hoogte ook een moedig besluit, een besluit dat recht doet aan waarheidsvinding.

De verdenking luidt dat Dawes in 2002 opdracht heeft gegeven voor het liquideren van de Groninger onderwijzer Gerard Meesters. Meesters werd op 28 november 2002 in zijn woning aan de Uranusstraat in Groningen in koelen bloede vermoord.

Robert Dawes geldt als een van de grootste drugscriminelen van Europa. In februari 2016 zond de BBC een reportage uit waaruit blijkt dat Dawes binnen Europa zowel zaken deed met de Italiaanse maffia als met drugskartels in Zuid-Amerika en Azië.

Aan zijn arrestatie in 2015 in Spanje ging een onderzoek van acht jaar vooraf. Hij werd uiteindelijk in december 2018 in Parijs veroordeeld tot 22 jaar celstraf. De cocaïne die hij vanuit Venezuela naar de luchthaven Charles de Gaulle (Parijs) had laten vervoeren had een waarde van 200 miljoen euro. Het proces in de Franse hoofdstad gold als het grootste drugsproces in Frankrijk ooit. Dawes ontkende en vertelde dat hij wat geld verdiende met tegelzetten.

Het is goed mogelijk dat Robert Dawes tot voor kort nog nooit van Groningen had gehoord. Dat zal nu anders zijn: hij weet waarvan hij wordt verdacht en hij weet ook wat hij kan verwachten als de verdenking in de rechtszaal hard gemaakt kan worden: levenslang.

Hij zal zich in zijn Franse cel – waarin hij in ieder geval tot 2030 vastzit – misschien wel voor zijn hoofd slaan. In 2002 gaf hij leiding aan een criminele organisatie die actief was in Spanje. Toen twee van zijn drugskoeriers, twee Nederlandse vrouwen, zichzelf verrijkten met zijn drugs, met duizend kilo hasj, greep hij keihard in.

Om duidelijk te maken dat met hem niet te spotten viel moest een onschuldig familielid van een van die koeriers worden vermoord. Zo werkte het binnen zijn organisatie. Dit onschuldige familielid was Geard Meesters (52), de broer van Janette, drugskoerier te Spanje.

Dat Meesters werd vermoord in opdracht staat nauwelijks ter discussie. De man die Meesters doodschoot is Daniel S., een soldaat van Robert Dawes. Landgenoot ook. Hij kreeg levenslang. Tijdens de rechtszaken viel de naam van Dawes met regelmaat. Daniel S. ontkent echter de moordenaar te zijn. Tijdens de zitting in hoger beroep vroeg hij aan het hof begrip voor zijn ontkenning. Ietwat cryptisch zei hij niet in de gelegenheid te zijn om te bekennen: dat zou ernstige gevolgen kunnen hebben voor zijn familie in Engeland.

Het gerechtshof noteerde in de uitspraak (in 2006): ‘De moord op Gerard Meesters is gepleegd in opdracht van een organisatie die zich richt op het plegen van misdrijven en die daarbij in het kader van een afrekening het plegen van moord op een onschuldig slachtoffer als middel heeft ingezet.’ En ook schrijft het hof dat de liquidatie van Meesters ‘getuigt van een in ons land tot dusver nog zelden getoonde wreedheid, die kenmerkend is voor de allerergste vormen van criminaliteit’.

Met de veroordeling van de schutter, maar met het met rust laten van de (vermeende) opdrachtgever werd het dossier Gerard Meesters gesloten. Dat was onbevredigend voor het rechtsgevoel en onacceptabel voor de nabestaanden. Maar het OM wilde er niet aan. Het standpunt van het OM luidde steevast: er is geen directe link tussen de moord op Meesters en Robert Dawes.

Rechercheurs die bij het onderzoek betrokken waren verklaarden in 2017 tegenover deze krant dat het voor de politie ‘klip en klaar was’ dat Robert Dawes de opdrachtgever was, maar dat de wil de man te vervolgen er bij het OM niet was.’’ Gesuggereerd is dat Dawes toentertijd ‘een maatje te groot’ was voor Groningen.

In november 2017 – 15 jaar na dato – stapten zoon en dochter Koen en Annemarie Meesters naar het Openbaar Ministerie om aangifte te doen. En dat leidde tot nieuwe inzichten bij het OM. Rechercheurs die het onderzoek hadden geleid werden gevraagd de zaak nog eens te belichten ten overstaan van officieren van justitie die niet eerder met de zaak te maken hadden gehad.

Dat leidde tot het besluit een vooronderzoek in te stellen. Het doel was om te kijken of strafrechtelijk vervolging haalbaar zou zijn. Twee ervaren rechercherus werden daarmee belast. Zij deden (onder meer) onderzoek in Engeland, benaderen Daniel S. in de gevangenis en verhoorden Robert Dawes in Parijs. De optelsom van hun bevindingen leidden woensdagochtend tot het besluit om Dawes te vervolgen, dus voor de rechter te brengen.

Het mag opmerkelijk heten dat deze stap wordt gezet in een zaak die volgend jaar 20 jaar oud is. Het zou een signaal kunnen zijn richting de criminele wereld: ook al is het lang geleden, als we een kans zien, pakken we je alsnog. Ook als je van het kaliber Robert Dawes bent. Het feit dat Dawes al sinds 2015 vastzit en nog flink wat jaren in detentie heeft te gaan, maakt het wellicht iets eenvoudiger.

Met het besluit komt het OM terug op een standpunt dat jarenlang werd aangehangen. Dat getuigt van enige moed, zij het tot op zekere hoogte. Want het zijn in eerste instantie de nabestaanden geweest die het OM in beweging wisten te krijgen.

Het is een besluit dat recht doet aan de waarheidsvinding: het hele verhaal rond de wrede en kille liquidatie van Gerard Meesters was immers nog niet verteld. Als zowel de rechtbank als het hof concluderen dat Meesters in opdracht is vermoord, dan is er niet alleen een schutter, maar logischerwijs ook een opdrachtgever.

De grote vraag is of de verdenking tegen Robert Dawes wettig en overtuigend bewezen kan worden. Dus dat het zonder twijfel is dat Dawes in 2002 de opdrachtgever is geweest. Over het antwoord op deze vraag gaan alleen de rechters.

Dawes heeft al enige tijd een Nederlandse advocaat. Het Openbaar Ministerie heeft aangekondigd dat er een regiezitting komt waar de verdediging verzoeken tot nader onderzoek kan indienen. Een inhoudelijke behandeling zou dan naar verwachting volgend jaar kunnen plaatshebben.

Dawes kan tijdelijk vanuit Frankrijk naar Nederland worden gebracht om het proces bij te wonen. Het OM heeft hierover al eerder, op basis van internationale verdragen, afspraken gemaakt met de Franse autoriteiten. Een tijdelijke overlevering zal gepaard gaan met veel veiligheidsmaatregelen.

Mocht Robert Dawes worden veroordeeld, dan zal hij eerst zijn Franse straf moeten uitzitten. Pas daarna kan hij zijn Franse cel verruilen voor eentje in een Nederlandse gevangenis.

rob zijlstra

dossier Gerard Meesters

fragmenten uit het arrest (uitspraak) van Daniel S. – gerechtshof Leeuwarden, 22 december 2006

‘ De organisatie wilde met de zus van Gerard Meesters afrekenen in verband met de diefstal van de partij drugs, waarvan de organisatie haar verdacht. Nu zij onvindbaar was, heeft de organisatie een voorbeeld willen stellen door een onschuldig familielid te (laten) liquideren. Gerard Meesters  had niets te maken met de criminele organisatie en de eventuele activiteiten van zijn zus met betrekking tot die organisatie. 

‘ De moord op Gerard Meesters  is gepleegd in opdracht van een organisatie die zich richt op het plegen van misdrijven en die daarbij in het kader van een afrekening het plegen van moord op een onschuldig slachtoffer als middel heeft ingezet. Het bestaan van een dergelijke organisatie is naar het oordeel van het hof maatschappelijk intolerabel en vormt een ernstige aantasting van de gevoelens van veiligheid in de samenleving. 

‘ Hij (Daniel S.) heeft verklaard, dat hij geen vragen heeft gesteld over het hoe en waarom van de opdrachten die hij van de leiding kreeg – en dus kennelijk ook niet over de morele merites daarvan – en dat hij zich houdt aan de afgesproken gedragscodes. Die codes brengen onder meer mee dat hij over de identiteit van zijn opdrachtgevers geen informatie verstrekt en weinig tot niets loslaat over de precieze bedoelingen en activiteiten van de organisatie.

‘ Verdachte heeft als een ware desperado aangetoond uiterst koelbloedig en gewetenloos te kunnen zijn bij het uitvoeren van de opdrachten die hij kreeg. Het na eerdere bedreigingen in de hal van zijn eigen woning neerschieten van een onschuldige burger onder de omstandigheden van dit geval getuigt van een in ons land tot dusver nog zelden getoonde wreedheid, die kenmerkend is voor de allerergste vormen van criminaliteit. 

| het volledige arrest is te vinden in het dossier

Vervolging Robert Dawes [1]

Robert Dawes bij zijn arrestatie in 2015 in Spanje

Het Openbaar Ministerie heeft woensdagochtend besloten de Engelse drugscrimineel Robert Dawes strafrechtelijk te vervolgen voor het geven van de opdracht van een liquidatie. Het slachtoffer was Gerard Meesters, onderwijzer zonder bemoeienis met criminaliteit. In de vroege avond van 28 november 2002 werd hij als onschuldige burger in koelen bloede doodgeschoten in de hal van zijn woning aan de Uranusstraat in Groningen.

De schutter kreeg levenslang. Het was een moord in opdracht, daarover bestaat geen discussie. Dat Robert Dawes die opdrachtgever is, wordt al heel lang gezegd. Dat het OM na bijna 20 jaar opnieuw in actie komt, is goed voor het rechtsgevoel, maar het blijft opmerkelijk.

De ins en de outs over deze zaak: dossier Gerard Meesters.

 

 

Vaders en zonen

Het is niet zo dat het tbs-veroordelingen regent in zittingszaal 14. Dat beweren zou overdreven zijn. Maar de gevreesde maatregel is heden ten dage wel in zwang. De terbeschikkingstelling werd dit jaar met relatief weinig strafzaken al vijfmaal opgelegd, in drie zaken is het vooralsnog een eis. Er gaan tijdvakken voorbij waarin de tbs drie, vier keer per jaar wordt opgelegd. We stevenen af op een record.

Tbs mag dan trendy zijn, populair is het niet.

Sowieso niet onder hen die het moeten ondergaan. Anders dan celstraf kent de tbs-maatregel geen einddatum. Je kunt geen streepjes zetten. Je bent overgeleverd aan psychiater, psycholoog en jurist. Gemiddeld duurt een tbs-behandeling een jaar of negen, gevolgd door jarenlange controles en nazorg. Zodra je door de gedragswetenschapper genezen wordt verklaard en van de rechter weer mag deelnemen aan de samenleving, heb je een stempel van jewelste.

De samenleving is gebaat bij het tbs-systeem, maar de ex-patiënt zien we liever niet in de buurt terugkeren. Tbs maakt de samenleving veiliger, maar diezelfde samenleving wil er weinig van weten.

Wij zijn zo raar.

De tbs-maatregel kent twee varianten. De eerste is de light-variant: tbs met voorwaarden. De patiënt wordt al dan niet in een kliniek behandeld, maar niet onder dwang. De patiënt moet zich houden aan een reeks voorwaarden. Doet-ie dat niet, dan komt de tweede en gevreesde variant in beeld: de dwangverpleging.

Tbs is bedacht voor zieke mensen, voor mensen met stoornissen waar ze niets aan kunnen doen en die ook niet verdwijnen door meer vitamientjes te eten. Soms leiden die stoornissen tot gedrag dat gevaar oplevert voor anderen. Een enkele keer gaat het vreselijk fout en dan is er verdriet en is het land in rep en roer.

Harold (30) maakte zich schuldig aan een gestoorde daad: hij duwde zijn 8-jarige stiefzoontje het water in, het water van het Hoendiep in Groningen. Ze waren aan het vissen, zoals leuke vaders met zonen dat soms doen. Het verhaal wil dat zoonlief tijdens het vissen vooral met zijn mobiele telefoon in de weer was. Harold maakte daar opmerkingen over (‘doe dat ding nou eens weg’), maar kreeg een grote mond terug. Hij boos, geïrriteerd, laaiend, zeg het maar, ik was er ook niet bij.

Hoe ook, zoonlief plonst te water en schreeuwt om hulp. Zijn kleding zuigt zich vol nattigheid, hij kan niet op eigen kracht op het droge komen.
En wat doet vaderlief? Hij steekt niet de helpende hand toe. Hij filmt met zijn mobieltje het jongetje in zijn benauwdste momenten. Als omstanders zich over het kind ontfermen, stapt Harold op de fiets en gaat naar huis. Daar wordt hij aangehouden voor een poging tot zware mishandeling.

Harold wil geen tbs met dwang, zegt hij tegen de rechters. ,,Dan heb ik liever levenslang.’’ Hij is naar eigen zeggen geen gevaar voor de samenleving.
De officier van justitie zegt dat de reclassering geen mogelijkheden ziet ‘vorm te geven aan een tbs met voorwaarden’, aan de light-variant. Harold is namelijk niet gemotiveerd. En dan rest niets anders, aldus het Openbaar Ministerie, dan het allerlaatste redmiddel: tbs met dwang.

Het is niet zo dat leuke vaders die zich mateloos ergeren aan dat stomme en altijd maar aanwezige mobieltje per definitie tbs boven het hoofd hangt. Harold is eerder veroordeeld voor incidenten in familiekring die te maken hadden met psychische problemen.

De rechters moeten nog een keuze maken: wordt het light of wordt het heavy. Dat moeten ze ook in de zaken van Edwin en Ronald. Broers. Tegen Edwin (19) is de dwangmaatregel geëist, tegen Ronald (21) de tbs met voorwaarden. De officier van justitie zegt dat ze wel ‘wat risico’s’ ziet en de heavy-variant als eis heeft overwogen.

De broers zijn net weer op vrije voeten en zwerven met hun niks en zonder geld door de stad. Ze slapen bij foute vrienden. In de binnenstad van Groningen kijken ze door de etalageruiten naar kleding. In de Waagstraat gaan ze naar binnen bij Per Lui. Ronald neemt waar dat er bij de kassa cash wordt afgerekend en vraagt tot hoe laat de winkel open is. Daarna gaan ze chillen. Vijf minuten voor sluitingstijd stapt eerst Edwin naar binnen. Kort daarna komt Roland met een mes. Ze roepen dat ze de kassa willen, geld, geld, geld.

Zo gaat een overval op klaarlichte dag.

Het loopt voor beide broers niet goed af. De winkelmedewerker holt de zaak uit en trekt de deur achter zich dicht en houdt die dicht. Voorbijgangers helpen. Met een paspop proberen Edwin en Ronald een ruit in te slaan, maar de paspop kan dat niet. Ze zitten opgesloten in hun eigen misdaad. De politie is er snel.

Rechters: ,,Wel een beetje knullig.’’
Edwin: ,,Een beetje zielig voor ons.’’
Ronald: ,,Het was mijn idee.’’
Ze zeggen dat ze vooraf niet een plan hadden.
Edwin: ,,Ik had kleding nodig.’’
Ronald: ,,We betalen de schade. Ik ga zorgen dat het geld er komt.’’
Edwin: ,,We splitten.’’

Edwin heeft nog een paar zaken op de kerfstok: mishandeling van een gevangenisbewaarder (,,die geen respect toonde’’), bedreiging, autodiefstal, rijden zonder rijbewijs, openlijk geweld.

Nu is een mislukte overval niet direct reden de tbs tevoorschijn te halen. Maar in het geval van Edwin en Ronald zit het iets anders. Er liggen rapporten waar instaat hoe beide broers 19 en 21 jaar zijn geworden. De rechters hebben het gelezen. ,,Wat u allemaal al heeft moeten meemaken is nogal wat, heftig en niet normaal.’’ Advocaat Sierd Roosjen: ,,Het is werkelijk om naar van te worden.’’

De broers kwamen verslaafd ter wereld, ze zijn misbruikt, verwaarloosd, niet opgevoed, een leven zonder rem. De advocaat: ,,Het zou een wonder zijn als het met deze twee jongens niet mis zou zijn gegaan.’’

Edwin praat in slow motion. De stoornissen die bij hem zijn vastgesteld zijn fors en complex. Hij zegt: ,,Ik denk niet na over de keuzes die ik maak. Ik ben impulsief en agressief. Ik zie wel in dat ik problemen heb.’’
Ronald, met trekken van psychopathie, merkt op dat hij geen tbs met dwangverpleging wil ,,want dan duurt het heel lang voordat ik weer buiten ben.’’ Tbs met voorwaarden ziet hij ,,als een kans die ik wil pakken.’’

Ik kijk ze na als ze na de zitting onder begeleiding van de parketwachters (politie) een voor een worden afgevoerd. Jonge jongens met levens die al verrot waren voordat ze eraan konden beginnen.

Vader zit ook in de tbs.

Rob Zijlstra

Seksueel misbruikt en moegestreden…

Het onderstaande verhaal stond afgelopen weekeinde (9/10 juli 2021) in Dagblad van het Noorden.  Er is een verdachte, dat is opa. De man (72) wordt  verdacht van seksueel misbruik. Een van zijn kleinkinderen heeft aangifte gedaan.  De rechters moeten nog oordelen. 

In de rechtszaal geldt:
Slachtoffer ben je pas als de verdachte de dader is.
Zolang de dader de verdacht is,  ben je als slachtoffer slechts aangever.
Maar het gaat in dit verhaal niet om schuld of onschuld.
Dat verhaal komt nog.

In dit verhaal gaat  het over het rauwe feit dat de rechtsgang  die mensen zou moeten beschermen, het zo vreselijk laat afweten.  De strafrechtketen – van politie tot aan de rechtbank en alles wat daar tussenzit – heel het netwerk – piept en kraakt.  Op de  afdeling ‘menselijke maat’  werken geen mensen meer.  U wordt teruggebeld.

Niet.

Het onderstaande verhaal is het verhaal van moeder en dochter.  Zij hebben het verhaal voor publicatie gelezen. Op  verzoek van moeder en dochter is hun achternaam weggelaten omdat de verdachte dezelfde achternaam draagt.  Een dilemma, want waarom zouden wij / zij ons/ zich moeten verstoppen?  Zij willen hun verhaal vertellen, zij willen niet wegkijken, hebben niets verkeerds gedaan.

Het gaat in dit verhaal om Marley.  In het echt heet Marley anders. 

Schermafbeelding 2021-07-12 om 01.24.39

Stel, u bent als kind seksueel misbruikt. Niet één keertje, niet een paar keer, maar jaren achtereen. Door opa.

En stel dan, dat u vele jaren later alle moed van de wereld heeft verzameld en dan nog een keer en nog een keer en dat u daarmee naar de politie stapt. U bent dan 16 jaar en vertelt dat u aangifte wilt doen van seksueel misbruik. En stel dan dat u 6 jaar later nog altijd moet vechten voor gerechtigheid.

Moeder Myra en haar 22-jarige dochter Marley (niet haar echte naam) uit Groningen vertellen hun verhaal omdat ze ten einde raad zijn. En radeloos. Moegestreden ook. En boos.

Begin april van dit jaar zaten ze in de rechtszaal in de Groninger rechtbank. Eindelijk zou de verdachte Pieter K. (73) zich moeten verantwoorden. Volgens het Openbaar Ministerie heeft de man tussen 2001 en 2010 in zijn toenmalige woonplaats Stedum vergaande ontucht gepleegd met zijn kleindochter. Marley was 3 jaar toen het zou zijn begonnen.

Belangrijk dat zaak snel weer op zitting komt

De rechtbank heeft een ochtend voor de strafzaak gereserveerd, maar na vijf minuten staan Myra en Marley weer buiten. Opa is niet komen opdagen. De rechters willen hem zien, ook omdat hij zich bij de politie heeft beroepen op het zwijgrecht. De strafzaak wordt uitgesteld. Het is belangrijk, merken de rechters op, dat deze zaak snel weer ‘op zitting’ komt. De officier van justitie knikt.

Nu, bijna vier maanden verder en met de vakanties voor de deur, is er nog geen nieuwe datum. Myra en Marley hebben niets meer vernomen.

U wordt binnen twee dagen gebeld

De eerste keer toen Marley aangifte wilde doen, in 2016, kreeg ze te horen dat ze zou worden gebeld. Binnen twee dagen. Maar dat gebeurde niet. Weer bellen, weer vragen, weer wachten. ,,Na twee weken heb ik hen laten weten dat ik geen aangifte meer wilde doen. Ik had er geen vertrouwen meer in.’’ Moeder Myra: ,,Het is al ongelooflijk moeilijk om zo’n stap te zetten. En dan doe je dat en dan word je niet serieus genomen. Want zo voelt het.’’

Het doet het leven en welzijn van Marley allesbehalve goed. Ze is dan al een tijdje in therapie. Op school, atheneum 6, heeft ze het zwaar. Met de examens in zicht, haakt ze af.

Wij begrijpen het zelf ook niet

Als ze 18 jaar is doet ze een nieuwe poging en dat lukt wel. Sterker, de politie stelt vast dat ze twee jaar eerder ook op de stoep had gestaan en dat er toen niets is gebeurd. Ze krijgt daarvoor excuses aangeboden. De oorzaak? ,,Wij begrijpen het zelf ook niet’’, liet de politie weten. Marley: ,,Zo gaat het in het hele proces. Anderen maken fouten en ik krijg dan weer te horen dat niemand begrijpt hoe dat kan.’’

Na de aangifte wordt het stil. Ze denken dat de politie met het onderzoek bezig is. Maar na een jaar blijkt dat niet het geval. De politie heeft de aangifte naar het Landelijk Expertise Bureau Zeden gestuurd. Deskundigen van dit bureau beoordelen of de aangifte is gebaseerd op feiten en of strafvervolging haalbaar is.

Een jaar na aangifte begint politie met onderzoek

Myra: ,,Ik heb die club gebeld en gevraagd waarom het zo lang duurde. Binnen twee dagen was het onderzoek terug bij de politie die pas toen met het onderzoek begon. Dus pas een jaar nadat Marley aangifte had gedaan.’’

Myra doet ondertussen een dringend beroep op haar vader om zichzelf bij de politie aan te geven. ,,Dat heeft hij niet gedaan. En zolang hij dat niet doet, wil ik geen contact. Ook niet met mijn moeder die gewoon bij hem blijft.’’

In januari 2020 wordt het politieonderzoek afgerond. Drie maanden later ligt het dossier bij het Openbaar Ministerie die in augustus laat weten dat er een strafzaak komt. Wanneer is dan nog onbekend.

Ze blijven politie en justitie bellen. ,,Om druk te zetten. Als we dat niet hadden gedaan, dan was er helemaal niets gebeurd. Steeds wordt gezegd dat ze ons op de hoogte zullen houden. Maar dat hebben ze nooit gedaan.’’

Er zijn meer slachtoffers

Myra zegt dat er binnen haar (grote) familie meer slachtoffers zijn. Vier familieleden hebben hierover verklaringen afgelegd bij de politie. Zij ondersteunen de aangifte van Marley, maar willen zelf geen aangifte doen. Voor sommigen is het te lang geleden.

Myra: ,,Mijn vader is een pedoseksueel. Ik snap heel goed dat de politie niet zomaar iedereen kan oppakken. Maar we zijn nu zes jaar bezig en nog steeds wachten we op gerechtigheid. We hebben momenten gehad dat we dachten, laat maar zitten allemaal. En dan weer, nee, wij hebben niets verkeerds gedaan. Wij zwijgen niet.’’

Ik doe niks, ik zit alleen maar te wachten

Het leven van Marley staat stil. ,,Sinds die brief in augustus 2020 waarin werd aangekondigd dat er een rechtszaak zou komen, leef ik met spanningen en stress. Ik doe niks, zit alleen maar te wachten en er is nog zoveel onduidelijkheid. En dan ben ik ook nog heel boos.’’

Advocaat Meindert Doornbos uit Assen staat moeder en dochter bij. Hij zegt: ,,Hun boosheid en frustratie is meer dan terecht. Ook ik hoor niks. Ik heb brieven en e-mails gestuurd, ook naar de voorzitter van de rechtbank, maar je krijgt niet eens een antwoord.’’

Stel hij komt weer niet

Of de verdachte de volgende keer wel zal verschijnen is niet bekend. Hij hoeft niet te komen. Tijdens de korte zitting in april gaven de rechters aan dat de zaak snel weer op zitting moest komen, maar er is geen ‘bevel medebrenging’ afgegeven. Met zo’n bevel wordt de verdachte van huis opgehaald. Myra en Marley: ,,We hebben er weinig vertrouwen in. Stel hij komt weer niet, wat moeten wij dan?’’

rob zijlstra

Ik had niet over deze zaak geschreven als het een uitzondering betrof. Maar deze zaak staat niet op zich. Ik schreef eerde rover Miranda Hoekstra en haar initiatief no need to hide. Haar ervaring:

„Na de aangifte ben ik op zoek gegaan naar hulp. Maar ik werd van de ene naar de andere instantie gestuurd. De stap hulp te zoeken is al heel groot, daar doe je jaren over. En als je het dan eindelijk doet, dan weet je niet waar te terecht kunt. Of moet je voicemails inspreken. Van de politie mag je er niet over praten omdat dat het onderzoek kan schaden. Dat is moeilijk. Er komt zoveel op je af. En mijn geval is er van alles misgegaan wat mij ontzettend veel energie heeft gekost. Ik hoor vergelijkbare verhalen van andere slachtoffers.’’

>> NO NEED TO HIDE

> artikel dagblad van het noorden

> bevel tot medebrenging

Zwembadmoord Marum – na 9 jaar een vervolg

Vanuit het niets kwam de politie in Groningen vandaag, donderdag 8 juli 2021, met het bericht dat in de Marumer zwembadmoord vier verdachten zijn aangehouden. Negen jaar geleden werd bij het zwembad in Marum de toen 40-jarige Jan Elzinga in koelen bloede doodgeschoten.

Op 10 juli 2012.

Voor deze liquidatie – zo werd het genoemd – zijn twee mannen veroordeeld. Pascal E. uit Zwolle kreeg 15 jaar gevangenisstraf. Hij was de schutter, de huurmoordenaar die handelde in opdracht van Willem P.  uit Kampen. Die kreeg ondanks zijn ontkenningen in hoger beroep 20 jaar celstraf wegens medeplegen moord. De rechtbank had hem 18 jaar gegeven. Hij was niet bij de uitvoering van de moord aanwezig, maar hij had  de moord wel georganiseerd.

Ondanks deze twee stevige veroordelingen bleven, toen de boeken werden gesloten, veel vragen over. Bijvoorbeeld: wat was het motief? Waarom moest Jan Elzinga dood? Van wie kreeg Willem P. 15.000 euro? Het vermoeden was dat Willem weliswaar de organisator was, maar niet de opdrachtgever.

Ik schreef voor het true crime-magazine Koud Bloed een uitvoerige reconstructie van de Marumer zwembadmoord. Mijn conclusie in dit verhaal: de zaak is ondanks twee veroordelingen niet opgelost.

Het bericht van de politie van vandaag dat er negen jaar na dato vier verdachten zijn aangehouden lijkt die conclusie van destijds te onderstrepen.

De aangehouden verdachten zijn twee vrouwen (42, 59) en twee mannen (39, 56) uit Hoogeveen, Roden en Kampen.

Wie meer weet: rob.zijlstra@dvhn.nl

Uiteraard vertrouwelijk.

Het artikel – een lang verhaal – in Koud Bloed kun je hier lezen.

Het rechtbankverslag [september 2013] staat op dit blog: de zwembadmoord
Een overweging na de uitspraak: de zwembadmoord (2)inclusief beide vonnissen

rob zijlstra

Diederik Greive | hoofdofficier van justitie | Noord-Nederland | interview

 ,,We moeten ons in dit land afvragen wat nodig is om de rechtsstaat goed te laten functioneren.’’

Dat zegt Diederik Greive,
hoofdofficier van justitie van Noord-Nederland
in  Dagblad van het Noorden

 

 

Op het internet is een podcast van het Studiecentrum Rechtspleging te vinden waarin Diederik Greive een filosofisch betoog houdt over oordelen en over de moed om de waarheid te spreken. Hij vertelt dat hij aan jonge rechters wel eens vraagt wie zij wel niet denken te zijn om te oordelen over een ander mens. Dat is een ongemakkelijk vraag, zegt hij daar zelf over.

Wie denkt u eigenijk wel niet wie u bent om hoofdofficier van justitie te mogen zijn?
,,Aha, de podcast. De functie van hoofdofficier van justitie is een rol waarbij je staat voor een organisatie. Ik oordeel niet meer zoveel in zaken, dat doen de collega’s. Maar ja, wie ben ik dan? Dat is zo’n vraag waar niet direct een antwoord op is. Ik vind oordelen wel een heel belangrijke functie in deze samenleving. Door in openheid te oordelen draag je bij aan de samenleving en maak je dingen gemeenschappelijk.’’

In de podcast, zegt hij:  ,,Door niet te oordelen ontstaan schandalen.”

| Het zijn spannende tijden

U bent nu anderhalf jaar hoofdofficier van justitie in Noord-Nederland. Toen u kwam zei u dat u geen tussenpaus wilde zijn.
,,Ik ben in januari weer in het Noorden, in de kop van Drenthe, gaan wonen. Ik ben teruggekeerd om hier te blijven. Zo’n functie is een tussenstation in het leven, maar kijkend naar mijn loopbaan, dan is dit mijn laatste baan. Ik heb eerder in Drenthe gewoond. Het leven is hier, in het Noorden, geweldig. Hoe we de dingen hier met elkaar doen, dat heeft mijn hart. Ik zou deze functie niet goed kunnen uitoefenen als ik niets met de mensen in deze regio zou hebben.’’

U heeft al veel functies binnen justitie gehad en op veel plekken in Nederland gewoond, ook in Zeeland. Dat is een heel andere kant op.
,,Mijn vader is predikant. Hij is nu 91. Door zijn vak zijn wij vaak verhuist. Ik ben geboren in Woensdrecht, ik heb in Utrecht gewoond, in Amstelveen, Soest. Het komt misschien hierdoor dat ik wat makkelijk zeg, kom we gaan weer eens even kijken hoe het elders is. Ik heb een nieuwsgierige blik. Maar nu blijf ik.’’

Hoe staat het Openbaar Ministerie ervoor?
,,Het parket Noord-Nederland of het Openbaar Ministerie als geheel?’’

Het Openbaar Ministerie als geheel, om te beginnen.
,,Het is niet voor niets dat Gerrit van der Burg (voorzitter van het college van procureurs-generaal) samen met de Raad voor de Rechtspraak en de politie zich afvragen of we niet een beetje de baseline van de rechtstaat naderen. Wat is er nou nodig voor de politie, de rechtspraak en het Openbaar Ministerie om onze rol in de rechtstaat goed te kunnen vervullen? Het feit dat dit door deze drie partijen op de agenda wordt gezet geeft aan dat wij vinden dat de grens bereikt is. Dat is spannend voor het OM. En ook voor het parket Noord-Nederland.

| Tel dat allemaal op,
dan is de druk toch wel heel erg groot

We doen veel grote zaken en dat doen we goed. Maar kijkend naar het Marengo proces, de liquidatie zaken, de bedreigingen en de grote belasting die dat meebrengt, dan is de druk enorm. Maar ook als je kijkt naar een zaak als die van Els Slurink. Die laat zien dat het belangrijk is dat wij een lange adem hebben. Maar het vergt ontzettend veel van ons. En dan zijn er nog handhavingsvraagstukken rond allerlei demonstraties, van boeren tot corona. Tel dat allemaal op, dan is de druk toch wel heel erg groot.

Als Openbaar Ministerie gaan we niet op de barricaden. Maar we zijn wel bezig te signaleren dat we ons in dit land moeten afvragen wat nodig is om de rechtstaat goed te laten functioneren. Inderdaad, het zijn spannende tijden.

Het wordt steeds moeilijker om er zelf invloed op te kunnen houden, met goed opgeleide mensen, met wet- en regelgeving die voor ons ook is te handhaven. De regeldichtheid is enorm toegenomen. Kunnen we zo doorgaan? Het houdt wel ergens op. Daar komt bij, wij vinden als Openbaar Ministerie dat we eigenlijk meer zouden moeten doen, want de misdaad wordt ingewikkelder en verhard. Daar zitten spanningen.’’

En het parket Noord-Nederland? Hoe staat dat ervoor?
,,Wij hebben tot op heden geen problemen met het vullen van vacatures. Er komen jonge officieren van justitie binnen. Het kost wel meer moeite om ervaren officieren te vervangen of officieren te vinden met bepaalde specialismen. Voor jeugd bijvoorbeeld. Dan moeten we stevig ons best doen. Het is lastig om die mensen naar het Noorden te halen. Het team moet fris zijn, is het ook, maar er moeten ook wat oude knarren in zitten.

Ik weet dat de rechtbank te maken heeft met een andere, nog nijpender situatie bij strafrechters. Als er te weinig rechters zijn hebben we daar als Openbaar Ministerie last van. Het betekent dat het langer duurt voordat we met zaken naar de rechter kunnen.’’

Officieren van justitie staan in de rechtszaal met regelmaat met het schaamrood op de kaken, zeggen ze zelf, omdat ze stokoude zaken moeten voordragen. Waarom duurt het zo lang?
,,Eerst een wat meer filosofische tegenwerping. Het feit dat je een vraag kunt formuleren, betekent nog niet dat er een pasklaar antwoord is. Dit is zo’n geval. Je kunt hier een vraag van maken en ik kan er zo eigenlijk geen bevredigend antwoord op geven.

| Kijk ik naar hennepzaken,
dan voel ik het schaamrood ook

,,We doen het hier niet beter of slechter dan elders in het land. Maar kijk ik naar hennepzaken, dan voel ik het schaamrood ook. Die zaken duren te lang. Als een zaak te lang is blijven liggen, dan moet je daar als Openbaar Ministerie een verhaal bij hebben. Vaak zijn er verschillende oorzaken. Maar je moet het wel kunnen uitleggen.”

Die uitleg blijft in de rechtszaal meestal achterwege.
,,Als dat zo is, dan is dat niet goed. Ik vind openheid belangrijk. Een reden is dat het soms heel lang duurt voordat we rapportages hebben. Of de politie heeft meer tijd nodig om het onderzoek af te ronden. Daarvoor zijn we afhankelijk van anderen. We hebben te maken met vragen van advocaten om verder onderzoek en soms geven we als OM niet de goede prioriteit aan zaken.

En we hebben veel megazaken die heel veel tijd kosten. Dat gaat ten koste van strafzaken waarvoor niemand meer in voorlopige hechtenis zit. Mensen die vastzitten krijgen voorrang. Dat is uit te leggen.
Is dit een goed verhaal over de oude zaken? Nee. Het is frustrerend.”

Als een dossier blijft liggen, dan blijft ook de rechtvaardigheid liggen. Dat staat in uw eigen jaarbericht
,,Ja. Het tijdsaspect is een aspect van de rechtvaardigheid. Naarmate het langer duurt, gaat het steeds minder rechtvaardig voelen. Als ik in de krant lees dat het in de zittingszaal weer eens niet goed is gegaan, dan ga ik daar intern achteraan.

Misschien moet het OM stoppen met het jagen op mensen met een paar hennepplantjes in de schuur. Dat vergt ontzettend veel tijd en energie, in de rechtszaal wordt het afgedaan met kleine werkstrafjes.
,,We jagen er niet achteraan. Dat beeld heb ik niet. Er kan achter die hennepteelt ook ondermijnende criminaliteit zitten. Dus dat hennepteelt onze aandacht heeft vind ik terecht. Hennepteelt is meer dan wat plantjes groot brengen. Er zitten vaak andere vormen van criminaliteit achter die voor burgers heel vervelend zijn. Maar het vraagt inderdaad veel opsporingscapaciteit.’’

Iets anders. De strafrechtketen – politie, justitie, rechtspraak – daar bent niet zo van. Bij een keten houden mensen elkaar vast. U noemt het een verkeerde metafoor.
,,Klopt. Een keten roept het beeld op dat het allemaal keurig in elkaar haakt. Het is veel meer een netwerk met daarin andere partijen met andere financieringen en andere belangen. Om de motor draaiende te houden moeten we als netwerk opereren.

Met de rechtbank moeten wij jaarlijks afspraken maken over het aantal strafzaken dat we aanbrengen. Vorig jaar kwamen we daar niet uit. We waren het niet met elkaar eens. De rechtbank kon niet leveren wat wij wilden. Dan heb je een probleem. Maar als je dan teveel in ketens denkt, breng je je partner in onmacht en dat neigt naar een confrontatie. Dat gaat de samenwerking niet verbeteren. Dus zo’n probleem vraagt om een andere benadering.

| We zijn nu constructiever met elkaar bezig

We zijn met de rechtbank overeengekomen dat we het met elkaar oneens waren en dat een paar dingen even niet konden. Vervolgens ga je kijken hoe je elkaar kunt helpen. Dat is een andere manier van opereren in een keten waarin wordt gestuurd op cijfers. We zijn nu constructiever met elkaar bezig.’’

Bij de aanpak van ondermijning is het strafrecht niet toereikend. Er wordt ook een beroep gedaan op het lokaal bestuur, op burgemeesters. Horen die ook bij het netwerk?
,,Zeker. We moeten als politie, justitie en rechtbank in gesprek gaan met het lokaal bestuur. Dat willen bestuurders graag. We hebben sowieso al veel meer dan een aantal jaren terug met dat bestuur te maken. Doordat we de zware georganiseerde criminaliteit ondermijning zijn gaan noemen, is een andere aanpak ontstaan. Vroeger keken we heel erg naar het strafrecht, maar als je de criminaliteit in de havens wilt aanpakken, speelt het bestuur ook een rol, soms zelfs een voortrekkersrol.”

Brengt u het lokaal bestuur, burgemeesters, wethouder, daarmee niet in een moeilijk parket?
,,Ja. Als ze niet goed worden ondersteund en geen toegang hebben tot de kennis en kunde die wij en de politie hebben, dan laat je ze in de kou staan. Wij hebben daar een grote verantwoordelijkheid.”

Hoe ziet het criminaliteitsbeeld er momenteel uit? Hoe ernstig is het?
,,Laat ik niet bij het ergste beginnen. Wat ik een belangrijk thema vind is de veelvoorkomende criminaliteit. We hebben net een grote cybercrimezaak gehad. Er was een jongeman die via phishing heel veel slachtoffers wist te maken. Het had een omvang dat het het betalingssysteem raakte, het vertrouwen werd aangetast. Daarmee had het een ondermijnende kant.

Wat die jongen deed had een enorm effect. Maar het was geen superboef. Misschien was dit een jongen die vroeger fietsen en scooters jatte, die actief was in de klassieke misdaad. Maar nu kon hij via WhatsApp heel snel veel geld maken met een grote landelijke impact want de slachtoffers kwamen overal vandaan.

In de rechtszaal komt nog veel van de klassieke misdaad langs, maar dat is wel aan het veranderen. Er kan sprake zijn van ondermijning zonder dat je het zware misdaad kunt noemen. Hier ligt voor ons de komende jaren een enorme uitdaging. We kunnen wel alles in nieuwe hokjes stoppen, maar bij cybercrime zie je veel klassieke misdaden samenkomen.”

De druk op politie en justitie en de rechtspraak is groot, de capaciteit schiet tekort. Maar cijfermatig is de criminaliteit aan het dalen. Dat rijmt niet.

| Je kunt de omvang van de misdaad
niet meten op basis van het aantal zaken

,,De vraag hoe het staat met de criminaliteit kun je niet alleen beantwoorden met cijfers. Ik vind het belangrijk dat je ook kijkt naar het effect van die criminaliteit. Het effect van die phisingzaak was met heel veel slachtoffers heel groot, maar er was slechts één dader. Je kunt de omvang van de misdaad niet meten op basis van het aantal zaken.

Je moet kijken naar het effect van de criminaliteit op de samenleving en wat het vraagt aan inzet van bestuur, politie en het Openbaar Ministerie. Daar moet je op gefinancierd worden. En dan kom ik terug op wat ik in het begin zei, met de vraag wat is nou de baseline voor onze rechtstaat? Die meet je niet af aan die cijfers.’’

U heeft besloten om de NAM niet strafrechtelijk te vervolgen voor het in gevaar brengen van mensen. Was dat een moeilijke beslissing?
,,Een hele moeilijke beslissing, menselijk en in juridische zin. De aangifte ging over een klassiek artikel uit de wet. Het opzettelijk vernielen van een gebouw waardoor levensgevaar te duchten viel. En dan heb je een zaak waarbij het gaat om een heel groot bedrijf, met als oorzaak aardbevingen en de vraag hoe dat komt. Dat is complex. Als je als persoon met een shovel door de voordeur rijdt en de muur vliegt eruit, dan is het duidelijk hoe dat komt en wie je daar strafrechtelijk op kunt aanspreken. Maar in deze zaak was dat veel lastiger. Want wat was nou precies dat gedrag? En onder welke omstandigheden moet je dat vaststellen? Dat zijn juridisch ingewikkelde vragen. Het vroeg om veel feitelijk onderzoek. Dat heeft geresulteerd in een dossier van 40.000 pagina’s.

We zijn niet over een nacht ijs gegaan. We hebben mensen van buiten er nog een keer naar laten kijken en hen gevraagd, hoe moeten we hier nu mee omgaan? In zo’n specifieke zaak kun je niet niet zeggen dat je de waarheid in pacht hebt. Het heeft veel discussie gevraagd, waarbij scherp is geargumenteerd. We hebben een lange en brede weg bewandeld voordat we tot een beslissing kwamen.”

Nieuwsuur kwam onlangs met een reportage over grondaankopen in de Eemshaven. Het riep een beeld op van corruptie. Springt er bij het Openbaar Ministerie na zo’n uitzending ergens een rode lamp aan?
,,Ja. Als die lamp al niet allang brandde. Ik ga hier verder niets over zeggen. Dit zijn kwesties waar wij altijd naar kijken. Om de feiten op een rij te zetten en te onderzoeken wat waar is en wat niet. Serious business.’’

| DNA leidt niet altijd
tot onomstotelijk daderschap

U noemde de zaak Els Slurink al even. Er is een publiekscampagne gelanceerd om deze coldcase tot een oplossing te brengen. Toen die campagne begon werd niet verteld dat er al een verdachte in beeld was. Wordt het publiek waarop u een beroep doet, op deze manier niet misleid?
,,Wij zetten zo’n opsporingsmiddel in, in het kader van de waarheidsvinding. Vroeger was opsporingsberichtgeving gericht op het vinden van daders. Dan was de vraag: kent u deze man en weet u waar hij is, bel dan dat en dat nummer. Nu vragen we steeds vaker aan de burger om met ons mee te denken. Niet alleen wie is dit, maar we willen ook achterhalen wat er is gebeurd. Onder welke omstandigheden.

Nabestaanden willen dat ook weten. Dat moet je meenemen als je kijkt hoe we met de zaak van Els Slurink naar buiten zijn gegaan. We hebben in deze zaak een dna-spoor, maar dat is in het algemeen onvoldoende bewijs. DNA leidt niet altijd tot onomstotelijk daderschap.

Door de burger erbij te betrekken doen we recht aan de waarheid. We hebben de burger dus niet misleid. Je kunt niet aan waarheidsvinding doen wanneer je zelf afbreuk doet aan de waarheid. Je kunt waarheid niet via onwaarheid vinden. Daar zit voor mij de grens.

We streven als Openbaar Ministerie openheid na. Ik vind dat we soms verrassend open zijn over wat we doen. We moeten uiteindelijk alles op tafel leggen als de rechter ernaar vraagt. Bij Els Slurink zijn we zo open mogelijk geweest.

Openheid vind ik niet alleen als hoofdofficier belangrijk. Ook als mens. Zaken als openheid en vrijheid zijn waarden die mij al mijn hele leven bezighouden. Mijn vader is een vrijzinnig predikant. Gekscherend gezegd, mijn vader gelooft nog net wel en ik geloof net niet. Wat ons bindt is de ethiek. Ik ben geen rechten gaan studeren of dit vak ingegaan vanuit een enorme liefde voor regels. Ik vind regels wel heel interessant en belangrijk, maar niet in de uitleg van hoe het allemaal zit.
Hoe werken regels? Waarom houden mensen zich eraan of niet? En als mensen zich niet aan een regel houden hoe zit dat dan en wat moeten we daar mee. Dat zijn voor mij in de kern vooral ethische vragen.’’

Ik ken de punten en de komma’s, in ben opgeleid in het regeldenken. De Grieken gebruikten de regel in de bouw. Een regel was juist iets wat mee kon buigen. Niet rechte vormen kon je via een regel juist heel gepast vouwen. Het hele idee dat een regel iets onbuigzaams is, iets absoluut is, dat zit niet in mijn denken, ook al ben ik van de handhaving.”

| Met het strafrecht kun
je niet alles oplossen

Over 25 jaar kijken we wellicht met enige verbazing naar hoe we het nu doen. Wat denkt u, blijven we mensen straffen en opsluiten?
,,Dat denk ik wel. De gevangenisstraf blijft, hoewel we weten dat het geen medicijn is. Dat we mensen opsluiten en dan denken dat je ze in de gevangenis kunt resocialiseren, nee dat werkt niet. Maar gevangenisstraf is ook gewoon leedtoevoeging. Vergelding. Op de blaren zitten voor de dingen die je hebt gedaan. Dat zal er over 25 jaar ook nog zijn.

Daarnaast zal het repertoire van gedragsaanwijzingen en alternatieven afdoeningen zich verder ontwikkelen. Het is niet het een of het ander. Ik vind dat we nu redelijk streng straffen. De roep om strenger te straffen heeft bij rechters gehoor gevonden. Tegelijkertijd zie ik dat we met elkaar heel erg op zoek zijn naar wat je nog anders kunt doen dan mensen strenger straffen. Met het strafrecht kun je niet alles oplossen. Ik hoop dat we over 25 jaar wegen hebben gevonden om het gedrag van mensen te corrigeren zonder dat we moeten grijpen naar het strafrecht. En ik hoop dat er ruimte blijft voor maatwerk als het gaat om de toepassing van het strafrecht. De menselijke maat.”

Zou de minister van rechtshandhaving Sander Dekker hier ook zo over denken? Er is vanuit uw netwerk veel kritiek op zijn beleid.
,,Wij zijn bij het Openbaar Ministerie van de strafrechtelijke handhaving. In handhaving zit ook iets van uitvoerbaarheid. Als er nieuwe wetten komen, nieuwe regels, dan moet je van te voren nadenken of het wel uitvoerbaar is. Dat is wat ik er in z’n algemeenheid over kan zeggen. Het is niet specifiek gericht aan minister Dekker. Het is belangrijk dat de wetgever toetst op uitvoerbaarheid. Maar als de wet er eenmaal is, dan is het niet anders. Dan ga ik handhaven, dat is mijn rol.”

rob zijlstra

 

→ Dit interview is op zaterdag / zondag 3 / 4 juli 2021 gepubliceerd in Dagblad van het Noorden en in de Leeuwarder Courant (kortere versie).

Vreselijke kerels

Van de verdachten die in de rechtszaal verantwoording komen afleggen is ieder jaar opnieuw negentig procent schuldig aan het misdrijf waarvan hij – niks diversiteit – wordt beticht. De kunst van de strafrechtspraak is om de onschuldigen bij die resterende tien procent te krijgen. Dat dus niet de verkeerde mensen aan de schoffel worden gezet of worden opgesloten.

Van de schuldige verdachten doet een deel niet moeilijk. Die geven in de rechtszaal toe wat ze bij de politie ook al hadden gezegd: ik was het. Er zijn er ook die zeggen dat ze het wel waren, maar dat het ietsje anders is gegaan dan de officier van justitie wil doen geloven. Minder vaak, minder erg, minder veel. De inzet: minder straf.

Er is een derde groep: de verdachten die het wel hebben gedaan, maar dat ontkennen. Die willen dat ze ten onrechte worden vrijgesproken. Hier zitten de slechteriken. 

Worden vrijgesproken terwijl je het wel hebt gedaan, is niet eenvoudig. Van goeden huize komen is allang niet meer voldoende. Een topadvocaat? Echt niet. Een goede advocaat zorgt voor de juiste balans in het strafproces, die zorgt ervoor dat de hand van justitie niet doorschiet.

Het probleem van de verdachten in de derde groep is dat ze moeten liegen. Dus niet jokken of de boel wat verdichten of verdraaien, nee, echt liegen. Dus keihard niet de waarheid vertellen. Mensen zijn daar niet goed in, al helemaal niet in de rechtszaal ten overstaan van rechters die erop beducht zijn dat ze worden beduveld.

Er was eens een strafrechter in Groningen – hij werkt nu in Assen – die een hekel had aan kletspraat van verdachten. Was de maat vol, dan leunde hij iets achterover, het hoofd een beetje schuin, vinger aan de kin, om vervolgens de verdachte te sommeren dat ‘ie beter z’n best moest doen. ,,Want je denkt toch niet dat ik deze klets geloof? Ik ben toch niet gek? Probeer nou eens wat geloofwaardiger te liegen.’’

Ik denk dat Joop en Menno slechte leugens vertelden. Dat de een storingsmonteur is en de ander pijpfitter dat zal best waar zijn. Maar onschuldig zijn ze niet.

De officier van justitie zegt dat Joop en Menno een oudere man eerst hebben opgelicht en hem twee dagen later hebben overvallen in zijn woning in Winschoten.

Eerst de oplichting. 

Menno ontkent, Joop heeft een verhaal. Hij had geld noch drugs en dat is voor hem een onwenselijke  situatie. Joop ging dus op Chatgirl op zoek, op een site waar mannen en blote vrouwen met elkaar praten en afspraken met elkaar kunnen maken. Hij zag dat een oude kennis van hem uit Winschoten op de site actief was. Joop typte dat hij Anneloes was en zin had in een stevig gesprek. De kennis in Winschoten lustte daar wel pap van. De afspraak was in een wip gemaakt. 

In de Peugeot van Menno reden ze naar Winschoten. Joop belde aan, de oude kennis opende de deur. Joop zei dat hij Anneloes kwam brengen, maar dat hij alvast honderd euro moest hebben. De rest moest hij later maar aan Anneloes geven. De man betaalde en Joop wenste hem een fijne avond toe en vertrok. Nooit kwam die avond een Anneloes opdagen. Er was geen Anneloes.

Joop: ,,Het was mijn idee, maar Menno wist ervan. We hebben er drugs voor gekocht.’’
Menno: ,,Ik heb er niets mee te maken.’’

Dan de overval, twee dagen later.

Joop vertelt weer een heel verhaal. Dat hij drugs had gekocht bij zijn vaste dealer aan de Bedumerweg in Groningen. Toen was hij Menno tegengekomen en bij hem in de auto gestapt. Joop: ,,Menno zei dat ‘ie een klant had. In Winschoten.’’

Zelfde straat, zelfde woning. Joop bleef nu in de Peugeot zitten, het was de beurt van Menno. De afspraak was ook nu weer via Chatgirl gemaakt. Ditmaal had Menno zich voorgedaan als een lichte dame van wilde zeden die tot en met het ontbijt in de ochtend zou blijven praten, in ruil voor 750 euro. 

Bij de voordeur duwde Menno de oude kennis naar binnen, pakte hem vast en griste een stapeltje bankbiljetten uit diens borstzakje. Het was 870 euro.

Menno: ,,Ik heb er niets mee te maken.’’
Joop: ,,De oplichting heb ik gedaan, maar dat Menno twee dagen later mijn oude kennis ging overvallen, dat wist ik niet. Ik zat in de auto, dat het om een overval ging hoorde ik pas later.’’

Dat later was zes maanden later toen het tv-programma Opsporing Verzocht aandacht besteedde aan de woningoverval. Er werden beelden getoond, signalementen verstrekt, er kwamen tips binnen, ook uit het prostitutiecircuit: het zijn Joop en Menno, twee vreselijke kerels.

De twee afspraken via Chatgirl zijn gemaakt met een en hetzelfde account. Bij het borstzakje op het overhemd van de oude kennis zijn dna-sporen aangetroffen. Van Menno. Joop heeft een reputatie: in 2018 werd hij veroordeeld voor uitbuiting van een Tsjechische vrouw op de tippelzone in Groningen. Wat zij verdiende was voor hem.

De officier van justitie: ,,Ik kan de oplichting niet los zien van de overval.’’
Joop: ,,De oplichting wel, de overval niet.’’
Menno: ,,Mijn dna is naar dat overhemd gesleept. Ik word erin geluisd. Ik ben onschuldig.’’

Joop: ,,Mijn  baas hoopt dat ik zo snel mogelijk weer aan het werk kan.’’ Hij zegt dat hij daarom naar huis wil en een goed voorbeeld wil zijn voor zijn vriendin die zeven kinderen heeft.
Menno: ,,Ik kan ook zo weer aan het werk” Hij zegt dat zijn probleem is dat hij niet weet wanneer hij beschikbaar is.

De officier van justitie heeft een verrassing in petto. Hij zegt dat er richtlijnen bestaan. Voor een woningoverval staat drie jaar celstraf. Doe je dat samen met een ander, in vereniging, komt daar één jaar bij. En dan is de overval gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd, na tien uur ’s avonds. Dat is nog eens zes maanden erbij. Opgeteld: 4,5 jaar celstraf. 

Meestal komt een officier van justitie daarna met de verzachtende omstandigheden, waardoor de strafeis weer naar beneden gaat. Maar nu: ,,Ik zie geen reden om van de richtlijnen af te wijken. Ik eis tegen beide mannen 4,5 jaar celstraf.’’

Menno schrikt, zichtbaar, maar zegt niets. Joop is ontzet. Vraagt zich hardop af in wat voor een land we leven? ,,Dit is toch te triest?” Nog luider: ,,Als ik iemand vermoord, wat moet ik dan wel niet krijgen? 200 jaar?’’

Als je niet goed kunt liegen wel ja.

Prut(s)

Er was eens een man die in zittingszaal 14 vertelde dat hij leed aan de Hollandse handelsgeest. Hij werkte in Leeuwarden bij een overheidsdienst die verantwoordelijk was voor de beveiliging van de rechterlijke organisatie. Hij kocht computers en aanverwanten voor rechtbanken, maar dacht daarbij vooral aan zichzelf. Dat kon ook makkelijk want hij mocht zijn eigen uitgaven controleren. Dat was de cultuur op de afdeling waar hij werkte.

Iedereen deed het zo.
En iedereen zweeg.

Er was budget voor de aanschaf van hardware, maar soms was er meer budget dan nodig. Van het geld dat overbleef, restbudget, kocht hij dan bijvoorbeeld twintig fraaie laptops. Die gingen niet naar de rechtbanken, maar naar de kelder. In de kelder gold de voorraadadministratie niet. Via zijn handelsgeest vonden de laptops elders nieuwe eigenaren en kon de man een paar keer met heel het gezin naar Gran Canaria om bij te komen.

De handelsman zei tegen de rechters dat hij altijd wel wist dat wat hij uitspookte niet deugde. Maar, voegde hij er in tranen aan toe, in zijn vorige baan bij een grote scholengemeenschap in Rotterdam ging het niet anders. Hij kreeg een werkstraf van 240 uur en een half jaar voorwaardelijke celstraf. Hij blij. Toen hij terechtstond had hij alweer een nieuwe baan. Met alleen een werkstraf kwam die baan, iets vergelijkbaars, niet in gevaar.

Afgelopen week diende een strafzaak met sterke overeenkomsten. Groot verschil: de handelsgeest van deze week was een medewerker van de politie Noord-Nederland die niet voor de rechter hoefde te verschijnen. Het Openbaar Ministerie sloot een deal: zou de politieman een werkstraf accepteren van 150 uur, dan bleef hem een strafzaak in het openbaar bespaard. Geen stukjes dan ook in de krant.

De officier van justitie zei in de rechtszaal dat zijn voorganger dat zo had besloten. Het waarom bleef onbenoemd. Laat gezegd zijn dat er dagelijks mensen voor de strafrechter moeten verschijnen vanwege aanzienlijk minder.

Bovendien was het niet helemaal eerlijk van de dienstdoende officier van justitie. Feitelijk telt Nederland maar één officier van justitie. Wat de één vindt, vinden ze allemaal. Het Openbaar Ministerie is één en ondeelbaar, heet het. Een officier van justitie hoort zich – al helemaal niet in de rechtszaal – te verschuilen achter een beslissing van een collega.

Vorige week gebeurde dat toch ook. De verdachte (poging tot moord) die in de zittingszaal zat, had daar niet horen te zitten want het onderzoek was nog niet klaar. Foutje, misverstand.

De dienstdoende officier van justitie zei dat hij niet de officier was die de zaak onder zijn hoede had. Daarom kon het misverstand gebeuren. Hij handelde de zaak slechts af in de rechtszaal en had de avond voor de zitting vastgesteld dat er iets niet klopte.

Het was mede hierom dat de rechter snoeihard uithaalde door het werk van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal te kwalificeren als prutswerk. Hij zei: ,,Dit is prutswerk, dat moet maar eens gezegd. Prutswerk.’’

Daar zijn ze binnen het één en ondeelbare justitiebedrijf tot ver buiten Groningen wel even van geschrokken. Dat heb ik gehoord. De verdachte vond het niet erg: hij mocht na acht maanden in de bak per direct naar huis.

Of hij terugkomt zodra de zaak gereed is, is afwachten. De officier van justitie – heel het Openbaar Ministerie dus – had alvast aangekondigd dat er een gevangenisstraf zal worden geëist in de duur van jaren. Het huis van de verdachte woont in Polen.

Terug naar de corrupte politieman die niet in de verdachtenbank zat. Daar zaten wel twee anderen, namelijk Bert (58) en Kees (54). Bert is directeur van het automatiseringsbedrijf Aivex waar de politiemedewerker zo genereus zaken mee deed. Kees is medewerker ‘projecten’. Met deze twee mannen wist justitie geen deal te sluiten, want de mannen wilden in de rechtszaal gehoord worden om hun onschuld aan te tonen.

Want niet zij, maar die politieman was de prutser. Die had de boel belazerd door veel zakelijk geblaat en geknoei met de facturen. Zij waren daar naar eigen zeggen onwetend in meegegaan. Niet alleen omdat de politie Noord-Nederland een goede klant was, maar ook omdat je als fatsoenlijke zakenman erop mag vertrouwen dat de politie een integere klant is. Dus dat er drones op het privéadres van de politiemedewerker werden afgeleverd, hadden ze niet raar gevonden. Op het grote politiebureau raakt zo’n mooie drone maar zoek, had de medewerker gezegd.

Snapten ze.

Een van de bedorven trucjes was om facturen in elkaar te flansen die niet overeenkwamen met wat er werd geleverd. Er bleef geld over. Restbudget. Van wat overbleef, kocht de medewerker mooie dingen voor thuis. Het was gemakkelijk – het was easy money – want de politieman mocht – cultuur – zijn eigen uitgaven controleren.

Het bedrijf had als leverancier beter moeten weten, zei de officier van justitie. Hij eiste werkstraffen van 100 en 75 uur tegen directeur en medewerker.

Het ging niet om lariekoek. Het bedrijf leverde camerasystemen voor de politiebureaus in Groningen, Assen en Leeuwarden. Ook de apparatuur voor het cameratoezicht in de binnenstad van Groningen was een project van de medewerker. Het spul waarmee we de misdaad willen beteugelen, stinkt zelf.

De directeur zei boven alles sneu te zijn. Het bedrijf is alle opdrachten van de overheid kwijtgeraakt en heeft tien van de veertien werknemers moeten ontslaan. De directeur: ,,We krijgen geen verklaring meer van goed gedrag. Ik dacht dat je zoiets niet meer kreeg na een veroordeling. Maar de ellende begint al zodra je verdachte bent.’’

Het komt vaker voor – niet heel vaak – dat er rechtszaken zijn waarbij facturen middels creatief prutswerk tot stand zijn gekomen. Prutsen kan omdat er geen fatsoenlijke controle is. De man van het begin van dit verhaal had gezegd dat hij ook een beetje het slachtoffer was geworden van de gelegenheid. Die had van hem de dief gemaakt.

De kwestie van de corrupte politiemedewerker kwam aan het licht toen een nieuwe chef aantrad op de afdeling waar de valserik werkte. Op die afdeling stonden luxe spullen in dozen. Niemand kon het de nieuwe chef uitleggen. Zij begon een onderzoek.

Zouden de politiecollega’s van de prutsmedewerker echt van niets hebben geweten? Geen vermoedens? Profiteerden ze mee? Of waren ze zoals de officier van justitie opperde, een beetje bang voor de man. Hielden ze daarom de mond?

Volgens mij is de politie ook beetje één en ondeelbaar. En, zoals helaas maar weer eens tot schrik blijkt, niet per definitie betrouwbaar.

Prutswerk, prutscultuur.
Angstcultuur, zwijgcultuur.

In die volgorde.

rob zijlstra

 

 

Tintelingen in het hoofd

De man stond ineens naast mij en zei nogal opgefokt dat ik niet moest denken dat hij bang voor mij was of zo. Los van het feit dat ik hem niet kende, hij een kop groter was, had ik geen enkele gedachte in die richting. Hij droeg een donkerblauw trainingspak, vast Adidas, de schoenen weet ik niet meer. Hij zei: ,,Als ik wil schiet ik je dood, net zo makkelijk.’’

Het klonk als gekkigheid, maar toch ook tamelijk gestoord. Het was bovendien diep in de nacht, achterin Café De Kar, Peperstraat, Groningen. Ik zou in die straat niet de eerste zijn. Hij zei dat hij een vuurwapen in de broek had. Dwingend: ,,Zien?’’

Ik reageerde door te zeggen dat ik zo goed als zeker wist dat hij mij niet zou gaan schieten. Ik zei dat ik hem inschatte als een echte professional. En dat echte profs nooit iemand zonder reden doodschieten, niet zomaar een willekeurig iemand. ,,Want daar heb jij niks aan.’’

Over die woorden moest hij even nadenken en toen ik een kleine glimlach bespeurde, greep ik mijn kans. Ik opperde: ,,Je kunt veel beter twee biertjes halen, een voor mij en een voor jezelf. Dan proosten we en dan zijn we vrienden.’’ Hij deed het.

Ik weet niet of het nou zo verstandig was wat ik zei. Je bent zomaar op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waar je dan ook nog eens de verkeerde tegenkomt. Er lopen, zo wordt dan gezegd, meer gekken en gestoorden buiten dan binnen de klinieken.

Later kwam ik de Adidas-man nog weleens tegen, ook in de rechtszaal. Daar noemden ze hem een man met stoornissen. Hij herkende mij niet als de vriend van die nacht. Het laatste dat ik heb vernomen is dat hij elders in Nederland een gewelddadige dood is gestorven.

Ik moest aan dit rare voorval van een tijd geleden denken toen ik deze week verslag deed van de strafzaak van Johnny (37). Dat was een strafzaak in de categorie triest & treurig. Johnny heeft vorig jaar zijn moeder doodgestoken.

Er zitten wanen in zijn hoofd. Tintelingen, zei hij tegen de rechters. Die wanen beheersen zijn doen en laten. Stemmen zeggen dat er anderen zijn die hem willen vergiftigen, dat zijn computer wordt gehackt, de telefoon afgeluisterd. Op de voordeur van zijn woning in Zuidhorn zag hij de bewijzen: witte en gele stippen.

Hij kreeg er sinds 2013 medicijnen voor, maar eind 2019 stopte hij met de medicatie. De tintelingen kwamen snel terug en op 2 oktober vorig jaar ging het vreselijk mis. Met zestien messteken doodde hij zijn moeder, de moeder die een van de weinige mensen in zijn kleine leven was geweest die altijd voor hem had klaargestaan.

In de rechtszaal moet Johnny steeds huilen en betuigt hij keer op keer zijn spijt. Hij krijgt weer medicijnen, de tintelingen in het hoofd hebben plaatsgemaakt voor groot verdriet. Zijn twee broers die achter hem zitten willen niets meer met hem te maken hebben. Ze spreken snoeiharde woorden.

Ik moest aan dat voorval in De Kar denken omdat Johnny met een mes in de hand naar het winkelgebied van Zuidhorn was gegaan met de bedoeling een willekeurig iemand te doden, iemand neer te steken. Eerder die dag was hij tot tweemaal op het politiebureau geweest. De eerste keer om te melden dat zijn computers werden gehackt, dat er tekens op zijn voordeur waren aangebracht en dat ze hem wilden vergiftigen.

Tijdens het tweede bezoek wilde hij aangifte doen van verkrachting waarbij hij zelf de dader was. De politie zuchtte en zei dat hij maar aangifte moest doen bij het Openbaar Ministerie. Maar toen Johnny daar met niemand contact kreeg, begon het hoofd te tintelen dat het een lieve lust was en doemden de wanen op die hem deden geloven dat als hij iemand zou neersteken, ze hem wel serieus zouden nemen. Tegen de rechters: ,,Ik dacht, dan moeten ze wel naar mij luisteren.’’

Johnny stak op 2 oktober niemand neer in Zuidhorn. Even overwoog hij nog de hand aan zichzelf te slaan, maar uiteindelijk stapte hij op de trein naar Grijpskerk waar zijn moeder woonde. Daar ging het wel mis. Hij wilde met haar praten, maar toen moeder vroeg of hij iets wilde eten, wilde drinken sloeg de vergiftigingsangst toe. Niet heel veel later belde Johnny 112 en zei: ,,Ik heb mijn moeder gestoken, zeker twintig keer. Ik hoop dat ze doodgaat (…) Niemand neemt mij serieus, dat moet maar eens afgelopen zijn.’’

Het is twee jaar geleden dat Hidde Bergman (27) werd doodgestoken op het Jaagpad in Groningen. De man die dat deed, Milton T. (toen 26), hoorde stemmen in het hoofd die nare dingen tegen hem zeiden. Dat hij mensen moest doden. Die stemmen manipuleerden hem. Hij liep met een glazen kom op zijn hoofd door de Poelestraat in Groningen. Hij rende naar het Jaagpad en stak vanuit het niets Hidde Bergman, een willekeurige passant, met een mes dood.

Een half jaar later werden Gina en Marinus Visser als willekeurige slachtoffers om het leven gebracht in bioscoop Pathé in Groningen. De dader Ergün S. (33) liep toen al weken verward door de stad Groningen, in een zelfgemaakt pak van aluminiumfolie met daaraan magneetjes en batterijen. Hij werd opgejaagd door elitetroepen. Zijn paranoïde wanen werden Gina en Marinus fataal.

Milton T. en Ergün S. hadden het wel gedaan, maar kunnen geen strafbare daders heten. Ze werden gedreven door waanideeën. Volledig ontoerekeningsvatbaar. Het opleggen van straf is dan wettelijk niet mogelijk. Wat rest is een maatregel: tbs met dwangverpleging.

Ook Johnny is wat het Openbaar Ministerie betreft geen dader die kan worden gestraft. Wat hij wel heeft gedaan kan hem niet worden toegerekend. Er is geëist wat rest: dwangverpleging. Zoiets kan lang duren, soms een leven lang.

Statistieken laten geloven dat het niet vaak voorkomt dat iemand een willekeurig slachtoffer wordt van moord of doodslag. Ik overleefde De Kar destijds, in het winkelgebied van Zuidhorn gebeurde vorig jaar niets. Misschien is het waar dat de mens meerdere keren in zijn leven ontsnapt aan de dood zonder dat-ie dat in de gaten heeft. Dat mag enigszins een geruststelling zijn.

Tot er weer een nieuwe dag komt waarop je hoort dat er een jongen van 14 jaar is doodgestoken bij de Albert Heijn. Waarschijnlijk een willekeurig slachtoffer met een verdachte die bekend is bij zorginstellingen.

Komt toch de vraag: wat is er aan de hand?

Rob Zijlstra

De toekomst

In de verdachtenbank van zittingszaal 14 zit een sjofel geklede man die 10 jaar ouder lijkt dan de 45 die hij net is geworden. De woorden die hij spreekt zijn grauw, zijn zonder glans. Als de rechters iets voor hem kunnen doen, mompelt hij met het hoofd gebogen, dan graag. En anders maar niet.

Is zijn naam Hassan? Is goed. Of is het Murad? De rechters bladeren door de papieren. Wat de rechters maar willen, klinkt het vermoeid. Het maakt hem niet uit. Hij is een man van niks. Hij heeft geen adres of plek om te zijn, laat staan om te wonen. Zelfs voor de bed-bad-brood-regeling, de soberste opvang, komt hij niet in aanmerking. Wat doet een naam ertoe als je toekomst al is afgelopen?

De man heeft vlees gestolen bij een filiaal van de Jumbo in Groningen. Klopt, zegt hij als de rechters hem vragen of het waar is. Het was in 5 jaar tijd winkeldiefstal nummer 11. Hij kreeg al eens de straf die voor mannen als hij is bedacht: twee jaar detentie met zorg om daarna weer fris en fruitig deel te kunnen nemen aan de samenleving.

Dit hangt deze man nu weer boven het hoofd, weer twee jaar detentie. Aan het einde zal hij niet fris en fruitig terugkeren. Vanwege zijn status mag hij niet aan onze samenleving deelnemen. Na twee jaar detentie met zorg wacht hem opnieuw een leven op straat.

Wat deze verdachte anders maakt dan veel van zijn lotgenoten is dat hij niet verslaafd is aan drugs of alcohol. Hij steelt als hij honger heeft. Wie leeft moet soms ook een beetje eten. We hebben er een naam voor bedacht: overlevingscriminaliteit.
Nog niet zo lang geleden zouden we hem gewoon een ordinaire dief hebben genoemd en hem brandmerken om herhaling te voorkomen. Hielp het niet, dat brandmerken, dan wachtte de galg. De galg hielp wel, want wie bungelt kan niets stelen.

Dat we een tikkeltje beschaafder zijn geworden heeft met het verstrijken van tijd te maken. In 1860 werd in Nederland de laatste doodstraf voltrokken, zes jaar daarvoor waren de lijfstraffen afgeschaft. In de plaats kwamen vrijheidsstraffen, te ondergaan in gebouwen die we gevangenissen en huizen van bewaring noemden en die aan het einde van de 19de eeuw als paddenstoelen uit de grond schoten. Heel aangenaam werd het niet, want het lot van de gestrafte diende miserabel te zijn.

De tijd brengt doorlopend nieuwe opvattingen over wat rechtvaardig is. Of billijk of fatsoenlijk. Of beter of mooi.

Afgelopen week diende in de rechtbank van Groningen een bijzondere zaak bij de bestuursrechter. Dat is weliswaar geen misdaad en straf, maar wel recht.

Er stonden twee partijen tegenover elkaar. Aan de ene kant een advocaat van de gemeente Groningen, aan de andere kant twee leden van de Bond Heemschut. Ze hebben een verschil van inzicht, komen daar niet uit en nu moet de rechter helpen.
Het probleem heeft alles te maken met de tijd. Het zit zo: eind jaren tachtig van de vorige eeuw werd in Groningen groots gedacht en gedaan. De Gasunie had in 1987 de stad 25 miljoen (gulden) gegeven voor de bouw van een nieuw museum. Zes jaar later stond het er.

In die geest werd ook het stadhuis in Groningen onder handen genomen. De vermaarde kunstenaar Ruud van de Wint (1942 – 2006) kreeg in 1990 de opdracht kunst te maken van het plafond in het Groningse stadhuis. En zo geschiedde.
De tijd verstreek – welgeteld 30 jaar – en de gemeente bedacht ineens dat het goed, beter of gewenst zou zijn het stadhuis eens flink terug te brengen in de neoclassicistische stijl. Iemand keek omhoog en vroeg: wat doen we dan met het werk van Van de Wint?

Weg ermee, want het past niet bij de neoclassicistische stijl die de gemeente voorstaat, zei er een. Geen harmonie, vulde een ander aan. Wel zonde, mokte een derde. De gemeente dacht goed te doen door zichzelf een vergunning te verlenen waarmee het kunstwerk aan het oog kan worden onttrokken. Ze willen er een plafond onder timmeren.

De advocaat zei dat de gemeente er alles aan zal doen om het waardevolle werk goed te conserveren. Het idee is dat als we over een jaar of 30 jaar zijn uitgekeken op het neoclassicisme, omdat we dan weer anders denken, de plafondschildering opnieuw zichtbaar kan worden gemaakt.

De leden van de Bond Heemschut zijn tegen. Zij voeren aan dat het stadhuis een rijksmonument is en dus bescherming geniet. Dat het zo zit dat alles wat door de eeuwen heen met goed fatsoen aan het gebouw is toegevoegd deel gaat uitmaken van het monument en dus ook de bijbehorende bescherming dient te krijgen. Verstoppen is niet beschermen.

Bestuursrecht is ingewikkeld. Ik kijk naar buiten, naar de binnentuin van de rechtbank. Er is daar een vijver waarover ik eens las dat de oudbouw en de nieuwbouw van het gerechtsgebouw in het rustgevende water worden gespiegeld en zo samensmelten en dan als het ware een wisselwerking aangaan met de twee sculpturen van de al even gekende kunstenaar Thom Puckey (1948). De ene sculptuur is een opwaaiend doek van marmer, de ander een bronzen waterstraal die vanuit het niets op de grond uiteenspat. Het kunstwerk heet Splash.

Maar de vijver weerspiegelt helemaal niks. Jarenlang zat er zelfs geen water in en nu ligt het er maar een beetje shabby bij. Het opwaaiende doek hing altijd in de honderd jaar oude rode beuk die vorig jaar vanwege zwam uit voorzorg is neergehaald. Het kunstwerk ligt nu in delen al bijna een jaar afgepoeierd op de grond. Zou kunst wel in goede handen zijn bij de rechtbank?

De gedachten dwalen van de rechtbanktuin naar het jaar 2051. Dan is de tijd misschien wel van mening dat de plafondschildering van Ruud van de Wint in ere moet worden hersteld en dus weer zichtbaar moet worden.

Iemand zal zeggen: ,,Eindelijk, na 30 jaar.’’
Een ander zal uitleggen hoe het zover is gekomen. Dat we toen anders dachten, zo anders dan nu. Dat we toen, in 2021, bijvoorbeeld mensen die niets hadden, dakloos en soms hongerig waren en zonder coins, twee jaar opsloten in een gebouw omdat ze een halve kilo vlees hadden gestolen bij een supermarkt, dat was een winkel.
Die iemand: ,,Echt?’’
De ander: ,,Tja. Daar schamen we ons nu voor, maar in die tijd maakte niemand zich daar druk over, we vonden zoiets toen heel normaal.’’

rob zijlstra

UPDATE – uitspraak
Gelukkig zijn er rechters. De veelplegersmaatregel (ISD) is de man bespaard gebleven. De man is niet rechtmatig in Nederland, dan mag hij hier dus ook niet resocialiseren, is de redenering. Straf krijgt hij wel: 1 maand gevangenisstraf.  Hij zat ruim 3 maanden in voorarrest. Dat dan weer wel.

Rap en werkelijkheid

Landelijk heeft het niet heel veel aandacht gekregen, maar wat er recent in de rechtbank van Groningen gebeurde was bijzonder. De rechters besloten dat drie jeugdstrafzaken – die van de wet achter gesloten deuren moeten worden gehouden – in het openbaar moesten worden behandeld.

De advocaten waren tegen, want de wet. En hun cliënten, de verdachten, kwetsbare jonge mensen.
Van het Openbaar Ministerie had het ook niet zo gehoeven, alles in de openbaarheid.
Maar het gebeurde wel.

De rechters vinden dat iedereen moet weten wat er is gebeurd. Omdat wat er is gebeurd raakt aan een maatschappelijk probleem: aan het anno nu merkwaardige fenomeen, de totale gekkigheid, dat jongeren het vetnormaal vinden met messen rond te lopen, al dan niet geïnspireerd door drillraps.

Wat zijn drillraps?
Drillraps zijn onnavolgbare rapteksten die over geweld en het gebruik van wapens (messen) gaan en niet – zeg maar – over de liefde.

Tijdens de rechtszaak zei de officier van justitie een paar keer: ,,Het is griezelig hoe dicht de rap en de werkelijkheid bij elkaar liggen.’’

Wat er op 3 september 2020 in de schommelstoel op het schoolplein van basisschool De Vuurtoren aan de Vaargeul in Groningen is gebeurd is verschrikkelijk. Om kwart over elf in de avond werd daar de 19-jarige Chris Kalfsbeek doodgestoken. Zomaar en om niets.

Tijdens het proces kwam het aan de orde. Dat best wel veel mensen, jonge mensen, messen bij zich dragen. Best wel veel, heel veel, bijna iedereen, alle jongeren.

De 18-jarige verdachte Sven O.: ,,Er zijn heel veel jongeren met messen. Ik had een paar messen voor de sier. Op mijn kamer had ik ook drie zwaarden. Dat ik altijd een mes droeg is niet waar. Ik heb een mes gekocht toen ik hoorde dat iemand mij wilde neersteken. Maar ik had niet altijd een mes bij me, weet je. Niet als ik naar school ging of zo of naar mijn werk.’’

De logica van Sven O.: ,,Als je met een mes loopt, wil dat niet zeggen dat je ermee gaat steken. Je gebruikt een mes pas als iemand jou gaat steken. Toch?’’

Advocaat Martien de Groene zegt tegen de rechters dat ,,dit denkpatroon’’ – de logica van Sven – ,,niet uitzonderlijk is, maar een feit van algemene bekendheid”. De raadsvrouw: ,,In de buurt waar hij woont hebben alle jongeren een mes. Of ploertendoders, of boksbeugels of soms zelfs vuurwapens. Dat vindt Sven normaal.’’

Het is vandaag de dag een kwestie van jij of ik, van steken of gestoken worden.

Hoe griezelig gewoon dit wordt gevonden werd nog eens duidelijk toen op de telefoon van een van de verdachten een notitie werd aangetroffen van een rap die gaat over het doodsteken van iemand, op een manier die ruim een maand later ook daadwerkelijk gebeurt. Het was daarom dat de officier van justitie bleef zeggen hoe griezelig dicht de rap en de werkelijkheid bij elkaar liggen.

Dat alle jongeren messen dragen, kan overigens niet waar zijn. Chris Kalfsbeek was bijvoorbeeld geen jongen die messen droeg. Sven O. dichtte hem dat in zijn denkpatroon wel toe. Hij was die avond op Chris afgelopen om hem ,,voor zijn bek te slaan’’.

Maar plots zag hij, dacht hij te zien, dat Chris een move maakte, een zekere beweging. In een nanoseconde werd deze move omgezet in een signaal dat de nog niet volgroeide hersenen van Sven bereikte. Het brein waar de cannabis al flink huis had gehouden stuurde het signaal supersnel door naar de linkerarm die daarop een stekende beweging maakte.

Het was hij of ik, zei Sven O.
De officier van justitie: ,,Het is moord.’’

Een diepe steekwond in de buik werd Chris fataal. Sven had er geen woord bij gesproken. Hij was weggerend en thuis had hij het moordwapen direct schoongemaakt want hij wilde geen bloed aan zijn mes. Hij had met de medeverdachten daarna nog een biertje gedronken, even overwogen terug te gaan om te kijken hoe zijn opponent eraan toe was, maar was gaan slapen toen hij via het nieuws vernam dat Chris was overleden. Tegen de rechters: ,,Ik wist wel dat ze me de volgende dag zouden pakken.’’ Hij sliep slecht die nacht, dat dan nog wel.

Sven was op dat moment nog maar 17 jaar. Toen hij de afgelopen week de rechtszaal binnenkwam, schrok ik even. Ik zag geen bruut, geen kwaad, ik zag een vriendelijk ogende jongeman met het kind nog in het gezicht. Hij had de zoon van iedereen kunnen zijn.

Dat geldt ook voor medeverdachte Iwan die niets had gedaan maar er wel bij was geweest. Iwan was er altijd bij. Ook Iwan had messen. Dat wist iedereen, zeiden anderen. Vlindermessen, klapmessen. Die lagen standaard onder de buddyseat van zijn scooter.

Chris zou een oogje op Machella, het vriendinnetje van Sven, hebben gehad. Machella zei tegen Sven dat Chris haar lastig viel. Dat hij haar stalkte. Daarom wilde Sven Chris slaan, daarom maakte Machella een afspraak met Chris op het schoolplein.

Machella had, zei de advocaat, tegen haar jaloerse vriendje Sven gezegd dat hij alles mocht doen met Chris, maar dat hij hem niet mocht steken. De officier van justitie zegt dat Machella het net eventjes iets anders zei. Sven mocht alles met Chris doen. ,,Maar je mag hem niet steken waar ik bij ben.’’

Het is mede hierom dat niet alleen Sven, maar ook Machella wordt beschuldigd van moord. Haar rol is even slecht als die van Sven. Dat zij niet diegene is geweest die heeft gestoken doet daar niet aan af, is de stelling van de officier van justitie.

De drie jonge verdachten stonden een voor een terecht. Zo kwam het dat de ouders van Chris Kalfsbeek driemaal in de rechtszaal hun verhaal vol verdriet, machteloosheid en boosheid aan de rechters moesten vertellen. Zij deden dat groots. Wat zij zeiden, raakte. Niet alleen aan de perstafel, ik zag de moeder van Iwan huilen, ik zag de ouders van Machella en van Sven ongemakkelijk worstelen, tot tranen toe.

Ik zag een huilende Machella, ik keek naar een hevig geëmotioneerde Sven O. Eerst zo stoer, nu trillend als een rietje. Alsof hij pas in de rechtszaal besefte wat hij heeft aangericht. Met zijn kindergezicht vol tranen perste hij er een gesmoord ‘het spijt me zo’ uit.

Ik dacht, die fucking drillraps en de werkelijkheid zouden nog veel en veel dichter bij elkaar moeten liggen. Dus niet alleen moeten gaan over stoer en messen, maar ook over de bijbehorende ellende, de pijn, het verdriet. Over zinloos.

Rob Zijlstra
dit verhaal is op 22 mei 2021 gepubliceerd in Dagblad van het Noorden

Veel nog onduidelijk

Het is vrijdagmiddag, FC Groningen moet spelen tegen NAC. In de binnenstad is het onrustig, de donkerblauwe busjes van de mobiele eenheid (ME) rijden af en aan. Op de Europaweg worden arrestaties verricht na een melding dat mannen vanuit een wit bestelbusje met bierblikken naar auto’s gooien. Op de Grote Markt zijn opstootjes, in café De Drie Gezusters wordt stevig geknokt. Op de Klaprooslaan bij het Oosterparkstadion voert de ME charges uit, agenten worden bekogeld met stenen.

In deze setting komt bij de politie een melding binnen dat in een woning aan het Van Brakelplein in Groningen het lichaam is gevonden van een vrouw. Vermoedelijk, meldt de politie, door een misdrijf om het leven gekomen.

Ik ben dan stadsverslaggever. Er staan voor mij die middag, 21 maart 1997, nog twee bezigheden op het programma. Ik moet die rellen een beetje in de gaten houden en daarna is er de kroeg. Beide bezigheden vallen goed te combineren. Zittend aan de bar van café De Unie, bij het grote raam, ontvang ik op de pieper – op de semafoon – een persalarm. Ik moet onverwacht naar het Van Brakelplein, er is daar iets aan de hand. Ik fiets die kant op.

De straat vol geparkeerde auto’s is afgesloten met rood-witte politielinten om het publiek op afstand te houden. Publiek dat er nauwelijks is. Met de perskaart in de hand stap ik over het lint heen en wandel richting een rechercheur die op z’n knieën zit en in de bosjes tuurt.

Ik zeg dat het weer flink mis is in de binnenstad.
De rechercheur zegt dat het er binnen ook niet goed uitziet en knikt naar de woning waarvan de voordeur openstaat.

De volgende dag staat het in de krant, pagina 13. ‘Vrouw dood in woning’. Nog steeds vermoedelijk door een misdrijf. Er komt een recherchebijstandsteam van 25 man, er volgt buurtonderzoek en sectie. Veel is nog onduidelijk.

En dat zal 24 jaar lang zo blijven.

Woensdagochtend, zittingszaal 14. De officier van justitie zegt dat het een bijzonder moment is. Dat het 24 jaar geleden is dat Els Slurink in haar woning aan het Van Brakelplein om het leven werd gebracht, dat haar familie heeft moeten wachten tot dit moment, het officiële begin van het openbare strafproces. Dat de verdachte zelf niet aanwezig is, doet aan het bijzondere niet af.

De officier van justitie: ,,De politie heeft in al die jaren onderzoek gedaan. Nooit is Els Slurink vergeten.’’ De verwachting is dat de strafzaak in december van dit jaar inhoudelijk wordt behandeld.

Advocaat Job Knoester zegt dat hij de verdachte zal adviseren zich niet te beroepen op het zwijgrecht en dat het voorbarig is nu al conclusies te trekken. ,,Een DNA-match is geen daderspoor.’’

De officier van justitie meldt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsmisdrijven.
De advocaat: ,,Het OM beweert dat onder een nagel van Els DNA-sporen van de verdachte zijn gevonden, maar het OM zwijgt over DNA-sporen onder een andere nagel van een onbekende vrouw.’’
De officier van justitie: ,,De verdachte is actief in de hennephandel en ontvlambaar.’’
De advocaat: ,,Veel is nog onduidelijk.’’

De rechtszaal hoort ook een paar feiten die al bekend zijn. Bijvoorbeeld dat Els Slurink die avond de film The Godfather had gehuurd. Deel 3. Ze huurde de video voor één dag, ze had dus de intentie om die avond naar het meesterwerk van Francis Ford Coppola te kijken. Toen de vooralsnog onbekende haar rond dan wel na middernacht aanviel was ze bezig naar bed te gaan. Ze had haar contactlenzen al uitgedaan. De achterdeur was niet afgesloten.

In de voorbije vijftig jaar zijn tenminste 220 mensen in de stad en provincie Groningen door een misdrijf om het leven gekomen, mannen, vrouwen, kinderen. Ik hou dat bij.

Zet je die 220 moorden en doodslagen op een rij dan ontstaan beelden. Dan kun je onder meer zien dat het jaar 1997 het jaar was waarin in Groningen de meeste moorden werden gepleegd: negen. Zoom je in op dat nare jaar dan kleurt de maand maart zwart, met vier moorden, waaronder dus die op Els Slurink.

Zo is er ook één dag in het jaar die het meest dodelijk is, uitgerekend een toch al bijzondere dag in Groningen die ook nog eens feestelijk wordt gevierd: 28 augustus.

Je ziet ook een tijdsbeeld. In de jaren 70 en 80 zijn de straffen die voor moord en doodslag worden opgelegd zelden hoger dan 5 jaar, maar wel heel vaak in combinatie met tbs (voorheen tbr). De samenleving heette toen maakbaar te zijn, witte jassen konden alle slechteriken in klinieken genezen, ook al was dat niet zo. In de jaren 90 komt de omslag, vandaag de dag zijn straffen voor moord en doodslag tussen de 10 en 20 jaar of nog hoger eerder gebruikelijk dan ongewoon.

Heeft de politie de juiste man te pakken, dan kan Els Slurink uit het lijstje van cold-casezaken worden geschrapt. Haar naam blijft dan evenwel deel uitmaken van een lange rij namen van mensen die ’s morgens opstonden om hun ding te doen, maar niet meer toekwamen aan de nacht.

Het is december 2005 wanneer 2000 supporters van FC Groningen met een indrukwekkende optocht door de stad afscheid nemen van het Oosterparkstadion. Op die dag hoort de 47-jarige Karel een gevangenisstraf tegen zich uitspreken van 8 jaar. Hij heeft in 1994 de dan 49-jarige Maja van Vloten in haar woning aan de Meeuwerderbaan doodgestoken.

Hij wil – zo luidt zijn verhaal – niet langer met een geheim rondlopen. Hij meldt zich op het hoofdbureau van politie waar hij opbiecht wat hij 11 jaar geleden heeft gedaan. De politie kan na onderzoek niet bewijzen dat zijn bekentenis lariekoek is. In de rechtszaal verbiedt Karel zijn advocaat hem te verdedigen, hij is immers schuldig.

Raadsman Cees Eenhoorn kan het niet laten en zegt toch iets. Hij verzoekt de rechters een lage straf op te leggen. Een lage straf zal mogelijk andere daders van nog niet opgeloste moorden kunnen inspireren zich ook vrijwillig te melden.

De 8 jaar die Karel kreeg is kennelijk te veel van het goede voor de nog onbekende daders. Veel is nog onduidelijk, maar wat de zaak van Els Slurink nu al wel bewijst is dat er altijd een dag kan komen, zelfs na 24 jaar, dat de politie voor de deur staat.

En dan ben je aan de beurt.

rob zijlstra
dit artikel is op 15 mei 2021 gepubliceerd in Dagblad van het Noorden

Chris Kalfsbeek

In zittingszaal 14 staat vandaag – maandag 17 mei – de moord op de 19-jarige Chris Kalfsbeek uit Groningen op de rol. Chris werd in september vorig jaar doodgestoken op het schoolplein van de school waar hij als kind op had gezeten, in de stadswijk Lewenborg.

De man die hem zou hebben neergestoken is Sven O. Hij was toen 17 jaar.

Ik doe vanaf 12.45 uur verslag via een liveblog, op de website van Dagblad van het Noorden:  liveblog Sven O.

Er zijn twee medeverdachten.

Iwan G. (18) stond op 26 april terecht. Tegen hem is een voorwaardelijke jeugd-tbs geëist (pij-maatregel).
Het verslag van de zitting: liveblog Iwan G.

Machella V. (18) stond terecht op 29 april. Zij wordt verdacht van medeplegen moord. De eis: 21 maanden jeugddetentie en  onvoorwaardelijke jeugd-tbs. Advocaat Serge Weening voerde maandagochtend (17 mei) de
verdediging. Van medeplegen is geen sprake, stelt Weening. En ook niet van medeplichtigheid. Machella was er wel bij, zij was het die een afspraak maakte met Chris om naar het schoolplein te komen, maar zij had geen opzet op de dood.
Het verslag: liveblog Machella V.

Normaal gesproken zouden deze drie strafzaken achter gesloten deuren worden behandeld. Twee van de drie verdachten waren nog minderjarig.  De rechtbank in Groningen besloot de deuren te openen omdat geweld onder jongeren waarbij messen worden gebruikt toeneemt. Door de zaak in de openbaarheid te behandelen worden de gevolgen van dit geweld zichtbaar. Het jeugdstrafrecht is wel van toepassing.

Abstract ding

Ze slaakt een diepe zucht en bibbert er een onzekere ‘jaaa’ uit, als antwoord op de vraag of het klopt dat het de eerste keer is dat ze voor de rechter staat. De politierechter legt vriendelijk uit hoe het proces verloopt, dat er misschien wel een straf wordt geëist door die meneer daar (de rechter wijst naar de officier van justitie), dat zij als verdachte het laatste woord krijgt en dat ,,ik, want ik ben de rechter’’ helemaal aan het einde uitspraak zal doen.

Laura (24): ,,Oké.’’
En dan, iets monterder: ,,Ik ben zó zenuwachtig, ik vind dit zó spannend.’’ Liever zou ze nu door de grond zakken.

Laura wordt verdacht van winkeldiefstallen. De ‘meneer daar’ – de officier van justitie – spreekt van een strooptocht. Op één dag, in meerdere winkels: deodorant, conditioner, mascara, haarmaskers, nagellak, lippenstift, schoenen, broeken, lingerie, een trui, twee kettingen, haarklemmen.

Dit zou ze gedaan hebben met een vriendin uit Hoogeveen. Samen waren ze naar Groningen gegaan om een dagje te winkelen, toen dat nog kon. Het was op 9 november 2019, het strafrecht kan, zoals bekend, nogal sloom zijn en corona helpt ook niet mee. Ze parkeerden de auto bij Ikea en wandelden naar de binnenstad. Onderweg vertelde de vriendin hoe makkelijk het is om spullen uit winkels te stelen. Vooral bij Kruidvat.

Laura liet zich meeslepen, maar nu ze in de rechtszaal zit vindt ze het ,,heel kut allemaal’’. Ze moet ook huilen. ,,Alles komt weer boven.’’

Laura had ook niet naar de rechtbank kunnen gaan. Ze had thuis kunnen blijven, wat zonder twijfel
beter was geweest voor haar welzijn en gemoed. Verdachten zijn niet verplicht hun strafzaak bij te wonen.

Kwaad kan het overigens niet dat ze hier is. Politierechters – zij oordelen over de meer eenvoudige misdrijven – stellen het op prijs als een verdachte, iemand die mogelijk de rechtsorde in beroering heeft gebracht, publiekelijk verantwoordelijkheid neemt door zich te laten zien. Het vergroot de kans dat de straf lager uitpakt dan de officier van justitie eist. Aan deze alinea kunnen geen rechten worden ontleend.

Nu staat de wet nooit stil. Demissionair minister van Rechtsbescherming Sander Dekker gaat over rechters, rechtbanken en over slachtoffers. Voor deze laatste groep koestert hij warme gevoelens, verdachten laten hem koud.

Als je zijn tweets op Twitter leest heeft de man het beste met het land voor, worden we wereldkampioen veilig. Maar de mensen die er het beste van moeten maken, zijn doorgaans geen fan.

Dekker is voor lik op stuk. Hij heeft niks met geldboetes of met taakstraffen. Hij is voor taakstrafverboden. Het allerbeste om kampioen te worden: iedereen de bak in. Dit is geen grondige analyse van zijn beleid, Dekker twittert dit soort dingen. Niet op persoonlijke titel, maar als de hoogste rechtsbeschermer van het land.

Twee weken geleden twitterde de minister: ‘De rechtstaat hoeft geen ivoren toren of abstract ding te zijn. Voor mensen in de knel is de wijkrechter soms echt een uitkomst (…)’ Los van de wijkrechter: hoezo hoeft geen…?

Wil de minister hier zeggen dat wij van het volk denken dat de rechtsstaat in een ivoren toren zit? En wat nou: abstract ding? Minister, een rechtsstaat is een staat waarin de overheidsmacht aan banden wordt gelegd door het recht. Dat past echt niet in een toren.

Terug naar Laura.

Tot grote tevredenheid van minister Dekker heeft de Eerste Kamer recent ingestemd met de Wet uitbreiding slachtofferrechten, een wet uit zijn koker. In die wet is opgenomen dat verdachten van (ernstige) misdrijven een verschijningsplicht krijgen. Verdachten moeten straks verplicht naar de rechtszaal komen.

De reden die de minister hiervoor heeft bedacht: slachtoffers moeten aan verdachten kunnen vertellen wat het misdrijf bij hen heeft aangericht. Ook mag het slachtoffer de rechter een advies geven over de straf of de verdachte uitmaken voor rotte vis. Ook als hij onschuldig blijkt.

Het gaat nu nog om verdachten van zedenmisdrijven en ‘ernstige’ zaken. Laura is vooralsnog niet ernstig genoeg, maar voor hoelang nog? En het klinkt misschien sympathiek, tornen aan de positie van verdachten ten gunste van die van slachtoffers. Maar wat is de praktijk?

In vijftien jaar rechtbankverslaggeving heb ik geen strafzaak meegemaakt waarbij een verdachte van een ernstig misdrijf niet in de rechtszaal aanwezig was. Uitzonderingen bevestigen de regel. Verdachten komen gewoon, mits het vervoer vanuit de gevangenis is geregeld. Dat is een taak van justitie, onder verantwoordelijkheid van de minister.

Bij het vervoer gaat het nog wel eens mis. De dienst die het boeventransport uitvoert heet de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O), in rechtbanken de dienst vertraging en oponthoud genoemd.

Jawel. Het komt voor dat een verdachte niet naar de rechtbank wil komen. Rechters kunnen dan een ‘bevel medebrenging’ afgeven en dat doen ze ook. De verdachte is dan verplicht te komen, als het moet halen ze hem op.

Oftewel: wat Dekker nieuw invoert, bestaat al.

Wat de nieuwe wet ook met zich meebrengt is dat verdachten straks verplicht aanwezig moeten zijn als de rechtbank twee weken na de zitting uitspraak doet. De praktijk van nu: verdachten blijven in het gevang. Zo’n uitspraak duurt hooguit een paar minuten en om daarvoor vanuit alle delen van het land helemaal naar Groningen of Assen te moeten worden vervoerd? Niet.

Voor de rechtbank is het een crime, want het betekent een flinke aanslag op de capaciteit die nu al krapper dan krap is. DV&O moet een keer zo groot worden, de budgetten verdubbeld. Alleen al voor de benzine zijn miljoenen euro’s extra nodig.

Laura zat bij de politierechter en die doet altijd direct uitspraak. De rechter zegt dat Laura met de eis van de officier van justitie voor haar strooptocht is gematst: 50 uur taakstraf waarvan 30 uur voorwaardelijk. Toen ze het deed ging het niet goed met haar, inmiddels heel veel beter, ze gaat ook weer naar school. De rechter: ,,Respect. Ik neem de eis over.’’

Laura is zichtbaar opgelucht nu het achter de rug is. De rechter zegt dat ze twee weken de tijd heeft om in hoger beroep te gaan. Ze vraagt of Laura misschien nu al weet of ze dat gaat doen?
Laura, ze heeft geen advocaat: ,,Uuuh. Nee. Geen hoger beroep… dat is toch goed?”
De rechter knikt en zegt welgemeend: ,,Succes verder.’’
Laura, blij: ,,Dank u wel.’’

Door haar misdaad liep de rechtsorde een deuk op. Met de straf wordt de schade hersteld. Terwijl de minister van Rechtsbescherming voortdurend de confrontatie met de rechtspraak aangaat, eindigen de meeste strafprocessen met vriendelijke woorden, in vrede. Wat zoiets als afwezigheid van strijd betekent.

rob zijlstra
dit artikel is op 8 mei gepubliceerd in dagblad van het Noorden

Zwijgende waarheid

Hoe kom je achter de waarheid als je er zelf niet bij bent geweest? Dat is een vraag van jewelste. Met logisch nadenken, het gezond verstand gebruiken, kom je een heel eind. Maar er gebeuren ook onlogische dingen en daar is het boerenverstand niet tegen opgewassen.

In de rechtszaal draait het om de waarheid. Waar de waarheid onbekend is, woekeren de geruchten. En rechters veroordelen niet graag iemand op basis van prietpraterij.

Waarheid is het meest eerlijk.

Twee weken geleden stond zittingszaal 14 in het teken van de vraag wie de Griekse restauranthouder Lazaros Kounatidis uit Groningen heeft vermoord. Aan het einde van de tweedaagse zitting lag er geen helder antwoord.

De restauranthouder kwam om bij een ruzie met de drie mannen die nu de verdachten zijn. Ze waren erbij, in de buurt, toen Kounatidis op straat ineen zeeg en stierf. Hij werd tweemaal met een mes in de rug gestoken. Dat werd hem fataal.

Een van de drie moet het hebben gedaan, maar allen ontkennen. Dat kan in woord en gebaar, maar de waarheid kan het niet zijn. Vooralsnog ligt die waarheid niet eens in het midden, maar is die verspreid over de gevangenissen in Leeuwarden, Zwolle en Lelystad waar de verdachten worden vastgehouden. Zij zwijgen over wat ze weten.

Zo complex is het niet altijd. Vaak komt de waarheid samen met de verdachte de rechtszaal binnengewandeld. Camera’s hebben het geregistreerd, de aanwezigheid van DNA valt maar op één manier te verklaren, de onderschepte WhatsApp-berichten zijn niet voor velerlei uitleg vatbaar.

Hier komt nog bij dat veel verdachten gewoon bekennen dader te zijn. Zolang een bekentenis een beetje logisch in elkaar steekt en het boerenverstand niet tart, is waarheidsvinding als ademhalen.

Soms zijn er verdachten die de waarheid bespotten. Hun woorden zijn dan zo vals dat de waarheid als vanzelf in de rechtszaal opstaat. Er was eens een drugsverslaafde man die werd verdacht van twee nachtelijke autokraken, een specialisme dat hij al jaren beoefende. In de rechtszaal bekende hij grif, niet alleen die twee kraken, maar daarnaast nog eens een stuk of 300.

Rechters, vol ongeloof: ,,In één nacht?’’
De verdachte knikte: ,,In één nacht.
Zijn advocaat: ,,Ho, ho. Mijn cliënt liegt, edelachtbare. Kijk naar hem, alleen al fysiek zou hij daartoe niet in staat zijn.’’

De waarheid paste niet.

Niet alleen de rechters, ook officieren van justitie, de strijders tegen de misdaad, hebben de opdracht de waarheid boven alles te stellen. Bij twijfel hoort de aanklager vrijspraak te eisen.

Tijdens het proces rond de dood van Lazaros Kounatidis viel op dat de officier van justitie slechts twintig minuten nodig had om van de verdachten daders te maken. Dat is in zo’n ernstige zaak met nog vragen zonder antwoorden zeldzaam kort.

De drie advocaten hadden vervolgens ruim drie uur nodig om de beschuldigingen te weerleggen. De officier van justitie bleef na die drie uren zitten, zei niets nieuws te hebben gehoord en vond het – wat heel ongebruikelijk is – onnodig te reageren. Hij zei nog wel: ,,Ik kan heel veel gaan zeggen, maar we worden het toch niet eens.’’

Alsof dat moet.

De officier van justitie betichtte de drie verdachten van leugens. ,,Met hun valse woorden hebben ze een kuil gegraven waar ze niet meer uitkomen.’’ Hij noemde dat de valkuil. ,,Ze hebben het gewoon alle drie gedaan. Hun gedrag heeft geleid tot de dood van Lazaros Kounatidis. Samen hebben ze voor eigen rechter gespeeld. En dan is het samen uit, samen thuis.’’

Dat samen thuis betekent in dit geval samen acht jaar het gevang in en pas daarna naar huis. Willen ze dat niet, of twee van hen niet, dan moeten ze maar praten in plaats van zwijgen, klonk het.

Als de verdachten zwijgen is waarheidsvinding meer iets voor rechters, leek hier de boodschap van het Openbaar Ministerie te zijn.

Ook deze week werden de rechters geconfronteerd met een zwijgende verdachte. De 17-jarige Iwan heeft een rol gespeeld bij de moord op de 19-jarige Chris Kalfsbeek uit Groningen. Ook hij werd, in september vorig jaar op het schoolplein waar hij als kind had gespeeld, doodgestoken. Niet door Iwan, maar hij was er wel bij.

De rechters moesten zien te achterhalen wat zijn rol is geweest. De 17-jarige was niet van plan de rechters wijzer te maken en beriep zich op het zwijgrecht. De rechters keken zorgelijk. Want hoe te oordelen als ze niet weten wat er is gebeurd?

De jonge verdachte kwam met een korte verklaring die hij op een briefje had geschreven ,,Ik vind het vreselijk wat er is gebeurd en ik heb het niet gedaan.’’ Daar moesten ze het maar mee doen.

De rechters: ,,Je zegt dat je het heel erg vindt, maar je wilt niets vertellen. Je zegt dat je de waarheid vertelt, maar het lijkt alsof je iets te verbergen hebt. Waarom wil je niets verklaren?”
Iwan: ,,Ik ga daar geen antwoord op geven.’’
Rechters: ,,Dat is je goed recht, maar het is misschien niet de beste keuze.’’
Iwan: ,,Zo wil ik het.’’

Zijn advocaat Gerald Roethof kwam wel met een verklaring. Hij zei tegen de rechters: ,,Het is een illusie te denken dat op een zitting duidelijk wordt wat er precies is gebeurd. Waarom geeft mijn cliënt niet meer duidelijkheid? Waarom vertelt hij niet wat er is gebeurd? Omdat ik Iwan heb geadviseerd te zwijgen. In de rechtszaal gaat het vaak fout op grond van onhandige verklaringen van de verdachte. U ziet de verdachte een paar uurtjes. Ik maak hem veel langer mee. En ik zie hoe hij is. Dat hij onhandig is met woorden. Ik moet hem beschermen. Daarom heb ik hem gewezen op het belang van het zwijgen. De rechtbank mag hieruit niet afleiden dat hij iets te verbergen heeft.’’

De advocaat had natuurlijk gelijk. Niemand kan worden gedwongen tegen zichzelf bewijs te leveren. Daarom is er het zwijgrecht, een groot goed, ook al helpt het niet mee de waarheid dichterbij te brengen.
De mens in de rechter zal geen hartstochtelijk aanhanger zijn van het zwijgrecht. Maar de rechter in de mens zal dat nooit hardop uitspreken, want het zwijgrecht is een mensenrecht.

En daar moeten wij het mee doen.

rob zijlstra

UPDATE – uitspraken zaak Lazaros Kounatidis
In de strafzaken rond de gewelddadige dood van Lazaros Kounatidis hebben de rechters de waarheid gevonden. Eerder dan verwacht, ze deden vervroegd uitspraak. De rechters hebben een heel andere visie op de zaak dan het Openbaar Ministerie. Geen medeplegen, niet samen uit, samen thuis.

Twee mannen zijn vrijgesproken van het levensdelict. Zij werden wel veroordeeld voor openlijk geweld en een van hen ook voor mishandeling en vernieling.  De straffen: 5 en 7 maanden cel. De derde, Robin P., is volgens de rechters de man die de restauranthouder heeft neergestoken. Hij kreeg 7 jaar celstraf wegens doodslag.  Hierbij is in het voordeel van P. rekening gehouden met het feit dat Kounatidis de confrontatie zocht.

>> meer: dagblad van het noorden [premium]

het vonnis van robin p (klik voor volledige uitspraak)