Uitgelicht

12 juni 2021
Tintelingen

nieuw rechtbankverhaal |

De afgelopen twee jaar kwamen in Groningen vier mensen op een gewelddadige manier om het leven waarbij de dader een verward persoon was. In de rechtszaal zijn mensen met verward gedrag flink vertegenwoordigd. Het verhaal van de man met tintelingen in het hoofd is er eentje uit de categorie triest en treurig → tintelingen [premium]

29 mei 2021 | Niet de wet of de rechter bepaalt wat goed en of kwaad is, dat doet de tijd. Het idee dat het helpt om mensen die kwaad hebben gedaan voor korte of langere tijd op te sluiten, is een gedachte van nu. Ooit verzinnen we weer iets anders, want de tijd is nooit steeds hetzelfde → de toekomst

de laatste  14 verhalen:

rap en werkelijkheid | over messen
veel nog onduidelijk | over els slurink
abstract ding | over de minister
de zwijgende waarheid | over het meest eerlijke
de moeder van Lars | over een drama in de familie
de hoody | over Henk S.
het schoolvoorbeeld | over sloom strafrecht
kladderige mannen | over wat nooit went
onwaarschijnlijke waarheid | over een veelpleger
de strafbare dader | over noodweer
Mama Afrika, papa Europa | over een moeder
het rommeltje | over de prioriteiten van hennep
slechte mensen | over slecht doen en slecht zijn
de media | over dat je niet alles moet geloven

De toekomst

In de verdachtenbank van zittingszaal 14 zit een sjofel geklede man die 10 jaar ouder lijkt dan de 45 die hij net is geworden. De woorden die hij spreekt zijn grauw, zijn zonder glans. Als de rechters iets voor hem kunnen doen, mompelt hij met het hoofd gebogen, dan graag. En anders maar niet.

Is zijn naam Hassan? Is goed. Of is het Murad? De rechters bladeren door de papieren. Wat de rechters maar willen, klinkt het vermoeid. Het maakt hem niet uit. Hij is een man van niks. Hij heeft geen adres of plek om te zijn, laat staan om te wonen. Zelfs voor de bed-bad-brood-regeling, de soberste opvang, komt hij niet in aanmerking. Wat doet een naam ertoe als je toekomst al is afgelopen?

De man heeft vlees gestolen bij een filiaal van de Jumbo in Groningen. Klopt, zegt hij als de rechters hem vragen of het waar is. Het was in 5 jaar tijd winkeldiefstal nummer 11. Hij kreeg al eens de straf die voor mannen als hij is bedacht: twee jaar detentie met zorg om daarna weer fris en fruitig deel te kunnen nemen aan de samenleving.

Dit hangt deze man nu weer boven het hoofd, weer twee jaar detentie. Aan het einde zal hij niet fris en fruitig terugkeren. Vanwege zijn status mag hij niet aan onze samenleving deelnemen. Na twee jaar detentie met zorg wacht hem opnieuw een leven op straat.

Wat deze verdachte anders maakt dan veel van zijn lotgenoten is dat hij niet verslaafd is aan drugs of alcohol. Hij steelt als hij honger heeft. Wie leeft moet soms ook een beetje eten. We hebben er een naam voor bedacht: overlevingscriminaliteit.
Nog niet zo lang geleden zouden we hem gewoon een ordinaire dief hebben genoemd en hem brandmerken om herhaling te voorkomen. Hielp het niet, dat brandmerken, dan wachtte de galg. De galg hielp wel, want wie bungelt kan niets stelen.

Dat we een tikkeltje beschaafder zijn geworden heeft met het verstrijken van tijd te maken. In 1860 werd in Nederland de laatste doodstraf voltrokken, zes jaar daarvoor waren de lijfstraffen afgeschaft. In de plaats kwamen vrijheidsstraffen, te ondergaan in gebouwen die we gevangenissen en huizen van bewaring noemden en die aan het einde van de 19de eeuw als paddenstoelen uit de grond schoten. Heel aangenaam werd het niet, want het lot van de gestrafte diende miserabel te zijn.

De tijd brengt doorlopend nieuwe opvattingen over wat rechtvaardig is. Of billijk of fatsoenlijk. Of beter of mooi.

Afgelopen week diende in de rechtbank van Groningen een bijzondere zaak bij de bestuursrechter. Dat is weliswaar geen misdaad en straf, maar wel recht.

Er stonden twee partijen tegenover elkaar. Aan de ene kant een advocaat van de gemeente Groningen, aan de andere kant twee leden van de Bond Heemschut. Ze hebben een verschil van inzicht, komen daar niet uit en nu moet de rechter helpen.
Het probleem heeft alles te maken met de tijd. Het zit zo: eind jaren tachtig van de vorige eeuw werd in Groningen groots gedacht en gedaan. De Gasunie had in 1987 de stad 25 miljoen (gulden) gegeven voor de bouw van een nieuw museum. Zes jaar later stond het er.

In die geest werd ook het stadhuis in Groningen onder handen genomen. De vermaarde kunstenaar Ruud van de Wint (1942 – 2006) kreeg in 1990 de opdracht kunst te maken van het plafond in het Groningse stadhuis. En zo geschiedde.
De tijd verstreek – welgeteld 30 jaar – en de gemeente bedacht ineens dat het goed, beter of gewenst zou zijn het stadhuis eens flink terug te brengen in de neoclassicistische stijl. Iemand keek omhoog en vroeg: wat doen we dan met het werk van Van de Wint?

Weg ermee, want het past niet bij de neoclassicistische stijl die de gemeente voorstaat, zei er een. Geen harmonie, vulde een ander aan. Wel zonde, mokte een derde. De gemeente dacht goed te doen door zichzelf een vergunning te verlenen waarmee het kunstwerk aan het oog kan worden onttrokken. Ze willen er een plafond onder timmeren.

De advocaat zei dat de gemeente er alles aan zal doen om het waardevolle werk goed te conserveren. Het idee is dat als we over een jaar of 30 jaar zijn uitgekeken op het neoclassicisme, omdat we dan weer anders denken, de plafondschildering opnieuw zichtbaar kan worden gemaakt.

De leden van de Bond Heemschut zijn tegen. Zij voeren aan dat het stadhuis een rijksmonument is en dus bescherming geniet. Dat het zo zit dat alles wat door de eeuwen heen met goed fatsoen aan het gebouw is toegevoegd deel gaat uitmaken van het monument en dus ook de bijbehorende bescherming dient te krijgen. Verstoppen is niet beschermen.

Bestuursrecht is ingewikkeld. Ik kijk naar buiten, naar de binnentuin van de rechtbank. Er is daar een vijver waarover ik eens las dat de oudbouw en de nieuwbouw van het gerechtsgebouw in het rustgevende water worden gespiegeld en zo samensmelten en dan als het ware een wisselwerking aangaan met de twee sculpturen van de al even gekende kunstenaar Thom Puckey (1948). De ene sculptuur is een opwaaiend doek van marmer, de ander een bronzen waterstraal die vanuit het niets op de grond uiteenspat. Het kunstwerk heet Splash.

Maar de vijver weerspiegelt helemaal niks. Jarenlang zat er zelfs geen water in en nu ligt het er maar een beetje shabby bij. Het opwaaiende doek hing altijd in de honderd jaar oude rode beuk die vorig jaar vanwege zwam uit voorzorg is neergehaald. Het kunstwerk ligt nu in delen al bijna een jaar afgepoeierd op de grond. Zou kunst wel in goede handen zijn bij de rechtbank?

De gedachten dwalen van de rechtbanktuin naar het jaar 2051. Dan is de tijd misschien wel van mening dat de plafondschildering van Ruud van de Wint in ere moet worden hersteld en dus weer zichtbaar moet worden.

Iemand zal zeggen: ,,Eindelijk, na 30 jaar.’’
Een ander zal uitleggen hoe het zover is gekomen. Dat we toen anders dachten, zo anders dan nu. Dat we toen, in 2021, bijvoorbeeld mensen die niets hadden, dakloos en soms hongerig waren en zonder coins, twee jaar opsloten in een gebouw omdat ze een halve kilo vlees hadden gestolen bij een supermarkt, dat was een winkel.
Die iemand: ,,Echt?’’
De ander: ,,Tja. Daar schamen we ons nu voor, maar in die tijd maakte niemand zich daar druk over, we vonden zoiets toen heel normaal.’’

rob zijlstra

UPDATE – uitspraak
Gelukkig zijn er rechters. De veelplegersmaatregel (ISD) is de man bespaard gebleven. De man is niet rechtmatig in Nederland, dan mag hij hier dus ook niet resocialiseren, is de redenering. Straf krijgt hij wel: 1 maand gevangenisstraf.  Hij zat ruim 3 maanden in voorarrest. Dat dan weer wel.

Rap en werkelijkheid

Landelijk heeft het niet heel veel aandacht gekregen, maar wat er recent in de rechtbank van Groningen gebeurde was bijzonder. De rechters besloten dat drie jeugdstrafzaken – die van de wet achter gesloten deuren moeten worden gehouden – in het openbaar moesten worden behandeld.

De advocaten waren tegen, want de wet. En hun cliënten, de verdachten, kwetsbare jonge mensen.
Van het Openbaar Ministerie had het ook niet zo gehoeven, alles in de openbaarheid.
Maar het gebeurde wel.

De rechters vinden dat iedereen moet weten wat er is gebeurd. Omdat wat er is gebeurd raakt aan een maatschappelijk probleem: aan het anno nu merkwaardige fenomeen, de totale gekkigheid, dat jongeren het vetnormaal vinden met messen rond te lopen, al dan niet geïnspireerd door drillraps.

Wat zijn drillraps?
Drillraps zijn onnavolgbare rapteksten die over geweld en het gebruik van wapens (messen) gaan en niet – zeg maar – over de liefde.

Tijdens de rechtszaak zei de officier van justitie een paar keer: ,,Het is griezelig hoe dicht de rap en de werkelijkheid bij elkaar liggen.’’

Wat er op 3 september 2020 in de schommelstoel op het schoolplein van basisschool De Vuurtoren aan de Vaargeul in Groningen is gebeurd is verschrikkelijk. Om kwart over elf in de avond werd daar de 19-jarige Chris Kalfsbeek doodgestoken. Zomaar en om niets.

Tijdens het proces kwam het aan de orde. Dat best wel veel mensen, jonge mensen, messen bij zich dragen. Best wel veel, heel veel, bijna iedereen, alle jongeren.

De 18-jarige verdachte Sven O.: ,,Er zijn heel veel jongeren met messen. Ik had een paar messen voor de sier. Op mijn kamer had ik ook drie zwaarden. Dat ik altijd een mes droeg is niet waar. Ik heb een mes gekocht toen ik hoorde dat iemand mij wilde neersteken. Maar ik had niet altijd een mes bij me, weet je. Niet als ik naar school ging of zo of naar mijn werk.’’

De logica van Sven O.: ,,Als je met een mes loopt, wil dat niet zeggen dat je ermee gaat steken. Je gebruikt een mes pas als iemand jou gaat steken. Toch?’’

Advocaat Martien de Groene zegt tegen de rechters dat ,,dit denkpatroon’’ – de logica van Sven – ,,niet uitzonderlijk is, maar een feit van algemene bekendheid”. De raadsvrouw: ,,In de buurt waar hij woont hebben alle jongeren een mes. Of ploertendoders, of boksbeugels of soms zelfs vuurwapens. Dat vindt Sven normaal.’’

Het is vandaag de dag een kwestie van jij of ik, van steken of gestoken worden.

Hoe griezelig gewoon dit wordt gevonden werd nog eens duidelijk toen op de telefoon van een van de verdachten een notitie werd aangetroffen van een rap die gaat over het doodsteken van iemand, op een manier die ruim een maand later ook daadwerkelijk gebeurt. Het was daarom dat de officier van justitie bleef zeggen hoe griezelig dicht de rap en de werkelijkheid bij elkaar liggen.

Dat alle jongeren messen dragen, kan overigens niet waar zijn. Chris Kalfsbeek was bijvoorbeeld geen jongen die messen droeg. Sven O. dichtte hem dat in zijn denkpatroon wel toe. Hij was die avond op Chris afgelopen om hem ,,voor zijn bek te slaan’’.

Maar plots zag hij, dacht hij te zien, dat Chris een move maakte, een zekere beweging. In een nanoseconde werd deze move omgezet in een signaal dat de nog niet volgroeide hersenen van Sven bereikte. Het brein waar de cannabis al flink huis had gehouden stuurde het signaal supersnel door naar de linkerarm die daarop een stekende beweging maakte.

Het was hij of ik, zei Sven O.
De officier van justitie: ,,Het is moord.’’

Een diepe steekwond in de buik werd Chris fataal. Sven had er geen woord bij gesproken. Hij was weggerend en thuis had hij het moordwapen direct schoongemaakt want hij wilde geen bloed aan zijn mes. Hij had met de medeverdachten daarna nog een biertje gedronken, even overwogen terug te gaan om te kijken hoe zijn opponent eraan toe was, maar was gaan slapen toen hij via het nieuws vernam dat Chris was overleden. Tegen de rechters: ,,Ik wist wel dat ze me de volgende dag zouden pakken.’’ Hij sliep slecht die nacht, dat dan nog wel.

Sven was op dat moment nog maar 17 jaar. Toen hij de afgelopen week de rechtszaal binnenkwam, schrok ik even. Ik zag geen bruut, geen kwaad, ik zag een vriendelijk ogende jongeman met het kind nog in het gezicht. Hij had de zoon van iedereen kunnen zijn.

Dat geldt ook voor medeverdachte Iwan die niets had gedaan maar er wel bij was geweest. Iwan was er altijd bij. Ook Iwan had messen. Dat wist iedereen, zeiden anderen. Vlindermessen, klapmessen. Die lagen standaard onder de buddyseat van zijn scooter.

Chris zou een oogje op Machella, het vriendinnetje van Sven, hebben gehad. Machella zei tegen Sven dat Chris haar lastig viel. Dat hij haar stalkte. Daarom wilde Sven Chris slaan, daarom maakte Machella een afspraak met Chris op het schoolplein.

Machella had, zei de advocaat, tegen haar jaloerse vriendje Sven gezegd dat hij alles mocht doen met Chris, maar dat hij hem niet mocht steken. De officier van justitie zegt dat Machella het net eventjes iets anders zei. Sven mocht alles met Chris doen. ,,Maar je mag hem niet steken waar ik bij ben.’’

Het is mede hierom dat niet alleen Sven, maar ook Machella wordt beschuldigd van moord. Haar rol is even slecht als die van Sven. Dat zij niet diegene is geweest die heeft gestoken doet daar niet aan af, is de stelling van de officier van justitie.

De drie jonge verdachten stonden een voor een terecht. Zo kwam het dat de ouders van Chris Kalfsbeek driemaal in de rechtszaal hun verhaal vol verdriet, machteloosheid en boosheid aan de rechters moesten vertellen. Zij deden dat groots. Wat zij zeiden, raakte. Niet alleen aan de perstafel, ik zag de moeder van Iwan huilen, ik zag de ouders van Machella en van Sven ongemakkelijk worstelen, tot tranen toe.

Ik zag een huilende Machella, ik keek naar een hevig geëmotioneerde Sven O. Eerst zo stoer, nu trillend als een rietje. Alsof hij pas in de rechtszaal besefte wat hij heeft aangericht. Met zijn kindergezicht vol tranen perste hij er een gesmoord ‘het spijt me zo’ uit.

Ik dacht, die fucking drillraps en de werkelijkheid zouden nog veel en veel dichter bij elkaar moeten liggen. Dus niet alleen moeten gaan over stoer en messen, maar ook over de bijbehorende ellende, de pijn, het verdriet. Over zinloos.

Rob Zijlstra
dit verhaal is op 22 mei 2021 gepubliceerd in Dagblad van het Noorden

Veel nog onduidelijk

Het is vrijdagmiddag, FC Groningen moet spelen tegen NAC. In de binnenstad is het onrustig, de donkerblauwe busjes van de mobiele eenheid (ME) rijden af en aan. Op de Europaweg worden arrestaties verricht na een melding dat mannen vanuit een wit bestelbusje met bierblikken naar auto’s gooien. Op de Grote Markt zijn opstootjes, in café De Drie Gezusters wordt stevig geknokt. Op de Klaprooslaan bij het Oosterparkstadion voert de ME charges uit, agenten worden bekogeld met stenen.

In deze setting komt bij de politie een melding binnen dat in een woning aan het Van Brakelplein in Groningen het lichaam is gevonden van een vrouw. Vermoedelijk, meldt de politie, door een misdrijf om het leven gekomen.

Ik ben dan stadsverslaggever. Er staan voor mij die middag, 21 maart 1997, nog twee bezigheden op het programma. Ik moet die rellen een beetje in de gaten houden en daarna is er de kroeg. Beide bezigheden vallen goed te combineren. Zittend aan de bar van café De Unie, bij het grote raam, ontvang ik op de pieper – op de semafoon – een persalarm. Ik moet onverwacht naar het Van Brakelplein, er is daar iets aan de hand. Ik fiets die kant op.

De straat vol geparkeerde auto’s is afgesloten met rood-witte politielinten om het publiek op afstand te houden. Publiek dat er nauwelijks is. Met de perskaart in de hand stap ik over het lint heen en wandel richting een rechercheur die op z’n knieën zit en in de bosjes tuurt.

Ik zeg dat het weer flink mis is in de binnenstad.
De rechercheur zegt dat het er binnen ook niet goed uitziet en knikt naar de woning waarvan de voordeur openstaat.

De volgende dag staat het in de krant, pagina 13. ‘Vrouw dood in woning’. Nog steeds vermoedelijk door een misdrijf. Er komt een recherchebijstandsteam van 25 man, er volgt buurtonderzoek en sectie. Veel is nog onduidelijk.

En dat zal 24 jaar lang zo blijven.

Woensdagochtend, zittingszaal 14. De officier van justitie zegt dat het een bijzonder moment is. Dat het 24 jaar geleden is dat Els Slurink in haar woning aan het Van Brakelplein om het leven werd gebracht, dat haar familie heeft moeten wachten tot dit moment, het officiële begin van het openbare strafproces. Dat de verdachte zelf niet aanwezig is, doet aan het bijzondere niet af.

De officier van justitie: ,,De politie heeft in al die jaren onderzoek gedaan. Nooit is Els Slurink vergeten.’’ De verwachting is dat de strafzaak in december van dit jaar inhoudelijk wordt behandeld.

Advocaat Job Knoester zegt dat hij de verdachte zal adviseren zich niet te beroepen op het zwijgrecht en dat het voorbarig is nu al conclusies te trekken. ,,Een DNA-match is geen daderspoor.’’

De officier van justitie meldt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsmisdrijven.
De advocaat: ,,Het OM beweert dat onder een nagel van Els DNA-sporen van de verdachte zijn gevonden, maar het OM zwijgt over DNA-sporen onder een andere nagel van een onbekende vrouw.’’
De officier van justitie: ,,De verdachte is actief in de hennephandel en ontvlambaar.’’
De advocaat: ,,Veel is nog onduidelijk.’’

De rechtszaal hoort ook een paar feiten die al bekend zijn. Bijvoorbeeld dat Els Slurink die avond de film The Godfather had gehuurd. Deel 3. Ze huurde de video voor één dag, ze had dus de intentie om die avond naar het meesterwerk van Francis Ford Coppola te kijken. Toen de vooralsnog onbekende haar rond dan wel na middernacht aanviel was ze bezig naar bed te gaan. Ze had haar contactlenzen al uitgedaan. De achterdeur was niet afgesloten.

In de voorbije vijftig jaar zijn tenminste 220 mensen in de stad en provincie Groningen door een misdrijf om het leven gekomen, mannen, vrouwen, kinderen. Ik hou dat bij.

Zet je die 220 moorden en doodslagen op een rij dan ontstaan beelden. Dan kun je onder meer zien dat het jaar 1997 het jaar was waarin in Groningen de meeste moorden werden gepleegd: negen. Zoom je in op dat nare jaar dan kleurt de maand maart zwart, met vier moorden, waaronder dus die op Els Slurink.

Zo is er ook één dag in het jaar die het meest dodelijk is, uitgerekend een toch al bijzondere dag in Groningen die ook nog eens feestelijk wordt gevierd: 28 augustus.

Je ziet ook een tijdsbeeld. In de jaren 70 en 80 zijn de straffen die voor moord en doodslag worden opgelegd zelden hoger dan 5 jaar, maar wel heel vaak in combinatie met tbs (voorheen tbr). De samenleving heette toen maakbaar te zijn, witte jassen konden alle slechteriken in klinieken genezen, ook al was dat niet zo. In de jaren 90 komt de omslag, vandaag de dag zijn straffen voor moord en doodslag tussen de 10 en 20 jaar of nog hoger eerder gebruikelijk dan ongewoon.

Heeft de politie de juiste man te pakken, dan kan Els Slurink uit het lijstje van cold-casezaken worden geschrapt. Haar naam blijft dan evenwel deel uitmaken van een lange rij namen van mensen die ’s morgens opstonden om hun ding te doen, maar niet meer toekwamen aan de nacht.

Het is december 2005 wanneer 2000 supporters van FC Groningen met een indrukwekkende optocht door de stad afscheid nemen van het Oosterparkstadion. Op die dag hoort de 47-jarige Karel een gevangenisstraf tegen zich uitspreken van 8 jaar. Hij heeft in 1994 de dan 49-jarige Maja van Vloten in haar woning aan de Meeuwerderbaan doodgestoken.

Hij wil – zo luidt zijn verhaal – niet langer met een geheim rondlopen. Hij meldt zich op het hoofdbureau van politie waar hij opbiecht wat hij 11 jaar geleden heeft gedaan. De politie kan na onderzoek niet bewijzen dat zijn bekentenis lariekoek is. In de rechtszaal verbiedt Karel zijn advocaat hem te verdedigen, hij is immers schuldig.

Raadsman Cees Eenhoorn kan het niet laten en zegt toch iets. Hij verzoekt de rechters een lage straf op te leggen. Een lage straf zal mogelijk andere daders van nog niet opgeloste moorden kunnen inspireren zich ook vrijwillig te melden.

De 8 jaar die Karel kreeg is kennelijk te veel van het goede voor de nog onbekende daders. Veel is nog onduidelijk, maar wat de zaak van Els Slurink nu al wel bewijst is dat er altijd een dag kan komen, zelfs na 24 jaar, dat de politie voor de deur staat.

En dan ben je aan de beurt.

rob zijlstra
dit artikel is op 15 mei 2021 gepubliceerd in Dagblad van het Noorden

Chris Kalfsbeek

In zittingszaal 14 staat vandaag – maandag 17 mei – de moord op de 19-jarige Chris Kalfsbeek uit Groningen op de rol. Chris werd in september vorig jaar doodgestoken op het schoolplein van de school waar hij als kind op had gezeten, in de stadswijk Lewenborg.

De man die hem zou hebben neergestoken is Sven O. Hij was toen 17 jaar.

Ik doe vanaf 12.45 uur verslag via een liveblog, op de website van Dagblad van het Noorden:  liveblog Sven O.

Er zijn twee medeverdachten.

Iwan G. (18) stond op 26 april terecht. Tegen hem is een voorwaardelijke jeugd-tbs geëist (pij-maatregel).
Het verslag van de zitting: liveblog Iwan G.

Machella V. (18) stond terecht op 29 april. Zij wordt verdacht van medeplegen moord. De eis: 21 maanden jeugddetentie en  onvoorwaardelijke jeugd-tbs. Advocaat Serge Weening voerde maandagochtend (17 mei) de
verdediging. Van medeplegen is geen sprake, stelt Weening. En ook niet van medeplichtigheid. Machella was er wel bij, zij was het die een afspraak maakte met Chris om naar het schoolplein te komen, maar zij had geen opzet op de dood.
Het verslag: liveblog Machella V.

Normaal gesproken zouden deze drie strafzaken achter gesloten deuren worden behandeld. Twee van de drie verdachten waren nog minderjarig.  De rechtbank in Groningen besloot de deuren te openen omdat geweld onder jongeren waarbij messen worden gebruikt toeneemt. Door de zaak in de openbaarheid te behandelen worden de gevolgen van dit geweld zichtbaar. Het jeugdstrafrecht is wel van toepassing.

Abstract ding

Ze slaakt een diepe zucht en bibbert er een onzekere ‘jaaa’ uit, als antwoord op de vraag of het klopt dat het de eerste keer is dat ze voor de rechter staat. De politierechter legt vriendelijk uit hoe het proces verloopt, dat er misschien wel een straf wordt geëist door die meneer daar (de rechter wijst naar de officier van justitie), dat zij als verdachte het laatste woord krijgt en dat ,,ik, want ik ben de rechter’’ helemaal aan het einde uitspraak zal doen.

Laura (24): ,,Oké.’’
En dan, iets monterder: ,,Ik ben zó zenuwachtig, ik vind dit zó spannend.’’ Liever zou ze nu door de grond zakken.

Laura wordt verdacht van winkeldiefstallen. De ‘meneer daar’ – de officier van justitie – spreekt van een strooptocht. Op één dag, in meerdere winkels: deodorant, conditioner, mascara, haarmaskers, nagellak, lippenstift, schoenen, broeken, lingerie, een trui, twee kettingen, haarklemmen.

Dit zou ze gedaan hebben met een vriendin uit Hoogeveen. Samen waren ze naar Groningen gegaan om een dagje te winkelen, toen dat nog kon. Het was op 9 november 2019, het strafrecht kan, zoals bekend, nogal sloom zijn en corona helpt ook niet mee. Ze parkeerden de auto bij Ikea en wandelden naar de binnenstad. Onderweg vertelde de vriendin hoe makkelijk het is om spullen uit winkels te stelen. Vooral bij Kruidvat.

Laura liet zich meeslepen, maar nu ze in de rechtszaal zit vindt ze het ,,heel kut allemaal’’. Ze moet ook huilen. ,,Alles komt weer boven.’’

Laura had ook niet naar de rechtbank kunnen gaan. Ze had thuis kunnen blijven, wat zonder twijfel
beter was geweest voor haar welzijn en gemoed. Verdachten zijn niet verplicht hun strafzaak bij te wonen.

Kwaad kan het overigens niet dat ze hier is. Politierechters – zij oordelen over de meer eenvoudige misdrijven – stellen het op prijs als een verdachte, iemand die mogelijk de rechtsorde in beroering heeft gebracht, publiekelijk verantwoordelijkheid neemt door zich te laten zien. Het vergroot de kans dat de straf lager uitpakt dan de officier van justitie eist. Aan deze alinea kunnen geen rechten worden ontleend.

Nu staat de wet nooit stil. Demissionair minister van Rechtsbescherming Sander Dekker gaat over rechters, rechtbanken en over slachtoffers. Voor deze laatste groep koestert hij warme gevoelens, verdachten laten hem koud.

Als je zijn tweets op Twitter leest heeft de man het beste met het land voor, worden we wereldkampioen veilig. Maar de mensen die er het beste van moeten maken, zijn doorgaans geen fan.

Dekker is voor lik op stuk. Hij heeft niks met geldboetes of met taakstraffen. Hij is voor taakstrafverboden. Het allerbeste om kampioen te worden: iedereen de bak in. Dit is geen grondige analyse van zijn beleid, Dekker twittert dit soort dingen. Niet op persoonlijke titel, maar als de hoogste rechtsbeschermer van het land.

Twee weken geleden twitterde de minister: ‘De rechtstaat hoeft geen ivoren toren of abstract ding te zijn. Voor mensen in de knel is de wijkrechter soms echt een uitkomst (…)’ Los van de wijkrechter: hoezo hoeft geen…?

Wil de minister hier zeggen dat wij van het volk denken dat de rechtsstaat in een ivoren toren zit? En wat nou: abstract ding? Minister, een rechtsstaat is een staat waarin de overheidsmacht aan banden wordt gelegd door het recht. Dat past echt niet in een toren.

Terug naar Laura.

Tot grote tevredenheid van minister Dekker heeft de Eerste Kamer recent ingestemd met de Wet uitbreiding slachtofferrechten, een wet uit zijn koker. In die wet is opgenomen dat verdachten van (ernstige) misdrijven een verschijningsplicht krijgen. Verdachten moeten straks verplicht naar de rechtszaal komen.

De reden die de minister hiervoor heeft bedacht: slachtoffers moeten aan verdachten kunnen vertellen wat het misdrijf bij hen heeft aangericht. Ook mag het slachtoffer de rechter een advies geven over de straf of de verdachte uitmaken voor rotte vis. Ook als hij onschuldig blijkt.

Het gaat nu nog om verdachten van zedenmisdrijven en ‘ernstige’ zaken. Laura is vooralsnog niet ernstig genoeg, maar voor hoelang nog? En het klinkt misschien sympathiek, tornen aan de positie van verdachten ten gunste van die van slachtoffers. Maar wat is de praktijk?

In vijftien jaar rechtbankverslaggeving heb ik geen strafzaak meegemaakt waarbij een verdachte van een ernstig misdrijf niet in de rechtszaal aanwezig was. Uitzonderingen bevestigen de regel. Verdachten komen gewoon, mits het vervoer vanuit de gevangenis is geregeld. Dat is een taak van justitie, onder verantwoordelijkheid van de minister.

Bij het vervoer gaat het nog wel eens mis. De dienst die het boeventransport uitvoert heet de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O), in rechtbanken de dienst vertraging en oponthoud genoemd.

Jawel. Het komt voor dat een verdachte niet naar de rechtbank wil komen. Rechters kunnen dan een ‘bevel medebrenging’ afgeven en dat doen ze ook. De verdachte is dan verplicht te komen, als het moet halen ze hem op.

Oftewel: wat Dekker nieuw invoert, bestaat al.

Wat de nieuwe wet ook met zich meebrengt is dat verdachten straks verplicht aanwezig moeten zijn als de rechtbank twee weken na de zitting uitspraak doet. De praktijk van nu: verdachten blijven in het gevang. Zo’n uitspraak duurt hooguit een paar minuten en om daarvoor vanuit alle delen van het land helemaal naar Groningen of Assen te moeten worden vervoerd? Niet.

Voor de rechtbank is het een crime, want het betekent een flinke aanslag op de capaciteit die nu al krapper dan krap is. DV&O moet een keer zo groot worden, de budgetten verdubbeld. Alleen al voor de benzine zijn miljoenen euro’s extra nodig.

Laura zat bij de politierechter en die doet altijd direct uitspraak. De rechter zegt dat Laura met de eis van de officier van justitie voor haar strooptocht is gematst: 50 uur taakstraf waarvan 30 uur voorwaardelijk. Toen ze het deed ging het niet goed met haar, inmiddels heel veel beter, ze gaat ook weer naar school. De rechter: ,,Respect. Ik neem de eis over.’’

Laura is zichtbaar opgelucht nu het achter de rug is. De rechter zegt dat ze twee weken de tijd heeft om in hoger beroep te gaan. Ze vraagt of Laura misschien nu al weet of ze dat gaat doen?
Laura, ze heeft geen advocaat: ,,Uuuh. Nee. Geen hoger beroep… dat is toch goed?”
De rechter knikt en zegt welgemeend: ,,Succes verder.’’
Laura, blij: ,,Dank u wel.’’

Door haar misdaad liep de rechtsorde een deuk op. Met de straf wordt de schade hersteld. Terwijl de minister van Rechtsbescherming voortdurend de confrontatie met de rechtspraak aangaat, eindigen de meeste strafprocessen met vriendelijke woorden, in vrede. Wat zoiets als afwezigheid van strijd betekent.

rob zijlstra
dit artikel is op 8 mei gepubliceerd in dagblad van het Noorden

Zwijgende waarheid

Hoe kom je achter de waarheid als je er zelf niet bij bent geweest? Dat is een vraag van jewelste. Met logisch nadenken, het gezond verstand gebruiken, kom je een heel eind. Maar er gebeuren ook onlogische dingen en daar is het boerenverstand niet tegen opgewassen.

In de rechtszaal draait het om de waarheid. Waar de waarheid onbekend is, woekeren de geruchten. En rechters veroordelen niet graag iemand op basis van prietpraterij.

Waarheid is het meest eerlijk.

Twee weken geleden stond zittingszaal 14 in het teken van de vraag wie de Griekse restauranthouder Lazaros Kounatidis uit Groningen heeft vermoord. Aan het einde van de tweedaagse zitting lag er geen helder antwoord.

De restauranthouder kwam om bij een ruzie met de drie mannen die nu de verdachten zijn. Ze waren erbij, in de buurt, toen Kounatidis op straat ineen zeeg en stierf. Hij werd tweemaal met een mes in de rug gestoken. Dat werd hem fataal.

Een van de drie moet het hebben gedaan, maar allen ontkennen. Dat kan in woord en gebaar, maar de waarheid kan het niet zijn. Vooralsnog ligt die waarheid niet eens in het midden, maar is die verspreid over de gevangenissen in Leeuwarden, Zwolle en Lelystad waar de verdachten worden vastgehouden. Zij zwijgen over wat ze weten.

Zo complex is het niet altijd. Vaak komt de waarheid samen met de verdachte de rechtszaal binnengewandeld. Camera’s hebben het geregistreerd, de aanwezigheid van DNA valt maar op één manier te verklaren, de onderschepte WhatsApp-berichten zijn niet voor velerlei uitleg vatbaar.

Hier komt nog bij dat veel verdachten gewoon bekennen dader te zijn. Zolang een bekentenis een beetje logisch in elkaar steekt en het boerenverstand niet tart, is waarheidsvinding als ademhalen.

Soms zijn er verdachten die de waarheid bespotten. Hun woorden zijn dan zo vals dat de waarheid als vanzelf in de rechtszaal opstaat. Er was eens een drugsverslaafde man die werd verdacht van twee nachtelijke autokraken, een specialisme dat hij al jaren beoefende. In de rechtszaal bekende hij grif, niet alleen die twee kraken, maar daarnaast nog eens een stuk of 300.

Rechters, vol ongeloof: ,,In één nacht?’’
De verdachte knikte: ,,In één nacht.
Zijn advocaat: ,,Ho, ho. Mijn cliënt liegt, edelachtbare. Kijk naar hem, alleen al fysiek zou hij daartoe niet in staat zijn.’’

De waarheid paste niet.

Niet alleen de rechters, ook officieren van justitie, de strijders tegen de misdaad, hebben de opdracht de waarheid boven alles te stellen. Bij twijfel hoort de aanklager vrijspraak te eisen.

Tijdens het proces rond de dood van Lazaros Kounatidis viel op dat de officier van justitie slechts twintig minuten nodig had om van de verdachten daders te maken. Dat is in zo’n ernstige zaak met nog vragen zonder antwoorden zeldzaam kort.

De drie advocaten hadden vervolgens ruim drie uur nodig om de beschuldigingen te weerleggen. De officier van justitie bleef na die drie uren zitten, zei niets nieuws te hebben gehoord en vond het – wat heel ongebruikelijk is – onnodig te reageren. Hij zei nog wel: ,,Ik kan heel veel gaan zeggen, maar we worden het toch niet eens.’’

Alsof dat moet.

De officier van justitie betichtte de drie verdachten van leugens. ,,Met hun valse woorden hebben ze een kuil gegraven waar ze niet meer uitkomen.’’ Hij noemde dat de valkuil. ,,Ze hebben het gewoon alle drie gedaan. Hun gedrag heeft geleid tot de dood van Lazaros Kounatidis. Samen hebben ze voor eigen rechter gespeeld. En dan is het samen uit, samen thuis.’’

Dat samen thuis betekent in dit geval samen acht jaar het gevang in en pas daarna naar huis. Willen ze dat niet, of twee van hen niet, dan moeten ze maar praten in plaats van zwijgen, klonk het.

Als de verdachten zwijgen is waarheidsvinding meer iets voor rechters, leek hier de boodschap van het Openbaar Ministerie te zijn.

Ook deze week werden de rechters geconfronteerd met een zwijgende verdachte. De 17-jarige Iwan heeft een rol gespeeld bij de moord op de 19-jarige Chris Kalfsbeek uit Groningen. Ook hij werd, in september vorig jaar op het schoolplein waar hij als kind had gespeeld, doodgestoken. Niet door Iwan, maar hij was er wel bij.

De rechters moesten zien te achterhalen wat zijn rol is geweest. De 17-jarige was niet van plan de rechters wijzer te maken en beriep zich op het zwijgrecht. De rechters keken zorgelijk. Want hoe te oordelen als ze niet weten wat er is gebeurd?

De jonge verdachte kwam met een korte verklaring die hij op een briefje had geschreven ,,Ik vind het vreselijk wat er is gebeurd en ik heb het niet gedaan.’’ Daar moesten ze het maar mee doen.

De rechters: ,,Je zegt dat je het heel erg vindt, maar je wilt niets vertellen. Je zegt dat je de waarheid vertelt, maar het lijkt alsof je iets te verbergen hebt. Waarom wil je niets verklaren?”
Iwan: ,,Ik ga daar geen antwoord op geven.’’
Rechters: ,,Dat is je goed recht, maar het is misschien niet de beste keuze.’’
Iwan: ,,Zo wil ik het.’’

Zijn advocaat Gerald Roethof kwam wel met een verklaring. Hij zei tegen de rechters: ,,Het is een illusie te denken dat op een zitting duidelijk wordt wat er precies is gebeurd. Waarom geeft mijn cliënt niet meer duidelijkheid? Waarom vertelt hij niet wat er is gebeurd? Omdat ik Iwan heb geadviseerd te zwijgen. In de rechtszaal gaat het vaak fout op grond van onhandige verklaringen van de verdachte. U ziet de verdachte een paar uurtjes. Ik maak hem veel langer mee. En ik zie hoe hij is. Dat hij onhandig is met woorden. Ik moet hem beschermen. Daarom heb ik hem gewezen op het belang van het zwijgen. De rechtbank mag hieruit niet afleiden dat hij iets te verbergen heeft.’’

De advocaat had natuurlijk gelijk. Niemand kan worden gedwongen tegen zichzelf bewijs te leveren. Daarom is er het zwijgrecht, een groot goed, ook al helpt het niet mee de waarheid dichterbij te brengen.
De mens in de rechter zal geen hartstochtelijk aanhanger zijn van het zwijgrecht. Maar de rechter in de mens zal dat nooit hardop uitspreken, want het zwijgrecht is een mensenrecht.

En daar moeten wij het mee doen.

rob zijlstra

UPDATE – uitspraken zaak Lazaros Kounatidis
In de strafzaken rond de gewelddadige dood van Lazaros Kounatidis hebben de rechters de waarheid gevonden. Eerder dan verwacht, ze deden vervroegd uitspraak. De rechters hebben een heel andere visie op de zaak dan het Openbaar Ministerie. Geen medeplegen, niet samen uit, samen thuis.

Twee mannen zijn vrijgesproken van het levensdelict. Zij werden wel veroordeeld voor openlijk geweld en een van hen ook voor mishandeling en vernieling.  De straffen: 5 en 7 maanden cel. De derde, Robin P., is volgens de rechters de man die de restauranthouder heeft neergestoken. Hij kreeg 7 jaar celstraf wegens doodslag.  Hierbij is in het voordeel van P. rekening gehouden met het feit dat Kounatidis de confrontatie zocht.

>> meer: dagblad van het noorden [premium]

het vonnis van robin p (klik voor volledige uitspraak)

 

Moeder van Lars

Het nieuwsbericht zal voor menig ouder even schrikken zijn geweest. Een 13-jarige jongen uit Eindhoven had dapper meegedaan aan rellen rond de avondklok, wat vrolijk gepaard was gegaan met het plunderen van de Jumbo. De kinderrechter beloonde hem afgelopen week met een leerstraf. De ouders, besloot dezelfde rechter, draaien op voor de door zoonlief aangerichte schade. Ze moeten 18.000 euro betalen.

Dat wordt jarenlang geen zakgeld.

Het is de angst van ouders: dat, hoe goed jij je best ook doet, je kind van het rechte pad afkukelt en dat hij zich dan op een kwade dag schuldig maakt aan zaken die het stadium van kattenkwaad ver voorbij zijn. Of nog erger.

Ik heb veel vaders en moeders in de rechtszaal zien zitten, elkaars hand vasthoudend, terwijl ze door de tranen heen naar hun zoon staarden die voor hen verdachte zat te wezen, wetende dat hij terug moest naar de gevangenis.

Als ouder je kind in de gevangenis te moeten bezoeken, daar achter te moeten laten, hoe akelig moet dat wel niet zijn?

Wie strafzaken volgt, zoals rechtbankverslaggevers dat doen, weet dat na de meest verdrietige strafzaak altijd weer een zaak komt van een nog grotere droefenis.

Het is donderdagochtend, kwart over negen. De strafzaak had al moeten beginnen, maar Lars (33) wil niet komen, hij wil in het Justitieel Complex Zaanstad blijven waar hij al een tijd vastzit. De rechters beslissen anders. Ze willen, zeggen ze, de zaak nu afhandelen. Er zitten ook slachtoffers in de zaal, zijn ouders. Ook daarom sturen de rechters een busje naar Zaanstad om Lars op te halen. Even na een uur in de middag is hij er.

Ik heb Lars al eens eerder in de rechtszaal gezien. In september 2019. Hij stond toen onder meer terecht wegens bedreiging. Op Facebook had hij opgeroepen moslims te doden. Hij plaatste het bericht exact een jaar na de gruwelijke aanslag in concertzaal Bataclan in Parijs.

De officier van justitie had gezegd dat zo’n oproep tegenstellingen en spanningen in de samenleving aanwakkert en dat dat ,,in deze tijd onacceptabel’’ is. Omdat het toen om oude feiten ging, kreeg Lars (die alles ontkende) geen straf, maar een flinke waarschuwing in de vorm van een jaar voorwaardelijke celstraf.

Donderdag is hij er dus weer, ogenschijnlijk rustig en bijzonder zelfverzekerd. Twee meter naast hem zitten zijn ouders, moeder en stiefvader. Zij houden elkaar vast.

Lars wordt ervan verdacht dat hij zijn moeder wilde doden. Eerst zijn moeder en daarna zijn stiefvader. Met een groot mes. De officier van justitie heeft tweemaal een poging tot moord dan wel doodslag ten laste gelegd. Dat zijn de beschuldigingen.

Het zijn de woorden van Lars die raken. De woorden klinken uit zijn mond als krijsend staal, ze doen pijn aan de oren.

De rechters vragen of het waar is wat de officier van justitie beweert?
Lars, meedogenloos: ,,Het klopt. Ze moesten dood. Dat vind ik nog steeds. Ik heb geen spijt. Ja, het spijt me dat ik niet vaker heb gestoken, want ik heb gewoon zoiets van, ze moeten dood.’’

Beide ouders raakten zwaargewond. Voor het leven van de moeder werd vier weken lang gevreesd. Veel van wat ze konden, kunnen ze nu, fysiek, nooit meer.

Bij de politie was die zondagmiddag rond half een via 112 een melding binnengekomen: twee mensen neergestoken in woning. Er rijdt een politieauto in de buurt, twee agenten zijn er snel. Ze zien bloed, veel bloed en overal. Lars wordt niet heel veel later in de omgeving aangehouden.

Rechters: ,,Waarom verliet u de woning?’’
Lars: ,,Nou ik was daar niet echt voor de gezelligheid.’’
Rechters: ,,Is het waar dat u nog achter uw gewonde vader bent aangerend?’’
Lars: ,,Nee, maar achteraf was dat wel beter geweest.’’
Rechters: ,,U stak uw moeder neer en toen moest zij van u in bad gaan liggen. Waarom?’’
Lars: ,,Vanwege de hygiëne. Al dat bloed, die troep. Een bad maak je makkelijk weer schoon.’’

Hij vertelt dat er een oorlog gaande is. Tegen de rechters: ,,Zij denken dat ze winnen.’’ Richting zijn ouders: ,,Maar op een dag moeten jullie voor mij buigen.’’ Dan weer tegen de rechters: ,,Als ik vrijkom, maak ik ze alsnog af.’’

Daags voor het drama was er een engel bij hem gekomen en die vertelde wat hij al jaren vermoedde. Hij is gestolen. ,,Mijn moeder is niet mijn moeder. Zij heeft haar dode kind in de wieg van mijn echte moeder gelegd en mij meegenomen. Omgewisseld. Mijn hele leven hebben ze mij voorgelogen. Ik ben opgevoed door een vrouw die mijn moeder niet is.’’

De rechters hebben in de rapportages van het Pieter Baan Centrum gelezen over demonen die in het hoofd van Lars spoken. Het zijn er vijf tot acht en altijd dezelfden. Hij zegt dat hij ze kan zien, horen, voelen en ruiken, heel de dag door. ,,Het zijn dode mensen en ze stinken naar viezigheid.’’

Gedragsdeskundigen zeggen dat Lars lijdt aan waanbeelden, aan schizofrenie van het paranoïde type. Lars: ,,Dat is hun mening.’’

Een van de rechters: ,,Stel nou dat u het mis heeft, dat het niet waar is wat u denkt. Dat de mevrouw die hier is, wel uw echte moeder is?
Antwoord: ,,Dan moeten ze dat eerst bewijzen met dna.’’

Een paar keer lacht hij. Zegt: ,,Jullie gaan me toch niet veranderen, ook niet als jullie mij in de behandeling stoppen. En ik blijf ook blowen.’’

De officier van justitie heeft aan het einde van de middag niet veel woorden nodig. Wat Lars heeft gedaan kan hem niet worden toegerekend vanwege de stoornissen. Hij eist waar Lars al op had gerekend: tbs met dwangverpleging. ,,Voor iedereen beter, ook voor de verdachte.’’

De ouders lezen allebei vol smart een verklaring voor. Dat ze altijd bang zijn geweest voor de dag waarop het gebeurde. Toen Lars 12 jaar was, was er al iets mis. Jarenlang hadden ze gezocht naar passende hulp, alles aangepakt en geprobeerd. En alles vergeefs, hulp die nodig was, was er niet. Ze vertellen hoe verdrietig ze nu zijn en hoe vreselijk machteloos ze zich voelen.

De rechters hadden nog gevraagd of de ouders voor altijd bang voor hem moeten blijven.’’
Hij antwoordde genadeloos: ,,Ja. Dat lijkt me wel gezond.’’

Als ze de rechtszaal verlaten slaat hun dochter de armen om de schouders van haar moeder en om die van vader heen. Mondkapjes vangen de tranen op.

Zet ’m op zus.
Zet ‘m op vader.
Zet ’m op moeder, moeder van Lars.

Rob Zijlstra

UPDATE – 11 mei 2021 – uitspraak
De rechtbank kwalificeert de daden van Lars als tweemaal een poging tot moord. Maar vanwege zijn stoornissen is Lars geen strafbare dader. Het kan hem niet worden toegerekend. Daarom: ontslag van alle rechtsvervolging. Omdat Lars een groot gevaar vormt voor zij naasten is een behandeling wel noodzakelijk: tbs met dwangverpleging.

De hoody

Wie mensen uitbuit loopt het risico zich op een dag te moeten verantwoorden voor de strafrechters van de mensenhandelkamer. Witteboordenboeven verschijnen voor kundige rechters van de fraudekamer. De pluimveehouder met 16.891 krioelende kippen in zijn schuur, terwijl de bedrijfsadministratie rept van 15.935 ‘eenheden’ moet dat als verdachte komen uitleggen bij de economische politierechter.

Dit zijn de specialisaties van het strafrechtbedrijf. Rechters die mensenhandel doen moeten meer dan gemiddeld weten over het grote buitenland, binnen de fraudekamer is gedegen financiële kennis een must en economische politierechters moeten goed kunnen tellen.

Waarom we wel deze specialisaties hebben, maar geen speciale strafkamers voor verdachten die elders psychiatrische patiënten heten, is mij een raadsel.

Strafrechters moeten immers niet alleen het gedrag van de slechte mens beoordelen, maar moeten ook de gestoorde mens weten te doorgronden. Rechters varen dan op deskundigen, op forensische gedragswetenschappers waar in Nederland ook nog eens een groot tekort aan is (een ander probleem).

Als werkelijk niemand meer weet wat met een verdachte te doen, dan is er de tbs. Ultimum remedium, het laatste redmiddel, volgens sommigen het afvoerputje van het strafrecht.

Strafrechters sturen niet alleen verdachten als patiënten naar tbs-klinieken, zij moeten om de twee jaar ook beslissen of deze ingrijpende maatregel moet worden voortgezet. Of niet. Meestal wel.

Alleen afgelopen week waren er al drie gecompliceerde zaken van ernst waar speciale kennis niet overbodig zou zijn.

Hij komt de rechtszaal binnen als Gerrit en verlaat die een uurtje later als Mustafa.
Rechter: ,,Weet u nog wat er is gebeurd?’
Gerrit: ,,Kent u Jezus Christus?’’
Rechter: ,,Niet persoonlijk, nooit ontmoet.’’
Mustafa: ,,Ik bedoel Allah.’’

Hij heeft een kennis met wie hij wiet wilde roken neergestoken. Zelf denkt hij te zijn aangevallen door twee mannen die veranderden in zwarte katten.

De officier van justitie zegt dat de deskundigen denken dat er sprake is van schizofrenie, van paranoïde denkbeelden, van een niet nader gedefinieerde persoonlijkheidsstoornis, dat er een causaal verband bestaat tussen de zieke geest en het delict. Dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is, dat tbs met dwangverpleging dus de enige optie is.

Ik verwacht dat de rechters Gerrit-Mustafa (31) naar een tbs-kliniek sturen. Wat moeten ze anders? Een betrokkene zegt dat dat misschien wel het beste is, maar ook triest. ,,Want eenmaal daar komt-ie er nooit meer uit’.

Dan Mitch. Die zit al in de tbs. Al 7 jaar. Hij is nu 25. Hij moet wel de jongste mens zijn die in Nederland tbs heeft gekregen. Voor zijn 18e zat hij meestal opgesloten in jeugdklinieken. De dwangbehandeling die rechters in 2014 hebben opgelegd is (nog) niet van de grond gekomen.

Binnenkort wordt hij overgeplaatst naar zijn vijfde kliniek, in de hoop dat daar wel iets lukt. Zo niet, dan rest ‘landurige zorg’, wat geen longstay meer mag heten maar wat het wel is. 25 jaar en afgeschreven. Dat zijn behandeling na zoveel jaren nog altijd niet is begonnen, komt omdat hij tegendraads is, wat te maken heeft met zijn ziekelijke stoornis.

Toen Mitch nog maar 17 jaar was, heeft hij in Hoogezand een jonge vrouw verkracht. De verwachting is dat hij – hij die nog nooit echt heeft geleefd – de rest van zijn leven ‘binnen’ zal zitten.

Mitch was afgelopen week via een beeldverbinding even in de rechtszaal aanwezig om het allemaal aan te horen. Vriendelijk gezicht, beleefde antwoorden op de vragen van de rechters aan wie is gevraagd de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.

Via diezelfde beeldverbinding zit ik ineens oog in oog met Henk S. (51).

Henk S., zegt zijn advocaat, is een merk in tbs-land. Een slecht merk wel te verstaan, want de reputatie van gevaarlijk en agressief zit’m in de weg. ,,En dat is jammer want Henk S. is in de loop der jaren milder geworden. Hij vliegt nog wel eens uit de bocht, maar hij blijft binnen de grenzen.’’

Al 23 jaar achtereen zit hij opgesloten. In 2001 kreeg de in Veendam geboren S. tbs met dwangverpleging. Toen hij werd aangehouden – een jaar eerder – zat hij al in de gevangenis vanwege een zedenzaak. Ook hier heeft het Openbaar Ministerie aan de rechters gevraagd de tbs met de maximale duur – dus met twee jaar – te verlengen.

Hebben Gerrit en Mitch in de toekomst misschien nog een kleine kans, Henk S. komt nooit meer vrij. Hij wordt niet behandeld, omdat hij zich niet, zegt hij tegen de rechters, als een beest wil laten behandelen. Mompelt in de camera: ,,Het heb toch geen zin.’’

In 1994 vermoordde hij Annet van Reen uit Utrecht, in 1997 bracht hij in Groningen studente Anne de Ruijter de Wildt om het leven. Van een in datzelfde weekeinde gepleegde moord op prostituee Shirley Hereijgers, ook in Groningen, werd hij vrijgesproken.

Tijdens de rechtszaak in 2001 gebeurde er in zittingszaal 14 iets ongewoons. Op verzoek mocht hij van rechtbankvoorzitter Frank Wieland zijn hoofd verschuilen in zijn capuchon, in zijn hoody. Hij wilde niet zichtbaar zijn, onherkenbaar blijven voor de nabestaanden die vlak achter hem zaten.

Een rechtbankverslaggever zit altijd achter de verdachten en ziet dus vooral ruggen. Maar als er een beeldverbinding is, kijk je de verdachte recht aan. Ik zie hoe Henk S. zijn gezicht net als 20 jaar geleden probeert te verstoppen in een hoody. Een begeleidster zegt dat hij niet in beeld wil verschijnen. Hij doet dat, als rechters erop aandringen, wel maar met zichtbare weerzin.

De rechters willen hem zien omdat ze vragen hebben en over hem moeten beslissen. Hoe het gaat? S. zegt dat-ie daar ‘niks over heb te zeggen’. Waarom niet? ,,Dan word ik geïrriteerd.”

Hij mag dan milder zijn geworden, zijn huidige status is ‘extreem vlucht- en beheersgevaarlijk’. Hij valt onder de zeer intensieve en specialistische zorg (zisz), met het hoogst mogelijke beveiligingsniveau. Zijn omgeving is altijd in staat van paraatheid. Dat hij door zijn kleine leven strompelt met een dwarslaesie, opgedaan bij een geweldsincident in de gevangenis, doet daar niet aan af.

De rechters houden hem voor dat een behandeling maar niet wil lukken. ,,Omdat u weigert mee te werken.’’ Vanuit de duisternis van de hoody: ,,Ik heb nooit een behandeling gehad omdat het mij niet wordt aangeboden. En als het je niet wordt aangeboden, ken je er ook niet aan meewerken hè.’’

Zo gaat het al 20 jaar.

Dat graaiende ondernemers en sjoemelende kippenboeren een rechtbank krijgen met experts, is mooi. Maar waarom psychiatrische patiënten in het strafrecht het zonder gespecialiseerde rechters moeten stellen, vind ik een vraag waard.

Dus: waarom?

rob zijlstra

Het schoolvoorbeeld

Wanneer het precies was, weet ik niet meer. Het was in ieder geval na de uitspraak van de rechtbank toen het Openbaar Ministerie belde. Wie mij benaderde kan ik mij ook niet meer herinneren, wel wat het verzoek was: of ik wilde meewerken aan een film over een verhaal dat ik had geschreven.

Natuurlijk begon van alles te gloeien en flitste er een carrière voorbij waar ik tot dan toe niet van had durven dromen. Een film. Een film van mijn verhaal! Was ik binnen?

Het moment van euforie was van korte duur. Ik had immers niet Hollywood aan de telefoon, maar iemand van het Openbaar Ministerie. De vraag was of ik wilde meewerken aan een soort van voorlichtingsfilmpje voor intern gebruik. Omdat ik zo helder had verwoord over een strafzaak die het schoolvoorbeeld mocht zijn van hoe het niet moest.

Het filmpje zou furore maken in het land van officieren van justitie en hun medewerkers, ze zouden er wakker van liggen, ze zouden de schoolvoorbeelden van hoe het niet moet ter harte nemen en daarna zou alles beter worden.

Zoiets was het idee.

Ik antwoordde dat ik er even over wilde nadenken, maar wist toen al dat ik dit voorlichtingsfilmavontuur aan mij voorbij zou laten gaan. Wat ik te melden had, had ik opgeschreven en dat had ook allemaal in de krant gestaan. Daar moesten ze het maar mee doen.

Ik geloof niet dat die film er uiteindelijk is gekomen. Na die uitspraak van de rechtbank is de zaak in kwestie een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet gebleven, tot op de dag van vandaag.

Het lelijke verhaal is vaker verteld, maar kent helaas ook nieuwe hoofdstukken.

In een lommerrijke laan in Haren woonde de welgestelde mevrouw Rosingh. Zeven jaar geleden, in mei 2014, schreef ik voor het eerst over haar, zij was toen 96 jaar. Mevrouw Rosingh bleek het slachtoffer te zijn van oplichters. Een echtpaar, zeg maar Henk en Marian, aan wie zij haar vermogen had toevertrouwd, had haar jarenlang besodemieterd. In mei 2014 werd het echtpaar in zijn kapitale villa in Haren gearresteerd.

De arrestatie volgde op een onderzoek van de politie en de Belastingdienst. Uitgevogeld was dat de huisarts mevrouw Rosingh eind 2009 niet meer handelingsbekwaam achtte, een lot dat wel meer mensen van in de 90 is beschoren. Al in 2006 had mevrouw het echtpaar aangewezen als gevolmachtigden. Henk, belastingadviseur, en Marian kregen vrij spel en maakten daar gretig gebruik van.

Met het geld van mevrouw Rosingh betaalden ze hun eigen energierekeningen, ze deden de boodschappen ervan, boekten vliegtickets voor leuke reisjes naar Italië, ze deden schenkingen aan de eigen kinderen en ze konden ook zorgeloos hun mooie wagenpark onderhouden.

Betrokken buren vertrouwden het niet en trokken in 2013 aan de bel bij de buurtagent. Die keek niet weg, maar deed wat hij moest doen wat leidde tot het onderzoek en de arrestaties in mei 2014.

De dementerende mevrouw Rosingh was toen al een paar ton kwijtgeraakt.
In 2015 overleed ze.
Onwetend.

Toen de politie de arrestatie in 2014 bekendmaakte kwam er ook een persbericht. Daarin stond dat er jaarlijks zo’n 30.000 kwetsbare ouderen het slachtoffer zijn van financiële uitbuiting. Daders zijn vooral familieleden, mantelzorgers en professionele dienstverleners. Aangiftes blijven vaak achterwege, vanwege de schaamte. Met het persbericht vroeg de politie aandacht voor deze verborgen vorm van veelvoorkomende criminaliteit.

Je denkt dan dat zo’n zaak in het verlengde van de politie voortvarend wordt opgepakt door het Openbaar Ministerie. Maar dat gebeurde niet. Integendeel. Het strafdossier werd door een kreupele slak door de gangen van de strafrechtketen gesleurd. Ik zie fraaie filmische beelden die worden ondersteund door de bittere klanken van een cello.

Het duurde twee jaar voordat de zaak werd voorgelegd aan de rechtbank in Groningen. Niemand kon uitleggen waarom. De rechters waren er wel snel klaar mee. Henk en Marian, dan 51 en 52 jaar, werden toen schuldig bevonden en in april 2016 veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf.

Dat hadden er 24 moeten zijn, maar omdat het allemaal zo lang had geduurd kregen ze korting. Een half jaar later, in oktober 2016, werden beiden ook veroordeeld tot het terugbetalen van het geroofde geld. Het Openbaar Ministerie had om bijna een miljoen gevraagd, maar de rechters vonden ruim 300.000 euro voldoende.

Het echtpaar was het er niet mee eens en ging in hoger beroep. De slak sleepte zich moedig voorwaarts en na drie jaar had het uitgeputte beestje het gerechtshof in Leeuwarden bereikt. De hofrechters maakten gehakt van de verweren van het echtpaar. Henk en Marian werden in maart 2019 opnieuw veroordeeld.

Omdat het weer veel te lang had geduurd kregen ze nog een keer korting op de straf. Bleef over: achttien maanden celstraf waarvan ook nog eens zes maanden voorwaardelijk. Een jaar zitten dus. Daarnaast: het samen afdragen van bijna 500.000 euro, fors meer dan de rechtbank had bepaald.

Het was geen verrassing dat het echtpaar – dan nog steeds op vrije voeten, nog geen cent teruggegeven – zich er niet bij neerlegde. Ze stelden in 2019 cassatie in bij de Hoge Raad der Nederlanden. De vraag waar de hoogste rechtsinstantie zich over moet buigen is of de uitspraak van het gerechtshof juridisch oké is of dat er hiaten zijn waardoor de zaak overnieuw moet.

Ik voer nog eenmaal dat arme beestje ten tonele. Ditmaal duurt de slakkengang ruim twee jaar. Sinds vorige week ligt er een conclusie op tafel, dat is een soort advies aan de Hoge Raad. En dat luidt, kort gezegd: de veroordeling door het hof is dikke prima, maar de ‘redelijke termijnen’ zijn wel overschreden, de straf zou dus nog een keer moeten worden verlaagd. De Hoge Raad doet eind mei uitspraak.

Het verhaal is hier bijna ten einde, maar nog niet afgelopen. Het Harense echtpaar heeft niet alleen mevrouw Rosingh financieel kaalgeplukt, maar er ligt een nieuwe verdenking. Ze zouden ook een apothekersechtpaar (inmiddels overleden) uit Drenthe voor 160.000 euro hebben bedonderd.

De familie deed in 2016 aangifte, maar het Openbaar Ministerie zag er toen geen zaak in. Daarop werd een klacht ingediend bij het gerechtshof. In oktober 2019 oordeelde het hof dat het Openbaar Ministerie ook deze zaak moet voorleggen aan de rechtbank in Groningen. Dat is, echt waar, nog niet gebeurd.

Ik blijf deze zaak volgen.
Ik kan niet uitsluiten dat als dit zo doorgaat, het echtpaar uit Haren uiteindelijk geen straf krijgt, maar geld toe.
En dan bel ik Hollywood.

rob zijlstra

 

 

update – 25 mei 2021 – uitspraak hoge raad

De Hoge Raad kan zich vinden in de arresten van het gerechtshof Leeuwarden. Wel moet er vanwege het tijdsverloop een strafkorting worden toegepast omdat de redelijke termijnen zijn overschreden. Het is de derde keer dat aan het echtpaar een strafkorting wordt verleend omdat de termijnen buiten de schuld van de verdachten zijn overschreden.

De rechtbank in Groningen gaf 2 maanden strafkorting: geen 24 maanden, maar 22 maanden celstraf.

Het gerechtshof vond het echtpaar zo schuldig als wat, maar ook hier een strafkorting: geen 22 maanden maar 18 maanden. En dan ook nog eens 6 maanden voorwaardelijk.

De Hoge Raad ziet geen redenen van het arrest af te wijken, maar een strafkorting moet wel: eentje van drie weken.

En zo bleef van de celstraf van 2 jaar die in 2016 passend werd gevonden welgeteld 17 maanden en een week over. In de praktijk betekent dat zo’n 11 maanden zitten.

Hiermee is na 8 jaar een einde gekomen aan een rechtsgang die in 2013 met een aangifte begon. Zie ook → dagblad van het noorden   [premium]

 

Racistische affaires

Wat de belastingdienst is voor de toeslagenaffaire, is de IND voor het ongekende onrecht dat mensen wordt aangedaan die niet in Nederland mogen blijven, maar het land ook niet kunnen verlaten.

Oorzaak: het rigide beleid van de Nederlandse overheid waarbij de menselijke maat volledig ontbreekt.

De toeslagenaffaire is een racistische affaire, concludeerde oud-Ombudsman Alex Brenninkmeijer. Het ongekende onrecht dat veel mensen die in Nederland verblijven, maar hier alle mogelijkheden wordt ontnomen om hier ook te kunnen leven, kan niet heel anders heten.

Het beleid van de IND is gebaseerd op geïnstitutionaliseerd wantrouwen, de politiek steekt de kop in het zand en het bestuursrecht – rechters – houden het bestuur de hand boven het hoofd.

Dit laatste concludeert een groep wetenschappers in een artikel in het Nederlands Juristenblad (NJB).

→ artikel Nederlands Juristenblad [pdf]

In januari vorig jaar ben ik gaan schrijven over de zaak van de 33-jarige Chun Yan uit Groningen die al meer dan 18 jaren in een uitzichtloze situatie zit. Het probleem van Chun is dat hij ademt. De Nederlandse overheid heeft een simpele oplossing voor dit probleem:  het bestaan van Chun wordt simpelweg ontkend.

Hij is wel, maar bestaat niet.

dossier Chun

Tot op de dag van vandaag wordt het leven van Chun willens en wetens door de Nederlandse overheid – IND – onmogelijk gemaakt. Er werden een jaar geleden tot tweemaal toe in de Tweede Kamer vragen gesteld aan de verantwoordelijke bewindslieden. Ze kwamen weg met leugens. Een Kamerlid zei: ,,Tja, dan houdt het voor ons ook een beetje op.’’

Maandag – 12 april 2021 – is een rapport verschenen, opgesteld door advocaten, over ongehoorde misstanden in het vreemdelingenrecht. Het verslag is aangeboden aan Tweede Kamerleden en aan Bart Jan van Ettekoven, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Ik hoop dat dit rapport eraan bijdraagt dat de wind langzaam maar zeker anders gaat waaien en dat politici, bestuurders (en rechters) tot het inzicht komen dat een rechtsstaat waarin de mensenrechten niet voor iedereen gelden geen rechtsstaat is, maar een samenleving vol racistische affaires.

Een meerderheid wil dat niet.

Rob Zijlstra

lees ook: hoe de kinderen van het generaal pardon tweederangs burgers werden [dvhn, premium]

Kladderige mannen

Ik heb het lijstje met strafzaken van de afgelopen vijftien jaar in zittingszaal 14 er even bij gepakt en gekeken naar de leeftijden in relatie tot strafbare feiten. En wat blijkt? Op de lijst staan welgeteld vijftien 75-plussers die gerekend vanaf 2005 in Groningen terechtstonden. Van die vijftien werden er dertien verdacht van een zedenmisdrijf, van aanranding, ontucht en van verkrachting.

Slechts een van hen, de toen 80-jarige Pieter, werd vrijgesproken. Zes van de dertien mannen van respectabele leeftijd kregen onvoorwaardelijke gevangenisstraffen, variërend van drie maanden tot vier jaar. De anderen: werkstraffen.

Wijsheid komt niet bij iedereen met de jaren.

De 76-jarige Klaas had al zijn kleindochters seksueel misbruikt en vond het maar ongepast dat hij zich voor rechters moest verantwoorden. Hij had excuses aangeboden, de kerk geïnformeerd en vond dat daarmee de kous af was. Gevangenisstraf was in zijn ogen misplaatst, want had niet hij na de oorlog eigenhandig Nederland opgebouwd? Hij kreeg een jaar gevangenisstraf.

Of neem de man van 77 die vorige week hoorde dat hij anderhalf jaar naar de gevangenis moet vanwege jarenlang seksueel misbruik van zijn kleindochter. De man uit Veendam wilde doen geloven dat niet hij, maar het meisje de schuldige was. Zij, 9 jaar, had het uitgelokt. De tl-buizen aan het plafond van de rechtszaal hadden even geflikkerd toen hij dat beweerde.

De oudste verdachte die ooit in zittingszaal 14 terechtstond was Piet, toentertijd 85 jaar. Ook hij had niet van zijn kleindochter kunnen afblijven. Piet moest boeten met een werkstraf van 120 uur, oma had de scheiding aangevraagd.

Kinderen, sommigen nog maar zo klein, die het slachtoffer zijn van kladderige mannen, dat is niet slechts een lelijk beeld, maar ook de smerige realiteit die met regelmaat in de rechtszaal zichtbaar wordt.

De lijst van strafzaken van na 2005 in zittingszaal 14 telt ook 138 namen van mannen die terecht moesten staan voor het in bezit hebben van kinderporno. Nee, er zit niet één vrouw tussen om bij wijze van uitzondering de regel te bevestigen. De gemiddelde leeftijd van die kinderpornomannen: 45 jaar. Grote gemene deler: eenzaamheid.

Twee jaar geleden stond de politie in Hoogezand voor de deur van Jacob. De politie had een tip gekregen van een Amerikaanse organisatie die op het internet speurt naar mannen die op zoek zijn naar kinderporno of dit ranzig foto- en filmmateriaal verspreiden.

Jacob, nog maar 43 jaar, deed zich op het internet voor als een meisje van 13, hij was Sletjesilvia. Nachten was hij actief en bezig, meestal onder invloed van amfetamine. Tegen de rechters, zenuwachtig tot op het bot: ,,Als ik niet onder invloed was had ik geen behoeften en lusten. Van speed word ik hyper.’’ De volgende ochtend kwam de kater. ,,Dan was er de walging van wat ik had gedaan.’’

Op een dag, in de periode dat hij zijn baan kwijtraakte, besloot hij dat het zo niet langer kon. Hij onderwierp hij zich aan de hulpverlening. De inval kwam toen hij al was gestopt, maar er werd nog wel materiaal op zijn telefoon aangetroffen: 262 foto’s en 28 filmpjes.

De hulp was eerst even moeilijk geweest, maar nu vindt hij het prettig. Elke donderdag treft hij andere zedendelinquenten en dan praten ze in groepjes. ,,We steunen elkaar.’’ Jacob zegt dat hij gemotiveerd is om door te gaan met de behandeling.

De officier van justitie merkt op dat Jacob zelf vader is van kinderen, maar ook dat het een goede zaak is dat hij hulp heeft gezocht en dat er sprake lijkt te zijn van oprechte spijt. Maar dan komt de dreun, want Jacob moet wat hem betreft wel naar het gevang: tien maanden waarvan zes voorwaardelijk, dat is de eis. Dat celstraf de behandeling op donderdag in de war schopt, vind de officier van justitie jammer maar helaas.

Ik zie Jacob ineenkrimpen. Mompelt, zachtjes, dat hij bang is dat hij de gevangenis niet trekt.

Nu is het zo dat je rechtszaken nooit met elkaar moet vergelijken. Er zijn altijd omstandigheden waardoor de ene zaak de andere niet is.

Daags na Jacob zat Wouter-Olivier in de verdachtenbank, weer dankzij die Amerikaanse organisatie. Op de computers van Wouter-Olivier werden 437.000 pornofoto’s en films aangetroffen. 40 procent is onderzocht met een softwareprogramma van de politie. Het resultaat: 1.880 afbeeldingen van kinderporno.

Wouter-Olivier is een welgestelde man van 80 jaar.

Hij verkreeg het verboden materiaal, zegt hij, met het downloaden van operamuziek. Hij noemde het downloaden ‘stupide gedrag’. Nee, hulp heeft hij niet gezocht, want niet nodig ,,Ik kreeg een wake-up-call, dat volstond.’’ Wanneer? ,,Toen de recherche bij mij thuis was.’’

Wouter-Olivier had een verklaring voor wat hij had gedaan. ,,Ik zocht naar onbevangenheid, iets wat ik in mijn eigen jeugd nooit heb gehad. Ik ben opgegroeid in een sociale omgeving waarin seks taboe was.’’

Toen zei deze man: ,,Ik heb nooit het idee gehad dat die foto’s onder dwang zijn gemaakt.’’

De tl-buizen flikkerden langer dan anders, de vloer van de rechtszaal trilde zelfs even. Wil deze man uit 1941, succesvol in het leven, echt doen geloven dat kinderen die op de meest gruwelijke wijze worden misbruikt jonge acteurs zijn?
Dat het spontane foto’s en films zijn waarop handelingen zijn te zien waar je met maar een klein beetje gevoel in je donder niet eens aan durft te denken?
Gelooft deze man die je gewoon op straat kunt tegenkomen nou echt dat kleine huilende kinderen zich vrijwillig laten verkrachten door grote mannen?

Wouter-Olivier: ,,Ik was naïef.’’

Als de officier van justitie het woord neemt, moet ik denken aan de strafzaak van een dag eerder, aan die van Jacob. Als die al vier maanden naar de gevangenis moet, wat heeft hij de officier van justitie dan wel niet voor deze man in petto? Een jaar? Twee? Vierendelen?

De officier van justitie zegt dat ook naar de persoonlijke omstandigheden moet worden gekeken en vraagt zich af: stuur je een man van 80 nog naar de gevangenis?

De officier van justitie vindt in dit geval van niet. Maar ook een taakstraf vindt hij niet op z’n plaats vanwege ouderdomskwalen waarmee mannen van 80 te maken hebben.

De strafeis: acht maanden voorwaardelijk. Dat is een waarschuwing, het is de laagste strafeis ooit voor kinderporno in zittingzaal 14. De advocaat vindt dit desondanks een heel zware eis en verzoekt de rechtbank de waarschuwing te matigen.

rob zijlstra

update – 9 april 2021 – uitspraken
Jacob hoeft niet naar de gevangenis, hij moet aan de bak: een taakstraf van 240 uur en negen maanden voorwaardelijke celstraf. En Wouter-Olivier ontspringt de dans. De rechtbank sprak hem vrij van het verspreiden van kinderporno, maar veroordeelde hem voor het bezit. De straf: de waarschuwing in de vorm van acht maanden voorwaardelijk. In Amerika kun je nog gewoon president worden, maar hier ben je te oud voor het gevang. De man van 80 lentes is mag wel dagelijks een bos bloemen naar het gerechtsgebouw sturen.

 

Onwaarschijnlijke waarheid

Nico hoort bij zittingszaal 14 van de rechtbank zoals de Martinitoren hoort bij Groningen. Hij komt wel eens in andere steden, Assen, Apeldoorn, Arnhem, maar nooit overtreedt hij daar de wet. Het gaat alleen fout als hij in Groningen is. Hoogst vervelend want hij woont in Groningen.

Nico beschikt over eigenaardige eigenschappen. Vast en zeker ook over heel goede, maar die zijn dan in de afgelopen vijftien jaren iets minder uit de verf gekomen.

Een van de eigenaardigheden is dat Nico vrijwel altijd ontkent waarvan hij wordt beschuldigd, ook als hij het heeft gedaan. Nico kan ontkennen dat hij ontkent.

Slechts tweemaal hoorde ik hem in de rechtszaal een wetsovertreding toegeven. Over een overval op een sigarenwinkel in de binnenstad van Groningen. Klopt, die overval had hij gepleegd, maar de rechters moesten wel weten dat het per ongeluk was gebeurd.

Niemand pleegt per ongeluk een gewapende overval, maar Nico kan dat. Hij was de zaak binnengelopen om sigaretten te kopen en ineens had hij een mes in de hand en toen ongewild enige eisen geformuleerd. Hij verliet de zaak met een beetje buit, was weerom gekeerd om nog even sorry te zeggen en weg was hij.

De andere keer betrof een uitermate trieste gebeurtenis die hij de rest van zijn leven met zich mee moet torsen. Het sneeuwde die dag en ze hadden om te geinen op straat met sneeuwballen gegooid. Eén bal raakte een langslopende mevrouw die een vriend had met zowel een pitbull als een zekere reputatie.

Nico en zijn vriend Henk waren ervan overtuigd dat hun laatste uren hadden geslagen. Dat klopte helaas, zij het voor de helft. Ze besloten ter verdediging een wapen aan te schaffen. Met de revolver gingen ze naar een kennis met meer verstand van zaken. Bij hem aan tafel kregen ze instructies. Daarbij dronken en blowden ze wat en dolden ze met het wapen, als waren ze cowboys.

Ineens – 21 december 2009, even na half elf in de avond – een luide knal. De 28-jarige Henk Hofker was op slag dood.

Een vreselijk ongeluk dat Nico werd aangerekend. Hij had geen verstand van wapens maar zat er toch mee te spelen: roekeloos en dus strafrechtelijk verwijtbaar. De officier van justitie eiste twee jaar celstraf wegens dood door schuld. Nico kreeg er drie.

Hij had in zittingszaal 14 gezegd dat zijn vriend door zijn schuld dood is en dat hij dat zichzelf nooit zal vergeven. Nico, toen 27 jaar, vond dat hij geen recht meer had op leuke dingen in het leven.

Er zouden daarna vele veroordelingen volgen. Zodra er in Groningen een wet wordt overtreden denken politieagenten allereerst aan Nico. Bijna altijd wordt hij opgepakt. Leuk is inderdaad anders.

Afgelopen week stond hij terecht vanwege de verdenking dat hij eerst een tas en drie dagen later een jas heeft gestolen, november vorig jaar. Er zijn camerabeelden, Nico ontkent. Hoe dan, vragen de rechters?

Eerst de tas.

Een vrouw doet aangifte. Uit haar woning in het appartementencomplex aan de Akkerstraat in Groningen is haar handtas gestolen, zo rond zes uur ’s middags. Op dat tijdstip hangt Nico daar rond, zo blijkt uit de camerabeelden. Agenten zijn zonder twijfel: ’t is onze Nico.

Te zien is dat hij in de centrale hal een sigaret rookt. En het lijkt wel of hij een leren handtasje bij zich draagt, een tasje waarvan de vrouw zegt: honderd procent zeker de mijne.

Nico: ,,Klopt, dat ben ik. Maar het is mijn tas, daar zitten mijn sigaretten in en belangrijke dingen.’’ Wat hij daar binnen deed? ,,Roken. Buiten was het koud.’’

Een half uur na de diefstal wordt er met een bankpasje uit die gestolen tas contactloos afgerekend bij de coffeeshop in de Oude Boteringestraat. De camera’s laten niet Nico zien, maar ene Elmar.

Nico zegt: ,,Klopt. Ik ken Elmar wel, maar ik heb hem al maanden niet gezien.’’ Elmar zegt dat hij het pasje waarmee hij afrekende heeft gevonden.

De beelden leveren niet het keiharde bewijs. Maar, zo redeneert de officier van justitie, wordt ergens iets gestolen en Nico is in de buurt, dan is het Nico die het heeft gedaan.

Dan de jas.

Die wordt drie dagen later gestolen uit de synagoge aan de Folkingestraat. Nico is in de buurt. Hij zegt: ,,Klopt. Ik zag allemaal jongeren met mondkapjes door de hoerenbuurt lopen. Dat maakte mij nieuwsgierig, toen ben ik achter hen aangelopen.’’

De jongeren zijn scholieren van het Werkmancollege die een rondleiding krijgen door de synagoge. Tijdens de rondleiding wordt de jas gestolen.

De camerabeelden worden bekeken. Te zien is dat Nico de synagoge met een korte rode jas betreedt en kort daarop het gebouw verlaat in een lange donkere jas met bontkraag. Exact zo’n jas als is gestolen.

Nou?

Nico vindt de verdenking veel te kort door de bocht. Hij zegt dat hij een jas heeft die je binnenstebuiten kunt dragen. En laat hij nou binnen zijn jas hebben omgedraaid. De capuchon zat aan de binnenkant, dat voelde niet lekker. Zodoende.

Nico belandt voor deze twee feiten op het politiebureau. Hij geeft antwoord op vragen en mag dan – tot zijn eigen verbazing – naar huis. Achteraf bleek dat een foutje. Abusievelijk heengezonden, heet het. Nico vindt dat raar en ziet er een bevestiging in van zijn onschuld. Tegen de rechters: ,,Ze weten waar ik woon, waarom hebben ze me dan niet opgehaald?’’

De officier van justitie heeft een andere vraag: wat ditmaal met Nico te doen? Weer een gevangenisstraf? Wetende dat hij dat helemaal niet erg vindt?

Nico denkt graag mee. Hij zegt dat hij wat research heeft gedaan en dat hij wel eens iets anders wil. ,,We hebben nog niet alles met mij geprobeerd.’’ Zijn voorkeur gaat uit naar een vrijwillige behandeling, want om nou de rest van zijn leven afhankelijk van de drugs te zijn, lijkt hem niks. ,,Ik ben al 37.’’

De officier voelt niets voor vrijwillig. Te vrijblijvend, tot mislukken gedoemd. Zij stelt voor, als eis: de veelplegersmaatregel ISD (inrichting stelselmatige dader). Dan zit Nico twee jaar vast en moet hij een intensief traject volgen, met aan de horizon het rechte pad.

Nico knikt. Is een optie. En als dat moet, dan moet het. Tegen de rechters: ,,Ik ben gemotiveerd. Het probleem is natuurlijk dat ik onschuldig ben en moet worden vrijgesproken.’’

Nico zal niet alleen zittingszaal 14 overleven, maar ook de Martinitoren.
Dat kan niet?
Bij Nico kan het onwaarschijnlijke de waarheid zijn.

rob zijlstra

update – 6 April 2021 – uitspraak
Nico staat alleen in zijn waarheid. De rechtbank heeft heeft hem conform de eis veroordeeld tot de maatregel ISD.

 

 

vonnis

 

De strafbare dader

Je kunt een strafbaar feit plegen, een misdaad begaan, terwijl je daar geen straf voor kunt krijgen. Je krijgt pas straf als je ook een strafbare dader bent. Zo zit het strafrecht vol dingetjes

Je kunt van plan zijn een misdaad te plegen, maar halverwege bedenken dat dat toch geen goed idee is. Je komt tot inkeer. Geen straf. Het moment van inkeer is dan wel van cruciaal belang. 

Stel.

Je loopt langs de bakker en je hebt al dagen niet fatsoenlijk gegeten, want geen geld. De bakker heeft zijn lekkerste baksels te kijk gezet in de hoop dat een voorbijganger de verleiding niet kan weerstaan en toehapt. Jij, voorbijganger met knorrende maag, aanschouwt het onweerstaanbare, het water loopt al in de mond, je loert om je heen, je ziet niemand en – inkeer! Je loopt zonder brood door. Niets aan de hand.

Maar de snode inbreker die halverwege in de regenpijp hangt is zo strafbaar als wat, ook al moet het echte inbreken, het stelen, dan nog beginnen. Proberen een misdrijf te plegen is ook strafbaar, maar dan moet er wel een begin van uitvoering van de misdaad zijn. Klimmen in een regenpijp is dat.

Er was eens een man die ruzie kreeg met een andere man. Het liep uit de hand. De ene man stak de andere man neer. Veel bloed. De messentrekker schrok zich een hoedje en kwam tot inkeer: hij verleende eerste hulp en belde 112. Hij was ineens een hulpverlener geworden.

Volgens de advocaat kon van een poging tot doodslag – wat de officier van justitie beweerde –  geen sprake zijn. Uit het feit dat de man 112 belde kon immers worden opgemaakt dat hij de dood juist probeerde te voorkomen.

Helaas, pindakaas, zeiden de rechters: de verdachte was te laat met z’n inkeer. De messentrekker werd veroordeeld en ging voor twee jaar naar de spinnen.

Een ander strafrechtding is noodweer.

Op 11 april 2019 sjouwt de 37-jarige Paay door de nacht. Hij houdt van de duistere binnenstad. Eerder woonde hij in Lahore, de tweede stad van Pakistan, in Canada, daarna in Dubai. Groningen, hij is hier neergestreken omdat zijn vrouw er een goede baan vond, bevalt hem.

Hij heeft die nacht whisky gedronken en een blowtje gerookt, wat hij vaak doet. Hij is aardig  onder invloed, zoals vrijwel iedereen na vier uur in de nacht van de Peperstraat dat is.

De vechtpartij duurt nog geen twintig seconden, er zijn veel getuigen. En camerabeelden. Vage beelden van dichtbij en scherpe beelden van veraf. Beide varianten worden in de rechtszaal getoond. 

Een van de rechters merkt op dat het ook maar goed is dat we de beelden hebben. Er zijn namelijk veel verklaringen van mensen die het hebben gezien, maar wat ze zeggen te hebben gezien, spoort niet met de beelden. De drank, denken de rechters hardop. 

De camera’s registreren dat Paay om 04.15 uur door de Peperstraat loopt. Om 04.19 uur gaat hij alleen een kroeg binnen waar je cocktails kunt drinken. Welgeteld 49 seconden later komt hij weer naar buiten. Hij gaat ergens op zitten om wat aan zijn schoenen te prutsen. 

Om 04.26 uur komt een man in een wit shirt naar buiten, gevolgd door drie, vier metgezellen. Paay staat op, schopt tegen een poot van een terrasstoel en dan ineens vallen er klappen. 

Paay krijgt ze. 
De man in het witte shirt geeft ze. 
Hij krijgt een derde klap van een metgezel. 
Dan grijpt Paay de man bij zijn witte shirt en maakt hij, zo lijkt het, stekende bewegingen. Daarna rent hij weg, de straat uit. 

Eenmaal kijkt hij achterom.

De ambulance komt, een paar minuten later ligt de man van het witte shirt op de operatietafel om een spoedoperatie te ondergaan. Er is een slagader geraakt. Hij overleeft het, dankzij zijn metgezellen die wisten wat te doen- druk op de wond houden – voordat de ambulance kwam.

Het slachtoffer heet Boris. Boris is net als de drie, vier mannen die bij hem waren, marinier. Ze waren samen in de stad om te drinken. Als Boris in de ambulance ligt meldt een van de metgezellen aan de verpleegkundige dat Boris drugs heeft gebruikt.

Wat de aanleiding is geweest voor de schermutseling blijft vaag. Paay zegt dat hij in de kroeg waar hij 49 seconden binnen was een confrontatie had met potige mannen. Ze hadden hem, zegt hij, een terrorist genoemd. Boris en zijn bataljon zeggen dat ze zich daar niets van kunnen herinneren. 

Na twee maanden geeft de politie beelden vrij van  het steekincident. Paay ziet ze op het internet voorbijkomen, herkent zichzelf en schrikt. Hij besluit zich bij de politie te melden en vertelt wat hij nog weet.

Voor de advocaat is het klip en klaar. Paay werd aangevallen, hij verdedigde zich. Schoolvoorbeeld van noodweer. Paay heeft wel een strafbaar feit gepleegd, hij heeft gestoken, maar hij is geen strafbare dader. Dus ook geen straf.

De officier van justitie ziet het anders: niks noodweer. 

Het slachtoffer begon met het geweld, de eerste twee klappen kwamen van hem, dat staat vast. Paay werd dus aangevallen. Maar. De vraag is dan, zegt de officier van justitie: ,,Was er een noodzaak tot zelfverdediging? En daar gaat het fout. Paay had weg kunnen lopen, ja, weg kunnen rennen. Dat deed hij niet. Geen noodweer.’’ 

Hij voegt daar nog aan toe: ,,De wet zegt niet dat wie een klap krijgt, per definitie een klap terug mag geven. dat is een groot misverstand.’’ Met andere woorden, Paay is ook een strafbare dader.’’ De strafeis: twee jaar het gevang in.

De advocaat werpt nog tegen: ,,Weglopen? Hoezo weglopen? Hij werd omsingeld door mannen die hun mannetje staan, door mariniers. Hij kon geen kant op.’’

Boris zit in de rechtszaal en hoort het allemaal aan. Zijn blikken verraden dat hij het liefst de zaak zelf zou willen afhandelen. Buiten. Hij heeft – nog altijd niet volledig hersteld – een schadeclaim ingediend. Wat geld ter compensatie lijkt hem alleszins billijk.  

De officier van justitie moet een advies geven over die claim, de rechters beslissen. 

De officier van justitie: ,,Boros heeft geen recht op schadevergoeding. Hij begon immers met het geweld. Had hij niet geslagen, dan was er geen steekpartij geweest. Dat hij gewond raakte, is een kwestie van eigen schuld, dikke bult.’’

Richting de marinier zegt de officier nog: ,,Ik zeg dit met spijt, want het mag duidelijk zijn bij wie mijn sympathie ligt.’’ 

Niet bij Paay.

rob zijlstra

update: uitspraak

Paay is veroordeeld tot 2 jaar celstraf, geen noodweer. Hij verdedigde zich niet, aldus de rechters, maar zette een tegenaanval in. Klik op onderstaande afbeelding voor het volledige vonnis.

Mama Afrika, papa Europa

Kun je in Nederland worden veroordeeld als je het beste wilt voor je kind? Die vraag stelde ik in 2015 en het antwoord luidde toen ja, dat kan. Want het gebeurde. Sterker nog, het gebeurt doorlopend, getuige het navolgende verhaal dat zich afgelopen week openbaarde in de rechtszaal.

Dit verhaal valt zowel in de categorie ‘waar gebeurd’ als ‘het zal toch niet echt waar zijn?’

In een Nederlandse gevangenis, ver weg in Limburg, zit sinds mei 2015 een vrouw uit Groningen opgesloten omdat ze het beste wil voor haar kind. Komende maand zou ze vrijkomen zoals vrijwel alle criminelen die twee derde deel van de opgelegde straf hebben uitgezeten.

Maar het Openbaar Ministerie (OM) wil niet dat ze op vrije voeten komt. Het OM wil dat ze de volle mep krijgt en dat ze pas over 709 dagen naar huis mag. En misschien zelfs dan nog niet. Afgelopen week diende het OM een vordering in bij de rechtbank in Groningen om die volle mep ook daadwerkelijk uit te delen.

Waarom?
Wat heeft deze vrouw misdaan?
Waarom mag ze niet naar huis?

Het antwoord op die laatste vraag is dat zij zich volgens de officier van justitie in de penitentiaire inrichting Zuid-Oost, locatie Ter Peel, ver weg in Limburg, ernstig heeft misdragen. Niet dat ze iemand heeft beledigd of bedreigd, geknepen, geslagen of geschopt, niets van dit alles.

De reden waarom het OM niet wil dat ze na ruim vijf jaar detentie vrijkomt, is omdat zij nog steeds het beste wil voor haar zoon. Aan het misdrijf waaraan zij zich schuldig heeft gemaakt, komt maar geen einde.

De vrouw heet Angela en is 41 jaar. Ik heb niet met haar gesproken, ik heb haar horen spreken. Ook met de man die aangifte tegen haar deed, hij heet Kees, heb ik mij niet verstaan. Ik moet erop vertrouwen dat in de rechtszaal, zoals dat hoort, een evenwichtig beeld is geschetst.

Het zit zo.

Op een dag vertrok Kees voor gewichtige zaken naar Nigeria, naar een of ander congres. Hij kreeg daar kennis aan een jongedame die zich voorstelde als Angela. Wat er daarna allemaal is gebeurd, bleef in de rechtszaal onbesproken. Hoe ook, Angela raakte zwanger en ze besloten de jongen Aart te noemen.

Kees keerde terug naar Groningen, Angela volgde met Aart toen hij tien maanden oud was. Angela ging eenmaal hier internationaal recht studeren en het leven lachte alsof het een mooie toekomst in petto had.

Jaren verstreken. Aart werd een van de beste voetballertjes van de hele buurt, maar op school ging het niet goed. Angela maakte zich grote zorgen. Ook over de liefde, want met Kees boterde het niet meer. De scheiding kwam en werd volop bevochten, de vader kreeg van de rechtbank het wettige gezag over Aart.

Tegen deze achtergrond zette Angela de dan 8-jarige Aart op het vliegtuig naar Nigeria. Haar ouders vingen hem op. Aart zou een kostschool bezoeken. Dat leek haar beter. Ze zag het, zei ze in 2015 tegen de rechters, als een time-out. De bedoeling was dat Aart na verloop van tijd terug zou keren naar Nederland.

Maar vader Kees deed aangifte van ontvoering. Het OM kwalificeerde de verdenkingen tegen Angela als het onttrekken van een minderjarige aan het wettige gezag en als het onttrokken houden aan dat gezag.

De rechtbank in Groningen veroordeelde Angela voor deze twee misdaden in 2015 tot een jaar celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Het hof vond dat in hoger beroep veel te weinig en legde drie jaar celstraf op.

Toen ze in 2018 dreigde vrij te komen, stelde het OM vast dat Aart nog steeds niet bij zijn vader was en dus
was een nieuwe gevangenisstraf op z’n plaats. De rechters vonden dit een uitstekende oplossing: moeder Angela kreeg weer drie jaar celstraf.

Komende maand zou ze dus vrijkomen, maar nu ligt daar die vordering voor de volle mep. Nog eens 709 dagen.

Angela is met een trieste blik via een videoverbinding in de rechtszaal aanwezig. De Groninger rechters weten dat Nigeriaanse rechters het gezag over Aart hebben toebedeeld aan de moeder en ze weten ook dat Nederland daar geen boodschap aan heeft.

De rechters vragen aan Angela of zij bereid is mee te werken aan de terugkeer van Aart naar Nederland?
Angela antwoordt dat zij dat wil. Ze zegt: ,,Natuurlijk wil ik dat.’’

Advocaat Ilse van der Meer: ,,Ze is doordrongen van haar situatie. Ze weet dat ze alleen uit de gevangenis kan komen als ze meewerkt aan de terugkeer van Aart.’’ Het probleem, zegt de advocaat: ,,Ze kan niks doen. Ze heeft een advocaat benaderd in Nigeria. Die zegt dat je in Nigeria geen procedure kunt beginnen die maakt dat Aart naar Nederland wordt gestuurd. Nigeria zal hem niet laten gaan.’’

De officier van justitie, streng: ,,Mevrouw zegt wel dat ze wil meewerken, maar ze handelt daar niet naar. Ze lapt alles aan haar laars. Mevrouw is niet onmachtig. Ze is onwillig.’’

De advocaat noemt de situatie voor alle betrokkenen ,,ronduit verschrikkelijk’’. Zij zegt dat het buiten alle proporties is om Angela na ruim vijf jaar detentie nog eens 709 dagen op te sluiten. ,,Dat is geen weg naar de oplossing.’’

De rechters vatten het drama kort samen: de officier van justitie zegt dus dat Angela onwillig is, dat ze niet wil, Angela zelf zegt dat ze wel wil, maar onmachtig is.

De rechters willen dan weten wat die 709 extra gevangenisdagen erbij nog toevoegen. Waarom moet dat?
De officier van justitie: ,,Mevrouw houdt moedwillig een strafbare situatie in stand.’’
De advocaat: ,,De officier van justitie zet de moeder onder druk om haar iets voor elkaar te laten krijgen wat ze niet kan. Laten we ophouden met het onmogelijke.’’
Moeder Angela: ,,Ik wil vrede. En verder met mijn leven.’’

Even leek het erop dat die ene vraag niet zou worden gesteld. Maar helemaal aan het einde van de zitting wil een van de rechters het weten: wat vindt Aart er eigenlijk zelf van?

Aart is 15 jaar.
Het gaat hem heel goed in Nigeria.
Hij weet wat hij wil, hij wil niet naar Nederland.
Moet het, dan zal dat niet vrijwillig zijn.
Hij spreekt nauwelijks nog Nederlands.
Hij wil zijn school afmaken.
Hij heeft laten weten: mijn toekomst ligt in Nigeria.
Hij voelt zich slachtoffer want zijn moeder, zij die het beste voor hem wil, zit voor hem al jaren in de gevangenis.

Rechterlijke wijsheid volgt.

rob zijlstra

update – 22 maart 2021 – uitspraak
De rechtbank gaat niet mee in de vordering van het Openbaar Ministerie. Dat betekent dat Angela begin april op vrije voeten komt. De rechtbank stelt dat de regel is dat iemand na twee derde deel van de straf te hebben uitgezeten op vrije voeten komt. Tenzij.
De rechters zijn er niet van overtuigd dat de moeder onwillig is. Dat blijkt niet uit het dossier en het OM heeft dat ook op de zitting niet hard kunnen maken. De rechtbank volgt de advocaat: er is sprake van onmacht. Er is dus geen tenzij.

het vonnis [zodra dat wordt gepubliceerd door de rechtbank]