De verschrikkelijke media

Een Bekende Groninger, bekend tot voorbij Drenthe, belt met de redactie van de krant. Dat is niet zo, maar stel nou eens dat dat gebeurt. De Bekende Groninger vertelt dat hij in een vlaag van stommiteit iets verschrikkelijks heeft gedaan en dat hij nu voor de rechter moet verschijnen. Kan de krant daar ook aandacht aan besteden? Hij heeft namelijk gehoord dat aandacht in de media leidt tot een lagere straf.

Nogmaals, de Bekende Groninger van zojuist is door mij bedacht, maar het had zomaar gekund. In de echte wereld gebeuren gekkere dingen dan je kunt verzinnen. Daarom toch nog maar even de zaak van Sergio Padt, keeper van FC Groningen. Over hem is al veel naars geschreven, dus dit stukje kan er vast nog wel bij.

De betaalde voetballer moest komen opdraven in de rechtbank van Groningen omdat hij iets verschrikkelijk stoms had gedaan.

Sergio Padt had na weer een verloren wedstrijd vier, zes of twaalf mixdrankjes weggetikt en de alcohol uit de mix was toen naar zijn hoofd gestegen. Dat kwam vooral vanwege de lege maag. Dat laatste verklaarde hij zelf. Ook het aantal drankjes is opgetekend uit de mond van Padt. Bij de politie zei hij dat het er tien waren, in de rechtszaal bracht hij het aantal glazen terug naar vier tot zes. Rechters weten dan – net als vaders en moeders van pubers – dat je dat aantal moet verdubbelen.

Na de drankjes ging Padt op huis aan. Hij woont in Kropswolde, met de trein van station Europapark – naast het stadion – is dat zeven minuten. Een enkeltje kost nog geen drie euro.

Hij beschikt over een ov-kaart met voldoende saldo, maar het zit hem die zondag ook na de wedstrijd niet mee: incheckpaal stuk. En zo kan het gebeuren dat Padt zonder geldig vervoersbewijs richting Kropswolde treint. Met – tot overmaat van ramp – kaartjescontrole.

Tegen de rechter zegt hij: ‘Eerst was ik wat onbeleefd en in een later stadium heb ik wat dingen geroepen. Toen is het uit de hand gelopen.’

En hoe. Padt haalt uit en geeft de conducteur met de vlakke hand een klets op de wang, zegt ‘ik maak je kapot’ (en misschien ook wel ‘ik maak je dood’) en om het af te maken rochelt hij een dikke fluim bijeen en braakt de groen-wit gekleurde smurrie richting het gezicht van de spoorwegmedewerker. De kwalster belandt op het uniform.

Padt mag van geluk spreken dat Mark Rutte met zijn jeukende spierballen op zondagavond nooit in de trein naar Kropswolde zit. Wel zat er een stagiaire van de krant. Zodoende wist heel snel gans het land het, een dag later stond het in alle kranten. In de voetbalpraatprogramma’s op de televisie viel hoon en spot hem ten deel. Er werden zelfs grappen gemaakt, voetbalhumor om te lachen. Op sociale media ging de goegemeente los.

Kortom, Sergio Padt was even aan de beurt. De jongens van de sportredactie van Dagblad van het Noorden riepen de doelman uit tot de tobber van het jaar. Dan kan het altijd beter.

Een officier van justitie moet verwerpelijk gedrag vertalen in juridische verhandelingen, in delicten. De klets tegen de wang is een eenvoudige mishandeling, de ‘ik maak je kapot’ (of dood) is het dreigen met een misdrijf tegen het leven gericht en de fluim mag doorgaan voor een belediging.

Opgeteld en alles afgewogen zijn deze drie misdrijven, noem het een hattrick, goed voor een werkstraf van 70 uren, te verrichten op doordeweekse dagen. Doet hij het niet of niet naar behoren, dan staan daar 35 dagen in de gevangenis tegenover. Dat was de eis.

De politierechter vroeg: ‘Stel dat u gevangenisstraf krijgt. Raakt u dan uw baan kwijt?’
Padt, met flinke schrik: ‘Daar is niet over gesproken.’

De raadsvrouw van de doelman ziet het recht anders. Zij zei tegen de rechter: ‘Sergio Padt is al veroordeeld. Door het publiek. Door de media. Hij is neergezet als een misdadiger. Zelfs Wikipedia maakt melding van het incident. De ongenuanceerde berichtgeving zal hem de rest van zijn leven achtervolgen. Hij is genoeg gestraft, een straf van de rechter voegt niets toe. Haar voorstel: verklaar hem schuldig, klaar.

Mocht de rechter er toch anders over denken, zei de raadsvrouw nog, dan kan Padt worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat er sprake was van noodweer, van zelfverdediging. De advocaat zei dit omdat ze geen echte strafrechtadvocaat is. Was ze dat wel, dan had ze dit verweer niet gevoerd.

De officier van justitie wilde van strafkorting vanwege publiciteit niets weten. ‘Meneer is profvoetballer, hij weet dat er jongetjes zijn die hem zien als een idool. Hij was intimiderend en heeft het over zichzelf afgeroepen. Dan moet je achteraf niet gaan zeuren.’

De politierechter zag een middenweg. Schuldig, alles bewezen. Maar de werkstraf mag vanwege de publiciteit, vanwege alle media-aandacht, wat minder. Geen zeventig uur, maar eentje van vijftig. De rechter zei tegen Padt: ’Ik merk en zie aan u dat al die aandacht van invloed is op uw persoonlijk functioneren.’

Ik dacht: dat kun je ook uitleggen als een tweede klets in het gezicht van de kaartjescontroleur die ook maar zijn werk deed.

Ik dacht ook: er staan met regelmaat mensen in de rechtszaal terecht die lijden onder de aandacht van de media. Door stukjes in de krant, op websites, door itempjes op radio en tv. Waardoor plots heel het dorp kennis krijgt van de ontuchtige escapades met kleine kinderen, van de diefstallen, de verduisteringen. En ook heel de kerk weet het dan, en iedereen op de tennisclub, alle collega’s op het werk. Je ex.

Ik zag gebogen hoofden van gemeenteraadsleden, wethouders, Statenleden, directeuren van bedrijven en instellingen, van leraren van grote gemeenschappen, ik zag bekende jeugdtrainers, ex-topsporters, ik zag een keer een Europees kampioen in de verdachtenbank.

Ik zag er ook advocaten en politiemannen en -vrouwen, er was eens een meppende rechter, een chirurg, houders van gerenommeerde restaurants. Ik zag journalisten, muzikanten, voorzitters en secretarissen, ondernemers van het jaar die zich allen met de kop vol schaamte voor de rechter moesten verantwoorden.

Zij stonden er gekleurd op en kregen de volle mep. Niks korting op de straf. Alleen als je op keep staat mag het kennelijk anders.

Ik dacht tot slot, stel dat de rechters van Willem Holleeder straks de redenering van de politierechter te Groningen volgen, dan krijgt De Neus in plaats van levenslang extra jaren om te leven.

Rob Zijlstra

Als een zeehondje

Met het hoofd voorovergebogen, de ellebogen op de knieën en de handen in elkaar gevouwen staart Gilbert (35) naar beneden, naar de grond onder zijn voeten. Wat een doffe ellende. Vier jaar gevangenisstraf heeft hij zojuist te horen gekregen. Het is de eis, maar toch. Hij heeft het niet gedaan. Dat had hij ook duidelijk tegen de rechters gezegd. Hij had gezegd: ‘Ik ben onschuldig, daar ben ik heel eerlijk in.’

Hij had voorgesteld hem aan een leugendetector te leggen. Dan zouden ze het met eigen oren kunnen horen. Want waarom zou hij zoiets doen? Hij die niet eens een moeilijke jeugd heeft gehad. Is opgevoed door liefdevolle ouders. Tegen de rechters: ‘Ik heb de beste wegen bewandeld.’ En dan nu dit.

Mishandeling. En wel zo ernstig dat het een poging tot doodslag mag heten en dat alleen een langdurige gevangenisstraf op z’n plaats is. Zo zei de officier van justitie het. Gilbert zucht en herhaalt wat hij deze middag al zo vaak in de rechtszaal heeft gezegd: ‘Ik heb geen reden mijn kinderen pijn te doen. Ik ben een lieve vader.’

Terwijl de rechters hem ondervragen, scrol ik door zijn Facebook-pagina’s. En inderdaad. Veel vrolijke foto’s van Gilbert met zijn kinderen. Met zijn eigen kinderen en met de kinderen van zijn partner die hij ook als de zijne beschouwt. Hij houdt van alle kinderen. Zijn jongste is nu zeven maanden. Hij heeft haar nog nooit gezien. Twee maanden voor haar geboorte hadden ze hem gearresteerd.

In december 2017 was hij met zijn vrouw Lenna, de moeder van Don, naar de huisarts gegaan. Don, bijna 3, sliep slecht. Moest soms zomaar overgeven. Een zwelling bij de voet. De arts had gezegd dat de kwetsuren bij de leeftijd horen. In januari 2018 gingen ze weer naar de dokter, want nog steeds klachten. En Don liep raar.

Er volgde nader onderzoek met röntgenfoto’s. Die lieten een niet verklaarbare breuk in het scheenbeen zien en ‘niet recente’ botbreuken in de middenvoetsbeentjes.

Don was in 2016 al eens uit huis geplaatst vanwege een gebroken bovenarm en een blauw oogje. Het vermoeden was kindermishandeling, maar het bleef bij een vermoeden. De kwestie werd geseponeerd. Don verbleef een tijdje bij een tante.

Op 15 februari vorig jaar, een week na het laatste doktersbezoek, gebeurde het. Gilbert had tot laat gewerkt. Hij was ’s ochtends uit bed gekomen omdat vriend D. langskwam om een lader van een telefoon te brengen. Don zat toen op de bank, met ranja tv te kijken. De vriend had de kleine Don nog een boks gegeven. Niks aan de hand.

Lenna, de vrouw van Gilbert, moeder van Don, was boven. Ze belde met de kraamzorg. Dat deed ze, blijkt later uit onderzoek, van 10.21 uur tot 10.40 uur. Dertien seconden nadat ze de verbinding had verbroken, werd 112 gebeld.

Lenna onderbrak het gesprek met de kraamzorg omdat Gilbert van beneden had geroepen dat er iets met Don was. Blauwe lippen, zwellingen in de hals, wegdraaiende ogen, huilend als een zeehondje. In de ambulance: een zwellende bovenlip. Niet lang daarna ligt Don in het ziekenhuis, eerst in het Refaja in Stadskanaal, vier dagen later in het UMCG in Groningen.

Gilbert tegen de rechters: ‘Ik heb gedaan wat ik moest doen, gehandeld zoals ik moest handelen. Ik heb de ziekenwagen gebeld.’
Rechters: ‘Maar wat is er gebeurd?’
Gilbert: ‘Als ik het wist, dan had ik het gezegd. Volmondig. Ik heb niets te verbergen.’

In het ziekenhuis stellen artsen vast dat het letsel zeer waarschijnlijk toegebracht letsel is. Zeer onwaarschijnlijk: een ongelukkig ongeluk. Artsen bellen de vertrouwensarts die op zijn beurt de politie inlicht. Het letsel wordt beschreven, de politie praat met mensen uit de omgeving van het gezin, telefoons met WhatsApp-berichten worden leeg getrokken en in april wordt Gilbert gearresteerd. Kindermishandeling, poging tot doodslag.

Rechters: ‘Er moet iets zijn gebeurd waardoor het letsel is ontstaan.’
Gilbert: ‘Ik word er verdrietig van.’
Rechters: ‘Dat zal. Uw kind is slachtoffer geworden van mishandeling. Het letsel heeft geen medische oorzaak, de kans dat het een ongeluk is geweest, is klein.’
Gilbert: ‘Waarom zou ik mijn kind iets aandoen?’
Een van de rechters: ‘Het is voor mij ook ongelooflijk dat ouders hun kinderen iets aandoen. Maar het letsel moet zijn toegebracht. Door wie?’

Er zit een forensisch arts in de rechtszaal, het is een man die al dertien jaar lang gevallen van kindermishandeling onderzoekt. Hij heeft op verzoek de foto’s bestudeerd en op grond daarvan een mening gevormd. Zijn conclusie is stellig: kindermishandeling. Geprobeerd is het kind te wurgen. De verschijnselen duiden op zuurstofgebrek.

De advocaat van Gilbert: ‘Bent u wel voldoende deskundig om dit zo stellig te kunnen beweren?’
De arts: ‘Jazeker.’

Als de advocaat een serie vragen op de deskundige afvuurt van waarom niet zus of waarom zo, of kan een huidziekte ook en waarom dan niet een dermatoloog geraadpleegd, zegt de deskundige: ‘Omdat een koe een dier is, maar niet elk dier een koe.’ Als de advocaat onverstoorbaar nog meer antwoorden wil, vraagt de arts een tikkeltje ongemakkelijk aan de rechters: ‘Moet ik hier een soort examen afleggen of zo?’

Er is een WhatsApp-bericht van Gilbert waarin hij schrijft dat hij helemaal gek wordt van Don en liever pas thuiskomt als het kind slaapt. In het ziekenhuis had de kleine Don tegen een verpleegster gezegd dat papa hem ‘au’ had gedaan. Dat papa niet lief is. En dat als papa hem pijn doet, hij dan altijd bij mama slaapt.

Gilbert, hoofdschuddend: ‘Don zegt wel vaker dingen die niet kloppen.’

Misschien heeft partner Lenna het wel gedaan en is Gilbert een zo lieve vader dat hij de moeder van zijn kinderen wil beschermen. Dat hij zichzelf opoffert. De advocaat sluit het niet uit. De officier van justitie: ‘Hier zijn geen aanwijzingen voor.’

Lenna is door de politie gehoord. Eerst had ze gezegd dat Gilbert het niet heeft gedaan. Later zei ze dat ze het zich niet kan voorstellen dat Gilbert het heeft gedaan. Uit voorzorg heeft ze een scheiding aangevraagd.

Rechters: ‘Bent u nog bij elkaar?’
Gilbert: ‘Volgens mij wel.’

Tegen etenstijd is het antwoord op de allerbelangrijkste vraag in de rechtszaal nog altijd onbeantwoord.
De vraag luidt: als het niet anders kan, is het dan zo? Heeft Gilbert het dan gedaan?
De rechters moeten de waarheid bedenken.

Rob Zijlstra

uitspraak volgt

Jaarverslag 2018

Vooropgesteld. De misdaad is van alle tijden en zal altijd blijven bestaan. Alleen de manier waarop verandert, zij het traag. Eenogige struikrovers zijn verdwenen, maar zij zijn vooralsnog niet vervangen door cybercriminelen. Die bestaan wel, maar in de rechtszalen zie je ze niet. Nog niet.

De verdachten van dit jaar waren op 23 vrouwen na mannen in de leeftijd van 18 tot 77 jaar. Wie op hoge leeftijd in de verdachtenbank moet verschijnen, zit daar doorgaans vanwege een zedenmisdrijf. De 71-jarige man uit Groningen die dacht dat er vanwege zijn leeftijd geen plek zou zijn in de bajes en daarom voorstelde dat hij wel een aan zijn leeftijd aangepaste werkstraf wilde uitvoeren, kwam bedrogen uit: tien maanden cel. Hij had aan de kleinkinderen gezeten.

Er is plek voor iedereen.

onvoorwaardelijke celstraffen door de jaren heen in zittingszaal 14

Die bijna 300 strafzaken leverden opgeteld 187 jaar onvoorwaardelijke celstraf op. Dat is wel eens meer geweest. In het recordjaar 2011 (met 376 strafzaken) werd 370 jaar onvoorwaardelijke celstraf uitgedeeld. Conclusie? De rechters minder streng? Slappe hap? Niet waarschijnlijk. Aannemelijker is dat er minder zware zaken aan rechters worden voorgelegd.

Cijfers zijn verleidelijk om er conclusies aan te verbinden, maar nog meer zijn cijfers valkuilen.

Toch nog een paar. De helft van die 300 strafzaken werd afgedaan met een celstraf. In ruim een kwart van alle strafzaken werd een taakstraf (tezamen 11.900 uren) opgelegd. In bijna een kwart volgde geen straf of ’slechts’ een voorwaardelijke straf, een waarschuwing.

Dat bijna een kwart van de strafzaken eindigde in ‘niets’ bevestigt het beeld dat de misdaad die in de rechtbank van Groningen wordt berecht relatief licht van aard is. De ernstigste zaken zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen.

Er is nog een verklaring waarom het wel meevalt met opgelegde gevangenisstraffen in Groningen: tamelijk veel oude zaken. In de helft van de strafzaken zit er tenminste een jaar tussen de aanhouding van de verdachte en de berechting, bij een op de vijf zaken is het tijdsverloop zelfs twee jaar of nog langer.

Dit tijdsverloop is van invloed op de straf: laat de rechtszaak te lang op zich wachten, dan krijgt de verdachte korting. Of wordt afgezien van het opleggen van een celstraf en krijgt de boef een werkstraf. Op de schuldige verdachte na, is niemand hier blij mee. Vaker dan in eerdere jaren is dit jaar links en rechts uitgesproken dat de rechtspraak in crisis verkeert.

Een beeld dat door de jaren heen niet is veranderd, is het verschil tussen strafeis en opgelegde straf. Officieren van justitie eisen doorgaans veel hogere straffen dan rechters opleggen. In 65 procent van die 300 zaken viel de straf lager uit dan de eis, 31 procent was conform (eis en straf hetzelfde) en in slechts 4 procent vonden de rechters de strafeis te laag. Rechters zeggen dan dat de eis geen recht doet aan de ernst van de feiten.

Het zou mooi en overzichtelijk zijn als de misdaad die in de rechtszaal wordt berecht een afspiegeling is van de misdaad die buiten de rechtszaal wordt gepleegd. Zou dat zo zijn, dan kan de nare conclusie worden getrokken dat Groningers zich meer bezighouden met het misbruiken van kinderen en kinderporno dan met drugshandel, inclusief hennepteelt.

een groot deel van Groningen doet het qua misdaad rustig aan

Dat is niet zo. Waarschijnlijker is dat de strafzaken die de rechtszaal halen, een kwestie van toeval is, van een of ander speerpunt bij het Openbaar Ministerie of dat het een gevolg is van een samenloop van omstandigheden. Bezien vanuit het standpunt van de dader: gewoon dikke pech.

Wat laten de cijfers zien? De meeste strafzaken die de rechtszaal wel halen gaan over geweld (38 procent) waarbij ook het alcoholpercentage van de pleger hoog is. Op de tweede plaats: diefstal (25 procent). Hierbij opgemerkt dat wie met geweld een diefstal pleegt, is ingedeeld in de categorie ‘geweld’. Op plaats drie met 15 procent: zedenzaken.

Een handjevol strafzaken leverde de samenleving ook iets op. Rechters plukten bijna 2,2 miljoen euro uit de broekzakken van Groninger criminelen. Is 2,2 miljoen veel? Wel als je het hebt, maar in de Groninger hennepsector is een paar miljoen een schijntje.

Het zal geen verbazing wekken dat de stad Groningen de meeste plaatsen delict op naam heeft staan: de helft. Oost-Groningen: een kwart. Het Westerkwartier (4 procent), Noord-Groningen (7 procent) en het Eemsmondgebied (4 procent) zijn qua strafzaken tamelijk witte vlekken (10 procent van de zaken dat in zittingszaal 14 werd afgedaan, had betrekking op misdaden uit Drenthe en Friesland).

opgelegde taakstraffen

Voor wie denkt dat het allemaal de schuld is van de buitenlander: 71 procent van de mannen en vrouwen die dit jaar voor het hekje stond is in Nederland geboren en getogen. De rest – 83 personen – heeft een buitenlandse achtergrond, te verdelen over 32 verschillende nationaliteiten.

Tot slot.

De rechtbank Noord-Nederland kampt met een tekort aan strafrechters,. Dat is een probleem dat zich wel, maar niet snel laat oplossen. De verwachting is daarom dat in 2019 opnieuw 300 mannen en een paar vrouwen zich voor de meervoudige strafkamer moeten verantwoorden. Ongeveer de helft van de misdaden is al gepleegd en liggen de bijbehorende dossiers ergens op planken te wachten. Van de andere 150 misdaden zijn de slachtoffers nog onbekend, simpelweg omdat die misdaden de komende maanden worden gepleegd.

Voorspelling.

De cijfers die aan het einde van 2019 zijn op te tekenen, zullen nauwelijks afwijken van die van dit jaar. Hoe grillig de misdaad ook is.

Rob Zijlstra

Niet de laatste keer 2

Robert Dawes is vrijdag aan het einde van de middag door de rechtbank in Parijs veroordeeld tot 22 jaar celstraf.

In de uitspraak is opgenomen dat hij – hoe goed zijn gedrag ook  –  tenminste tweederde deel van die opgelegde straf daadwerkelijk op de blaren moet zitten.

Komt hij vrij,  op z’n vroegst dus in 2032, dan is Frans grondgebied voor de rest van zijn leven verboden terrein. Nog erger voor hem en dus ook vermeldenswaardig: al zijn bezittingen van nu worden verbeurd. Gaat om vele miljoenen, inclusief het luxe ressort in Spanje waar hij met zijn gezin woonde.

Het was wel even spannend.  Vorige week maandag begon het strafproces. De strafeis (25 jaar) werd woensdag op tafel gelegd. Donderdag eisten de beste advocaten van tout Frankrijk vrijspraak. In Nederland nemen rechters na zoiets twee weken de tijd (langer indien nodig) om tot een eerlijk oordeel te komen. Fransen kunnen dat blijkbaar binnen een dag.

Medeverdachten zijn veroordeeld tot 5, 9, 12 en 13 jaar celstraf.  Samen moeten ze ook nog een boete betalen: doe maar 30 miljoen euro.

Opmerkelijk is  het volgende:  er lag een ‘plan b’ op tafel in het geval Robert Dawes zou worden vrijgesproken. Bij een eventuele vrijspraak (vijftien advocaten vonden dat recht doen) zou Robert Dawes als vrij man het indrukwekkende rechtbankcomplex van Parijs kunnen verlaten om vervolgens als vrij man de Boulevard du Palais te betreden. Na drie jaar voorarrest zou dat, ondanks kou,  vast een feestje zijn.

Maar.

Middels een internationaal arrestatiebevel, ingediend door het Openbaar Ministerie Noord-Nederland,  zou Dawes na het vonnis tot vrijspraak  worden aangehouden om – na misschien wat juridisch gedoe – te  worden overgebracht naar Nederland. Dat gedoe was dus niet nodig.

Ik weet niet hoe het nu verder gaat. Ga ik uitzoeken. En daarover binnenkort berichten.

rob zijlstra

officieel bericht rechtbank van Parijs

 

MEER EN MEER ACHTERGRONDEN: niet de laatste keer, deel 1

Niet De Laatste Keer

MET UPDATE – STRAFEIS 25 JAAR

Parijs.
Maandagochtend 10 december.
Twintig minuten over negen.
Ineens staat hij daar.
Toch kleiner dan gedacht.
Een politieagent maakt de handboeien los.
De kale man wrijft met de rechterhand over de linkerpols.
Door het glas kijkt hij de rechtszaal in en glijden zijn blikken langs de aanwezigen.

Heeft hij enig idee?

Wie bijvoorbeeld Koen Meesters is die op tien meter afstand staat en op zijn beurt naar hem kijkt? Jarenlang heeft Koen Meesters naar dit moment uitgekeken. Van alles schiet er door zijn hoofd. Ja, hij kan naar hem toe lopen en dan zeggen wie hij is. Hij kan ‘m ook, als hij snel is, voor z’n kale kop slaan, dus nog voordat de twaalf gewapende mannen van de Gendarmerie kunnen ingrijpen. In zijn fantasie doet hij dat ook, maar in het echt, in de statige rechtszaal van Parijs, in de Salle Voltaire, blijft hij de man strak aankijken.

Die man achter het glas is Robert Dawes, 46 jaar. Brit. Hij is de hoofdverdachte in het grootste drugsproces van Frankrijk dat die maandochtend op het punt staat te beginnen en elf dagen gaat duren. In de internationale pers wordt Robert Dawes, die jaren achtereen onaantastbaar leek, beschreven als de machtigste drugscrimineel van Europa.

Hij is de man ook die in 2002 opdracht zou hebben gegeven om Gerard Meesters, onderwijzer aan het Alfa-college in Groningen, te vermoorden.

Het was een liquidatie uit vergelding, een misdaad die ook qua wreedheid z’n weerga niet kent, schreven de rechters later. De aan lager wal geraakte zus van Meesters had in Spanje drugs gestolen van haar baas Dawes om daarna spoorloos te verdwijnen. Om haar te vinden zochten ze haar familie op. Op 24 november 2002 kreeg Gerard Meesters, dan 52 jaar, aan huis bezoek van vijf mannen. Hij krijgt een telefoonnummer dat hij moet bellen om te vertellen waar zijn zuster is. Zo niet, dan komen ze terugkomen. En dan niet om te praten.

Meesters meldt het voorval aan de politie en brengt met zijn vrouw, dochter en zoon Koen de twee volgende nachten elders door. Ze zijn bang. De politie zegt niets te kunnen doen. Op zondag 28 november 2002, vier dagen na de bedreiging, wordt opnieuw aangebeld. Gerard Meesters, net thuis, doet de voordeur open. Er wordt niet gepraat. Met acht gerichte schoten wordt Gerard Meesters in koelen bloede vermoord. Hij sterft in de hal van de woning. Als Koen Meesters even later thuiskomt van zijn werk als bezorger van Chinese maaltijden, ziet hij dat de straat is afgezet met politielinten.

De schutter is de Engelsman Daniel S., een ‘soldaat’ in de organisatie van Robert Dawes. S. wordt na een jaar onderzoek gepakt en veroordeeld tot levenslang. In de rechtszaal in Groningen erkent hij dat hij werkt voor Dawes. Hij vertelt aan de rechters dat het weigeren van opdrachten niet tot de mogelijkheden behoort. Dat het geen ongebruikelijke werkwijze is van ‘de organisatie’ om onschuldige familieleden van in ongenade gevallen criminelen te vermoorden.

Koen Meesters is naar Parijs gekomen om de man te zien die hij verantwoordelijk houdt voor de gewelddadige dood van zijn vader. En hij niet alleen. De rechercheurs van de politie in Groningen die zestien jaar geleden de moord onderzochten, zeggen het ook. Zonder twijfel: Robert Dawes is de opdrachtgever. Het staat in stukken van het Openbaar Ministerie. Het staat zelfs geschreven in de vonnissen van de rechtbank Groningen en het gerechtshof van Leeuwarden.

En het werd deze week ook geopperd in de grote rechtszaal van Parijs. Onderzoekers van het Engelse National Crime Agency: ‘We believe Dawes sponsored the murder of a school teacher in the Netherlands whose sister had stolen a load of drugs.’ De rechter vraagt: ,,Ligt er een aanklacht?’’

Het proces in Parijs heeft met de ‘zaak Groningen’ niet rechtstreeks iets te maken. Dawes staat in Parijs terecht omdat hij leiding zou hebben gegeven aan een internationale criminele organisatie en aan het – via Air France – laten vervoeren van 1300 kilo cocaïne, van Venezuela naar de luchthaven Charles de Gaulle. Waarde: vele tientallen miljoenen euro’s. Niet alleen douanepersoneel was omgekocht, ook hooggeplaatste medewerkers van Air France.

Dawes werd gearresteerd in zijn luxe ressort in Spanje en uitgeleverd aan Frankrijk. Hij zit inmiddels drie jaar in voorarrest. Dertig jaar celstraf hangt er boven zijn hoofd. Er zijn vijf medeverdachten, twee landgenoten en drie Italianen die worden gelieerd aan mafia uit Napels. Zij zitten ook in de rechtszaal.

Koen Meesters (37) is niet alleen naar Parijs gegaan om de confrontatie aan te gaan. Een jaar geleden deden hij en zijn zus Annemarie (35) aangifte tegen Robert Dawes. Sindsdien wordt onderzocht of de machtige drugscrimineel in Nederland kan worden berecht voor zijn rol in de moord op Gerard Meesters. Een besluit, te nemen door het Openbaar Ministerie, is nog steeds niet genomen. Zo ook niet het besluit hem er mee weg te laten komen.

Dat Dawes tot op de dag van vandaag niet is staat van beschuldiging is gesteld, is voor de nabestaanden onbegrijpelijk. Koen Meesters: ,,Het voelt zo ontzettend onrechtvaardig.’’ Hij hoopt dat het gaat gebeuren, maar het vertrouwen in het Openbaar Ministerie is niet rotsvast. Hij zegt: ,,Ik ben ook naar Parijs gegaan om een vinger aan de pols te houden. Iemand moet dat doen. Het Openbaar Ministerie doet het niet.’’

Vijftien jaar lang heeft justitie de moord op Gerard Meesters als een opgeloste zaak beschouwd. De dader is conform de eis veroordeeld, zaak gesloten. Voor Koen Meesters en zijn familie is dat niet acceptabel. Ze kregen officieel te horen dat er andere prioriteiten zijn. Dat ook het terrorisme bestreden moet worden bijvoorbeeld.

In 2017 had het ministerie van justitie bedacht dat moordenaar Daniel S., ondanks de veroordeling tot levenslang, het land uitgezet kon worden, terug naar Engeland. Het Openbaar Ministerie was om advies gevraagd en had geen bezwaar. Voor de familie Meesters was dit voornemen een grote schok. Toen zij via de media hun ongenoegen uitten, werd het besluit haastig ingetrokken. Met de excuses.

Na de aangifte tegen Dawes in november 2017 besloot het Openbaar Minsterie toch onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een vervolging van Dawes in Nederland. Koen Meesters: ,,Als wij niets doen, gebeurt er niets. Via onze inzet, via media-aandacht kunnen we misschien net het verschil maken. Eigenlijk is het schandalig dat het zo moet, maar het is wel hoe het werkt.’’

In het vonnis van Daniel S. schreven de Groninger rechters dat Gerard Meesters gewetenloos is vermoord ‘in opdracht van de organisatie waarvan hij (Daniel S.) deel uitmaakte’. En ook: ‘Organisaties die zich richten op het plegen van misdrijven (…) en het plegen van moord op onschuldige slachtoffers inzetten als middel, zijn naar het oordeel van de rechtbank maatschappelijk niet te tolereren (…).

Dat zijn de gewichtige woorden op papier. En het zijn woorden die elke betekenis verliezen als de opdrachtgever zich niet hoeft te verantwoorden. Wie in Nederland opdracht geeft tot moord, is net zo strafbaar al diegene die de trekker overhaalt.

De eerste dag van het proces in Parijs verloopt chaotisch. In de Nederlandse rechtszaal is het niet de bedoeling dat iemand voor z’n beurt praat, moet iedereen blijven zitten waar ‘ie zit. Rechters eisen absolute stilte. In de Parijse rechtszaal loopt van alles in en uit, de twaalf advocaten die belast zijn met de verdediging van de zes verdachten, praten door elkaar heen, bellen, appen en roepen ‘merde’ als de rechters een getuige ondervragen, ze zijn met laptops in de weer, drinken blikjes Red Bull en hebben vooral zichtbaar plezier in wat ze doen en zeggen. Ze zijn, zo te zien, dikke maatjes met de verdachten.

Franse journalisten zeggen dat ik de top van de Franse strafpleiters aan het werk zie. De tenen van Koen Meesters die op de voorste rij van de houten publieke tribune zit, staan krom. ,,Ik snap dat een verdachte een advocaat heeft, ik snap waarom. Aan de andere kant kan ik het niet begrijpen dat ze het met zoveel power opnemen voor mensen die zo fout zijn. Ook die jolige en amicale omgang met verdachten, ik heb daar grote moeite mee.’’

In de eerste uren van het proces is Dawes actief, oogt hij alert en hangt hij aan de lippen van de tolk. In de middaguren zit hij vooral te gapen en om zich geen te kijken. Zou hij enig idee hebben?

Koen Meesters: ,,Ik weet zeker dat hij me een paar keer heeft aangekeken. Of hij mij kan plaatsen weet ik niet. Het is dubbel. Ik wil dat hij weet dat ik er ben. Dat hij weet, dat hij nog niet van ons af is, dat we nog altijd met hem bezig zijn. Maar ik weet ook waartoe hij in staat is.’’

,,Doe je dit ook voor je vader?’’

Koen Meesters: ‘Dat vragen mensen mij vaak. Nee. Ik doe het voor mezelf. Mijn vader is er niet meer, voor hem hoef ik het niet te doen. Ik ben het niet aan hem verschuldigd of zo. Robert Dawes heeft mij ook persoonlijk iets aangedaan door mijn vader te laten vermoorden. Hij heeft veel ellende en verdriet in het leven van mij, mijn zus en mijn moeder gebracht. Dat hij hiermee wegkomt, dat voelt zo onrechtvaardig.’’

Ik vraag wat Gerard Meesters hiervan had gevonden? Zoon Koen: ,,Mijn vader was een vechter, niet fysiek, maar hij stond zijn mannetje. Hij zou hier helemaal voor gaan. Wat ik doe, zou zijn goedkeuring hebben, dat weet ik zeker.’’

De aangifte van Koen en zus Annemarie Meesters ligt nu bijna dertien maanden bij het Openbaar Ministerie. Wanneer een besluit wordt genomen, is niet bekend. Misschien wacht Groningen op de ongewisse uitkomst van strafzaak in Parijs. Maar misschien ook niet.

Halverwege de tweede dag van het proces, wordt een korte pauze ingelast. Robert Dawes wordt door zijn bewakers gesommeerd te gaan staan en zijn armen naar voren te steken. De handboeien moeten weer om. Dan verdwijnt The One, zoals een van zijn vele bijnamen luidt, uit het zicht, nagekeken door Koen Meesters.

Als we later door de straten van Parijs lopen zegt hij: ,,Als het recht z’n beloop krijgt, zal dit niet de laatste keer zijn geweest dat ik hem zie.’’

rob zijlstra

update – 19 december 2018 – Dawes ontkent

Robert Dawes ontkent dat hij betrokken is bij de drugssmokkel waarvan hij in Parijs terechtstaat. Dawes – hij zit al drie jaar in voorarrest – is vandaag zes uur lang ondervraagd.  Gemaakte opnames door de Spaanse politie waaruit zijn betrokkenheid zou blijken, zijn volgens hem een opzetje. Hij zegt te hebben geweten dat hij werd opgenomen. >> lees verder [nothinghampost]

update – 21 december 2018 – strafeis
Het Franse Openbaar Ministerie heeft in Parijs 25 jaar celstraf geëist tegen de Robert Dawes wegens drugssmokkel en het leiding geven aan een criminele organisatie.

Het Franse OM heeft de rechtbank ook verzocht om van de eis tot 25 jaar tenminste vijftien jaar te ‘garanderen’. Dit om de vervroegde invrijheidstelling (eerder vrij) te beperken. Daarnaast is gevraagd om Dawes als hij zijn straf erop heeft zitten, een permanent toegangsverbod op te leggen voor Frans grondgebied.

Eerder deze week ontkende hij in de rechtszaal elke betrokkenheid. Hij zou, wetende dat hij werd afgeluisterd, hebben gezegd dat de drugs van hem waren om gearresteerd te worden. Waarom? Om op die manier van de Spaanse politie af te komen. De officier van justitie noemde het verweer van Dawes ‘volkomen surrealistisch’.

Tegen een medeverdachte werd vijftien jaar cel geeist. Deze man, net als Dawes afkomstig uit het Engelse Nottingham, wordt gezien als de ‘dirigent’ van de criminele organisatie. Drie Italiaanse medeverdachten – zij zouden lid zijn van de maffia in Napels – hoorden celstraffen eisen van acht, tien en dertien jaar.

Het strafproces in Parijs staat los de moord op Meesters in Groningen. Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland is naar aanleiding van de aangifte door de nabestanden een nieuw onderzoek begonnen naar de rol van Dawes. In het kader van dit onderzoek liggen er rechtshulpverzoeken aan Engeland.

Als het OM op basis van het nu lopende onderzoek besluit dat Dawes strafrechtelijk moet worden vervolgd in Nederland, dan kan om zijn uitlevering worden gevraagd. De nabestaanden van Meesters hopen dat Dawes zich ‘na Parijs’ voor een Nederlandse rechtbank moet verantwoorden.  >> zie ook dvhn.nl

 

lees meer achtergronden: DOSSIER GERARD MEESTERS

 

Het grote incident

Gewapende overvallen, kluiskraken of belastingfraude zijn misdaden die doorgaans niet in een plotselinge opwelling van het gemoed worden gepleegd. Meestal gaat aan deze misdaden denkwerk vooraf. Maar uitgerekend bij het meest kapitale delict uit het wetboek van strafrecht is het net andersom. Een moord wordt vaak wel in een plotselinge drift gepleegd. De meeste moorden zijn daarom doodslagen.

Nooit vergeet ik de man in de verdachtenbank die vertelde hoe het zo was gekomen. Hij was op klus geweest, kwam later thuis dan afgesproken en toen was zij gaan zeuren. Zoals zo vaak. Hij had afgeleerd te reageren, daar werd het alleen maar erger van. Zijn remedie: zodra zij ging jengelen, stapte hij in de auto, ging hij een kroket eten bij het tankstation en als hij dan een uurtje later voor een tweede keer thuiskwam, was de storm gaan liggen.

Op die fatale avond ging het anders. Ze bleef zemelen. In een vlaag, zei hij tegen de rechters, in een vlaag waarin alles zwart werd, greep hij naar de glazen asbak die op tafel stond en haalde uit. Zijn vrouw was op slag dood.

Wat doe je dan zodra je bent bekomen van de eerste schrik? Bel je de politie? 112? Ren je het huis uit? Moeder bellen?

Deze man dronk een flesje Heineken, overdacht zijn leven, stopte zijn geliefde in een Mickey Mouse-dekbedovertrek dat hij van de kinderkamer haalde (zachtjes om niemand wakker te maken) en begroef mama in de tuin.

Doodslag. Acht jaar en tbs met dwangverpleging, luidde de eis. De rechters vonden acht jaar voldoende. Ik moest aan die zaak denken, toen ik afgelopen week de 33-jarige Rutger in diezelfde rechtszaal hoorde praten. Tegen hem werd zeven jaar gevangenisstraf en tbs met dwang geëist.

Ook Rutger had, nadat hij bij zinnen was gekomen, zichzelf de vraag gesteld: en wat nu? Ook hij belde niet de politie. Hij legde het bebloede mes in de vaatwasser, vouwde een deken uit over haar lichaam en ging door waarmee hij bezig was. Met whisky drinken en spannende series kijken op Netflix. Na twee dagen kreeg hij contact met zijn moeder. Zij kwam direct, zij zag het verschrikkelijke en belde 112.

Rutger en Anja (zij werd 46) hadden elkaar anderhalf jaar eerder leren kennen in een kliniek. Toen ze naar buiten mochten, hielden ze contact want ze vonden elkaar leuk en aardig. Rutger, verslaafd aan cocaïne, zag misschien wel een mooie toekomst met haar. Hij ging voor drie maanden naar een afkickkliniek in Schotland en toen hij terugkeerde trok hij bij haar in. Hij voelde zich veilig bij Anja in haar huisje, op het Hogeland ver weg van de smerige drugsscene in de stad.

Van de cocaïne wist hij af te blijven, van de drank nog niet. Tegen de rechters: ‘Drinken is minder erg dan coke, van cocaïne ga je kapot.’’

Rooskleurig werd de liefde niet. Al na een paar weken kwamen er meldingen bij de politie over huiselijk geweld. Het veilige huisje van Anja werd bij de buurtagent een bekend adres, zo Rutger een bekend gezicht werd bij de slijterij in Winsum.

Tegen de rechters zegt Rutger dat het niet zo was dat er voortdurend ruzies waren. ‘In 90 procent van de tijd ging het hartstikke goed. Het was niet dat ik een kwaal was of zo. Na ruzies omhelsde ze me altijd en wilde ze dat ik bleef.’ Eén voorwaarde: niet meer drinken.

De ruzies die er wel waren, waren pittig. Als het niet over drank ging, ging het over geld en over rotzooi die Rutger, lui van aard, maakte. ‘Er ontbrak veel structuur in het huishouden’, zegt hij. Vaak werd hem de deur gewezen. Dan fietste hij, zatte kop en tegenwind, twintig kilometers naar Groningen, op zoek naar een hotel. ‘Dat heeft me klauwen met geld gekost. Als je ’s nachts bij een hotel aankomt, vragen ze woekerprijzen.’

Rechters: ‘Hoe vaak is dat gebeurd?’
Rutger: ‘Ik denk wel vaker dan twintig keer.’

Het wordt 9 februari. De dag, zegt Rutger, van het grote incident. In het Zuid-Koreaanse Pyeongchang beginnen de Olympische Winterspelen, in Noord-Groningen maken Rutger en Anja een wandeling met de hond. Het is koud. Hij is al naar de voedselbank geweest en heeft toen, stiekem, bij de slijter een fles whisky gekocht. Op het bonnetje staat dat dat om 13.49 uur was.

Om 15.11 uur start Rutger zijn computer op. Hij bezoekt de website GeenStijl en kijkt filmpjes op Dumpert. De fles is dan al aangebroken. Om 16.10 uur schakelt hij over op Netflix. Anja stuurt op dat moment een berichtje naar haar dochter die de volgende dag jarig is en 17 jaar wordt. Ook komt uit het onderzoek naar voren dat Anja om 17.30 uur een bestelling heeft gedaan op het internet: ze heeft een alcoholtester aangeschaft.

Hoe wrang, het is zo’n beetje het laatste wat ze doet. Niet lang na die bestelling moet het grote incident zijn gebeurd. Plotseling had Anja in zijn kamer gestaan. Rutger schrok, sloeg zijn glas whisky in een teug achterover en probeerde de fles met zijn voet weg te moffelen.

Hij zegt tegen de rechters: ‘Maar ze rook het natuurlijk. Ze zei dat ik weg moest. Ik dacht, niet weer dat gezeik. Ik kon nergens heen. Het was donker en koud, ik had geen zin met een dronken harses naar Groningen te fietsen en een hotel te zoeken. Ze trok aan mijn haren om mij uit huis te bonjouren. Ik werd wild. Ik duwde haar, zij viel. Toen schopte ik haar in het gezicht, een paar keer. Ik was zo razend, ik heb een mes gepakt en ben op haar gaan liggen en heb gestoken, met hakkende bewegingen.’

Veertien keer in de hals.

Rechters: ‘Heeft ze nog wat gezegd?’
Rutger: ‘Dat weet ik niet, ik denk niet dat ze daarvoor de kans kreeg. Ze begon raar te trillen, toen was ze weg.’

Om half acht wordt Rutger gefilmd in de supermarkt. ‘Ik was niet meer logisch bezig.’ Hij wilde meer drank. Hij had bedacht dat hij zich lam zou drinken, om dan halfdood het thuis in de fik te steken. ‘Dan maar zo.’

Wat doe je na zo’n plotselinge opwelling?
Rutger zegt tegen de rechters: ‘Het is niet eenvoudig te bedenken wat je moet doen als je net iemand van het leven hebt beroofd.’

Rob Zijlstra

update – 17 december 2018 – uitspraak
Rutger is conform de eis veroordeeld: 7 jaar en tbs met dwangverpleging. Klik op onderstaande afbeelding voor het vonnis of beluister het geluidsfragment van de uitspraak, zoals die dinsdagmiddag is uitgesproken in zittingszaal 14.

.

vonnis

 

 

 

 

Niet te geloven

De president van de rechtbank sprak, zo ook de eindbaas van het Openbaar Ministerie van heel Noord-Nederland en de noordelijke deken, het geweten van alle Friese, Drentse en Groningse advocaten. Op de eerste rij zat de burgemeester van de grootste stad, daarachter het volk. Veertig rechters in toga keken professioneel toe. Alleen de politie was nergens te bekennen.

Het volk was gekomen voor het feest, maar de gesproken woorden die door de lucht galmden, die de toehoorders kregen te verwerken, waren allesbehalve feestelijk. Het waren alarmerende woorden vol grote zorgen.

De bijeenkomst betrof een buitengewone rechtszitting waar drie nieuwe rechters en twee versgebakken officieren van justitie – allen al eerder door de koning benoemd – werden geïnstalleerd. Zoiets gaat gepaard met formaliteiten en felicitaties met na afloop pinda’s, bier en rode wijn.

De rechtbankpresident was heel gelukkig met haar verse rechters. Want we leven in een tijd van zowel bloei als van veel te weinig. Wie nu wil scheiden waarbij iets moet worden geregeld voor de kinderen, kan beter even wachten. Er zijn te weinig rechters om zoiets goed en op tijd voor elkaar te krijgen.

Komt het ondertussen tot echtelijk geweld in huis, dan geldt iets soortgelijks: wie vandaag nog of morgen zijn partner flink in elkaar rost, moet er rekening mee houden dat deze misdaad niet voor 2020 door een rechter wordt beoordeeld. Dat kun je, mits je de sterkste bent, ook als een voordeel zien.

Als het al tot een rechtszaak komt. Deskundige onderzoekers verkondigden niet zolang geleden dat de criminaliteit fors aan het dalen is. Terwijl velen nog twijfelden of dat wel echt waar is – ‘het is toch niet te geloven’ – meldde de politie in alle ernst dat er dit jaar 16.000 misdadige zaken in de prullenbak zijn gekieperd. Reden: er zijn te weinig rechercheurs om te rechercheren. In politiek Den Haag is zogenaamd met ongeloof gereageerd.

En het is niet alleen hommeles bij de politie. Ook de advocatuur is danig in mineur. De woorden die de deken namens de noordelijke advocaten op de bijeenkomst sprak, waren als een klontje zo klaar. De gefinancierde rechtshulp staat dusdanig onder druk dat alleen rechtzoekenden met een goed gevulde portemonnee nog kunnen rekenen op bijstand van een advocaat. De toegang tot het recht – een recht – wordt verkwanseld.

De rechtsstaat dreigt te verworden tot een juridische voedselbank, waren de weinig warme woorden die de deken sprak.

Advocaten roepen dat al een tijdje, maar menens is het. De deken hield de toehoorders voor dat Rutte en zijn troepen bezig zijn de rechtsstaat systematisch uit te hollen. Hij riep de magistraten, ook de kersverse, op de koppen bijeen te steken, de gelederen te sluiten en een list te verzinnen. Hij riep: ’Weg met het ministerie van afbraak.’ En: ‘Laten we in Noord-Nederland beginnen’.

Nu horen advocaten op de trom te slaan als minder bedeelde delen van het volk als gevolg van politieke keuzes in de knijp komen.

Wat had de president van de rechtbank Noord-Nederland eigenlijk te zeggen? Rechters – die allen tezamen de derde staatsmacht vormen – worden geacht bekwaam en bedaard te zijn en in tumultueuze tijden kalmte te bewaren.

De rechtbankpresident zei dat de samenleving als gevolg van politieke keuzes en afwegingen ontwricht dreigt te raken. Het rechtssysteem wordt door bezuinigingen (door die andere president) steeds verder uitgekleed en raakt in onbalans. De financiële situatie van de rechtspraak is ronduit zorgwekkend en dwingt tot keuzes tussen kwaden. Ook in Noord-Nederland, sprak ze.

Toen zei ze: ‘De kerntaak van de rechtspraak is om de fundamentele rechten van burgers te beschermen (…), om te zorgen dat niet de grootste mond of de dikste portemonnee het in ons land voor het zeggen krijgt, de kerntaak is om samenleven mogelijk te maken. En die kerntaak dreigt uit te hollen.’

De rechtbankpresident na kalm beraad: ‘Ik realiseer me dat ik grote woorden gebruik. Maar dit is wel wat het is: ontwrichting van de samenleving.’

De deken knikte instemmend.
De hoofdofficier van justitie liet een ander geluid horen. Een officier van justitie staat natuurlijk ook het dichtst bij de minister en het ministerie van justitie, het dichtst bij wat de deken het ministerie van afbraak had genoemd. Dan moet je op je woorden passen.

De hoofdofficier beperkte zich tot de geruststellende opmerking dat ondanks de interne commotie bij het Openbaar Ministerie (opstappende en met elkaar rollebollende officieren) de integriteit nog wel hoog in het vaandel staat. Dan weten we dat.

Dat het in de wereld hoog aangeschreven Nederlandse rechtssysteem piept en kraakt uit zich niet alleen in woorden vol zorg, maar is vrijwel dagelijks in de rechtszaal te horen als nagels die over het schoolbord krassen.

In april 2014 sloeg David in Groningen Azziz Barre, een verwarde man, met een vuistslag in het gelaat. Azziz Barre, eens kindsoldaat in Afrika, klapte achterover, met het hoofd op de stoeprand van de Korreweg. Dood. David zei dat hij werd aangevallen, maar dat was niet zo.

De rechtbank veroordeelde hem in januari 2015 tot twee jaar celstraf wegens zware mishandeling met de dood tot gevolg. De vuistslag was niet bedoeld geweest om te doden. De verdachte David was het er desondanks niet mee eens en ging in hoger beroep. Bijna vier jaar lang lag de zaak ergens in het piepende systeem te verstoffen. Niemand weet waarom. Het gerechtshof deed afgelopen week uitspraak: omdat het veel te lang heeft geduurd, alleen daarom, kreeg David korting in de vorm van een lagere straf. Twintig maanden.

De zaak van Gert is ook niet te geloven. In 2015 werd Gert veroordeeld omdat hij zich in 2014 ontuchtig bezig had gehouden met kinderporno en jonge meisjes in Stadskanaal. In november 2016 ging hij opnieuw in de fout, het slachtoffer was nu een meisje van 13 jaar.

Afgelopen week, twee jaar na de aanhouding, moest Gert zich dan eindelijk verantwoorden. De officier van justitie zei dat ze 24 maanden celstraf zou kunnen eisen. Maar dat ze dat niet ging doen. Want zij, dus het Openbaar Ministerie, heeft de zaak veel te laat aan de rechtbank voorgelegd. Om zichzelf in te peperen dat het zo niet langer kan, eiste ze voor straf twaalf maanden, daarvan de helft voorwaardelijk. Ze zei nog wel: ’Het is spijtig voor iedereen.’

Het is meer dan spijtig, maar zo rolt de rechtspraak momenteel.

Rob Zijlstra

klik op afbeelding voor speech zoals die tijdens de installatiezitting is uitgesproken