Straten van Europa

Ze staan bij elkaar in de hal voor zittingszaal 14, mannen en vrouwen. Nooit eerder zijnze in het rechtbankgebouw geweest, maar je kunt niet zeggen dat ze er hun ogen uitkijken. Ze hebben iets anders aan het hoofd.

Ik hoor hen praten en het klinkt alsof ze tegen elkaar aan het opbieden zijn. Bij de een ging het zus, nou bij de ander zo, door een klein wc-raampje. Een derde rept van een baksteen, nummer vier zegt dat-ie bij haar drieduizend euro heeft gestolen. Een verder keurig ogende man merkt stoer op dat hij wel eventjes, een paar minuutjes maar, alleen met die knakker zou willen zijn. Dan was er daarna geen rechtszaak meer nodig. De mevrouw van de drieduizend schiet vol, de stoere man troost en zegt: ,,’t Geeft niks.’’

Ze zijn slachtoffers. Ze kennen elkaar niet, maar zijn tijdelijk verenigd door het kwaad. Je kunt ook zeggen dat Alexander hen heeft samengebracht. Misschien, want hij is de man die ervan wordt verdacht bij hen te hebben ingebroken.

Voor ik verder ga: in de rechtszaal zijn de mannen en de vrouwen van het groepje geen volwaardige slachtoffers, ook als ze dat wel zijn. Zolang de verdachte een verdachte is en dus nog geen dader, heten slachtoffers in de rechtszaal aangevers. Zij die aangifte deden.

Aangevers voelen zich wel slachtoffer en dat is logisch: er is immers bij hen ingebroken waarbij goederen die hun toebehoorden wederrechtelijk zijn weggenomen en wel zo dat een ander het oogmerk had zich die goederen toe te eigenen. Of zo iemand nou Alexander heet of niet. Worst.

| Voor het idee: alleen de bidonhouder
van een Colnago kost al 43,95

Volgens het Openbaar Ministerie was het Alexander wel. Hij zou vorig jaar in november vijftien keer hebben toegeslagen in woningen in Groningen, Haren, Zuidhorn, Sauwerd en Loppersum. De knakker keilde bakstenen door ruiten en klom naar binnen. De buit bestond onder meer uit een horloge van Seiko, contant geld, inclusief die drieduizend euro, zilveren kettingen, gouden trouwringen, armbanden, oorbellen, broches, een diamanten ring, parfum, zilveren serviesgoed, een suikerschep van zilver, een Nintendo en een racefiets van Colnago. Voor het idee: alleen de bidonhouder van een Colnago kost al 43,95 (adviesprijs).

Er zitten niet zo vaak woninginbrekers in de rechtszaal en dat is niet omdat er niet in woningen wordt ingebroken. Dat is vanwege de capaciteiten en de prioriteiten. Het zijn wel steeds vaker mannen als Alexander. Dat zijn jonge mannen die speciaal naar Nederland komen om hier buit te maken. Ze zijn reislustig, want eerder waren ze in andere landen actief. Alexander komt uit Roemenië.

Alexander had ook Darius uit Polen kunnen wezen. Darius (30) moest afgelopen week eveneens komen opdraven in de Groningse rechtszaal. Hij was vooral bezig geweest in Leek, Winsum en in de kop van Drenthe. Darius deed geen woningen. Hij is volgens de officier van justitie een fietsendief van de nieuwe lichting: hij steelt elektrische fietsen, als het even kan die van u. 

Op de dagvaarding staan zes Gazelles, een Batavus en een Cube, opgeteld al snel zo’n 20.000 euro in de fietsenwinkel.

Darius opereerde vanuit een rovershol. Dat verzin ik niet, dat zei de officier van justitie tegen de rechters. Darius waande zich veilig in dat hol, een klein huisje in een donker bos bij Norg. 

| Behalve de herrie troffen agenten
bij het hol acht fietsen aan die
stonden geregistreerd als pas gejat

De politie was het bos ingestuurd na meldingen over lawaaioverlast. Behalve de herrie troffen agenten bij het hol acht fietsen aan die stonden geregistreerd als pas gejat. Vooral bij winkelcentra. Een van de aangevers was heel even voor een boodschapje een winkel binnengegaan, om luttele minuten later bij terugkomst te constateren: fiets weg.

Er zijn camerabeelden waarop is te zien hoe een man die op Darius lijkt geparkeerde fietsen bij winkels optilt en die fietsen in een blauw-witte Vivaro-bus zet. Darius heeft zo’n bus. Een aangever uit Winsum – zijn fiets was een jaar oud en had 2.700 euro gekost – zegt tegen de rechters dat zijn gevoel van onveiligheid is toegenomen. ,,Ik bedoel, nu is het je fiets, maar wat straks?” 

De mannen en vrouwen ‘van’ Alexander voelen dat ook. Ik hoor het vaak in en rond zittingszaal 14. Hoe groot de impact is. Omdat het sieraden waren uit het doosje met erfstukken, trouwringen van overleden ouders, of gewoon, vanwege het idee dat er een of andere klootviool in je huis, op de slaapkamer, is geweest. 

Een mevrouw vertelt dat in haar hoofd al bijna een jaar lang een naar gevoel zit en dat dat gevoel er niet uit wil, hoe ze het ook probeert. ,,Bij mij ging het om een poging tot inbraak, er is niks meegenomen. Maar ik ben wel iets kwijtgeraakt.’’ Ze is naar de rechtbank gekomen omdat ze wil zien wie haar met dat nare gevoel heeft opgezadeld. Misschien helpt dat.

| Hij gaat als zijn bajestijd erop zit,
gewoon weer naar een ander land

Darius is niet een man die zich druk maakt over wat hij aanricht. Hij ontkent de beschuldigingen met een ongeloofwaardig verhaal. De officier van justitie vindt 21 maanden celstraf een goed idee, de advocaat vindt dat zonder onderbouwing belachelijk, Darius zal het een rotzorg zijn. Hij gaat als zijn bajestijd erop zit, gewoon weer naar een ander land. Nieuwe kansen.

Voor de vijftien inbraken die aan Alexander worden toegeschreven eist de officier van justitie een gevangenisstraf van vier jaar. Zijn oudste slachtoffer was een man van 88 die hij in diens woning omver duwde. De oude man moest met hartklachten worden opgenomen in het ziekenhuis en daar acht dagen blijven. Dit feit telt zwaar mee in de eis.

De jonge Roemeen die al zeven jaren door de straten van Europa zwerft en links en rechts veroordelingen binnenhaalt, probeert nu eens de ik-ben-heel-zielig-strategie. 

Hij heeft zo ontzettend veel spijt, ja, heel zijn hart huilt, maar hij had geen keuze vanwege de omstandigheden. Samen met zijn dochtertje en zijn vrouw die in de prostitutie werkt wat hij ook niet wil, sliepen ze op de bank in de woning van een gevaarlijke taxichauffeur uit Groningen aan wie hij tweeduizend euro per maand moest betalen, terwijl hij aan die chauffeur ook nog eens de helft van de buit moest afdragen want die man reed hem langs de woningen waar hij van hem moest inbreken. 

Alexander smeekt tijdens de twee uur durende rechtszaak om de paar minuten om een tweede kans. Krijgt hij die, jammert hij, dan is hij zelfs bereid inbraken te bekennen die hij helemaal niet heeft gepleegd. 

Wel streetwise, maar verder geen benul.

 

 

 

 

De wroetende wethouder

Er zijn burgemeesters in opstand gekomen. Niet dat ze roepend en toeterend de straat zijn opgegaan of het werk hebben neergelegd. Niets van dat. Nee, een van hen heeft een manifest opgesteld en 36 andere burgemeesters hebben daar hun naam onder laten zetten. Vervolgens heeft de pers hun boodschap als nieuws de wereld in geslingerd.

Zo weten we dat burgemeesters vinden dat te weinig wordt gedaan in de strijd tegen wat ze een ‘veelkoppig monster’ noemen, de ondermijnende criminaliteit. Onderaan het manifest tel ik de namen van acht burgemeesters uit Groningen. Westerkwartier en Midden-Groningen zijn absent. En heel Drenthe ontbreekt, dus daar valt het misschien mee.

Het manifest roept op. Er moeten meer wijkagenten (oren en ogen) komen, er moet worden geïnvesteerd in de jeugd (iets met de toekomst), softdrugs moet nu eindelijk (dus nog steeds) worden gelegaliseerd en de samenleving (‘onze inwoners’) dient te worden gemobiliseerd: bel bij onraad Meld Misdaad Anoniem, app de burgemeester.

Je kunt het er nauwelijks mee oneens zijn.

Het manifest wordt afgesloten met een zin die je voor de tweede keer in drie stukjes moet lezen: ‘We weten wat we krijgen als we blijven doen wat we deden.’ Ik moest direct denken aan de tekst op het beton van de gevallen muur in Berlijn, de East Side Gallery. Daar staat: ‘Wer will dass die Welt so bleibt wie sie ist, der will nicht das sie bleibt.’ Erich Fried (1921 – 1988). Oostenrijkse schrijver.

| Het woord crisis moet je
reserveren voor echte rampspoed

De burgemeesters willen dus verandering. Daarvoor is het ook noodzakelijk dat rechters zwaardere straffen opleggen, want de straffen van nu vinden ze te laag. Over dit laatste kun je wel van mening verschillen. Burgemeesters komen nooit in de zalen van het strafrecht. Zij weten niet dat het probleem van nu vooral is dat flink wat misdaad de rechtszaal helemaal niet bereikt.

Het woord crisis moet je reserveren voor echte rampspoed, zoals de huidige klimaatcrisis die is en ook het tekort aan betaalbare woningen mag er eentje zijn. Want een stinkend rijk land dat een beleid koestert waardoor zijn inwoners niet fatsoenlijk kunnen wonen, en een grondrecht als een verdienmodel accepteert, is in crisis.

De rechtspraak is volgens mij niet in crisis, maar de noodtoestand loert wel. De meervoudige strafkamer – voor de echte criminaliteit – behandelt in Groningen al weken vooral zaken die niet doorgaan. De rechtbank Noord-Nederland kampt met te weinig strafrechters en dat is al een paar jaar een serieus probleem.

De misdaad loont met regelmaat, dus die burgemeesters hebben wel een punt. Komt bij dat je in tijden van schaarste verwacht dat het gezag de nog wel bestaande capaciteit goed en efficiënt benut. Maar beste burgemeesters, dat is niet zo. Sterker nog.

De behandeling van de zaak duurde bijna anderhalf uur. Het strafdossier telde geen duizenden pagina’s, maar een stuk of honderd. Dat is toch een week politiewerk. De misdaad betrof een milieudelict, normaal gesproken een ondergeschoven kindje in de strafrechtspraak. Maar ditmaal zouden de verdachten de dans niet ontspringen.

Het was een heuse heterdaad. Een politieman – in vrije tijd – zag op een zonnige zondagmiddag in maart (vorig jaar) dat een man en een vrouw, het waren zijn overburen, iets in een vijver gooiden. ’t Was riet met modderkluiten eraan.

De politieman wist – bij wijze van spreken – niet wat hij zag. De volgende ochtend deed hij aangifte en zijn collega’s gingen onmiddellijk aan de slag. Er werden foto’s gemaakt, er werd buurtonderzoek gedaan, er werd een getuige gevonden die van grote afstand ook iets had waargenomen. Iets. Dat er een man was die iets in het water liet zakken.

Het tuinierende echtpaar werd twee weken na het misdrijf per brief als verdachte aangemerkt en gesommeerd op het politiebureau te verschijnen voor een verhoor. Het was er stevig aan toegegaan.

De chagrijnig ogende officier van justitie bromt dat beide verdachten, dus samen en in vereniging, al dan niet met opzet, stoffen in een oppervlaktewaterlichaam hebben gebracht. In klare taal: ze flikkerden afval in een vijver.

De verdachten hadden een strafbeschikking gekregen van duizend euro per persoon. Dat vonden ze onrechtvaardig en dus betaalden ze niet. Dat mag. Consequentie: de officier van justitie maakt er dan een strafzaak van met alles erop en eraan.

| Zij zat op haar knieën
elders in de tuin te wroeten

De man (64) verklaart in de rechtszaal dat hun tuin tegenover de vijver ligt. Aan de oever stond altijd riet, maar dat was grotendeels verdwenen met dank aan de vissers. ,,Ik heb riet uit mijn tuin teruggebracht naar de natuurlijke omgeving. Ik dacht daarmee goed te doen.’’

De vrouw (58) ontkent iets te water te hebben gelaten. Zij zat op haar knieën elders in de tuin te wroeten. De officier van justitie, narrig: ,,Mevrouw ontkent in alle toonaarden.’’

De rechter, vriendelijk als altijd, zegt tegen de man dat hij niet twijfelt aan diens goede bedoelingen, maar dat goede bedoelingen de wet niet anders maken. De rechter had het uitgezocht. De waterwet wil dat alles wat je in het oppervlaktewater gooit of laat plonzen, afval is. Dat is in het echt natuurlijk niet waar, maar als de wet het zegt, is het wel zo.

De rechter: ,,Je denkt bij afval aan afgedankte bankstellen, aan verfresten. Maar voor de wet is ook organisch materiaal dat opgaat in de natuur, zeg een plant, afval. En dus is u strafbaar en u bent ook een strafbare dader.’’ Volgens de rechter had de man er verstandig aan gedaan vooraf even te overleggen met de autoriteiten van de gemeente. Want met een vergunning mag het weer wel.

De man knikt, dat had hij misschien moeten doen. Punt is dat hij iedere avond naar bed gaat met de gemeente en daar ’s ochtends ook weer mee opstaat. Zijn vrouw, de medeverdachte, is namelijk de wethouder.

De rechter denkt na. Diepe zucht. Vrijspraak voor mevrouw. Zij zat te wroeten. De strafbare meneer hoeft geen duizend euro te betalen, maar krijgt een waarschuwing (een voorwaardelijke boete van 500 euro). De officier van justitie reageert snibbig. Ze zegt dat ze hoger beroep overweegt. Dan gaan drie rechters in Leeuwarden – ergens in 2023 of zo – de hele zaak nog een keer bestuderen en beoordelen.

Het is maar een idee: kan het manifest van de burgemeesters niet worden uitgebreid met een oproep aan politie en justitie om de schaarse capaciteit van de rechtspraak niet langer te belasten met apekool en malligheid?

rob zijlstra

berlijn, east side gallery

En of telkens in elk geval

Ik ben geen jurist, maar volg al jaren de dagelijkse praktijk van het strafrecht, van kleine winkeldiefstallen tot heftige zedenzaken en moord en doodslag aan toe.

Dat is als niet-jurist best te doen, want zo heel ingewikkeld is dat strafrecht ook weer niet.
Bovendien zie ik rechters hun best doen vonnissen in klare taal te schrijven. Opdat iedereen, al is het maar een beetje, kan begrijpen wat er wordt bedoeld.
En waarom het is zoals het moet zijn.

Vandaag hoorde ik dat de rechtspraakorganisatie stopt met de faxmachine. Geen faxen meer.
Ontdekt is dat er ook veilige manieren bestaan om informatie per e-mail te verzenden en te ontvangen.

Alles wordt steeds een beetje beter.
Lange leve de vooruitgang.

Maar de strijd is nog niet helemaal gestreden.
Binnen de rechtspraak zijn meerdere  projecten geweest ter bevordering van de leesbaarheid.
Zoals Project Promis.
Ik weet niet of dat project is geslaagd, maar het heeft wel miljoenen euro’s gekost.
Geen idee wie al dat geld heeft gekregen.
Nog minder waarom.

Maar dan.
Terwijl je denkt en hoopt  dat alles goed komt, snaait er ineens een tekst van het Openbaar Ministerie tussen de goede bedoelingen van de rechtspraak door.
Een dagvaarding anno 2021.
Zij van het Openbaar Ministerie zijn ook juristen.

’t Is iets met een brokje in elk geval.
Maar kan zoiets nou niet anders?

rob zijlstra

Gesis en geboor

Er bestaan wilde verhalen. Toen de voorloper van Dagblad van het Noorden nog een avondkrant was lag de deadline rond het middaguur. Gingen de persen stampen en draaien, dan verplaatste de halve redactie zich naar de overkant, naar het café van Peter en Ina om daar de toestand van de wereld te beschouwen en om in te nemen.

Halverwege de middag waggelde het journaille weerom om zich alvast te verdiepen in het nieuws voor de krant van de volgende dag. De redactiechef vertrok doorgaans als eerste, niet zelden stond hij even later met een zatte kop het autoverkeer op het Gedempte Zuiderdiep te regelen.

Het kan erger. Een man uit Assen was na een vrolijk uit de hand gelopen personeelsfeestje bij een collega in Groningen blijven slapen. Op de bank, dat hadden de beide mannen afgesproken. Na een toiletbezoek kroop de Drent echter bij zijn slapende collega onder de dekens, in de dronken veronderstelling dat hij veilig thuis was gekomen. De collega deed de volgende dag aangifte van verkrachting. Het werd een ongemakkelijke rechtszaak.

Nog erger. Hij had het ontkend want zoiets zou hij nooit van zijn leven doen. Hij haatte geweld, had zelfs nog nimmer gevochten. Maar toen had de politie hem geconfronteerd met beelden van snorrende camera’s op de Grote Markt in Groningen. Hij zag zichzelf een klein aanloopje nemen om vervolgens met de rechtervoet snoeihard uit te halen, alsof hij een penalty nam. Hij raakte het op de grond liggende slachtoffer vol in het gezicht en was toen gaan juichen.

Hij had slechts vage herinneringen, want zo dronken, maar de vreselijk schoppende man op het beeld was onmiskenbaar hijzelf. In de rechtszaal moest hij erg huilen.

Er verscheen eens een man uit Veendam ten tonele die zo ontzettend ver heen was geweest dat hij zich werkelijk helemaal niets meer herinnerde. Hij werd schuldig bevonden en had zich daarbij neergelegd. Wat je niet meer weet, kun je ook niet ontkennen. Drie jaar lang zat deze Veendammer in de gevangenis om redenen die hij alleen van horen zeggen kende.

Alcohol doet rare dingen met mensen. Bioloog Midas Dekker noteerde in een van zijn boeken: ‘De meeste mensen veranderen meer van een halve liter jenever dan van 50.000 jaar evolutie.’

Bij de 59-jarige Willem uit Nieuwe Pekela was het ook flink misgegaan. Tegen de rechter zegt hij: ,,Als de drank in de man is, dan zit de wijsheid in de fles.’’ Zijn analyse: het was een beetje uit de hand gelopen.

| Tja, als je drinkt, krijg je andere gedachten

De politierechter kent dit fenomeen. ,,Mannen met drank op gaan meestal meppen, slaan, schreeuwen, schoppen. Maar u…”
Willem: ,,Tja, als je drinkt, krijg je andere gedachten. Het is de grootste fout van mijn leven, dit.’’

Door de week dronk hij niet. Het was ook niet zo dat als hij wel dronk, hij dan heel veel dronk. Van gewoon bier, uit de winkels, moest hij sowieso niets hebben. Hij brouwde zelf bier. Veel lekkerder. Maar hij was vooral van de wijn. Maakte hij ook zelf.

Die avond had hij zes halve liters gedronken. Van die beugelflesjes van Grolsch. Er zat geen bier in, maar zijn eigen lekkere wijn. En toen was het dus een beetje uit de hand gelopen.

Uit het schuurtje had hij zijn opgeladen accuboormachine gepakt, houtboortje erin en was het dorp ingegaan. Zonder dat iemand hem betrapte boorde hij die nacht 55 willekeurige autobanden lek.

Zegt: ,,Tja, waarom? Hamvraag. Ik weet het niet. Baldadigheid?’’
Politierechter: ,,Baldadigheid? U bent een meneer van 1962. Dan is baldadigheid toch wel een beetje verleden tijd.’’
Willem: ,,Toen ik het gedaan had, dacht ik, wat heb ik gedaan? Maar dat was de volgende ochtend, toen ik weer nuchter was.’’

Een vrouw had die nacht iets verdachts gezien in de straat en had dat gefilmd en de politie geïnformeerd. Willem werd aangehouden. Hij ontkende. Misschien waren het de drie jongens die bij hem hadden ingebroken en zijn boormachine hadden gestolen?

Na 58 dagen vast te hebben gezeten mocht hij naar huis, naar daar waar de wijn wachtte. Twee weken later sloeg hij wederom toe, er volgden twaalf aangiftes van lek geboorde autobanden. Ditmaal bekende hij, ook die eerdere 55 banden. Van die drie jongens, gaf hij toe, was gelogen.

| De officier van justitie vindt het
lastig een passende strafeis te formuleren.

Politierechter: ,,Heeft u een hekel aan auto’s of zo?’’
Willem: ,,Nee, dat niet. Maar op een gegeven moment heb je het niet meer onder controle.’’
Politierechter: ,,Vindt u het geluid lekker, van het geboor en gesis misschien? Ik zoek een verklaring.”
Willem: ,,Dat is het ook niet. Maar ik heb nu mijn leven omgegooid, ik fiets veel, gisteren nog 40 kilometer. De alcohol komt niet meer in mijn leven.’’

De officier van justitie vindt het lastig een passende strafeis te formuleren. ,,We weten niet waarom meneer zoveel dronk en we weten ook niet zeker of hij de drank laat staan. Hij kan wel meer zeggen.”

De officier kiest na wikken en wegen niet voor de hoogste boom. Sowieso een drankverbod. ,,Om hem uit de problemen te houden en daarmee ook anderen.’’ De reclassering moet toezicht houden, zo nodig een behandeling. De 58 dagen die hij al heeft vastgezeten volstaan. Er moeten nog wel vier maanden voorwaardelijke celstraf bij, als de stok achter de deur. En een gebiedsverbod voor Nieuwe Pekela, tot eind oktober.

De eis wordt de straf.

De politierechter: ,,Dit is honderd procent verwijtbaar. De fles ging niet naar de mond van meneer, maar meneer ging naar de fles. Ik kan er luchtig over doen en zeggen, ach het zijn maar banden. Maar het is meer, het zijn ook plannen. Mensen stappen in de auto, moeten naar het ziekenhuis, moeten oppassen, naar het werk. Ze hadden plannen die ze niet konden verwezenlijken. In plaats daarvan hadden ze schade en gedoe.’’

Er ligt voor 13.000 euro aan claims, een aantal gedupeerden heeft ook smartengeld gevorderd. Dat laatste wordt afgewezen. Willem moet opgeteld ruim 10.000 euro aftikken. Dat gaat lukken. Tijdens de zitting blijkt dat hij een bedrag van 15.000 euro op een rekening van zijn advocaat heeft geparkeerd. Voor de afhandeling.

Willem: ,,Met het vergoeden van de schade hoop ik dat ik het goed kan maken. Ik heb spijt, ik begrijp dat mensen boos zijn. ”

De politierechter lijkt tevreden.
Zegt tegen Willem: ,,Niet meer zuipen.’’
Tegen de samenleving: ,,Mensen die boos zijn in Nieuwe Pekela hoeven dat nu niet meer te zijn. Er is zojuist recht gedaan.’’

rob zijlstra

cafe de burcht (achter de c&a), groningen

Katten en cocaïne

Met een zekere elegantie zit de 45-jarige Paula uit Rotterdam in zittingszaal 14. Ze is kapper, maar doet ook aan haarverlenging. Ze zit behalve in de verdachtenbank ook in voorlopige hechtenis; opgesloten omdat ze wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit.

In juni werd ze met twee mannen aangehouden door een arrestatieteam in Bourtange. Er gaan jaren voorbij dat er geen arrestatieteam in actie komt in het vestingdorp. Maar in juni wel en het was nog raak ook. In de auto waarin Paula zat, lag 250.000 euro. En dertig kilo cocaïne. Verkoop je die rotzooi hier, dan levert dat anderhalf miljoen euro op, in Duitsland nog meer. Ze waren op weg naar Duitsland.

Inmiddels zijn drie maanden verstreken en Paula heeft het helemaal gehad met de gevangenis. Er is geen zicht op een datum van het proces. Het kan wel 2022 worden. Ze heeft een brief geschreven en vraagt of ze die mag voorlezen? Mag. Ze zegt tegen de rechters dat ze wat naïef is, dat ze het niet wist van dat in die auto en dat ze haar twee katten zo vreselijk mist en dat ze daarom naar huis wil. Of ook dat mag?

In gevangenissen zitten veel mensen als Paula. Dus mensen die worden verdacht van een strafbaar feit, maar nog niet zijn veroordeeld. Formeel zitten ze onschuldig vast, maar niet ten onrechte want ze worden verdacht. Cirkeltje rond.

Nederland schijnt Europees kampioen te zijn als het gaat om de voorlopige hechtenis. Nergens anders zitten zoveel verdachte mensen legaal onschuldig vast als in ons deel van de wereld.

Het is geen feit om van de daken te schreeuwen. De Nederlandse wet zegt namelijk dat het uitgangspunt moet zijn dat een verdachte zijn proces in vrijheid mag afwachten. Tenzij. Over dit laatste gaat het verderop.

Jacob, Meindert en Ngoc, mannen uit Emmen en Hoogeveen, zaten afgelopen week ook in de Groninger rechtszaal en al vijf maanden in voorlopige hechtenis. Ze zaten er niet elegant, maar opgefokt, met de kop vol woede. Ook zij verzochten de rechtbank om vrijlating om het strafproces in vrijheid te kunnen afwachten. Zij beweren niet dat ze onschuldig zijn, maar zo bont de officier van justitie het wil, zo is het niet.

Ze geven toe dat ze helaas een rol speelden bij de hennepstekkerij in Wittelte waar bij een inval bijna 200 moederplanten en een paar duizend hennepplantjes in wording – stekkies – werden aangetroffen.

Tijdens het onderzoek vond de politie aanwijzingen van mensenhandel. De drie zouden een Vietnamese vrouw hebben uitgebuit door haar met bedreigingen en geweld te dwingen in de kwekerij te werken onder mensonterende omstandigheden. Er was niet eens een toilet (wel een emmer) en ook geen verwarming. De inval was in december.

Hennep ja. Maar mensenhandel? Nooit’n keer. Dat lelijke Vietnamese mens liegt dat ze barst, roepen Jacob en Meindert. Ze doet zich voor als zielig, om als slachtoffer van mensenhandel een verblijfsvergunning te krijgen.

Ngoc: ,,Mevrouw heeft haar rol als crimineel omgezet in die van slachtoffer.”
Meindert briest: ,,Ze houdt iedereen voor de gek. Ook de rechtbank.’’
Jacob vult aan dat ondertussen hun leven mooi naar de ratsmodee gaat.

Het Openbaar Ministerie kan nog niks met zekerheid beweren, want het onderzoek is nog niet klaar. Vanwege de vakanties heeft de boel op z’n gat gelegen, maar tussen nu en een maand – kondigde de officier van justitie afgelopen dinsdag aan – gaan we nog meer mensen arresteren. Dan weten wij dat alvast. En zij ook.

De drie mannen zitten niet in hechtenis vanwege de hennep. Hun probleem is de beschuldiging – terecht of niet – van mensenhandel.

Ngoc laat weten dat hij het zwaar heeft achter de tralies, zowel fysiek als geestelijk. Toen hij werd aangehouden kon hij nog lezen zonder bril, nu niet meer. Meindert vertelt dat zijn moeder ernstig ziek is en dat hij haar graag in vrijheid wil bezoeken. Jacob heeft een eigen bedrijf te redden. En een gezin.

Uitgangspunt is dus dat een verdachte pas naar de gevangenis gaat als de rechter dat heeft bevolen. Tenzij.

Tenzij er gronden zijn om de vrijheid van de verdachte alvast te ontnemen: vluchtgevaar naar het buitenland, als er kans is op herhaling, de vrees dat verdachte eenmaal vrij het onderzoek gaat saboteren (door getuigen te bedreigen of om te leggen), als je een gevaarlijke gek bent of – een heel belangrijke – als er sprake is van een geschokte rechtsorde.

Een geschokte rechtsorde is zowel te begrijpen als best raar. Een mens doodt met opzet een mens. Dan ga je niet de verdachte moordenaar opsporen, aanhouden, verhoren en ‘m dan met de groeten naar huis sturen. De geschokte rechtsorde zou de sociale media doen ontploffen.
Maar de samenleving kan ook geschokt zijn zonder dit zelf in de gaten te hebben. Zonder weet te hebben van het misdrijf. Wie wist van Paula? Dan is het weer best raar.

Je kunt je ook afvragen: hoe beoordelen rechters een geschokte rechtsorde? Vandaag de dag kan de samenleving al geschokt zijn op basis van de onderbuik. Als er vreemde poezen door de tuin lopen. Maar je wilt toch geen rechters die de oren laten hangen naar simplistisch gedachtegoed?

Dit terzijde.

Jacob, Meindert en Ngoc moeten blijven vastzitten, vindt de officier van justitie. Want: ,,Ik kan het niet verkopen aan de maatschappij deze mannen in vrijheid te stellen.’’ De advocaten werpen tegen dat er geen haan naar zal kraaien.

De rechters vinden dat er alle reden is de voorlopige hechtenis te laten voortduren. Niet naar huis. Niet in beginsel. Dat krijgen de drie meer dan verontwaardigde verdachten ook te horen.

Maar dan. Na deze harde boodschap schijnen er plots zonnestralen door de donkere wolken: de voorlopige hechtenis wordt niet opgeheven, maar wel geschorst en wel tot aan de dag van het proces. Voor de verdachten komt dit op hetzelfde neer, ze mogen na vijf maanden detentie naar huis. De geschokte samenleving moet het maar even slikken.

De reden van de schorsing is de volgende. De rechters zeggen dat het Openbaar Ministerie niet kan aangeven wanneer het onderzoek wordt afgerond, laat staan dat er zicht is op een datum van het strafproces. De balans moet dan doorslaan naar de persoonlijke belangen van de verdachten. Die wegen na vijf maanden detentie zwaarder dan de strafrechtelijke belangen van de samenleving.

Voor Paula gold deze ontsnapping niet, bij haar sloeg de balans de andere kant op. Twee gemiste poezen wegen niet op tegen 30 kilo coke.

rob zijlstra

mijn twee poezen

Tbs-mannen

Ze heten Richard, Amancio en Tjeerd, zijn respectievelijk 55, 56 en 61 jaar oud en ze hebben een flink deel van het leven verkloot. Ze zaten afgelopen week alle drie op dezelfde stoel in zittingszaal 14. Nog een overeenkomst: ze verlieten de rechtszaal met een beter gemoed dan toen ze binnenkwamen.

Richard en Tjeerd lieten zelfs een paar tranen nadat de rechters verlossende woorden hadden gesproken. Richard wilde nog gekker: hij overwoog om per direct drie dagen verlof op te nemen om het te vieren. Amancio moet nog even geduld hebben, maar voor hem waren er bemoedigende woorden. Hij weet, na 29 jaar, dat hij er bijna is.

Richard, Amancio en Tjeerd zijn tbs’ers.

Richard werd veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling en drie bedreigingen. Een daarvan: ‘Ik kwak je onder een auto’. In het vonnis staat dat er sprake is van een ‘destructief gedragspatroon’. Richard was verslaafd als een kwispelende hond in de slagerij. Zijn slachtoffers waren lotgenoten uit het drugsmilieu.

Amancio stak op een maandagmiddag aan de Bosplaat in Delfzijl een 27-jarige man dood. Aanleiding: Caribisch gesodemieter over cocaïne. Tjeerd zeult een heel ander verhaal met zich mee. Hij overviel een café, bedreigde de barkeeper en sloot haar op in (op?) het toilet. De kassa werd de buit. Een dag later werd hij in een hotelkamer gearresteerd.

Het verhaal van Richard speelde zich af in 2004. De rekening: 228 dagen celstraf en tbs. De steekpartij in Delfzijl was in mei 1992. Amancio kreeg tbs met dwangverpleging. Inmiddels – bijna dertig jaar later – geniet hij onbegeleid boodschappenverlof en heeft hij leren drummen, iets wat hij net als het bereiden van smakelijk eten graag doet.

Pal naast de tbs-kliniek waar Amancio verblijft worden zelfstandige woonunits gebouwd. Een daarvan is voor hem gereserveerd. Hoewel het maar een paar stappen verderop is, kijkt hij uit naar de verhuizing. Het plan ooit terug te keren naar Curaçao bestaat niet meer. Een keer met vakantie misschien, niet om er te wonen.

De behandelaars zijn hem na bijna drie decennia therapie gunstig gestemd. Patiënt is al jaren psychiatrisch stabiel, heet het. Toch vinden de deskundigen dat de weg naar vrijheid in kleine stapjes moeten worden genomen. Te snel is niet goed. Amancio zegt: ,,Wat ik heb gedaan is niet goed, maar ik ben er nu ook wel een beetje klaar mee.’’

| ‘We hopen dan dat het na die
twee jaar ook echt voorbij is’

De rechtbank vindt dat er nog twee jaar dwangbehandeling nodig is. ,,Uit alles blijkt dat u het ontzettend goed doet. De komende twee jaar heeft u de tijd om alles rustig op orde te krijgen. We hopen dan dat het na die twee jaar ook echt voorbij is.’’

Amancio trommelt onder de tafel met zijn beringde vingers op zijn bovenbenen. Zucht. Lacht. ,,Ik doe mijn best, ik moet accepteren wat u de rechtbank zegt, ik heb geen keuze.’’

Wat Amancio te wachten staat, haalde Richard afgelopen week binnen: het oo (spreek uit: o o). Onvoorwaardelijk Ontslag. Iedere tbs’er droomt elke nacht van deze twee letters.

Het definitieve einde van zijn tbs hing al in de lucht. Richard heeft een beschutte werkplek en een woning, drank en drugs zijn door hem verbannen. Niet makkelijk want waar hij woont, in Beijum, is zo ontzettend veel drugs aanwezig, zegt hij tegen de rechters.

De deskundigen: maar hij toont veerkracht.
De officier van justitie: de behandeling is geslaagd.
De advocaat: hij heeft er keihard voor gewerkt.
De rechters: maak er wat van!

Richard zegt: ,,Ik ben zo ontzettend blij dat het eindelijk, na zeventien jaar, is afgelopen. Ik kan nu verder met mijn leven.’’ Hij omhelst de cameraman die hem al tien jaar volgt voor een documentaire. Ook de cameraman is ontroerd en blij.

Tjeerd.

Hij pleegde zijn overval op het café in september 2001. Hij werd veroordeeld tot tbs met voorwaarden. Dan hoef je niet naar een kliniek. Maar toen hij in 2005 in een dronken bui een paar mensen bedreigde, overtrad hij die voorwaarden en werd de tbs-light omgezet in dwang. Wel in een kliniek.

Tien jaar later werd de dwangverpleging beëindigd, maar niet voor lang: Tjeerd sloeg met een slok op en na een ruzie met zijn vriendin een gat in een deur. De rechtbank negeerde alle adviezen en stuurde hem terug naar de kliniek. In 2019 besloot diezelfde rechtbank de dwangmaatregel opnieuw op te heffen, maar ditmaal stak het Openbaar Ministerie daar met een geslaagd hoger beroep een stok voor.

Deze week is het twee jaar later en is rond Tjeerd een impasse ontstaan. Hij heeft het ‘behandelplafond’ bereikt, er valt niets meer aan hem te sleutelen, zeggen de deskundigen van buiten de kliniek. Dus laat hem gaan.

Binnen de kliniek zien andere deskundigen dat anders. Nu beëindigen is een te grote stap. De officier van justitie is het daarmee eens: hou ‘m vast.

Tjeerd werkt ondertussen nergens meer aan mee. Hij heeft er geen vertrouwen meer in. De consequentie kan zijn: long stay (long care). Komt-nooit van z’n leven vrij.

Rechters zijn geen gedragswetenschappers. Bij tegenstrijdige adviezen van deskundigen moeten zij echter wel de knoop doorhakken, wetende dat als het onverhoopt misgaat, wij, de chronisch argwanende samenleving, sowieso boos zijn.

| ‘De kliniek kiest voor de veilige weg,
maar wij als rechtbank gaan de nek uitsteken’

De rechters van Tjeerd hebben een kleine tien minuten nodig voor beraad en komen dan met een bijzondere uitspraak. De rechters: ,,De kliniek kiest voor de veilige weg, maar wij als rechtbank gaan de nek uitsteken.’’ Tjeerd mag de kliniek per direct verlaten. Hij moet zich wel houden aan een reeks voorwaarden (zoals geen drank). Lukt dat, dan is er over een jaar ook voor hem een o o.

De rechter merkt op dat Tjeerd de overval in 2001 pleegde onder invloed van drank en dat er toen geen sprake was van ernstige psychiatrische problematiek. Maar toch tbs. De rechters zeggen – ongebruikelijk – dat je je kunt afvragen hoe eerdere beslissingen van de rechtbank tot stand zijn gekomen. ,,Achttien jaar is wel een heel zware sanctie voor een overval.’’

Richting Tjeerd, zeggen de rechters, vrije vertaling: die achttien jaar heeft veel geld gekost, dus ga goed heen.
Richting de officier van justitie die de boel kan verpesten door weer in hoger beroep te gaan: ,,Ik hoop dat u goed heeft geluisterd naar onze overwegingen.’’

Hij heeft met al het bovenstaande niets te maken, maar sprak wel deze wijze woorden: ‘Er is geen kwaad dat altijd duurt en evenmin geen goed dat nooit eindigt.’ Nelson Mandela.

rob zijlstra

De voordeur

‘Mensen worden gemotiveerd door hun driften en beheerst door hun verstand.’ Deze zin staat in het boek Het nieuwe westen van Hans Boutellier (hoogleraar polarisatie en veerkracht) dat ik als vakantievermaak tot mij heb genomen.

Tegelwijsheid of niet, de zin bleef hangen en bracht via kronkelwegen in het hoofd een verhaal in herinnering dat ik jaren geleden optekende in zittingszaal 14. Dat verhaal vertelde over Gregor, een toen 30-jarige man van goede huize. Hij had desondanks acht jaar in de gevangenis doorgebracht vanwege ondoordacht vuurwapengekletter.

Toen hij zijn straf had uitgezeten besloot hij de herwonnen vrijheid met vrienden vrolijk te vieren in een discotheek in Groningen. Daarbij pakte hij ook een oude gewoonte weer op: heel veel drank drinken. Op de dansvloer viel dat slecht. Mogelijk dat Gregor in de veronderstelling verkeerde dat hij de sterren van de hemel danste, hij zwaaide er vooral wild met zijn armen in de rondte.

Dat werd niet door iedereen gewaardeerd wat ertoe leidde dat iemand hem op die dansvloer zonder waarschuwing vooraf met een enorme dreun tegen de vlakte sloeg. Korte tijd bevond Gregor zich buiten westen. Eenmaal bijgekomen kreeg hij te horen dat hij de disco diende te verlaten. Briesend en met een gezwollen linkeroog werd hij in de nacht op straat gezet.

Zo’n twee uur later, toen de nacht was overgegaan in de vroege ochtend, kwam bij de politie een melding binnen van een schietpartij. Iemand had twee kogels afgevuurd op een voordeur van een woning, elders te Groningen. Eén kogel belandde in het taptij, de tweede in de tweezitsbank in de woonkamer. De bewoner bleef ongedeerd. Kort voordat de kogels door de houten deur vlogen, was er een paar keer hard op de voordeur geklopt.

Niet lang na het geschiet werd Gregor gearresteerd. In de rechtszaal ontkende hij dat hij de man was die de kogels op de voordeur had afgevuurd. Want waarom zou hij die van goede huize is zoiets doen? De officier van justitie had wel een idee van het waarom: de man die in de woning met de tweezitter woonde, was dezelfde man die op de dansvloer met een forse klap de doldrieste Gregor had uitgeschakeld.

Gregor was een man van eer. Toen hij met veel kabaal de disco werd uitgeknikkerd had hij luid aangekondigd wraak te zullen nemen. Dat hij zijn belager dood zou schieten. Want dat zou ‘m leren. Meerdere mensen waren getuige van deze aangekondigde dood.

Het Openbaar Ministerie had zwaar ingezet. Geen bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, Gregor kreeg wegens het schieten op de voordeur een poging tot moord aan de kont. De kogels hadden weliswaar om niemands oren gevlogen, maar er had wel iemand achter de deur kunnen staan, ook al omdat er eerst op de deur was geklopt.

Dat Gregor dit misdrijf had gepleegd terwijl hij nog maar een paar dagen op vrije voeten was – en dat na een lange detentie – werd hem extra zwaar aangerekend. Dat hij met een vuurwapen naar de woning was gegaan, was zowel volgens de officier van justitie als later ook de rechters een gevolg van een ‘van te voren door hem genomen besluit’. Het was daarmee voorbedacht. Er was daarna ook voldoende tijd geweest voor ’t verstand, voor beraad, voor een helder moment om tot inkeer te komen.

Gregor hoorde een gevangenisstraf van acht jaar tegen zich eisen, exact de tijd die zijn vorige veroordeling had geduurd. De rechtbank noemde het handelen van Gregor verwerpelijk, want wraak, maar wilde enigszins rekening houden met de ‘opgefokte gemoedstoestand’ als gevolg van het incident op de dansvloer. Gregor kreeg daarom niet de voorgestelde acht, maar vijf jaar gevangenisstraf.

De herwonnen vrijheid die Gregor zo vrolijk had willen vieren, had vijf dagen geduurd. Zijn verstand was die vroege ochtend niet in staat gebleken de drift te beteugelen.

Dat deze oude zaak terugkeerde in mijn gedachten had denk ik ook met de voordeur te maken. Anderhalve week geleden vlogen er geen kogels, maar molotovcocktails door het glaswerk van de voordeur van een journalist, van een collega. Op camerabeelden zijn de twee mannen te zien die dat deden. Ze deden het, zo tonen de beelden, weloverwogen en in alle kalmte.

Je kunt gerust zeggen dat wat ze deden het gevolg was van een ‘van te voren genomen besluit’. Hoe anders heb je molotovcocktails bij je? Een grote vraag is door welke driften zij werden gedreven om deze moordaanslag op de journalist en zijn partner uit te voeren? Wraak? Een aanslag in opdracht? En zo ja of nee, waar was het verstand van deze twee mannen die zich wel vermomden, maar zich vervolgens herkenbaar voor wie hen kent door camera’s lieten registreren? Was het verstand op nul gezet voor geld?

De vragen zijn er, de antwoorden moeten nog komen. De twee mannen zitten vast op verdenking van brandstichting en een poging (pogingen?) tot moord. Misschien dat ze straks in de rechtszaal op vragen van rechters zullen antwoorden dat ze er niet goed bij hadden nagedacht. Dat het verstand hen in de steek had gelaten waardoor de beheersing van drift even niet mogelijk was geweest.

Ik heb (nog) geen idee wie die twee mannen uit Groningen zijn. De advocaat die hen bijstaat mag van de wet voorlopig niks zeggen want de twee zitten in beperking, geïsoleerd van de buitenwereld. Ik vraag mij af hoe zij reageerden toen ze hoorden dat er op straat een advocaat was vermoord? En of ook zij geschokt waren toen het nieuws bekend werd dat journalist Peter R. de Vries was neergeschoten? En wat waren hun gedachten toen bekend werd dat de misdaadverslaggever de aanslag niet had overleefd? Vonden ze het verschrikkelijk?

Wat doolde er door de hoofden van deze twee mannen toen ze gewapend met hun dodelijke cocktails naar de woning van de journalist fietsten? Beseften ze dat als ze in hun opzet zouden slagen ze een levenslange gevangenisstraf riskeerden?
Voor de opgefokte Gregor hadden de rechters nog een heul klein beetje begrip vanwege die dreun op de dansvloer. Maar welk begrip kan er zijn voor mannen die met molotovcocktails journalisten het zwijgen willen opleggen?

Hoe ook. U zult over de antwoorden lezen omdat wij journalisten er over zullen schrijven. Want dat is de pest met ons. Wij zwijgen nooit, wij blijven driftig schrijven. Bij volle verstand.

rob zijlstra
Dit verhaal is eerder gepubliceerd in
Dagblad van het Noorden, 28 juli 2021

↓Hans Boutellier,  Het nieuwe westen

 

Krantenarchief

Ik kwam een bericht tegen in het krantenarchief dat ik een tijd geleden schreef. Mensen in Groningen zullen zeggen, oh ja, Jeanet. Ach. Ze is een paar jaar geleden overleden, na een val met haar fiets.

 

Vervolging Robert Dawes [2]

Dagblad van. het Noorden | 22 juli 21

Het woensdag genomen besluit van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland om de Engelse crimineel Robert Dawes (49) in Groningen voor de rechter te brengen is niet alleen opmerkelijk, maar tot op zekere hoogte ook een moedig besluit, een besluit dat recht doet aan waarheidsvinding.

De verdenking luidt dat Dawes in 2002 opdracht heeft gegeven voor het liquideren van de Groninger onderwijzer Gerard Meesters. Meesters werd op 28 november 2002 in zijn woning aan de Uranusstraat in Groningen in koelen bloede vermoord.

Robert Dawes geldt als een van de grootste drugscriminelen van Europa. In februari 2016 zond de BBC een reportage uit waaruit blijkt dat Dawes binnen Europa zowel zaken deed met de Italiaanse maffia als met drugskartels in Zuid-Amerika en Azië.

Aan zijn arrestatie in 2015 in Spanje ging een onderzoek van acht jaar vooraf. Hij werd uiteindelijk in december 2018 in Parijs veroordeeld tot 22 jaar celstraf. De cocaïne die hij vanuit Venezuela naar de luchthaven Charles de Gaulle (Parijs) had laten vervoeren had een waarde van 200 miljoen euro. Het proces in de Franse hoofdstad gold als het grootste drugsproces in Frankrijk ooit. Dawes ontkende en vertelde dat hij wat geld verdiende met tegelzetten.

Het is goed mogelijk dat Robert Dawes tot voor kort nog nooit van Groningen had gehoord. Dat zal nu anders zijn: hij weet waarvan hij wordt verdacht en hij weet ook wat hij kan verwachten als de verdenking in de rechtszaal hard gemaakt kan worden: levenslang.

Hij zal zich in zijn Franse cel – waarin hij in ieder geval tot 2030 vastzit – misschien wel voor zijn hoofd slaan. In 2002 gaf hij leiding aan een criminele organisatie die actief was in Spanje. Toen twee van zijn drugskoeriers, twee Nederlandse vrouwen, zichzelf verrijkten met zijn drugs, met duizend kilo hasj, greep hij keihard in.

Om duidelijk te maken dat met hem niet te spotten viel moest een onschuldig familielid van een van die koeriers worden vermoord. Zo werkte het binnen zijn organisatie. Dit onschuldige familielid was Geard Meesters (52), de broer van Janette, drugskoerier te Spanje.

Dat Meesters werd vermoord in opdracht staat nauwelijks ter discussie. De man die Meesters doodschoot is Daniel S., een soldaat van Robert Dawes. Landgenoot ook. Hij kreeg levenslang. Tijdens de rechtszaken viel de naam van Dawes met regelmaat. Daniel S. ontkent echter de moordenaar te zijn. Tijdens de zitting in hoger beroep vroeg hij aan het hof begrip voor zijn ontkenning. Ietwat cryptisch zei hij niet in de gelegenheid te zijn om te bekennen: dat zou ernstige gevolgen kunnen hebben voor zijn familie in Engeland.

Het gerechtshof noteerde in de uitspraak (in 2006): ‘De moord op Gerard Meesters is gepleegd in opdracht van een organisatie die zich richt op het plegen van misdrijven en die daarbij in het kader van een afrekening het plegen van moord op een onschuldig slachtoffer als middel heeft ingezet.’ En ook schrijft het hof dat de liquidatie van Meesters ‘getuigt van een in ons land tot dusver nog zelden getoonde wreedheid, die kenmerkend is voor de allerergste vormen van criminaliteit’.

Met de veroordeling van de schutter, maar met het met rust laten van de (vermeende) opdrachtgever werd het dossier Gerard Meesters gesloten. Dat was onbevredigend voor het rechtsgevoel en onacceptabel voor de nabestaanden. Maar het OM wilde er niet aan. Het standpunt van het OM luidde steevast: er is geen directe link tussen de moord op Meesters en Robert Dawes.

Rechercheurs die bij het onderzoek betrokken waren verklaarden in 2017 tegenover deze krant dat het voor de politie ‘klip en klaar was’ dat Robert Dawes de opdrachtgever was, maar dat de wil de man te vervolgen er bij het OM niet was.’’ Gesuggereerd is dat Dawes toentertijd ‘een maatje te groot’ was voor Groningen.

In november 2017 – 15 jaar na dato – stapten zoon en dochter Koen en Annemarie Meesters naar het Openbaar Ministerie om aangifte te doen. En dat leidde tot nieuwe inzichten bij het OM. Rechercheurs die het onderzoek hadden geleid werden gevraagd de zaak nog eens te belichten ten overstaan van officieren van justitie die niet eerder met de zaak te maken hadden gehad.

Dat leidde tot het besluit een vooronderzoek in te stellen. Het doel was om te kijken of strafrechtelijk vervolging haalbaar zou zijn. Twee ervaren rechercherus werden daarmee belast. Zij deden (onder meer) onderzoek in Engeland, benaderen Daniel S. in de gevangenis en verhoorden Robert Dawes in Parijs. De optelsom van hun bevindingen leidden woensdagochtend tot het besluit om Dawes te vervolgen, dus voor de rechter te brengen.

Het mag opmerkelijk heten dat deze stap wordt gezet in een zaak die volgend jaar 20 jaar oud is. Het zou een signaal kunnen zijn richting de criminele wereld: ook al is het lang geleden, als we een kans zien, pakken we je alsnog. Ook als je van het kaliber Robert Dawes bent. Het feit dat Dawes al sinds 2015 vastzit en nog flink wat jaren in detentie heeft te gaan, maakt het wellicht iets eenvoudiger.

Met het besluit komt het OM terug op een standpunt dat jarenlang werd aangehangen. Dat getuigt van enige moed, zij het tot op zekere hoogte. Want het zijn in eerste instantie de nabestaanden geweest die het OM in beweging wisten te krijgen.

Het is een besluit dat recht doet aan de waarheidsvinding: het hele verhaal rond de wrede en kille liquidatie van Gerard Meesters was immers nog niet verteld. Als zowel de rechtbank als het hof concluderen dat Meesters in opdracht is vermoord, dan is er niet alleen een schutter, maar logischerwijs ook een opdrachtgever.

De grote vraag is of de verdenking tegen Robert Dawes wettig en overtuigend bewezen kan worden. Dus dat het zonder twijfel is dat Dawes in 2002 de opdrachtgever is geweest. Over het antwoord op deze vraag gaan alleen de rechters.

Dawes heeft al enige tijd een Nederlandse advocaat. Het Openbaar Ministerie heeft aangekondigd dat er een regiezitting komt waar de verdediging verzoeken tot nader onderzoek kan indienen. Een inhoudelijke behandeling zou dan naar verwachting volgend jaar kunnen plaatshebben.

Dawes kan tijdelijk vanuit Frankrijk naar Nederland worden gebracht om het proces bij te wonen. Het OM heeft hierover al eerder, op basis van internationale verdragen, afspraken gemaakt met de Franse autoriteiten. Een tijdelijke overlevering zal gepaard gaan met veel veiligheidsmaatregelen.

Mocht Robert Dawes worden veroordeeld, dan zal hij eerst zijn Franse straf moeten uitzitten. Pas daarna kan hij zijn Franse cel verruilen voor eentje in een Nederlandse gevangenis.

rob zijlstra

dossier Gerard Meesters

fragmenten uit het arrest (uitspraak) van Daniel S. – gerechtshof Leeuwarden, 22 december 2006

‘ De organisatie wilde met de zus van Gerard Meesters afrekenen in verband met de diefstal van de partij drugs, waarvan de organisatie haar verdacht. Nu zij onvindbaar was, heeft de organisatie een voorbeeld willen stellen door een onschuldig familielid te (laten) liquideren. Gerard Meesters  had niets te maken met de criminele organisatie en de eventuele activiteiten van zijn zus met betrekking tot die organisatie. 

‘ De moord op Gerard Meesters  is gepleegd in opdracht van een organisatie die zich richt op het plegen van misdrijven en die daarbij in het kader van een afrekening het plegen van moord op een onschuldig slachtoffer als middel heeft ingezet. Het bestaan van een dergelijke organisatie is naar het oordeel van het hof maatschappelijk intolerabel en vormt een ernstige aantasting van de gevoelens van veiligheid in de samenleving. 

‘ Hij (Daniel S.) heeft verklaard, dat hij geen vragen heeft gesteld over het hoe en waarom van de opdrachten die hij van de leiding kreeg – en dus kennelijk ook niet over de morele merites daarvan – en dat hij zich houdt aan de afgesproken gedragscodes. Die codes brengen onder meer mee dat hij over de identiteit van zijn opdrachtgevers geen informatie verstrekt en weinig tot niets loslaat over de precieze bedoelingen en activiteiten van de organisatie.

‘ Verdachte heeft als een ware desperado aangetoond uiterst koelbloedig en gewetenloos te kunnen zijn bij het uitvoeren van de opdrachten die hij kreeg. Het na eerdere bedreigingen in de hal van zijn eigen woning neerschieten van een onschuldige burger onder de omstandigheden van dit geval getuigt van een in ons land tot dusver nog zelden getoonde wreedheid, die kenmerkend is voor de allerergste vormen van criminaliteit. 

| het volledige arrest is te vinden in het dossier

Vervolging Robert Dawes [1]

Robert Dawes bij zijn arrestatie in 2015 in Spanje

Het Openbaar Ministerie heeft woensdagochtend besloten de Engelse drugscrimineel Robert Dawes strafrechtelijk te vervolgen voor het geven van de opdracht van een liquidatie. Het slachtoffer was Gerard Meesters, onderwijzer zonder bemoeienis met criminaliteit. In de vroege avond van 28 november 2002 werd hij als onschuldige burger in koelen bloede doodgeschoten in de hal van zijn woning aan de Uranusstraat in Groningen.

De schutter kreeg levenslang. Het was een moord in opdracht, daarover bestaat geen discussie. Dat Robert Dawes die opdrachtgever is, wordt al heel lang gezegd. Dat het OM na bijna 20 jaar opnieuw in actie komt, is goed voor het rechtsgevoel, maar het blijft opmerkelijk.

De ins en de outs over deze zaak: dossier Gerard Meesters.

 

 

Vaders en zonen

Het is niet zo dat het tbs-veroordelingen regent in zittingszaal 14. Dat beweren zou overdreven zijn. Maar de gevreesde maatregel is heden ten dage wel in zwang. De terbeschikkingstelling werd dit jaar met relatief weinig strafzaken al vijfmaal opgelegd, in drie zaken is het vooralsnog een eis. Er gaan tijdvakken voorbij waarin de tbs drie, vier keer per jaar wordt opgelegd. We stevenen af op een record.

Tbs mag dan trendy zijn, populair is het niet.

Sowieso niet onder hen die het moeten ondergaan. Anders dan celstraf kent de tbs-maatregel geen einddatum. Je kunt geen streepjes zetten. Je bent overgeleverd aan psychiater, psycholoog en jurist. Gemiddeld duurt een tbs-behandeling een jaar of negen, gevolgd door jarenlange controles en nazorg. Zodra je door de gedragswetenschapper genezen wordt verklaard en van de rechter weer mag deelnemen aan de samenleving, heb je een stempel van jewelste.

De samenleving is gebaat bij het tbs-systeem, maar de ex-patiënt zien we liever niet in de buurt terugkeren. Tbs maakt de samenleving veiliger, maar diezelfde samenleving wil er weinig van weten.

Wij zijn zo raar.

De tbs-maatregel kent twee varianten. De eerste is de light-variant: tbs met voorwaarden. De patiënt wordt al dan niet in een kliniek behandeld, maar niet onder dwang. De patiënt moet zich houden aan een reeks voorwaarden. Doet-ie dat niet, dan komt de tweede en gevreesde variant in beeld: de dwangverpleging.

Tbs is bedacht voor zieke mensen, voor mensen met stoornissen waar ze niets aan kunnen doen en die ook niet verdwijnen door meer vitamientjes te eten. Soms leiden die stoornissen tot gedrag dat gevaar oplevert voor anderen. Een enkele keer gaat het vreselijk fout en dan is er verdriet en is het land in rep en roer.

Harold (30) maakte zich schuldig aan een gestoorde daad: hij duwde zijn 8-jarige stiefzoontje het water in, het water van het Hoendiep in Groningen. Ze waren aan het vissen, zoals leuke vaders met zonen dat soms doen. Het verhaal wil dat zoonlief tijdens het vissen vooral met zijn mobiele telefoon in de weer was. Harold maakte daar opmerkingen over (‘doe dat ding nou eens weg’), maar kreeg een grote mond terug. Hij boos, geïrriteerd, laaiend, zeg het maar, ik was er ook niet bij.

Hoe ook, zoonlief plonst te water en schreeuwt om hulp. Zijn kleding zuigt zich vol nattigheid, hij kan niet op eigen kracht op het droge komen.
En wat doet vaderlief? Hij steekt niet de helpende hand toe. Hij filmt met zijn mobieltje het jongetje in zijn benauwdste momenten. Als omstanders zich over het kind ontfermen, stapt Harold op de fiets en gaat naar huis. Daar wordt hij aangehouden voor een poging tot zware mishandeling.

Harold wil geen tbs met dwang, zegt hij tegen de rechters. ,,Dan heb ik liever levenslang.’’ Hij is naar eigen zeggen geen gevaar voor de samenleving.
De officier van justitie zegt dat de reclassering geen mogelijkheden ziet ‘vorm te geven aan een tbs met voorwaarden’, aan de light-variant. Harold is namelijk niet gemotiveerd. En dan rest niets anders, aldus het Openbaar Ministerie, dan het allerlaatste redmiddel: tbs met dwang.

Het is niet zo dat leuke vaders die zich mateloos ergeren aan dat stomme en altijd maar aanwezige mobieltje per definitie tbs boven het hoofd hangt. Harold is eerder veroordeeld voor incidenten in familiekring die te maken hadden met psychische problemen.

De rechters moeten nog een keuze maken: wordt het light of wordt het heavy. Dat moeten ze ook in de zaken van Edwin en Ronald. Broers. Tegen Edwin (19) is de dwangmaatregel geëist, tegen Ronald (21) de tbs met voorwaarden. De officier van justitie zegt dat ze wel ‘wat risico’s’ ziet en de heavy-variant als eis heeft overwogen.

De broers zijn net weer op vrije voeten en zwerven met hun niks en zonder geld door de stad. Ze slapen bij foute vrienden. In de binnenstad van Groningen kijken ze door de etalageruiten naar kleding. In de Waagstraat gaan ze naar binnen bij Per Lui. Ronald neemt waar dat er bij de kassa cash wordt afgerekend en vraagt tot hoe laat de winkel open is. Daarna gaan ze chillen. Vijf minuten voor sluitingstijd stapt eerst Edwin naar binnen. Kort daarna komt Roland met een mes. Ze roepen dat ze de kassa willen, geld, geld, geld.

Zo gaat een overval op klaarlichte dag.

Het loopt voor beide broers niet goed af. De winkelmedewerker holt de zaak uit en trekt de deur achter zich dicht en houdt die dicht. Voorbijgangers helpen. Met een paspop proberen Edwin en Ronald een ruit in te slaan, maar de paspop kan dat niet. Ze zitten opgesloten in hun eigen misdaad. De politie is er snel.

Rechters: ,,Wel een beetje knullig.’’
Edwin: ,,Een beetje zielig voor ons.’’
Ronald: ,,Het was mijn idee.’’
Ze zeggen dat ze vooraf niet een plan hadden.
Edwin: ,,Ik had kleding nodig.’’
Ronald: ,,We betalen de schade. Ik ga zorgen dat het geld er komt.’’
Edwin: ,,We splitten.’’

Edwin heeft nog een paar zaken op de kerfstok: mishandeling van een gevangenisbewaarder (,,die geen respect toonde’’), bedreiging, autodiefstal, rijden zonder rijbewijs, openlijk geweld.

Nu is een mislukte overval niet direct reden de tbs tevoorschijn te halen. Maar in het geval van Edwin en Ronald zit het iets anders. Er liggen rapporten waar instaat hoe beide broers 19 en 21 jaar zijn geworden. De rechters hebben het gelezen. ,,Wat u allemaal al heeft moeten meemaken is nogal wat, heftig en niet normaal.’’ Advocaat Sierd Roosjen: ,,Het is werkelijk om naar van te worden.’’

De broers kwamen verslaafd ter wereld, ze zijn misbruikt, verwaarloosd, niet opgevoed, een leven zonder rem. De advocaat: ,,Het zou een wonder zijn als het met deze twee jongens niet mis zou zijn gegaan.’’

Edwin praat in slow motion. De stoornissen die bij hem zijn vastgesteld zijn fors en complex. Hij zegt: ,,Ik denk niet na over de keuzes die ik maak. Ik ben impulsief en agressief. Ik zie wel in dat ik problemen heb.’’
Ronald, met trekken van psychopathie, merkt op dat hij geen tbs met dwangverpleging wil ,,want dan duurt het heel lang voordat ik weer buiten ben.’’ Tbs met voorwaarden ziet hij ,,als een kans die ik wil pakken.’’

Ik kijk ze na als ze na de zitting onder begeleiding van de parketwachters (politie) een voor een worden afgevoerd. Jonge jongens met levens die al verrot waren voordat ze eraan konden beginnen.

Vader zit ook in de tbs.

Rob Zijlstra

Seksueel misbruikt en moegestreden…

Het onderstaande verhaal stond afgelopen weekeinde (9/10 juli 2021) in Dagblad van het Noorden.  Er is een verdachte, dat is opa. De man (72) wordt  verdacht van seksueel misbruik. Een van zijn kleinkinderen heeft aangifte gedaan.  De rechters moeten nog oordelen. 

In de rechtszaal geldt:
Slachtoffer ben je pas als de verdachte de dader is.
Zolang de dader de verdacht is,  ben je als slachtoffer slechts aangever.
Maar het gaat in dit verhaal niet om schuld of onschuld.
Dat verhaal komt nog.

In dit verhaal gaat  het over het rauwe feit dat de rechtsgang  die mensen zou moeten beschermen, het zo vreselijk laat afweten.  De strafrechtketen – van politie tot aan de rechtbank en alles wat daar tussenzit – heel het netwerk – piept en kraakt.  Op de  afdeling ‘menselijke maat’  werken geen mensen meer.  U wordt teruggebeld.

Niet.

Het onderstaande verhaal is het verhaal van moeder en dochter.  Zij hebben het verhaal voor publicatie gelezen. Op  verzoek van moeder en dochter is hun achternaam weggelaten omdat de verdachte dezelfde achternaam draagt.  

Het gaat in dit verhaal om Marley.  In het echt heet Marley anders. 

Schermafbeelding 2021-07-12 om 01.24.39

Stel, u bent als kind seksueel misbruikt. Niet één keertje, niet een paar keer, maar jaren achtereen. Door opa.

En stel dan, dat u vele jaren later alle moed van de wereld heeft verzameld en dan nog een keer en nog een keer en dat u daarmee naar de politie stapt. U bent dan 16 jaar en vertelt dat u aangifte wilt doen van seksueel misbruik. En stel dan dat u 6 jaar later nog altijd moet vechten voor gerechtigheid.

Moeder Myra en haar 22-jarige dochter Marley (niet haar echte naam) uit Groningen vertellen hun verhaal omdat ze ten einde raad zijn. En radeloos. Moegestreden ook. En boos.

Begin april van dit jaar zaten ze in de rechtszaal in de Groninger rechtbank. Eindelijk zou de verdachte Pieter K. (73) zich moeten verantwoorden. Volgens het Openbaar Ministerie heeft de man tussen 2001 en 2010 in zijn toenmalige woonplaats Stedum vergaande ontucht gepleegd met zijn kleindochter. Marley was 3 jaar toen het zou zijn begonnen.

Belangrijk dat zaak snel weer op zitting komt

De rechtbank heeft een ochtend voor de strafzaak gereserveerd, maar na vijf minuten staan Myra en Marley weer buiten. Opa is niet komen opdagen. De rechters willen hem zien, ook omdat hij zich bij de politie heeft beroepen op het zwijgrecht. De strafzaak wordt uitgesteld. Het is belangrijk, merken de rechters op, dat deze zaak snel weer ‘op zitting’ komt. De officier van justitie knikt.

Nu, bijna vier maanden verder en met de vakanties voor de deur, is er nog geen nieuwe datum. Myra en Marley hebben niets meer vernomen.

U wordt binnen twee dagen gebeld

De eerste keer toen Marley aangifte wilde doen, in 2016, kreeg ze te horen dat ze zou worden gebeld. Binnen twee dagen. Maar dat gebeurde niet. Weer bellen, weer vragen, weer wachten. ,,Na twee weken heb ik hen laten weten dat ik geen aangifte meer wilde doen. Ik had er geen vertrouwen meer in.’’ Moeder Myra: ,,Het is al ongelooflijk moeilijk om zo’n stap te zetten. En dan doe je dat en dan word je niet serieus genomen. Want zo voelt het.’’

Het doet het leven en welzijn van Marley allesbehalve goed. Ze is dan al een tijdje in therapie. Op school, atheneum 6, heeft ze het zwaar. Met de examens in zicht, haakt ze af.

Wij begrijpen het zelf ook niet

Als ze 18 jaar is doet ze een nieuwe poging en dat lukt wel. Sterker, de politie stelt vast dat ze twee jaar eerder ook op de stoep had gestaan en dat er toen niets is gebeurd. Ze krijgt daarvoor excuses aangeboden. De oorzaak? ,,Wij begrijpen het zelf ook niet’’, liet de politie weten. Marley: ,,Zo gaat het in het hele proces. Anderen maken fouten en ik krijg dan weer te horen dat niemand begrijpt hoe dat kan.’’

Na de aangifte wordt het stil. Ze denken dat de politie met het onderzoek bezig is. Maar na een jaar blijkt dat niet het geval. De politie heeft de aangifte naar het Landelijk Expertise Bureau Zeden gestuurd. Deskundigen van dit bureau beoordelen of de aangifte is gebaseerd op feiten en of strafvervolging haalbaar is.

Een jaar na aangifte begint politie met onderzoek

Myra: ,,Ik heb die club gebeld en gevraagd waarom het zo lang duurde. Binnen twee dagen was het onderzoek terug bij de politie die pas toen met het onderzoek begon. Dus pas een jaar nadat Marley aangifte had gedaan.’’

Myra doet ondertussen een dringend beroep op haar vader om zichzelf bij de politie aan te geven. ,,Dat heeft hij niet gedaan. En zolang hij dat niet doet, wil ik geen contact. Ook niet met mijn moeder die gewoon bij hem blijft.’’

In januari 2020 wordt het politieonderzoek afgerond. Drie maanden later ligt het dossier bij het Openbaar Ministerie die in augustus laat weten dat er een strafzaak komt. Wanneer is dan nog onbekend.

Ze blijven politie en justitie bellen. ,,Om druk te zetten. Als we dat niet hadden gedaan, dan was er helemaal niets gebeurd. Steeds wordt gezegd dat ze ons op de hoogte zullen houden. Maar dat hebben ze nooit gedaan.’’

Er zijn meer slachtoffers

Myra zegt dat er binnen haar (grote) familie meer slachtoffers zijn. Vier familieleden hebben hierover verklaringen afgelegd bij de politie. Zij ondersteunen de aangifte van Marley, maar willen zelf geen aangifte doen. Voor sommigen is het te lang geleden.

Myra: ,,Mijn vader is een pedoseksueel. Ik snap heel goed dat de politie niet zomaar iedereen kan oppakken. Maar we zijn nu zes jaar bezig en nog steeds wachten we op gerechtigheid. We hebben momenten gehad dat we dachten, laat maar zitten allemaal. En dan weer, nee, wij hebben niets verkeerds gedaan. Wij zwijgen niet.’’

Ik doe niks, ik zit alleen maar te wachten

Het leven van Marley staat stil. ,,Sinds die brief in augustus 2020 waarin werd aangekondigd dat er een rechtszaak zou komen, leef ik met spanningen en stress. Ik doe niks, zit alleen maar te wachten en er is nog zoveel onduidelijkheid. En dan ben ik ook nog heel boos.’’

Advocaat Meindert Doornbos uit Assen staat moeder en dochter bij. Hij zegt: ,,Hun boosheid en frustratie is meer dan terecht. Ook ik hoor niks. Ik heb brieven en e-mails gestuurd, ook naar de voorzitter van de rechtbank, maar je krijgt niet eens een antwoord.’’

Stel hij komt weer niet

Of de verdachte de volgende keer wel zal verschijnen is niet bekend. Hij hoeft niet te komen. Tijdens de korte zitting in april gaven de rechters aan dat de zaak snel weer op zitting moest komen, maar er is geen ‘bevel medebrenging’ afgegeven. Met zo’n bevel wordt de verdachte van huis opgehaald. Myra en Marley: ,,We hebben er weinig vertrouwen in. Stel hij komt weer niet, wat moeten wij dan?’’

rob zijlstra

Ik had niet over deze zaak geschreven als het een uitzondering betrof. Maar deze zaak staat niet op zich. Ik schreef eerder over Miranda Hoekstra en haar initiatief no need to hide. Haar ervaring:

„Na de aangifte ben ik op zoek gegaan naar hulp. Maar ik werd van de ene naar de andere instantie gestuurd. De stap hulp te zoeken is al heel groot, daar doe je jaren over. En als je het dan eindelijk doet, dan weet je niet waar te terecht kunt. Of moet je voicemails inspreken. Van de politie mag je er niet over praten omdat dat het onderzoek kan schaden. Dat is moeilijk. Er komt zoveel op je af. En mijn geval is er van alles misgegaan wat mij ontzettend veel energie heeft gekost. Ik hoor vergelijkbare verhalen van andere slachtoffers.’’

>> NO NEED TO HIDE

> artikel dagblad van het noorden

> bevel tot medebrenging

 

update – rechtszaak op 23 september 2021

dvhn / 23 september 2021

Het Openbaar Ministerie heeft op 23 september 2021 een gevangenisstraf van 42 maanden geëist tegen de 73-jarige Pieter K., de opa van Marley.

De officier van justitie stond  kort bij stil bij de lange aanloop naar het strafproces:  ,,Capaciteitsgebrek. Helaas.’’ 

De verdachte zou in 2016 in familiekring een bekentenis hebben afgelegd. In de rechtszaal ontkende hij dit. Tijdens de verhoren bij de politie beriep de man zich op het zwijgrecht. Bij de eerste rechtszaak, in april, kwam hij niet opdagen. Zijn echtgenote (oma, geen verdachte) heeft geen verklaring willen afleggen. 

Volgens de officier van justitie draagt het zwijgen van de verdachte bij aan de overtuiging dat hij schuldig is. Er zijn app-berichten tussen familieleden opgedoken die passen bij een bekentenis. Ook vanuit de familie zijn belastende verklaringen afgelegd. Volgens de officier van justitie bevat het strafdossier aanwijzingen dat er meer slachtoffers zijn. 

Dat het misbruik plaatshad binnen de familie moet volgens het OM extra zwaar meewegen bij de strafoplegging. ,,Binnen de familie hoort een kind altijd veilig te zijn. Maar deze vrouw werd misbruikt en leefde als kind jarenlang in de voortdurende angst dat het weer zou gebeuren.’’

De verdachte zegt dat de beschuldigingen zijn gebaseerd op fantasieën van zijn kleindochter, onder regie van haar moeder (zijn dochter). 

Advocaat Maartje Schaap, zij staat de verdachte bij, pleitte voor vrijspraak. ,,Er is onvoldoende bewijs. Het fundament ontbreekt en een fundament is wel nodig, niet alleen voor een huis, maar ook voor een strafzaak.’’

De officier van justitie verzocht de rechtbank een schadevergoeding – bij wijze van voorschot – van 15.000 euro toe te kennen.

Uitspraak is op 7 oktober.

Zwembadmoord Marum – na 9 jaar een vervolg

Vanuit het niets kwam de politie in Groningen vandaag, donderdag 8 juli 2021, met het bericht dat in de Marumer zwembadmoord vier verdachten zijn aangehouden. Negen jaar geleden werd bij het zwembad in Marum de toen 40-jarige Jan Elzinga in koelen bloede doodgeschoten.

Op 10 juli 2012.

Voor deze liquidatie – zo werd het genoemd – zijn twee mannen veroordeeld. Pascal E. uit Zwolle kreeg 15 jaar gevangenisstraf. Hij was de schutter, de huurmoordenaar die handelde in opdracht van Willem P.  uit Kampen. Die kreeg ondanks zijn ontkenningen in hoger beroep 20 jaar celstraf wegens medeplegen moord. De rechtbank had hem 18 jaar gegeven. Hij was niet bij de uitvoering van de moord aanwezig, maar hij had  de moord wel georganiseerd.

Ondanks deze twee stevige veroordelingen bleven, toen de boeken werden gesloten, veel vragen over. Bijvoorbeeld: wat was het motief? Waarom moest Jan Elzinga dood? Van wie kreeg Willem P. 15.000 euro? Het vermoeden was dat Willem weliswaar de organisator was, maar niet de opdrachtgever.

Ik schreef voor het true crime-magazine Koud Bloed een uitvoerige reconstructie van de Marumer zwembadmoord. Mijn conclusie in dit verhaal: de zaak is ondanks twee veroordelingen niet opgelost.

Het bericht van de politie van vandaag dat er negen jaar na dato vier verdachten zijn aangehouden lijkt die conclusie van destijds te onderstrepen.

De aangehouden verdachten zijn twee vrouwen (42, 59) en twee mannen (39, 56) uit Hoogeveen, Roden en Kampen.

Wie meer weet: rob.zijlstra@dvhn.nl

Uiteraard vertrouwelijk.

Het artikel – een lang verhaal – in Koud Bloed kun je hier lezen.

Het rechtbankverslag [september 2013] staat op dit blog: de zwembadmoord
Een overweging na de uitspraak: de zwembadmoord (2)inclusief beide vonnissen

rob zijlstra

Diederik Greive | hoofdofficier van justitie | Noord-Nederland | interview

 ,,We moeten ons in dit land afvragen wat nodig is om de rechtsstaat goed te laten functioneren.’’

Dat zegt Diederik Greive,
hoofdofficier van justitie van Noord-Nederland
in  Dagblad van het Noorden

 

 

Op het internet is een podcast van het Studiecentrum Rechtspleging te vinden waarin Diederik Greive een filosofisch betoog houdt over oordelen en over de moed om de waarheid te spreken. Hij vertelt dat hij aan jonge rechters wel eens vraagt wie zij wel niet denken te zijn om te oordelen over een ander mens. Dat is een ongemakkelijk vraag, zegt hij daar zelf over.

Wie denkt u eigenijk wel niet wie u bent om hoofdofficier van justitie te mogen zijn?
,,Aha, de podcast. De functie van hoofdofficier van justitie is een rol waarbij je staat voor een organisatie. Ik oordeel niet meer zoveel in zaken, dat doen de collega’s. Maar ja, wie ben ik dan? Dat is zo’n vraag waar niet direct een antwoord op is. Ik vind oordelen wel een heel belangrijke functie in deze samenleving. Door in openheid te oordelen draag je bij aan de samenleving en maak je dingen gemeenschappelijk.’’

In de podcast, zegt hij:  ,,Door niet te oordelen ontstaan schandalen.”

| Het zijn spannende tijden

U bent nu anderhalf jaar hoofdofficier van justitie in Noord-Nederland. Toen u kwam zei u dat u geen tussenpaus wilde zijn.
,,Ik ben in januari weer in het Noorden, in de kop van Drenthe, gaan wonen. Ik ben teruggekeerd om hier te blijven. Zo’n functie is een tussenstation in het leven, maar kijkend naar mijn loopbaan, dan is dit mijn laatste baan. Ik heb eerder in Drenthe gewoond. Het leven is hier, in het Noorden, geweldig. Hoe we de dingen hier met elkaar doen, dat heeft mijn hart. Ik zou deze functie niet goed kunnen uitoefenen als ik niets met de mensen in deze regio zou hebben.’’

U heeft al veel functies binnen justitie gehad en op veel plekken in Nederland gewoond, ook in Zeeland. Dat is een heel andere kant op.
,,Mijn vader is predikant. Hij is nu 91. Door zijn vak zijn wij vaak verhuist. Ik ben geboren in Woensdrecht, ik heb in Utrecht gewoond, in Amstelveen, Soest. Het komt misschien hierdoor dat ik wat makkelijk zeg, kom we gaan weer eens even kijken hoe het elders is. Ik heb een nieuwsgierige blik. Maar nu blijf ik.’’

Hoe staat het Openbaar Ministerie ervoor?
,,Het parket Noord-Nederland of het Openbaar Ministerie als geheel?’’

Het Openbaar Ministerie als geheel, om te beginnen.
,,Het is niet voor niets dat Gerrit van der Burg (voorzitter van het college van procureurs-generaal) samen met de Raad voor de Rechtspraak en de politie zich afvragen of we niet een beetje de baseline van de rechtstaat naderen. Wat is er nou nodig voor de politie, de rechtspraak en het Openbaar Ministerie om onze rol in de rechtstaat goed te kunnen vervullen? Het feit dat dit door deze drie partijen op de agenda wordt gezet geeft aan dat wij vinden dat de grens bereikt is. Dat is spannend voor het OM. En ook voor het parket Noord-Nederland.

| Tel dat allemaal op,
dan is de druk toch wel heel erg groot

We doen veel grote zaken en dat doen we goed. Maar kijkend naar het Marengo proces, de liquidatie zaken, de bedreigingen en de grote belasting die dat meebrengt, dan is de druk enorm. Maar ook als je kijkt naar een zaak als die van Els Slurink. Die laat zien dat het belangrijk is dat wij een lange adem hebben. Maar het vergt ontzettend veel van ons. En dan zijn er nog handhavingsvraagstukken rond allerlei demonstraties, van boeren tot corona. Tel dat allemaal op, dan is de druk toch wel heel erg groot.

Als Openbaar Ministerie gaan we niet op de barricaden. Maar we zijn wel bezig te signaleren dat we ons in dit land moeten afvragen wat nodig is om de rechtstaat goed te laten functioneren. Inderdaad, het zijn spannende tijden.

Het wordt steeds moeilijker om er zelf invloed op te kunnen houden, met goed opgeleide mensen, met wet- en regelgeving die voor ons ook is te handhaven. De regeldichtheid is enorm toegenomen. Kunnen we zo doorgaan? Het houdt wel ergens op. Daar komt bij, wij vinden als Openbaar Ministerie dat we eigenlijk meer zouden moeten doen, want de misdaad wordt ingewikkelder en verhard. Daar zitten spanningen.’’

En het parket Noord-Nederland? Hoe staat dat ervoor?
,,Wij hebben tot op heden geen problemen met het vullen van vacatures. Er komen jonge officieren van justitie binnen. Het kost wel meer moeite om ervaren officieren te vervangen of officieren te vinden met bepaalde specialismen. Voor jeugd bijvoorbeeld. Dan moeten we stevig ons best doen. Het is lastig om die mensen naar het Noorden te halen. Het team moet fris zijn, is het ook, maar er moeten ook wat oude knarren in zitten.

Ik weet dat de rechtbank te maken heeft met een andere, nog nijpender situatie bij strafrechters. Als er te weinig rechters zijn hebben we daar als Openbaar Ministerie last van. Het betekent dat het langer duurt voordat we met zaken naar de rechter kunnen.’’

Officieren van justitie staan in de rechtszaal met regelmaat met het schaamrood op de kaken, zeggen ze zelf, omdat ze stokoude zaken moeten voordragen. Waarom duurt het zo lang?
,,Eerst een wat meer filosofische tegenwerping. Het feit dat je een vraag kunt formuleren, betekent nog niet dat er een pasklaar antwoord is. Dit is zo’n geval. Je kunt hier een vraag van maken en ik kan er zo eigenlijk geen bevredigend antwoord op geven.

| Kijk ik naar hennepzaken,
dan voel ik het schaamrood ook

,,We doen het hier niet beter of slechter dan elders in het land. Maar kijk ik naar hennepzaken, dan voel ik het schaamrood ook. Die zaken duren te lang. Als een zaak te lang is blijven liggen, dan moet je daar als Openbaar Ministerie een verhaal bij hebben. Vaak zijn er verschillende oorzaken. Maar je moet het wel kunnen uitleggen.”

Die uitleg blijft in de rechtszaal meestal achterwege.
,,Als dat zo is, dan is dat niet goed. Ik vind openheid belangrijk. Een reden is dat het soms heel lang duurt voordat we rapportages hebben. Of de politie heeft meer tijd nodig om het onderzoek af te ronden. Daarvoor zijn we afhankelijk van anderen. We hebben te maken met vragen van advocaten om verder onderzoek en soms geven we als OM niet de goede prioriteit aan zaken.

En we hebben veel megazaken die heel veel tijd kosten. Dat gaat ten koste van strafzaken waarvoor niemand meer in voorlopige hechtenis zit. Mensen die vastzitten krijgen voorrang. Dat is uit te leggen.
Is dit een goed verhaal over de oude zaken? Nee. Het is frustrerend.”

Als een dossier blijft liggen, dan blijft ook de rechtvaardigheid liggen. Dat staat in uw eigen jaarbericht
,,Ja. Het tijdsaspect is een aspect van de rechtvaardigheid. Naarmate het langer duurt, gaat het steeds minder rechtvaardig voelen. Als ik in de krant lees dat het in de zittingszaal weer eens niet goed is gegaan, dan ga ik daar intern achteraan.

Misschien moet het OM stoppen met het jagen op mensen met een paar hennepplantjes in de schuur. Dat vergt ontzettend veel tijd en energie, in de rechtszaal wordt het afgedaan met kleine werkstrafjes.
,,We jagen er niet achteraan. Dat beeld heb ik niet. Er kan achter die hennepteelt ook ondermijnende criminaliteit zitten. Dus dat hennepteelt onze aandacht heeft vind ik terecht. Hennepteelt is meer dan wat plantjes groot brengen. Er zitten vaak andere vormen van criminaliteit achter die voor burgers heel vervelend zijn. Maar het vraagt inderdaad veel opsporingscapaciteit.’’

Iets anders. De strafrechtketen – politie, justitie, rechtspraak – daar bent niet zo van. Bij een keten houden mensen elkaar vast. U noemt het een verkeerde metafoor.
,,Klopt. Een keten roept het beeld op dat het allemaal keurig in elkaar haakt. Het is veel meer een netwerk met daarin andere partijen met andere financieringen en andere belangen. Om de motor draaiende te houden moeten we als netwerk opereren.

Met de rechtbank moeten wij jaarlijks afspraken maken over het aantal strafzaken dat we aanbrengen. Vorig jaar kwamen we daar niet uit. We waren het niet met elkaar eens. De rechtbank kon niet leveren wat wij wilden. Dan heb je een probleem. Maar als je dan teveel in ketens denkt, breng je je partner in onmacht en dat neigt naar een confrontatie. Dat gaat de samenwerking niet verbeteren. Dus zo’n probleem vraagt om een andere benadering.

| We zijn nu constructiever met elkaar bezig

We zijn met de rechtbank overeengekomen dat we het met elkaar oneens waren en dat een paar dingen even niet konden. Vervolgens ga je kijken hoe je elkaar kunt helpen. Dat is een andere manier van opereren in een keten waarin wordt gestuurd op cijfers. We zijn nu constructiever met elkaar bezig.’’

Bij de aanpak van ondermijning is het strafrecht niet toereikend. Er wordt ook een beroep gedaan op het lokaal bestuur, op burgemeesters. Horen die ook bij het netwerk?
,,Zeker. We moeten als politie, justitie en rechtbank in gesprek gaan met het lokaal bestuur. Dat willen bestuurders graag. We hebben sowieso al veel meer dan een aantal jaren terug met dat bestuur te maken. Doordat we de zware georganiseerde criminaliteit ondermijning zijn gaan noemen, is een andere aanpak ontstaan. Vroeger keken we heel erg naar het strafrecht, maar als je de criminaliteit in de havens wilt aanpakken, speelt het bestuur ook een rol, soms zelfs een voortrekkersrol.”

Brengt u het lokaal bestuur, burgemeesters, wethouder, daarmee niet in een moeilijk parket?
,,Ja. Als ze niet goed worden ondersteund en geen toegang hebben tot de kennis en kunde die wij en de politie hebben, dan laat je ze in de kou staan. Wij hebben daar een grote verantwoordelijkheid.”

Hoe ziet het criminaliteitsbeeld er momenteel uit? Hoe ernstig is het?
,,Laat ik niet bij het ergste beginnen. Wat ik een belangrijk thema vind is de veelvoorkomende criminaliteit. We hebben net een grote cybercrimezaak gehad. Er was een jongeman die via phishing heel veel slachtoffers wist te maken. Het had een omvang dat het het betalingssysteem raakte, het vertrouwen werd aangetast. Daarmee had het een ondermijnende kant.

Wat die jongen deed had een enorm effect. Maar het was geen superboef. Misschien was dit een jongen die vroeger fietsen en scooters jatte, die actief was in de klassieke misdaad. Maar nu kon hij via WhatsApp heel snel veel geld maken met een grote landelijke impact want de slachtoffers kwamen overal vandaan.

In de rechtszaal komt nog veel van de klassieke misdaad langs, maar dat is wel aan het veranderen. Er kan sprake zijn van ondermijning zonder dat je het zware misdaad kunt noemen. Hier ligt voor ons de komende jaren een enorme uitdaging. We kunnen wel alles in nieuwe hokjes stoppen, maar bij cybercrime zie je veel klassieke misdaden samenkomen.”

De druk op politie en justitie en de rechtspraak is groot, de capaciteit schiet tekort. Maar cijfermatig is de criminaliteit aan het dalen. Dat rijmt niet.

| Je kunt de omvang van de misdaad
niet meten op basis van het aantal zaken

,,De vraag hoe het staat met de criminaliteit kun je niet alleen beantwoorden met cijfers. Ik vind het belangrijk dat je ook kijkt naar het effect van die criminaliteit. Het effect van die phisingzaak was met heel veel slachtoffers heel groot, maar er was slechts één dader. Je kunt de omvang van de misdaad niet meten op basis van het aantal zaken.

Je moet kijken naar het effect van de criminaliteit op de samenleving en wat het vraagt aan inzet van bestuur, politie en het Openbaar Ministerie. Daar moet je op gefinancierd worden. En dan kom ik terug op wat ik in het begin zei, met de vraag wat is nou de baseline voor onze rechtstaat? Die meet je niet af aan die cijfers.’’

U heeft besloten om de NAM niet strafrechtelijk te vervolgen voor het in gevaar brengen van mensen. Was dat een moeilijke beslissing?
,,Een hele moeilijke beslissing, menselijk en in juridische zin. De aangifte ging over een klassiek artikel uit de wet. Het opzettelijk vernielen van een gebouw waardoor levensgevaar te duchten viel. En dan heb je een zaak waarbij het gaat om een heel groot bedrijf, met als oorzaak aardbevingen en de vraag hoe dat komt. Dat is complex. Als je als persoon met een shovel door de voordeur rijdt en de muur vliegt eruit, dan is het duidelijk hoe dat komt en wie je daar strafrechtelijk op kunt aanspreken. Maar in deze zaak was dat veel lastiger. Want wat was nou precies dat gedrag? En onder welke omstandigheden moet je dat vaststellen? Dat zijn juridisch ingewikkelde vragen. Het vroeg om veel feitelijk onderzoek. Dat heeft geresulteerd in een dossier van 40.000 pagina’s.

We zijn niet over een nacht ijs gegaan. We hebben mensen van buiten er nog een keer naar laten kijken en hen gevraagd, hoe moeten we hier nu mee omgaan? In zo’n specifieke zaak kun je niet niet zeggen dat je de waarheid in pacht hebt. Het heeft veel discussie gevraagd, waarbij scherp is geargumenteerd. We hebben een lange en brede weg bewandeld voordat we tot een beslissing kwamen.”

Nieuwsuur kwam onlangs met een reportage over grondaankopen in de Eemshaven. Het riep een beeld op van corruptie. Springt er bij het Openbaar Ministerie na zo’n uitzending ergens een rode lamp aan?
,,Ja. Als die lamp al niet allang brandde. Ik ga hier verder niets over zeggen. Dit zijn kwesties waar wij altijd naar kijken. Om de feiten op een rij te zetten en te onderzoeken wat waar is en wat niet. Serious business.’’

| DNA leidt niet altijd
tot onomstotelijk daderschap

U noemde de zaak Els Slurink al even. Er is een publiekscampagne gelanceerd om deze coldcase tot een oplossing te brengen. Toen die campagne begon werd niet verteld dat er al een verdachte in beeld was. Wordt het publiek waarop u een beroep doet, op deze manier niet misleid?
,,Wij zetten zo’n opsporingsmiddel in, in het kader van de waarheidsvinding. Vroeger was opsporingsberichtgeving gericht op het vinden van daders. Dan was de vraag: kent u deze man en weet u waar hij is, bel dan dat en dat nummer. Nu vragen we steeds vaker aan de burger om met ons mee te denken. Niet alleen wie is dit, maar we willen ook achterhalen wat er is gebeurd. Onder welke omstandigheden.

Nabestaanden willen dat ook weten. Dat moet je meenemen als je kijkt hoe we met de zaak van Els Slurink naar buiten zijn gegaan. We hebben in deze zaak een dna-spoor, maar dat is in het algemeen onvoldoende bewijs. DNA leidt niet altijd tot onomstotelijk daderschap.

Door de burger erbij te betrekken doen we recht aan de waarheid. We hebben de burger dus niet misleid. Je kunt niet aan waarheidsvinding doen wanneer je zelf afbreuk doet aan de waarheid. Je kunt waarheid niet via onwaarheid vinden. Daar zit voor mij de grens.

We streven als Openbaar Ministerie openheid na. Ik vind dat we soms verrassend open zijn over wat we doen. We moeten uiteindelijk alles op tafel leggen als de rechter ernaar vraagt. Bij Els Slurink zijn we zo open mogelijk geweest.

Openheid vind ik niet alleen als hoofdofficier belangrijk. Ook als mens. Zaken als openheid en vrijheid zijn waarden die mij al mijn hele leven bezighouden. Mijn vader is een vrijzinnig predikant. Gekscherend gezegd, mijn vader gelooft nog net wel en ik geloof net niet. Wat ons bindt is de ethiek. Ik ben geen rechten gaan studeren of dit vak ingegaan vanuit een enorme liefde voor regels. Ik vind regels wel heel interessant en belangrijk, maar niet in de uitleg van hoe het allemaal zit.
Hoe werken regels? Waarom houden mensen zich eraan of niet? En als mensen zich niet aan een regel houden hoe zit dat dan en wat moeten we daar mee. Dat zijn voor mij in de kern vooral ethische vragen.’’

Ik ken de punten en de komma’s, in ben opgeleid in het regeldenken. De Grieken gebruikten de regel in de bouw. Een regel was juist iets wat mee kon buigen. Niet rechte vormen kon je via een regel juist heel gepast vouwen. Het hele idee dat een regel iets onbuigzaams is, iets absoluut is, dat zit niet in mijn denken, ook al ben ik van de handhaving.”

| Met het strafrecht kun
je niet alles oplossen

Over 25 jaar kijken we wellicht met enige verbazing naar hoe we het nu doen. Wat denkt u, blijven we mensen straffen en opsluiten?
,,Dat denk ik wel. De gevangenisstraf blijft, hoewel we weten dat het geen medicijn is. Dat we mensen opsluiten en dan denken dat je ze in de gevangenis kunt resocialiseren, nee dat werkt niet. Maar gevangenisstraf is ook gewoon leedtoevoeging. Vergelding. Op de blaren zitten voor de dingen die je hebt gedaan. Dat zal er over 25 jaar ook nog zijn.

Daarnaast zal het repertoire van gedragsaanwijzingen en alternatieven afdoeningen zich verder ontwikkelen. Het is niet het een of het ander. Ik vind dat we nu redelijk streng straffen. De roep om strenger te straffen heeft bij rechters gehoor gevonden. Tegelijkertijd zie ik dat we met elkaar heel erg op zoek zijn naar wat je nog anders kunt doen dan mensen strenger straffen. Met het strafrecht kun je niet alles oplossen. Ik hoop dat we over 25 jaar wegen hebben gevonden om het gedrag van mensen te corrigeren zonder dat we moeten grijpen naar het strafrecht. En ik hoop dat er ruimte blijft voor maatwerk als het gaat om de toepassing van het strafrecht. De menselijke maat.”

Zou de minister van rechtshandhaving Sander Dekker hier ook zo over denken? Er is vanuit uw netwerk veel kritiek op zijn beleid.
,,Wij zijn bij het Openbaar Ministerie van de strafrechtelijke handhaving. In handhaving zit ook iets van uitvoerbaarheid. Als er nieuwe wetten komen, nieuwe regels, dan moet je van te voren nadenken of het wel uitvoerbaar is. Dat is wat ik er in z’n algemeenheid over kan zeggen. Het is niet specifiek gericht aan minister Dekker. Het is belangrijk dat de wetgever toetst op uitvoerbaarheid. Maar als de wet er eenmaal is, dan is het niet anders. Dan ga ik handhaven, dat is mijn rol.”

rob zijlstra

 

→ Dit interview is op zaterdag / zondag 3 / 4 juli 2021 gepubliceerd in Dagblad van het Noorden en in de Leeuwarder Courant (kortere versie).

Vreselijke kerels

Van de verdachten die in de rechtszaal verantwoording komen afleggen is ieder jaar opnieuw negentig procent schuldig aan het misdrijf waarvan hij – niks diversiteit – wordt beticht. De kunst van de strafrechtspraak is om de onschuldigen bij die resterende tien procent te krijgen. Dat dus niet de verkeerde mensen aan de schoffel worden gezet of worden opgesloten.

Van de schuldige verdachten doet een deel niet moeilijk. Die geven in de rechtszaal toe wat ze bij de politie ook al hadden gezegd: ik was het. Er zijn er ook die zeggen dat ze het wel waren, maar dat het ietsje anders is gegaan dan de officier van justitie wil doen geloven. Minder vaak, minder erg, minder veel. De inzet: minder straf.

Er is een derde groep: de verdachten die het wel hebben gedaan, maar dat ontkennen. Die willen dat ze ten onrechte worden vrijgesproken. Hier zitten de slechteriken. 

Worden vrijgesproken terwijl je het wel hebt gedaan, is niet eenvoudig. Van goeden huize komen is allang niet meer voldoende. Een topadvocaat? Echt niet. Een goede advocaat zorgt voor de juiste balans in het strafproces, die zorgt ervoor dat de hand van justitie niet doorschiet.

Het probleem van de verdachten in de derde groep is dat ze moeten liegen. Dus niet jokken of de boel wat verdichten of verdraaien, nee, echt liegen. Dus keihard niet de waarheid vertellen. Mensen zijn daar niet goed in, al helemaal niet in de rechtszaal ten overstaan van rechters die erop beducht zijn dat ze worden beduveld.

Er was eens een strafrechter in Groningen – hij werkt nu in Assen – die een hekel had aan kletspraat van verdachten. Was de maat vol, dan leunde hij iets achterover, het hoofd een beetje schuin, vinger aan de kin, om vervolgens de verdachte te sommeren dat ‘ie beter z’n best moest doen. ,,Want je denkt toch niet dat ik deze klets geloof? Ik ben toch niet gek? Probeer nou eens wat geloofwaardiger te liegen.’’

Ik denk dat Joop en Menno slechte leugens vertelden. Dat de een storingsmonteur is en de ander pijpfitter dat zal best waar zijn. Maar onschuldig zijn ze niet.

De officier van justitie zegt dat Joop en Menno een oudere man eerst hebben opgelicht en hem twee dagen later hebben overvallen in zijn woning in Winschoten.

Eerst de oplichting. 

Menno ontkent, Joop heeft een verhaal. Hij had geld noch drugs en dat is voor hem een onwenselijke  situatie. Joop ging dus op Chatgirl op zoek, op een site waar mannen en blote vrouwen met elkaar praten en afspraken met elkaar kunnen maken. Hij zag dat een oude kennis van hem uit Winschoten op de site actief was. Joop typte dat hij Anneloes was en zin had in een stevig gesprek. De kennis in Winschoten lustte daar wel pap van. De afspraak was in een wip gemaakt. 

In de Peugeot van Menno reden ze naar Winschoten. Joop belde aan, de oude kennis opende de deur. Joop zei dat hij Anneloes kwam brengen, maar dat hij alvast honderd euro moest hebben. De rest moest hij later maar aan Anneloes geven. De man betaalde en Joop wenste hem een fijne avond toe en vertrok. Nooit kwam die avond een Anneloes opdagen. Er was geen Anneloes.

Joop: ,,Het was mijn idee, maar Menno wist ervan. We hebben er drugs voor gekocht.’’
Menno: ,,Ik heb er niets mee te maken.’’

Dan de overval, twee dagen later.

Joop vertelt weer een heel verhaal. Dat hij drugs had gekocht bij zijn vaste dealer aan de Bedumerweg in Groningen. Toen was hij Menno tegengekomen en bij hem in de auto gestapt. Joop: ,,Menno zei dat ‘ie een klant had. In Winschoten.’’

Zelfde straat, zelfde woning. Joop bleef nu in de Peugeot zitten, het was de beurt van Menno. De afspraak was ook nu weer via Chatgirl gemaakt. Ditmaal had Menno zich voorgedaan als een lichte dame van wilde zeden die tot en met het ontbijt in de ochtend zou blijven praten, in ruil voor 750 euro. 

Bij de voordeur duwde Menno de oude kennis naar binnen, pakte hem vast en griste een stapeltje bankbiljetten uit diens borstzakje. Het was 870 euro.

Menno: ,,Ik heb er niets mee te maken.’’
Joop: ,,De oplichting heb ik gedaan, maar dat Menno twee dagen later mijn oude kennis ging overvallen, dat wist ik niet. Ik zat in de auto, dat het om een overval ging hoorde ik pas later.’’

Dat later was zes maanden later toen het tv-programma Opsporing Verzocht aandacht besteedde aan de woningoverval. Er werden beelden getoond, signalementen verstrekt, er kwamen tips binnen, ook uit het prostitutiecircuit: het zijn Joop en Menno, twee vreselijke kerels.

De twee afspraken via Chatgirl zijn gemaakt met een en hetzelfde account. Bij het borstzakje op het overhemd van de oude kennis zijn dna-sporen aangetroffen. Van Menno. Joop heeft een reputatie: in 2018 werd hij veroordeeld voor uitbuiting van een Tsjechische vrouw op de tippelzone in Groningen. Wat zij verdiende was voor hem.

De officier van justitie: ,,Ik kan de oplichting niet los zien van de overval.’’
Joop: ,,De oplichting wel, de overval niet.’’
Menno: ,,Mijn dna is naar dat overhemd gesleept. Ik word erin geluisd. Ik ben onschuldig.’’

Joop: ,,Mijn  baas hoopt dat ik zo snel mogelijk weer aan het werk kan.’’ Hij zegt dat hij daarom naar huis wil en een goed voorbeeld wil zijn voor zijn vriendin die zeven kinderen heeft.
Menno: ,,Ik kan ook zo weer aan het werk” Hij zegt dat zijn probleem is dat hij niet weet wanneer hij beschikbaar is.

De officier van justitie heeft een verrassing in petto. Hij zegt dat er richtlijnen bestaan. Voor een woningoverval staat drie jaar celstraf. Doe je dat samen met een ander, in vereniging, komt daar één jaar bij. En dan is de overval gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd, na tien uur ’s avonds. Dat is nog eens zes maanden erbij. Opgeteld: 4,5 jaar celstraf. 

Meestal komt een officier van justitie daarna met de verzachtende omstandigheden, waardoor de strafeis weer naar beneden gaat. Maar nu: ,,Ik zie geen reden om van de richtlijnen af te wijken. Ik eis tegen beide mannen 4,5 jaar celstraf.’’

Menno schrikt, zichtbaar, maar zegt niets. Joop is ontzet. Vraagt zich hardop af in wat voor een land we leven? ,,Dit is toch te triest?” Nog luider: ,,Als ik iemand vermoord, wat moet ik dan wel niet krijgen? 200 jaar?’’

Als je niet goed kunt liegen wel ja.