Hoogezand

Stel.

Stel dat Mark Rutte of Diederik Samsom of die Halve Zijlstra wordt verdacht van ontucht met een kind.
Dat is niet zo, maar stel.

Stel, er is aangifte gedaan, er is een politieonderzoek geweest en het Openbaar Ministerie heeft op grond daarvan besloten tot vervolging: er komt (na 2, 3 jaar) een strafzaak die altijd openbaar is.
Dan komt dat dus ook in de krant.
En dan worden – aanstaande verkiezingen of niet – Mark, Diederik en die Halve met naam en toenaam genoemd.
Zonder aanzien des persoons.

Mark R., Diederik S. of die Halve Z., het zou potsierlijk wezen.

Verreweg de meeste mannen die worden verdacht van het verkrachten van kinderen (want dat is doorgaans ontucht) hebben in de krant (en hier ook) niet een volledige naam.
Die heten P., R. of I.
Dat is vanwege een goed gebruik in de Nederlandse journalistiek.
Wij zijn er niet voor om extra leed toe te voegen.
Wij zijn daar ontzettend rooms in.

De grote vraag die keer op keer weer opduikt is: waar ligt de grens?
Hoe dicht moet je Rutte of Samsom of die Zijlstra naderen alvorens je ook met naam en toenaam mag worden genoemd?
Op krantenredacties zijn daarover altijd lastige discussies.

Die wel en waarom die dan niet?
De PvdA’er niet en de CDA’er wel?
Natuurlijk niet.
Nog wel of niet meer politiek actief?
Ja, dat speelt een rol.
Publieke functie?
Ja, voorbeeldfunctie, dan publiceren.
Maar stel dat hij over twee weken wordt vrijgesproken?
Uuh, nou dat publiceren we dan ook.

Maandagochtend zal deze discussie op de redactie van Dagblad van het Noorden voor de derde of vierde keer dit jaar worden gevoerd.
Derde of vierde keer?
Wat is er dit jaar loos met onze lokale politici, dat kun je je ook afvragen.
Ditmaal moet het gaan over een actief lid van de gemeenteraad van Hoogezand-Sappemeer.

Ik ben benieuwd naar de uitkomst van onze discussie ditmaal.

Rob Zijlstra

 

update 27 september 2016

 schermafbeelding-2016-09-27-om-10-39-44

Tijd voor spijt

‘Een verdachte die meent met zoveel
domheid weg te komen, is aan de beurt.’

Het valt niet mee een schuldige verdachte te zijn.
Ik heb in zittingszaal 14 veel mannen gezien die ogenschijnlijk onvervaard en bedaard in de verdachtenbank zaten, maar die het liefst met de snelheid van het licht door de grond zouden zakken.
Stoere mannen die, terwijl de rechters met hun heikele vragen maar op hen in bleven beuken, trilden als een espenblad.

Voor rechters en officieren van justitie (want ook die stellen vragen) is een strafzaak altijd een zoveelste zaak.
Misschien wel de zoveel honderdste, de duizendste of nog meer.
Voor de meeste verdachten geldt daarentegen dat hun strafzaak de eerste keer is (en als het even kan ook de laatste keer).

In een strafzaak staat de beroepsmatige routine en sluimerende deformatie van het beroep van hen die niets te verliezen hebben tegenover het ongerief en de grote onzekerheid van de verdachte die alles te verliezen heeft.

Een verdachte, schuldig of onschuldig, staat daarom bij aanvang van de strafzaak vaak al met 2, 3 – 0  achter.
Een beetje een doeltreffende strategie kan dus geen kwaad.

Gerrit (63), eigenaar van een rijschool in Drenthe en verdacht van aanranding van een leerlinge, bedacht dat het misschien wel slim zou zijn om zich van de domme te houden.
De leerlinge die aangifte tegen hem had gedaan vond hij niet aardig, vertelde hij.
Dus daar was het niet om.
Wel gaf hij haar privéles ‘theorie’, gratis en bij hem thuis.
En als de theorie was afgelopen en de thee op, dan gingen ze nog even praktijk doen: rijden in het donker.
Ook gratis.
De afspraken werden gemaakt via WhatsApp.
In de berichtjes die Gerrit naar haar stuurde heette de onaardige leerlinge kanjertje, schatje en lieverdje.

Rechters: ‘Dat is wel een beetje raar Gerrit.’
Gerrit: ‘Ik dacht dat dat App-taal was, dat het zo hoorde.’
Rechters: ‘U stuurde ook kusjes.’
Gerrit, quasi verschrikt: ‘Oh ja? Kan dat dan ook?’

Op een dag greep hij haar met zijn grote handen.
Ik denk dat de rechters – de uitspraak moet nog komen – tegen elkaar hebben gezegd: ‘Een verdachte die meent met zoveel domheid weg te komen, is aan de beurt. Bewijs te over collega’s, onze rij-instructeur is gezakt.’
Er is een werkstraf van 180 uur geëist.

Douwe (48) uit Noord-Groningen dacht misschien er baat bij te hebben door niet alleen dom, maar ook sneu en zielig te doen.
Jarenlang misbruikte hij zijn stiefdochter, de eerste keer dat hij dat deed, op haar slaapkamertje in Veendam, was ze 13 jaar.
Toen het uitkwam – acht jaar later – werd hij het huis uitgezet.
Hij leeft nu in een tochtig huis, met afgebladderde kozijnen, met een lekkend dak en met te weinig geld.

Douwe leeft voort met het hoofd gebogen.

Toen zijn dochter belangstelling kreeg voor seks en daarover vragen begon te stellen, had hij zich ongemakkelijk gevoeld.
Hij vreesde dat zij, zo jong nog, binnen de kortste keren zou worden misbruikt door klasgenoten.
Hij zegt: ‘Ik zag een zwart scenario.’ Om haar te behoeden voor de boze wereld, ging hij met haar pornofilms kijken om haar daarna zelf maar te misbruiken, wekelijks het hele scala.

En daar heeft hij nu zo ontzettend veel spijt van, zo veel dat Douwe in de rechtszaal keer op keer niet uit zijn woorden kan komen.
Wanneer het hem na een kwartiertje pauze vol tranen wel lukt, zegt hij dat er geen woorden zijn die uitdrukking kunnen geven aan de spijt die hij voelt.
Hij krimpt ineen als hij de eis hoort, 42 maanden gevangenisstraf, een jaar daarvan mag voorwaardelijk.

De 36-jarige Zined moest deze week ook in zittingszaal 14 verschijnen.
Hij was er niet.
Ziek.
Via zijn advocaat laat hij weten dat hij zijn strafzaak graag bijwoont, maar dat dat alleen kan wanneer hij 100 procent fit is.
Zined weet: verdachte zijn is als het bedrijven van topsport.

Zijn strategie mislukt.
De rechters voelen er niets voor de strafzaak uit te stellen.
De officier van justitie eist buiten zijn aanwezigheid om drie jaar gevangenisstraf wegens het medeplegen van diefstal.

Medeverdachten Martin (23) en Hilbert (19) zijn er wel.
Beide jongemannen uit Delfzijl gaan diep door het stof in de hoop dat ze de rechters nog enigszins mild kunnen stemmen.
Want o, wat hebben ze een spijt, wat schamen ze zich dood en wat voelen ze een berouw.
En o, wat zijn ze dom geweest en wat slapen ze er slecht van.
Maar wat gaan ze straks, eenmaal vrij en buiten, hun leven beteren.
Ze gaan weer naar school om goede dingen te leren.
Hilbert is nu al goed bezig.
Hij zegt tegen de rechters: ‘In de gevangenis krijg ik de kans eens in de week de bibliotheek te benutten.’

Zined had tegen Martin en Hilbert gezegd dat in de woning van de oude antiekhandelaar, aan de Rozenlaan, vijf- tot zeshonderdduizend euro lig, in de hoek bij de vaas.
Bij de McDonald’s in Stadskanaal kregen ze een tas met inbrekersgereedschap en de mededeling dat de bewoner niet thuis is.
Ze hoeven alleen maar in te breken, het geld te pakken en terug te komen om de buit eerlijk te verdelen.

December 2015.
Martin en Hilbert zeggen in de tuin tegen elkaar dat het niet verstandig is wat ze gaan doen. Vervolgens trekken ze de mutsen over hun hoofden en gaan naar binnen.
De bewoner is wel thuis.
Iedereen schrikt en wel zo erg dat ze de 78-jarige handelaar met een breekijzer en de vuisten tegen de grond slaan.
Als het gezicht begint te bloeden, gooien ze water over het hoofd van de oude man.
Martin dacht dat hij had gegooid met koud water.
Verbaasd: ‘Was het heet water? Nee, dat wist ik niet.’

In het ziekenhuis vrezen de artsen dat het slachtoffer het niet zal halen.
Dat doet hij wel, maar nooit wordt hij weer de oude man die hij was van voor de overval.

Martin en Hilbert maken geen geld buit.
Er was geen geld.
De opbrengst van hun misdaad is een oud horloge zonder waarde dat ze met geweld van de pols van de oude man hadden getrokken.
Ook dat maakt de kans klein dat hun charmeoffensief in de rechtszaal kans van slagen heeft.

De officier van justitie eist tegen beide jongemannen vier jaar celstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk.
Dat is de tijd voor een oud horloge zonder waarde, een prijs die alleen schuldige verdachten betalen.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

Sorry Rob

blogwebbel

schermafbeelding-2016-09-22-om-23-44-13In den beginne zat ik in de rechtszaal met een pen en papier.
Meer had ik niet nodig om een rechtszaak te volgen en te verslaan.
Ik keek wel eens meewarig naar mijn collega’s van de radio en de televisie die altijd zaten te klooien met zware apparaten, met snoeren en met stekkers.

Inmiddels zit ik zelf te klooien.
Met laptop en muis, met wifi en codes, met laders en stopcontacten, met telefoon en soms ook nog een iPad.
Ik schrijf nog steeds dezelfde verhalen over dezelfde misdaden en soms nog wel eens over dezelfde boeven .
Zelfs een paar rechters zijn nog uit het pen-en-papier-tijdperk.

Wat niet is veranderd, is de strenge regel in de rechtszaal dat je geen lawaai mag maken.
Een telefoon die per ongeluk niet uitstaat maar rinkelt of anderszins doet leidt niet tot de doodstraf, maar levert wel dodelijke blikken op van de rechters.
Het is mij in twaalf jaar twee of drie keer overkomen, zo voorzichtig ben ik.

Eergisteren heb ik macOS Sierra op mijn MacBook-laptop geïnstalleerd.
Omdat dat moest van Apple.
Het betekent dat ik nu ook kan praten tegen mijn laptop en dat mijn laptop dan mijn verbaal gegeven opdrachten kan uitvoeren.
Volgens Apple is dat handig.
Wat ik niet wist is dat de laptop ook terug kan praten.

Terwijl de verdachte wordt ondervraagd door de rechters over zijn vermeende misdaden, doet mijn laptop raar.
De boel zit vast, ik kan geen aantekening meer maken.
Ik druk op knopjes waar ik anders nooit op druk, ik klik dingetjes aan die mij onbekend zijn.
Meestal helpt dat wel.

Dan ineens schalt door de rechtszaal een harde stem: ‘Sorry Rob, ik geloof dat ik niet begrijp wat jij bedoelt.’
Of zoiets.
Het is een computerstem, het is Siri van Apple.

Ik roep ‘sorry’ tegen de rechters en ik hoop maar dat ze me het vergeven.
Pas later realiseer ik mij dat de verdachte ook Rob heet…

rz

Vreemd probleem

Rechters willen zekerheden in hun
werkzame leven en een bekentenis helpt daarbij

schermafbeelding-2016-09-17-om-09-37-07Leen is een jongeman van 20 jaar.
Hoewel hij een van de jongste verdachten is die dit jaar in zittingszaal 14 moest komen opdraven, hangen aan zijn kont de grootste problemen.
Ik denk dat Leen ondanks alles – hij is recent door zijn ouders het huis uitgezet – best een aardige jongen is.
Punt: hij zuipt te veel.

Leen wordt beschuldigd van zeven misdaden die hij deels bekent, zij het met de hoogst mogelijke graad van bokkigheid.
Hij vernielde regenpijpen bij de jeugdsoos en de gereformeerde kerk, met bierflesjes keilde hij ruiten in van de plaatselijke drukkerij, hij spoot een poederblusser leeg in de gang van het verzorgingshuis waar zijn oma woont, hij gooide een uit een auto gestolen laptop in de sloot, in de speeltuin stak hij boeken en een houten speelpaard in de brand en hij zou een reclamebord hebben vernield.

Op zijn Facebook-pagina lees ik dat Leen heeft gestudeerd: schadeherstel.
In de rechtszaal heeft hij daar nu even niks aan.

De rechters doen eerst bozig en zeggen daarom bars: ‘Dat zijn heel ergerlijke feiten, beseft u dat wel?’
Leen die onderuitgezakt in de verdachtenbank zit haalt de brede schouders op.
Rechters: ‘Waarom vernielt u spullen?
Leen lijkt te denken, ’t zal allemaal wel, aan zo’n strafzaak komt vast vanzelf een einde.
Rechters: ‘Nou?’
Zegt dan: ‘Weet nie… lang geleden, ik had ook wat drank op.’
Rechters: ‘Dat is gek. U bent bezig met een dronken kop spullen van andere mensen te vernielen en weet niet waarom u dat doet. Triest.’

Leen zegt dat hij niet alles heeft gedaan.
Dat van dat reclamebord lijkt hem sterk.
Er waren ook anderen bij, andere jongens uit het dorp.
Rechters: ‘Tss. Uw houding, hoe u hier zit. Het lijkt u niet te raken. Drinkt u nog steeds zo veel?’
Leen: ’Ja. Maar minder dan eerst.’
Rechters: ‘Te veel is te veel. Hoe moet het verder met u?’
Leen: ‘Als ik een eigen huisje heb, dan komt alles goed.’

Iedereen zucht.

Er zit geen officier van justitie die haar tanden laat zien om vervolgens aan de rechters voor te stellen deze lompe Leen op te hangen aan een hoogste boom.
Leen heeft al serieuze veroordelingen op zijn naam staan en ook heeft hij al een paar klinieken bezocht waar hij evenzo vaak werd weggestuurd: onhandelbaar.

De rechters stappen nu over van bozig naar bezorgd.
U wordt je en jij.
Bijna moederlijk: ‘Jij bent bang he?’
Leen, die iets kleiner wordt: ‘Hmm.’
Rechters: ‘Er moet wat gebeuren, anders zit je hier over een half jaar weer en dan is het allemaal nog erger.’
Leen: ‘Ja, dat wel.’

Het voorstel van de officier van justitie is om Leen tegen het licht te houden om te kijken wat er met hem loos is.
Dat is niet alleen voor Leen beter, maar uiteindelijk ook voor de jeugdsoos, de gereformeerde kerk, de drukkerij, de speeltuin, het verzorgingstehuis van oma, het is zelfs beter voor heel de samenleving.

Leen knikt en zegt dat hij wil meewerken.
De advocaat kan zich er in vinden, de rechters vinden het een strak plan.
Misschien wordt Leen gered van een zekere ondergang, want van gevangenisstraffen worden mannen als hij ook niet beter.
In december gaan ze met hem verder.

Wat geldt voor Leen, geldt misschien ook wel voor de 25-jarige Benito.
Hij zou in maart dit jaar in Groningen een vestiging van de Jumbo hebben overvallen.
Als de rechters vragen of dat echt waar is, drukt hij beide handen tegen de oren en legt hij zijn hoofd op tafel.
Roept: ‘Ik ben getraumatiseerd.’

Benito is denk ik net als Leen best een aardige jongen.
Punt: hij blowt te veel.
En niet zo’n beetje ook.
Benito heeft psychotische stoornissen als gevolg van frequent cannabisgebruik.

Hij was die dag in maart, om kwart over vijf, met een sjaal om het hoofd gedrapeerd, de Jumbo binnengelopen.
Bij de kassa’s schreeuwde hij dat het een overval betrof en dat hij geld wilde.
Zo onverwacht hij kwam, zo rap ging hij er vandoor, met de buit in twee gele plastic tassen van ‘Hallo Jumbo’.
Daarna gebeurde er van alles.

Twee medewerkers van de super, onder wie de 17-jarige Linda, renden achter de hollende Benito aan, een paar klanten probeerden hem te laten struikelen, wat mislukte.
Eenmaal buiten kreeg Linda een fiets aangereikt van een passant.
Op het moment dat zij de overvaller bijna had ingehaald, draaide die laatste zich om en wist hij zwaaiend met een mes niet alleen Linda op afstand te houden, maar slaagde hij er ook in de fiets in handen te krijgen waarmee hij zijn vlucht voortzette.

Maar daar was al de politie, gewaarschuwd via 112.
Met een getuige in de auto reden agenten door de omgeving.
Na een paar minuten zagen ze een man fietsen die voldeed aan het signalement, aan het stuur bungelden twee gele plastic Hallo Jumbo-tassen met daarin – bleek even later – twee kassalades en 664 euro.

De rechters: ‘U was de man die werd aangehouden op die fiets, ongeveer vijf minuten na de overval. De vraag is: bent u ook de overvaller?’
Rechters willen zekerheden in hun werkzame leven en een bekentenis helpt daarbij.
Benito die het jasje weer aantrekt dat hij net met veel moeite heeft uitgetrokken kreunt en zegt dat hij zich beroept op het zwijgrecht.

Tuurlijk was hij het.

Dappere Linda heeft een briefje geschreven waarin staat hoe groot de impact is van zo’n overval. Het wordt in de rechtszaal voorgelezen.
’Het gaat niet alleen om de Jumbo, maar hij heeft ons ook als personeel geraakt. We zaten allemaal te huilen in de kantine. Waar haalt hij het lef vandaan?’

Benito heeft misschien niet eens lef.
Hij zegt dat hij gemotiveerd is om aan zijn stoornissen te werken.
Hij zat na de arrestatie 146 dagen in het huis van bewaring en mocht toen naar een psychiatrische inrichting.
De officier van justitie wil hem daar als het even kan de komende anderhalf jaar houden, in het belang van de verdachte en in het belang van heel de samenleving.

In de Washington Post stond onlangs een artikel dat in de Verenigde Staten een enkele wenkbrauw deed fronzen.
De krant berichtte: ’Nederland heeft een vreemd probleem: lege gevangenissen.’

Wat ze in Washington nog niet weten is dat onze psychiatrische inrichtingen kampen met wachtlijsten.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

schermafbeelding-2016-09-15-om-20-50-43

klik op afbeelding voor bericht

 

Nadeel zonder voordeel

Het is verboden om mensen op de vlucht
te helpen een open grens over te steken

schermafbeelding-2016-09-08-om-23-51-26Er zijn dagen dat ik het strafrecht het mooiste vind dat er is.
Uren kan ik opgaan in teksten van de wetboeken van strafrecht en strafvordering. Ook zo mooi vind ik teksten die gaan over het ontstaan van het recht. En over het waarom.
Niet minder boeiend zijn verhandelingen over mens en recht en de dilemma’s die die opleveren.

Zo zijn wij mensen geneigd meer waarde, meer geloof, te hechten aan belastend bewijsmateriaal dan aan ontlastend bewijsmateriaal.
Dat zegt bijvoorbeeld wetenschapsfilosoof Ton Derksen, de man die liet zien dat Lucia de B. onschuldig was veroordeeld.
Mensen redeneren, stelt Derksen, en dat is een akelige bijkomstigheid van de rechtspraak.

Als iemand, zegt Derksen, een professioneel basketballer is, is de kans dat hij lang is heel groot.
Maar als iemand heel lang is, is de kans niet groot dat hij basketballer is.
Ons brein, weet Derksen, heeft het moeilijk met dit soort redenaties.
Het is daarom goed, zeg ik dan, dat er een paar uitgangspunten in het strafrecht zijn ingebouwd om grote ongelukken te voorkomen.
Lukt niet altijd.

Zo’n rechtvaardig uitgangspunt is bijvoorbeeld dat bij twijfel niet wordt veroordeeld.
Rechters die twijfelen, horen de verdachte vrij te spreken.
Of dat nou leuk is of niet.
Dit geldt ook voor officieren van justitie: die moeten als magistraten bij twijfel vrijspraak eisen.
De idee hierachter is dat wij (u misschien niet, maar de rest wel) vinden dat het beter is dat er tien schuldigen op vrije voeten lopen, dan er een onschuldig achter de tralies zit.

Afgelopen week hoorde ik iets nieuws in de rechtszaal.
Advocaat Charles Starmans – warm voorstander van het voordeel van de twijfel – sprak over het nadeel van de argwaan.
Na dagen galmden die woorden nog steeds door mijn hoofd en ik dacht, als dit het nieuwe uitgangspunt wordt, dan dooft het licht.

Waar het over gaat, komt nu.

In zittingszaal 14 staan twee mannen terecht.
Broers.
De een is geboren in 1973, de ander in 1976, in Damascus, Syrië.
De tragedie die zich daar afspeelt deed hen in Duitsland belanden, in Bonn.
Beiden zijn getrouwd en hebben inmiddels de Duitse nationaliteit.
Salah is nu autohandelaar, Sadiq huisman.
Als hij de vaat aan de kant heeft, het stof gezogen en de schone was heeft opgevouwen, helpt hij zijn broer met auto’s verkopen.

Salah en Sadiq worden beschuldigd van mensenhandel.
In juni 2014 kreeg Salah een telefoontje.
Het was Jassar die hij kent van vroeger.
Jassar was samen met Khaled gevlucht, vertelt hij.
Met hun vrouwen en de kinderen, met de zeven kinderen, de jongste een maand oud.
Of Salah kan helpen?
We staan, zegt Jassar, op het station in Frankfurt.

Ze hadden de hele helse reis gemaakt.
Via Jordanië naar Alexandrië, Egypte.
Toen de zee op, in bootjes waarvan er zo veel zinken.
Ze waren in Italië aangekomen, in Milaan beland en van daaruit met de trein naar Frankfurt gereisd.
Ze hadden er, per gezin, 8000 euro voor moeten betalen.
Maar nu, nu waren ze vrij, ze hadden het gehaald.
Ze willen graag naar Nederland, een land dat ze niet kennen, maar waarover ze goede verhalen hebben gehoord.

Salah belt zijn broer Sadiq en zegt dat Jassar en Khaled van vroeger met hun gezinnen op het station in Frankfurt staan en of wij kunnen helpen.
Ze willen naar Ter Apel.

Tegen de rechters zegt Salah: ,,In Syrië is het oorlog, wij hebben familie verloren en vrienden die dood zijn. Wanneer iemand mij om hulp vraagt, dan kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om de hulpvraag af te wijzen. Wij hebben het nu goed, ik ben verplicht te helpen.’’
Sadiq knikt.
Zo denkt hij er ook over.
Hij geeft toe dat hij wist dat het niet mocht.
Dus zegt hij: ,,Ik zal het nooit weer doen.’’

Rechters: ,,Het was dus een vriendendienst?’’
Jawel rechters.
Rechters: ,,Er bestaan ook mensen die er hun beroep van maken om aan de ellende van anderen geld te verdienen.’’
Nee rechters.

Ze hebben de twee gezinnen opgehaald van het station in Frankfurt en zijn naar Bonn gereden waar de nacht is doorgebracht in de woning van Salah.
Ze hebben schone kleren gegeven en een beetje geld, honderd euro.
De volgende dag zijn ze samen in twee auto’s naar Nederland gereden, richting Ter Apel.

Zo was het gegaan.
Maar toen.

In de buurt van Ter Apel kunnen ze het asielzoekerscentrum niet vinden.
Gelukkig zien ze een politieauto rijden.
Ze zwaaien en de agenten komen, maar niet om de weg te wijzen.
Ze willen papieren zien.
Salah en Sadiq hebben papieren, de rest niet.
En dus worden Salah en Sadiq gearresteerd en naar het politiebureau gebracht.
Het is verboden om mensen op de vlucht te helpen een open grens over te steken.

De officier van justitie zegt dat Salah en Sadiq ordinaire mensensmokkelaars zijn.
Niks vriendendienst.
In de auto van Salah is welgeteld 1500 euro gevonden.
Dat roept argwaan op.
En een van de inzittenden had gezegd dat ze vanuit Amsterdam waren komen rijden.
Niet vanuit Duitsland, de grens over.
Amsterdam?
En die verse tankbon van een Duits tankstation in het vakje van het portier dan?
Nog meer argwaan.

Jassar en Khaled zijn ondervraagd en zeggen geen geld te hebben betaald aan Salah en Sadiq.

Het brengt de officier van justitie niet aan het twijfelen.
Hij zegt (in de vrije vertaling) dat bij zoveel argwaan niet anders dan geconcludeerd kan worden dat de verdachten hebben bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit waarbij misbruik wordt gemaakt van de ellende van anderen en dat om er zelf beter van te worden.
Op zo’n feit, zegt de officier van justitie, moet met een gevangenisstraf worden gereageerd.
,,Ik eis 12 maanden celstraf. Onvoorwaardelijk.’’

Salah en Sadiq kijken elkaar even aan.
Hebben ze de tolk wel goed verstaan?

Advocaat Starmans: ,,Jawel. Er is geld gevonden, maar Salah is een autoverkoper en verkopers van auto’s hebben vaak contant geld op zak.’’
De advocaat overlegt papieren waaruit kan worden opgemaakt dat Salah een paar dagen voor vertrek richting Ter Apel een auto heeft verkocht voor 1600 euro en dat in contanten is afgerekend.
“Uit niets blijkt dat de twee broers hebben gehandeld uit winstbejag. Ze probeerden goed te doen.’’

Vallen de rechters voor het nadeel van de argwaan, dan bel ik Ton Derksen.
Houden de rechters vast aan het voordeel van de twijfel dan hebben Salah en Sadiq misschien mazzel gehad.

Rob Zijlstra

update – 19 september 2016 – uitspraken
Salah en Sadiq zijn veroordeeld. Ze hebben zich schuldig gemaakt aan medeplegen mensensmokkel door 11 personen wederrechtelijk Nederland binnen te brengen. Hiermee schoppen ze het beleid van de overheid in de war, zo luidt vrij vertaald de beoordeling. Qua straf denken de rechters wel anders dan het Openbaar Ministerie: uit niets blijkt dat er sprake is van winstbejag. En dat scheelt een slok op een borrel: beide mannen kregen zes maanden voorwaardelijke celstraf opgelegd. Ik ga Ton Derksen niet bellen.

Blaffers

Je kunt wel een mooiboy spelen,
maar ik blaf je zo neer

Schermafbeelding 2016-09-02 om 00.49.47De politie is de voorbije week een campagne begonnen tegen nepwapens.
Wapens die echt ogen zijn verboden, ook al zijn ze van plastic.
Want met die nepdingen kun je anderen de stuipen op het lijf jagen en ook echte overvallen plegen.

Daarom: alle nepwapens de wereld uit.

Het leek wel een onderdeel.
Op de eerste dag van de campagne moet Gerrit (62) uit Roswinkel, dat is bij Emmen, in de rechtszaal van Groningen komen opdraven in verband met verboden wapenbezit.
De officier van justitie zegt voortdurend dat het hier een zeer ernstig misdrijf betreft en dat hij de indruk heeft dat de verdachte dat niet in de gaten heeft.

Hij vraagt: ‘Wat betekent het voor u als u naar de gevangenis moet?’
Gerrit: ‘Tja… mijn vrouw is slecht ter been… dus…’

Het kwam zo.
De zoon van Gerrit, kwajong, had een partij illegaal vuurwerk en werd verraden.
De politie kwam en nam het verboden knalwerk in beslag.
Tijdens de huiszoeking vonden de agenten – ze schrokken zich dood – op zolder een heus wapenarsenaal.

Elf schietklare vuurwapens.
Met 2180 stuks munitie waaronder 1071 scherpe patronen.
Een van de rechters: ‘Daar kun je een oorlog mee beginnen in Roswinkel.’
Gerrit zei dat hij dat niet van plan was.

Rechters: ‘Was het een handeltje dan?’
Gerrit schudt het hoofd.
Nee. Een erfenis. Het spul was van zijn vader geweest, die had het weer van zijn vader gekregen, van opa.
Hij zegt: ‘Ik heb er niets mee, ik heb het gekregen,’t is op zolder terechtgekomen en daar lag het. In een oude doos in de kast en die kast was op slot.’

Rechters: ‘Dan heb je d’r ook niks aan. Wat is dan het idee om het in huis te willen hebben?’
Gerrit haalt de schouders op.
Hij wist dat het verboden was.
Dat wel.
Maar ja, het was van opa geweest.
Dus.

De officier van justitie geeft een lesje.
‘Bezit is bezit. Waarom iemand wapens heeft, doet niet ter zake. Of je er overvallen mee wilt plegen of nog ergere dingen of dat het om een erfenis gaat, het maakt voor de wet niets uit. Er was sprake van een verboden situatie en meneer had aan die situatie een einde moeten maken. Dat heeft hij niet gedaan en dan is een gevangenisstraf een logisch vervolg.’

Advocaat Hans Klopstra: ‘Ik ken mensen die heel ziek zijn, maar niet naar de dokter gaan.’

De officier van justitie: ‘Okay dan. Meneer heeft geen strafblad en hij had ook geen kwaad in de zin. Ik eis een taakstraf, maar wel de zwaarste die er is, van 240 uur en daarnaast, vanwege de ernst, zes maanden voorwaardelijke celstraf.’

Hoe ook, Gerrit behoort als pleger van deze misdaad tot de categorie ‘minst erge’.
Eigenlijk is hij een nepmisdadiger: geen echte, maar wel een strafbare.
Voor de goede balans: de categorie ‘meest erge’ was afgelopen week ook van de partij: Ronaldo, 33 jaar.
Geboren in de sloppen van Santos, Brazilië, als adoptiekind opgegroeid in welgesteld Haren.

Ergens is iets grandioos misgegaan.
Sinds zijn vijftiende pleegt hij overvallen, met echte wapens.
Als jochie kreeg hij jeugd-tbs.
In 2004 pleegde hij volwassen overvallen op hotels in Groningen.
Bij een eis van 6 jaar kreeg hij er 2.
In 2007 overviel hij binnen een maand een tankstation, twee videotheken, een café (Lambik) en de Burger King.
Het leverde hem 5 jaar celstraf op en tbs met dwangverpleging.

In 2014 beëindigde de rechtbank die gedwongen verpleging onder voorwaarden omdat er geen resultaten in de behandeling werden geboekt.
Ronaldo werd alleen maar erger.
De beëindiging was tegen de zin van het Openbaar Ministerie, dat vorig jaar haar gelijk zag: Ronaldo stapte – zo is de verdenking – met een echte vuurwapen, de Spar binnen, toen Coop en een paar weken later nog een keer een vestiging van de Spar.
Hij eiste geld, sigaretten en koekjes.

Tegen een medewerker van de Coop die de rust wilde bewaren: ‘Je kunt wel een mooiboy spelen, maar ik blaf je zo neer.’
De medewerker: ‘Ik ben nog maar 17.’

De drie overvallen leverden zo’n 8.000 euro op.
En een strafeis, ditmaal van 8 jaar, inclusief een nieuwe tbs met dwangverpleging dan wel een verlenging van de voorwaardelijk beëindigde tbs.

De officier van justitie: ‘In het strafrecht werkt het zo dat wie steeds maar weer in herhaling vervalt een steeds zwaardere straf krijgt. Het is een keer afgelopen.’
De aanklager schetst het nare leven van Ronaldo: van de 33 jaar dat hij leeft, heeft hij er 18 doorgebracht in instellingen, in klinieken en in gevangenissen.
En ook achter gesloten deuren hield hij zich bezig met criminele zaken, zoals het opzetten van een drugsnetwerk in de Van Mesdagkliniek.

Heeft hij het gedaan?
Ronaldo zwijgt.
Hij zegt slechts dat hij er niets over te zeggen heeft.

Hij is herkend op de camerabeelden die de politie vrijgaf en die door RTV Noord werden uitgezonden.
Niet alleen agenten en oud-agenten die hem al jaren kennen herkenden hem, maar ook zijn zus en zijn vader aan wie de beelden zijn getoond.
Een mevrouw meldde zich bij de politie en zei dat de overvaller Ronaldo moest wezen, de jongen met wie zij 20 jaar geleden in de klas had gezeten.

De rechters: ‘U bekent pas, zeggen de deskundigen, als u er echt niet meer omheen kunt.
Pas dan neemt u uw verantwoordelijkheid. Gaat u die vandaag nemen?’
Lange stilte in de rechtszaal.
Rechters na een tijdje: ‘Zo moeilijk is dat toch niet? Het is ja of het is nee.’
Weer die stilte.
Dan: ‘Nee.’

In het Pieter Baan Centrum kregen deskundigen geen vat op Ronaldo.
Zwakbegaafd, komt bovengemiddeld intelligent over.
En kan erg goed schaken.
Narcistisch.
Persoonlijkheidsstoornissen.

De rechters: ‘U wilde zelf naar het Pieter Baan Centrum. Waarom? Wat was uw doel?’
Ronaldo: ‘Daar heb ik niks op te zeggen.’
De rechter ontploft (bij wijze van spreken dan).
Ze zegt: ‘Agh. Kom op zeg. Da’s lekker makkelijk. Wat moet wij daar nou weer mee? Vertel nou es…’

Ronaldo: ‘…’
Ronaldo: ‘Nee.’

De rechters proberen het nog eenmaal.
Vragen: ‘Wilt u eigenlijk wel terugkeren in de maatschappij?’
Weer volgt een lang en ongemakkelijk zwijgen in de rechtszaal waar ook zijn slachtoffers (vol met vragen) zitten.
Juist op het moment dat de stilte ondraaglijk wordt, zegt Ronaldo, heel zachtjes: ‘Jawel.’

Misschien was dat wel het allerlaatste woord dat hij in het openbaar heeft uitgesproken.

Rob Zijlstra

update – uitspraak – 12 september 2016
Gerrit moet nog maar eens met zijn zoon gaan praten: hij is veroordeeld conform de eis. Een werkstraf van 240 uur – de maximale – en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De erfenis is in beslag genomen en Gerrit heeft afstand gedaan van zijn verboden bezit.

update – uitspraak – 15 september 2016
Ronaldo is veroordeeld voor twee van de drie ten laste gelegde overvallen. Voor een is onvoldoende bewijs; de camerabeelden overtuigen niet dat de man in beeld, Ronaldo is. Dat er overeenkomsten zijn in de manier van ‘werken’ is te weinig. De twee overvallen die hij wel heeft gepleegd volgens de rechtbank zijn goed voor 6 jaar celstraf en een nieuwe tbs met dwangverpleging.

Phoe-wah

Een akkefietje met drugs maakte
vroegtijdig een einde aan zijn strijdkracht

Schermafbeelding 2016-08-25 om 22.12.15Met gebruinde gelaten zaten de strafrechters en hun griffiers, uitgerust de officieren van justitie en ontdaan van stress de advocaten afgelopen week klaar om de strafrechtmachine weer flink op stoom te brengen.
Na zeven weken in de zomershuffle – laag pitje – mocht dat ook wel want de criminaliteit trekt zich niets aan van ons jaarlijks verval tot lui- en ledigheid.

Probleem was dat de verdachten niet wilden meewerken.
Ze zijn nog niet zo ver.
De een was te ziek, te zwak en te misselijk om de gang naar de rechtbank te maken, eentje had zich verslapen en toen hij er eenmaal was, werd hij boos en had hij geen zin meer.
Een derde – een notoire winkeldief – komt sowieso nooit naar zittingen vanwege slechte ervaringen uit het verleden.
De vierde durfde niet.

Gelukkig was Guus uit soms Emmen, soms Assen, er wel.
Guus, 28 jaar, is een man die voor het ongeluk lijkt te zijn geboren.
Toen het kon, toen hij groot en sterk genoeg was, meldde hij zich aan bij het leger om militair te worden.
Dat werd hij ook.
Even.
Een akkefietje met drugs maakte vroegtijdig een einde aan zijn strijdkracht.
Guus werd ontslagen en raakte van ’t padje.
De laatste zeven jaar is hij drinkend en snuivend een crimineel en hopt hij gevangenis in en uit.

De pech die achter Guus aan huppelt, gooit zijn leven voortdurend over hoop.
Ooit wilde hij commerciële economie gaan studeren.
Toen hij op het punt stond dat te gaan doen, vloog zijn woning in de brand en was er iets frauduleus met verzekeringen.
Het bezorgde hem een schuld van 50.000 euro.
Ook lag hij een keer op een dak van een gebouwtje, uitgerekend op het moment dat daar werd ingebroken en er politiemannen met speurhonden rondliepen.
Op een andere dag stond er zomaar een agent op de oprit van zijn woning, net toen hij heel hard kwam aanrijden.
Het ging om een geleende auto vol drugs die bleek te zijn gestolen.
Wist hij dat.

In het leger gebruikte hij drugs – o toeval, o noodlot – op die uitgerekende ene keer dat er een controle was.
Had hij het gedaan op duizend andere momenten, dan was nu misschien wel een held geweest.

Guus stond deze week terecht omdat hij bij de Jumbo (Ciboga, Groningen) twee chorizoworsten, twee chocoladerepen, een varkensrollade, een stuk kaas en een pak chocolademelk had gestolen.
Dat was in december vorig jaar.
Hij moest mee naar het bureau, ook omdat er nog een paar onbetaalde boetes te vereffenen waren. Op het bureau viel een papieren wikkeltje uit de broekzak, uitgerekend het wikkeltje waarin hij zijn cocaïne bewaarde.
Het was te weinig om hem levenslang op te sluiten, dus mocht Guus na enig verloop van tijd weer gaan.

In mei van dit jaar zou hij betrokken zijn geweest bij een woninginbraak aan de M.L. Kingstraat in Groningen.
Daar werd een jasje van Hugo Boss gestolen en autosleutels van de Peugot die voor de deur stond.
Toen politiemensen de straat in kwamen rijden na een telefonische melding over een verdachte situatie (‘er zijn hier mannen die aan auto’s rommelen’), zagen ze de Peugot ‘die voor de deur stond’ met hoge snelheid wegrijden.
Zo snel dat de agenten ter plaatse besloten de achtervolging in te zetten.

Guus – want hij zat natuurlijk achter het stuur – scheurde richting de A28.
Bij de oprit stopte hij.
Op het moment de agenten uitstapten, gaf hij weer vol gas.
Met een snelheid van 175 kilometer per uur ging het eerst richting Assen en daarna ging het Assen in.
In een woonwijk kregen ze hem te pakken.
In een, hoe ook anders, doodlopende straat.
Hoeveel pech kan een mens verdragen?

Guus heeft een andere kijk op de waarheid.
Hij heeft nieuwe ambities.
Waar hij vroeger nooit aan wilde, wil hij nu wel.
Hij wil aan het werk.
De rechters moeten weten dat hij een mooi lijstje met diploma’s op zak heeft.
Hij doet nu in de gevangenis een heftruc-opleiding en is ook bezig met algemene ondernemersvaardigheden.
‘Ik richt me nu op zelfstudies. Ik wil alles op orde krijgen. Ik sta inmiddels ook ingeschreven bij het UWV als werkzoekende.’
De manier waarop Guus het zegt, verraadt enige trots.
‘Ik doe het allemaal zelf.’

De officier van justitie is niet onder de indruk.
Ze zegt: ‘Mensen met een universitaire opleiding komen momenteel niet aan de bak. En u denkt werk te krijgen terwijl u uit de bak komt? Phoe-wah.’

De rechters: ‘Heeft u nou wel of niet ingebroken in die woning?’
Guus: ‘Nee. Ik had de volgende dag een afspraak bij de gemeente Assen. Ik was bij een maat en die zei, zullen we nog even een rondje doen? Een braakrondje, rondje diefstal. Toen kwamen we bij die auto’s. Plotseling kwam die maat van mij met een jasje aanlopen. Daar zaten autosleutels in. Ik had gevraagd of hij me naar Assen wilde brengen in verband met die afspraak. Dat wilde hij niet. Ik dacht toen, dan breng ik mezelf. En voordat ik er erg in had, zat ik in die auto en reed weg. Ik ben niet in die woning geweest.’

De officier van justitie zegt dat ze er geen snars van gelooft.
Ook die pech hoort bij het leven van Guus.
Al die keren dat hij in de rechtszaal zat, trof hij officieren van justitie – en rechters – die hem niet geloven.

De eis is zeven maanden gevangenisstraf.
Kaal, want Guus wil geen hulp.
Zou hij dat wel willen, dan zou een deel van de straf voorwaardelijk kunnen, als stok achter de deur.
Maar wie niks wil, krijgt ook niks.

De advocaat bromt dat die zeven maanden straf niet garandeert dat Guus goed op weg wordt geholpen.
Hij pleit voor wel een voorwaardelijk deel, want dan heeft hij iets te verliezen.
Dat vindt ook de politierechter die die woninginbraak die hij ontkent bewezen acht.
Zeven maanden, waarvan twee voorwaardelijk.
De rechter: ’U heeft een goed begin gemaakt, maar het moeilijkste moet nog komen. Het is aan u om te bewijzen dat u dat kunt.’

Het zit Guus ook wel eens mee.
Voor heel even.
Want hij heeft nog een vraag.
Die kwestie van de snelheidsovertreding, van die 175 kilometer per uur tijdens de achtervolging. Zijn rijbewijs is ongeldig verklaard.

Guus: ‘En hoe gaat dat nu verder?’
Rechter:‘Daar ga ik niet over.’

Rob Zijlstra

zaterdag (& zondag) in de krant

Schermafbeelding 2016-08-25 om 22.16.41

Cybercrime

Schermafbeelding 2016-08-17 om 13.38.01

‘Cybercrime is geen ver-van-je-bed-show’

 

De zesde Publieksacademie voor de Rechtspraak – op woensdag 7 september in het Academiegebouw in Groningen – gaat over cybercrime. De lezingenserie is een initiatief van Dagblad van het Noorden in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen, de rechtbank Noord-Nederland en het Openbaar Ministerie.

Hein Wolswijk, hoogleraar straf- en strafprocesrecht, is een van de sprekers.

Kun je iets stelen wat niet echt bestaat?
Wolswijk zal betogen dat dat kan.
Sterker nog: je kunt er zelfs straf voor krijgen.

De Hoge Raad bepaalde een paar jaar geleden dat het wegnemen (stelen) van virtuele goederen uit een computerspel – het ging om een amulet en een masker – strafbaar is. Het staat gelijk aan diefstal. Hein Wolswijk: ,,De uitspraak dat je iets kunt stelen wat niet echt bestaat haalde de juridische wereldpers.’’

De hoogleraar komt met dit voorbeeld om aan te geven dat Nederland met haar wetgeving rond cybercrime behoorlijk voorop loopt.

Kun je worden veroordeeld voor iets wat je niet echt hebt gedaan?
Het kan binnenkort wanneer de wetgeving rond computercriminaliteit voor de derde keer sinds 1993 ingrijpend wordt aangepast.
Een van de wijzigingen betreft de lokpuber.

Wolswijk legt uit. Er bestaan mannen die op het internet proberen kinderen te verleiden tot seksuele handelingen (grooming). In de opsporing zet de politie lokpubers in: agenten die zich achter het computerscherm voordoen als kinderen, met als doel de digitale kinderlokker te kunnen aanhouden. Nu nog is zo iemand niet strafbaar omdat het slachtoffer niet een echt kind is maar een politieman of -vrouw. In de nieuwe wetgeving verandert dit. Niet het daadwerkelijke gedrag, maar de intentie wordt strafbaar.

Cybercrime heeft verschillende gezichten.
Wolswijk: ,,In de jaren negentig ging het vooral over hacken van computers en het aftappen van gegevens. Computervredebreuk is toen strafbaar gesteld. Later volgde de strafbaarstelling van kinderpornografie en grooming. Een derde variant betreft de gewone criminaliteit waarbij gebruik wordt gemaakt van de computer, oplichting via bijvoorbeeld marktplaats.nl. Je doet je voor als verkoper, je incasseert het geld, maar je levert niets.’’

De tweede spreker is officier van justitie Martijn Egberts, landelijk belast met de aanpak van cybercrime.

Zijn lezing gaat over de dagelijkse praktijk van computercriminaliteit.

,,Wat wij op grote schaal zien is dat internetcriminelen gebruik maken van ransomware. Bestanden op de computer worden dan geblokkeerd. Je moet betalen om de blokkering ongedaan te maken. Vooral bedrijven en instellingen zijn hier het slachtoffer van. Het is op dit moment het verdienmodel. De gebruikte software is goedkoop in aanschaf en de mogelijkheden voor criminelen zich af te schermen zijn groot. De pakkans is klein.”

Egberts is blij met de op handen zijnde wetswijziging die politie en justitie meer mogelijkheden geven om internetcriminelen aan te pakken. Gaat dat ten koste van de privacy? Egberts: ,,Ja. Maar ik zeg altijd, ik schend liever de privacy van een crimineel om de privacy van slachtoffers te kunnen beschermen. De vraag waar je uiteindelijk altijd bij uitkomt is: waar ligt de grens.’’

Beveiligen wij onze digitale informatie wel voldoende?
,,Wie het slechtst is beveiligd, is het eerste slachtoffer. Dus wie 1234 als wachtwoord gebruikt is een keer de pineut. Maar de slachtoffers van nu zijn niet per definitie de bedrijven, instellingen en particulieren die hun systemen en bestanden niet goed hebben beveiligd. Criminelen die echt willen, komen overal binnen.”

Egberts zal betogen dat er nog een stevige campagne nodig is om iedereen ervan te overtuigen dat cybercrime niet een ver-van-je-bed-show is.
Alvast een paar tips om geen slachtoffer te worden? ,,Ga nooit internetbankieren via een gratis wifi-verbinding. En maak gebruik van programma’s die wachtwoorden versleutelen.’’

Meer informatie over de lezing en om aan te melden: www.dvhn.nl/rechtspraak

Martijn Egberts
Hein Wolswijk

Publieksacademie voor de Rechtspraak

Schermafbeelding 2016-08-16 om 10.25.05

Even pauze, tot 15 augustus

Schermafbeelding 2016-07-15 om 22.59.45

Een week 14 [4]

Een laatste week op de rechtbank
voorafgaand aan een vakantie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen doet deze week in zittingszaal 14 welgeteld 26 zaken. Daarvan staan er 12 op de nominatie te worden behandeld. In 14 strafzaken wordt uitspraak gedaan, dat zijn zaken die twee weken geleden zijn behandeld. Er is van alles wat, het is een reguliere week die ongetwijfeld anders zal verlopen dan de rol van de rechtbank aangeeft. Een weekverslag, deel 4 (slot).

deel 1
deel 2
deel 3
.

VRIJDAG 15 juli 2016

09.05
Winkeldiefstallen, fietsendiefstallen, een beroving bij de pin en oplichting via Marktplaats.nl . En dat allemaal op het conto van één verdachte. Advocaat wil de zaak niet behandelen, maar wil eerst een rapport laten opstellen door de reclassering. De officier van justitie voelt er niet veel voor.

10.25 uur
De eerste drie kwartier van de strafzaak ging dus over de vraag of de strafzaak vandaag wel of niet moest worden behandeld. Het werd een wel. Nu praten de drie rechters met de verdachte over fietsendiefstallen die hij pleegde in 2012, 2013 en 2014. Als dat klaar gaan ze met de verdachte praten over winkeldiefstallen die hij pleegde. Parfums bij de Douglas en Friso Poedermelk bij de Jumbo. Verdachte bekent alles.

Wanneer de rechtbank in het tempo van nu doorgaat, wordt het een latertje vanavond. Ik verwacht in de loop van de dag een strafeis. De verwachting: een werkstraf omdat het om oude zaken gaat en de verdachte sinds december 2014 misdaadvrij is.

11.10 uur
Een werkstraf van 240 uur met een gevangenis straf van 365 dagen waarvan 361 dagen voorwaardelijk. In de geopende tas  van de advocaat zie ik het boek Geen blad voor de mond van Ybo Buruma. In mijn mapje ‘zinnen’  staat een zin uit dit boek, op bladzijde 12. Ik verzamel zinnen.

‘Wij weten zelden wat rechtvaardig is, maar we herkennen onrecht tamelijk scherp.’

11.45 uur
Schermafbeelding 2016-07-15 om 12.43.32Ik zit inmiddels achter een 40-jarige man uit Leeuwarden die voor zijn plezier kinderporno verzamelde. Met de rechter praat hij nu over geschoren vagina’s. Na lang nadenken, zegt de verdachte, stelde hij voor zichzelf vast dat de misbruikte kinderen zich niet vrijwillig lieten verkrachten, maar dat  dat onder dwang gebeurde. Met rechts volg ik het verloop van de zitting, doe een paar tweets de deur uit en met links tik ik toch maar een berichtje over de dief van vanochtend.

Toen ik als rechtbankverslaggever begon had ik alleen pen en papier. Nu zit ik met iPad, iPhone en laptop in rechtszaal en kan ik via de ‘pers-wifi’ inloggen op het redactiesysteem van de krant. Vaste gewoonte is nu ook om een verdachte even door Google te trekken. Dat levert soms verrassende inzichten op.

13.25 uur
De verdachte kinderpornoman krijgt een flinke strafeis om de oren. Een celstraf van 9 maanden waarvan 6 voorwaardelijk, een werkstraf van 240 uur, een verplichte behandeling en het toestaan van controles aan zijn computer. De in beslag genomen computers en externe harde schijven moet worden vernietigd, inclusief  foto’s van de overleden oma en een overleden tante. De verdachte wil die laatste foto’s graag terug, maar de officier van justitie is streng: ‘Dan moeten wij als opsporingsdienst harde schijven gaan schonen. Dat kost tijd en energie en dus beginnen we daar niet aan.’  Ik tik een stukje voor de Leeuwarder Courant.

14.10 uur
De derde verdachte van vandaag komt op krukken binnen ‘springen’. Ik hoor hem zeggen dat hij last heeft van woede-aanvallen. Oei. Gezien die krukken zit ik in zwaaibereik. Man zou hebben ingebroken bij de dierenarts van Stadskanaal. Hij zegt: ‘Ik ben nog steeds heel kwaad op mezelf.’

14.45 uur
IMG_8971In het gerechtsgebouw vermelden de bordjes ‘zittingzaal’. Ik schrijf zelf twaalf jaren ‘zittingszaal’, met de tussen-s. Eerst dacht ik dat ik het fout had. De taalpolitie staat beide varianten toe. Zojuist zag ik in de hal van het gerechtsgebouw een man op een trap staan. Hij vervangt alle bordjes.

En wat?

Alle zittingzalen gaat zittingszalen heten!

Schermafbeelding 2016-07-15 om 14.32.45

Schermafbeelding 2016-07-15 om 14.33.06

 

 

 

 

 

15.30 uur
De laatste strafzaak begint over tien minuten. Redactie gebeld met de vraag of er nog ruimte is in de zaterdagkrant. Nauwelijks. De verdachte is Alex, een oude bekende. Eigenlijk is Alex geen nieuws, Alex is een verhaal. Hij laat aan de rechters een brief zien, ik zie letters die een derde van een A-viertje vullen. Alex is analfabeet en is trots. Het is zijn eerste zelf getypte brief.

Alex licht mensen op. Al jaren. Hij komt bij mensen binnen met kletsverhalen en vraagt dan om geld. Vaak krijgt hij wat hij vraagt. Zijn leven bestaat uit een opeenstapeling van leugens, zegt de officier van justitie. Boos: ‘Het moet nu maar eens afgelopen zijn.’

17.50 uur
Ik heb de rechtbank verlaten en doe nog wat laatste dingen op de krant. En nu vakantie.

 

 

 

 

 

 

Een week 14 [3]

Een laatste week op de rechtbank
voorafgaand aan een vakantie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen doet deze week in zittingszaal 14 welgeteld 26 zaken. Daarvan staan er 12 op de nominatie te worden behandeld. In 14 strafzaken wordt uitspraak gedaan, dat zijn zaken die twee weken geleden zijn behandeld. Er is van alles wat, het is een reguliere week die ongetwijfeld anders zal verlopen dan de rol van de rechtbank aangeeft. Een weekverslag, deel 3.

deel 1
deel 2
.

DONDERDAG 14 juli 2016

01.35 uur
Er ontstaat soms ophef na berichten in de media over zedenmisdadigers. Over pedofielen. Niet zelden gaat die ophef over de aanwezigheid van een verdachte of veroordeelde ontuchtpleger en/of kinderverkrachter. Niemand wil in de nabijheid van zo’n figuur wonen. Dan komt de burgemeester eraan te pas om te sussen en soms ook de televisie en dan wordt het allemaal nog erger.

Ik heb in twaalf  jaren in de rechtszaal zo veel ontuchtzaken voorbij zien komen dat het niet anders kan dan dat in iedere stadswijk, in elk dorp, hoe klein ook, er wel een of twee zedendelinquenten wonen. Gewoon bij u in de straat, hij is misschien wel uw aardige buurman. Voor het idee: de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen behandelt meer zedenzaken dan diefstallen of drugszaken.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 01.48.13

bron: eigen onderzoek

Ontuchtzaken wennen nooit. Een dief, een drugsdealer, wat ze doen, het mag niet, maar misschien hadden ze honger of schulden of beide. Zwakbegaafd, in de war. Geen excuus, maar toch… Voor iemand die voor eigen gerief zijn eigen kind verkracht, of het kind van iemand anders, ligt het anders. Voor zo iemand is er geen ‘maar toch…’

Het idee dat in Groningen (en dat is elders niet anders) tientallen, honderden kinderen wonen die gisteren, vandaag en morgen weer stelselmatig worden misbruikt, verkracht – soms dagelijks en dat jaren achtereen – gaat gezond voorstellingsvermogen te boven. En toch is het zo, het bestaat. De daders zijn meestal vaders,  stiefvaders, opa’s, soms een oom.

De rechtbank heeft donderdag heel de ochtend uitgetrokken voor dit soort zeden.
Voor de zoveelste zeden.

’s Middags zijn er gelukkig twee dieven.

09.45 uur
De eerste strafzaak loopt. Man (52) wordt door de rechters ondervraagd over de beschuldigingen van misbruik, gedaan door zijn dochter die nu 19 jaar is. Het zou zijn begonnen op vakantie in Benidorm toen ze 12 jaar was. Daarna gebeurde het op de camping in Wedde en vervolgens ook thuis in Stadskanaal. Zo luidt de beschuldiging.

De verdachte vader ontkent.
Hij zegt, samengevat: ‘Mijn dochter is een fantast. Ze zat aan de drank, aan de drugs, ze spijbelde, ze was alleen maar aan het feestvieren.’

Verdachte: ‘Ze zei ook altijd dat ze was geadopteerd.’
Rechter: ‘Was ze geadopteerd?’
Verdachte: Nee, ik was erbij toen ze werd geboren.’
Rechter: ‘Okay, ik niet.’

11.05 uur
Schermafbeelding 2016-07-14 om 12.53.44Tijdens de rechtszaak komt iets naar voren wat ik bij aanvang niet wist. De verdachte bekleedde tot vorig jaar een publieke functie die hij – volgens nieuwsberichten – neerlegde vanwege ‘fysieke omstandigheden’.

De vraag die ik regelmatig moet beantwoorden: hoeveel informatie laat ik weg om te voorkomen dat een verdachte publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld? En: is dat wel mijn verantwoordelijkheid?

Ik leg de kwestie voor aan de redactiechef dan wel hoofdredactie om samen een wijs en journalistiek verantwoord besluit te kunnen nemen. Dit zijn heel lastige kwesties.

11.30 uur
De officier van justitie zegt dat deze vader zijn eigen dochter jarenlang seksueel heeft misbruikt voor eigen gerief. Alleen een langdurige gevangenisstraf is passend. Ze eist 36 maanden. De advocaat benoemt in zijn pleidooi de publieke functie die de verdachte bekleedde. Ik schrijf – in de rechtszaal – een artikel en stuur dat naar een aantal collega’s. De geraadpleegde collega’s op de redactie reageren niet veel later: publiceren. Inclusief functie waardoor verdachte niet langer anoniem is. Om 12.45 gaat het bericht online.

12.46
Zedenzaak 2, begint ruim een uur later dan gepland.  Schennispleger in de auto, raampje naar beneden, meisje van 9 op de fiets, een kwestie  uit mei 2015.  De verdachte: ‘Misschien heeft ze mijn riem gezien.’

13.00
Uitsprakentijd. Om niet meer tijd te verliezen wordt de verlate schenniszaak in zittingszaal 14 niet onderbroken, zoals te doen gebruikelijk, maar worden de uitspraken gedaan in zaal 13. In splits mezelf in tweeën.  Twee ongewenst verklaarde vreemdelingen – mannen uit Somalië – krijgen de veelplegersmaatregel isd opgelegd. Dat is 2 jaar zitten. Een man uit Appingedam die werd verdacht van oplichting – een miljoen euro – wordt deels vrijgesproken, deels schuldig bevonden wegens verduistering. Zijn straf: een jaar zitten. Een jonge verdachte uit Friesland wordt vrijgesproken omdat niet is voldaan aan het bewijsminimum. Terecht.

Schermafbeelding 2016-07-14 om 13.28.45Ik ga niet terug naar de schennispleger in 14. Hij zoekt het maar uit. Ik vind het te weinig voor een nieuwsbericht. Een broodje. Vanwege al het onrecht en oneerlijke zaken, haal ik graag mijn broodjes bij Goud Eerlijk in de Nieuwe Ebbingestraat.

Straks een oplichterij rondom een zorgboerderij met een verdachte vader en zoon.

 

14.00 uur
Oplichting, dan wel verduistering van 11.000 en 24.000 euro. Verdachte vader is niet komen opdagen, verdachte zoon is er wel. Zoon loog bij de politie om zo de schuld op zich te nemen. Zoon: ‘Ik zou een lagere straf krijgen dan mijn vader met zijn strafblad.’ Komt daar nu op terug. Vader is een boef. Zoon zegt: ‘Als mijn vader vroeger weg was, wist ik nooit of hij in detentie zat of niet.’

De zaak gaat als een nachtkaars uit. Niet de zoon, maar de afwezige vader is de grote boef. Zoon mag wegkomen, vindt de aanklager, met een werkstrafje. Vader moet later – dit jaar nog? – terechtstaan.  Ik zie in mijn administratie dat de man tien jaar geleden ook al eens is veroordeeld. Hij verkocht toen niet bestaande entreekaarten voor echte voetbalwedstrijden.

16.05 uur
De zitting van vandaag is  gesloten. Nog even en de schoonmakers komen. Heb het gerechtsgebouw verlaten en zit nu op de krant. Laatst las ik dat een journalist schreef dat-ie op kantoor was. Vast een burgerjournalist. Een echte journalist zegt zoiets niet. Waar ik ben? Ik ben op de krant.

Op de krant is nog wat discussie over de verdachte met een publieke functie. Ik heb geschreven dat de man lid was van de gemeenteraad, fractievoorzitter zelfs, toen aangifte werd gedaan van ontucht. Het vermelden van de functie is daarmee relevant. Vinden wij op de krant.

IMG_8969 2

al thuis – in gedachten in een hangmat

19.10 uur
Ik ben momenteel columnloos. Zeven weken achtereen is de DvhN-weekeindekrant anders omdat wij in de zomer net doen alsof er minder nieuws is en er minder valt de duiden. Wat de rechtbank betreft, is dat een beetje waar: volgende week staan er in Groningen slechts drie strafzaken op de rol van de meervoudige strafkamer. In de vakantieperiode ligt niet de misdaad, maar wel de de strafrechtspraak op z’n gat.

Misdaadbestrijding en normhandhaving is en blijft een ambtelijke aangelegenheid.
Er is geen alternatief.

Voor mij betekent dit dat ik op donderdag tijdelijk geen verhaal hoe te leveren voor de zaterdagkrant. Een wekelijkse column is eervol om te hebben, het is alsof je een eigen praatprogramma hebt. Dan moet je altijd, een keertje niet is geen optie. Ik vind het geweldig om te doen. Het is verslavend. Maar even niet is op dit moment ook heel aangenaam.

Dit even duurt zeven weken.
Na zeven weken komt de strafrechtmachine uit de sluimerstand en heet de strafrechtspraak weer overbelast te zijn en kunnen er opnieuw allerlei draken worden bedacht om die overwerkte rechters te ontlasten.

Mijn column schrijf ik al jaren steevast op donderdagavond.
Nu dus even niet.
Nu ben ik al thuis.
Ik lig in volle overgave ontspannend in mijn hangmat in de tuin, gespannen tussen appelboom en eik, in handbereik wijn, een oude Miles Davis op de oortjes (dit in het geval het buiten zomers en aangenaam zwoel zou wezen).

Morgen – vrijdag – nog een internetoplichting, een man met kinderporno, een aan drugs verslaafde veelpleger met een dierenarts en Alex, een oude bekende die een telefoon zou hebben gestolen.

Een week 14 [2]

Een laatste week op de rechtbank
voorafgaand aan een vakantie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen doet deze week in zittingszaal 14 welgeteld 26 zaken. Daarvan staan er 12 op de nominatie te worden behandeld. In 14 strafzaken wordt uitspraak gedaan, dat zijn zaken die twee weken geleden zijn behandeld. Er is van alles wat, het is een reguliere week die ongetwijfeld anders zal verlopen dan de rol van de rechtbank aangeeft. Een weekverslag, deel 2.

.

WOENSDAG 13 juli 2016

Schermafbeelding 2016-07-13 om 10.34.25

dagblad van het noorden, 21 juli 2005

10.00 uur
Naarmate ik langer in de rechtszaal zit, kom ik vaker oude bekenden tegen. Sommige verdachten vergeet ik nooit. Andy bijvoorbeeld nooit. Ik zag zijn naam deze week op een lijstje staan, een alledaagse en veelvoorkomende achternaam.

Er ging onmiddellijk een lampje branden. De man met het masker. De laatste (vooralsnog) bankovervaller van Groningen, de man die in de binnenstad van Groningen winkelpersoneel met klanten gijzelde. De man die niet alleen dreigde met zijn wapen, maar er ook echt mee schoot. De man die dat allemaal deed omdat hij geen geld had, maar wel cadeautjes wilde kopen voor zijn dochtertje

In december 2006 schreef ik een verhaal over hem. Hij kreeg toen 6 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. Ik schreef onder meer dat hij nog wel een jaar of 10 (pakweg) zou moeten wachten alvorens op vrije voeten te komen. Nu het 10 jaar later is moet Andy weer komen opdraven in zittingszaal 14.  Ligt  het aan het Openbaar Ministerie dan is zijn wachten nog niet voorbij. Naar verluidt, meer wil de advocaat er nog niet over zeggen, komt de officier van justitie vanmiddag met een vordering de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.

het verhaal over Andy: excuses [pdf]

15.30 uur
Het gaat iets anders. Veel beter. Andy krijgt de complimenten van de officier van justitie Pieter van Rest. Tbs is gericht op de terugkeer in de samenleving en het is mooi dat dat hier lijkt te gaan lukken, zegt hij. Ook: ‘Meneer heeft met bloed zweet en tranen een mooi resultaat bereikt. Het perspectief is positief.’

Om nog een jaar een vinger aan de pols te houden stelt de tevreden officier van justitie wel voor de maatregel met een jaar te verlengen. De dwangverpleging was vorig jaar al beëindigd. De man moet zich nog aan vijf voorwaarden houden. Dat waren er elf.

De rechtbank heeft geen twee weken – gebruikelijk – nodig om tot een oordeel te komen. Na een beraad van nog geen vijf minuten meldt de rechtbank dat ‘we’ het gaan doen zoals de officier van justitie het heeft voorgesteld.

Bij het verlaten van de rechtszaal zeg ik tegen Andy: ‘Zet’m, op.’
Waarom niet?
Hij zegt: ‘Zeker weten’
Dat ik 10 jaar geleden een verhaal over hem heb geschreven, weet hij niet meer.
Maakt hem vast ook niet uit.

De advocaat zegt weer iets anders.
Zij zegt: ‘Zie je wel, het was een totaal oninteressante zitting.’
Ik ben bang dat deze advocaat nog denkt dat de pers alleen is geïnteresseerd in slechte zaken, in negatieve dingen.

17.05 uur
Ik ga voor de krant van morgen een positief artikel schrijven. Dat het goed gaat met de tbs’er. Ik heb 65 regels toebedeeld gekregen.

00.30 uur
Ik dacht ineens, het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Dat het goed gaat met de man is misschien voor de slachtoffers die hij maakte, ook na zo’n lange periode, misschien helemaal geen goed nieuws. Ik weet nog dat een van de slachtoffers haar baan opzegde, zo bang was ze om nog langer in een winkel te werken. Dat is heftig.

Schermafbeelding 2016-07-13 om 18.32.50

de krant van morgen

→  deel 1

deel 3

morgen – donderdag – is er een goed
gevulde rechtbankdag met met name
in de middag een bijzondere strafzaak 

Een week 14 [1]

Een laatste week op de rechtbank
voorafgaand aan een vakantie

De meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen doet deze week in zittingszaal 14 welgeteld 26 zaken. Daarvan staan er 12 op de nominatie te worden behandeld. In 14 strafzaken wordt uitspraak gedaan, dat zijn zaken die twee weken geleden zijn behandeld. Er is van alles wat, het is een reguliere week die ongetwijfeld anders zal verlopen dan de rol van de rechtbank aangeeft. Een weekverslag.

MAANDAG 11 juli 2016

Schermafbeelding 2016-07-11 om 09.48.0209.03 uur
De bode van zittingszaal 14 is zijn schoenen vergeten. Dat is onhandig. Veel erger is wat het Openbaar Ministerie heeft gedaan: dat heeft verzuimd de advocaat te voorzien van een compleet strafdossier.

Het gaat om een strafzaak die hoognodig moet worden behandeld, niet in de laatste plaats in het belang van de verdachte. Dat is een jongeman (20) uit Ulrum die in Noord-Groningen nogal tekeer is gegaan, zo lijkt het (openlijk geweld). Nors zie ik hem in de verdachtenbank zitten.

Maar met een incompleet strafdossier kan het niet.

De voorzitter van de rechtbank zegt dat-ie de zaak donderdag thuis heeft voorbereid. En vrijdag de ontbrekende stukken op de rechtbank heeft gelezen. De advocaat had wellicht eerder aan de bel kunnen trekken. De advocaat zegt van niet.

De rechters: ‘Nou, meneer de officier van justitie?’

Meneer de officier van justitie is Pieter van Rest. Hij is de verantwoordelijke man. Hij zegt: ‘’Dit zijn van die momenten dat ik van een één en ondeelbaar Openbaar Ministerie niet vrolijk word. Ik baal als een stekker. Maar als er geen stukken zijn verstrekt, dan houdt het op. Dan rest ons niet anders de zaak opnieuw aan te houden, met het schaamrood op de kaken. Mooier kan ik het ook niet maken.’’

Zittingszaal 14 ligt tot 11.00 uur plat.

11.15 uur
Schermafbeelding 2016-07-11 om 14.09.23Ze zijn zeldzaam, maar ze zijn er nog wel: eetpiraten. Verdachte (51) van nu had gegeten en gedronken in Grand Café Liff in Assen en in restaurant Mr. Mofongo in Groningen. Man doet dit – flessentrekkerij – in heel Nederland. Om een dak boven het hoofd te hebben, verblijft hij vooral in gevangenissen en als het even kan in ziekenhuizen. Drank lijkt de boosdoener. Hij zegt: ‘Hoe langer ik nuchter ben, hoe beter het in mijn geheugen komt.’

Rechters: ‘Als u gaat eten, bent u dan wel van plan te betalen?’
Verdachte denkt even na en zegt dan: ‘Ik denk het niet.’
Rechters: ‘Het maakt u allemaal niet zoveel uit he?’
Verdachte: ‘Sluit me maar op.’

Dat man lijdt aan alcoholdementie. Tegen de rechters: ‘Opa en oma hadden een cafe, toen papa en mama en toen heb ik het overgenomen.’ De rechters hebben dat gelezen en merken op: ‘En uw vader was alcoholist.’ Verdachte: ‘En niet alleen dat. Hij sloeg me dagelijks en niet zo’n beetje ook.’

Rechters: ‘Er is veel met u aan de hand.’
Verdachte: ‘Ik heb ook prostaatkanker.’
Rechter: Dat is heel vervelend, maar u heeft dat wel eens eerder verteld en toen was het niet zo. U liegt en bedriegt nogal.’
Verdachte: ‘Merkwaardig.’

De officier van justitie zegt dat het niet zo ingewikkeld is. ‘De denkrichting is isd.’ En niet alleen dat: het is ook de eis. De maatschappij in het algemeen – de horeca in het bijzonder – moet worden beveiligd tegen deze verdachte. En daar is de veelplegersmaatregel isd (inrichting stelselmatige daders) ook voor bedoeld.

De advocaat is het er mee eens.

11.45 uur
Schermafbeelding 2016-07-11 om 11.58.42Als ik van de rechtszaal terugkeer naar de perskamer, ligt er een cadeautje op mijn bureau. Zoiets overkomt me niet jaarlijks. En dat is maar beter ook, want journalisten moeten oppassen met cadeautjes.  
Er zit een briefje bij.  Handgeschreven, een gedicht. Het cadeautje is afkomstig, weet ik nu, van een van de gevaarlijkste vrouwen van Groningen. later meer (of niet)   

12.40 uur
Schermafbeelding 2016-07-11 om 13.27.08Ik bel met de redactie om de oogst tot nu toe veilig te stellen en om plek te reserveren in de krant van morgen. Doe je dat niet dan blijven de kleine gaatjes om te vullen over en dat wil ik niet. Redactiecoördinator Martin Groenewold zegt dat hij blij met de oogst.

Ik claim een regel of 50 voor de eetpiraat. Dat is iets meer dan een berichtje. Qua nieuws stelt het niet veel voor, maar het fenomeen met daarbij opgeteld de bijzondere verdachte rechtvaardigt – vind ik – een klein verhaaltje. Ik vraag ook 30 tot 35 regels voor een drugszaak te Stedum en nog eens 30 regels voor een vader en zoon in drugs. Het betreft hier uitspraken. Ook geen groot nieuws, zij het dat als de rechtbank de eisen overneemt, de staatskas 300.000 euro rijker is. Op papier dan.

Collega Groenewold maakt opdrachten aan in het redactiesysteem. In dat systeem kan ik zien welke ruimte en hoe groot die ruimte is die aan mij is toebedeeld. Pagina 1 zit er vooralsnog niet in.

13.00 uur
Schermafbeelding 2016-07-11 om 14.22.43De uitspraken-zitting is een belangrijk en verplicht ritueel en begint altijd om 13.00 uur. De rechter leest rap een deel van het vonnis voor. Na voorlezing wordt het papieren vonnis aan de betrokken advocaat gegeven. Als die er is. Vaak niet. Ook verdachten zijn  vaker niet dan wel aanwezig bij de uitspraken. Is er alleen pers  – meestal is dat zo – dan doet de rechtbank een verkorte versie met een nadere toelichting op verzoek.

Er worden vandaag twee werkstraffen uitgedeeld, een boete voor het veroorzaken van een ernstig verkeersongeluk en er is een vrijspraak. Het Openbaar Ministerie had ook vorderingen ingediend om vermeend misdaadgeld te ontnemen. Hierbij doet zich het wonderlijke fenomeen voor:  de rechtbank komt altijd tot een andere uitkomst dan het Openbaar Ministerie. En altijd fors lager. Dan wordt 128.000 euro ineens 62.000 en 330.000 euro 84.000. De vraag wie er niet kan rekenen is nooit beantwoord, waarschijnlijk omdat de vraag nog niet is gesteld.

13.30
De derde strafzaak van deze dag. Een poging tot doodslag, een veelvoorkomend misdrijf. Het is een zaak die eerder (maart) op de rol stond van de politierechter, waar denk ik is besloten de kwestie voor te leggen aan de meervoudige strafkamer. De misdaad – inrijden met een auto op een andere auto – had plaats in oktober 2014.  Ik luister met een half oor. Een typische Oost-Groninger zaak die zich kenmerkt door menselijk gedoe. Er wordt een werkstraf geëist. Ik besluit er niets mee te doen. Niet alles hoeft in de krant en ik word gelukkig niet per stukje betaald.  Ik tik drie korte berichten voor de website naar aanleiding van de uitspraken, eentje is bestemd voor de Leeuwarder Courant.

Ondertussen komen een paar tweets voorbij van mensen die iets (ik denk alles) willen weten over dat cadeautje.Schermafbeelding 2016-07-11 om 14.39.17

14.45 uur

De vierde strafzaak. Verkrachting in Groningen, ook al gepleegd in oktober 2014.  De verdachte komt uit Schiedam. Hij is er niet. De dagvaarding is niet (minimaal) tien dagen voor de zitting aan de man uitgereikt. Dat moet wel. Het slachtoffer – dat lang heeft zitten te wachten – wilde een slachtofferverklaring afleggen. Zij en de medewerkster van slachtofferhulp komen voor niks. De zitting wordt twee minuten na aanvang gesloten. Het Openbaar Ministerie moet de verdachte nu opnieuw dagvaarden. Zoiets gaat maanden duren.

14.55 uur
Fraaie boel is het. De strafrechtmachine van Groningen komt weer eens krakend tot stilstand. De eerste zitting van de dag loopt in de soep omdat het Openbaar Ministerie de zaken niet goed heeft geregeld en de laatste zitting van de dag gaat de mist in omdat het Openbaar Ministerie de zaken niet goed heeft geregeld. Opgeteld is het een rechtbankdag van niks. Het is maar goed dat zittingszaal 14 geen operatiezaal is. Zou dat wel wel het geval zijn dan zou de ‘leegstand’ er volstrekt onacceptabel heten.

Schermafbeelding 2016-07-11 om 15.04.22

een lege zittingszaal 14 – waar de strafrechtmachine vroegtijdig en krakend tot stilstand is gekomen.

→ Op naar de redactie (cadeautje niet vergeten).

16.30 uur
Schermafbeelding 2016-07-11 om 16.29.26Het in elkaar zetten van een krantenpagina is een kwestie van kunst- en vliegwerk. Het moet precies passen. Verslaggevers willen altijd meer regels dan de paginacoördinatoren kunnen geven. De pest is; die coördinatoren zijn de baas. En daarna is er nog een eindredactie die het beter weet.

Mijn gevraagde regels voor de eetpiraat dreigen te worden teruggebracht tot 20 regeltjes. Ik protesteer. Kort maar een verhaal van een collega in. Dat laatste zeg ik niet, maar dat is wel de consequentie van mijn luid protest. Ik krijg mijn zin. Ik krijg een lange eenkolommer op de ‘stad’.

Daarna komt Bram, eindredacteur. Hij vindt twee inleidende zinnen in een stukje over hennepteelt te onduidelijk. Het moet anders, want zo snapt niemand het, zegt Bram.

Bram heeft gelijk. Eindredacteuren hebben altijd gelijk.

18.00 uur
Dinsdag is er qua straf geen rechtbank. Ik verzamel mijn informatie voor een te schrijven achtergrondverhaal over de strafbeschikking. Of ik het in 60 tot 70 regels kan houden? Nee. Ik wil graag 100, 120 regels. Minimaal. Het liefst nog meer, coördinator. Ik leg uit hoe ontzettend belangrijk een stevig verhaal is over de strafbeschikking. Coördinator kijkt ernstig en zegt: ‘Jaa ja.’ Of ik wel weet dat ik tijdens mijn vakantie weekeindedienst heb? Hoe ik dat denk op te lossen?

Ik wil naar huis.

20.25 uur
Cadeautje uitgepakt: een koffiemok.

Schermafbeelding 2016-07-11 om 20.18.15

 

 

 

 

 

 

 

>> deel 2