Idiote liefde

Liefde is overal waar de mensen zijn, dus ook in de rechtszaal. Helaas is die liefde dan meestal flink uit de hand gelopen. Zoals dat gebeurde bij de 27-jarige Adam uit Polen.

Hoe het zover heeft kunnen komen? De rechters willen dat weten. Het antwoord kwam er niet zo vlotjes uit zoals het hier staat. Adam perste de woorden uit zijn mond. ‘Ik was smoorverliefd.’ Zijn lichaam trilt.

De grootste uit de hand gelopen liefde in zittingszaal 14 speelde zich jaren geleden af, eerst in Drenthe en later op de klei aan de kust van Noord-Groningen. Daar woonde een boer met een weiland dat grensde aan die van zijn buurvrouw, boerin.

Zij wilde niets van hem weten, hij alles van haar. Een wereld van verschil dat zou leiden tot een nare geschiedenis.

Want na jarenlange dagelijkse treiterijen zei de boer in de rechtszaal ervan overtuigd te zijn dat de buurvrouw hem leuk vindt. Zo niet, dan moet ze dat aangeven, dan zou hij haar met rust laten. De rechter kende de koppige boer van eerdere zaken. Met boze stem en een priemende wijsvinger: ‘Zij vindt u een vreselijk mens en daarin heeft ze gelijk. U bent een verschrikkelijke man. Snapt u dat?’

Nee, dat snapte de boer niet.
Jaren eerder had hij een vrouw in Drenthe het leven zuur gemaakt. Hij stuurde kaartjes, verspreidde nare briefjes huis-aan-huis, plaatste advertenties in kranten en vroeg bij jolige dj’s van de radio liedjes voor haar aan.

Na werkstraffen volgden waarschuwende voorwaardelijke celstraffen en daarna kwamen de echte gevangenisstraffen. Uiteindelijk, in 2011, belandde de meest koppige boer van heel Groningen, dan 46 jaar, met zijn liefdeswanen in een tbs-kliniek.

Daar zit hij nu nog steeds en nog wel een tijdje. Hij duldt geen behandeling. Recent kwam de boer in het nieuws omdat hij vanuit de tbs-kliniek een nieuwe liefde had gevonden: de officier van justitie die de tbs-maatregel destijds tegen hem had geëist. Hij bedreigde haar middels kaartjes met een akelige dood.

De geraadpleegde psychiater schreef na onderzoek dat er nog altijd grote woede in verdachte ‘broeide en gloeide’. Het advies: een nieuwe tbs. Om de officier van justitie en heel de samenleving tegen de liefde van deze akkerbouwer te beschermen. De rechtbank in Zwolle nam het advies twee maanden geleden over.

Bizar was ook de strafzaak rond de ongeremde liefde die een 48-jarige man uit Groningen voelde voor een tv-presentatrice. Hij wilde een echte foto van haar, niet eentje uit de printer thuis. Maar RTL stuurde geen foto. Hij wist met smoezen haar prive-telefoonnummer te achterhalen en begon te bedreigen met lelijke woorden, met akelige seks en dieren en verkoolde lichamen. Toen hij haar twee kogels stuurde, verzocht RTL hem daarmee op te houden.

Maar stalkers stoppen niet zomaar.

Hij stuurde brieven en sommeerde haar tijdens uitzendingen handgebaren te maken ten teken dat ze zijn liefdesverklaringen had gelezen. Uiteindelijk was de politie gekomen en zag hij in dat hij te ver was gegaan. Om haar vervolgens tientallen keren per dag te bellen om vergiffenis te vragen.

Bizar was vooral dat deze stalker een gezichtsvermogen had van vijf procent. Bijna blinde liefde. De brieven en kaartjes die hij stuurde, werden geschreven door zijn 20-jarige dochter. Zij bracht de post ook naar de brievenbus, geraffineerd met een plastic zakje om haar hand om vingerafdrukken te voorkomen.

Vader en dochter kregen straf. Hij een voorwaardelijke celstraf, zij een werkstraf en samen boetes van 500 en 250 euro die ze in termijnen mochten betalen.

Dan Adam. Hij was verliefd geworden op een foto op Facebook. Zo begon het. Later zag hij haar in Groningen. In het echt was ze nog leuker. Adam: ’Het maakte me gek.’

De foto was van Tessa. Zij draagt dezelfde achternaam als Adam. Hij begon haar berichtjes te sturen op Facebook. Rechters: ‘Hoe reageerde ze daar op?’ Adam: ‘Meestal zei ze niks terug.’

Tessa dacht aanvankelijk dat de berichtjes misschien wel van een ver familielid waren. Leuk. Maar dat veranderde snel. De berichten werden naar en verwarrend.

Rechters: ‘Wat schreef u?’
Adam: ‘Over liefde en dingen die ik meemaakte.’
Rechters: ‘Elke dag?’
Adam: ‘Niet dagelijks, wel vaak. Ze heeft me geblockt.’
Rechters: ‘U maakte toen nepaccounts aan en bleef onder andere namen berichten sturen.’
Adam, zachtjes: ‘Ze zat heel diep in mijn hoofd.’

De berichten zijn uitgeprint en aan het strafdossier toegevoegd; het zijn meer dan tweeduizend pagina’s. Adam zegt: ‘Ik schaam me er nu voor.’

Het was niet bij getikte berichten gebleven. Adam kocht rozen, chocolade, kussentjes, lingerie. Dat legde hij dan neer voor de deur van de woning van haar ouders. Ook de zus van Tessa viel hij lastig. De vriend van de zus verzocht hem indringend te stoppen, wat Adam twee blauwe ogen opleverde. Als reactie maakte hij filmpjes waarin hij met wapens schiet.

Op een dag ging Adam naar Polen. Ook daar kocht hij cadeautjes voor zijn grote onbereikbare liefde. Toen hij terugkwam in Groningen zat er een ander slot in de deur van zin woning. Hij belde de politie. Die kwam en hield hem aan. Hij zat van eind augustus tot begin oktober vast.

Achter de tralies was de inkeer gekomen. Daarmee is de kous niet af. De zussen smeken de rechters: ‘Maak hem duidelijk dat hij ons met rust moet laten. Ons lukt dat al jaren niet.’ De officier van justitie zegt dat de zussen niet meer de baas waren over hun eigen leven. ‘Dat heeft verdachte van hen afgenomen. Elke keer maakte hij de keuze om door te gaan, elke keer opnieuw een wilsbesluit. Hij moet terug naar de gevangenis.’

De eis: een celstraf van zestien maanden waarvan de helft voorwaardelijk, een contactverbod van vijf jaar en een maand cel voor elke overtreding van dat verbod. Een locatieverbod voor de woonomgeving van de ouders. Eenzelfde verbod voor de woonomgevingen van de zussen zou wenselijk zijn, maar wordt niet geëist: om de adressen niet prijs te geven.

Ik zie Adam worstelen in de verdachtenbank. De liefde heeft ook hem, hij die kan zien, blind gemaakt. Ik zie hoe hij probeert door de grond te zakken.

Met bevende stem zegt hij tegen de rechters: ‘De liefde is nu uit mijn hoofd.’
Tegen de zussen mompelt hij: ‘Sorry voor mijn idiote gedrag’.

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

 

 

Zakje snoep

de papieren versie [dvhn]

Het stelen van een zakje snoep, levert geen gevangenisstraf op. Behalve als je Bram heet. En veelpleger bent, tegen wil en dank. Dan kan het.

Bram (46) probeert te redden wat er te redden valt. Want hij weet het. En zegt het ook tegen de rechters: ,,Er hangen duistere wolken boven mijn hoofd.’’

Bram weet dat de officier van justitie straks met de gevreesde maatregel op de proppen komt: met isd. Speciaal bedacht voor veelplegers. Het betekent: twee jaar zitten. Bram tegen de rechters: ,,Ik heb mezelf in de vingers gesneden, mijn eigen ruiten ingegooid en, en dat mogen jullie best weten, ik heb er ook traantjes om gelaten.’’

Bram heeft in september snoep gestolen, een zakje M&M’s bij de nachtwinkel in de Poelestraat in Groningen. En een paar weken eerder, bodylotion van Dr. Van der Hoog en bodycrème van Nivea bij Kruidvat, Vismarkt. Voor het gemak brengt Bram het terug tot een ‘zakje snoep’. ,,En waar hebben we het dan over? Ik bedoel, ik weet dat het niet mag. Ik zit er ook al zestig dagen voor vast. Maar dan ook nog eens twee jaar?’

Bram zegt niet wat hij wel denkt. Hij kent de mores van de rechtszaal als geen ander en blijft netjes en beleefd. Diepe zucht: ,,Ach, wat heb ik ook in te brengen. Niks denk ik.’’

Bram is verslaafd aan cocaïne. Al honderdduizend jaar. Zijn leven bestaat uit overleven, van gevangenis uit, gevangenis in. Hij zou het graag anders zien. In de gevangenis heeft hij leren werken met hout. Dat wil hij ook wel buiten: kasten maken. Meubels. Van hout. ,,Ik heb andere kwaliteiten dan in de gevangenis zitten.

Probleem van Bram is ook dat hij de laatste jaren in de rechtszaal in herhaling valt. Al een tijdje zegt hij dat hij op een keerpunt in zijn leven is aangeland. Tijd om het nu echt over een andere boeg te gooien. Dat het dus anders moet. Dat hij nu keihard aan de slag moet met zichzelf. Hij is gemotiveerd en het is oprecht. Alleen het beest, de cocaïne, denkt daar anders over.

Bram: ,,De grote boef steelt snoep. Ik heb verzaakt. Okay. Maar jongens, kom op, toch geen twee jaar?’’

De officier van justitie doet inderdaad waar Bram zo bang voor is. ,,Zolang verdachte steelt, hij het verschil niet weet tussen mijn en dijn, moeten wij optreden. Ik vorder op te leggen de maatregel isd voor de duur van twee jaren.’’

Bram: ,,Zie je wel.’’
De advocaat: ,,Doe een onsje minder.’’

Rob Zijlstra

 

2017 – Zet’m op Bram
2013 – Het dwaalspoor
2009 – Marathon

 

Zielskwelling

Een ontkennende verdachte krijgt in de rechtszaal nog wel eens te horen dat hij geen verantwoordelijkheid neemt. Of nog erger, dat ‘ie geen zelfinzicht heeft. Dat zegt dan de officier van justitie die niet twijfelt aan de schuld van de verdachte. Een stevige strafeis is dan gepast en zeker ook geboden.

Wat staat daar tegenover?

Daar staat tegenover dat spijt betuigen pluspunten oplevert. Wie lijdt aan zielskwelling, is de gedachte, bedenkt zich misschien wel duizend keer alvorens het verkeerde pad opnieuw te bewandelen. In de rechtszaal vertalen pluspunten zich doorgaans in een lagere straf. Bij een misdaad met oprechte spijt mag het een onsje minder.

Nu heeft de ene verdachte meer last van spijt dan de andere. Wat is oprecht?

Max is een 35-jarige Groninger met een Friese tongval die wegens omstandigheden in de bossen van Drenthe woont. Hij is op gezette tijden dronken en dan gaat hij uit stelen. In Leek gapte hij met gemak een beamer en een printer uit een kerkgebouw, van een bedrijventerrein in Roden roestvrijstaal. Uit een bedrijfsauto van de corporatie waarvan hij een huis had gehuurd, haalde hij het dure gereedschap.

Ach ja, zegt Max. Zo moet het natuurlijk niet. Trouwens… dat met die bedrijfsauto was meer een kwestie van wraak dan van diefstal. Hij wilde Wold & Waard een hak zetten omdat hij het huis was uitgezet in verband met een huurachterstand. Niet goed, maar toch…

En de diefstal van de televisie uit het huis van zijn toenmalige buurvrouw dan? Max veert op. Dat spijt hem helemaal niet. Geen donder. Integendeel. Het zat zo. Hij was Omar tegen het lijf gelopen. Omar wilde een mooie televisie, zo eentje voor aan de muur. Hij had toen gezegd dat hij daar wel voor kon zorgen. Hij ging naar de woning van zijn buurvrouw, ze lag toch in het ziekenhuis en had het tv-toestel meegenomen en aan Omar verkocht. Tegen de rechters: ’t Was hem helemaal naar het zin.’

Maar je haalt toch niet zomaar een televisie uit het huis van je buren? Max mompelt en mokt wat. Hij leeft al jaren in onmin met buurvrouw. Zij is een naar mens. Dus…

Geen spijt?
Nee!
Dan ook geen pluspunten.

Na Max moet Ubel (42) uit Bedum. Zijn rechtszaak is nog niet begonnen of Ubel richt zich tot het slachtoffer dat achter hem op de publieke tribune zit. Om met de droefste theaterogen duizend maal spijt te betuigen.

Ubel is geen doorgewinterde crimineel, hoewel hij eerder in zittingszaal 14 zat. Dat was in 2007 geweest, vanwege handel in cocaïne en xtc. Ubel was destijds taxichauffeur en dan moet je soms wat. Hij had voor de handel moeten boeten met een werkstraf van 240 uur.

Nu zit hij er voor een veel minder fraaie kwestie: hij heeft met een dronken kop een voetganger op het zebrapad aangereden. Dat gebeurde even na middernacht op het Gedempte Zuiderdiep, Groningen, in augustus 2016. Een mooie zomeravond. De voetganger – de man op de tribune – overleefde de klap, maar raakte flink gewond.

Het is niet een ongeluk in de zin van per ongeluk. Het is een ongeluk dat aan de schuld van Ubel te wijten is. Dat vindt het Openbaar Ministerie. Vandaar een rechtszaak. Het is ook niet alleen de drank, maar tevens de snelheid en wat er daarna gebeurde.

Ubel kijkt een film bij een vriend en drinkt vijf flesjes Heineken. Na de film wil hij voor vertier naar de binnenstad, maar eenmaal daar bedenkt hij zich. Hij wil naar huis. Hij doet het rondje Haddingestraat, de Pelsterdwars, Pelsterstraat en rijdt dan het Zuiderdiep op. Daar ziet hij wel mensen staan, maar niet hoe een man de oversteekplaats oploopt, weer wel hoe de voetganger twee seconden later door de lucht vliegt.

Hij snapt het niet. Hij, voormalig taxichauffeur, 16 jaar lang, hij die goed kan autorijden, dat hij die voetganger niet heeft gezien. Hij reed nog geen dertig. Omstanders: harder dan vijftig.

Met het telefoontoestel van een omstander belt hij 112 en vraagt om een ambulance. Daarna wil hij zijn BMW aan de kant zetten, de bussen moeten er ook weer langs. Eenmaal achter het stuur, geeft hij plankgas en scheurt weg. Verbouwereerde omstanders noteren nog net het kenteken.

Nachten heeft hij er wakker van gelegen. Steeds maar die vraag: hoe kan het, hoe kan het? En waarom reed ik weg? Ubel sluit niet uit dat het te maken heeft met stress. En met dingen uit zijn verleden.

De gewaarschuwde politie signaleert hem op de noordelijke ringweg en zet de achtervolging in. Als Ubel in de spiegels blauwe zwaailichten ziet opdoemen, geeft hij extra gas. Via de oostelijke ringweg knalt hij met 110 kilometer per uur woonwijk Beijum in. Tegen de rechters: ‘Ik wist dat ik op dat moment zo’n 2000 meter voorsprong had op de politie.’

Alle (voormalige) taxichauffeurs weten dat er aan de rand van Beijum een sluipweggetje verscholen ligt dat je naar Zuidwolde brengt. Ubel ruikt zijn kans. Na Zuidwolde is het niet ver meer naar Bedum, naar zijn huis. Maar hij heeft pech, want de politie kent het weggetje ook en rijdt hem tegemoet. Als de agenten een auto met gedoofde lichten zien rijden, weten ze dat het de man is die ze moeten hebben. Met getrokken wapens wordt Ubel gesommeerd uit de auto te stappen. Hij wordt in de boeien geslagen en afgevoerd. Op het politiebureau krijgt hij te horen dat het slachtoffer nog leeft.

Een werkstraf van 200 uur en een rijontzegging van een jaar waarvan een half jaar voorwaardelijk. Dat mag de eis zijn.

Nee, met het slachtoffer heeft hij nooit contact gezocht. Rechters: ‘Waarom niet?’ Ubel: ‘Misschien is hij heel boos op mij, en dat kan ik mij ook goed voorstellen.’ Maar zelf heeft hij ook een heel moeilijke periode gehad. Hij heeft zijn rijbewijs terug, maar zes maanden lang had hij niet kunnen autorijden. Ubel: ‘Zes lange maanden, heel moeilijk was dat. Ik heb geen hobby’s en ik mag graag autorijden.’

Dat het geweten Ubel kwelt, dat geloof ik wel.
Maar oprechte spijt?
Het kwam er gelijk zijn rijstijl net even te snel uit.
Max was eerlijker.

Rob Zijlstra

update – 17 november 2017 – uitspraken
Max is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf. Misschien heeft de betuigde spijt geholpen. Dat geldt ook voor Ubel. De rechters vinden de spijt van Ubel ook oprecht. Dat staat in het vonnis. Ook zijn straf is conform. Ik denk dat Ubel zich daarmee in de handen mag knijpen.

 

Soms gaat het zo

Rechters: ‘Hoe kijkt u er nou op terug?
Verdachte: ‘Terug? Ja, ik wou dat ik het terug kon draaien.’
Rechters: ‘Bedoel, heeft u spijt?’
Verdachte: ‘Ja hoor. Het spijt me verschrikkelijk.’
Rechters (ook niet gek): ‘Maar waar heeft u dan spijt van? Dat u hier zit?’
Verdachte: ‘Ja. Dat ook.’
Rechters: ‘En verder?’
Verdachte: ‘Nou voor het slachtoffer en zo.’

Nokkie

De magistraten van Groningen mogen de koning op hun blote knieën danken dat er geen strenge regeringsgezanten bestaan die rechtszaken bijwonen om na te gaan wat hun dienaren in de verre provincies uitspoken met al dat geld dat van overheidswege beschikbaar wordt gesteld.

Is er een probleem dan?

Wat heet. Maandag twitterde ik onbesuisd vanuit zittingszaal 14 dat de strafrechtspraak in Groningen die dag afstevende op een dieptepunt. Nu, dagen later met tijd voor bezinning: het dieptepunt werd inderdaad bereikt.

Goed, je zult maar vrolijk in de nacht op stap wezen en dan onverhoeds een oplawaaier voor je harses krijgen. Zo eentje dat je met een ambulance wordt afgevoerd. Dat willen we niet.

Dit gebeurt wel, in de vroege donderdagochtend (half vijf) van 9 april 2015, in de Oosterstraat, ter hoogte van de donkere Papengang, binnenstad Groningen. Er hangt een uitgelaten sfeer in de stad: FC Groningen heeft zich met drie doelpunten tegen Excelsior de finale van de KNVB-beker ingeschopt (vroeger konden ze dat).

Jan, Han en Rik – sportieve twintigers en dikke vrienden – hebben de legendarische wedstrijd bezocht, daarna zijn ze als overwinnaars de stad ingetrokken om het feest te vieren. Dolle pret.

Maar dan. Han (10 bier) krijgt – half vijf – woorden met twee voorbijgangers. Er vallen klappen. Han gaat nokkie tegen de grond, een van de voorbijgangers valt bovenop hem. Rik (10 bier) ziet dat en schiet zijn vriend te hulp, hij schopt de voorbijganger met een trapje in de rug. Ook Jan (10 bier) die kan judoën, grijpt in.

Daarna lopen de drie vrienden verder. Omstanders buigen zich over de voorbijganger die op de natte stoep ligt. De ambulance komt.

In de rechtszaal worden beelden getoond. Van de klapperij bestaan geen opnames. De minuten die aan het incident vooraf gaan, zijn wel geregistreerd. Te zien is hoe Jan, Han en Rik komen aanlopen, sigaretten roken, een cafe binnengaan, een voor een weer naar buiten komen, op elkaar wachten. Han loopt de steeg uit. Ze ogen ontspannen.

Ook de twee voorbijgangers komen in beeld. Dronken is niet het juiste woord. Ze zijn apezat. Zigzaggend strompelen ze schouder aan schouder voort, bij deuren wordt hen de toegang geweigerd. Niet lang nadat ze het beeld uit zijn gewankeld, vallen de klappen.

Dagen later wordt aangifte gedaan. Het wordt een mishandeling en een juridisch ‘openlijk geweld’. Dat is het in vereniging plegen van geweld gericht tegen personen en/of goederen. Wie wat deed is niet zo van belang. Wie erbij was is er bij. Dus ook Han, hoewel hij zelf nokkie ging.

Openlijke geweldpleging en mishandeling zijn in de rechtspraktijk tamelijk eenvoudige strafzaken die in kwartiertjes worden afgehandeld door de politierechter. Als het al tot een strafzaak komt en niet wordt afgedaan met een schikking.

Dat deze zaak is aangebracht bij de meervoudige strafkamer (met drie rechters) wekt dan ook verbazing. Temeer omdat de capaciteit van de strafrechtspraak in Groningen naatje is. De rechtbank Noord-Nederland kampt met een tekort aan strafrechters. De zittingscapaciteit is daardoor beperkt. Dat betekent dat ook ernstige misdrijven, gereed om door rechters te worden beoordeeld, in de wacht staan.

Ook heel apart: het incident is twee jaar en zes maanden oud. Waarom laat een rechtszaak zo lang op zich wachten? Zelfs bij moordzaken wordt een periode van twee jaar tussen daad en berechting gezien als wat nog redelijk is. Twee jaar en drie maanden lang hoorden Jan, Han en Rik niets. Toen ineens kwam er een brief die wilde dat ze contact zouden opnemen met de reclassering. Omdat ze moesten terechtstaan.

De strafzaak zelf verliep nog gekker. Niks kwartiertjes. Het duurde vijf uren. Urenlang werden de verdachten door de drie rechters ondervraagd. Details wilden de magistraten in hun zoektocht naar de waarheid weten. Nu weet ik niet wat tien glazen bier per persoon plus 935 verlopen dagen doen met het menselijke geheugen, maar ik kan mij voorstellen dat herinneringen vervagen. De rechters niet, die gingen onverdroten door.

De verdenking dat Jan, Han en Rik de agressors waren is gebaseerd op de verklaringen die de twee voorbijgangers eenmaal weer nuchter bij de politie aflegden. Hoewel ze nauwelijks nog wisten dat ze op aarde waren, worden hun verklaringen beschouwd als betrouwbaar. De politie moest wel. Er waren veel getuigen van het incident, maar geen van hen was door de politie bevraagd.

Jan, Han en Rik hebben geen strafbladen. Ze studeren commerciële economie, werken in de gehandicaptenzorg, als operator in de fabriek en ze sporten.

Rik zegt dat hij niet iemand is van geweld, dat hij een trapje in de rug heeft gegeven en toen ‘stoppen stoppen’ riep, dat hij geen letsel heeft toegebracht. Han zegt dat hij werd aangesproken door twee stomdronken mannen, dat hij ineens een klap op zijn achterhoofd kreeg en viel. Jan zegt dat hij zijn vriend wilde beschermen en met zijn handpalm tegen het hoofd van de voorbijganger duwde omdat die steeds probeerde te bijten. Dat het allemaal heel snel ging.

Ze zeggen dat ze het vervelend vinden, voor het slachtoffer. Dat ze weg waren gelopen was omdat ze dachten dat het niet ernstig was. Dat het slachtoffer op de grond bleef liggen, snapten ze wel. Zo vreselijk dronken.

Wanneer de aanklager zijn justitieriedeltje doet, heeft het slachtoffer de rechtszaal al verlaten. Het duurt te lang. Hij eist 1500 euro smartengeld en 675 euro vergoeding voor geleden schade. De officier van justitie rept van ernstige feiten die bijdragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Straf is daarom geboden.

Han hoort een werkstraf eisen van 30 uur, Rik van 40. Het zijn de laagste strafeisen dit jaar in zittingszaal 14. Jan hoort een eis van 150 uur (meer, omdat hij zich ook schuldig zou hebben gemaakt aan een diefstal van zijn eigen armband, een heel ander raar verhaal).

Vragen van een van de advocaten waarom deze kwestie niet in kwartiertjes kon bij de politierechter en vooral waarom het 935 dagen heeft moeten wachten – overigens niet heel uitzonderlijk in Groningen – blijven onbeantwoord.

Zou die gezant bestaan, dan zou hij na onderzoek aan de koning hebben gerapporteerd: ‘Ze doen daar in Groningen dingen waar ze zelf ook niet blij mee zijn.’De koning: ‘Maar waarom doen ze het dan?’
De rapporteur: ‘Dat willen ze niet zeggen.’

De koning had met een schuin hoofd naar de gezant gekeken en toen zijn wenkbrauw gefronst.

Rob Zijlstra

update – uitspraken – 13 november 2017
De rechtbank heeft gesproken: schuldig aan openlijke geweldpleging. Han heeft de geëiste 30 uur gekregen, evenals Rik (tegen wie 40 uur was geeist). Jan (eis 150 uur) mag boeten met 50 uur werkstraf. De beschuldiging dat hij zich ook schuldig heeft gemaakt aan did rare diefstal, ging van tafel met een vrijspraak op dat punt.  De schadeclaim is afgewezen.

Ik weet niet of de rechtbank in het vonnis iets zegt over de tijdsduur. Zodra beschikbaar zal ik de vonnissen hier publiceren.

Ik verwacht niet dat het Openbaar Ministerie in hoger beroep gaat. Als dat wel zo is, bel ik zelf de koning.
 

Powervrouw

De rechtbank in Groningen was niet overtuigd. Er was bewijs, misschien zelfs wel ruim voldoende, maar wat het bewijs niet deed was uitsluiten dat het mogelijk toch anders is gegaan. Dat er een alternatief is voor het verhaal dat het bewijs wil doen geloven. Dan ontstaat twijfel. En twijfel hoort in de rechtszaal te leiden tot vrijspraak.

Punt uit.

Dat vrijspraak een logisch gevolg moet zijn van twijfel is om ongelukken te voorkomen. Het achterliggende idee is dat wij het beter vinden dat een schuldige op vrije voeten loopt, dan dat we een onschuldige opsluiten.

Zoiets is eenvoudig om op te schrijven. In de praktijk kan het ontzettend ongemakkelijk zijn. De waarheid laat zich niet zomaar pakken.

De rechtbank in Groningen was niet overtuigd dat Gerrit in januari 2014, op een zaterdagochtend, het Albert Heijn-filiaal aan de Van Lenneplaan in Groningen heeft overvallen. Bij het Openbaar Ministerie bestond geen twijfel, maar de overtuiging dat Gerrit drie jaar moest worden opgeborgen in de gevangenis. Dat ging dus niet door, reden voor het Openbaar Ministerie hoger beroep aan te tekenen.

Wat niet in de wet staat is dat een behandeling in hoger beroep twee jaar en zes maanden op zich moet laten wachten. Dat dat wel gebeurde is omdat de strafrechtspraak niet op orde is. Alsof de overheid criminaliteit niet serieus neemt. Beschamend, maar dat terzijde.

Afgelopen week werd duidelijk dat het verstrijken van de tijd het Openbaar Ministerie niet op andere gedachten heeft gebracht. Opnieuw eiste de officier van justitie (de advocaat-generaal voor liefhebbers) een gevangenisstraf van drie jaar tegen Gerrit.

Er is dna van hem aangetroffen op een plastic tasje dat de overvaller heeft laten vallen. De verdachte wilde een half uur voor de overval honderd euro pinnen, maar had maar 30 euro op zijn rekening staan. Dat is onderzocht. Gerrit had op dat moment kennelijk meer geld nodig. Zie daar het motief. De overvaller heeft blauwe ogen. Gerrit ook.

En dan zijn loopje. Volgens een Engelse podiatrist (verstand van voeten) lijkt het loopje van Gerrit sterk op die van de overvaller op de camerabeelden. Maar als de Engelsman in de rechtszaal van Groningen – hij werd speciaal ingevlogen – een toelichting moet geven op zijn ganganalyse, verandert sterk in matig.

In het paleis van justitie, want zo heet een gerechtsgebouw in hoger beroep, hoort Gerrit (51) het aan. Voor zijn dna op het plastic tasje heeft hij een verklaring. Hij had zo’n tasje. Dat zat over het zadel van zijn fiets. Op een dag was het tasje weg. Kan heel goed dat de overvaller het van zijn fiets heeft getrokken. Kan. Wat ongeloofwaardig klinkt, is niet per definitie niet waar.

Gerrit had even naar voren moeten komen. De rechters willen hem diep in de ogen kijken. De officier van justitie kijkt ook mee. Zij concludeert: ‘Grote blauwe ogen.’ De rechter: ‘Ik zie lichtblauwe, grijze ogen.’ Gerrit: ‘De officier van justitie heeft zelf grote blauwe ogen.’

Omdat die Engelsman tijdens de rechtszaak in Groningen zwalkte van sterk naar matig werd een nieuw onderzoek gelast naar het loopje. De Groningse hoogleraar Bert Otten werd gevraagd het loopje te bestuderen en daar dan iets verstandigs over te zeggen.

Otten is van de universiteit in Groningen en heeft verstand van neuromechanica en prothesiologie. Van bewegen. Hij adviseert sporters als Bauke Mollema, Epke Zonderland en Dafne Schippers.

Het onderzoeksverslag van Otten komt niet heel uitvoerig aan de orde, wat opmerkelijk is. Otten filmde de loopjes van 118 mannen. Zijn conclusie: de kans dat Gerrit de dader is, is 99,1 procent. Je verwacht dat de officier van justitie zo’n deskundige jubelend naar voren schuift, maar niets van dat alles. In plaats daarvan moet Otten – hij zit op de tribune – aanhoren hoe de advocaat van Gerrit zijn onderzoek door de mangel haalt. Volgens de advocaat is Otten een gelegenheidsdeskundige aan wie je in de rechtszaal helemaal niets hebt.

De vraag of Gerrit schuldig is of niet, moet nu door het gerechtshof worden beantwoord. Gerrit heeft in het verleden overvallen gepleegd, heeft om die reden jaren in de gevangenis gezeten, zelfs in tbs-klinieken. Maar ook in de rechtszaal geldt dat veroordelingen uit het verleden geen garanties bieden voor het nu.

Er gebeurt nog iets in de statige zaal van het paleis van de rechtspraak. Vlak achter Gerrit zit een jonge vrouw. Ogenschijnlijk zelfverzekerd. De jonge vrouw is 20 jaar. Vier jaar geleden was ze 16. En stagiaire bij de Albert Heijn aan de Van Lenneplaan in Groningen. De overvaller die even na half tien binnenkwam liep naar haar kassa. En richtte zijn vuurwapen op haar voorhoofd. Het enige dat zij zag waren twee blauwe ogen en grijze stoppels in de hals.

Haar stem vult de grote rechtszaal. Kraakhelder, maar het is een stem vol pijn. Ze zegt dat ze in angst leeft. Dat ze zes maanden niet heeft kunnen slapen, bang haar ogen te sluiten, uit vrees voor herbelevingen. Dat ze in paniek raakt, begint te gillen, bij onverwachte geluiden, een dichtslaande deur. Dat ze zich tegenover anderen ontzettend schaamt. Dat ze in de bloei van haar jeugd was, bezig de wereld te ontdekken. Dat ze met dat wapen op haar voorhoofd dacht dat ze zou worden doodgeschoten. Dat ze toen aan haar moeder moest denken. Ze blijft bijna altijd binnen, nog steeds, omdat ze niet weet hoe ze zal reageren als er buiten iets gebeurt.

De jonge vrouw zegt geëmotioneerd dat de rechtbank in Groningen haar in de steek heeft gelaten. Die vrijspraak heeft haar pijn gedaan. Ze heeft alles gelezen, ze vindt dat er voldoende bewijs is. Tegen de rechters: ‘Hij heeft mijn jeugd verpest. Alstublieft, veroordeel hem.’

Gerrit kijkt naar haar. Zegt: ‘Ik voel me hier niet prettig bij. Ik zit hier als verdachte, ik voel me aangesproken. Mijn medeleven. Maar ik ben niet verantwoordelijk. Ik heb die overval niet gepleegd.’

De stilte die valt, klinkt ongemakkelijk.

De jonge vrouw zat toen het gebeurde op het vmbo. Nu, vier jaar later, en als gevolg van de gebeurtenissen, studeert ze hbo-rechten. Ze hoopt ooit in een rechtszaal te zitten om slachtoffers bij te staan. Dat is wat ze wil.

Wat de waarheid ook gaat worden, een diepe buiging voor deze powervrouw.

Rob Zijlstra

» zie ook: silly walks 2 & silly walks 1

update – 9 november 2017 – uitspraak
Gerrit  is veroordeeld tot vier jaar celstraf. Het hof heeft bevolen dat hij per direct moet worden aangehouden om zijn straf uit te zitten.

klik voor uitspraak

 

Over de Waddenzee naar Schiermonnikoog

[IM]

Op vrijdag 10 november vaart de oostwadzeiler Najade – een platbodemklipper – vanuit het zoete Lauwersmeer over het zoute water van het eigenzinnige wad naar richting Schiermonnikoog.
Er is plek voor 14 liefhebbers, voor avonturiers.
Zondagmiddag terug, dus ruimschoots voor het werken op maandagochtend.

Ik vaar mee en vertel ’s avonds bij de kachel sterke verhalen. Over de misdaad, de misdaden van zittingszaal 14, over het meest bizarre misdaadverhaal uit de Nederlandse crime-geschiedenis (dat zich afspeelde in Groningen), over de liefste verdachten, over aandoenlijke misdaadblunders, over wereldvreemde rechters, graaide advocaten en andere hardnekkige misverstanden over de strafrechtspraak.

Maar ik verhaal desgewenst ook over het schrijven van (korte) verhalen, over de journalistiek van eens,  van nu en straks, over de krant, de media. En over het levensgevaarlijke verhaal – een primeur – dat ik eind november hoop te publiceren.

Ondertussen is daar buiten de zee. Kabbelend of razend, of iets daar tussenin. Wat zij maar wil, de zee is altijd bovenbaas. Hoe ook, op een moment trek die zee zich terug en valt de Waddenzee droog. Tegen dit fascinerende fenomeen – waar blijft dan al dat water? – kan geen misdaadverhaal op. De zee wordt bodem, wordt tijdelijk land waarover je uren in adembenemende stilte kunt struinen. Je kunt ook even shoppen op Schiermonnikoog en/of bier drinken bij Van der Werf.

Slapen? Er zijn aan boord heerlijke bedden.
Zout water? Er is drank.
Wifi? 4G
Scheurbuik? Er is eerlijk heerlijk eten, een waddentopkok vaart mee.
Gratis? Het kost 185 euro per persoon (inclusief 2 nachten, wijn & zo en de waddenkok).
Zondag terug? Als herboren.

meer informatie en aanmonsteren: met zittingszaal 14 onder zeil

Robz

Silly walks 2

Is de man met het rare loopje de overvaller van Albert Heijn?

Op zaterdag 11 januari 2014, even na half tien ’s ochtends, werd het filiaal van de Albert Heijn aan de Van Lenneplaan in Groningen overvallen. Een gemaskerde man bedreigde de kassamedewerkster met een vuurwapen en maakte 1309 euro en twee waardebonnen van tien euro buit.

Volgens het Openbaar Ministerie (OM) is de nu 51-jarige Van der V. uit Groningen de dader. In april 2015 werd voor de rechtbank in Groningen 36 maanden celstraf geeist. De rechtbank vond het bewijs onvoldoende en sprak Van der V. vrij.

Vandaag – donderdag – dient het hoger beroep bij het gerechtshof in Leeuwarden.

Met enige regelmaat wordt een winkelbedrijf overvallen. De impact van een gewapende beroving is enorm. De medewerkster die werd gedwongen het geld af te geven was een 16-jarige stagiaire. Dat de overvaller nog ‘sorry’ riep toen hij er met het geld vandoor ging, maakt niets goed.

Van der V. heeft vanaf het moment dat hij werd aangehouden ontkent iets met de overval te maken te hebben. Helemaal onbekend met overvallen is hij niet. In 1994 kreeg hij 7 jaar celstraf voor een overval op een bank in Dordrecht. In 1999 werd hij veroordeeld tot 6 jaar en tbs, eveneens in verband met een overval. De tbs bracht hem in de Van Mesdagkliniek in Groningen. Toen zijn tbs-status werd opgeheven bleef hij in de stad hangen.

Tegen de rechtbank zei Van der V. in 2015 dat hij geen overvallen meer pleegt. ‘In de tbs heb ik geleerd andere keuzes te maken.’

Het OM hecht veel waarde aan een bijzonder kenmerk: op camerabeelden is te zien dat de overvaller een apart loopje heeft. Er was een Engelse deskundige (een podiatrisch chirurg) geraadpleegd die in rechtszaal van Groninger evenwel geen uitsluitsel kon geven. Hij was speciaal ingevlogen.

In zijn onderzoeksrapport schrijft de deskundige dat Van der V. op grond van dat loopje heel goed de dader kan zijn, maar in een toelichting uit hij ook de beperkingen van zijn onderzoek.

In maart 2016 bepaalde het gerechtshof dat er een nieuw onderzoek moest komen naar het loopje. Het OM raadpleegde daarop een bewegingsdeskundige (een hoogleraar neuromechanica en prothesiologie) uit Groningen. De man heeft loopjes van 118 mannen, inclusief die van Van der V. gefilmd en geanalyseerd. Conclusie van deze deskundige: de kans dat de verdachte de dader is, is 99,1 procent.

In de Groninger rechtszaal zei Van der V: ‘Uit onderzoek blijkt dat deskundigen in strafzaken het in 71 procent van de gevallen bij het rechte eind hebben.’’ Tegen de rechters voor hem: ,,En u zit tegenover 29 procent.’

 

De overige bewijzen die het Openbaar Ministerie tijdens de rechtszaak aanvoerde en die de rechtbank als onvoldoende beoordeelde.

DNA op plastic tasje
Er is DNA van Van der V. op een plastic tasje gevonden dat de overvaller in de winkel liet vallen.
– Van der V. heeft een verklaring. Hij zegt dat hij zo’n plastic tasje had voor over het zadel van zijn fiets. De overvaller heeft dat tasje misschien gepakt. Van der V. woont in de buurt van het AH-filiaal.
– De rechtbank: het kan zijn dat hij dat tasje in bezit heeft gehad, het zegt niet met voldoende mate dat hij dan ook de overvaller is.

Kleding en schoenen
Volgens de officier van justitie komen kleding en schoenen die de overval droeg – zichtbaar op de camera – overeen met kleding van verdachte.
– De advocaat hierover: er is geen enkele gelijkenis.
– De rechtbank: de advocaat heeft gelijk

Schoudertas
De overvaller droeg een schoudertas. Tijdens de observatie van de verdachte, voor zijn arrestatie, droeg Van der V. ook een schoudertas.
– De advocaat: geen gelijkenis.
– De rechtbank: de advocaat heeft weer gelijk.

Pinnen Hereweg
Van der V. heeft kort voor de overval geld gepind bij een automaat aan de Hereweg. Hij wilde 100 euro pinnen, maar kon vanwege het saldo maar 30 euro opnemen. Rond datzelfde tijdstip is met het telefoontoestel van Van der V. een man gebeld die bekendstaat als drugsdealer. Het OM schetst dat Van der V. drugs wilde kopen, maar onvoldoende geld had en om die reden de overval pleegde (het motief).
– De advocaat: dat is een hypothese, je kunt van alles verzinnen.
– De rechtbank laat zich hier niet over uit.
– Van der V.: Het is onzin. Hij zegt over veel geld te schikken, maar dat hij dat geld thuis bewaart (omdat hij geen vertrouwen heeft in banken). Van der V. zat door een juridische onvolkomenheid ten onrechte te lang in de tbs-kliniek en kreeg daarvoor een schadevergoeding van ruim 40.000 euro. Tegen de rechters: van geldnood is geen sprake.

Rob Zijlstra

extra

» Het vonnis van de rechtbank in Groningen (13 april 2015)

» Het rechtbankverslag van de zitting in Groningen: silly walks 1

» Het rechtbankverslag van de zitting in hoger beroep: powervrouw

update – 26 oktober 2017 – hoger beroep
Het Openbaar Ministerie heeft opnieuw 3 jaar celstraf geëist.

 

 

De zeden 500

De burgemeester is niet in de problemen geraakt. Het is allemaal net goed gegaan. Hoewel? Je kunt ook zeggen, het ging vreselijk fout, maar niemand had dat in de gaten. Publieke ophef bleef achterwege. En dus hoefde de burgemeester ook niks uit te leggen, hoefde hij geen diepgaand onderzoek aan te kondigen en hoefde hij niet de massaal toegestroomde pers te woord te staan. Want de pers stroomde niet toe.

Het gaat om Arend (44). Hij woont in de gemeente van de burgemeester. Arend is een ontzettend alleenstaande man. In 2000 verliet hij de ouderlijke woning en raakte hij verslaafd. Aan de blow en aan kinderporno.

In oktober 2006 stond de politie na een tip uit de Verenigde Staten voor zijn deur in Noord-Groningen. Op zijn computers werden 79.911 kleurenfoto’s en 179 films aangetroffen van het meest ranzige wat bestaat. Op gebrande cd’s in kasten stonden nog eens 250.000 foto’s met kinderporno.

Arend werkte in ploegendienst. Kwam hij thuis, dan was hij moe. Dan ging hij eerst televisie kijken en daarna ging hij zich vervelen. Tegen de rechters had hij gezegd dat foto’s en films waarop is te zien hoe kinderen worden misbruikt en verkracht een vorm is van kunst. En dat is toch niet verboden?

Het koste hem zijn baan. Arend kon zich vinden in de eis, acht maanden gevangenisstraf. ‘Ik onderga het’, zei hij gelaten. De rechtbank vond dat kon worden volstaan met een werkstraf van 240 uur.

Toen Arend was uitgewerkt haalde hij diep adem, kocht hij nieuwe computers en ging hij door waar hij zijn verveelde dagen mee vulde. Met kinderporno. Vorige week waggelde hij tien jaar ouder de rechtszaal weer binnen.

Hij zei: ‘Moi.’
De rechters: ‘U bent al 17 jaar verslaafd aan kinderporno.’
Arend: ‘Helaas wel ja. Ik ben pedofiel.’

Er was een onderzoek geweest in Duitsland. Via een duistere website was een smerige film gedownload waarin een 14-jarig huilend meisje wordt verkracht. De Duitse politie traceerde de downloaders en zo kwam het dat de politie opnieuw voor de voordeur in Noord-Groningen stond. Ditmaal 283.000 weerzinwekkende foto’s en 7.000 zieke films.

Arend probeert nog wat. Hij zegt dat er vast ook kinderen zijn die het vrijwillig doen. En als dat niet zo is, waar zijn die ouders dan? Die moeten hun kinderen toch in de gaten houden? Hij vraagt zich dat af in alle ernst.

Bij de gemeente kenden ze zijn verleden en zijn verboden passie. Na de veroordeling in 2006 stond hij een tijdje onder toezicht. Het is daarom knettergek dat hij een huurwoning kreeg toegewezen tegenover de basisschool. Arend zelf vond dat niet erg. Hij lag graag opgewonden achter de voordeur, lustig loerend door de brievenbus naar al die kinderen die passeerden en op het plein speelden. Hij maakte foto’s. Misschien wel duizend.

Voor zover bekend is het daarbij gebleven en kon de burgemeester zich met de bevingen in de aarde blijven bezighouden.

De officier van justitie: 18 maanden gevangenisstraf waarvan 11 maanden voorwaardelijk. Na zijn straf moet hij naar een forensisch psychiatrische kliniek voor een behandeling die maximaal 3 jaar mag duren. Dat is de eis.

De rechters vragen hoe het hem momenteel in de gevangenis vergaat. Arend mompelt: ‘Wel goed. Ik zit er met veel jeugd.’

Ik heb het nagekeken. Arend is een van de ruim 500 mannen en 9 vrouwen die in de afgelopen tien jaren door de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen is veroordeeld wegens een ernstig zedendelict. Die ruim 500 volwassen mensen werden veroordeeld wegens aanranding en schennispleging, ontucht (kindermisbruik), het bezitten (en soms verspreiden) van kinderporno, van verkrachting en van een combinatie van deze delicten.

Gemiddelde leeftijd: 42 jaar. Witte Groningse mannen. Van de veroordeelden kwamen er 50 uit Noord-Groningen, 40 woonden er in het Eemsmondgebied, bijna eenzelfde aantal in het Westerkwartier. Groningen (stad) en Oost-Groningen leverden elk 200 zedendelinquenten aan zittingszaal 14.

Nu is het zo dat verreweg de meeste van al die Groningse mannen hun opgelegde werkstraffen hebben uitgevoerd, hun gevangenisstraffen hebben uitgezeten. Ze wonen weer naast u, bij u in de straat, het zijn uw collega’s, uw clubgenoten. In Drenthe, in Friesland is dit niet anders. En elders ook niet. Er lopen duizenden zedendelinquenten door het land.

Het verhaal van Dries (37) ligt in het verlengde van dat van Arend. Dries is een man die nog veroordeeld moet worden. Daar zijn er ook heel veel van. Deze Dries zit waar Arend zat. De reden: hij zou drie kinderen van zijn partner hebben misbruikt en verkracht. Niet eenmalig, maar akelig vaak, in een periode van drie jaar. En waarschijnlijk nog langer.

Stiefvader Dries ontkent. Hij noemt de beschuldigingen van de kinderen ‘verzinsels’ en ‘gehouwehoer’. Dat hij als verdachte naar de rechtbank moest komen, vindt hij ‘dikke shitzooi’.

Naast hem zit zijn vrouw Marieke (40), zij is de moeder van de verkrachte kinderen. Marieke is zonder tranen, zij steunt Dries. Bij de politie had ze wel iets verteld. Dries, had ze gezegd, heeft geen rustig geweten. Zelf wordt ze ook verdacht. Ze zou hebben toegekeken hoe haar kinderen werden mishandeld. Met koud water en heet vuur.

Een van haar dochters had iets op papier gezet dat in de rechtszaal werd voorgelezen: ‘Een moeder hoort haar kinderen te geloven. Een echte moeder verlaat de man die haar kinderen verkracht.’ Het zou in de muren van de rechtszaal gebeiteld mogen worden.

Lang hadden de kinderen niets durven zeggen. Uit loyaliteit. De kinderen dachten: als die man naar de gevangenis moet, dan heeft mama geen geld.

Dries: ‘t Is ’n complot.’
Rechters: ‘Ze zeggen dat u een rigide man bent. Bent u dat?
Dries: ‘Ja.’

Hij hoort drie jaar celstraf eisen. Moeder Marieke heeft haar zorgplicht verzaakt en mag (eis) boeten met een werkstraf van 180 uur.

Na de strafzaak ging Dries gewoon naar zijn werk. Dat zei hij.

Wordt hij veroordeeld dan gaat hij in hoger beroep.
Spreekt de rechtbank hem vrij, dan doet de officier van justitie dat waarschijnlijk.
Een behandeling in hoger beroep in zoiets laat doorgaans op zich wachten, dat kan wel eens 2019 worden.
Stel dat Dries dan weer of alsnog wordt veroordeeld.
Tegen de tijd dat hij dan zijn straf moet ondergaan, is het oktober 2020.

Iets klopt er niet.
Ik vind dat meer een feit dan een mening.

Rob Zijlstra

update – 23 oktober 2017 – uitspraak
De rechtbank heeft Arend conform de eis veroordeeld. De rechters menen dat de man verminderd toerekeningsvatbaar is. Behandeling is ook daarom noodzakelijk. Ook stellen de rechters dat Arend met zijn gedrag een verwerpelijke praktijk in stand houdt.

update – 26 oktober 2017 –  uitspraken
Dries is veroordeeld tot 4 jaar celstraf waarvan een jaar voorwaardelijk. Een jaar meer dus. Marieke is vrijgesproken. Medeplegen – ten laste gelegd – is te zwaar. Medeplichtigheid zou hebben kunnen leiden tot een veroordeling, maar was niet ten laste gelegd. De rechtbank geeft het OM hierover in een toelichting op het vonnis een tik op de vingers.

Het vonnis van Dries [klik op afbeelding].

de tik op de vingers

 

herkomst (op basis van woonplaats) zedendelinquenten

leeftijd zedendelinquenten

opgelegde straffen

De kwaadste

Het afgelopen week gepresenteerde regeerakkoord komt te laat voor Leo en Katrien. En vast en zeker ook voor veel anderen die zich de komende tijd in een rechtszaal moeten verantwoorden voor hennepaangelegenheden, daarvoor minimaal werkstraffen krijgen opgelegd en enorme geldbedragen moeten afdragen.

Zij kunnen nog niet vertrouwen op de toekomst.

Misdaad mag niet lonen en dat zal niet veranderen. Leo weet dat inmiddels als geen ander. Katrien is zich van weinig kwaad bewust, dat wil zeggen, niet meer nu ze de waarheid heeft verteld. Ondertussen rollen gemeenten over elkaar heen om in aanmerking te komen voor het experimenteel regeringsideetje om legaal hennep te telen voor recreatief gebruik.

Wat Katrien al deed, maar dan illegaal.
Dat zegt Leo.
Katrien: ‘Nietes. ’t Was Leo die het deed.’

Eigenlijk moesten Leo en Katrien samen terechtstaan, maar dat leek de rechtbank bij nader inzien niet wenselijk. Onwenselijk is dat ze elkaar tegen het lijf lopen. Leo en Katrien hebben onderling flink bonje. Genuanceerder: vooral Leo heeft mot met Katrien. Zij hoopt dat het op een dag weer goed komt. Leo is toch haar zoon en ook dat zal niet veranderen.

Op 14 juli 2014 was er brand in Finsterwolde, aan de Kromme Elleboog. De krant berichtte er een dag later over op pagina 22. Iemand had rook uit het dak zien komen en de blusgroep van Finsterwolde was snel ter plaatse geweest. Korpsen uit Hoogezand en Scheemda kwamen helpen, maar samen konden ze niet voorkomen dat het woonpand in vlammen opging. Op YouTube staat een filmpje waarop is te zien hoe brandweerlieden de woonboerderij gecontroleerd laten uitbranden.

YouTube – film van Marcel Klip

Hoe de brand is ontstaan is dan nog niet bekend.
Leo weet wel beter: ‘Mijn moeder Katrien heeft de boel in brand gestoken.’
Katrien: ’Nietes. ’t Was Leo die dat deed.’

Het gebeurde op een maandagochtend. Omdat er dan bijna nooit wat gebeurt in Finsterwolde, werd hier en daar een wenkbrauw gefronst.  Vastgesteld werd dat de achterdeur was opengebroken. Moest het op een inbraak met brandstichting lijken? Er werd een speurhond aan het werk gezet en toen het beest begon te kwispelen wist de politie: dit is een indicatie dat er vluchtige stoffen aanwezig zijn.

Het Nederlands Forensisch Instituut later: klopt.

Wat de politie verder wist was dat nog niet heel lang geleden op dit adres een hennepkwekerij was ontmanteld. Dat wist de politie want ze had dat zelf gedaan. Toen ook nog eens werd geconstateerd dat het pand een jaar eerder voor 185.000 euro was gekocht en dat er een brandverzekering was afgesloten van 585.000 euro waren de rapen gaar.

 

Leo, het pand stond op zijn naam, werd van getuige gepromoveerd tot verdachte. Wie verdachte is, wordt vrijwel per definitie afgetapt. Dus dan worden telefoons afgeluisterd, een tactiek waarmee het regeerakkoord ook flinke toekomstplannen heeft. Wat de agenten op de tap hoorden bevestigde het vermoeden dat dit niet zomaar een brand was. Niet alleen Leo werd aangehouden, ook zijn moeder.

Moeder Katrien was die maandagochtend aanwezig in de woonboerderij. Eerst vertelde ze als verdachte dat er mannen zijn geweest, geen lieve mannen, maar mannen die eerder dreigende sms’jes hadden gestuurd. Ze dreigden met brandstichting. En ze bedreigden haar zoon. Dat zou best te maken kunnen hebben gehad met inderdaad die hennepkwekerij, maar daar wist ze verder niets van. Moeders doen niet aan hennep. Bovendien: ’Wij wonen in Zeist, niet in Finsterwolde.’

Maar later past Katrien haar verklaring aan. Ze zegt dan dat zij het heeft gedaan. Dat zij de brand heeft gesticht. Iets later, is het weer helemaal anders gegaan, met de opmerking erbij dat dit wel de echte waarheid is. Tegen de rechters: ‘Liegen is zo vreselijk.’ Die mannen, kennissen van haar partner en nog steeds niet lief, hadden er namelijk niets mee te maken. Aan die mannen had ze ook haar excuses aangeboden.

Hoe dan wel?
Het was haar zoon.
Tegen de rechters: ‘Ik dacht, ik neem alle schuld op mij, maar het is niet de waarheid. Mijn zoon heeft de boerderij in brand gestoken.’

Ze zegt: ‘Ik was er wel bij. Ik heb hem nog gewaarschuwd, huilend. Als moeder. Ik zei, doe het niet. Zoek een baan.’
Ze geeft toe: ‘Ik wist dat de boerderij voor bijna zes ton was verzekerd.’
En die dreigende sms’jes?
Leo heeft zichzelf bedreigd, om de brandstichting te verhullen.
Ze zegt dat ze zich schaamt.

De officier van justitie zegt dat we Katrien niet moeten geloven. Wat we moeten geloven is dat Katrien de boel besodemietert. Dat ze het verzekeringsgeld wilde opstrijken en dat ze haar zoon de schuld geeft. Maar de waarheid moet zijn dat ze het samen hebben bedacht. De hennepkwekerij was opgerold en daardoor kwam er geen geld meer binnen. De brandstichting was een way out.

De rekening die Katrien krijgt gepresenteerd voor het snode plan de verzekeraar te tillen is een werkstraf van tachtig uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf (eis). Zo weinig omdat de strafbare feiten gepleegd zijn in de zomer van 2014 en nu pas, in de herfst van 2017, aan de rechtbank zijn voorgelegd. Dit is vaste prik in de Groninger rechtszaal.

Capaciteitskwestie.

Als Katrien en haar partner het gerechtsgebouw hebben verlaten, meldt Leo zich in de rechtszaal. Hij had zich in het gerechtsgebouw verstopt achter een plantenbak, want hij wil zijn moeder en stiefvader nooit meer zien. De rechters vragen:

capaciteit rechtspraak

Wie heeft de brand gesticht?
– Moeder.

Wie heeft het plan bedacht?
– Moeder en stiefvader.

Van wie was die hennepkwekerij?
– Van stiefvader en zijn vrienden.

De niet-lieve mannen?
– Ja.

Wie heeft die sms’jes verstuurd?
– Moeder.

Wie heeft de aankoop van de boerderij gefinancierd?
– Moeder en stiefvader.

Dachten zij in Zeist: we gaan in Finsterwolde in de hennep?
– Ja.

Wat was uw rol?
– Ik was erbij. En ik heb de benzine gehaald.

Bent u schuldig?
– Ja en nee. Ik voelde de druk van mijn moeder op de schouder.

En nu?
– Twee ton schuld.

De officier van justitie herhaalt wat ze eerder die ochtend zei, alsof ze ook niet honderd procent zeker weet wie nou de kwaadste genius is. En dus ook hier: ze hebben de verzekeraar samen willen bedotten. De rekening die Leo krijgt gepresenteerd: 80 uur en een maand voorwaardelijke celstraf.

De rechters moeten een waarheid kiezen.
In de rechtszaal ligt die lang niet altijd in het midden.

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

> meer werk van Marcel Klip 

  >> uit het regeerakkoord: heb hennepvertrouwen

De donkere man

De politie in Noord-Nederland kan het werk niet aan. Er is veel aanbod en er zijn te weinig mensen. Zelfs bij ernstige misdrijven is het naatje pet. Jaren achtereen waren er te weinig rechercheurs, maar het zou wel goed komen. Deze week berichtte de krant dat de forensische opsporing onderbezet is. Er zijn dus nog steeds te weinig rechercheurs.

Arme politie, arme wij.

Een pr-politievoorlichter riep dat ondanks de onderbezetting onderzoeken geen gevaar oplopen. Ammehoela. Het resultaat van politiewerk komt uiteindelijk terecht in de zalen van het strafrecht en daar weten wij wel beter.

Dienders op straat kunnen er ook niet veel aan doen. Dienders – Bernard Welten noemde hen ‘scheidsrechters van de publieke ruimte’ – doen voor een karig salaris hun stinkende best.

Even over Welten.

Van Welten – voormalig korpschef te Groningen, daarna hoofdcommissaris van Amsterdam en tot voor kort adviseur van de blauwe lucht – kun je niet zeggen dat hij met zijn stinkende best het huidige politiekorps naar grote hoogten heeft gebracht. Vrijwel niemand weet wat de man de laatste jaren deed, behalve dat hij er overdadig veel geld voor kreeg, het meest van allemaal.

Het is verleidelijk, maar te gemakkelijk Welten de schuld te geven van alle misère bij de politie. Toen hij in 1999 in Groningen als korpschef aantrad liet hij zich kennen als een toffe peer met stoere plannen. Lekker links ook. Hij stemde dat jaar nog GroenLinks, was actief bij Amnesty International en had een broertje dood aan mensen zonder ambitie. Zijn ideeën over opsporing waren vooruitstrevend.

Schermafbeelding 2017-10-06 om 21.11.22

Thuis in Haren verslond hij boeken van Sun Tzu en Charles Handy, over Alexander de Grote. Criminelen die jarig waren, stuurde hij een verjaardagskaart, opdat het geboefte wist dat ze bij de politie in beeld was. De tactiek: strooi zand in hun machine. Welten noemde dat ‘tegenhouden’.

In 2004 – het jaar dat hij Groningen inruilde voor Amsterdam – zei hij het ontzettend raar te vinden dat de overheid alleen het strafrecht gebruikt om de criminaliteit aan te pakken. Hij zag vooral een taak weggelegd voor bestuurders, de burgemeester voorop. Dat wordt nu, dertien jaar later, alom gepredikt.

Genoeg over Bernard Welten. Op een dag heeft de man het fatsoen verloren. Met de zakken vol geld heeft hij de politie verlaten, zijn onderbetaalde scheidsrechters van de publieke ruimte verontwaardigd achterlatend. Het was zijn motto: steek je kop boven het maaiveld uit, sticht verwarring. Alleen dan komen mensen in beweging.

Ondertussen is het in Noord-Nederland zover gekomen dat als er in Dronrijp (vlakbij Menaam) iemand met kogels schiet, de rest van Noord-Nederland zonder politie zit, tenzij agenten uit Oost-Nederland en Noord-Holland tijd hebben even bij te springen. Dat schijnt regelmatig te gebeuren.

En zo gebeurde het dat de dienstdoende brigadier Teake Tjalling Eabema van de politiepost te Harlingen hem flink kneep toen op een zaterdagavond de melding kwam dat aan de andere kant – in Ter Apel – een overval werd gepleegd. Doelwit was snackbar Take Away bij camping Moekesgat. Een gewapende man in een zwart Adidas-jack was met een wapen naar binnen gegaan en eiste geld.

De overval mislukte, de onverlaat vluchtte zonder buit naar buiten. Korte tijd later werd in de buurt een jongeman op een fiets bedreigd met een vuurwapen. Ook hier bleef de misdaad beperkt tot een poging. Er was een vaag signalement: de dader was een donkere man. Beide keren had de overvaller ‘geef me alles’ geroepen wat het vermoeden deed ontstaan niet uitgesloten kon worden dat er sprake was van een en dezelfde dader.

Schermafbeelding 2017-10-06 om 21.12.40

Veel verder kwam de politie niet. Dat lag niet aan onderbezetting. De officier van justitie: ‘De criminaliteit van Ter Apel bestaat uit winkeldiefstallen en overlast. Een gewapende overval is er zeldzaam. Daarom wilden we deze zaak hoe dan ook oplossen. We hebben er flink op ingezet.’

De flinke inzet piekerde zich suf. Na dagen prakkiseren zei iemand van het onderzoeksteam dat er in 2013 ook al eens een donkere man werd verdacht van een overval in Ter Apel. Dat bleek achteraf niet te kloppen, maar toch. Misschien moesten we deze donkere man opnieuw arresteren en zijn telefoon afluisteren. Je weet nooit. De buurtagent wist waar hij woonde.

Zo geschiedde. De 24-jarige Kama werd zonder pardon gearresteerd. Daarna werd zijn telefoon afgeluisterd. Agenten hoorden hem bellen met zijn broer. Het gesprek ging over geldgebrek. Bingo, riepen de leden van het onderzoeksteam. ‘We hebben een motief.’

Het team deed nog wat. Ze hadden een foto van verdachte Kama gemaakt en van die foto hadden ze de ogen uitgeknipt. De uitgeknipte ogen plakten ze op de gemaakte compositietekening van de mogelijke dader en voegden die als bewijs toe aan het strafdossier.

Afgelopen week diende de strafzaak. Kama vertelde dat hij op de dag van de overval in Rotterdam was.

Schermafbeelding 2017-10-06 om 21.36.22De rechter merkte bij aanvang van de strafzaak op dat hij verbaasd was dat Kama op basis van het dossier als verdachte was aangemerkt. De rechter zei ook, met een vleug cynisme, dat hij een ‘creatief kunstwerkje’ in het dossier had aangetroffen, een knip- en plakwerkje met ogen. Tegen Kama: ’De gelijkenis met u ligt niet 100.000 kilometer uiteen, maar of u het bent, is lastig te zeggen.’

De ervaren officier van justitie voelde de nattigheid en eiste vrijspraak wegens gebrek aan overtuiging. De rechters hadden niet de gebruikelijke twee weken nodig om uitspraak te doen, ze deden het direct. Ze zeiden: ‘Het enige wat de politie heeft vastgesteld is dat de dader een donkere huidskleur heeft en dat u ook een donkere huidskleur heeft. Op basis daarvan veroordelen wij geen mensen.’

Vrijspraak voor Kama. Hij komt nu in aanmerking voor een schadevergoeding. Drie weken zat hij op basis van beroerd politiewerk onschuldig opgesloten. De vergoeding voor justitiële vrijheidsberoving is tachtig euro per gestolen dag. Met geld strijken we problemen glad.

bernard welten politie

interview bernard welten / dvhn, 2004

Toch nog even.

Bernard Welten blijft, las ik, voor drie dagen per maand beschikbaar als adviseur van de nationale politie. Daar krijgt hij 5400 euro voor, per maand. Er zijn mensen bij de politie die dit hebben bedacht, er zijn mensen bij de politie die zoiets goedkeuren. Er was vast een pr-politievoorlichter.

Hoe dit allemaal zomaar kan?
Omdat het kan.
Het is het probleem van de onverschilligheid.

Rob Zijlstra

 

> onverschilligheid
>> interview Bernard Welten (DvhN, 2004)

 

het vonnis: ‘volstrekt onvoldoende bewijsmiddelen’

Bang en gestoord

B. snapt het niet zo goed.
Thuis heeft hij problemen met mannen van de Hells Angels.
En wat doet justitie?
En waarom?

B. is een 43-jarige man en in de war. Hij begrijpt niet waarom justitie hem in de gevangenis opsluit tussen uitgerekend de mannen van de Hells Angels.
In de penitentiaire inrichting De Marwei, Leeuwarden.
Het is een punt van kritiek op zijn detentie, kritiek die hij graag even aan de rechters wil meegeven.

Opdat ze het weten.

Drie maanden geleden, toen B. ook in de rechtszaal zat, vertelde hij aan de rechters dat hij zo ontzettend bang was in de gevangenis. Dat hij daarom liever niet terugging. Maar zijn strafzaak kon toen niet worden behandeld. Nog niet alles was klaar. B. moest wel terug.

Terug naar bang.

Donderdag zat hij er weer.
De rechters vragen hoe het met hem gaat.
Het gaat een stuk beter.
Minder bang.

B. heeft in april dit jaar aan de Henri Dunantlaan in Groningen een vrouw beroofd van haar tas. Dat is de verdenking. Jawel, hij gaf haar een duw, zij, de vrouw viel en raakte daarbij lichtgewond. Omstanders hielden hem aan.

Het zijn de stemmen in het hoofd.
Die praten tegen hem en zeggen ook wat hij moet doen.
Het is om gek van te worden.
Wat is de vraag?

Jawel, die stemmen zijn er al jaren.
Hij praat met ze, praat tegen ze terug.

Hij stuurt ze soms weg, die stemmen.
Maar meestal luisteren ze niet.
Of soms voor eventjes, maar dan komen ze toch weer, weer terug.

Soms zeggen de stemmen dat hij de grootste sukkel is van de stad Groningen.
En dat hij dan moet bewijzen dat dat niet zo is.
Misschien had hij daarom die mevrouw beroofd.

Hoe ook, hij heeft daar enorme spijt van.
Snapt ook wel dat wat hij heeft gedaan niet kan, zoals ook de officier van justitie zegt.

Zijn drugsgebruik maakt het er allemaal niet beter op.
Deskundigen spreken van een chronische psychose.
Paranoïde ook.

Behandeling is noodzakelijk.
Maar er moet ook worden afgerekend.
De eis: veertien maanden celstraf waarvan een half jaar voorwaardelijk.

B. knikt.
In zijn laatste woord zegt hij tegen de drie rechters: ‘Ik ga ermee akkoord dat u mij een straf geeft, maar het moet geen jaren meer duren.’

DUS
In een beschaafde samenleving bekommeren de sterken zich over de zwakken.
Althans, dat was eens een mooi idee.
In die van de onze van anno nu sluiten we mensen die er ook niets aan kunnen doen op in gevangenissen.
Dat is niet om hen te helpen of te beschermen.
Het dient ook geen doel.
Het is voor straf.
Het is wel een beetje gek.
Wie gestoord is mag niet meedoen aan onze krankzinnige wereld.

update – 20 oktober 2017 – uitspraak
B. is veroordeeld tot 12 maanden celstraf waarvan vier manden voorwaardelijk. Na detentie moet hij zich laten opnemen voor behandeling. Voor de volledige uitspraak:

Bel de politie

De politie heeft veel tijd en energie in deze zaak gestoken, zegt de officier van justitie tegen de rechters. Ga maar na. Het strafdossier telt ruim 1.500 pagina’s, het is de weerslag van een uitvoerig en zorgvuldig onderzoek. De misdaad vereiste dat: Sonja (49) heeft geld gepikt uit de kassa van haar werkgever.

wetboek van strafrechtOp camerabeelden is te zien hoe zij heimelijk bankbiljetten uit de lade haalt.
De officier van justitie spreekt van een doordachte misdaad.

Sonja deed het op 20 juli 2014.
Volgens de camera pikte ze geld tussen 8.02.45 uur en 15.43.40 uur.
In totaal 320 euro.
Sonja is met de camerabeelden geconfronteerd en dat betekende het einde van haar loopbaan bij het bedrijf waar ze negen jaar werkte en waar ze een vooraanstaande positie had verworven.
Ze kon goed overweg met de gasten.

Sonja had de ellende kunnen afkopen. De eigenaar van het bedrijf stelde haar voor de keuze: 15.000 euro betalen of we bellen de politie.

De drie strafrechters hebben er zin in. Ze zagen Sonja twee uur lang door. Van alles willen ze weten. Ook of ze kan verklaren waarom ze tussen 2011 en 2014 zo vaak op vakantie ging, soms wel twee keer per jaar. Mexico. Egypte. Een paar zelfs keer naar Curaçao. Nou?

Ik luister goed naar wat Sonja zegt en hoe ze de zenuwen de baas probeert te blijven. Ze zegt zacht dat tegenwoordig toch heel veel mensen twee keer per jaar op vakantie gaan? Dat haar man een goede baan heeft. En dat ze steeds maar een weekje gingen.

De rechters willen weten of haar man nog bij haar is of dat ze al is gescheiden. Sonja, hoorbaar verrast door die vraag: ‘Gescheiden? Nee hoor.’ Haar man steunt haar. Evenals de kinderen. En vrienden.

Ze had tegen haar baas gezegd: ‘Bel de politie maar.’
Tegen de rechters: ‘Ik heb dat geld niet gestolen.’

Terwijl de rechters door blijven vragen, bekijk ik de website van het gedupeerde bedrijf. Het is een sjieke nering aan fraai Friese water. Je kunt er eten, slapen, met je bedrijf feesten en zelfs vergaderen met een flipover (inclusief gratis gebruik van papier en stiften). Ik lees dat de eigenaar in 2014 is onderscheiden.

Hij is toen benoemd tot Lid van Verdienste van de Vereniging Koninklijke Horeca Nederland.

Ineens moest ik aan Pim Fortuyn denken. In november 1995 was hij in Groningen, als spreker op het jaarcongres van de Vereniging Koninklijke Horeca Nederland in de Martinihal. In de zaal zaten een staatssecretaris en honderden geslaagde horecaondernemers uit heel het land. Ik zat als stadsverslaggever op de achterste rij.

Fortuyn zou spreken over imago en gastheerschap, het thema van het koninklijke congres. De voorzitter verkondigde ter inleiding enthousiast dat het imago van de Nederlandse horeca onberispelijk is en dat het gastheerschap tot het beste van de wereld behoort.

Daarna gaf hij de microfoon aan een geamuseerd glimlachende Fortuyn. Die zei terwijl hij de zaal inliep (vrij vertaald): ‘De pot op met je gastheerschap. Ik ga het hebben over het zwarte geld dat in jullie sector omgaat.

De voorzitter ging staan.
Ontzet.
Protesterend.
Gebarend.

Maar Fortuyn (‘Ik heb de microfoon, dus ik ben de baas en moet jij nu je mond houden’) begon aan willekeurige ondernemers te vragen hoeveel werknemers zij zwart aan het werk hadden en hoeveel zij zwart uitbetaalden.
En waarom.
Het werd geen saaie middag.

Daar moest ik aan denken. Sonja vertelt aan de rechters dat ze verantwoordelijk was voor het uitbetalen van de lonen van werknemers met de 0-uren contracten. Met geld uit de kassa. Steeds aan het einde van de dienst. Alles contant en zonder loonstrookjes. Op diezelfde manier moest ze zichzelf betalen.

De advocaat van Sonja voegt toe: ‘En ze was niet de enige die geld uit de kassa mocht halen. Ook koks deden het, om bijvoorbeeld boodschappen te kunnen kopen. De kassa werd nooit opgemaakt. Administratief was het er een zooitje.’

Regelmatig onaangekondigd, vertelt Sonja, kwam de eigenaar langs om de kassa af te romen. Dan was er te weinig geld om het personeel te betalen. Daarover was vaak gedoe. Ze zegt: ’En er viel niet over te praten. Het moest op zijn manier. Hij zei, ik bepaal wanneer jullie loon krijgen.’

Een van de rechters merkt op dat de werkwijze van het bedrijf vast een fiscale reden heeft. Tegen Sonja: ‘Een jongen die bij mij in het dorp woont kon ook zwart werken. Maar dat weigerde hij, dat wilde hij niet. Maar u deed het wel.’

Sonja knikt. Zegt: ‘Het waren zijn regels. Als je niet meedeed, had je geen werk. Achteraf had het anders gemoeten, maar ja, achteraf weten we het allemaal wel.’

De officier van justitie zegt dat het hotel-restaurant er dan een rommelige bedrijfsvoering op mag hebben nagehouden, verdachte heeft haar werkgever wel flink benadeeld. Ze heeft gepikt en daarmee het vertrouwen dat in haar was gesteld ernstig beschaamd. Het voorstel aan de rechtbank: geef haar een werkstraf van 120 uur (eis).

Vanwege 320 euro?

Het vermoeden was dat ze meer geld uit de kassa heeft gegrist. Niet alleen op die ene dag in juli, maar ook in jaren daarvoor. Opgeteld wel 40.000 euro denkt de ondernemer van verdienste. Het zorgvuldig politiespeurwerk ten spijt, bewijs daarvoor is niet gevonden. De misdaad blijft daarom beperkt tot inderdaad die 320 euro.

Maar dan toont de strafrechtspraak een lelijke kant. Een diefstal moet wettig en overtuigend worden bewezen. Een vermoeden vereist geen bewijs, maar het Openbaar Ministerie mag van de wet op grond van een vermoeden wel een ontnemingsvordering (‘pluk-ze’) indienen. De hoogte van het bedrag mag zijn gebaseerd op dat vermoeden.

 

En zo kan het dat de officier van justitie op grond van uitvoerig en zorgvuldig onderzoek zegt te kunnen bewijzen dat Sonja 320 euro heeft gestolen, maar dat het niet te bewijzen vermoeden 18.240 euro bedraagt. En dat bedrag moet Sonja naast die werkstraf betalen, aan de Staat der Nederlanden.

Hoe het met de strafzaak is afgelopen rond het zwarte geld bij het gerenommeerde hotel-restaurant aan het water?
Ken je die mop?
Er was nooit een strafzaak.
Koninklijke Horeca zei in 2014 trots dat het Lid van Verdienste ‘op geheel eigen wijze het aanzien en functioneren van de horeca in Friesland positief heeft beïnvloed’.

Zo iemand val je natuurlijk niet lastig met onbeduidende zaken.

Rob Zijlstra

 

update – 9 oktober 2017 – uitspraak
Sonja is vrijgesproken. De rechters vinden de verklaringen van haar aannemelijk. Er is geen bewijs dat het is gegaan zoals het Openbaar Ministerie zegt.

het vonnis:

vonnis rechtbank

zie ook: Koninklijke Horeca Nederland

vragen die zeker nog moeten worden gesteld:

Wat doet de branche-organisatie met aangesloten leden die een chaos-administratie bijhouden om fiscale redenen?

Wat doet het Openbaar Ministerie met informatie die strafbare feiten doen vermoeden en zo ja, wat is er in dit geval gedaan?

update / 11 oktober 2017
De vragen zijn  gesteld, het wachten is op de antwoorden.

update / 12 oktober 2017
Koninklijke Horeca Nederland heeft gereageerd. De reactie zoals ik die per e-mail ontving:

Beste Rob,
Zoals we gisteren telefonisch afspraken, heb ik je mail intern besproken.
Zoals ik aan de telefoon al aangaf, vinden wij dat horecaondernemers en dus ook onze leden de wet moeten naleven. Eén van onze kernwaardes is dat we van onze leden vragen dat ze zich goed (laten) informeren over geldende wet- en regelgeving en dat zij deze ook zullen respecteren.
KHN heeft niet de ambitie om zelf wet- en regelgeving te handhaven. Daar zijn officiële instanties voor. Maar KHN adviseert haar leden wel over hun verantwoordelijkheden. Die verantwoordelijkheid blijft echter bij de individuele ondernemer liggen.
In onze statuten is vastgelegd dat een lid door de vereniging uit het lidmaatschap kan worden gezet, wanneer gelet op houding, doen en laten van het lid in en/of buiten verband van de vereniging redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voorduren. Het moedwillig, ernstig overtreden van de wet (en daarvoor veroordeeld zijn) is een reden voor opzegging.
Los van het bovenstaande doen wij geen uitspraken over individuele leden en dus ook niet over deze horecaondernemer en deze zaak. Overigens is hier ook de vraag welk – bewezen – verwijt hier wordt gemaakt. Het gaat om vermoedens.
Ik hoop dat je hiermee uit de voeten kunt. Als je ons citeert in je artikel, zou je de tekst van het artikel dan voor publicatie naar me willen mailen? Dan kunnen we meelezen op feitelijke onjuistheden.
Met vriendelijke groet,
Bernadet Naber
woordvoerder KHN
 .

 

update / 13 oktober 2017
Het Openbaar Ministerie heeft ook gereageerd. Een terechte vraag, zegt de woordvoerster. Het antwoord dat de officier van justitie laat weten: tijdens het onderzoek zijn geen concrete aanwijzingen naar voren gekomen die duidden op zwart geld-gerommel (mijn typering). Daarom is daar geen nader onderzoek ingesteld of contact gelegd met de Fiod, de club die aan de bak moet bij verdenkingen van zwart geld.

 

.

 

Livestream mensenhandel

dvhn mensenhandel lezing publieksacademie zittingszaal14

De tiende lezing van de Publieksacademie voor de Rechtspraak gaat over mensenhandel, op 28 september 2017

De lezing is geregistreerd door PodiumTV en is hier terug te kijken

sprekers: Kai Lindenberg, universitair hoofddocent (strafprocesrecht) bij de Rijksuniversiteit Groningen  en Jantine Nolta, strafrechter bij de rechtbank Noord-Nederland.

in de zaal: 260 krantenlezers & luisteraars

De Publieksacademie voor de Rechtspraak (#PAvdR) is een initatief van Dagblad van het Noorden in nauwe samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen, het Openbaar Ministerie en de Rechtbank Noord-Nederland. En #z14.

De eerstvolgende lezing is op de 30 november – over schulden en faillissementen

 

.

 

 

Game over

 

Halverwege de rechtszaak twitter ik vanuit zittingszaal 14 dat de verdachte wereldkampioen ongeloofwaardig ontkennen is. Dat is nogal wat, want kampioen van de wereld ben je niet zomaar.

Zijn naam is Trevor, 20 jaar.
Hij draagt een donkerblauw streepjespak, het pak dat hij ook tijdens de laatste kerstmaaltijd droeg, zie ik op zijn facebookpagina.
Hij luistert naar Machine Gun Kelly, naar Chief Keef.
Op zijn tijdlijn staan lelijke woorden over de politie.
En dat het leven hard is, niet eenvoudig.
Vrienden noemen hem een ‘zogenaamde gangster’ en een laiverd.
Achter zijn rechteroor, een kleine tatoeage.

Hij heeft het niet gedaan.

Tijdens het tweede politieverhoor bekende hij de misdaad. Ja. Dat hij in Delfzijl was geweest in verband met een Playstation. Ja. Er was klapperij geweest. Maar het was gelogen. Trevor zegt tegen de rechters: ‘Ik zei dat ik het had gedaan omdat ik dacht dat ik dan naar huis mocht. Maar dat was niet zo. Ik mocht niet naar huis en ik heb het ook niet gedaan.’

De verdenking is dat Trevor met twee kompanen een leeftijdgenoot in diens woning in Delfzijl heeft overvallen. Trevor zegt tegen de rechters dat hij op het moment van de overval in Groningen was, aan het barbecuen met vrienden. Dus dan was hij niet in Delfzijl.

De rechters: ‘Barbecuen in februari. Wel koud zeker?’
Trevor: ‘Nee hoor, het was tien, vijftien graden.’
De officier van justitie: ‘Nietes. Het vroor.’
De krant: middagtemperatuur rond het vriespunt, koude oostenwind.

Het barbecuen was vanwege het afscheid van een vriend. Die ging verhuizen, van Groningen naar Ten Boer.
Rechters: ‘Hij ging toch pas in juli verhuizen?’
Trevor: ‘Ja, maar hij gaf alvast een afscheidsfeestje. Hij heeft het altijd druk mevrouw.’

Schermafbeelding 2017-09-22 om 13.53.00

Het slachtoffer heet zeg maar Ron. Hij herkende Trevor. Hij kent hem niet persoonlijk, maar wel van het online gamen. De tweede overvaller zou nu verkering hebben met zijn ex, maar zeker weet hij dat niet. De derde was iemand met een klein staartje en cowboyhoed op. Die had geroepen: ‘Als je wat doet, dan steken we je neer.’

Ron had zijn Samsung Galaxy S5 moeten afgeven en zijn Playstation. Inclusief de consoles en een stapeltje spellen. GTA5, Battlefield 3. Black Cops Ops. Het was Trevor die na een tijdje tegen de andere twee riep dat er genoeg was geslagen. De verwondingen waren dusdanig dat Ron naar het ziekenhuis moest.

Op 4 juni, bijna vier maanden later, werd Trevor als verdachte van bed gelicht. Hij was – zegt hij tegen de rechters – stomverbaasd geweest. Een woningoverval? Een Samsung Galaxy meegenomen? Een Playstation 3? Een man die Ron heet uit Delfzijl? Trevor heeft geen idee.

Zijn telefoon wordt onderzocht. Telefoons zijn als olifanten, die onthouden meer dan je denkt. Twee weken voor de overval is met het telefoontoestel van Trevor vijfmaal gebeld met het telefoonnummer van Ron. Hoe kan dat dan?

Trevor: ‘Ik zou het echt niet weten.’
Rechters: ‘Wel raar.’

Telefoongegevens vertellen dat het toestel van Trevor op de dag van de overval om 17.43 uur een zendmast in Groningen aanstraalde, maar om 18.30 uur een mast in Delfzijl, in de buurt van de woning van Ron. Om 20.50 uur is het toestel weer in Groningen. Zijn telefoon was dus in Delfzijl op een tijdstip dat de overval werd gepleegd.

Trevor heeft wederom geen idee. Zijn telefoon, beweert hij, lag aan de lader in de keuken, terwijl hij buiten warme barbecueworst stond te snaaien.

Een uur voor de overval heeft Trevor telefonisch contact met Simon, een achterbuurman van slachtoffer Ron. Eerst kent hij Simon niet, later wel. Maar hem gebeld? Nee. ’s Middags heeft zijn telefoon een huisgenoot van Ron gebeld. Nee. Er is een jongedame met wie Trevor op de dag van de overval contact heeft. De dame – zij woont bij Ron om de hoek – vertelde aan de politie dat Trevor haar die dag had opgehaald. Met nog twee andere jongens. Trevor: ‘Nee.’

Schermafbeelding 2017-09-22 om 13.55.16

WhatsApp kun je niet afluisteren, maar op een in beslag genomen telefoon kun je wel gewoon alles lezen. Iemand had na de overval aan Trevor ge-appt dat ‘de popo was gebeld en dat Ron aangifte gaat doen’. Trevor zelf had daags na de overval een Playstation te koop aangeboden en negen dagen later een Samsung Galaxy S5. Namens een mattie.

De wereldkampioen: ‘Misschien ben ik gehackt, is dat het.’

Toen hij van bed werd gelicht lag op een tafeltje een boksbeugel en onder dat tafeltje een semi-automatisch vuurwapen. De rechter laat een foto zien van onmiskenbaar een boksbeugel. Trevor: ‘Dat is geen boksbeugel, dat is een gesp van een riem.’ De rechter houdt een foto van een vuurwapen omhoog. ‘Gekregen van een vriend, ik wist niet dat het een echte was.’

Waarom Ron te grazen werd genomen, blijft in nevelen gehuld. De politie onderschepte een paar geruchten. Ron zou online een grote bek hebben gehad. Iemand zou jaloers zijn, omdat Ron beter zou zijn bij GTA. Ron zou ‘in de party’ hebben zitten lullen over Tattoo M.

De officier van justitie zegt dat iedereen zich veilig moet voelen in zijn eigen huis en dat een woningoverval zo drie jaar celstraf kan opleveren. Ze zegt ook dat Trevor zijn moeder ziek is en dat hij haar verzorgt, dat hij geen werk, maar wel schulden heeft, dat er sprake is van een disharmonisch intelligentieprofiel, een agressieprobleem en dat Trevor een jongen is die zichzelf nogal overschat.

Het is daarom voor iedereen beter dat het jeugdstrafrecht wordt toegepast. Drie jaar cel kan dan niet, maar achttien maanden (waarvan zes voorwaardelijk) is zeer wel mogelijk. Dat is ook de eis.

Trevor moet een klein beetje huilen. ‘Ik vecht al sinds mijn zesde tegen allerlei problemen.’

De advocaat weet dat hij zichzelf niet belachelijk moet maken door in de geest van Trevor vrijspraak te bepleiten. De raadsman zegt dat hij uitvoerig met zijn cliënt heeft gesproken over ‘de mogelijkheden’ en dat cliënt ervoor heeft gekozen om niet te bekennen. Dat de officier van justitie voorstelt het jeugdstrafrecht toe te passen, is een goede zaak, zegt de raadsman.

De rechters vragen of Trevor zelf nog iets wil zeggen, maar dan iets anders dan ‘weet niet’ of ‘nee’.

Trevor zucht en zegt: ‘Een medegedetineerde heeft zich opgehangen. Daar slaap ik slecht van, nog slechter dan ik al deed.’

Rob Zijlstra

update – 5 oktober 2017 – uitspraak
Trevor is veroordeeld, want de rechters geloven hem niet (goh). De rechters zeggen dat Trevor hulp nodig heeft en dat daarom het jeugdstrafrecht passender is dan het ‘echte’ strafrecht. De straf: 12 maanden cel waarvan de helft voorwaardelijk. Met toezicht door de reclassering.

Effe uitlegge

Gurbert is een goedlachse handelsman in zaken uit het groene grensgebied van Groningen en Friesland. Hij is een man met pandjes en eigen bedrijven en met altijd flink wat contanten in de broekzak. Koopt hij een auto, zoals vorige week nog, een mooie Pontiac voor 17.000 euro, dan betaalt hij die cash. Zo is hij.

Als de rechters het niet helemaal begrijpen, wat hij zich kan voorstellen, dan is Gurbert de beroerdste niet. Dan ken hij het allemaal wel effe uitlegge.

Een ding moeten de rechters sowieso weten: hij is geen mietje. Hij zegt: ‘Ik heb een hoerentent gehad in Gouda.’ Dat dat even duidelijk is. ‘Ik ben geen kleine jongen.’

Ondanks het feit dat Gurbert verdachte is in een strafzaak, gaat het hem goed. Sterker nog: ‘Uitstekend zelfs.’ Het jasje dat hij bij binnenkomst draagt verraadt zijn nieuwe bedoening: zonnepanelen. ‘We kenne er niet tegen werke.’

De rechters willen weten: ‘Wat verdient u per maand?’ Rechters mogen dat gewoon vragen. Er verschijnt een grote grimas op het gelaat van Gurbert. Alsof zijn hoofd denkt: vast meer dan jullie samen. Glunderend: ‘Dat vertel ik niet.’

Twee uur lang zijn de rechters met Gurbert in gesprek. Officier van justitie Henk Mous kijkt al die tijd not amused. De verdachte, zegt hij, is een meester in verzinsels. ‘Geloof hem niet.’

Het begon allemaal op 4 september 2013, al bijna vroeger. Er was gelazer met mannen bij een bedrijfspand in Drachten. De politie werd te hulp geroepen om erger te voorkomen. De mannen hadden een zakenconflict, iets met een aggregaat. Het viel de agenten op dat naarmate ze dichter bij het pand kwamen, een van de mannen steeds zenuwachtiger werd.

Het was de geboorte van een vermoeden. De zenuwachtige was Gurbert, de verhuurder van het bedrijfspand. Het pand waarin in 2009 na een brand een hennepkwekerij was aangetroffen. In de politiesystemen kwam Gurbert voor in relatie tot hennepkwekerijen in Emmen, in 2011 en 2012.

Het frutje op die 4e september leidde tot een groot onderzoek. Er ging een helikopter de lucht in met een warmtecamera, de leverancier van energie deed een meting aan het stroomnet, er werden her en der camera’s geplaatst, agenten gingen er zo nu en dan kijken en stelden dan vast dat er nauwelijks tot geen publieke activiteit was tijdens de openingstijden van het bedrijf.

 

 

Op 24 juli 2014 deed de politie een inval en werd Gurbert gearresteerd. In zijn beleving denderde het halve politiekorps van Noord-Nederland bij hem naar binnen. De oogst: 851 hennepplanten. In zijn woning in het groene grensgebied werd dertien kilo natte hennep gevonden, gereed om op wasrekjes gedroogd te worden.

Gurbert kan het allemaal uitleggen. Hij had contact met jongens, geen jongens die op scootertjes rondrijden. Nu had een van die jongens gevraagd of een deel van het pand te huur was.

Tja, wat doe je? Weigeren? Gurbert had een paar snelbouwwandjes laten komen en zijn jongens hadden een ruimte in elkaar gezet, koolstoffilter erbij, afzuigertje op het dak. Om binnen te komen, moest je door een deur die tevens dienstdeed als achterwand van een kast. Dat was het, meer niet. Raar? Mwoh. Met hennep had hij toch niets te maken? Hij stelt voor om de bewijzen die de domme politie heeft verzameld een voor een en samen met de rechters van tafel te vegen.

Bij zijn woning was de hennep gevonden. In zijn mobiele telefoon vond de politie sms-berichten die duidden op betrokkenheid bij hennepteelt. ‘Kun je per week een kilo white widow leveren?’ En: ‘Zijn de toppen al rijp? Ook: ‘Hoe zit het met de centjes?’ In een bureaulade hadden agenten zegels gevonden waarmee je elektriciteitsmeters kunt verzegelen.

Gurbert slaakt een diepe zucht. Het moet wel leuk blijven. Tegen de rechter: Kijk mevrouw (of zei hij nou mevrouwtje?), voor vijfhonderd tot duizend euro koop je die zegels op internet, en anders zijn er wel corrupte medewerkers van het stroombedrijf die zegels willen leveren. Ik had ze, omdat een monteur ze was vergeten. Simpel.’

Hij legt uit dat hij in de wereld zat van de security. Volgsystemen, Track en Trace. GPS. Cameraatjes. Dat werk. Zegt: ‘Ik had klanten waar we voor 20.000 euro cameraatjes legden. Nou, zo’n klant verdient dat niet met broodjes, dat snapte ik ook wel. Soms konden ze even niet betalen. Dan moest ik wachten tot na de oogst, tot de toppen rijp waren. Snap u? Zo kwam ik in die wereld en dan ben je best kwetsbaar.’

Die caravan? Zelfde verhaal. ‘Ik kreeg nog geld van een klant, dikke zevenduizend. Nee, geen namen. Hij had geen geld, maar wel wisselgeld. Ik zei, wat heb je dan? Hij had een caravan, een Burstner Belcanto. Ja, dat is een flinke caravan, want ik mot geen Kippetje Smal’. Dat die caravan 20.000 euro waard was, wist hij niet. En ook niet dat de caravan als gestolen stond geregistreerd. Gurbert: ‘Had ik dat geweten dan was ik er toch niet mee op vakantie naar Oostenrijk gegaan?’ Rechters: Nee, maar u sloot wel een jaarcontract af voor een plaats op de camping in Kropswolde.’

Officier van justitie Henk Mous: ‘Meneer bagatelliseert het. Wat stelt het nou voor, 850 plantjes heb ik hem horen zeggen. Hennep trekt criminaliteit aan. Ripdeals, overvallen, zijn aan de orde van de dag, niet alleen in Brabant, ook hier in het Noorden.’

Volgens Mous verhuurde Gurbert panden, richtte hij ze in en beveiligde hij de heleboel. Dertien kilo hennep bij hem thuis. Dan zit je tot over je oren in de shit.

Als de zitting is afgelopen en Gurbert zijn zonnepanelenjasje weer aantrekt, lijkt hij niet ontzettend aangedaan. Een werkstraf van 200 uur als eis. Dat trekt hij wel. Dat de officier ook zijn vermeende winst opeist, van 237.000 euro, is minder, maar dat regelt zijn advocaat vast wel, dat komt wel goed.

Volgens mij ontging het Gurbert dat zijn advocaat een pleidooi hield met de passie van een pantoffeldier. De advocaat verzocht om een nader onderzoek naar de berekende winst op een moment dat de behandeling van deze kwestie al was afgerond. Rechters: ‘U bent te laat.’

Als de rechters over twee weken uitspraak hebben gedaan, zie ik Gurbert in mijn verbeelding naar zijn advocaat kijken om hem zonder glundering op het gezicht te vragen: ken jij dat effe uitlegge?

Rob Zijlstra

update – 28 september 2017 – uitspraak 
Gurbert is veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf. Het mocht 20 uur minder (dan de eis) omdat het Openbaar Ministerie veel te lang heeft gewacht de zaak aan de rechtbank voor te leggen, zo vinden de rechters. Of hij 237.000 euro moet inleveren is nog even afwachten: de rechtbank doet in die kwestie eind oktober uitspraak.