De blonde Fries

‘Als je niks hebt gedaan dan
heb je niks gedaan en dan heb
je ook geen advocaat nodig
om dat te zeggen’

 

 

 

 

‘Vrouw maakt pornofoto’s van haar dochter, werkstraf geëist.’
Onder deze kop verscheen donderdag een bericht op de website van deze krant. Terwijl de rechtszaak nog gaande is, wordt er massaal gereageerd. De teneur: deze vrouw moet dood, het liefst akelig.

Iemand schreef: ‘Levenslang opsluiten.’ Een ander: ‘Dit valt op geen enkele manier goed te praten. Never.’ Dat laatste vindt ook de officier van justitie. Hij eist een werkstraf van 120 uur en een gevangenisstraf van 181 dagen waarvan 180 voorwaardelijk. Daarmee is de ene dag die ze heeft vastgezeten afgedekt en blijft een half jaar cel als stok achter de deur op de plank liggen.

De grote vraag is: waarom doet een moeder zoiets naars? Is zij een zo intens slecht mens dat zij op de brandstapel moet eindigen? Is ze een geesteszieke vrouw? Knettergek? Een wanhopige? Een radeloze? Een pedofiele vrouw wellicht? Want die bestaan. Of is ze een van alles een beetje bij elkaar vrouw?

Het speelt zich af in de zomer van 2015. Haar man zegt na een relatie van 14 jaar dat hij een ander heeft, een veel leukere, en dat hij met die andere ook verder wil. Zij kent haar wel, ze zijn samen op vakantie geweest. Ze voelt zich met haar drie kinderen in de steek gelaten. Ze zegt: ‘Het was de meest verschrikkelijke periode in mijn leven.’

Zomaar ineens weer alleen. Wanhopig gaat ze op zoek. Via een datingsite komt ze in contact met mannen, ook met ene Dirk. Dirk is een blonde Fries. Hij wil na een paar dagen daten wel met haar trouwen. En blote foto’s van haar zien. Huilend tegen de rechters en met kleine stem: ‘Ik heb het niet… Ik vind het heel moeilijk te verwoorden, ik… Ik voelde me heel erg… het was eng. Ik kon geen nee… hij deed zich heel erg aardig voor… ik was heel beïnvloedbaar… ik was… in paniek… zoveel spijt nu…ik ben te… meegaand…’
Rechter: ‘Toe nou. Druk op de knop, weg met zo’n vent.’
Ze knikt, had ze dat maar gedaan.

Dirk wil steeds meer. Hij wil dat ze foto’s maakt van haar jongste dochtertje dat dan 3 jaar is. Ze doet het. Ze maakt foto’s als het kind ligt te slapen. ’s Middags een paar en ’s avonds weer. In totaal zeven foto’s. De politie kwalificeert de foto’s als pornografisch omdat de afbeeldingen seksueel geladen zijn. De poses waarin het meisje is gefotografeerd horen niet bij meisjes van 3.

Ze stuurt de foto’s via WhatsApp naar Dirk die het allemaal prachtig vindt en allerlei toespelingen maakt. Dirk wil wel bij haar komen wonen, dan kunnen ze met z’n allen in bad en seks hebben. Dirk wil ook wel een kind met haar om dan later dat kind te misbruiken. De alarmbel gaat niet af. Ze drukt niet op de knop.

Rechter: ‘Kunt u zich voorstellen dat het moeilijk valt te begrijpen? Het is uw kind, u bent de moeder.’
Ze zegt: ‘Natuurlijk kan ik mij dat voorstellen. Ik wou van hem af, maar ik kwam niet van hem af.’

De kwestie komt aan het licht als haar man – ze zijn dan al niet meer samen – in haar telefoon kijkt en WhatsApp-berichten leest. Hij leest over Dirk en dat Dirk voorstellen doet om seks te hebben met ook zijn dochter. Hij maakt foto’s van de berichten en stapt naar de politie en doet aangifte.

De politie gaat op zoek naar Dirk. Die blijkt in Heerenveen te wonen. Dirk heet geen Dirk, maar Ed. Hij heeft een vriendin, is chauffeur zonder werk en is vader van een kind.

De officier van justitie legt uit dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een brug te ver is voor de vrouw. Haar dochtertje heeft er niets van gemerkt, er is geen fysiek contact geweest, het gaat om zeven foto’s die vallen in de lichte categorie. Dat de vrouw hulp heeft gezocht en nu in behandeling is, speelt ook mee.

In de middag zit op de stoel waar zij zat, de man die Dirk zou zijn maar Ed heet. De blonde Fries. Hij had de zeven foto’s in bezit en dat is strafbaar. Dirk (Ed) had al eerder terecht moeten staan, in december vorig jaar. Hij was toen niet gekomen vanwege werk, toen wel. ‘Werk vind ik belangrijker dan dit.’

Hij is zonder advocaat. Lijkt hem logisch. ‘Als je niks hebt gedaan dan heb je niks gedaan en dan heb je ook geen advocaat nodig om dat te zeggen.’ De rechters hadden een bevel tot medebrenging afgegeven. De politie had hem ’s ochtends van bed gelicht en onder dwang naar de rechtbank gebracht.

Ed zegt dat hij Dirk niet is. Van die vrouw heeft hij nooit gehoord. Dat hij zich heeft ingelaten met kinderporno, gaat er bij hem niet in. ‘Kom op, ik heb zelf een kind. Ik ben liever verdachte van een moord dan dit.’ De officier van justitie eist zes maanden celstraf. Ed ziet dat niet zitten. ‘Als ik word veroordeeld, ook nog onschuldig, dan komt er niets meer van mij terecht. Het moet vrijspraak worden.’

Ed weet niet hoe die foto’s op zijn telefoon terecht zijn gekomen. Het kan zijn dat zijn telefoon in de zomer van 2015 een tijdje zoek is geweest. Hij had het toestel teruggevonden in de voortuin. Dat hij via Skype contact heeft gehad met de vrouw – blijkt uit gegevens in zijn laptop – het zal. Hij weet van niks. ‘Er komen mensen bij mij over de vloer.’ Iemand anders heeft het gedaan? Zeg het maar.

De officier van justitie: ‘Zijn verhaal is onaannemelijk en hij heeft ook geen aannemelijke verklaring.’
Ed: ‘Dat ik het niet kan verklaren maakt nog niet dat ik het heb gedaan.’

Einde strafzaak. Hij mag in afwachting van de uitspraak over twee weken de rechtszaal als vrij man verlaten. Dat de politie hem van huis heeft opgehaald betekent niet dat ze hem ook terugbrengen. Dat moet hij zelf regelen. Hij vraagt: ‘En moet ik het ook zelf betalen? (Ja). Nou, een duur dagje dan.’

Ik kijk hem na als hij het gerechtsgebouw verlaat. Was hij het? Daarna lees ik gewelddadige en verbeten reacties op het nieuwsbericht dat ik tijdens de rechtszaak naar de krant stuurde. Het lijkt wel alsof we allemaal een duistere kant hebben.

Behalve u dan.

Rob Zijlstra

uitspraken volgen

Sloom recht

Het echtpaar was het bestuur
en het bestuur betaalde
het echtpaar riant
voor de werkzaamheden

 

Je wilt hopen dat er een causaal verband bestaat tussen het strafrecht dat in de rechtszalen wordt bedreven en de misdaad die daarbuiten wordt gepleegd. Volgens mij is dat ook de bedoeling, want anders is straffen zonder nut.

Toch bekruipt mij vaker dan ik zou willen het gevoel dat het strafrecht z’n eigen gang gaat en zich helemaal niets aantrekt van wat er buiten gebeurt. Het is zonneklaar dat het strafrecht niet zonder de misdaad kan, in tegenstelling tot andersom. Strafrechters moeten dus bij de les blijven, net zo goed als de staande magistraten, de officieren van justitie.

Voorbeeld. In januari 2014 wordt in Groningen een filiaal van Albert Heijn (Van Lenneplaan) overvallen. Een doodsbange 16-jarige scholiere achter de kassa geeft onder dwang van een op haar gericht pistool 1309 euro af aan de gemaskerde overvaller. Er volgt een stevig onderzoek wat leidt tot een dna-match waarna ene Gerrit wordt aangehouden. Gerrit blijkt niet de eerste de beste. Eerder, toen dat nog bestond, overviel hij banken.

Maar Gerrit ontkent. Desondanks eist de officier van justitie 3 jaar gevangenisstraf. In april 2015 wordt Gerrit door de rechtbank in Groningen vrijgesproken. De officier van justitie is het daar niet mee eens – anders eis je geen 3 jaar – en gaat nog diezelfde maand, april 2015, in hoger beroep. Een nieuwe zitting laat al ruim twee jaar op zich wachten en niemand kan vertellen waarom dat zo is.

Trage rechtspraak – goed voor de zorgvuldigheid – gaat hier over in slome rechtspraak wat nergens goed voor is. Er zijn advocaten met meer voorbeelden. Zij beschikken over strafdossiers die op planken in hun kasten liggen te wachten op voortgang. Advocaten smoezen daar niet hardop over, ze kijken wel link uit. Naarmate de behandeling van een strafzaak langer op zich laat wachten, neemt de zwaarte van de straf doorgaans af.

Is dat zo? Deze week werden tien jongemannen uit Groningen en omgeving door de rechtbank in Leeuwarden veroordeeld tot werkstraffen omdat ze zich onheus hadden gedragen na afloop van een verloren voetbalwedstrijd in Heerenveen. De officier van justitie had streng en in volle overtuiging gevangenisstraffen tot vier maanden geëist omdat de samenleving het helemaal heeft gehad met hun voetbalgeweld. De rechters oordeelden anders. Jongemannen die zich in februari 2015 hebben misdragen stuur je in de zomer van 2017 niet meer naar de gevangenis.

Of deze. In 2015 begon de politie een groot onderzoek wat op 31 mei 2016 leidde tot 19 invallen in stad en provincie Groningen. Aan de actie, gericht op ondermijnende hennepteelt, namen 175 politiemensen deel. Dat is no shit. Er werden 11 mannen en 2 vrouwen gearresteerd. Wij van de pers waren vooraf geïnformeerd om verslag te doen van het daadkrachtige optreden van de sterke arm. Na een paar dagen zaten de13 leden van de criminele organisatie alweer thuis. Nu, een jaar verder, is er geen enkel zicht op iets wat lijkt op een vervolg bij de rechter.

Heel de strafrechtketen is sloom. En het kan nog zorgelijker.

In oktober 2013 krijgt de politie informatie over misstanden in Haren. In een lommerrijke straat wordt een hoogbejaarde mevrouw uitgebuit, zo vermoeden bezorgde buren. Er komt een onderzoek en in mei 2014 wordt het echtpaar L. gearresteerd. Er wordt beslag gelegd op auto’s, op scooters in hun tweede huis in Italië en op de kapitale woning aan de rand van Haren (die eerst voor 1,2 miljoen en nu voor 995.000 euro op Funda te koop staat). De verdenking is dat het echtpaar de dan 96-jarige licht dementerende Harense mevrouw Rosingh financieel hebben uitgekleed.

De politie stuurt een persbericht de wereld in waarin de aanhouding wereldkundig wordt gemaakt. De politie wil waarschuwen en signaleren. Ouderen, meldt het persbericht, zijn kwetsbaar voor financiële uitbuiting. Jaarlijks zijn daar 30.000 65-plussers het slachtoffer van. De politie roept op altijd aangifte te doen. Door voorlichting en bewustwording kan ouderuitbuiting worden voorkomen, staat in het persbericht.

Een jaar na de arrestatie besluit Openbaar Ministerie dat het echtpaar strafrechtelijk moet worden vervolgd. Het duurt dan nog eens een heel jaar alvorens de twee verdachten in de verdachtenbank van zittingszaal 14 zitten. Mevrouw Rosingh weet hier niets van. In juni 2015 overlijdt zij, op 98-jarige leeftijd, berooid en wel.

De rechtszaak is in maart 2016. Zeven uur lang wordt het echtpaar (hij is dan 51, zij 52) door de rechters ondervraagd. Een van de beschuldigingen is dat ze mevrouw Rosingh 300.000 euro afhandig hebben gemaakt. Het echtpaar ontkent. Ze zeggen dat ze zorg aan de hulpbehoevende vrouw verleenden in ruil voor 65 euro per uur. Als gevolmachtigden konden ze over haar bankrekening beschikken. Behalve zorg regelden ze ook – tegen betaling – de financiën. Ze betaalden zichzelf.

De officier van justitie noemt de handelwijze stuitend. Slechts de eigen belangen werden behartigd. De zorg die werd verleend: nauwelijks tot niets.

De L.’s zouden ook de goedgevulde kas van een stichting (ten behoeve van autistische kinderen) voor honderdduizenden euro’s hebben geplunderd. Het echtpaar was het bestuur en het bestuur betaalde het echtpaar riant voor de werkzaamheden (aandelenhandel). Een dan al overleden man en vrouw uit Drenthe – apothekers te Groningen – zouden voor meer dan honderdduizend euro zijn bestolen.

De officier van justitie eist tegen zowel hem als haar 22 maanden gevangenisstraf. Het bijeen gegraaide geld, opgeteld 800.000 euro, moeten ze inleveren. De rechtbank veroordeelt het echtpaar in april 2016 conform de eisen: 22 maanden. Financieel ligt het complexer. Het echtpaar moet de gestolen 300.000 euro van mevrouw Rosingh inleveren.

Die 22 maanden hadden eigenlijk 24 maanden moeten zijn. De officier van justitie vond dat twee maanden korting op z’n plaats was omdat het echtpaar zo lang in onzekerheid had gezeten daar de rechtsgang nou niet bepaald vlot was verlopen. De rechters waren het daarmee eens.

Nu komt het. Het echtpaar is in hoger beroep gegaan. Wie door de rechtbank wordt veroordeeld, maar op het moment van de veroordeling niet is gedetineerd, mag de uitkomst van het hoger beroep in vrijheid afwachten. De bezorgde buren uit 2013 zijn nog steeds bezorgd. Niet over hun overleden buurtgenoot, maar zeer over het welzijn van de rechtspraak. Recent hebben ze navraag gedaan bij het gerechtshof in Leeuwarden. Wanneer dient de zaak in hoger beroep? Het antwoord: ergens in 2018.

Slome rechtspraak leidt ertoe dat uitspraken van rechters ook maar meninkjes worden.

Rob Zijlstra

Zet’m op Bram

De rechters noemden
hem een
maatschappelijk probleem

Ik denk dat iedereen weleens iets wil doen waarvan je weet dat je het helemaal niet kunt. Zo droom ik regelmatig over een speech, De Speech, die zo indrukwekkend is dat heel de wereld verandert (iedereen lief en verdraagzaam). Of over 42 kilometer en 195 meter hardlopen. Het winnende doelpunt maken in een bomvol stadion op een zwoele zaterdagavond in de laatste minuut. Waanzinnig lekker koken voor 28 mensen.

Wat denk ik voor iedereen geldt, geldt ook voor Bram. Bram wil een normaal leven, hij wil rust in de kop, geen chaos, en dan wil hij nooit geen drugs meer. Tegen de rechters zegt hij: ‘Ik heb andere kwaliteiten dan vastzitten in de gevangenis.’ Een rechtszaaldeskundige zei eens over Bram: ‘Hij heeft een reële kijk op de wereld, maar hij is niet in staat de juiste keuzes te maken.’

Bram kan niet normaal leven.

Eind vorig jaar kwam ik Bram tegen in de binnenstad van Groningen. Ik zag het direct en hij ook. Hij zei, hé, als jij over mij schrijft, dan noem je me altijd Bram. Ik zei dat ik wel wist dat hij in het echt anders heet. Toen gingen we koffiedrinken bij de Coffeecompany. We spraken over onze gezamenlijke kennissen, wie er vastzaten en over wie niet. We hadden het over de krant en over zijn verslaving, over zijn enorme worsteling die al jaren dag en nacht voortduurt, ook op zondagen als er geen krant verschijnt.

Bram is een aardige man.

Ik schreef vaker over hem. In januari 2009 schreef ik dat Bram de rechters met veel strijdlustige woorden had gevraagd hem nog een laatste kans te geven. De reclassering – vaak steun en toeverlaat – vond dat hij zijn laatste kans had verspeeld. Dat alle hulp die hem in voorbije jaren was aangereikt, het er niet beter op had gemaakt. Het was wat reclassering betreft punt uit.

Hij had destijds, dus acht jaar geleden, een fles Pisang Ambon leeggedronken in de Albert Heijn. Diezelfde dag kwam hij een straatjongen tegen die nog 15 euro van hem moest hebben. Bram kreeg tot drie uur de tijd deze straatschuld te betalen. Ze sloten een overeenkomst volgens de straatwetten: Bram zou bij de Mediamarkt een Playstation stelen en die overhandigen aan de schuldeiser waarmee die 15 euro dan zou zijn vereffend. Bram werd betrapt. De rechtbank veroordeelde hem tot de veelplegersmaatregel isd. Dat betekende twee jaar zitten.

Vrijheid is niet vanzelfsprekend, had Bram toen nog tegen zijn rechters gezegd. Hij zei: ‘Daar moet je voor knokken.’ In een ultieme poging de rechters voor zich te winnen had hij een brief geschreven waarin hij zijn doel had verwoord, een doel dat hem motiveerde om nu voor eens en altijd het rechte pad te gaan bewandelen: hij zou in training gaan om de marathon van Rotterdam te volbrengen.

In oktober 2013 troffen we elkaar opnieuw in de rechtszaal. Dat het na 42 kilometer hardlopen goed zou komen, bleek een illusie. De rechtszaaldeskundigen rapporteerden nu eens dat Bram nog een lange weg had te gaan. Hij stond ditmaal terecht wegens de diefstal van een paar blikjes bier, kroketbroodjes en een bakje ijs bij de Jumbo in de Euroborg. De rechters noemden hem een maatschappelijk probleem. Maar volgens Bram gloorde er hoop: hij was niet alleen verliefd, maar had ook een vriendin. Samen met haar zou het eerst beter worden en daarna alles goed.

Ik zag Bram in 2014 (gevalletje straatoplichting, wederom twee jaar isd). Afgelopen week was hij er weer. Van de 45 levensjaren zat hij er zeker vijftien achter tralies.

Wat Bram ditmaal heeft geflikt noemt de officier van justitie een voor Bram atypisch delict. Een delict dat niet past bij wat er op de kerfstok van hem staat. Een overval. Op 21 december 2016 was een man Erotheek 3000 aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen binnengelopen. Hij had geroepen: ‘Doe de kassa open, want dit is een overval’. De Erotheek-medewerker had stomverbaasd gevraagd: ‘Meen je dat nou echt?’ Als antwoord toonde de overvaller een mes. De medewerker: ‘Het wordt opgenomen op camera.’ Daarop spoot hij haarlak in het gezicht van de overvaller. Bram ging er vandoor. Overval onvoltooid.

De Erotheekman deed pas de volgende dag aangifte. Bram had op straat wat lopen opscheppen en zijn grote woorden bereikten de agenten die zich met de overval moesten bezighouden. Bram werd opgepakt. Op het politiebureau ontkende hij zijn atypisch delict.

Maar maandag in de rechtszaal kwam hij daarop terug. Tegen de rechters: ‘Er zijn camerabeelden. Dan sta je er gekleurd op. Ontkennen heeft geen zin.’ Hij vertelt dat hij er vooraf al weinig vertrouwen in had. ‘Toen die man met dat spul in mijn gezicht spoot, dacht ik al, dit wordt helemaal niks.’

Maar waarom dan?
Bram zucht. Hoe vaak heeft hij het al verteld? Zegt: ‘Je loopt buiten, onder invloed van drugs. Dan ben je een heel ander persoon. Maar ja, dat is achteraf. Zonder drugs zou ik zo’n overval natuurlijk nooit plegen.’

De Erotheekman vraagt 1000 euro bij wijze van schadevergoeding. Bram snapt dat. ‘Ik vind het heel erg voor die man. Ik heb hem psychische schade toegebracht. Dat doet me pijn en verdriet. Wat hij heeft gedaan is het juiste.’

De rechtszaaldeskundigen zijn het ditmaal niet helemaal met elkaar eens, zo meldt de reclassering. De een wil een beetje de ene kant op, de andere een beetje de andere. Geen eenduidige diagnose, het is van alles wat. Bram is niet te vatten. Hij zegt: ‘Als ik het allemaal alleen moet doen, dan lukt het niet. Ik heb een beetje hulp en een stevige stok achter de deur nodig.’

De rechters vragen: Waarom ging het de laatste keer toch weer mis?
Bram: ‘Vriendin weg.’

De officier van justitie denkt nu aan een behandeling van maximaal achttien maanden op een forensisch psychiatrische afdeling (fpa) in een kliniek. Dat dat het beste is. Daarnaast een celstraf van 175 dagen waarvan 75 voorwaardelijk. Neemt de rechtbank deze eis over dan kan Bram op de dag dat zijn straf is uitgezeten (over twee weken al), worden opgenomen.

Bram knikt. Hij ziet dit wel zitten. Hij zegt – het is niet een uitspraak, niet De Uitspraak, die de wereld voorgoed zal veranderen, maar heel, heul misschien wel de zijne: ‘Het wordt tijd dat ik hard aan mijn problemen ga werken.’

Rob Zijlstra

update  – 7 juni 2017 – uitspraak  (vervroegd)
De rechtbank is met alle anderen van mening dat Bram heeft geprobeerd de erotheek te overvallen. De straf pakt wel iets anders uit, omdat rechtbank en openbaar ministerie er verschillende rekenmethodes op nahouden. Het komt uiteindelijk op hetzelfde neer. Bram krijgt 355 dagen celstraf waarvan 180 voorwaardelijk, zodat hij op 15 juni kan worden opgenomen, voor maximaal 18 maanden. Brams slachtoffer heeft recht op een vergoeding van 600 euro.

Jesse [3]

Geen noodweer, wel blinde agressie

Persofficier van justitie Pieter van Rest staat pers te woord na requisitoir

Jesse van Wieren (28) is het slachtoffer geworden van ‘blinde agressie’. Van noodweer zoals de verdachten zeggen, is geen sprake, stelt het Openbaar Ministerie.

De kans dat Rhowan P. (27) en Desiree G. (28) zonder intensieve behandeling in de toekomst opnieuw de fout ingaan, is groot. Daarom moet, zo luidt de eis, naast een gevangenisstraf van 8 jaar ook tbs met dwangverpleging worden opgelegd. Ten aanzien van G. hadden gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC) dat ook geadviseerd. Voor P. lag er geen tbs-advies. Hij weigerde in het PBC mee te werken. Beide verdachten zijn verminderd toerekeningsvatbaar.

In zijn laatste woord aan het einde van de tweedaagse zitting zei Rhowan P.: ,,Ik heb oprechte spijt. Wat er is gebeurd heb ik niet gewild. Ik had 112 moeten bellen. Maar ik ben geen ijskoude moordenaar.’’ De lezing van P. is dat Jesse van Wieren onder invloed zijn woning binnenkwam, hem aanviel en zijn vriendin sloeg. Voor P. is het dan logisch: dan ga je vechten. ,,Ik heb steeds geroepen, mijn huis uit, oprotten. Maar hij bleef maar doorgaan.’’

De lezingen die Rhowan en Desiree geven, stroken niet met de sporen, met name bloedsporen, zoals die in woning zijn aangetroffen, zegt officier van justitie Cassandra Westerling. Zij noemt de verklaringen niet geloofwaardig. ,,Ze zijn bedoeld om de eigen schade te beperken.’’ Over de betuigde spijt: ,,Ze zeggen het, maar uit hun gedrag blijkt het tegenovergestelde. Ze liegen en geven geen openheid van zaken.’’

Westerling: ,,Het meest objectieve dat we hebben is het forensisch beeld. Daaruit blijkt dat er sprake is geweest van een explosie van geweld.’’ Westerling tekende daarbij aan dat het lichaam van Jesse ernstig was toegetakeld (23 steek- en snijwonden in de hals, onderhuidse bloedingen over het hele lichaam), terwijl Rhowan P. nauwelijks letsel had. ,,Jesse van Wieren was niet de aanvaller.’’

Het OM concludeert dat Rhowan het meest geweld heeft gebruikt, maar dat Desiree zich niet onbetuigd heeft gelaten. Zo gaf zo zij het mes waarmee Jesse werd doodgestoken. ,,Hun rollen zijn gelijkwaardig aan elkaar en ze dragen dus ook de gezamenlijke verantwoordelijkheid.’’

Jesse van Wieren verdween in de vroege ochtend van nieuwjaarsdag na een bezoek aan het dorpscafé in Kloosterburen. Terwijl tientallen mensen naar hem zochten kwam bij de politie een tip binnen. Kort daarna werd Jesse gevonden in de tuin van de woning van Rhowan.

De rechtbank neemt twee weken extra tijd om uitspraak te doen: op 29 juni .

rob z.

dag 1veel vragen op eerste dag

 

Jesse [2]

Dag 1 proces Jesse van Wieren roept vragen op

Rhowan en Desiree, schets van rechtbanktekenaar Annet Zuurveen

De moord (doodslag) op de 28-jarige Jesse van Wieren, op 1 januari 2016 in Kloosterburen, is omgeven door veel drank en drugs. En vragen, zo bleek op de eerste dag van het strafproces.

Desiree G. was twaalf jaar toen ze voor het eerst cocaïne gebruikte. Haar vriend Rhowan P. was als tiener al verslaafd aan alcohol. Het is nu ze respectievelijk 28 en 27 jaar zijn, niet veel beter geworden. Beide kampen met een ernstige verslavingsproblemen in combinatie met zo’n beetje alle ellende die een twintiger kan overkomen.

Maar waren ze in die nieuwjaarsochtend ook het slachtoffer van leeftijdgenoot Jesse van Wieren?

Zelf zeggen ze van wel. Ze waren bij Rhowan thuis, in zoals hij het noemde, zijn studio. Hij was al 24 uur aan de drank, zij had af en toe black-outs. Dan wordt er aangebeld. Desiree doet open. Een man vraagt of hij wat drugs kan scoren. Ze laat hem binnen. Ze zeggen: ,,De eerste tien minuten was er niets aan de hand.’’

Maar het gaat volledig mis. Ze krijgen woorden. Als de man – Jesse – hard met zijn hand op de tafel slaat, staat Rhowan op en schreeuwt dat hij moet oprotten. En dan beginnen ze te vechten, in alle hoeken van de woonkamer, dwars door de kerstboom heen.

Als Jesse op Rhowan zit en hem slaat en blijft slaan, pakt Desiree de buis van de stofzuiger en slaat hard op hem in. Rhowan roept dat ze een mes moet pakken. Dat doet ze, een willekeurig mes uit de keukenla. Hij steekt, tientallen malen, in de halsstreek. De verwondingen zijn immens en leiden tot de dood van Jesse.

Rhowan zegt dat hij zich niet kan herinneren dat hij heeft gestoken. ,,Maar toen ik bij zinnen kwam had ik een mes in mijn hand en zat ik onder het bloed. Jesse lag naast me. Ik moet het wel hebben gedaan.’’ Desiree zegt dat ze het mes pakte in de veronderstelling dat haar vriend daarmee zou dreigen waardoor Jesse de woning zou verlaten.

Er is paniek. Rhowan zegt: ,,Ik had 112 moeten bellen.‘‘ In plaats daarvan begraaft hij Jesse in de tuin. Daarna gaan ze de woning schoonmaken. Met bleek proberen ze het vele bloed weg te werken.

Rhowan zegt dat hij wist dat het foute boel was. Er wordt op dat moment door 250 mensen naar Jesse gezocht. Het is winters koud en de vrees is dan nog dat Jesse een ongeluk heeft gehad. ,,Door die zoekacties, ze kwamen ook bij ons aan de deur, raakten we alleen maar meer in paniek.’’

Op 5 januari wil hij zich aangeven bij de politie. Hij had al contact gezocht met een advocaat. Onderweg naar het politiebureau in Groningen wordt hij aangehouden, kort daarna Desiree.

Het verhaal zoals ze het in de rechtszaal vertellen moet passen in het scenario dat er sprake is van noodweer. Jesse is dan de agressor, viel aan en Rhowan verdedigde Desiree en zijn eigen lijf en goed. Herhaaldelijk zegt hij: ,,En dat allemaal in mijn eigen huis, in mijn safe-place.’’ In zijn heiligdom.

Maar is het zo ook gegaan?

Er is bloed van Jesse in de slaapkamer gevonden waar volgens de twee verdachten niets is gebeurd. Hoe dat bloed daar is gekomen? Geen idee. In de broekzak van Jesse heeft de politie een zakje cocaïne gevonden. Waarom ging hij dan naar de woning met de vraag om drugs ‘te scoren’?

Wat ook vragen oproept: Jesse van Wieren was geen engel, maar wel een vrolijke en sociale man zonder grote problemen en niet agressief. Was hij wel de agressor? Hij (ook) had veel gedronken, dat wel.

Vrijdag wordt het proces voortgezet en komen het Openbaar Ministerie en de advocaten aan het woord.

Rob Zijlstra

→ zie ook Jesse 1de zaak van Jesse van Wieren

aanvulling
Nadat Rhowan P. Jesse met een keukenmes vele malen heeft gestoken, wordt zijn lichaam begraven in de tuin. Het Openbaar Ministerie (OM) houdt de mogelijkheid open dat Jesse levend is begraven. In de dagvaarding staat: ‘…die Van Wieren in de grond begraven, tengevolge waarvan die Van Wieren van zuurstof is afgesloten, tengevolge waarvan voornoemde Van Wieren is overleden (…)’ 

Tijdens de rechtszaak blijft dit even bizarre als pijnlijke punt zo goed als onbesproken. Volgens betrokken rechercheurs is even met de mogelijk rekening gehouden, maar werd later duidelijk dat Jesse is overleden aan de verwondingen als gevolg van de messteken. Waarom het OM de passage in de dagvaarding heeft laten staan, is mij niet bekend.

Jesse [1]

‘Ik heb iets gedaan wat ik niet wilde’

 

Vandaag en vrijdag staan de 27-jarige Rhowan P. en de 28-jarige Desiree G. terecht wegens de verdenking dat zij in januari 2016 Jesse van Wieren uit Leens om het leven hebben gebracht. De twee beroepen zich op noodweer.

In Kloosterburen begon het jaar 2016 anders dan anders. Jesse van Wieren (28) is zoek. Hij was als zovelen uit het dorp aanwezig op het oud- en nieuwfeest in café Willebrord in de Hoofdstraat. Even voor twaalf uur belt hij zijn ouders om hen een goed jaar te wensen. Ruim vier uur later verlaat hij het feest om naar een vriend te gaan waar hij zou slapen. Hij vertrekt zonder jas, zijn fiets blijft staan.

Op vrijdag 1 januari verschijnt in de loop van de dag een berichtje op Twitter, geplaatst door een kennis. ‘Waar hang je uit, neemt alsjeblieft contact op!!!’ Een reactie blijft uit. Op zaterdag nemen de ouders van Jesse contact op met de politie. Ze zijn ongerust. Het is buiten ontzettend koud. Het vriest. De grote angst is dat Jesse van Wieren – misschien met wat biertjes te veel op – een ongeluk heeft gehad. Zelfdoding kan ook, maar dat gelooft niemand.

Vanuit de voetbalkantine beginnen een paar vrienden met een zoektocht. Via sociale media wordt de vermissing snel bekend wat erin resulteert dat op zondag zich zo’n 250 mensen melden die mee willen zoeken. De politie coördineert de zoekactie is blij met de hulp. In de lucht hangt een politiehelikopter.

Op woensdag 6 januari komt aan alle onzekerheid een akelig einde. Het is geen ongeluk. Het lichaam van Jesse van Wieren wordt gevonden in een tuin, niet ver van café Willebrord. Het lichaam is begraven. De bewoner van de woning wordt aangehouden, evenals zijn vriendin: Rhowan P. en Desiree G. De twee zijn cliënten van Keroazie, een stichting die zich bezighoudt met de begeleiding en huisvesting van jongeren met onder meer psychiatrische problemen.

Tijdens de (vijf) pro formazittingen in de rechtbank is door de advocaten van de twee verdachten geschetst dat er sprake is noodweer. Jesse van Wieren zou die nieuwjaarsochtend plotseling zij opgedoken in of bij de woning van Rhowan waar het tot een gewelddadig treffen komt. Het geweld zou zijn uitgegaan van Van Wieren. Om de belaagde Rhowan te ontzetten zou Desiree in de woning op Van Wieren hebben ingeslagen met een buis (van een stofzuiger). Daarna zou ze haar vriend een mes hebben aangereikt. ‘Om Van Wieren bang te maken.’

Het Openbaar Ministerie zegt dat de lezing van de twee verdachten niet kunnen kloppen met de feiten uit het politieonderzoek. Hun verklaringen zouden elkaar ook tegenspreken. In februari 2016 is in de Hoofdstraat in Kloosterburen en in aanwezigheid van de verdachten een reconstructie gemaakt van de gebeurtenissen. De uitkomsten leverde geen andere zienswijze op. Jesse van Wieren is met opzet en fors geweld om het leven gebracht, aldus het OM. Geen noodweer.

Van Wieren is meermalen gestoken. Uit de stukken blijkt dat hij is overleden aan zuurstofgebrek. Vermoedelijk is hij levend begraven, mogelijk in de veronderstelling dat hij op dat moment niet meer in leven was. Tijdens het proces zal hierover duidelijkheid moeten komen.

Rhowan P. en Desiree G. zijn al langere tijd een stel. In april 2015 stonden ze samen terecht vor de politierechter in Groningen wegens mishandelingen in Kloosterburen in december 2014. P. woonde toen nog in Groningen. Ze zijn onderzocht in het Pieter Baan Centrum (PBC). Desiree G. wordt omschreven als een naïeve, kinderlijke en onzekere vrouw die zich eenvoudig laat beïnvloeden, terwijl Rhowan P. wordt neergezet als dominant. Tijdens de eerste pro formazitting in april 2016 zei hij in de rechtszaal: ,,Ik heb iets gedaan wat ik niet wilde. Ik kan wel janken, maar in ben geen moordenaar.’’

Vrienden van Jesse van Wieren – voor al
tijd de nummer 7 van vv Kloosterburen – hebben ter nagedachtenis een Facebook-pagina geopend.

Het strafproces begint vandaag met het horen van de twee verdachten.
Naar verwachting komt de officier van justitie vrijdag met de strafeisen. Ook de advocaten komen dan aan het woord.

Rob Zijlstra
(een iets kortere versie van dit verhaal staat vandaag in Dagblad van het Noorden)

→ verslag zittingsdag 1 – eerste procesdag roept vragen op 

 

 

Proportioneel

Het was, zegt hij tegen de
rechters, een opeenstapeling
van alcohol en boosheid

Gebeurtenissen buiten op straat krijgen in de rechtszaal juridische kwalificaties. Dat moet wel, want met een ‘ik klap je dood’ kan geen jurist uit de voeten. Het moet een bedreiging heten. Met een deugdelijk middel.

Buiten kan zo’n beetje alles gebeuren, wel een miljoen keer meer dan juristen daar woorden voor hebben.

Een poging tot doodslag kent ontelbare variaties. Of doe een diefstal. Een diefstal kan variëren van een appel uit de tuin van de buren, een rolletje drop bij de pomp tot aan het pikken van de miljoenenfrutsels van Kim Kardashian in Parijs. Of jatten via een ondergrondse tunnel naar de kluis van de bank.

Vanwege de noodzakelijke juristerij kan het gebeuren dat iets heel vervelends buiten op straat in de rechtszaal een grote misdaad wordt. Met bijbehorende straffen. Advocaat Fred Kappelhof noemde het een avond die flink uit de hand is gelopen met grote gevolgen voor alle betrokkenen. Maar de geëiste straf tegen zijn client – dertig maanden de bak in (tien maanden voorwaardelijk) –  vond hij geen goed idee.

Je zou het gesodemieter kunnen noemen, gedonderjaag van mannen met veel te veel drank op. In de rechtszaal heette het wederrechtelijk bevoordelen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling (opzettelijke benadeling).

Het gebeurde in mei 2016 in Delfzijl. Er zijn daar jonge mannen die op stap willen. De mannen kennen elkaar. Ze zijn al jaren bevriend, ze zijn vrienden van vrienden, Leo en Alex zitten bij elkaar in de klas op de zeevaartschool. Ze spreken af bij het huis van de opa van Alex. Daar gaan ze, alvorens zich in het nachtleven van Delfzijl te storten, indrinken. Whisky, borrels en bier. Het zijn ook mannen die elkaar vertrouwen. Daarom leggen ze geld bij elkaar voor in de pot. Als ze straks de bloemen buiten zetten, wordt de drank betaald uit die pot. Handiger.

Ze nemen afscheid van opa en gaan de nacht in. Na een tijdje in de discotheek is de pot leeg, maar is er nog volop lust. Leo grabbelt geld uit de broekzak en geeft dat aan Henk, een van de mannen, met de bedoeling dat Henk drank voor allen gaat halen. En dan gaat er iets mis. Er komt geen drank wat gezien de stemming van dat moment een ernstige inbreuk is op het eerder gesmede vertrouwen. De omslag is radicaal: vrienden, vrienden van vrienden en klasgenoten worden vijanden.

Leo voelt zich genaaid. Het gaat om vijftig euro. Of honderd. Tijdens de rechtszaak blijft dat – een beetje raar – vaag. Hoe dan ook, hij wil zijn geld terug. Dus pakt hij Henk bij de kladden. En bij de keel en wel zo dat Henk moet snakken naar adem. Er vallen ook klappen op het hoofd. Discoportiers halen de amokmakers uit elkaar. Henk en Alex gaan er vandoor. Dit is de mishandeling zoals het in de rechtszaal wordt geschetst. Leo de verdachte vindt het allemaal wat overdreven. ‘Ja. Ik was boos. Maar ik heb misschien één klap gegeven.’

Leo blijft achter, samen met zijn vriend Robert. Boos besluiten ze verhaal te halen. Leo: ‘Ik wilde naar de woning van Alex. Om het op te lossen.’

Daan is ook nog in de disco. Daan is bevriend met Alex en Henk. In de rechtszaal wordt Daan de dunne genoemd. Leo en Robert dwingen Daan met hen mee te lopen. Doet hij dat niet, dan dreigen ze hem neer te steken. Of dood te klappen. Ze zouden hebben gezegd: ‘En dan zullen je ouders je morgen niet meer zien’. Dunne Daan is zo bang dat hij begint te huilen. Hij is vooral doodsbenauwd voor die Robert.

Met de armen in de lucht loopt Daan voor hen uit, richting de woning van de opa van Alex. Dat Daan mee moet lopen, onder dwang, moet in deze kwestie de wederrechtelijke vrijheidsberoving heten. Gijzeling vinden juristen ook goed.

De officier van justitie zegt dat Daan halverwege de benauwde wandeling zijn portemonnee moet afgeven. Met daarin tachtig euro. Leo zou tegen Daan hebben gezegd (geschreeuwd) dat hij het geld maar terug moet vragen van Alex en Henk. Die hebben immers zijn geld. Leo en Robert (hij zit ook in de rechtszaal als verdachte) hebben een andere lezing. Ze hadden wel om de portemonnee gevraagd, maar geen geld weggenomen want er zat helemaal niks in. Maar Daan heeft aangifte gedaan en dat is volgens de officier van justitie voldoende om te kunnen spreken van afpersing dan wel diefstal met geweld.

De misdaad eindigt naast de woning van opa. Alex komt naar buiten, volgens Leo gewapend met een busje pepperspray. Leo geeft Alex – drie jaar lang waren ze vrienden – een klap tegen het hoofd.

Rechters: ‘Deed u dat met de vuist?’
Leo: ‘Niet eens.’

Dertig maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Dat is twintig maanden zitten. Medepleger Robert krijgt een eis van achttien maanden om de oren, half jaar voorwaardelijk. Is een jaar zitten.

Leo heeft spijt dat het zo is gelopen. Het was, zegt hij tegen de rechters, een opeenstapeling van alcohol en boosheid. Dat hij dunne Daan de stuipen op het lijf heeft gejaagd, dat zit ’m dwars. Dat had niet gemoeten. Leo wil wel met Daan praten. Als die dat ook wil. Met Alex, zijn oude vriend en klasgenoot, wil hij dat niet. De gebeurtenissen maakten dat hij van de zeevaartschool is gestuurd waarmee zijn droom van een leven op zee in het water viel. Hij had het nog geprobeerd in Harlingen, maar toen Harlingen contact zocht met Delfzijl, was hij ook daar niet welkom. School als rechter.

Daan heeft een eis tot schadevergoeding ingediend. Hij wil die tachtig euro uit zijn portemonnee terug. En 1250 euro smartengeld. Leo zegt dat hij die 1250 euro wel wil betalen, maar niet die 80 euro. De portemonnee was echt leeg.

De advocaat van Robert sneert richting de officier van justitie: ,,Als dit allemaal zo erg is, waarom wacht het Openbaar Ministerie dan een jaar met vervolgen? ,Mijn cliënt heeft zijn leven op de rails. U heeft het recht verspeeld een zo zware straf te eisen.” Advocaat Fred Kappelhof zegt dat twintig maanden zitten voor Leo, voor een uit de hand gelopen avond, voor een 24-jarige jongen die met een been aan boord van een schip stond, die positief in het leven staat, veel te veel is.

In de rechtszaal heet dat buiten alle proporties.
Daarbuiten: Zijn ze nou helemaal gek geworden?

Rob Zijlstra

update – 2 juni 2017 – uitspraken
De rechters vonden het misschien ook wel, dat de officier van jusititie een beetje doorsloeg.

Leo is vrijgesproken van de afpersing. Uit niets blijkt dat hij een aandeel heeft gehad bij de portemonee. Wel is hij veroordeeld wegens de vrijheidsberoving en tweemaal een mishandeling. Robert heeft zich volgens de rechters schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en afpersing.

De straffen vallen fors lager uit. Leo krijgt 270 dagen celstraf waarvan 250 voorwaardelijk. De 20 resterende dagen heeft hij al uitgezeten. Die 250 dagen gelden als een stok achter de deur. Naast dit: een taakstraf van 240 uur. En het betalen van een schadevergoeding van 1150 euro.
Robert (jeugddetentie): 276 dagen waarvan 250 voorwaardelijk, idem. en ook een taakstraf van 240 uur. Hij hoeft geen schadevergoeding te betalen omdat die alleen was ingediend in de zaak van Leo.

Over Leo schrijven de rechters dat hij goed bezig is met zijn toekomst. Een gevangenistraf moet die ontwikkeling niet in de weg staan. Ook is hij al zwaar bestraft doordat hij van zijn opleidng is gestuurd waardoor hij in financiele problemen in gekomen. De rechters: ‘Hij heeft zijn toekomstperspectief zien veranderen.’

Criminaliteitsanticipatiesysteem

Plannen voor de toekomst?
Dertig worden en dan dood.

Het stond in de krant. De Nederlandse politie ziet de meeste misdaad niet. De officiële criminaliteitscijfers die er zijn, zijn niet correct. In het echt is er veel meer. Dagblad Trouw schreef er begin dit jaar over. De krant citeerde uit een rapport dat in vertrouwen was opgesteld door het Openbaar Ministerie en nota bene de politie zelf.

De reden dat de bestrijders van de criminaliteit van alles ontgaat is het gebrek aan capaciteit. Ze zijn met z’n te weinigen. Een gevolg: veel aangiftes (57 procent) van burgers sneuvelen. Geen tijd voor. Een ander gevolg: er dreigt een onoverbrugbare achterstand van de politie op de plegers van de criminaliteit. Onoverbrugbaar betekent dat het nooit meer goed komt.

Deze week was het op de tv. Wijkagenten – van wie er een heleboel zijn – kunnen wat ze horen, zien en vermoeden bij lange na niet kwijt bij de rechercheurs waar er al jaren achtereen te weinig van zijn.

Ondanks dit onheil rapporteerde het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) recent en doodleuk dat de criminaliteit afneemt en dat wij ons veiliger zijn gaan voelen. Niet voor even, maar het is een trend die jaren geleden al is ingezet. De bewoner van Drenthe voelt zich veiliger in Drenthe dan de Groninger in Groningen waar de veiligheidsbeleving gemiddeld is. Hoe een Drent zich in Groningen voelt en andersom is niet onderzocht. Nog niet.

In de papieren wereld van de misdaad verschijnt een rapport per dagdeel. Een van de laatste spinsels was een geschrift van en over de Nationale Politie. Die heeft iets bijzonders: het criminaliteitsanticipatiesysteem (blijft u rustig zitten). Het is bedacht en zo succesvol dat het nu in heel Nederland wordt ingevoerd. We zijn de eersten van de wereld.

Het criminaliteitsanticipatiesysteem voorspelt de misdaad. Het werkt tamelijk simpel. Je stopt er heel veel informatie in (‘big data’), onder meer heel veel van het Centraal Bureau van de Statistiek, dan druk je op enter en het systeem vertelt waar in stad en streek de komende vier uren de criminaliteit zal geschieden. De politie kan er dan alvast naartoe rijden om de aanstaande verdachten op te wachten en in de kladden te grijpen.

Ik weet het niet. Kijkend naar de verdachten die wekelijks de rechtszaal van Groningen in en uit schuifelen, dan kan ik niet goed voorstellen dat er een systeem kan functioneren dat vat krijgt op de dagelijkse grilligheid van de criminaliteit.

Was bijvoorbeeld Johan uit Hoogezand te voorspellen? Drie jaar geleden pleegde hij vanuit het niets een straatroof. Hij was toen 20 jaar jong. Aan de rechters van zittingszaal 14 vertelde hij over zijn plannen voor de toekomst. Crimineel worden, 30 jaar oud en dan sterven. Dat leek hem mooi. Vorig jaar stormde hij de woning van zijn moeder binnen om in opdracht van God – die was in zijn hoofd gaan zitten – een huisgenoot van het leven te beroven. Het ging net goed. De rechters besloten afgelopen week dat Johan nu eerst naar een psychiatrische inrichting moet. Als hij klaar is heeft hij nog vijf jaren te gaan.

En hoe voorspelbaar kan Anneke uit Leek zijn geweest? Zij stak op een droeve zondagavond om 21.56 uur in haar woning een stukje papier in brand, stopte in de keuken een pizza in de oude gasoven en toen ze weer in de woonkamer kwam stonden de lamellen in de fik. Een buurman buiten zag het en wist met hulp van een brandblusser heul veel erger te voorkomen. Anneke snikte tegen de rechters dat het kwam omdat haar lievelingsoom was overleden, omdat ze in scheiding lag, haar dochter was bij hem en omdat ze zich zo ontzettend eenzaam voelde in haar woning.

Kunnen computers wanhoopsdaden zien aankomen? In een woning op zondagavond in Leek?

Jaap doet aan tijdverdrijf. Meestal doet hij dat thuis met de deur op slot zodat niemand ziet wat hem drijft. Hij verzamelt plaatjes. Pornoplaatjes. Al zo lang er computers voor consumenten bestaan. Hij had er afgerond 228.000 in zijn bezit.

Zijn eigen computer puilde zeg maar uit, maar het domme apparaat gaf geen kik. De systemen in de Verenigde Staten daarentegen wel. Op een dag in 2014 ging ergens aan de overkant een rood lampje branden. In The Netherlands is iemand verdachte foto’s aan het up- en downloaden. Wij kregen een seintje. In april 2015 was een rechercheur gevonden met wat tijd over. Hij beoordeelde de foto’s als harde kinderporno. Vier maanden later, in augustus 2015, volgde een huiszoeking bij Jaap. Nog meer ranzigheid. Afgelopen maandag, op 15 mei 2017 om half elf in de ochtend, zat Jaap dan eindelijk in de verdachtenbank tegenover drie rechters. Ook op de rechtbank heerst de capaciteitsziekte.

Het was niet de eerste keer. In 2006 was aan Jaap een taakstraf van 240 uur opgelegd. Met als extra waarschuwing een voorwaardelijke gevangenisstraf van een half jaar. En nu zat hij er verdorie weer.
Rechter: ‘Dat begrijp ik niet.’
Jaap: ‘Ik vind het zelf ook knap lastig.’

Jaap vertelt dat hij in een moeilijke periode van zijn leven zat, zijn ex-schoonvader die als een vader voor hem was, was overleden. Na de scheiding was hij weer bij zijn moeder gaan wonen. Rechters: ‘Gaf dat rust?’ Jaap: ‘Nee. Het was nog erger dan in de gevangenis.’

Rechters: ‘Maar waarom kinderporno?’
Jaap, schouderophalend: ‘Ik wilde iets beleven in mijn hoofd.’

Hij deed het via Tumblr, een site met 348 miljoen blogs waar je zo ongeveer alles op kunt vinden. Wat leuk is, kun je rebloggen, iets wat Jaap met graagte deed. Zelf had hij een paar honderd volgers. Om makkelijker contact te krijgen, loog Jaap (48) dat hij 17 jaar was.

Jaap had gehoopt op een geldboete, want met zijn werk kan hij wel wat betalen. De officier van justitie zegt: ‘Nee. Wij doen niet aan geldboetes. U moet zich realiseren dat achter ieder plaatje een kind schuilgaat dat gruwelijkheden heeft moeten ondergaan.’ Jaap beaamt dat, dat weet hij ook wel. Daarom is hij nu aan het afbouwen. Kinderporno doet hij sowieso niet meer.

De officier van justitie: ‘Wat betekent het als u een gevangenisstraf krijgt?’
Jaap schrikt, zucht en zegt: ‘Dan stort mijn wereld in.’
De officier van justitie knikt. ‘Ik eis zeven maanden celstraf waarvan vier voorwaardelijk. U moet het voelen.’

Hoe in hemelsnaam is een man als Jaap te voorspellen?

Rob Zijlstra

update – 20 mei 2017 (en 17 minuten na publicatie van dit blog)
Er is weer een rapport bijgekomen dat beschrijft waarom het rustig zal worden in de zalen van het strafrecht en in de gevangenissen: jaarlijkse raming wodc 

 

Ruisstrategie & wantrouwen

blogwebbel

onderstaand bericht stond
– woensdag 17 mei – in
Dagblad van het Noorden – nu  met update

 

Politie: misleiding of ruisstrategie

De politie heeft valse informatie (‘nepnieuws’) verspreid om bewijs te verzamelen in een onderzoek in een geweldsmisdrijf. Dagblad van het Noorden – de krant waarvoor ik werk – trapte erin. Met het krantenbericht wilde de politie een verdachte onder druk zetten. Het tv-programma Opsporing Verzocht deed mee aan deze ‘ruisstrategie’.

Is het zo gegaan? Het Openbaar Ministerie zegt van niet. Dat wil zeggen, niet helemaal. Een woordvoerder van Opsporing Verzocht (AvroTros) zegt dat politie en justitie bepalen welke zaken worden behandeld en op welke wijze dat gebeurt. ,,Wij niet.’’

De feiten.

In oktober 2008 wordt een 21-jarige prostituee zwaar mishandeld en bestolen van haar geld. De dader: vrijwel zeker de laatste klant. Van die klant vist de politie het condoom uit de prullenbak. Omdat het condoom – in een tissue – bovenop ligt, is de veronderstelling dat dat van de laatste klant is geweest.

Zo kan van de vermoedelijke dader een DNA-profiel worden verkregen. Andere condooms in de prullenbak zijn niet onderzocht. De vrouw heeft die avond zeven klanten.

Het daderprofiel van de mogelijk laatste klant belandt in de DNA-databank, maar een match levert dat niet op. Tot 2015, zeven jaar later. In dat jaar wordt de dan 27-jarige Dennis J. uit Groningen veroordeeld voor een beroving van een maaltijdbezorger. Vanwege die veroordeling moet hij DNA afstaan. Dat leidt in 2016 wel tot een match. Dennis J. is de man van het condoom.

Het maakt hem verdacht, maar is hij ook de dader? Het DNA-spoor brengt hem bij de prostituee, maar bewijst niet dat hij haar ook heeft mishandeld en beroofd. Er is meer bewijs nodig. Er wordt een list verzonnen: de ruisstrategie. De ‘ruis’ zal, zo is de hoop, de verdachte bewegen iets te doen waardoor hij door de mand valt.

De politie verstrekt onder regie van het Openbaar Ministerie informatie aan de krant met de bedoeling dat dit leidt tot een nieuwsbericht. En dat gebeurt. De krant publiceert op 21 november 2016 een bericht waar de vermeende dader niet blij mee zal zijn: ‘Mogelijk doorbraak in mishandelingszaak’. De krant wordt op de deurmat in de (afgesloten) portiek van Dennis J. gelegd, op zo’n manier dat het artikel op pagina 2 goed zichtbaar is. De telefoon en het internet van J. worden vanaf dat moment getapt. Hoe zal hij reageren?

’s Avonds besteedt Opsporing Verzocht aandacht aan de zaak. Niet zoals tijdens de uitzending wordt gesuggereerd om tips te krijgen en nieuwe getuigen te vinden, maar om de dader op te jagen.
De politie ziet (via de internettap) dat Dennis J. uitvoerig gaat googelen op het misdrijf. De taps leveren echter geen belastende informatie op.

De politie schakelt over op plan B. Twee undercoveragenten van een speciale landelijke politiedienst brengen een bezoek aan Dennis J., stellen zich voor als familieleden van het slachtoffer, wijzen hem nogmaals op het krantenbericht en adviseren hem naar de politie te gaan om daar de waarheid te vertellen. Doet hij dat niet, dan komen ze terug om hem (van drie hoog) uit het raam te gooien.

Dennis J. meldt zich niet en wordt een paar dagen later alsnog aangehouden. Bij het tweede verhoor krijgt hij te horen dat de twee mannen die hem thuis bezochten politiemensen zijn. Dennis J. beroept zich daarna op het zwijgrecht.

Het OM vindt niet dat de krant is misleid. Woordvoerster Manon Hoiting: ,,Het betrof een opsporingsbericht dat is verspreid volgens de regels die we daarvoor hebben. Doel van het bericht was het vinden van getuigen. In de slipstream is de ruisstrategie meegenomen.’’

Hoofdredacteur Evert van Dijk van Dagblad van het Noorden spreekt van een kwalijke zaak. ,,Dit schaadt het vertrouwen. Wij zullen nog alerter moeten zijn op wat de politie ons vertelt.’’

De website van Opsporing Verzocht vermeldt dat de zaak is opgelost en dat mede door tips van kijkers een verdachte is aangehouden. Tegen Dennis J. is vijf jaar cel geëist. Advocaat Erik de Mare die J. bijstaat laat weten dat tegen de undercoveragenten aangifte wordt gedaan wegens bedreiging met de dood.

Rob Zijlstra

update – reactie openbaar ministerie
OM: Er is geen sprake van het verstrekken van onjuiste informatie > bericht

update – 18 mei 2017 – vervroegde uitspraak
De rechtbank heeft Dennis J. vrijgesproken en bevolen dat hi direct in vrijheid gesteld moet worden. De reden is niet het politie-optreden, maar het bewijs. Dat is onvoldoende. Klik op onderstaande tekst voor het complete vonnis.

uitspraak [vonnis]

nawoord
Tussen politie/openbaar ministerie en pers bestaan afspraken over de nieuwsvoorziening. Uitgangspunt: fair play. De journalist moet erop kunnen vertrouwen dat informatie die door de politie wordt verstrekt ook klopt. Hoor en wederhoor is bij politieinformatie vaak niet mogelijk. Soms krijgt een journalist vroegtijdig informatie over een zaak onder de voorwaarde dat publicatie nog even op zich moet laten wachten. In het belang van het onderzoek, is dan vaak de reden. Fair.

In deze kwestie dook na een match in de dna-databank een naam op. De match maakte deze persoon (Dennis J.) tot een verdachte , maar de verdenking was (kennelijk) onvoldoende voor een aanhouding of een gesprekje op het bureau. Toen kwam de list: lieg een verhaal de krant in, breng dat artikel onder ogen van de verdachte en dan gaat hij misschien via zijn (afgeluisterde) telefoon dingen zeggen die hem de das om doen. De doorbraak moest via de krant worden geforceerd.

De zogenaamde ruisstrategie wordt vaker ingezet. Bijvoorbeeld door het tv-programma Opsporing Verzocht. Er wordt dan aandacht besteed aan een zaak, niet met als doel getuigen en informatie van getuigen te vergaren, maar om verdachten in beweging te krijgen. Telefoons en computers van verdachten worden tijdens en na de uitzending ‘getapt’.

Een woordvoerder van het programma kent het begrip ruisstrategie. Voorbeeld? Dan wordt in de uitzending gemeld dat de mogelijke verdachte wordt afgeluisterd terwijl dat niet zo is. De verdachte wist dat uiteraard niet en meldde zich vrijwillig bij de politie. Dat Opsporing Verzocht ruis veroorzaakt is ook niet zo raar: het is geen journalistiek misdaadprogramma, maar een opsporingsprogramma van politie en justitie. Zij hebben ook de regie.

Kranten zijn geen opsporingsmiddelen en journalisten zijn dat nadrukkelijk ook niet. Dat politie en justitie de grenzen van fair play eenzijdig oprekken, maakt dat wij verslaggevers er verstandig aan doen om woordvoerders van politie en justitie niet langer op hun woord te geloven.

Wantrouwen is beter. [r.z.]

dvhn, dinsdag [klik]

site opsporing verzocht

Vervelende mededeling

‘Golfballen zijn de
kleine dingen van het leven.’

Er bestaan misdaden die worden gepleegd door slechte mensen, eenvoudigweg omdat er nu eenmaal slechte mensen bestaan. Is altijd zo geweest, sla het verleden er maar op na. Er worden ook misdaden gepleegd door mensen die niet slecht zijn, maar flink in de war. Wie even flink in de war is, kan ook schurkenstreken leveren.

Er zijn nogal wat strafzaken met verdachten die niet zozeer op het verkeerde pad zijn beland, maar die wel volledig de weg kwijt zijn.

Voor het idee: trek nou eens alle misdaden die worden gepleegd door verwarde mensen, door mensen in de war, af van de misdaad die wordt gepleegd door de echte slechteriken, door de rotzakken. De uitkomst? De criminaliteit neemt in een klap met de helft af. Dat zou me toch wat wezen.

Kijk naar Johan, nog maar 23 jaar. Geboren op Curaçao. Hij gaat op een dag naar de woning van zijn moeder in Hoogezand. Bij binnenkomst geeft hij haar, zoals altijd, een kus. Hij zegt dat hij een vervelende mededeling heeft. Daarop loopt hij naar de keuken en pakt een vleesmes uit de lade.

Ook Ingrid is in de woning aanwezig, zij is een vriendin. Johan pakt haar vast en zegt: ‘Jullie gaan dit niet leuk vinden.’ Dan probeert hij haar te steken. Tegen zijn moeder zegt hij: ‘Ik moet van God iemand van de wereld ruimen. Het moet gebeuren, ze moet dood. Het is een opdracht die ik niet kan negeren. Ik kan niet tegen Zijn wil ingaan. Ik ga niet weg voordat ik mijn missie heb volbracht.’

Grote paniek. Moeder weet haar zoon met grote moeite tegen te houden, Ingrid vlucht in doodsangst de woning uit en verschanst zich in de auto op de oprit. Johan springt met het grote mes in de hand woest boven op de auto, vastberaden te doen wat hij moet doen. De politie komt als de verlosser.

De rechters vragen: ‘Wat vindt u er nu van?’
Johan: ‘Best wel heftig.’
Rechters: ‘Als God nu weer iets zegt, u iets opdraagt, wat gaat er dan gebeuren?’
Johan: ‘Dan moet ik oppassen… dan moet ik het negeren.’
Rechters: ‘Bent u ervan overtuigd dat als God iets zegt, dat u het dan moet doen?’
Johan, zachtjes: ‘In de gevangenis ben ik mij er bewust van geworden dat er iets niet klopt.’

De psychiater en de psycholoog zijn eensgezind: een psychose, ontoerekeningsvatbaar, tbs met dwangverpleging is te zwaar, maar een langdurige behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis is noodzakelijk. De officier van justitie is het er mee eens. De eis: Johan moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging (wel schuldig, maar niet strafbaar) en moet worden opgenomen in een inrichting, om te beginnen voor een jaar.

Of kijk naar Ahmed, 32 jaar. Geboren in Enschede. Surveillerende agenten treffen hem op een nacht aan, bierdrinkend op een grasveldje langs een vijver in de stad Groningen. Ze zien twee mannenfiguren wegrennen in de duisternis, Ahmed blijft alleen achter. Met drie fietsen. De agenten willen weten welke fiets van hem is. Ahmed wijst de Sparta aan, een elektrische. De agenten stellen ter plaatse vast dat het om gestolen fietsen gaat.

In een van de fietstassen van de Sparta zitten golfballen. Laat nou net die nacht zijn ingebroken in een schuurtje waar soortgelijke golfballen buit zijn gemaakt. De rechters willen er van alles over weten, maar Ahmed heeft geen zin in al die vragen. Zegt: ‘Gaan we hier nou de hele tijd over golfballen zitten praten?’ Als wijsneus: ‘Golfballen zijn de kleine dingen van het leven.’

Op de schutting bij het opengebroken schuurtje is een afdruk van een schoen aangetroffen, een afdruk die overeenkomt met de zolen van de schoenen die Ahmed draagt. Zo er bij een andere woning waar is ingebroken een haar is gevonden in een vernield raam, een haar met DNA dat van Ahmed blijkt. En in de Steentilstraat, in studentenhuize Taboe, wordt een man die heel erg sprekend op Ahmed lijkt, betrapt met de playstation van de studenten onder de arm. Met een hockeystick weten de studenten hem te verjagen.

Ahmed zucht. Laat hij juist nu druk bezig zijn de criminaliteit achter zich te laten en dan dit. Hij zegt: ‘Dit is de laatste keer dat ik hier kom. Ik ben er flauw van, ik wil naar het rechte pad. Excuus voor wat ik heb gedaan, zand erover, meer kan ik er niet over zeggen.’

Maar de rechters willen wel meer weten.
Rechter: ‘U moet lef hebben om zo bij mensen naar binnen te gaan.’
Ahmed: ‘Ach, dat valt mee, ze doen toch niks ja.’
Rechter: ‘Hoe weet u dat?
Ahmed: ‘Mensenkennis.’
.
De rechters geven niet op. Of Ahmed het zich kan voorstellen dat je ligt te slapen en dat er dan ineens een wildvreemde kerel in de kamer staat. Dan schrik je je toch kapot?’ Ahmed denkt even na en zegt dan: ‘Ik denk dat het wel meevalt. Mensen in Europa worden sowieso heel anders wakker dan mensen in het Midden-Oosten.’

Vorig jaar werd Ahmed schuldig bevonden aan een mishandeling. Er zou sprake zijn van een psychose. Gevangenisstraf werd niet zinvol gevonden, plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis wel. Daar verblijft hij nu ook, in een instelling in Zuidlaren. Soms gaat hij er even vandoor, bijvoorbeeld om te blowen.

Rechters: ‘Als je gevoelig bent voor psychoses, dan is blowen niet zo verstandig.’ Ahmed betwijfelt dat en vraagt op zijn beurt aan de vragende rechter: ‘Heb jij daarvoor doorgeleerd?’ Het is hem wel duidelijk, hij is er klaar mee. Zegt: ‘Heb het er met elkaar over en maak er maar wat moois van. Ik heb mijn best gedaan voor de stad Groningen.’

De officier van justitie volgt het advies van de deskundigen die van mening zijn dat Ahmed volledig ontoerekeningsvatbaar is, dat tbs met dwangverpleging een stap te ver is en dat plaatsing in een psychiatrische inrichting het beste is, het beste voor iedereen.

De rechters: ‘Begrijpt u de eis van de officier van justitie?’
Ahmed denkt na, alsof hij bedacht is op een strikvraag: Hij antwoordt voorzichtig: ‘Ik focus mij op de rechters.’

Dus. In een klap de helft van de criminaliteit weg, dat zou bijvoorbeeld de politie een lief ding waard wezen. De politie kan zich dan eindelijk, naast het regelen van ons verkeer, concentreren op het echte schoelje.

Rob Zijlstra

 

Papa rapt

Dat de inbreker met zijn poten
aan de rouwlinten heeft
gezeten, ook dat doet pijn

Ramon is 23 jaar, best lang, maar geen inbreker of een man die zijn geld verdient met duistere zaken of zo. Ramon is kunstenaar. Artiest. Knipt zijn eigen kapsel. Hij doet optredens en als hij straks vrijkomt, eenmaal weer buiten, dan heeft hij direct werk. Hij wel.

Nog gekker. Ramon is net vader, maar vooral ook een man van de wereld. Hij heeft zijn eigen videoclips op Youtube, al bijna 1500 volgers op Instagram, zijn artiestennaam schittert op posters en hij rapt zijn eigen gangsterteksten. Dat doet hij als entertainer, want een echte gangster is Ramon natuurlijk niet. Laat staan een tot het getto veroordeelde kansloze jongere. Hij geniet een kunstenaarsuitkering van 840 euro in de maand en bulkt van de ambitie. Per optreden pakt hij al gauw vijf- tot zevenhonderd euro. Soms meerdere keren per maand.

Een van de rechters: ‘Goh. En een deel draagt u dan af aan de belasting?’
Ramon, hij klinkt oprecht verbaasd: ‘Belasting?’
Rechter: ‘Of gewoon zo in het handje?’
Ramon, opgelucht: ‘Yeah. Handje contantje.’

Al dat geld past hem goed, want hij houdt van luxe dingen. En daar hoort nu eenmaal veel uitgeven bij. Zegt: ‘Ik heb een gat in mijn hand.’

Dat Ramon als verdachte in de rechtszaal zit, want dat zit hij, komt omdat hij ook een van de grootste pechvogels van Nederland is. Zou hij evenveel geluk hebben als pech, dan zou hij wekelijks een grote prijs in de loterij binnenhalen. Zijn grootste manco: hij is voortdurend op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

November vorig jaar. Op één dag wordt ingebroken in twee woningen in Appingedam. De inbrekers worden overlopen en gaan er vandoor. Twintig minuten later – 112 is gebeld – wordt een grijze Ford Focus aan de kant gezet. In de auto liggen spullen die zojuist uit die woningen zijn gestolen. Camera’s. Twee tv-toestellen. Ramon zit op de bijrijdersstoel. Laat weten: ‘Ik heb er niets mee te maken. Vijf minuten voordat we werden aangehouden, ben ik in die auto gestapt. Van vrienden, ze pikten me op. Op het verkeerde moment, in de verkeerde auto.’

Op het politiebureau haalt Ramon een sleutel en een mobiele telefoon uit de broekzak. De sleutel is van de voordeur van een van de woningen waar is ingebroken, de telefoon is van een van de bewoners. Ramon: ‘Die sleutel lag op het dashboard van die auto. Ik dacht dat het mijn sleutel was.’ Telefoon? ‘Gekregen van iemand.’

De politie gelooft er geen snars van en stelt een nader onderzoek in. Agenten scrollen door de tijdlijn van zijn Facebookpagina en zien dan niet alleen de nieuwste clip, maar ook van alles. Voldoende aanleiding om een huiszoeking te doen in de woning waar Ramon vaak verblijft, de woning in Groningen van zijn liefste vriendin.

Dikke pech. In de woning worden veel gestolen spullen aangetroffen. Allemaal spullen, zegt de vriendin, die zij heeft gekregen van haar liefste vriend. Sieraden. Dure merkkleding. Jassen van Woolrich en Parajumper. Een tas van Hermès Birkin.

Ramon vertelt dat hij die spullen heeft gekocht. Voor 1100 euro. Van iemand. Via Marktplaats. Van wie? Geen idee. Tegen de rechters: ‘Als jij iets bij de Scapino koopt, weet jij een half jaar later toch ook niet meer wie de verkoper was? Nou dan.’

Er is een Macbook pro uit een woning gestolen, een laptop. Niet lang na de inbraak krijgt de eigenaar een automatische melding per e-mail dat het wachtwoord van zijn iCloud-account is gewijzigd. Het nieuwe wachtwoord is uitgerekend de artiestennaam van Ramon. Dat is toevallig. Tsss. Vraag het niet aan hem. Hij is een publiek figuur. Best bekend. Iedereen kan zijn naam gebruiken. Toch?

Ook de elektrische fiets in de woning van zijn vriendin, een Batavus Monaco, blijkt van diefstal afkomstig. Ramon vertelt dat hij de fiets heeft gekocht voor duizend euro voor zijn zwangere vriendin. Zo’n fiets, met lage instap, leek hem reuze handig. Van wie gekocht? ‘Pff. Maar als u nu met mij in de auto stapt rij ik er zo heen.’ De rechters: ‘De fiets heeft u later te koop aangeboden op uw Facebookpagina.’ Ramon: ‘Mijn vriendin vond het toch niet zo handig. Ik dacht, dan verkoop ik ‘m en dan kunnen we met dat geld de kinderkamer inrichten.’

Ramon biedt een gestolen telefoon aan bij inkoopwinkel Used Products. De telefoon komt uit een woning waaruit ook vier spaarpotten zijn ontvreemd. In de woning is een enorme ravage achtergelaten. De bewoonster was nog niet zo lang geleden overleden. Haar partner laat de rechters weten hoeveel pijn het doet, nu hij de werkkamer van zijn overleden vrouw niet meer kan reconstrueren zoals die altijd was. Dat de inbreker met zijn poten aan de rouwlinten heeft gezeten, ook dat doet pijn.

Ramon zegt dat dat hem raakt. ’Sorry daarvoor in ieder geval.’ Hij was het niet. Oh tegenspoed. Hij had de telefoon gekocht van een buurman (naam vergeten) voor de handel. Je gaat er niet vanuit dat een buurman iets aanbiedt wat gestolen is. Hij niet tenminste.

Er wordt ingebroken in een woning aan de Bentismaheerd. De bewoner hoort enge geluiden aan de deur en belt vanuit bed 112. Tien minuten later rijdt er een politieauto door de straat. Agenten zien een man lopen die plots begint te rennen en de bosjes in duikt. Het is Ramon. Wat moet hij zeggen? ’Ik had een wilde vrijpartij gehad met een vriendin en voelde me wat benauwd. Ik ging daarom een luchtje scheppen, een ommetje maken. Daarom liep ik daar.’ Verkeerd moment, verkeerde plaats.

Als de zitting ten einde is, bedankt Ramon zijn fans op de publieke tribune voor hun komst en getoonde belangstelling. Dan hiphopt hij de rechtszaal uit, met net zoveel geloof in eigen onschuld als hij twee uur daarvoor was binnengekomen.

Twee jaar gevangenisstraf, zes maanden voorwaardelijk, had hij de officier van justitie horen zeggen. Liever wil hij vrij. Hij mag terugkomen bij zijn vriendin, hij kan direct aan het werk, hij wil zijn artiestenbestaan weer oppakken, als entertainer en niet als gangster want hij gaat honderd procent zeker nooit weer in aanraking komen met justitie. Waarom niet? ‘Ik vind dat een zoon een vader nodig heeft. Daar wil ik hard voor werken.’

Ik kijk uit naar zijn eerstvolgende clip op YouTube.

Rob Zijlstra

uitspraak op 18 mei

Anne en Shirley

‘Logge overheidsinstellingen
verdienen af en toe
een schop onder hun kont’

Op koninginnedag 1997 werd de 18-jarige sociologiestudente Anne de Ruijter de Wildt uit Groningen vermoord. Dat is dit weekeinde – zondag – twintig jaar geleden. Annes lichaam werd gevonden nabij het Noorderstation, als weggegooid langs het spoor. Een leven aan gruzelementen.

Het duurde precies drie jaar voordat forensisch onderzoekers het vuil dat onder de nagels van Anne was aangetroffen wisten te koppelen aan de dan 26-jarige Henk S. In het nagelvuil zat zijn DNA. De in Veendam geboren S. kon ook in verband worden gebracht met de moord op Annet van Reen, in 1994 in Utrecht. De chef van de Groninger recherche noemde de DNA-match en daarmee de arrestatie van Henk S. een toevalstreffer, een toeval dat de politie zo nodig heeft in oude misdrijven die zich maar moeilijk laten oplossen.

Toeval of niet, raak was het. In maart 2001 veroordeelde de rechtbank Henk S. tot acht jaar celstraf en tbs met dwangverpleging. De rechter – de rechter die vandaag de dag Willem Holleeder ‘doet’ – noemde de Veendammer een ‘gevaar voor de algehele veiligheid’.

Drie jaar lang was de moordzaak van Anne – een moord heet nu eenmaal een zaak – volop in het nieuws. Bij de krantenartikelen stond vaak een foto van een jonge vrouw die, vlechtje in haar haar, zelfbewust en vrolijk in de camera kijkt, glas wijn in haar hand. Anne wilde leven voor een mooiere en betere aarde. Ze werkte als vrijwilligster bij de Wereldwinkel en draaide bardiensten in Vera.

Op Koninginnedag was ze met vrienden naar Amsterdam gegaan om op de vrijmarkt T-shirts te verkopen. Met de laatste trein keerde ze alleen terug naar Groningen. Vanaf het hoofdstation liep ze via het museum over het Zuiderdiep naar de Grote Markt en van daaruit richting noord. Henk S., een scharrelende binnenstadsjunk, kreeg haar in het vizier en liep haar achterna. Tot aan het Noorderstation. Daar pakte hij haar onverhoeds met de bedoeling, vertelde hij in de rechtszaal, haar te beroven. Er reden fietsers voorbij. Om te voorkomen dat Anne zou gaan gillen, drukte hij met zijn hand haar mond dicht. Toen de fietsers uit zicht waren, was Anne dood.

Drie jaar lang ook was de zaak van Anne een kwelling voor politie en justitie. Dat kwam vooral door advocaat Jaap de Ruijter de Wildt, Annes vader. Hij richtte het Comité Groningen Veilig op uit onvrede met de opstelling van het Openbaar Ministerie, toen een log, bureaucratisch en koppig orgaan dat niet was gediend van bemoeienis van buitenstaanders. ‘Logge overheidsinstellingen verdienen af en toe een schop onder hun kont,’ zei Jaap de Ruijter de Wildt in een interview met deze krant in Nieuwsblad van het Noorden.

In september 1998 verzamelde het comité in Groningen 37.000 handtekeningen die samen met een witte roos werden aangeboden aan Han Lammers, waarnemend burgemeester van Groningen. Het haalde weinig uit, maar achter de schermen maakten autoriteiten zich zorgen over het luide en aanhoudende burgerprotest uit Groningen. Ook landelijk. Justitieminister Korthals bemoeide zich persoonlijk met de ‘Groninger zaak’. De politie erkende later dat een luis in de pels – zoals terriër Jaap de Ruijter de Wildt werd gezien – niet genegeerd, maar gekoesterd moet worden. Dat was toen.

Het leven zit vol grillen. Want terwijl in Groningen de handtekeningen werden geteld, verkrachtte Henk S. in Nieuweschans een 72-jarige vrouw. Het leverde hem zeven jaar gevangenisstraf op. Hij weigerde biologisch materiaal (DNA) af te staan. Na tussenkomst van de rechtbank werd zijn DNA in april 1999 alsnog toegevoegd aan de DNA-databank. Het moest nog een jaar duren, toen op 1 mei 2000, de match met Anne (en Annet) werd gevonden. De toevalstreffer.

Even terug. Daags nadat Anne was gevonden, werd een paar honderd meter verderop, nabij hetzelfde spoor, het lichaam aangetroffen van Shirley Hereijgers, 19 jaar jong, straatprostituee. Gewurgd. In 2006 stond in zittingszaal 14 een man terecht die werd verdacht van deze moord: de dan 35-jarige Henk S. Op het lichaam van Shirley was een haar aangetroffen waarvan niet kon worden uitgesloten dat het een haar van Henk S. was. De rechters vonden het net iets te weinig. Vrijspraak.

Henk S. werd teruggebracht naar de tbs-kliniek om zijn gedwongen behandeling te vervolgen. Met weinig succes. Twee jaar geleden werd bekend dat Henk S. nog altijd ‘een gevaar voor de algehele veiligheid’ is. Het probleem: Henk S. is zo verslaafd aan drugs als een kwispelende hond in een slagerij. Ik vroeg aan zijn advocaat hoe dat nou kan. Zoiets. Hoe kan het dat iemand die al achttien jaar achter de tralies zit, van overheidswege opgeborgen, nog steeds verslaafd is? De advocaat keek mij enigszins meewarig aan en zei: ‘Rob, doe niet zo naïef.’

Woensdag moet de rechtbank in Groningen zich uitspreken over hoe het nu verder moet met de inmiddels 46-jarige Henk S. Sinds oktober 2014 ‘woont’ hij weer in Groningen, van overheidswege in de Van Mesdagkliniek. De verwachting is dat de rechtbank het verzoek van het Openbaar Ministerie om de tbs-status van Henk S. te verlengen zal inwilligen.

Behandelaars hebben het opgegeven. Zijn begeleidster verklaarde vorige week in zittingszaal 14 dat er sprake is van passief en agressief gedrag. Van stemmingmakerij. Hij zit veel in ‘eenzame opsluiting’, de laatste keer vijf weken achtereen. Er ligt een verzoek om S. te promoveren naar de long stay, het kolenhok van het strafrechtsysteem.

Je kunt daar nog ademen, bloemschikken, touwtje-knopen, recalcitrant zijn, net zo lang tot je erbij neervalt. Recent is S. overgeplaatst naar afdeling De Lauwers. De allerstrengste afdeling? Het is de afdeling die volgens de advocaat van S. de coffeeshop van de Van Mesdag wordt genoemd. Henk S. gebruikt dagelijks cannabis.

Is het niet een goed idee – zo langzamerhand – dat de dr. S. van Mesdagkliniek nu gewoon eens toegeeft dat binnen de kliniek volop drugs verkrijgbaar zijn? En dat dat toch ook vooral beleid is? Al was het maar om praktische redenen? Toch directeur? Voorzitter? Raad van Toezicht?

Ik ben deze week nog even naar het Noorderstation gefietst, naar station Groningen Noord. Voor de zekerheid. Om te zien of ze er nog zijn. En ja, gelukkig, ze hangen er nog, ongehavend aan de betonnen pilaren onder het viaduct, de door Hans van Bentem gemaakte kunstwerken, kleurige panelen, gemaakt van scherven.

Het zijn vrolijke werken.
Tegen geweld.
De kunstenaar maakte ze voor Anne.
En vast ook een beetje voor Shirley.

Rob Zijlstra

> interview Jaap de Ruijter de Wildt [nvhn, 2 oktober 2001 – pdf]
> de moord op Anne de Ruijter de Wildt [nvhn, 18 januari 2001 – pdf]
over de kunstwerken van Hans van Bentem [nvhn, 22 november 2000 – pdf]

 

update – 2 mei 2017 – reactie Van Mesdag
De Van Mesdagkliniek heeft een verklaring gepubliceerd de website van de instelling. Daarin wordt erkend dat in de kliniek drugs (en drank) verkrijgbaar zijn, maar dat dat geen beleid is. Integendeel. Er bestaan allerlei maatregelen die de aanwezigheid van contrabande moeten tegengaan. Maar honderd procent drugsvrij is een illusie. Patiënten en bezoekers zijn namelijk nogal inventief, zo staat in de verklaring. > de verklaring

update – 3 mei 2017 – uitspraak
De tbs-maatregel is, zoals werd gevorderd, geadviseerd en verwacht,  met twee jaar verlengd. Voor het hoe en waarom, zie hieronder [klik op afbeelding].

Niet van harte

De officier van justitie
noemt het een stoer, maar
volstrekt kansloos verzoek

Derk is geboren op 22 april 1983. Op die dag stond in de krant dat Ronald en Erwin Koeman samen zouden debuteren in de komende wedstrijd van Oranje. Tegen Zweden. En ook dat het vertrouwen in de internationale luchtvaart terug was. Derk is vandaag 34 jaar geworden.

Hij wel. Dennis Bruns uit Musselkanaal zou in januari van dit jaar 29 jaar worden, maar werd een week voor zijn verjaardag doodgeschoten. In Foxhol. Door Derk. Dat is voorlopig de situatie.

Derk viert zijn verjaardag in de gevangenis. Misschien is dat niet de eerste keer, want hij zat vaker ‘binnen’ zoals boeven de gevangenis noemen. Wie binnen zit, wil altijd naar buiten waar de vrijheid heerst. Voor Derk is dat niet anders, hoewel hij er waarschijnlijk rekening mee houdt dat hij ditmaal wat langer binnen moet blijven.

Hij ontkent niet dat hij Bruns heeft doodgeschoten. Zijn lezing: het was hij of ik. Voor hetzelfde geld was het dus andersom geweest en had ik gemeld dat het niet goed gaat met de Noordelijke scheepsbouw en dat de vakbonden van overheidspersoneel fel gekant zijn tegen de regeringsplannen om twee gedetineerden op één cel te plaatsen. Dat stond in de krant op de dag dat Dennis Bruns werd geboren.

Afgelopen week moest Derk met drie anderen die bij de dood van Bruns betrokken zijn komen opdraven in zittingszaal 14. Het ging om een pro formazitting. Op zo’n zitting moeten de rechters onder meer checken of het nog wel terecht is dat verdachten binnen zitten, dus ontdaan van de vrijheid van buiten. Hoewel Derk de hoofdverdachte is, wil hij naar huis, zegt advocaat Yehudi Moszkowicz. Derk komt dan wel terug als de strafzaak dient, oppert de raadsman.

De officier van justitie noemt het een stoer, maar volstrekt kansloos verzoek. Het is een verzoek voor de bühne. De geachte raadsman, zegt de aanklager, weet donders goed dat van moord verdachte mannen in voorlopige hechtenis horen te zitten.

Het is even na half drie als Derk de rechtszaal betreedt met het hoofd kaalgeschoren, de handen opgeborgen in de zakken van een sportjack. Hij zegt ‘moi’ tegen de rechters en ‘yes’ als die hem vragen of het klopt dat hij is geboren in Slochteren. De rechters zeggen dat hij niet verplicht is vragen te beantwoorden, maar dat hij wel goed moet opletten. Derk: ‘Yo.’

Ik heb hem vaker de rechtszaal zien binnenkomen. In november vorig jaar nog. Hij werd toen verdacht van handel in harddrugs. Bij zijn aanhouding, na een achtervolging door Hoogezand, werden drugs in zijn auto aangetroffen, allerhande soorten. In de auto lagen meerdere telefoons, een boel bankbiljetten in de broekzak. Overduidelijke indicaties, zei de officier van justitie, dat Derk een drugsdealer is en niet zo’n kleintje ook.

Derk had de schouders maar wat opgehaald. En ‘tja’ gezegd. Hij kocht weleens wat drugs voor vrienden bij een hem onbekende Surinamer in Groningen. Dat maakt hem toch nog geen dealer? En het geld in de broek, was geen drugsgeld, hij heeft altijd veel geld op zak omdat hij ouderwets is, alles in contanten betaalt. Om dit te bewijzen gaat hij wat verzitten en grijpt hij met de rechterhand in de rechterbroekzak en legt een stapel verfrommelde biljetten op tafel. Het is bijna duizend euro. ‘Tja’, hadden toen de rechters op hun beurt gezegd.

In de auto werd ook een gestolen invalidenparkeerkaart gevonden. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld betreft, verklaarde Derk: ‘Daar zit handel in.’

De officier van justitie had opgemerkt dat Derk zo ongeveer alle straffen al eens heeft gekregen, dat dit de achtste keer was dat hij terecht moest staan en dat uit rapportages van deskundigen kon worden opgemaakt dat Derk niet erg bereid is zijn leven te beteren. Hulp wilde hij ook niet. De deskundigen: er is geen intrinsieke behandelbehoefte.

De officier van justitie: ‘De verdachte is puur gericht op geld verdienen.’
De rechters: ‘Op zich is daar niets verkeerds aan. Je kunt er zelfs president van Amerika mee worden.’
Derk: ‘Doe maar een dubbele werkstraf.’

De eerste keer dat ik Derk zag was in 2011. Ook toen was de verdenking dat hij handelde in veel harddrugs. Hij was in zijn auto aangehouden, in diepe slaap en gebogen over het stuur, terwijl de auto met draaiende motor voor het rode en dan weer groene verkeerslicht stond. Surveillerende politiemannen hadden de auto zien staan en toen ze dichterbij kwamen voor poolshoogte roken ze hoe laat het was. Tjokvol drugs.

Op 28 november 2016 werd Derk veroordeeld tot zeven maanden binnen. Welgeteld 46 dagen na die veroordeling schiet hij in Foxhol Dennis Bruns dood.

Advocaat Yehudi Moszkowicz zei afgelopen week dat Derk die avond moest vechten voor zijn leven. Het was zelfverdediging, noodweer. Derk zelf merkte op dat het ‘zo natuurlijk niet had gemoeten’. Volgens de officier van justitie kan van zelfverdediging geen sprake wezen. Zei: ‘Dennis Bruns is in zijn rug geschoten, drie, vier kogels tussen de schouderbladen. Dat past niet bij noodweer.’

In de rechtszaal moet de waarheid altijd achteraf worden gereconstrueerd door hen die er niet bij zijn geweest. Wat inmiddels vast is komen te staan – zo wordt aangenomen – is dat Derk met anderen een halve kilo cocaïne wilde verkopen en dat de kopers, onder wie Dennis Bruns, deden alsof. In werkelijkheid wilden ze de drugs stelen. Rippen. Op tafel lag een envelop met daarin nepgeld met vingerafdrukken. Er ontstond onenigheid. Die liep eerst uit de hand en toen volledig uit de klauwen: er werden vuurwapens getrokken en er werd geschoten.

Om zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen, wordt binnenkort een reconstructie gemaakt van de gebeurtenissen. In Foxhol, op dezelfde plek en in aanwezigheid van Derk die dan aanwijzingen moet geven. Ergens veel later dit jaar (en misschien pas in 2018) volgt dan de echte strafzaak.

In november had de officier van justitie aan Derk gevraagd wat er moet gebeuren om te voorkomen dat hij ooit weer in de rechtszaal moet komen opdraven. Derk had toen ‘huisje, boompje, beestje’ gemompeld en verder niets. In 2013 had een andere officier van justitie hem diezelfde vraag gesteld. Toen had hij wat nukkig geantwoord: ‘M’n levensstijl aanpassen en ‘s avonds om tien uur naar bed.’

Van harte ging het niet.

Rob Zijlstra

Hork

Er vloeien dan tranen, er komt
een extra glaasje water of
een korte schorsing om even
diep adem te kunnen halen.

Uitgerekend op het moment dat de officier van justitie vertelt dat het slachtoffer ook een vader was, een vader die een zoontje van 7 jaar achterlaat, snuit de verdachte met kracht zijn neus in een grote rode zakdoek. De droeve woorden die zojuist zijn gesproken ontgaan hem. Hork is geen jongensnaam. Zou dat wel zo wezen dat heette de verdachte in dit verhaal Hork. Ik noem hem Botte. Hij is 46 jaar.

Botte heeft op 6 maart 2016, zondagochtend rond kwart over zeven, een vreselijk verkeersongeluk veroorzaakt op de Eemshavenweg. Als bestuurder van zijn paarse Fiat Ducato – een bedrijfsbus – komt hij ter hoogte van de afslag Garsthuizen met het rechtervoorwiel in de berm terecht. Een ruk aan het stuur doet de bus naar de linkerberm stuiteren, waar hij kantelt en op de kop in de sloot tot stilstand komt. De 42-jarige Ronald Wolbers uit Assen is uit de bus geslingerd en ligt in het water onder het voertuig. Hij heeft geen schijn van kans. Ronald Wolbers overlijdt ter plaatse.

Ze zijn op stap geweest in de stad en waren op weg naar huis.

In de rechtszaal heten ongelukken in het verkeer niet gebeurtenissen die per ongeluk zijn gebeurd. Ongelukken in de rechtszaal zijn een gevolg van onoplettendheid, onvoorzichtigheid of roekeloosheid. Als je onoplettend, onvoorzichtig of roekeloos bent, dan is dat verwijtbaar en dus strafbaar. Verdachten die zeggen ‘maar ik deed het niet met opzet’ krijgen te horen dat dat ook niet relevant is.

Wie dan vervolgens zegt ‘maar ik heb die fietser, die voetganger, die andere auto nooit gezien’ zegt daarmee dat hij niet zag wat er wel was en dus dat hij de kop er niet bij had. Wie achter het stuur andere dingen doet dan alert zitten zijn, maakt zich als het dan in een fractie van een seconde misgaat, schuldig aan een misdrijf waar je gevangenisstraf voor kunt krijgen.

Verkeerszaken in de rechtszaal behoren tot de meest heftige strafzaken. Rechters zeggen bij aanvang van zo’n zaak dat ‘er alleen maar verliezers zijn’. Dat het verschrikkelijk is wat er is gebeurd, niet alleen voor de nabestaanden, maar ook voor de verdachte die dit immers ook niet heeft gewild. De straffen die worden opgelegd zijn meestal werkstraffen al dan niet in combinatie met rijontzeggingen. Officieren van justitie die de straffen eisen zeggen vooraf dat geen enkele straf recht doet aan het leed dat de verdachte heeft veroorzaakt.

De verdachte hoort het aan met het hoofd gebogen, wil het liefst door de grond zakken en spreekt schuldbewust met zachte stem. Er vloeien dan tranen, er komt een extra glaasje water of een korte schorsing om even diep adem te kunnen halen.

Soms heeft de verdachte een kaartje gestuurd met zijn deelneming. Een enkele keer een brief. Soms wilde de verdachte dat doen, maar durfde hij het niet. Hij heeft professionele hulp gezocht om te leren leven met het idee dat je iemand hebt doodgereden, een kind, een vader van een kind.

Zo gaat het vaak. Maar bij Botte ging het anders. Botte erkent in de rechtszaal dat hij achter het stuur zat. Hoewel. Hij had nog geprobeerd politiemensen te doen geloven dat het slachtoffer achter het stuur had gezeten. Verder had hij zich, toen hulpverleners bezig waren een leven te redden, vooral druk gemaakt over zijn gehavende bus.

Botte zegt dat hij niet te hard heeft gereden, hij reed normaal. Twee van de drie inzittenden die de crash overleefden schatten de snelheid op 130 tot 140 kilometer per uur. 100 mocht.

Botte zegt dat het glad was op de weg. Dat was niet zo. Botte ontkent dat hij voor de gein aan het spookrijden was om tegenliggers te fucken. Getuigen: dat deed hij wel.

Botte zegt dat hij nuchter was, dus niet dronken. Ademanalyse: 675 ugl. De max is 220. Eenmaal op het politiebureau sprak hij niet met dubbele tong en als dat wel zo was dan kwam dat vanwege relatieproblemen. Agenten: hij wankelde op zijn benen, hij sprak met dubbele tong.

De auto was niet verzekerd, het rijbewijs ongeldig verklaard. Botte ziet dat anders. Hij wist het niet, dus dan was hij voor zijn gevoel wel verzekerd. Rijbewijs ongeldig? Hij had zijn rijbewijs toch gewoon?

Hij wordt nog lomper. Dat Ronald Wolbers bij het ongeluk om het leven is gekomen, dat kunnen ze wel zeggen, maar wie zegt Botte dat het ook zo is? Hij wist niet eens dat die man bij hem in de bus zat. Rechters: ‘Wilt u nou beweren dat het slachtoffer er al lag?’ Botte: ‘Ik vind het raar. Wij hadden bijna niets en hij wel.’

En dan is er de eigen verantwoordelijkheid. ‘Die heb je wel als je bij iemand in de auto stapt. Toch?’
Rechters: ‘Wat wilt u daarmee zeggen?’
Botte: ‘Nou dat is toch zo?’
Rechters: ‘Wilt u zeggen dat het de schuld van het slachtoffer is dat hij is verongelukt?’
Botte: ‘Ik was nuchter en daar blijf ik bij.’

De rechters attenderen Botte er op dat er nabestaanden in de rechtszaal zitten en dat zij zijn houding als heel pijnlijk kunnen ervaren. Hij reageert kort: ‘Dat is heel erg voor die mensen.’ Om direct op te merken dat hij slechts één fout heeft gemaakt. Hij had een second opinion van het alcoholonderzoek moeten aanvragen. ‘Dat heb ik niet gedaan, dat is mijn fout.’

Vier maanden na het ongeluk had hij zijn beste vriend mishandeld (gebroken onderarm) na bekvechterij en veel bier op de terrassen van Delfsail in Delfzijl. Botte ontkent
dat hij een alcoholprobleem heeft. De psychologe met wie hij moest praten meldt aan de rechtbank dat Botte
driemaal dronken op de afspraak verscheen en grensoverschrijdende opmerkingen maakte over haar uiterlijk.

Hmm. Botte wil wel maandelijks naar een praatgroepje of zo, maar hij wil niet zoals het dwingende advies luidt opgenomen worden in een kliniek. Moet dat wel, dan in de wintertijd, dan is er toch geen werk voor een stratenmaker als hij. Een werkstraf wil hij niet, want werken voor niks is niks. Een gevangenisstraf? Tss… Hij heeft een huis, een hypotheek, een eigen bedrijf.

De officier van justitie: ‘Zijn gedrag is stuitend. Ik eis dertig maanden gevangenisstraf en daarna een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier jaar.’

Botte zegt dat als hij zonodig de bak in moet, hij de hele rotzooi wel te koop zet. ‘Dan doen we dat toch lekker.’

Botte Hork.

Rob Zijlstra

 

update – 24 april 2017 – uitspraak
Botte is veroordeeld conform de eis: 30 maanden celstraf en een rijontzegging voor motorvoertuigen gedurende 4 jaar. Hieronder het volledige vonnis.

klik voor volledige tekst

Veelbelovende dag van niks

Het is niet in uw belang
hier zonder advocaat te
zitten, zeggen de rechters

Het is donderdagochtend, even na negen uur. De komende twee, drie uren in zittingszaal 14 zijn gereserveerd voor twee verdachten die samen geweld hebben gebruikt om een tas te stelen. Dat is de beschuldiging. Een van de verdachten had ook, ook een  verdenking, op iemand geschoten. In de rechtszaal moet dat een poging tot doodslag opleveren. Een van de verdachten kent mij en zegt ‘hoi Rob’. Hij blijkt mijn buurjongen van jaren geleden. Hij vertelt dat hij al eens eerder in de krant heeft gestaan.

De andere verdachte is niet gekomen omdat hij onwel is. Woensdag was hij alleen nog maar misselijk,  maar nu, een dag later, is hij ‘kotsziek’, zo weet zijn advocaat. Punt is dat de verdachte zijn eigen strafzaak wel wil bijwonen, want dat recht heeft hij. De behandeling moet daarom worden aangehouden, worden uitgesteld. Mijn buurjongen van jaren geleden wil in dat geval ook later, meldt zijn advocaat.

De rechters trekken zich terug voor beraad in de raadkamer om tien minuten later mee te delen dat de twee strafzaken vandaag niet worden behandeld. Ontzettend jammer, maar helaas, vinden de rechters. Ze merken op dat het een publiek geheim is dat de agenda van de rechtbank meer dan overvol is, dat het eerstvolgende gaatje volgende week donderdag is en anders wordt het pas eind oktober.

De rechtszaal blijft nu tot half twaalf leeg.

De man die dan terecht moet staan omdat hij wordt verdacht van een straatroof in de binnenstad van Groningen is er wel, maar het onderzoek is nog niet klaar. Dus geen strafzaak. Het wordt zo half twee, tijd voor de man die een tankstation van Shell zou hebben overvallen. De behandeling, zo was al aangekondigd, is later, want de zaak is nog niet zittingsgereed.

De klok tikt naar twee uur ’s middags. Een man komt onder begeleiding de rechtszaal binnen en maakt een ietwat verwarde indruk. Hij heeft geen advocaat, dat wil zeggen, die heeft hij wel, maar die is niet gekomen. Want dat wil hij niet. Hij is immers geen crimineel. Bovendien, met zo’n advocaat erbij wordt het alleen maar erger. Hij wil wel een boete.

De rechters zeggen dat bij ontucht misschien wel een andere straf tot de mogelijkheden behoort en dat het daarom goed is, beter ook, dat de verdachte zich wel laat bijstaan door een advocaat. ‘Het is niet in uw belang hier zonder advocaat te zitten,’ zeggen de rechters. Ze willen de zaak niet behandelen. Rechters moeten niet alleen de belangen van heel de samenleving dienen, maar ook die van die enkele verdachte. Betekent wel: nog steeds geen strafzaak.

En zo zal het blijven. De laatste zaak op de rol, gepland om drie uur, gaat niet door en dat was vooraf ingepland. De man die in Delfzijl zou hebben geprobeerd iemand te doden, is voor later.

Aan het einde van de middag stel ik vast dat het een veelbelovende dag van niks was.