Vier jaar

De twee woorden bonken door zittingszaal 14, ter afsluiting van het requisitoir van de officier van justitie. Vier jaar. Dat is de eis. De verdachte kijkt vragend naar links, naar opzij waar de tolk zit. Als zij ‘vier jaar’ heeft vertaald, krimpt het lichaam van Damir ineen.

Damir denkt nu niet: 4 jaar is 48 maanden, gedeeld door 3 is 16 en dat dan vermenigvuldigen met 2 is 32 maanden zitten waarvan hij er al 11 in voorarrest heeft volbracht waardoor er dus nog 21 maanden celstraf resteren. Nee. Damir denkt, terwijl hij nu radeloos naar rechts, naar zijn advocaat, kijkt: vier jaren in een gevangenis. Hoe gaat hij, hij die zijn kinderen mist, dat volhouden? Dat gaat hij nooit.

Na afloop van de zitting loop ik naar de officier van justitie. Bij sommige officieren kan dat gewoon.

Ik zeg: ,,Joh’’.
De officier van justitie: ,,Wat?’’
Ik: ,,Die eis.’’
De officier: Niet goed?’’
Ik: ,,Zo hoog, zo veel, zo hard.’’
De officier van justitie, op zijn beurt: ,,Joh.’’

Damir is volgens het Openbaar Ministerie een mensensmokkelaar. Bijna een jaar geleden werd hij in Ter Apel opgepakt. Hij zou tientallen mensen onder wie veel kinderen in een verrot Mercedesbusje met een Moldavisch kenteken vanuit Frankrijk en Duitsland naar het asielzoekerscentrum in Ter Apel hebben gebracht.

Damir had moeten weten dan wel vermoeden dat wat hij deed wederrechtelijk was. Dus dat wat hij deed, niet mocht. Want ook Damir wordt, zoals wij allen, geacht de wet te kennen, zegt de officier van justitie. Hij had moeten weten dat hij mensen die niet over geldige grensoverschrijdende reisdocumenten beschikken, niet naar Ter Apel mag brengen.

Dat hij dat ook nog eens deed in een gammel busje met technische malheur en een barst in de voorruit maakt het nog erger. Er hadden ongelukken kunnen gebeuren. Een plotselinge trap op de rem (die werkte) en het was bal op de snelweg. Daarom beschuldigde de officier van justitie Damir naast van mensensmokkel ook nog eens van een ‘poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel’. In de rechtszaal zegt de aanklager dat hij dat bij nader inzien juridisch niet kan hardmaken en dat hij voor dat punt dus vrijspraak vraagt.

Rest de mensensmokkel, vier jaar.

Damir is 35, zoon van de dorpssmid van Glodeni. Hij komt net als zijn smokkelwaar uit Moldavië. Het is het armste land van Europa, een land waar de broodnodige ingrediënten voor levensgeluk aan voorbij zijn gegaan. Volgens Buitenlandse Zaken is het een veilig land om te bezoeken, maar toeristen laten zich er nauwelijks zien, meldt Wikipedia. Na de val van het communisme verliet een kwart van de bevolking, vooral jongeren, het land.

Is het waar, vragen de rechters, is het waar dat u een mensensmokkelaar bent? Damir gaat staan, nederig, pet bij wijze van spreken in de hand en zegt: ,,Geachte heren, ik heb mijn vrouw en mijn kinderen meegenomen naar Frankrijk om daar asiel aan te vragen. In Frankrijk zijn veel mensen van mijn volk, het Romavolk. In Moldavië zijn wij een minderheid en worden wij gediscrimineerd. Ik was de enige met een busje. Ik probeerde mensen te helpen. Ik had geen verkeerde bedoelingen.’’

De rechters gebaren dat hij wel mag gaan zitten en ze stellen hun vragen. Waarom hij dan naar Nederland kwam? Waarom niet België, vanuit Frankrijk niet onlogisch? Hoe vaak hij naar Ter Apel was gereden, hoe vaak in dat rammelbusje en of hij dat ding wel eens uitleende? Of hij zich veilig voelde achter het stuur?

De rechters vragen (tegen beter weten in) of Damir de Dublin-procedure kent? Dat is de complexe procedure die handelt over welk land verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. Damir antwoordt dat hij over Dublin heeft horen spreken, maar er niets van begrijpt.

Hij zegt dat Roma-mensen elkaar helpen, dat dat een plicht is. Dat Nederland onder zijn volk bekendstaat als een land dat goed is voor asielzoekers, dat de mensen in dat land gastvrij zijn. Over het busje: ,,Wij zijn gewend ons te verplaatsen met de middelen die we hebben. Voor uw land is het busje misschien slecht, in mijn land is het een goede bus.’’ Over de veiligheid: ,,In vergelijking met paarden en trekkarren is zo’n busje veiliger.’’

Damir zou zo graag met zijn vrouw en kinderen tot onze wereld willen behoren. In zijn land is nauwelijks onderwijs. En dat is wat hij wil, onderwijs voor zijn twee kinderen zodat zij het iets beter krijgen dan hij.

Tegen de rechters: ,,Van mijn vader heb ik geleerd dat als je goed bent voor andere mensen, andere mensen ook goed zullen zijn voor jou.’’

In Frankrijk was hij met zijn gezin in een overvol tentenkamp terechtgekomen op een uitgewerkt industrieterrein met zo’n zeshonderd landgenoten en nauwelijks sanitaire voorzieningen. Met zijn busje haalde hij bruikbaar afval op waarmee ze in het kamp nog wat konden. Ondertussen gingen er verhalen over Nederland, over een nieuw leven dat je daar zou kunnen beginnen. Dat je dan eerst naar Ter Apel moest, volgens de routeplanner maar 531 kilometer ver.

Vier keer zou Damir met zijn busje in Ter Apel zijn geweest met opgeteld 38 mensen die hij afzette bij het asielzoekerscentrum. De laatste keer, toen hij werd opgepakt, kwamen er tien volwassenen en negen kinderen uit zijn busje dat volgens EU-normen slechts geschikt is voor acht personen.

Hij kreeg voor zijn smokkelarij geen geld. Dat zegt ook het Openbaar Ministerie. Er werd alleen betaald voor diesel. Advocaat Freek van der Brugge ziet ook daarin zijn gelijk. Damir heeft geprobeerd te ontkomen aan erbarmelijke omstandigheden in het tentenkamp in Frankrijk en hij heeft – omdat hij een busje had – anderen geholpen.

Vrijspraak.

De officier van justitie zegt dat verdachte een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de rechtsorde, dat hij heeft bijgedragen aan de instandhouding van een illegaal circuit en dat hij het maatschappelijk draagvlak voor de opvang van asielzoekers ondermijnt.

Vier jaar.

Van der Brugge: ,,Hoezo illegaal? Het aanvragen van asiel is een mensenrecht. Iemand helpen dat recht uit te oefenen, kan dan toch niet strafbaar zijn?’’

Vrijspraak.

Zittingszaal 14 is het podium van twee werelden die van elkaar gescheiden zijn, niet meer door slagbomen en blaffende honden bij de grenzen, maar door wetten en procedures. Ook wie niets heeft dient de wetten van hen die alles hebben te respecteren. Doe je dat niet, dan mag je naar onze gevangenis.

Vier jaar.

Rob Zijlstra

de uitspraak is op 5 oktober

Ongemakkelijk probleem

Er zijn ook verdachten die straf willen. Rick zal het wel voor elkaar krijgen, voor Paul (35) is het nog maar de vraag. Eerst Rick (51).

Het ging niet goed met Rick. Hij had aan een bel getrokken, maar de hulpverleningsinstanties gaven niet thuis. Daarom was het gebeurd. De rechters vinden dat maar raar: ,,Het is toch raar dat als het even tegenzit in je leven, dat je dan je eigen dochter gaat misbruiken?’’ Rick doet een diepe zucht. Wat moet hij er over zeggen? Hij is niet zo’n prater.

Hij zegt: ,,Het was fout, geef me straf, klaar.’’

Zijn advocaat probeert de nuance aan te brengen. Straf mag dan moeten, de rechters mogen zich wel realiseren dat een gevangenisstraf vergaande consequenties heeft. Want Rick werkt, hij heeft iets te verliezen.

Wat hij precies doet en waar, wil hij niet zeggen (‘ik doe van alles’). Maar moet hij de bajes in dan raakt hij zijn baan kwijt. Sowieso zijn dan de gevolgen groot.

De officier van justitie is niet onder de indruk van wat de advocaat naar voren brengt. Dat een straf consequenties heeft lijkt hem ,,volstrekt logisch’’. Hij eist drie maanden celstraf.

Zedenmisdrijven bestaan in soorten en maten, van grensoverschrijdend gedrag tot weerzinwekkende horror. De strafeis die Rick voor de kiezen krijgt (de rechtbank moet nog uitspraak doen) past bij ontucht in de juridische categorie light. Zijn dochter, een tiener, had hem moeten bevredigen. Niet vier jaar lang, zoals de officier van justitie even dacht te kunnen bewijzen, maar – volgens Rick – slechts twee keer. ,,Nee. Ook niet goed. Geef me straf.’’

Voor slachtoffers bestaan geen juridische categorieën. Wie slachtoffer is van een zedenmisdrijf, light of weerzinwekkend, is altijd de pineut.

Paul.

Bijna twee uur lang wipt zijn rechtervoet op en neer. Schuin achter hem zit de vrouw die ooit verliefd op hem was. Zij is de moeder van het meisje dat door Paul is misbruikt. Paul is de vader. Zijn dochter was nog maar 2 jaar toen hij het flikte.

Het is een merkwaardig verhaal. Paul zat bij de psycholoog toen hij zijn van niets wetende aanstaande ex belde en vertelde: ,,Ik heb aan onze dochter gezeten.’’ Daarna ging hij naar een politiebureau waar hij nogmaals vertelde wat hij even daarvoor aan zijn partner had verteld.

De rechters willen weten: ,,Waarom?’’

Paul: ,,Ik heb een seksverslaving. Daar was ik voor in behandeling, al sinds 2015. En dat hielp goed. Maar op de dag dat het is gebeurd, had ik een vervelend gesprek met mijn vader. Ik heb toen een terugval gehad. Een beetje stom. Ik baal ook verschrikkelijk.’’

De rechters vragen: ,,Waarom heeft u het opgebiecht?’’

Goeie vraag. Paul en zijn dochtertje van nog maar twee waren immers alleen, het kind zou het niet kunnen vertellen. Paul had het geheim kunnen houden.
De rechters willen het waarom ook weten omdat ze wel aanvoelen wat de advocaat straks gaat zeggen.

Dus. Waarom Paul?

Hij doet een poging: ,,Ik wilde dit niet voor mijn dochter. Ik was bang dat… niet dat ik het weer zou doen, maar ik dacht… als ik het vertel, dan kan ik er mee aan de slag… ik heb voor mezelf een lijn getrokken, daar mag ik niet overheen.’’

Het was gebeurd toen hij haar luier ging verschonen. Het meisje had luieruitslag. Hij smeerde haar billen in met vaseline. Dat had hem opgewonden.

Het had, vertelt hij, twee minuten geduurd en die twee minuten hadden gevoeld alsof hij drugs gebruikte, een heel geruststellend gevoel. Maar plots was er een besef gekomen. Paul: ,,Ineens dacht ik, waar ben ik mee bezig? Ik was bang. Ik dacht, als ik hiertoe in staat ben, waartoe ben ik dan in de toekomst nog meer in staat?’’

Hij vertelt dat hij nu bezig is met ,,een soort van afkickproces’’. En dat hij het geloof terug heeft gevonden. Alsof dat helpt.

De rechters vragen hoe hij denkt het uit te leggen, later.
Paul: ,,Tja, dat wordt nog wel een dingetje. Ik zal zeggen dat ik ziek was en dat ik toen te ver ben gegaan. Zoiets.’’ Hij houdt er rekening mee dat zijn dochtertje later psychische klachten krijgt. ,,Of zo.’’

De seksverslaving richtte meer schade aan. Paul had foto’s gemaakt van zijn bloot slapende vrouw, hij was er listig in geslaagd naaktfoto’s te maken van een schoonzus over wie hij wilde fantasieën had (heeft). Die foto’s wist hij te slijten op het internet, op de afdeling schimmig.

De officier van justitie is snel klaar met Paul. ,,Wat meneer heeft gedaan is totaal respectloos.’’ De strafeis: 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 18 maanden voorwaardelijke, een meldplicht zodra hij vrijkomt en dan een klinische behandeling. En een verbod om in de buurt van de woning te komen waar zijn ex en zijn kinderen wonen. Er is ook nog een zoontje.

De moeder is er niet klaar mee. Ze zegt dat het misbruik onderdeel zal uitmaken van het levensverhaal van haar dochtertje, dat hij haar lichaam aan het begin van haar leven heeft bezoedeld. Ze zegt dat het aan haar vreet want ,,ik heb mijn kind niet kunnen beschermen, ik heb mijn dochter toevertrouwd aan een gevaarlijke gek’’.

Over die rotfoto’s: ,,Hij heeft me onteerd en te grabbel gegooid. Hij was er niet voor mij, niet voor ons. Hij was bezig met zijn eigen obsessie.’’ Ze zegt tegen de rechters dat haar ex-man ,,gevaarlijker is dan jullie denken” en dat ze bang is voor als hij straks vrijkomt. ,,Ik zal hem altijd vrezen. Maar ik wil mijn leven terug.’’

Haar woorden vullen de rechtszaal en maken indruk. Maar nog niet alles is gezegd.

Advocaat Cees Eenhoorn houdt de rechtbank een wat hij noemt ongemakkelijk probleem voor. De advocaat zegt dat hij wel snapt dat Paul juridisch op z’n donder moet krijgen, dat hij zou willen pleiten voor een kortere straf dan geëist zodat de behandeling eerder kan beginnen, maar dat het daar niet om gaat.

De advocaat: ,,Waar het om gaat, en daar kan ik ook niks aan doen, is dat het bewijs in deze zaak naast mij zit. Het bewijs is zijn eigen verklaring. Verder is er helemaal niets.’’ De wet is hier duidelijk over: een enkele verklaring is te weinig om iemand te kunnen veroordelen. Dat weten de rechters zelf ook wel. Advocaat Eenhoorn: ,,U zult de verdachte vrij moeten spreken, er moeten andere wegen worden gevonden om deze man te genezen.’’

Paul huilt.

rob zijlstra

→ meldpunt kindermisbruik

update – uitspraken
Paul is veroordeeld maar tot een lagere straf: 18 maanden waarvan 11 maanden voorwaardelijk. Verder: een contactverbod met zijn ex en kinderen voor een periode van 5 jaar (gelijk de opgelegde proeftijd). En het betalen van smartengeld: 5.000 euro.

Rick kreeg het niet helemaal voor elkaar: de rechtbank acht niet meer opportuun om hem nog naar de gevangenis te sturen: 6 maanden celstraf maar geheel voorwaardelijk. Hij moet wel een schadevergoeding betalen: 3000 euro.

 

Nieuws

leestijd: 1 minuut

journalisten en een cameraploeg (1998)

Als je als journalist zelf in het nieuws komt,  al is het maar voor even, dan voelt dat altijd ongemakkelijk.

Maandag werd bekend dat Dagblad van het Noorden  – de krant waarvoor ik werk en ook de krant die het blog zittingszaal 14  mogelijk maakt – wordt overgenomen door het Belgische Mediahuis. De directeur zei in een interview  dat hij met zijn uitgeverij  tot de topuitgevers van Europa wil behoren.

Hij zei ook: ‘Wij zijn jagers, geen prooi.’
Er bestaan jagers die hun prooi opeten.

Zijn er zorgen? Er is gezonde argwaan, maar er is ook vertrouwen. Ik heb de eindbaas van Mediahuis deze week mogen ontmoeten. Ik concludeerde: Mediahuis wordt niet geleid door romantische courantiers, maar ook niet door hongerige jagers. Wel door mensen met hart voor de journalistiek. Gegeven de omstandigheden is dat goed nieuws.

Resteert het ongemak zelf onderwerp van nieuws te zijn.

Journalisten horen (eigenlijk) met pen en aantekenboekje op de achterste rij te  zitten om daar zo afwezig mogelijk waar te nemen en aan te horen wat er wel en wat er niet wordt gezegd. En om daar dan vervolgens zonder aanzien des persoons verslag van te doen. Niet meer, niet minder.

Soms gaat het anders.

Eind  1997 ging het mis in een stadswijk wat leidde tot een bestuurscrisis in Groningen en bijna tot een constitutionele crisis in het land. Onderdeel van deze crisis was wat wij noemden de ‘Nacht van Ouwerkerk’, toentertijd de burgemeester van de stad. Die nacht stapte hij op. Wij zaten boven op het nieuws en wel zo dat we zelf ook nieuws werden: het NOS-journaal kwam langs. Dat was toen bijzonderder dan dat het nu zou zijn.

Op bovenstaande foto sta ik (bos haar) met rechts van mij Menno Hoexum – toen chef nieuws  van de redactie van Nieuwsblad van het Noorden en (links) Evert van Dijk, toen de chef van de stadsredactie. Van Dijk kwam bij de krant binnen als stagiaire en is nu, nu we worden overgenomen,  algemeen hoofdredacteur en directeur van ’t hele spul.

De foto is gemaakt – door wie weet ik niet meer – toen wij ’s nachts op de redactie de laatste hand legden aan een extra editie. Dat was in januari 1998.

Nou ja, dit even voor de geschiedschrijving.

Rob Zijlstra

 

 

 

 

 

Rollende erwten 2

leestijd: 4 minuten

De rechter vraagt aan de verdachte die hij net anderhalf uur lang stevig doch ook genadig heeft ondervraagd hoe hij er nou zelf op terugkijkt, op wat er is gebeurd. De verdachte, niet de meest spraakzame, mompelt binnensmonds: ,,F’cked’p.’’ De rechter veert iets op en zegt, met verbazing en wijd opengesperde ogen: ,,Zegt u nou fuck you tegen mij?’’

Het belangrijkste onderdeel van een strafrechtzaak is de ondervraging door rechters van de verdachte. De rest staat op papier. Die gesprekken zijn geen praatje pot. De gesprekken zijn indringend, soms heftig tot op het bot. Maar rechters en verdachten spreken lang niet altijd dezelfde taal.

Soms letterlijk niet.

Nog niet eens zo lang geleden was er een in Groningen geboren en getogen verdachte die het Nederlands niet meester was. Een medewerker van de rechtbank die zowel het Gronings als het Nederlands beheerst werd opgetrommeld voor verbale bijstand. En anders zijn er de gecertificeerde gerechtstolken. In zittingszaal 14 staan soms verdachten terecht van buitenlandse herkomst, ik tel elk jaar weer 35 tot 40 verschillende nationaliteiten. Tolken bieden dan kundig uitkomst.

Terzijde: gerechtstolken worden onderbetaald. Zij voeren met regelmaat actie, maar daar merkt bijna niemand iets van.

De geboren Groninger heeft ook pech. Friese verdachten mogen niet alleen in hun eigen rechtszalen aan het Zaailand in Ljouwert Fries spreken, maar Friezen mogen dat ook in de rechtszalen van Groningen en Assen. Groningers en Drenten genieten dit privilege niet.

‘Ynwenners fan de provinsje Fryslân hawwe it rjocht om Frysk te sprekken’, staat in Noord-Nederland op iedere dagvaarding, ook op de dagvaardingen die zijn geadresseerd aan die 35 tot 40 andere nationaliteiten. Moet van de wet.

Overigens zei de verdachte uit de eerste zin van dit verhaal niet fuck you. Op de vraag wat hij er nou zelf van vond antwoordde hij dat het fucked up was, waarmee hij bedoelde dat hij het had verkloot. Eigen schuld, dikke bult.

De rechter had toen met een vriendelijke lach gezegd: ,,Oh, nou dan is het goed.’’
Dat begreep de verdachte weer niet: ,,Goed, goed? Nee, niet goed, ik heb het verkloot toch.’’

Rechters en verdachten verstaan elkaar niet altijd omdat ze wel dezelfde taal spreken, maar niet elkaars jargon.

Er was eens langer geleden een verdachte die bij aanvang van de strafzaak aan de rechters liet weten dat hij een schriftelijke cursus rechten had gedaan. Hij wilde even duidelijk hebben dat ze hem met hun juridisch gepraat niets wijs moesten maken. De rechters adviseerden de verdachte aan het einde van de zitting de vervolgcursus te doen, want ‘u heeft er nog niet veel van begrepen’.

Hoewel de rechtsbeoefenaars er voor het volk zijn, is hun taal daar niet naar. Ze maken het soms nodeloos ingewikkeld. In rechtszaken wordt veel aangehouden. Daarmee wordt uitstel bedoeld, geen arrestaties. Voor een beetje crimineel is dit nogal verwarrend. Zij die rechtszaken uitroepen (‘hallo, we gaan beginnen’) worden aangeduid als deurwaarders. In rechtszalen ontsmetten deurwaarders tussen de rechtszaken door de stoelen en tafels vanwege corona.

De advocaat wordt raadsman of raadsvrouw genoemd, maar nooit raadsheer, want dat is een rechter in hoger beroep. Nu heet een vrouwelijke rechter in hoger beroep ook raadsheer of zij nou willen of niet (niet). De officier van justitie in hoger beroep is een advocaat-generaal, maar deze figuur heeft niets met advocaten van doen en ook niets met het leger, zo de politierechter gewoon rechter is en niet van de politie is.

Dit alles is zo omdat het al meer dan honderd jaar zo is en veranderingen in de rechtspraak de slome slakkengang volgen. Voor het idee: dat is trager dan traag.

Wie vandaag de dag wordt aangehouden (gearresteerd) en zich niet zomaar in de kladden laat grijpen, vanwege opstandigheid of dronkenschap, wordt op de dagvaarding met het navolgende om de oren geslagen:

… hij/zij die op of omstreeks pleegdatum/pleegperiode te pleegplaats,
toen een aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaar verdachte,
als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en), had aangehouden en had vastgegrepen, althans vast had, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen eerstgenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn of haar bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaar verdachte trachtte te geleiden…

Dus. Er zijn mensen, in dit geval werknemers van het Openbaar Ministerie, die een strafdossier bestuderen om vervolgens het gedrag van de rukkende onverlaat te vertalen in juridische abracadabra. Het hierboven aangehaalde fragment is niet van een zaak uit 1896, maar van vorige week.

Een dief jat of gapt niet, maar ‘neemt iets weg om het zich wederrechtelijk toe te eigenen’. Wie de kluit belazert doet dat niet vals en sluw, maar met ‘listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels’. Als het letsel als gevolg van grof geweld niet langer verenigbaar is met het leven, dan wordt bedoeld dat het slachtoffer dood is.

Uitspraken van rechters – hun vonnissen en arresten – zijn heus wel te lezen, maar laten zich niet zomaar begrijpen. Zinnen met tweehonderd woorden voorafgaand aan de punt zijn gewoon. Waarom rechters dit doen, zo nodeloos ingewikkeld, is in raadselen gehuld. Pogingen tot verandering – schrijf toch in klare taal – hebben iets geholpen, maar niet veel. Initiatieven verwelken waar ze bijstaan.

Afgelopen week kreeg ik een prachtig oud boekje, vol verhalen over drama’s in de rechtszaal, dertig jaar geleden opgeschreven door rechtbankverslaggever Frits Abrahams.

Hij noteerde in 1991 dat de slungelige Sjoerd voor het hekje bij de Groningse politierechter stond omdat hij herhaaldelijk niet was komen opdagen voor de keuring voor militaire dienst aan de Hereweg 121 in Groningen. Sjoerd had wel uitnodigingen van het ministerie van Defensie ontvangen.

De officier van justitie trok hard van leer, de advocaat had gevraagd:
‘Kun je lezen jongen?’
Nee.
‘Kun je schrijven?’
Nee
‘Dus als je een brief krijgt…’
Dan begrijp ik het niet.

Frits Abrahams noteerde: ‘Zijn woorden rollen als losse erwten over de vloer van de statige rechtszaal.’

En terwijl de erwten rollen praten rechters, de officier van justitie en de advocaat over transactievoorstellen, verantwoordelijkheid, schuldigverklaringen, over opzet en afstand van hoger beroep en begint het hoofd van Sjoerd te duizelen. Zijn hoofd zakt, zo observeert de rechtbankverslaggever, steeds moedelozer tussen zijn schouders. In nog geen kwartier tijd, zoveel nieuwe woorden.

Het oude boekje is het overtuigende bewijs van het bestaan van de slome slakkengang in de rechtspraak van nu.

rob zijlstra

 

Rollende erwten

Ik kreeg vandaag dit pareltje in handen, uit 1993.  Het boek dook zomaar ineens op in de minibibliotheek aan de Barkmolenstraat in Groningen, daar waar je boeken gratis kunt brengen en kunt halen. Het boek bevat verhalen over drama’s in de rechtszaal. Dat staat op de kaft.

Binnenin het boek, op de pagina’s, staan parels van zinnen. Op pagina 54 geeft de  rechtbankverslaggever, terwijl hij luistert naar wat de verdachte te zeggen heeft, een analyse van wat hij waarneemt. Hij hoort de verdachte raaskallen en noteert dan:

‘Zijn woorden  rollen als losse erwten over de vloer van de statige rechtszaal.’

De rechtbankverslaggever: Frits Abrahams.

Ik zet dit fijne boekvol parels  op mijn rechtbankplank in de boekenkast, naast de drie van Jacques van Veen.

rob zijlstra

Monte, Monte

leestijd: 4 minuten

Ik schreef eens over de beste rechter van Groningen. De beste rechter was ontzettend goed, niet omdat zij de wetboeken van het strafrecht en strafvordering uit het blote hoofd kende of wist van de meest relevante uitspraken van elders. Dat kunnen alle rechters. Nee, ze was de beste schreef ik, omdat ze de juiste toon wist aan te slaan. En dat altijd. Onverbiddelijk als een spijkerharde verdachte niet beter verdiende, haast moederlijk tegen mannen en vrouwen die in de war waren en de weg kwijt.

Als er rechters bestaan die de beste zijn, dan bestaan er ook slechtste rechters.

De slechtste rechter is de magistraat die vals zingt, die niet de juiste toon kan of wil aanslaan die binnen het orkest is afgesproken.

Nu zijn begrippen als de beste en de slechtste natuurlijk relatief. Winsum is het mooiste dorp van heel het land, maar volgend jaar wordt net zo makkelijk een ander dorp met deze kwalificatie opgezadeld.

Evenwel kan het niet anders dan dat de slechtste rechter van heel Groningen en Drenthe van dit moment de rechter is die deze week te horen kreeg dat hij tijdens een strafzaak zich vooringenomen toonde. Dat is zo ongeveer het allerergste wat je over een rechter kunt zeggen. Het raakt de kern van de rechtspraak: een rechter kan bijna van alles zijn, maar nooit en te nimmer vooringenomen.

Monte van Capelle – strafrechter in de rechtbank van Noord-Nederland sinds 2011 – was dat zonder twijfel wel, oordeelden zijn collega-rechters van de wrakingskamer. Van Capelle kreeg de rode kaart en moest het veld verlaten. De vermaarde strafpleiter Piet Doedens zei eens over deze slechtste rechter, die toen officier van justitie was: ‘De man blaft zonder dat er een grote diepgang van gedachten achterstaat.’

Het optreden van Van Capelle was inderdaad nogal plat. Hij had een verdachte getypeerd als een mongool. Hij nam dat woord niet in zijn mond, dat niet. De verdachte maakte tijdens de ondervraging door de rechters, bozig, duidelijk dat hij geen mongool is. Hij riep: ,,Ik ben toch geen mongool?’’ Van Capelle reageerde gebeten en zei dat het daar ‘anders wel op lijkt’.

De verdachte, toen nog bozer, liet weten dat hij niet meer met deze rechter wilde praten. Van Capelle bitste met het hoofd afgewend dat hij er ook klaar mee was en gunde de verdachte geen blik meer waardig.

De advocaat van de verdachte hekelde niet alleen de verbale, maar ook de non-verbale communicatie van Van Capelle. Volgens de raadsman uitte Van Capelle gedurende langere tijd zijn afkeer van de verdachte. De wrakingskamer is het ook op dit punt met de raadsman eens.

Er wordt buiten Geert Wilders om niet zo heel veel gewraakt in het strafrecht. En als het dan eens gebeurt, wordt het verzoek tot wraking vrijwel altijd afgewezen. Maar ditmaal was er geen ontkomen aan.

‘Monte, Monte, je moet eerst eens tot tien tellen’, luidt de kop boven een groot artikel in Nieuwsblad van het Noorden, in september 1997. In dat 23 jaar oude artikel wordt gememoreerd aan de ‘vaak onredelijke woede-aanvallen’ van Van Capelle in de rechtszaal. Toen dus al.

Van Capelle begon zijn arbeidzame leven als inspecteur bij de gemeentepolitie in Groningen, maar zou later door heel het land vooral naam maken als officier van justitie. Aan advocaten had hij, zo berichten de kranten in het archief, een broertje dood. Advocaten identificeerde hij met verdachten, journalisten als mensen met een ‘genetisch bepaalde autoriteitenhaat’.

Hij speelde in de jaren negentig de hoofdrol in de IRT-affaire en hij was verantwoordelijk voor de spraakmakende arrestatie van politieman Lancee op Schiermonnikoog.

De kranten van toen noemen hem een rechtlijnige crimefighter met een enorme dadendrang, iemand ook die geen blad voor de mond neemt en die is behept met een ‘extreem gevoel voor rechtvaardigheid.’ Dat laatste zei zijn eigen broer tegen de krant.

Misschien was Monte van Capelle in die tijd wel de beste officier van justitie van heel het land. Er waren ook heus mensen die gecharmeerd van hem waren en een enorme dosis humor aan hem toedichtten. Misschien had de misdaadbestrijder nooit een onafhankelijk rechter moeten willen worden.

Na de gewraakte uitlatingen in de rechtszaal werd door de voorzitter van de strafkamer een proces-verbaal van het incident opgemaakt, een woordelijk verslag.

De wrakingskamer kwam een dag later bijeen om beide partijen in de gelegenheid te stellen hun standpunten toe te lichten. Van Capelle schitterde door afwezigheid. Hij had wel een schriftelijk verweer. De wrakingskamer noteerde later in de uitspraak dat Van Capelle van andere feiten uitgaat dan de feiten zoals die in het proces-verbaal staan.

De rechter gaf met ‘alternatieve feiten’ een eigen draai aan het incident.

Dat de gewraakte rechter het liet aankomen op een behandeling door de wrakingskamer wekte hier en daar ook nog wel enige verbazing. De beste man had ook kunnen zeggen, gut mensen, ik liet mij even gaan, in de hitte van het debat, wat ik, ik die als rechter dan nog zonder oordeel is, uiteraard niet had moeten doen.

Hij had het boetekleed kunnen aantrekken en zelf kunnen opstappen. Maar toen de voorzitter van de strafkamer het hem vroeg, of hij berustte in de wraking, luidde het antwoord afgemeten: nee! Op de toon van: over mijn lijk.

Heeft dit alles nu nog consequenties voor de voor het leven benoemde rechter, was een veelgestelde vraag de afgelopen dagen. Ik heb geen idee. Wellicht komt er een indringend gesprek met de rechtbankpresident, misschien maken andere rechters voortdurend grapjes over zijn onkunde en heeft hij dat wel door.

Welbeschouwd deed Monte van Capelle met zijn vooringenomen optreden in de rechtszaal een Grapperhausje. In Den Haag zal dit niet tot ophef leiden, maar de vraag die er ligt is wel de volgende: hoe moet het nu als Van Capelle de komende weken weer in de rechtszaal zit als rechter en in gesprek moet met de verdachte die een politieagent een mongool noemde of de diender met andere beledigende woorden om de oren heeft geslagen?

Dit is een veelvoorkomende misdaad waar politierechters de handen vol aan hebben.

Rechter: ‘Dus u geeft toe dat u de agent een mongool noemde?’
Verdachte: ‘Ja, dat beken ik. En daar heb ik ook spijt van… maar wacht eens even. Bent u niet die rechter die…’

rob zijlstra

→ lees ook: de beste rechter

→ of het artikel van Nieuwsblad van het Noorden uit september 1997 [pdf]

rechtbankpoëzie

verzet
[fragment uit een dagvaarding]

 hij/zij op of omstreeks pleegdatum/pleegperiode te pleegplaats,
toen een aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaar verdachte,
als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en),
had aangehouden en had vastgegrepen,
althans vast had,
teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau,
zich met geweld tegen eerstgenoemde opsporingsambtenaar,
werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn of haar bediening,
heeft verzet door te rukken en/of te trekken
in een richting tegengesteld aan die
waarin die ambtenaar verdachte trachtte te geleiden

auteur onbekend

Kattencrime

leestijd: 4 minuten

Stel je voor dat in het verkeer de bijna-ongelukken worden geregistreerd. De gevoelens van onveiligheid zouden flink toenemen, want bijna-ongelukken zijn schering en inslag. Duizenden per dag. Er zouden campagnes op radio en tv verschijnen om het aantal bijna-ongelukken terug te dringen ter bevordering van het verkeersveiligheidsgevoel.

Bijna-ongelukken in het verkeer worden niet geregistreerd. Hoe zou dat ook moeten?

Bij de misdaad is dat anders. Niet alleen inbraken, overvallen en verkrachtingen worden geturfd door het Centraal Bureau voor de Statistiek en allerhande misdaadmeters, maar ook de pogingen tot krijgen streepjes. Mislukte misdaad is ook misdaad.

Dat geldt ook voor misdaden die met een sisser aflopen. Ook die belanden in de statistieken van de criminaliteit. Het is alleen daarom al dat officiële misdaadcijfers met een korrel zout kunnen en moeten worden genomen. Wanneer cijfers doen inzien dat de misdaad toeneemt, kan die in werkelijkheid best dalen. Andersom net zo goed.

Het is maar wat je wilt, waar je staat en wat het beste bij je past.

Misdaden die met een sisser aflopen, kunnen – dat dan weer wel – best heftig zijn. De rechters van zittingszaal 14 buigen zich momenteel over een explosieve kwestie, veroorzaakt door de vrijdag 27-jaar geworden Jos uit Groningen.

Jos had een fascinatie die hij deelt met heel veel mannen: vuurwerk dat knalt, laag bij de grond, hoog in de lucht, maakt niet uit. Jos’ fascinatie was er eentje in het kwadraat. Hij wilde het vuurwerk niet kopen, maar zelf maken. Sterker nog: dat deed hij ook. In een appartementje met heel veel buren. Die buren hoorden wel eens knallen in de tuin, meldden ze achteraf. Jos denkt dat het meer knalletjes moeten zijn geweest, want hij experimenteerde altijd kleinschalig.

Dat het gevaarlijk was – het was megalink wat hij deed – dat wist Jos dondersgoed. Vertel hem wat. Maar het mooie weer was dat hij veel vertrouwen in zichzelf had. Hij wist daarom dat het niet fout zou gaan. Want hij was goed. En ja, het klopte dat hij veel explosief materiaal in zijn woninkje had. Het stond overal. Maar dat was alleen link als die stoffen met elkaar in aanraking zouden komen. En hij bewaarde alles gescheiden, in emmers.

In totaal zo’n zestig kilo.
Zou er toch iets gebeuren, iets per ongeluk, dan zou van het appartementencomplex, inclusief van de buren, weinig heel blijven.
Maar er gebeurde zoals Jos al had voorvoeld helemaal niks.

Dat hij toch als verdachte voor de rechter moest verschijnen – hij was naar de kapper geweest en had zijn beste jasje aangetrokken – kwam omdat het systeem functioneerde. Dat moet ook eens gezegd.

Nederland kent een systeem waar het Bom Data Centrum (BDC) over waakt. Er zijn dagen dat je niks van dit politie-onderdeel hoort. Medewerkers van Bom Data kunnen ruiken als ergens stoffen worden ge- en verkocht met een luchtje. Bom Data slaat niet aan als iemand een liter lampenolie en drie liter terpentine aanschaft, maar wel als daar dan ook nog zwavelbloem, salpeterzuur, zoutzuur, natriumwaterstofcarbonaat en aceton bij komen kijken.

In november vorig jaar ging bij Bom Data de rode lamp aan en werd de politie in Groningen gealarmeerd. Agenten gingen bij Jos op bezoek, juist op het moment dat hij gefascineerd bezig was aan de keukentafel. De dienstdoende agenten vroegen aan de voordeur wat zij in de woning konden aantreffen. Jos draaide er niet omheen en de agenten sloegen op hun beurt nog meer alarm, de Explosieven Opruimingsdienst kwam en de burgemeester riep de vaste leden van de veiligheidsregio met spoed bijeen. Heel het apparaat ging in de hoogste staat van paraatheid. De omgeving, inclusief een zorgcentrum voor ouderen, werd ontruimd. En Jos werd gearresteerd.

Het liep dus met een sisser af. In die zin dat er niets ontplofte. Maar wie een misdrijf voorbereidt waarop meer dan acht jaar gevangenisstraf staat is zo strafbaar als de pest. En Jos trof voorbereidingen voor het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing. Dat is meer dan acht. Zijn misdaad schurkt tegen terrorisme aan.

Wilde u, vragen de rechters, indruk maken op uw vrienden?
Het hoofd van Jos schudt van nee.
Hij zegt: ,,Mijn vrienden wisten niet waarmee ik bezig was, ik liep er niet mee te koop.’’
Zijn familieleden wisten dat overigens wel. Daarom woonde hij ook niet meer thuis. Dat mocht niet van ze.

Het was vooral de techniek die hem deed gloeien.
Van rode fosfor witte maken, dat werk.
Het internet had hem wijs gemaakt.

Rechters: ,,Wat was nou uw hoogste doel?’
Jos: ,,Zelf shells maken.’’
Shells zijn mortierbommen die in Nederland in handen van niet-professionals verboden zijn. Het wordt beschouwd als het zwaarste vuurwerk dat er is.

Voor de zekerheid vragen de rechters of Jos ook contacten heeft in het criminele circuit. Of hij mensen kent die bijvoorbeeld geldautomaten opblazen? Jos zegt van niet. ,,Ik deed het ook niet voor het geld.’’

De officier van justitie moet wat in de rechtszaal want Jos is niet voor niets gedagvaard. Dat met Jos geen groots crimineel is gevangen, geen man die de samenleving met veel bombarie wil ontwrichten, is wel duidelijk. Hij had na zijn arrestatie 49 dagen vastgezeten. Dat mag volstaan, vindt de officier van justitie. Er moet wel een waarschuwing komen, een stok achter de deur van 450 dagen celstraf, geheel voorwaardelijk.

De rechters moeten nog uitspraak doen – komende week – maar Jos kan zich vinden in de eis. Het hele gebeuren heeft hem doen inzien dat het voor iedereen beter is dat hij een andere fascinatie zoekt. Hij is klaar met vuurwerk. Zijn nieuw hobby: mountainboarden, ook heel gevaarlijk. Volgens wikipedia is mountainboarden een snelgroeiende sport die maar op twee plaatsen in Nederland kan worden beoefend. In de heuvels van Limburg en in Groningen.

De misdaad van Jos zal de statistieken kleuren. Op een dag wordt uit de doeken gedaan dat het aantal voorbereidingshandelingen van ernstige misdaden, denk aan terrorisme, is toegenomen. Denk dan even aan Jos. Of aan die laatste net niet aanrijding.

rob zijlstra

Eerlijk proces

Als slachtoffer mag je verwachten dat jouw belangen bij het Openbaar Ministerie in goede handen zijn. Maar ook de verdachte moet kunnen rekenen op een eerlijke proces. Rechters moeten daarop toezien. In onderstaande zaak laten  het Openbaar Ministerie en de rechters de verdachte bungelen omdat zij de belangen van het vermeende slachtoffer zwaarder laten wegen.

leestijd: 2 minuten

Zijn hond was doodgegaan en hij, man alleen, 72 jaar, wil dolgraag weer een nieuwe vriend. Maar hij durft het niet aan vanwege wat hem mogelijk boven het hoofd hangt. Gevangenisstraf. Waar zou de hond dan naartoe moeten?

Drie jaar heeft hij er met een knoop in de buik op moeten wachten, maandag was het zover. Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt hem van aanranding. Ja. Hij had haar een knuffel gegeven, haar borst aangeraakt en hij had gezegd dat ze er weer lekker (of mooi) uitzag. En een tik op de bil, dat ook. Maar meer niet.

Het was, in augustus 2017 in de badkamer gebeurd, in de badkamer die ze deelden. Zij, zijn nichtje, was bij hem komen wonen omdat ze in de stad ging studeren. Ze dronken samen koffie, keken vaak samen even tv en praatten met elkaar. Hij kent haar al heel haar leven.

Op die dag dat het was gebeurd, had ze direct haar spullen gepakt en was ze vertrokken. En ze had aangifte gedaan. Hij zegt tegen de rechters dat hij geen kwade bedoelingen had. Dat hij zei dat ze er lekker (of mooi) uitzag, had geen seksuele lading, maar het was om haar een beetje op te beuren want ze had het niet altijd even gemakkelijk. En die tik op de bil, ja, dat had natuurlijk niet gemoeten.

De rechters vragen van alles aan de verdachte, ook naar de details van drie jaar geleden. De rechters vragen niet aan de officier van justitie waarom deze zaak jarenlang op de plank heeft gelegen, terwijl zo’n tijdsverloop zelfs in het trage strafrecht onbehoorlijk lang is.

Halverwege de zitting merkt een van de rechters op dat ze constateert dat het nichtje – zij die aangifte heeft gedaan – niet in de rechtszaal aanwezig is terwijl in het dossier staat dat ze dat wel wil. Ze wil een schadevergoeding indienen en ook gebruik maken van het spreekrecht.

Waarom deze constatering niet aan het begin van de strafzaak werd gedaan, bleef onbesproken. De afwezigheid van het nichtje is de officier van justitie ook ontgaan. Na de opmerking van de rechter zegt de officier van justitie: ,,Tja. Een ingewikkeld dilemma. We hebben te maken met een gedateerde zedenzaak en we hebben te maken met de belangen van het slachtoffer.’’

De rechtbank doet na beraad wat de officier van justitie voorstelde: de verdere behandeling van de strafzaak aanhouden, dus uitstellen, om het nichtje in de gelegenheid te stellen het restant alsnog bij te wonen en haar zegje te doen.

De rechters tegen de verdachte: ,,We houden de zaak voor onbepaalde tijd aan.’’
De verdachte, niet blij: ,,Wat is voor onbepaalde tijd?’’

Dat weten de rechters ook niet.
De praktijk weet het wel: het vervolg zal maanden op zich laten wachten.
Misschien nog langer.

rob zijlstra

Robert Dawes wordt uitgeleverd

Robert Dawes, de man die wordt gezien als een van de grootste drugscriminelen van Europa, wordt op verzoek van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland uitgeleverd om te worden gehoord in de moordzaak op onderwijzer Gerard Meesters in 2002 in Groningen.

lees verder bij dvhn

zie ook: dossier Gerard Meesters

 

update – 13 augustus 2020 / achtergrond

De Engelse drugscrimineel Robert Dawes wordt uitgeleverd aan Nederland. Voor eventjes. Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland had hier middels een Europees arrestatiebevel om gevraagd, de rechtbank in Parijs verleende woensdag toestemming. Vijf vragen met bijbehorende antwoorden.

lees verder bij dvhn

Beetje onzin

een klein verhaaltje om er weer even in te komen
leestijd: 1 minuut

Het Openbaar Ministerie  heeft een 24-jarige man uit Sappemeer gedagvaard voor het exploiteren van een hennepkwekerij zonder dat daar bewijzen voor zijn. De eis: vrijspraak.

De verdenking luidde dat de man in een woning in Slochteren een hennepkwekerij had met bijna 300 planten. Hij zou daar 57.600 euro mee hebben verdiend. Ook zou hij de stroom op illegale wijze hebben afgetapt.

Toen de politierechter hem vroeg wat hij van de beschuldigingen vond, antwoordde de verdachte: ,,Een beetje onzin.’’
De politierechter: ,,Een beetje onzin of veel onzin?’’

In januari vorig jaar werd de kwekerij ontdekt. Het had gesneeuwd en op het dak van de bewuste woning lag geen sneeuw. Voor de politie is dat een indicatie dat er mogelijk een hennepkwekerij in de woning aanwezig is. Dat bleek ook het geval. De bewoner werd aangehouden en is later veroordeeld.

De man die donderdag terechtstond is de broer van de bewoner. Tijdens het politie-onderzoek vonden agenten in de woning een kartonnen drinkpakje (Wickey framboos) met een rietje. Het rietje werd in beslag genomen en opgestuurd naar het Nederlands Forensisch Instituut. Daar werd een DNA-profiel vastgesteld dat overeenkwam met het DNA van de verdachte.

Die verklaarde: ,,Ik kwam wel eens bij mijn broer en heb daar ook wel eens iets gedronken. Maar met die kwekerij heb ik niets te maken. Ik wist daar ook niet van.’’

De officier van justitie had niet veel woorden nodig. ,,Het enige dat we hebben is dat pakje drinken met daarop zijn DNA. Maar dat is geen bewijs. En meer is er niet. Ik verzoek de rechtbank de verdachte vrij te spreken en de ontnemingsvordering van 57.600 euro af te wijzen.’’

En dat was wat er gebeurde. De politierechter zei het niet, maar dacht het misschien wel: dikke onzin.

Robert Dawes: 22 jaar

Robert Dawes ook in hoger beroep veroordeeld: opnieuw tot 22 jaar cel.

 

lees: https://www.dvhn.nl/groningen/Robert-Dawes-opnieuw-veroordeeld-in-Parijs-besluit-uitleveringsverzoek-Groningen-volgt-25840539.html

meer over Robert Dawes en de  Groninger connectiehttps://robzijlstra.com/nieuwsbrief/gerard-meester/

 

De verboden eis

In het gebouw van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland in het zuiden van de stad Groningen – op zo’n driehonderd meter van Drenthe – hebben officieren van justitie een zaal ingericht waar ze rechtertje spelen. Op de deur is een bord geplakt waarop Zittingzaal 1 staat. In deze spierwitte zaal gebeuren dingen die het daglicht verdragen, maar waar advocaten en veel rechters niet blij mee zijn.

Zittingen bij het Openbaar Ministerie zijn bedoeld om de druk op de strafrechtfabriek te verlichten. Wie wordt verdacht van een eenvoudig strafbaar feit – bedreiging, belediging van ambtenaren, een niet al te harde klap voor de kanis, winkeldiefstal – kan er terechtkomen. Het bijzondere is dat de officier van justitie de straf kan opleggen.

Dus diegene die beweert dat je iets hebt geflikt, geeft je ook de straf. Er komt geen rechter aan te pas. Gevangenisstraffen mogen niet, wel taakstraffen tot 180 uur.

In de echte rechtszalen staat een taakstraf van 180 uur qua zwaarte gelijk aan drie maanden gevangenisstraf. Het gaat dus wel ergens over.

Als gevolg van de coronabeperkingen is het aantal strafzaken dat wacht op een oordeel van de rechter fors opgelopen. Er lag al een hoop te wachten, maar nu is er bijna geen doorkomen meer aan. Omdat het recht z’n beloop moet hebben zijn maatregelen bedacht om de corona-achterstanden weg te werken. Een van de maatregelen: nog meer officieren van justitie rechtertje laten spelen.

Wie iets eenvoudigs heeft geflikt maar toch een echte rechter wil, kan zo’n afdoening door het Openbaar Ministerie weigeren. In de praktijk blijkt dat de moeite waard. Rechters zijn minder streng dan officieren van justitie. Straffen die rechters opleggen zijn meestal lager dan de eis.

Ik had dit nog niet opgeschreven of er diende zich al een voorbeeld aan.

In augustus vorig jaar trof de politie in de woning van de 26-jarige Asram uit Groningen een hennepkwekerij aan. Asram kon het in het gezelschap van 158 hennepplanten moeilijk ontkennen.

Hij had straatschulden bij Mo en Mo had toen voorgesteld hennepplanten in zijn woning te zetten. Met de opbrengst – 5.500 euro – konden de schulden worden weggestreept. Zo was het gegaan. Asram had na die eerste oogst de boel overgenomen om zelf ook wat te verdienen, want geld om te leven groeide niet op z’n rug.

Toen de politie kwam – na anoniem geklik – vertelde Asram dat hij tweemaal een oogst had binnengehaald. Van het geld had hij nepspullen gekocht van Gucci, Versace, een tas van Louis Vuitton en echte sneakers van Valentino die meer dan 400 euro hadden gekost. Alles werd in beslag genomen.

De afdeling rekenen van de politie becijferde dat Asram 50.000 euro had verdiend. De officier van justitie rekende het na en kwam uit op dik 12.000 euro. Naast een taakstraf van 150 uur, twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf eiste de officier van justitie dat Asram die 12.000 euro afdraagt aan de staatskas opdat recht wordt gedaan aan de slogan ‘misdaad mag niet lonen’.

De rechter vond de eis aan de te hoge kant. Passender: 120 uur met één voorwaardelijke maand cel. En het misdaadgeld dat hij wel heeft verdiend, hoeft hij niet terug te betalen.

De rechter: ,,Want dat kan hij natuurlijk nooit betalen, hij heeft immers geen draagkracht.’’ De rechter hield rekening met het feit dat Asram ten onrechte ontvangen uitkeringen wel moet terugbetalen, zo’n 10.000 euro. Hij had de inkomsten uit de misdaad niet opgegeven bij de soos.

De dure nepkleding krijgt hij niet terug, met uitzondering van de Valentino-sneakers. Die stonden per ongeluk in het dossier vermeld als schoenen van Reebok. Foutje, bedankt rechter.

De officier van justitie keek er een beetje beteuterd bij. Zou deze strafzaak zijn afgehandeld in het zaaltje bij het Openbaar Ministerie dan was Asram er niet op deze manier mee weggekomen. Dan had hij nog jaren op de financiële blaren gezeten.

Nu is het niet zo dat officieren van justitie allemaal boemannen en boevrouwen zijn.

Voor Asram zat de 39-jarige Agnes uit Groningen in de verdachtenbank vanwege winkeldiefstallen in Roden. Bij Etos had ze flesjes parfum in een geprepareerde tas gestopt, bij Gall&Gall een fles champagne van Moët & Chandon.

In haar auto op de parkeerplaats bij het winkelcentrum lagen nogal wat spullen, schoenen, ondergoed, die je kunt kopen en stelen bij de Aldi, Kruidvat en Zeeman. Deze drie bedrijven hadden geen aangifte gedaan want het was daar op die dag, 24 december, veel te druk voor. Alle spullen werden wel in beslag genomen.

Agnes geeft de diefstallen van de champagne en de parfum toe. Ze is een alleenstaande moeder, heeft drie kinderen en samen moeten ze rondkomen van zeventig euro in de week. Met de kerst voor de deur wilde ze ook wel eens wat.

Agnes werd aangehouden samen met een van haar dochters. Die had er niks mee te maken, zegt ze, maar de officier van justitie denkt beter te weten. Dochter had immers bij de politie verteld dat zij de diefstallen had gepleegd, niet haar moeder.

Agnes: ,,Dat heeft ze gezegd om mij te beschermen.’’
De rechter: ,,Of u uw dochter.’’
Agnes zegt niks terug.

De officier van justitie eist een taakstraf van dertig uur en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf. En dat was een hoogst opmerkelijke strafeis. Ik hou rekening met Kamervragen.

Sterker nog.

Agnes is eerder veroordeeld tot een taakstraf voor winkeldiefstal. De wet – het populistische artikel 22b – bepaalt dat iemand die al eens een taakstraf heeft gehad niet opnieuw een taakstraf kan krijgen. Er moet dan ook een echte vrijheidsstraf bij. Rechters omzeilen dit wettelijke taakstrafverbod door één dag celstraf op te leggen naast een nieuwe taakstraf. Met die ene dag zonder vrijheid mag het weer wel.

En die ene dag is dan de dag die iemand na aanhouding al vast heeft gezeten op het politiebureau. Maar Agnes zat nog geen minuut vast. De politie stuurde haar en haar dochter na verhoor direct naar huis. ’t Was kerstavond.

Zou de officier van justitie zich houden aan de wet, dan zou hij moeten eisen dat Agnes minimaal één dag in de vrouwengevangenis moet doorbrengen. Eén zo’n dag leek de officier van justitie te zot en dus legde hij een eis op tafel die in strijd is met de wet die hij moet handhaven.

Ik vroeg.

De officier van justitie: ,,Tja. Je moet ook naar de persoonlijke omstandigheden kijken.’’ De rechter snapte de ongehoorzame officier en noemde de eis ,,niet helemaal volgens de regels van de wet, maar wel heel redelijk.’’ Hij vonniste even ongehoorzaam conform. Tegen Agnes: ,,U mag van geluk spreken.’’

Sterker.

Zeeman had geen aangifte gedaan. En dus gelaste de rechter dat Agnes de in beslag genomen damesonderbroeken terugkrijgt.

Ga altijd naar de rechter.

rob zijlstra

Vrouwe Brabantia

Er stond in de hal van het gerechtsgebouw zomaar ineens in al zijn eenvoud een huishoudtrap naast Vrouwe Justitia. De godin van de rechtvaardigheid  dateert uit 1730. Naast een zo een respectabele oude dame verwacht je niet een aluminium Brabantia-huishoudtrap. Ik maakte er een foto van en twitterde dat ik af en toe even omhoog klim om haar een kusje te geven.

Dat doe ik natuurlijk niet echt. Maar misschien zou ik moeten overwegen het wel te doen want de gerechtigheid waar zij voor staat, is niet vanzelfsprekend. Ik denk dat Vrouwe Justitia het in deze tijden zwaar heeft en dat zij af en toe wel een knuffel kan gebruiken.

Niet iedereen heeft de rechtspraak, de strafrechtspraak in het bijzonder, hoog zitten. Ik hoor hier en daar mensen zeggen dat de rechtspraak meer oog heeft voor de slechteriken dan voor de meeste mensen die deugen. Het is klets, maar het wordt beweerd en verkondigd. Vooral op Twitter, het kletspodium waar de ongenuanceerdheid al dan niet anoniem wordt gekoesterd.

De afgelopen week was nog maar nauwelijks begonnen toen er iets opmerkzaams gebeurde in zittingszaal 14. Maandagochtend, vijf minuten over negen, wraakte een advocaat de voorzitter van de meervoudige strafkamer. Los van het vroege tijdstip is zoiets sowieso bijzonder want in het strafrecht wordt niet veel gewraakt, in Groningen zo’n twee tot drie keer per jaar. Advocaten zijn terughoudend om dit zware middel in te zetten. Deze advocaat die het toch waagde zei dat hij, hij die al 32 jaar advocaat is, het deed met pijn in het hart. Maar het kon niet anders.

Ik twitterde dit nieuwsfeit de wereld in waarop iemand – niet gehinderd door enige kennis – de advocaat een maffiamaatje noemde.

De verdachte is een man die in 1985 is geboren in Glodeni, een kleine stad met rechte straten in Moldavië. Bram heet hij. Hij werd in november vorig jaar opgepakt in de buurt van Ter Apel, op verdenking van mensensmokkel.

Bram zou in een barrel van een Mercedes Sprinter negentien landgenoten hebben vervoerd. Ze kwamen vanuit Frankrijk en vroegen in Ter Apel asiel aan. Het busje was zo kramakkel en niet geschikt voor zoveel personen dat aan Bram ook een poging tot zware mishandeling op alle inzittenden wordt verweten.

Het Openbaar Ministerie beweert dat Bram drie keer eerder, in april, juli en augustus, landgenoten naar Ter Apel heeft gebracht. Eerst 2, toen 6 en daarna nog een keertje 11 mensen.

Het bevreemdde wel. Inwoners van Moldavië mogen tot negentig dagen visumvrij reizen binnen de Europese Unie. Ze waren hier legaal, zoals wij met de bus naar Zwitserland mogen.

Er is wel een verschil. Moldavië, ingeklemd tussen Roemenië en Oekraïne, is een van de armste landen van Europa. De meeste mensen verdienen minder dan nodig is om rond te komen. De democratie is zwak evenals haar instituten. Er is veel corruptie.

Tegen deze achtergrond is Bram aangehouden en vastgezet. Afgelopen maandagochtend was hij aan de beurt en zat hij in de verdachtenbank van zittingszaal 14. Zelden zag ik daar een zo allesbehalve vrolijke man.

De strafzaak begint met de vaste formaliteiten. De rechter vraagt via een tolk aan Bram of hij Bram heet en Bram moet daarna zeggen wanneer en waar hij is geboren. Als de antwoorden overeenkomen met wat de rechters al weten gaan ze ervan uit dat Bram Bram is. Daarna zegt de voorzitter van de strafkamer dat Bram goed moet opletten en dat hij niet verplicht is om antwoord te geven op vragen die worden gesteld. Zo beginnen alle strafrechtzaken in Nederland.

Dan zegt de voorzitter, ter inleiding, dat hij het strafdossier goed heeft bestudeerd en dat er sprake lijkt te zijn van vier gevallen van mensensmokkel.

Even is het stil in de rechtszaal, dan veert advocaat Freek van der Brugge op.
Met luide stem: ,,Pardon?’’
De advocaat zegt dat hij bezwaar maakt tegen deze openingszin. ,,Als u dit nog een keer zo stelt, dan wraak ik u.’’
Rechter Bert Dölle zegt onverstoord dat hij zijn woorden niet terugneemt.
De advocaat slaat met de vlakke hand op tafel en roept: ,,Dan wraak ik u’’

Kaboem.
Einde zitting.

Anderhalf uur later is de wrakingskamer – drie andere rechters – in zitting bijeen. Van der Brugge legt zijn verzoek tot wraking uit. ,,Hier is sprake van subjectieve vooringenomenheid. De rechter zegt dat hij het dossier goed heeft gelezen en op basis daarvan stelt hij dat het lijkt alsof de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel. Terwijl het proces nog moet beginnen. Dan kan ik niet anders dan wraken.’’

Rechter Dölle mag zich verweren. Hij werpt de suggestie van vooringenomenheid ver van zich.

Wraking is niet een juridisch ding van advocaten om de boel op stelten te zetten. Het is een ingebouwde zekering die moet bijdragen aan eerlijke rechtspraak. Maar de rechter in kwestie doet vermoeden daar op deze vroege maandagochtend iets anders over te denken. Hij zegt bokkig ‘de gang van zaken absurd te vinden’ en sneert dat de wraking er eentje is van ‘dik hout zaagt men planken’.

De wrakingskamer komt drie kwartier later met de beslissing. Rechter Dölle is niet vooringenomen, maar zijn formulering is ongelukkig. De wrakingskamer-rechter: ,,Bij de start van een strafzaak is de verdachte onschuldig tot het tegendeel is bewezen, de start van de zitting begint niet met een voorlopige hypothese van de rechter.’’

Daar moest de voorzitter van de strafkamer het mee doen. Met toch een draai om de oren.

Bram is ondertussen zo mogelijk nog ongelukkiger gaan kijken. Zijn advocaat zegt dat Bram zijn landgenoten hielp omdat hij een busje bezat, dat hij zelf ook asiel wilde aanvragen, dat hij er geen cent voor kreeg. De advocaat: ,,Er is hier geen sprake van een strafbaar feit.’’

Het is dan half twaalf. De in ere herstelde voorzitter
zegt dat er geen tijd meer is om de strafzaak te behandelen. Bram kan afgevoerd, moet terug naar het gevang. Hij mag nog wel wat zeggen. Via de tolk: ,,Gaat u mij executeren of stuurt u mij terug naar mijn vrouw en kinderen?’’

De rechter: ,,De doodstraf kennen wij niet in Nederland.’’

Zo gauw ik de kans krijg zal ik Vrouwe Justitia in haar oor fluisteren dat het even leek dat de onhandige rechter zich nukkig verlaagde tot het ongenuanceerde kletspodium, maar dat het met een lel om de oren is rechtgezet.

De verdachte is weer onschuldig en wacht.

rob zijlstra

 

Vrouwe Justitia (uit vermoedelijk 1730) in de hal van de rechtbank in Groningen. Er zit nog een verhaal aan vast: eigenlijk heet ze Diana, de Godin van de jacht. Het zwaard en de weegschaal zijn van hout en in elkaar geknutseld. Ze draagt geen blinddoek.

Einde der tijden

De advocaat – hij is hedenochtend helemaal vanuit Utrecht naar Groningen gereisd – zegt dat het een zaak van niks is. En al helemaal niet spannend. Advocaten zeggen dat vaker. Ze bedoelen dan te zeggen dat ze niet zitten te wachten op een stukje in de krant. Dat de rechtbankverslaggever zijn tijd beter niet kan verdoen.

Het is niet dat de advocaat dat erg vindt, het is de beklaagde die niet op publiciteit zit te wachten en een advocaat dient slechts één belang: die van de verdachte.

De advocaat: ,,Er is niks, maar dan ook niks bijzonders aan. Sterker, mijn cliënt komt niet eens.’’

Het is nog geen negen uur. Buiten druilt het. Binnen in het gerechtsgebouw is het op ons na, een enkeling dus, uitgestorven. Zoals het al weken akelig rustig is in het gerecht. Publiek wordt geweerd, de zittingszalen zijn voor een vermogen volgehangen met plexiglas ter voorkoming van, maar de zalen blijven vooral leeg. De strafrechtspraak wil in Groningen maar niet van de grond komen.

Plannen om verdachten in avonduren en in het weekeinde op zaterdag op te laten draven, zijn er in tegenstelling tot andere rechtbanken in het land niet.

De advocaat ondertussen: ,,Ik snap ook niet dat ze deze zaak bij de meervoudige strafkamer hebben aangebracht. Het had ook bij de politierechter afgedaan kunnen worden want het gaat dus echt nergens over.’’

De meervoudige strafkamer – de mk – bestaat uit drie rechters en doet altijd twee weken na de zitting uitspraak, standaard de laatste zin van het rechtbankstukje in de krant. Normaliter behandelt de ‘em-ka’ de serieuze misdaad. Zaken van eenvoudiger aard worden, is de bedoeling, aangebracht bij de politierechter (de pr) die in z’n uppie recht moet spreken en (bijna) altijd direct uitspraak doet.

De advocaat: ,,Ze hebben voor deze zaak van niks bijna heel de ochtend uitgetrokken. Da’s toch bizar?’’

Later wordt duidelijk waarom de strafzaak dient voor de meervoudige kamer: de officier van justitie eist een gevangenisstraf van veertien maanden. De pr mag maar tot één jaar cel opleggen.

De advocaat: ,,Morgen heb ik wel een bijzondere zaak hier in Groningen. Met een ontvoering, ook juridisch interessant.’’

De 40-jarige Dennis die er niet is (maar er wel had moeten zijn) wordt verdacht van vier strafbare feiten waar hij dus een rekening van veertien maanden voor krijgt gepresenteerd.

Zo zou hij gedurende 21 zomerse dagen zijn ex lastig hebben gevallen met appjes, mailtjes en een naar bericht dat hij met krijt op de stoep voor haar deur kalkte (inclusief spelfout). En hij mailde: ‘Ik mis je warmte.’ En: ‘Ik bel je maar je neemt niet op.’ En: ‘Bij deze bel ik je nog 1 keer, als je niet opneemt bel ik nooit meer’.

Het zijn berichtjes, vindt het Openbaar Ministerie, die vrees aanjagen. Stalking.

Maar misschien was het wel echte liefde, was het hart gebroken, was Dennis ten einde raad. Misschien dat het daarom was dat hij later bij de Kruidvat acht flesjes parfum in zijn rugtas stopte en de winkel verliet zonder te betalen. Wilde hij het met aangename geurtjes goedmaken.

Maar, stel ik mij bij gebrek aan de verdachte voor, het kwam niet goed zodat hij daarom bij een slijterij twee dure flessen whisky jatte om het onverdraaglijke verdriet van de verloren liefde te dempen. Toen hij de winkel met de flessen in een sporttas verliet en bij de uitgang werd aangesproken door een medewerkster, zou hij hebben gezegd dat ze aan de kant moest gaan. Zo niet dan zou hij gelijk zijn hart haar nek breken.

Wie bij het verlaten van de winkel zoiets onvriendelijks zegt – ik breek je nek – maakt zich niet schuldig aan een eenvoudige winkeldiefstal, maar aan eentje waarbij wordt gedreigd met geweld, een dreiging die is bedoeld ‘om de vlucht mogelijk te maken’. Zo zeggen strafrechtjuristen dat en daarmee bedoelen ze dat het ernstiger is dan eenvoudig.

Was Dennis maar aanwezig om het uit te leggen.

De advocaat: ,,Ik heb met mijn cliënt gesproken en we hebben besloten dat hij hier vandaag niet zal verschijnen.’’ Dat werd nog wel een dingetje.

Dennis werd aangehouden toen hij – maanden na het liefdesgedoe – bij de Albert Heijn aan het Gedempte Zuiderdiep in de binnenstad van Groningen pakken zalm, een fles Safari, een fles Passoa en een zak Croky chips had gestolen. Weer niet op eenvoudige wijze. Bij het verlaten van de winkel zou hij een medewerker een duw tegen de schouder hebben gegeven ‘om het bezit van het gestolene te verzekeren’. Met die duw werd het een diefstal met geweld, een misdrijf waarvoor je in voorlopige hechtenis kunt worden genomen.

Zo belandde Dennis eind oktober in het gevang in afwachting van het strafproces. Omdat die langer op zich liet wachten dan gepland – corona – mocht hij de gevangenis eind maart verlaten, op voorwaarde dat hij zich aan een aantal afspraken zou houden.

Een van die afspraken: aanwezig zijn als de strafzaak dient. Nu hij er niet is, heeft hij de voorwaarden overtreden en moet hij terug het hok in. De officier van justitie verzoekt de rechters dat uit te spreken. De rechters doen dat, zodat Dennis van straat kan worden geplukt.

De officier van justitie zegt over de zaak van niks dat alles kan worden bewezen. Dat de winkeldiefstallen met camera’s zijn vastgelegd, de duw ook. En ook is te zien dat Dennis iets zegt tegen de mevrouw van de slijterij. Dat zal dan wel ‘ik breek je nek’ zijn geweest.

De officier van justitie vindt dat voor deze ‘hardnekkige recidivist’ een kale gevangenisstraf op z’n plaats is. 14 maanden dus. Dennis heeft een fors strafblad. Dat speelt altijd mee. In 2017 kreeg hij anderhalf jaar voor een poging tot doodslag (slachtoffer: de huidige ex). Daarvoor had hij al eens zeven jaren moeten opknappen voor gewapende overvallen in Rotterdam.

De advocaat uit Utrecht: ,,Dennis bekent de eenvoudige diefstallen, maar niet de bedreigingen. Het wordt beweerd, maar we kunnen niet klakkeloos aannemen dat het ook is gezegd. Als we dat doen, dan is het einde der tijden nabij.’’

Na ruim anderhalf uur is de strafzaak van niks afgehandeld, over twee weken doet de meervoudige kamer uitspraak. De advocaat uit Utrecht zegt ’tot morgen’ en verlaat het pand.

Buiten is het harder gaan regenen, binnen blijft een enkeling achter, blijven de zalen leeg. Wie zich nu in Groningen schuldig maakt aan een misdrijf en wordt gesnapt moet achteraan in de rij aansluiten en rekening houden met twee, drie jaar geduld.

rob zijlstra