Zombie met mes

De meeste mannen en vrouwen die in de rechtszaal van het strafrecht komen opdraven, doen dat eenmalig. Cijfers heb ik niet, maar het is een feit dat recidivisten – zij die opgroeiden voor galg en rad – behoorlijk in de minderheid zijn. De misdaad kent voortdurend nieuwe gezichten.

Er bestaan ook misdaadplegers die na een lange en intensieve foute carrière met tal van veroordelingen uiteindelijk met succes op het rechte pad terechtkomen. De ex-recidivisten. Een braaf leven bevalt hen, zij die door schade en schande wijs moesten worden, doorgaans goed. Maar garanties biedt dat rechte pad niet.

Johan, een 37-jarige Groninger, heeft alle kronkelpaden belopen en beleefd. Het ging echt fout toen de drugs zijn leven definitief overnamen. Hij veranderde van een levend mens in een meurende zombie. Dat laatste zegt hij zelf. ‘Ik was volledig de weg kwijt en had nog maar één doel: drugs scoren.’

Zombies die geen geld voor drugs hebben gaan aan de wandel.

Het is 26 oktober 2013, nog vroeg in de ochtend. Johan wandelt als een dode man een vestiging van supermarkt Aldi in Groningen binnen. Hij laat zijn mes zien aan de medewerkster die daarop in lijn met de bedrijfsinstructies de lade van de kassa opent die Johan vervolgens zo leeg mogelijk graait. Met het geroofde geld rent hij regelrecht naar zijn dealer.

De tatoeages waren opgevallen en zijn zwarte jas wordt later in de buurt onder een geparkeerde auto gevonden. Johan verdwijnt spoorloos in de goot. De overval op de Aldi belandt in het bakje ‘niet opgelost’.

Schermafbeelding 2018-01-12 om 15.48.55

Het wordt 647 dagen later 4 augustus 2015. Even na half acht in de avond wordt in Groningen een 18-jarige koerier van Domino’s Pizza overvallen. Het was, hoe sneu, zijn laatste werkdag als bezorger. De dader gaat er op de brommer van het slachtoffer en met diens telefoon en portemonnee vandoor. Ditmaal blijft hij niet spoorloos. Johan – want hij is de dader – wordt gepakt en in november 2016 veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur en vijf maanden voorwaardelijke celstraf.

Vanwege de overval op de pizzakoerier moet Johan wangslijm afstaan opdat zijn dna-profiel kan worden opgeslagen in de dna-databank. Nieuwe profielen worden – als de dna-bankiers tijd hebben – vergeleken met gegevens die al in de databank zitten.

En het is raak. Begin 2017 rinkelt de bel. Er is een match. Het dna-profiel van Johan komt overeen met het dna-materiaal dat destijds is ‘veiliggesteld’ (politiejargon) op de kraag van de zwarte jas die onder een geparkeerde auto in de buurt van de Aldi was gevonden, een jas die nogal leek op de jas die de overvaller met opvallende tatoeages op die nare vroege ochtend droeg.

Johan wordt in mei 2017 aangehouden. Eerst ontkent hij, maar als hij inziet hoe kansrijk dat is, besluit hij het hoofd te buigen: hij bekent de overval op de Aldi. En nu zit Johan in zittingszaal 14. Zonder advocaat, want die heeft geen tijd voor hem, zei hij.

Rechters: ‘Hmm. En u wilt wel een advocaat?’
Johan wikt wat, weegt wat: ‘Ik weet niet of dat in mijn voordeel is of in mijn nadeel.’
Rechters: ‘Ach. U heeft bij de politie bekend. Staat u nog steeds achter die verklaring?’
Johan zegt van ja. Zegt dat hij dat domme feit heeft gepleegd. Als je in het gootje ligt, drugs nodig hebt en geen geld, dan ga je gekke dingen doen.’
Rechters: ‘Wat weet u nog van die dag?’
Johan: ‘Geen details. Ik zal wel wat hebben geroepen. Als je een overval pleegt hou je je niet stil.’

De rechters zeggen dat ze in het dossier hebben gelezen dat het nu goed met hem gaat. Johan glimt. Hoe zal hij het zeggen? Hij zegt:‘Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als nu.’

Rechters: ‘U heeft uw leven een positieve wending gegeven.’
Johan: ‘Ja.’
Rechters: ‘En de oude vrienden?’
Johan: ‘Niks meer. Mijn vrouw is nu mijn beste vriend. En ik heb mijn kinderen. Verder heb ik niemand nodig.’

Hij drinkt niet meer en ook de cocaïne laat hem met rust en andersom. Hij is zombie-af. En hoe. Onlangs getrouwd, rijbewijs gehaald en vader geworden, voor de zesde keer. Daarnaast is hij druk bezig een eigen bedrijf op te zetten. Dat lukt goed, zo goed dat hij met gemak zes dagen kan vullen met werk. De sociale dienst helpt hem nog een beetje, maar het is de bedoeling dat hij binnenkort op eigen benen staat.

Schermafbeelding 2018-01-12 om 15.50.43

Het is een lastige keuze waar de officier van justitie voor staat. Hij moet namens de roerige samenleving wraak nemen. De misse daad bij de Aldi moet worden vergolden omdat het recht moet zegevieren. Tegen Johan zegt de officier van justitie: ‘U mag dan in die tijd een zombie zijn geweest, die caissière was geen zombie. U zult moeten boeten voor dit feit.’

Johan knikt en mompelt: ‘Ja, natuurlijk.’

De aanklager vervolgt: ‘De richtlijnen die wij hanteren bij het bepalen van de strafeisen schrijven voor dat iemand met recidive voor een overval als deze een gevangenisstraf van twee jaar zou moeten krijgen.’

Johan zegt nu even niks.

De officier van justitie moet ook rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, met zijn huidige leven vol zorg en arbeid. Het recht wil niet dat gebeurtenissen uit het verleden een garantie zijn voor een vergalde toekomst.

Het kan op zo’n moment in het strafproces alle kanten op. Er is geen slachtoffer in de zaal met een akelig verhaal en een schadeclaim. Misschien scheelt dat. Johan is er wel, hij had ook weg kunnen blijven. Ook dat scheelt. De officier van justitie zegt tegen hem: ‘Dat u bent gekomen laat zien dat u verantwoordelijkheid neemt. Dat waardeer ik.’

Schermafbeelding 2018-01-12 om 15.52.20

Het is duidelijk. De officier van justitie mept Johan niet van het rechte pad af met een gevangenisstraf. Het is beter voor iedereen dat Johan blijft staan: hij mag (eis) boeten met een werkstraf van 180 uur. En om duidelijk te maken dat het wel degelijk ernst is met een jaar voorwaardelijke celstraf als stok achter de deur erbij.

Rechters: ’Een eigen bedrijf, zo veel kinderen. En dan een werkstraf. Zou dat lukken?’
Johan: ‘Het moet dan in de avonduren. En op zondagen. Dan lukt het wel.’
Rechters: ‘Mooi. We zullen er over nadenken.’

Rob Zijlstra

Het jaarverslag – 2017

Misdaad is, heel ouderwets, meer voor mannen. Dat is niet af en toe het geval, maar altijd zo geweest. Misdaad is ook leeftijdsgebonden; naarmate de mens ouder wordt, neemt misdadig gedrag af. Verder is de misdaad in Groningen een grotendeels Nederlandse aangelegenheid: driekwart van de boeven is hier geboren, de overige 75 verdachten komen uit 25 verschillende landen.

Kijkend naar cijfers over het jaar 2017 – door mij zorgvuldig verzameld op basis van het bijhouden en bijwonen van alle 307 rechtszaken in zittingszaal 14 (meervoudige strafkamer) – dan valt het een en ander op. Omdat ik dit in voorgaande jaren ook deed, ontstaat een beeld. Ik trek alleen heel voorzichtige conclusies.

Vrouwen
Zo nu en dan duiken onheilspellende berichten op dat vrouwen bezig zijn met een opmars in de misdaad. In films en series vast en zeker, maar in zittingszaal 14 doen vrouwen als verdachten niet serieus mee. In 2016 was zeven procent van alle verdachten vrouw. En dat was in 2017 ook zo. Alsof ze het zo hebben afgesproken.

Aangetekend moet wel dat de misdaadbestrijding meer en meer in handen komt van vrouwen. Vrouwelijke rechters zijn in de meerderheid, wat ook geldt voor officieren van justitie.

Twintigers
Het gezegde ‘wijsheid komt met de jaren’ is van toepassing. De groep twintigers is altijd het grootst. De dertigers doen hun best, maar moeten steevast genoegen nemen met de tweede plaats. De vijftigers doen onder voor de veertigers.

De oudste verdachte die vorig jaar moest komen opdraven was 84 jaar. Hij moest drie maanden zitten. Een 70-jarige kreeg op z’n oude dag drie jaar gevangenisstraf. Waarvoor? Ontucht. Het gezegde geldt niet voor iedereen.

Nederland
Verdachten die in zittingszaal 14 terechtstaan vormen niet een uitgesproken kleurrijk geheel. Driekwart van de 307 mannen en vrouwen die in 2017 terechtstonden, heeft een plaats in Nederland als geboorteplek. Het overige kwart is wel bont, want uit alle windstreken, uit 25 verschillende landen. Dit beeld is al jaren hetzelfde.

Straffen
Wordt er wel keihard gestraft? De cijfers zeggen daar niets over. Van de 307 mannen en vrouwen werden er 23 vrijgesproken. Maar goed ook, want ze bleken onschuldig. Er werden dus 284 mensen schuldig bevonden en veroordeeld. De laagste straffen waren voorwaardelijke werkstraffen, daar heb je als veroordeelde niet direct last van. Je moet alleen wel oppassen. De man die in Veendam zijn ex om het leven bracht, kreeg met 20 jaar cel de hoogste straf van het jaar.

Opgeteld werd vorig jaar in zittingszaal 14 voor 192 jaar onvoorwaardelijke celstraf opgelegd (voor wie rekenen wil: het kost 200 euro per dag). In 2016 was dat 195 jaar en een jaar daarvoor 194. Voor het idee: in 2011 werd opgeteld 370 jaar onvoorwaardelijke celstraf opgelegd. Jawel, er waren toen ook aanzienlijk meer strafzaken.

Heel voorzichtige conclusie: er wordt in Groningen vooral minder gestraft. Elders in Noord-Nederland, in de rechtbanken van Assen en Leeuwarden, is dat niet anders.

Eisen
De officier van justitie eist, de rechters leggen op. Feit: rechters leggen in de meeste zaken lagere straffen op dan er wordt geeist. Vorig jaar werd in 57 procent van alle zaken een lagere straf opgelegd dan de aanklager had voorgesteld, in ruim een derde was de opgelegde straf gelijk aan de eis. In zeven procent gold dat de eis geen recht deed aan ernst van de feiten.

Winst
Een opmerkelijke uitkomst valt te noteren als het om het afpakken van crimineel geld gaat. In 2015 werd bijna 700.000 euro ontnomen van (8) veroordeelde boeven. In 2016 was dat ineens 3,6 miljoen euro (van 21 criminelen). Dat was ook aangekondigd: de misdaadbestrijders willen de crimineel vooral in de portemonnee treffen want dat helpt.
De verwachtingen voor 2017 waren dan ook hoog gespannen. En? Nog geen 600.000 euro (in 9 zaken). Een tegenvaller dus. Hoe dan kan? Het Openbaar Ministerie heeft beloofd het binnenkort uit te leggen.

Waar
Waar moet je niet wezen? De stad Groningen is misdaadkoploper en dat is niet raar. Nogal wat misdaden worden gepleegd onder invloed van alcohol en in de stad wordt nu eenmaal het meeste bier genuttigd. Oost-Groningen is eeuwig tweede want daar lusten ze ‘m ook. Het goede nieuws: in Noord-Groningen, qua oppervlakte het grootst, is de misdaad nog steeds geen alledaags iets.

De cijfers: stad Groningen: 154 zaken; Oost-Groningen: 73; Noord-Groningen: 24; Westerkwartier: 17. Eemsmond: 14. Voor de volledigheid: de rechtbank in Groningen behandelde 14 strafzaken uit Drenthe, 10 uit Friesland en eentje uit elders.

De misdaad
En wat is de misdaad in Groningen dan? Wie veel naar de politie (of naar burgemeesters) luistert, zou wel eens het idee kunnen krijgen dat de misdaad draait om ondermijning. Dat woord hoor je overal. Dus dat patserige criminelen vanuit de onderwereld bezig zijn de legale bovenwereld met hun grote bek en hun poen te verstieren waardoor de veiligheid, de leefbaarheid en zelfs de democratische rechtsstaat in het geding is. Kortom: heftig.

In de rechtszaal van Groningen is het beeld anders: verreweg de meeste zaken (142 van de 307) zijn strafzaken over geweld. Het gaat dan heel vaak over mannen die bier drinken en elkaar vervolgens op straat gaan slaan en schoppen (en daar achteraf spijt van hebben). Of over mannen die thuis vrouwen mishandelen. Misdrijf nummer twee: diefstal (66). Mensen stelen dingen van elkaar, van fietsen tot tandpasta en van zitgrasmaaiers tot soepgroente. Op drie: zedenzaken, vaders en opa’s die niet van hun (eigen) kleine kinderen kunnen afblijven (36).

Mensenhandel? Twee zaken. Drugs? Ik telde twintig strafzaken in relatie tot hennepteelt, tien strafzaken rond harddrugs, veelal kleine straatdealers. Cybercrime? Helemaal niks.

Een heel voorzichtige conclusie: de misdaad die in de strafrechtszaal van Groningen wordt behandeld, lijkt een andere dan waar politie, politici, officieren van justitie, burgemeesters en wie al niet met grote zorg over spreken.

Om te weten: een deel van alle bovengenoemde zaken waren zaken met een baard, misdaden die in 2017 zijn behandeld, maar al in 2016 en 2015 waren gepleegd. Dat zal dit jaar niet anders zijn: van de strafzaken die dit jaar door strafrechter moeten worden beoordeeld, een stuk of 300, is het leed al geleden. Die zaken zijn al geschied.

Ter geruststelling: het zijn maar cijfers.
Je zult straks slachtoffer worden van een eenvoudige mishandeling.
Van een inbraak.
Het zal je kleine buurjongetje maar zijn.
Dat is veel erger.

Rob Zijlstra

> voor op- en aanmerkingen: e-mail naar rob z 
> voor alle cijfers: de statistieken van zittingszaal 14 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Stoute onschuld

Wie wordt verdacht van een strafbaar feit heeft in de rechtszaal altijd de schijn tegen. De wetgever heeft het mooi bedacht – onschuldig tot de rechter beslist dat je schuldig bent – maar in de praktijk staat de onschuldige verdachte bij aanvang van het strafproces met 1 – 0 achter.

Kijk naar de statistieken. Van de ruim 300 307 strafzaken die in 2017 dienden in zittingszaal 14 werden 20 mannen en 3 vrouwen vrijgesproken van al hetgeen ten laste was gelegd. De kans als verdachte te worden veroordeeld is groter dan negentig procent.

Sjim en Sjam uit Den Haag staan te boek als notoire inbrekers die toeslaan in heel het land. Ditmaal zouden ze hebben ingebroken bij de Bruna en kledingzaak Bonita in Leek. Een omwonende had ’s nachts onraad geroken en de politie gebeld. Sjim en Sjam werden niet lang daarna aangehouden in een auto met 340 pakjes sigaretten en 76 pakjes shag in de kofferbak.

Laat dat nou exact dat zijn wat was ontvreemd bij de Bruna. Sjam had ook nog 324 euro aan rammelend muntgeld in de broekzak, geld dat in de lege kassalade van de Bonita had gelegen.

Ze ontkennen, ze willen vrijspraak. Sjim vertelt in de rechtszaal dat hij naar Groningen was gereden en dat Sjam had gevraagd of hij mee kon rijden, want hij moest iets doen in Leek. Sjim had Sjam dus afgezet en hem een paar uur later weer opgepikt. Wat Sjam in Leek had gedaan, zou Sjim echt niet weten.

Het is een raar verhaal. Ongeloofwaardig ook, zegt de officier van justitie. Goed genoeg voor zes maanden celstraf voor beiden. Dat is de eis.

De rechters willen van Sjim weten wat hij in Groningen te zoeken had.
Sjim vertelt dat hij een vriendin in Groningen had bezocht. Voor een paar uurtjes. De rechters willen weten waarom hij dat niet eerder had verteld, want een vriendin in Groningen is voor een kraak in Leek toch een alibi.

Sjim zegt dat hij een goede reden had te zwijgen: ‘Ik heb thuis ook nog een vrouw zitten.’ De rechters denken daar nu over na en zullen in het nieuwe jaar conclusies trekken.

Om te worden vrijgesproken is het uurtarief van de advocaat niet van belang. Wel belangrijk: dat je het niet hebt gedaan. En als dat wel het geval is moet je ontzettend veel geluk hebben wil het tot een vrijspraak komen.

De kans dat Jaap uit Groningen wordt getroffen door het geluk is niet groot. Geluk is in het leven van Jaap als leven op Mars.

Toen Jaap plaatsnam in de verdachtenbank was de stand al 3 – 0 in het voordeel van de rechtsstaat. Jaaps strafblad is een dik boek. En dan heb je een probleem wanneer iemand uitgerekend in jouw woning wordt beroofd. Het slachtoffer had onmiddellijk 112 gebeld. Jaap werd met een mes in de hand in zijn eigen woonkamer aangehouden.

Jaap tegen de rechters: ‘Een rare samenloop van omstandigheden.’

Het zat zo. Hij had zijn woning uitgeleend aan iemand die hij niet kende. Die iemand had voor even een huis nodig vanwege een afspraak met iemand van wie hij ook geen benul had. En omdat het niet zijn zaken waren, was hij in de tuin zijn drie wietplantjes gaan verzorgen. Ineens werd er gevochten in zijn woning. Hij was met het tuinmes nog in de hand op het lawaai afgekomen, had de vechtersbazen uit elkaar getrokken, ‘mijn-huis-uit’ geroepen en toen was daar de politie.

Rechters tegen Jaap: ‘U heeft veel justitie-ervaring. Is het dan niet naïef om je woning aan een onbekende uit te lenen?’
Jaap had toen ‘tja’ gezegd.

Een week later was Jaap naar de binnenstad gefietst voor de dagelijkse boodschap drugs. Camera’s registreerden hem in het stadscentrum. Toen Jaap een half uurtje later weer thuiskwam, stond er een vreemd figuur in zijn huis te gillen dat-ie was beroofd.

Toch niet nog een keer? Jaap kan het zelf bijna ook niet geloven. Overkomt hem weer, hij die nooit eens geluk heeft, maar levenslang pech.

Jaap vertelt aan de rechters dat hij niets weet van seksadvertenties op speurders.nl waarin mannen worden opgeroepen naar zijn woning te komen voor blote vrouwen en stout plezier. Volgens de officier van justitie waren de advertenties valkuilen. Met die advertenties lokten ze lafhartig mannen met de bedoeling hen te beroven. In de woning wachtte niet een plezierige vrouw, maar een grommende hond, een pitbull.

Jaap zegt dat het geen pitbull was, maar een 17-jaar oude Stafford, eentje die geen vlieg kwaad doet. En verder wijst hij naar de man die naast hem in de verdachtenbank zit. Het is de man aan wie hij zijn woning voor even had uitgeleend.

Deze man lacht hard en haalt de schouders op, zegt dat hij op vakantie was in Groningen, dat hij directeur is, een aardige jongen bovendien, dat hij verschillende woonplaatsen heeft in Europa, lacht nog een keer, zegt dat hij veel geld verdient met hard werken in de autohandel, dat mensen vooral financieel misbruik van hem maken, een mens als Jaap bijvoorbeeld en dat hij zenuwachtig is. Dat het daarom is dat hij steeds hardop moeten lachen op momenten dat er niets te lachen valt.

De lachman was nog maar net op vrije voeten na een lange detentie wegens afpersing en oplichting. Zijn strafblad is geen dik boek; het bestaat uit meerdere delen.

De officier van justitie ziet in hem ook de kwaaie genius en in Jaap de man die zijn woning beschikbaar stelde om een en ander mogelijk te maken. Voor een habbekrats en voor zijn dagelijkse boodschap in de binnenstad. De strafeis tegen de lachman: twee jaren achter de tralies. Jaap hoort anderhalf jaar cel eisen, waarvan er zes maanden voorwaardelijk mogen.

De rechters hebben gewikt en gewogen, want dat doen rechters. Na twee weken waren ze eruit: vrijspraak voor zowel Jaap als de lachman. De rechters zeggen dat ze niet twijfelen aan de verklaringen van de twee slachtoffers die in de val waren getrapt, maar dat uit het dossier niet kan worden opgemaakt wie de valse advertentie had geplaatst. En verder blijft onduidelijk wie wat wel en wie wat niet heeft gedaan.

Beginnen met een lelijke achterstand, een ongeloofwaardig verhaal moeten vertellen en dan toch onschuldig eindigen. Het kan dus wel.

Rob Zijlstra

voor op- en aanmerkingen: e-mail naar rob z 

update – 11 januari 2018 – uitspraken
Te veel onduidelijkheden ook bij Sjim en Sjam. Ook zij zijn vrijgesproken.

Orlando Volkerts

in memoriam

De in Paramaribo, Suriname, geboren strafrechtadvocaat Orlando Bernhard Volkerts was een markante persoonlijkheid in Groningen. Hij is op 72-jarige leeftijd overleden.

Orlando, Lando voor vrienden, had zeg maar een eigen stijl, eentje die nogal afweek van hoe zijn confrères verdachten bijstonden. Lando maakte lawaai, verfrommelde ten overstaan van de rechters bewijsstukken tot papieren propjes en in zijn ogen daarmee tot niets, hij walste met wapperende toga en grootse armgebaren van links naar rechts, bokste zich door het juridische metier heen. In de rechtszaal was hij niet te evenaren.

Soms was zijn optreden hilarisch. Soms ging hij net iets te ver.

Hilarisch werd het toen hij een grote horecaondernemer uit Oost-Groningen bijstond. De ondernemer werd beticht van zware mishandeling. Met een barkruk zou hij een vervelende klant zijn tent hebben uitgeslagen. Volkerts kwam de rechtszaal binnen met die zware barkruk die hij vanuit Winschoten had laten aanvoeren.

Hij verhaalde dat als een grote man met een massieve barkruk om zich heen slaat, de kans bijzonder groot is dat een slachtoffer dit niet overleeft. En nu het slachtoffer slechts een paar schrammetjes heeft opgelopen, is slechts één conclusie mogelijk: er is niet met een barkruk geslagen. Vrijspraak.

Soms betichtte Volkerts het Openbaar Ministerie van racisme. Zijn schuldige cliënten vonden dat dan prachtig – Lando durft dat toch maar eventjes te zeggen – maar heel sterk waren deze aantijgingen doorgaans niet. Dat wist Volkerts ook wel. In een interview in 2001 met deze krant zei hij: ‘Ik was brutaal, soms overenthousiast, niet altijd even tactvol. Maar dat is het aard van het beestje.’

De politie houdt niet van Lando, klaagde hij wel eens. En ook dat begreep hij. Tegen de krant: ‘Een strafrechtadvocaat die zijn werk goed doet, daar kan de politie ook niet van houden.’  Volkerts was een luis in de pels van het politie- en justitieapparaat. Inderdaad, niet altijd even tactvol, maar hij hield de boel wel wakker.

Schermafbeelding 2017-12-19 om 19.20.10

Het ging mis. Er was drank, te veel drank en er waren drugs. Hij werd opgepakt en belandde voor twee weken zelf achter de tralies. De zaak werd geseponeerd, dat wel, maar het zou het einde betekenen van zijn advocatenpraktijk die hij zeventien jaar met veel passie had gehouden in een chaotisch kantoortje aan de Grote Markt. Hij werd van het tableau geschrapt.

Op een dag belde hij, met de mededeling dat hij ouder was geworden, maar vooral ook ‘ietsje wijzer’. Dat er geen geld meer was. Lando wilde weer pleiten. Hij miste het vak, hij miste zijn jongens, zijn cliënten. En misschien ook wel die nare officieren van justitie en die rotagenten. Hij miste de rechtszaal, het podium waar hij zijn ding deed. De terugkeer mislukte en Lando verdween uit beeld. Soms kwam er een teken van leven, meestal een teken dat erop wees dat het niet zo goed ging.

Voordat hij als advocaat ging werken was Orlando Volkerts betrokken bij het maatschappelijk werk binnen de Surinaamse gemeenschap en was hij actief betrokken bij voetbalvereniging Mamio.

Orlando Volkerts is op 30 november overleden en op 4 december op De Stille Hof in Hoogezand begraven.

r.z.

Op zaterdag 27 januari 2018  speelt voetbalvereniging Mamio een wedstrijd ter nagedachtenis van Orlando Volkerts (13.00 uur)

dagblad van het noorden, 2006 / foto: kees van de veen

Opvlammende paranoia

Misdrijven laten zich vrijwel niet met elkaar vergelijken, laat staan de strafzaken die er doorgaans achterweg komen. Verleidelijk is het wel. Want waarom wordt de ene moord met achttien of dertig jaar bestraft en een andere met tien? Waarom kreeg Albert er maar vijf, terwijl zijn daad in de ogen van het Openbaar Ministerie toch een kapitaal delict was, het zwaarste misdrijf dat het wetboek van strafrecht kent?

wat staat er aan het einde van dit verhaal?

Aan het einde van dit verhaal staat niet het antwoord. Daar staat iets anders.

Strafmaten – de hoogte van straffen – hebben te maken met de tijdgeest. Er is een tijd geweest dat vrijwel ieder levensdelict werd afgedaan met een relatief lage gevangenisstraf, maar steevast in combinatie met een oneindige terbeschikkingstelling (tbr/tbs). Dat is nu, andere tijd, anders, misschien wel net andersom. Omdat we dat nu weer beter vinden.

De hoogte van de straf heeft te maken met duizend dingen en met de verdachte. Albert, een geboren Amsterdammer van 52 jaar, is een man met een verstandelijke beperking, die kampt met aanpassingsstoornissen, met een verslaving aan alcohol en cocaïne en er is – bij vlagen – sprake van paranoïde psychoses.

Hij werkte 27 jaar en 9 maanden bij de ING-bank. Toen de banken zichzelf en de rest van de wereld in een crisis stortten, moest Albert op zoek naar ander werk dat er niet was. In het kader van meedenken kreeg hij 100.000 euro van misschien wel uw bank cadeau.

Met dat geld stortte hij zich vol overgave in het Amsterdamse criminele milieu. Dat wil zeggen, hij werd daar afnemer. Na een tijdje was al het geld op en was de verslaving aan drugs en alcohol een akelig feit. ‘Ik was van mijn rots gevallen’, zegt hij in de rechtszaal. ‘Zelfs mijn vreugde ging gepaard met drank en drugs.’

In het Pieter Baan Centrum hadden ze goed naar Albert gekeken. Gedragswetenschappers concludeerden: best een aardige man, maar zijn draagkracht is beperkter dan je zou denken. Het eindoordeel van de observatiekliniek: hij is sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Dat scheelt doorgaans flink in de strafmaat.

Op foto’s die hij plaatste op Facebook zie ik dat hij van rare vissen houdt en dat hij een beetje op Messi lijkt. Hij ging een keertje samen op de foto met Ronald Koeman, zijn arm om de schouder geslagen.

Hij zat eens vast op een Amsterdams politiebureau in verband met drugs. In een verklaring die hij moest ondertekenen stonden allemaal namen. Albert wilde niet tekenen, hij was een beetje bang want in het Amsterdamse milieu weet je het maar nooit. In de rechtszaal: ‘Ik was bang voor de negatieve gevolgen. Dat gaf veel onrust. Ik voelde me toen niet meer fijn in Amsterdam, niet meer veilig.’

Hij sloot niet uit dat er ergens een samenzwering bestond, een complot, aangevoerd door de politie waar hij het slachtoffer van moest wezen.

Op een feestje op de eerste dag van 2016 kwam hij Joke tegen, Joke Hendriksen, een leuke vrouw uit Veendam, ver weg ook van zijn Amsterdam met haar negatieve gevolgen. Albert ging na het feest met Joke mee en bleef direct een week om haar beter te leren kennen. Het begon dus leuk.

Achteraf wordt gezegd dat ze een ingewikkelde en moeizame relatie hadden, met veel ruzies en gedoe over zijn drugs- en drankzucht, maar dat er ook mooie periodes waren. Tegen de drie rechters zegt Albert: ‘In grote lijnen hadden we het fijn.’

Op een dag is het 15 december 2016. In Londen wordt op die dag een akoestische gitaar waar Jimi Hendrix ooit op speelde verkocht voor 250.000 euro. In Veendam eten Albert en Joke op die dag spareribs. Ze hebben het gezellig, maar het gaat mis. Hij vindt dat Joke te hard praat. Waarom doet ze dat? Neemt ze soms dingen op met haar laptop? Zit Joke ook in het complot?

Joke zegt: ‘Hou toch eens op met je gezeur.’ Ze is er flauw van. Of Albert wil oprotten. Ze is klaar met hem. Albert vertrekt, hij stapt in de auto en gaat. Stukje rijden, zoals mannen dat doen.

Hij heeft twee flessen whisky bij zich die na een tijdje half leeg zijn waardoor hij niet meer kan rijden. Hij meldt zich bij Jehovah’s Getuigen die een gebouwtje huren in de straat waar Joke woont. De Getuigen proberen te bemiddelen, maar Joke wil ‘m niet meer. Hij belandt bij Hotel Parkzicht, maar daar zitten ze niet te wachten op gasten die al meer dan genoeg hebben gedronken.

 

De politie wordt gebeld. Het is december, buiten is het koud, wat te doen met de dronken man die geen plek heeft voor de nacht? De agenten denken praktisch: Joke.

Hoe het is gegaan, wordt in de rechtszaal niet tot in detail verteld. Agenten brengen hem terug en Joke zou hebben verzucht: ‘Leg ‘m dan maar op zolder.’

De volgende ochtend steekt hij haar neer. Tegen de rechters zegt Albert dat ze weer woorden kregen, over zijn gedrag. Dat hij haar vastpakte toen ze naar de voordeur liep. Dat zij met waxinelichtjes naar hem gooide. Dat hij haar toen van achteren vastpakte, dat hij met zijn knie door het raam naast de voordeur knalde, dat ze samen achterover vielen, dat hij toen een black-out kreeg.

Als hij weer helder is, ligt Joke naast hem, dodelijk gewond. Hij heeft meststeken in de borst, zelf toegebracht. Hij stuurt een sms-bericht naar een vriend: ‘Het hoeft voor mij niet meer.’

Rechter: ‘Geeft u toe dat u haar heeft gestoken?
Albert zegt niks: ‘…’
Rechter: ‘Of heeft een ander het gedaan?’
Albert, zachtjes: ‘We waren met z’n tweeën.’

De gedragsdeskundigen rapporteerden dat er sprake moet zijn geweest van een ‘ontknoping van opvlammende paranoia’. En van een ‘agressiedoorbraak’ met een ‘sterk ingeperkte keuzevrijheid’.

Hij belt om twintig over elf die ochtend 112. De politie vindt hen, Joke bewegingsloos, bij Albert bewegen alleen de ogen. In zijn bebloede hand een aardappelschilmes. Joke Hendriksen, 48 jaar, sterft die middag om vijf minuten over een in het ziekenhuis.

Moord, want voorbedacht, praat het Openbaar Ministerie: 5 jaar celstraf en een tbs met voorwaarden.
Doodslag, want in een gemoedsopwelling, oordelen de rechters: 5 jaar celstraf en een tbs met voorwaarden.

Het is van de 65 levensdelicten in de afgelopen twaalf jaar in Groningen de laagste straf – zowel qua eis als opgelegd.

Waarom?
Waarom brachten die agenten hem terug naar Joke?

Rob Zijlstra

het vonnis

Michael de Vrieze – patstelling

27/12 – met update: vrijspraak

Het strafproces rond de in 2010 spoorloos verdwenen schaker Michael de Vrieze uit Burum krijgt vandaag bij het gerechtshof in Leeuwarden opnieuw een bijzondere wending

Wat staat er op de rol van het hof?

Op de rol van het hof staat de strafzaak tegen de 39-jarige Cafer G. die in 2013 twaalf jaar celstraf kreeg wegens doodslag. Cafer G. zou in 2010 Michael de Vrieze met geweld om het leven hebben gebracht. Het kan niet anders dan dat zo is en het kan niet anders dan dat Cafer G. de dader is, oordeelde de rechtbank in Groningen.

Het lichaam van slachtoffer Michael de Vrieze is tot op de dag van vandaag spoorloos.

Er zijn maar weinig strafzaken die een zo merkwaardig verloop hebben als deze zaak. Cafer G. is na de veroordeling door de rechtbank en in afwachting van het hoger beroep het land uitgezet. Vanwege de veroordeling is Cafer G. – geboren in Nederland, maar met de Turkse nationaliteit – tot een ongewenste vreemdeling verklaard. Ook kreeg hij een inreisverbod: hij mag Nederland niet meer in.

Dit laatste botst met het recht aanwezig te mogen zijn bij je eigen strafzaak.

aanwezigheidsrecht

Cafer G. ontkent iets met de dood dan wel vermissing van De Vrieze te maken te hebben. Hij heeft te kennen gegeven dat hij aanwezig wil zijn bij de behandeling in hoger beroep. Van dit recht kan hij nu door toedoen van de overheid geen gebruik maken. Een patstelling.

Het ligt nog een stukje complexer.

Dat Michael de Vrieze in 2010 om het leven is gebracht, acht de rechtbank bewezen. De in Burum woonachtige De Vrieze zou in een woning aan de Jupiterstraat in Groningen zijn vermoord. Dit wordt aangenomen op basis van het vele bloed dat in de woning is aangetroffen. Dat er sprake is geweest van veel bloed was destijds een constatering van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Maar dan gebeurt er iets raars.

Ter voorbereiding van het hoger beroep gelast het gerechtshof nader onderzoek naar het bloed. En wat blijkt? ‘Veel bloed’ blijkt bij nader inzien ‘weinig bloed’. Zo weinig (het bodempje van en borrelglaasje) dat het hof meent dat niet meer voor de volle honderd procent kan worden gesproken van een misdrijf.

Het hof verbindt aan deze nieuwe constatering ook consequenties: de tot twaalf jaar cel veroordeelde Cafer G. mag de gevangenis verlaten om de behandeling in hoger beroep als vrij man – maar nog wel als verdachte – af te wachten.

Twee dagen na dit besluit is G. het land uitgezet. Naar Turkije, een land dat geen onderdanen uitlevert. Het land ook waar Cafer G. kort na de verdwijning van Michael de Vrieze met enkeltje naar toe was gegaan. Gevlucht, aldus het OM.

Nederland heeft destijds nogal wat moeite gedaan om hem als verdachte in handen te krijgen. Toen G. vanuit Turkije naar Moskou reisde, werd de politie getipt. Op verzoek van Nederland werd G. in Moskou gearresteerd en na drie maanden uitgeleverd.

De grote vraag is of het gerechtshof de strafzaak vandaag inhoudelijk kan behandelen. Het Openbaar Ministerie lijkt te vinden van wel. Dat Cafer G. niet naar Nederland kan komen, is volgens het OM zijn eigen keuze. Bovendien kan G. zich laten vertegenwoordigen door een advocaat.

Cafer G. werd bijgestaan door advocaat Jac. Taekema. De raadsman heeft het gerechtshof laten weten dat hij zich onttrekt aan de zaak. ‘Het aanwezigheidsrecht van mijn cliënt wordt niet gerespecteerd. Dan kan ik, in zijn belang, niet anders doen dan de verdediging neerleggen’, aldus Taekema

Een patstelling binnen een patstelling.
Hoe verder?

Rob Zijlstra

update – 27 december 2017
Cafer G. vrijgesproken – bevindingen NFI geven doorslag

arrest

 

 

update – 13 december 2017 – patstelling doorbroken
Het hof heeft woensdagochtend besloten dat de strafzaak bij verstek behandeld kan worden. Het belang van Cafer G. om bij zijn strafzaak aanwezig te zijn, weegt niet op tegen het belang dat de samenleving heeft bij een voortgang van de zaak, zo luidde na beraad het oordeel.  Er werd uiteindelijk 12 jaar celstraf tegen Cafer G. geëist. Uitspraak op 27 december. Zie voor meer: dagblad van het noorden

 

 

 

Meelezende juristen wezen mij op bovenstaande uitspraak van belang

 

 

overzicht

michael de vrieze

11 april 2010
Michael de Vrieze (45) wordt voor het laatst in leven gezien in het Fair Play-casino in de Euroborg, Groningen.

12 april 2010
De auto van Michael de Vrieze wordt geflitst bij de brug in Noordhorn, de bestuurder is niet De Vrieze, zo is op de flitsfoto te zien.

16 april 2010
Met de pinpas van Michael de Vrieze wordt geld opgenomen. Kort daarvoor is ingelogd op de computer van De Vrieze in zijn woning in Burum. Cafer erkent dat hij daar is geweest. Om de katten eten te geven, zegt hij.

17 april 2010
Cafer G. vliegt naar Turkije (enkeltje) waar hij een bedrijfje heeft (entertainment in hotels).

december 2011
Cafer G. reist naar Moskou. Turkije tipt Nederland. G. wordt in Moskou aangehouden.

cafer g.

28 maart 2012
Cafer G. wordt uitgeleverd aan Nederland

1 juni 2012
Openbaar Ministerie looft een beloning van € 10.000 – uit voor de gouden tip die kan leiden tot het vinden van het lichaam van De Vrieze.

10 januari 2013
Het Openbaar Ministerie eist 10 jaar celstraf tegen Cafer G. wegens doodslag.

24 januari 2013
De rechtbank in Groningen veroordeelt Cafer G. tot 12 jaar cel wegens doodslag. G. gaat in hoger beroep.

14 juli 2015
Cafer G. wordt in vrijheid gesteld op last van het hof (geen ernstige bezwaren meer) na uitkomst van het nieuwe onderzoek naar bloed in de woning waar De Vrieze om het leven zou zijn gebracht. G. wordt afgeleverd in Turkije. Hij krijgt als ongewenste vreemdeling ook een inreisverbod van de IND.

13 december 2017 
Inhoudelijke behandeling hoger beroep. Het Openbaar Ministerie vindt dat strafzaak kan worden behandeld zonder de aanwezigheid van Cafer G. Advocaat Jac Taekema legt de verdediging neer (hij onttrekt zich) omdat Openbaar Ministerie het aanwezigheidsrecht niet wil respecteren. Het OM eist 12 jaar cel wegens doodslag.

27 december 2017 
Hof spreekt Cafer G. vrij.

 

eerdere artikelen op dit blog

raadsels zonder lijk – 9 januari 2013

michael de vrieze 1 – 14 juli 2015

michael de vrieze 2 – 17 juli 2015

foetsie – 10 feb 16

 

Maffiadraadje

Een wereld van verschil? De officier van justitie vindt dat er sprake is van een gewapende overval. Een loepzuivere. De 43-jarige Anil uit Groningen baalt daar ontzettend van. Niet alleen omdat hij de verdachte is, maar vooral ook omdat het volgens Anil helemaal niet gaat over een overval. Wat wel? ‘Een poging een zakelijk conflict op te lossen.’

Hoe zien de rechters dat?

Ik zie de rechters heel even denken: jaa-ja.

Ze vragen: ‘Maar waarom dan in de nacht?
Anil: ‘Nou, dat zijn normale werktijden voor taxichauffeurs.’
Rechters: ‘Oh. En waarom op een afgelegen plek, op een sportpark?’
Anil: ‘Omdat ik wilde dat we even rustig konden praten. Bovendien, wat is afgelegen? Een weiland bij Enumatil, dat is afgelegen.’

Het ziet er niet zo best uit voor Anil en ook niet voor de drie medeverdachten, hoewel ook zij er geen misdaad in zien. Het was meer een vriendendienst. En achteraf was het ook een beetje dom. Maar het was zeker geen artikel 310 dat (sinds 1881) bepaalt dat het verboden is enig goed dat aan een ander toebehoort weg te nemen met als oogmerk het zich toe te eigenen. Nooit.

In de nacht van 25 op 26 april van dit jaar wordt een taxi besteld bij de voetbalvelden van Gruno en Lycurgus, aan de Zilverlaan in Groningen. Als chauffeur Maarten arriveert, ziet hij in het donkerte eerst niemand. Maar dan plots zitten er twee mannen op de achterbank, eentje met een mes in de hand, de ander met een draad die hij om hals van de chauffeur legt en aantrekt. Zoals nietsvermoedende mannen in maffiafilms worden vermoord, zeg maar.

Een derde man gaat naast chauffeur Maarten zitten en grist de autosleutel uit het contact. Ook ontfermt hij zich over de mobiele telefoon van de chauffeur want het is niet de bedoeling dat er uitgerekend nu, in deze benauwde situatie, gebeld gaat worden. De derde man zegt tegen de chauffeur dat er iemand is die graag een praatje wil maken.

De chauffeur kan met de draad om de hals geen kant op. Dat moet ook niet. De mannen op de achterbank zeggen op ernstige toon dat Maarten er rekening mee moet houden dat ze hem gaan doodschieten.


De man van het maffiadraadje op de achterbank is de 38-jarige Salim uit Veendam. Hij had acht jaar bij de luchtmobiele brigade gediend, de eed afgelegd op alles wat goed en rechtvaardig is, hij had huisje, boompje, beestje. En nu dit. Zegt: ‘Dat van dat draadje was geen geweld. Ik trok met beleid, niet met kracht. Om meneer in bedwang te houden. Zodat hij niet ineens gas zou gaan geven opdat wij met z’n allen tegen een boom zouden belanden.’ Salim heeft een nieuwe baan en hoopt dat zijn werkgever hem wil houden.

Vinay, 36 jaar uit Groningen, de man met het mes, zegt dat hij sowieso spijt heeft. Dat het sowieso niet had mogen gebeuren. Hij had het sowieso ook allemaal niet verwacht, al helemaal niet dat ze de taxi zouden meenemen. ‘Het was best heftig, geen dingen die je dagelijks doet of zo.’ Waarom hij meedeed? ‘Tja, waarom? Goeie vraag.’

Adriaan, 26 jaar en ook uit Groningen, zegt dat hij zijn vriend Anil een dienst bewees omdat hij heel naïef is. Zegt: ‘Ik had geen kwade bedoelingen.’ Waarom hij tie-rips had meegenomen? Omdat de chauffeur misschien wel gewapend zou zijn. Dan had hij het wapen ergens aan vast kunnen maken. De rechters moeten weten dat er al eens een vriend van hem is vermoord. ‘Ik zou me heel schuldig voelen als dat weer zou gebeuren en ik er niets aan zou doen.’

Vinay had de taxi besteld. Daar was over nagedacht. Het telefoonnummer was gekoppeld aan een prepaid, dus niet aan een naam. Maar telefoontoestellen zijn dikke verraders. Want de politie wist te achterhalen dat de simkaart bij een benzinestation was gekocht. Met hulp van de administratie van de shop werd de dag en het tijdstip van de aankoop achterhaald. Nu hoefde de politie alleen nog maar de camerabeelden van die dag en dat tijdstip te bekijken. En wat? Ze zien Vinay die de simkaart koopt.

Tot zover de overval. Nu het zakelijke conflict.

Anil zegt dat taxichauffeur Maarten zich heeft bezondigd aan een professionele oplichtingstruc. Tegen de rechters: ‘Want zo noem ik het. Een overval vind ik ongepast.’

Anil vertelt dat hij twee auto’s aan chauffeur Maarten had verkocht, een Audi en een Mercedes voor 8.500 euro met 2.500 euro korting omdat er een storing in het abs zat. De Audi was betaald, maar de Mercedes niet. En nu heeft – zegt Anil – die oplichter van een Maarten die Mercedes dus op een andere naam laten zetten, op naam van zijn zoon en dan kan hij – Anil – dus geen beslag leggen. Wat hij kan is fluiten naar z’n geld.

Hij had van alles geprobeerd. Hij was bij Maarten thuis geweest om erover te praten, over een eventuele betalingsregeling, hij was bij de politie geweest, bij het Juridisch Loket voor wijze raad. Dat had allemaal niet geholpen.

En dus is het gegaan zoals het is gegaan. Anil had een paar vrienden gevraagd voor de ondersteuning. Vooraf was afgesproken dat er geen geweld zou worden gebruikt. Anil: ‘Maarten is een oude man van 62, geweld wil je dan niet. Ik ben niet een gewelddadig mens.’

Op de achterbank had Maarten papieren getekend en daarna hadden ze de auto meegenomen en geparkeerd in de garagebox van Salim. Anil zegt dat het achteraf anders had gemoeten, want het was voor Maarten best wel een bedreigende situatie. Zegt: ‘Natuurlijk was het dat. Maar hoe anders dan? Ik had hem waarschijnlijk die auto cadeau moeten doen.’

Anil zegt tegen de rechters dat hij voor de hele situatie verantwoordelijk is. ‘Ik heb de jongens gevraagd mij te helpen. De consequenties zijn ook voor mij.’

Maar daar denkt de officier van justitie even gigantisch anders over. Adriaan en Vinay mogen boeten met allebei twee jaar celstraf, Samir en z’n maffiadraadje met 26 maanden, steeds acht maanden voorwaardelijk. En Anil? De officier van justitie: ‘Hij is de eigenaar van het probleem: dertig maanden gevangenisstraf, tien voorwaardelijk.’

Zakelijke conflicten los je via het civiele recht op.
Dit is strafrecht, dat lost niets op.
Inderdaad, een wereld van verschil.

Rob Zijlstra

update – 15 december 2017 – uitspraken
Van taxichauffeurs blijf je af, zei de rechter toen de ze vonnissen voorlas. De opgelegde straffen vielen lager uit dan de eisen van het Openbaar Ministerie. Aan de taximan Maarten moeten ze samen 4.000 euro betalen. En die 320 euro uit de portemonnee. Wil Maarten meer, dan moet hij naar de civiele rechter.

Anil
eis: 30 maanden waarvan 10 voorwaardelijk
vonnis: 360 dagen waarvan 120 voorwaardelijk + werkstraf van 240 uur

Samir
eis: 26 maanden waarvan 8 voorwaardelijk
vonnis: 360 dagen waarvan 120 voorwaardelijk + 180 uur werkstraf

Vinay
eis: 28 maanden waarvan 8 voorwaardelijk
vonnis: 364 dagen waarvan 180 voorwaardelijk + 180 uur werkstraf

Adriaan
eis: 24 maanden waarvan 8 vorwaardelijk
vonnis: 323 dagen waarvan 180 voorwaardelijk + 120 uur werkstraf