Robert Dawes wordt uitgeleverd

Robert Dawes, de man die wordt gezien als een van de grootste drugscriminelen van Europa, wordt op verzoek van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland uitgeleverd om te worden gehoord in de moordzaak op onderwijzer Gerard Meesters in 2002 in Groningen.

lees verder bij dvhn

zie ook: dossier Gerard Meesters

 

Ik schrijf niet voor het Algemeen Dagblad (AD) – maar mijn verhaal uit Dagblad van het Noorden (DvhN) wordt wel door deze landelijke ochtendkrant gepubliceerd. De medialogica zit ingewikkelder in elkaar dan je denkt. Niettemin. Ik ben blij met de aandacht voor de zaak.

Beetje onzin

een klein verhaaltje om er weer even in te komen

 

Het Openbaar Ministerie  heeft een 24-jarige man uit Sappemeer gedagvaard voor het exploiteren van een hennepkwekerij zonder dat daar bewijzen voor zijn. De eis: vrijspraak.

De verdenking luidde dat de man in een woning in Slochteren een hennepkwekerij had met bijna 300 planten. Hij zou daar 57.600 euro mee hebben verdiend. Ook zou hij de stroom op illegale wijze hebben afgetapt.

Toen de politierechter hem vroeg wat hij van de beschuldigingen vond, antwoordde de verdachte: ,,Een beetje onzin.’’
De politierechter: ,,Een beetje onzin of veel onzin?’’

In januari vorig jaar werd de kwekerij ontdekt. Het had gesneeuwd en op het dak van de bewuste woning lag geen sneeuw. Voor de politie is dat een indicatie dat er mogelijk een hennepkwekerij in de woning aanwezig is. Dat bleek ook het geval. De bewoner werd aangehouden en is later veroordeeld.

De man die donderdag terechtstond is de broer van de bewoner. Tijdens het politie-onderzoek vonden agenten in de woning een kartonnen drinkpakje (Wickey framboos) met een rietje. Het rietje werd in beslag genomen en opgestuurd naar het Nederlands Forensisch Instituut. Daar werd een DNA-profiel vastgesteld dat overeenkwam met het DNA van de verdachte.

Die verklaarde: ,,Ik kwam wel eens bij mijn broer en heb daar ook wel eens iets gedronken. Maar met die kwekerij heb ik niets te maken. Ik wist daar ook niet van.’’

De officier van justitie had niet veel woorden nodig. ,,Het enige dat we hebben is dat pakje drinken met daarop zijn DNA. Maar dat is geen bewijs. En meer is er niet. Ik verzoek de rechtbank de verdachte vrij te spreken en de ontnemingsvordering van 57.600 euro af te wijzen.’’

En dat was wat er gebeurde. De politierechter zei het niet, maar dacht het misschien wel: dikke onzin.

Robert Dawes: 22 jaar

Robert Dawes ook in hoger beroep veroordeeld: opnieuw tot 22 jaar cel.

 

lees: https://www.dvhn.nl/groningen/Robert-Dawes-opnieuw-veroordeeld-in-Parijs-besluit-uitleveringsverzoek-Groningen-volgt-25840539.html

meer over Robert Dawes en de  Groninger connectiehttps://robzijlstra.com/nieuwsbrief/gerard-meester/

 

De verboden eis

In het gebouw van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland in het zuiden van de stad Groningen – op zo’n driehonderd meter van Drenthe – hebben officieren van justitie een zaal ingericht waar ze rechtertje spelen. Op de deur is een bord geplakt waarop Zittingzaal 1 staat. In deze spierwitte zaal gebeuren dingen die het daglicht verdragen, maar waar advocaten en veel rechters niet blij mee zijn.

Zittingen bij het Openbaar Ministerie zijn bedoeld om de druk op de strafrechtfabriek te verlichten. Wie wordt verdacht van een eenvoudig strafbaar feit – bedreiging, belediging van ambtenaren, een niet al te harde klap voor de kanis, winkeldiefstal – kan er terechtkomen. Het bijzondere is dat de officier van justitie de straf kan opleggen.

Dus diegene die beweert dat je iets hebt geflikt, geeft je ook de straf. Er komt geen rechter aan te pas. Gevangenisstraffen mogen niet, wel taakstraffen tot 180 uur.

In de echte rechtszalen staat een taakstraf van 180 uur qua zwaarte gelijk aan drie maanden gevangenisstraf. Het gaat dus wel ergens over.

Als gevolg van de coronabeperkingen is het aantal strafzaken dat wacht op een oordeel van de rechter fors opgelopen. Er lag al een hoop te wachten, maar nu is er bijna geen doorkomen meer aan. Omdat het recht z’n beloop moet hebben zijn maatregelen bedacht om de corona-achterstanden weg te werken. Een van de maatregelen: nog meer officieren van justitie rechtertje laten spelen.

Wie iets eenvoudigs heeft geflikt maar toch een echte rechter wil, kan zo’n afdoening door het Openbaar Ministerie weigeren. In de praktijk blijkt dat de moeite waard. Rechters zijn minder streng dan officieren van justitie. Straffen die rechters opleggen zijn meestal lager dan de eis.

Ik had dit nog niet opgeschreven of er diende zich al een voorbeeld aan.

In augustus vorig jaar trof de politie in de woning van de 26-jarige Asram uit Groningen een hennepkwekerij aan. Asram kon het in het gezelschap van 158 hennepplanten moeilijk ontkennen.

Hij had straatschulden bij Mo en Mo had toen voorgesteld hennepplanten in zijn woning te zetten. Met de opbrengst – 5.500 euro – konden de schulden worden weggestreept. Zo was het gegaan. Asram had na die eerste oogst de boel overgenomen om zelf ook wat te verdienen, want geld om te leven groeide niet op z’n rug.

Toen de politie kwam – na anoniem geklik – vertelde Asram dat hij tweemaal een oogst had binnengehaald. Van het geld had hij nepspullen gekocht van Gucci, Versace, een tas van Louis Vuitton en echte sneakers van Valentino die meer dan 400 euro hadden gekost. Alles werd in beslag genomen.

De afdeling rekenen van de politie becijferde dat Asram 50.000 euro had verdiend. De officier van justitie rekende het na en kwam uit op dik 12.000 euro. Naast een taakstraf van 150 uur, twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf eiste de officier van justitie dat Asram die 12.000 euro afdraagt aan de staatskas opdat recht wordt gedaan aan de slogan ‘misdaad mag niet lonen’.

De rechter vond de eis aan de te hoge kant. Passender: 120 uur met één voorwaardelijke maand cel. En het misdaadgeld dat hij wel heeft verdiend, hoeft hij niet terug te betalen.

De rechter: ,,Want dat kan hij natuurlijk nooit betalen, hij heeft immers geen draagkracht.’’ De rechter hield rekening met het feit dat Asram ten onrechte ontvangen uitkeringen wel moet terugbetalen, zo’n 10.000 euro. Hij had de inkomsten uit de misdaad niet opgegeven bij de soos.

De dure nepkleding krijgt hij niet terug, met uitzondering van de Valentino-sneakers. Die stonden per ongeluk in het dossier vermeld als schoenen van Reebok. Foutje, bedankt rechter.

De officier van justitie keek er een beetje beteuterd bij. Zou deze strafzaak zijn afgehandeld in het zaaltje bij het Openbaar Ministerie dan was Asram er niet op deze manier mee weggekomen. Dan had hij nog jaren op de financiële blaren gezeten.

Nu is het niet zo dat officieren van justitie allemaal boemannen en boevrouwen zijn.

Voor Asram zat de 39-jarige Agnes uit Groningen in de verdachtenbank vanwege winkeldiefstallen in Roden. Bij Etos had ze flesjes parfum in een geprepareerde tas gestopt, bij Gall&Gall een fles champagne van Moët & Chandon.

In haar auto op de parkeerplaats bij het winkelcentrum lagen nogal wat spullen, schoenen, ondergoed, die je kunt kopen en stelen bij de Aldi, Kruidvat en Zeeman. Deze drie bedrijven hadden geen aangifte gedaan want het was daar op die dag, 24 december, veel te druk voor. Alle spullen werden wel in beslag genomen.

Agnes geeft de diefstallen van de champagne en de parfum toe. Ze is een alleenstaande moeder, heeft drie kinderen en samen moeten ze rondkomen van zeventig euro in de week. Met de kerst voor de deur wilde ze ook wel eens wat.

Agnes werd aangehouden samen met een van haar dochters. Die had er niks mee te maken, zegt ze, maar de officier van justitie denkt beter te weten. Dochter had immers bij de politie verteld dat zij de diefstallen had gepleegd, niet haar moeder.

Agnes: ,,Dat heeft ze gezegd om mij te beschermen.’’
De rechter: ,,Of u uw dochter.’’
Agnes zegt niks terug.

De officier van justitie eist een taakstraf van dertig uur en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf. En dat was een hoogst opmerkelijke strafeis. Ik hou rekening met Kamervragen.

Sterker nog.

Agnes is eerder veroordeeld tot een taakstraf voor winkeldiefstal. De wet – het populistische artikel 22b – bepaalt dat iemand die al eens een taakstraf heeft gehad niet opnieuw een taakstraf kan krijgen. Er moet dan ook een echte vrijheidsstraf bij. Rechters omzeilen dit wettelijke taakstrafverbod door één dag celstraf op te leggen naast een nieuwe taakstraf. Met die ene dag zonder vrijheid mag het weer wel.

En die ene dag is dan de dag die iemand na aanhouding al vast heeft gezeten op het politiebureau. Maar Agnes zat nog geen minuut vast. De politie stuurde haar en haar dochter na verhoor direct naar huis. ’t Was kerstavond.

Zou de officier van justitie zich houden aan de wet, dan zou hij moeten eisen dat Agnes minimaal één dag in de vrouwengevangenis moet doorbrengen. Eén zo’n dag leek de officier van justitie te zot en dus legde hij een eis op tafel die in strijd is met de wet die hij moet handhaven.

Ik vroeg.

De officier van justitie: ,,Tja. Je moet ook naar de persoonlijke omstandigheden kijken.’’ De rechter snapte de ongehoorzame officier en noemde de eis ,,niet helemaal volgens de regels van de wet, maar wel heel redelijk.’’ Hij vonniste even ongehoorzaam conform. Tegen Agnes: ,,U mag van geluk spreken.’’

Sterker.

Zeeman had geen aangifte gedaan. En dus gelaste de rechter dat Agnes de in beslag genomen damesonderbroeken terugkrijgt.

Ga altijd naar de rechter.

rob zijlstra

Vrouwe Brabantia

Er stond in de hal van het gerechtsgebouw zomaar ineens in al zijn eenvoud een huishoudtrap naast Vrouwe Justitia. De godin van de rechtvaardigheid  dateert uit 1730. Naast een zo een respectabele oude dame verwacht je niet een aluminium Brabantia-huishoudtrap. Ik maakte er een foto van en twitterde dat ik af en toe even omhoog klim om haar een kusje te geven.

Dat doe ik natuurlijk niet echt. Maar misschien zou ik moeten overwegen het wel te doen want de gerechtigheid waar zij voor staat, is niet vanzelfsprekend. Ik denk dat Vrouwe Justitia het in deze tijden zwaar heeft en dat zij af en toe wel een knuffel kan gebruiken.

Niet iedereen heeft de rechtspraak, de strafrechtspraak in het bijzonder, hoog zitten. Ik hoor hier en daar mensen zeggen dat de rechtspraak meer oog heeft voor de slechteriken dan voor de meeste mensen die deugen. Het is klets, maar het wordt beweerd en verkondigd. Vooral op Twitter, het kletspodium waar de ongenuanceerdheid al dan niet anoniem wordt gekoesterd.

De afgelopen week was nog maar nauwelijks begonnen toen er iets opmerkzaams gebeurde in zittingszaal 14. Maandagochtend, vijf minuten over negen, wraakte een advocaat de voorzitter van de meervoudige strafkamer. Los van het vroege tijdstip is zoiets sowieso bijzonder want in het strafrecht wordt niet veel gewraakt, in Groningen zo’n twee tot drie keer per jaar. Advocaten zijn terughoudend om dit zware middel in te zetten. Deze advocaat die het toch waagde zei dat hij, hij die al 32 jaar advocaat is, het deed met pijn in het hart. Maar het kon niet anders.

Ik twitterde dit nieuwsfeit de wereld in waarop iemand – niet gehinderd door enige kennis – de advocaat een maffiamaatje noemde.

De verdachte is een man die in 1985 is geboren in Glodeni, een kleine stad met rechte straten in Moldavië. Bram heet hij. Hij werd in november vorig jaar opgepakt in de buurt van Ter Apel, op verdenking van mensensmokkel.

Bram zou in een barrel van een Mercedes Sprinter negentien landgenoten hebben vervoerd. Ze kwamen vanuit Frankrijk en vroegen in Ter Apel asiel aan. Het busje was zo kramakkel en niet geschikt voor zoveel personen dat aan Bram ook een poging tot zware mishandeling op alle inzittenden wordt verweten.

Het Openbaar Ministerie beweert dat Bram drie keer eerder, in april, juli en augustus, landgenoten naar Ter Apel heeft gebracht. Eerst 2, toen 6 en daarna nog een keertje 11 mensen.

Het bevreemdde wel. Inwoners van Moldavië mogen tot negentig dagen visumvrij reizen binnen de Europese Unie. Ze waren hier legaal, zoals wij met de bus naar Zwitserland mogen.

Er is wel een verschil. Moldavië, ingeklemd tussen Roemenië en Oekraïne, is een van de armste landen van Europa. De meeste mensen verdienen minder dan nodig is om rond te komen. De democratie is zwak evenals haar instituten. Er is veel corruptie.

Tegen deze achtergrond is Bram aangehouden en vastgezet. Afgelopen maandagochtend was hij aan de beurt en zat hij in de verdachtenbank van zittingszaal 14. Zelden zag ik daar een zo allesbehalve vrolijke man.

De strafzaak begint met de vaste formaliteiten. De rechter vraagt via een tolk aan Bram of hij Bram heet en Bram moet daarna zeggen wanneer en waar hij is geboren. Als de antwoorden overeenkomen met wat de rechters al weten gaan ze ervan uit dat Bram Bram is. Daarna zegt de voorzitter van de strafkamer dat Bram goed moet opletten en dat hij niet verplicht is om antwoord te geven op vragen die worden gesteld. Zo beginnen alle strafrechtzaken in Nederland.

Dan zegt de voorzitter, ter inleiding, dat hij het strafdossier goed heeft bestudeerd en dat er sprake lijkt te zijn van vier gevallen van mensensmokkel.

Even is het stil in de rechtszaal, dan veert advocaat Freek van der Brugge op.
Met luide stem: ,,Pardon?’’
De advocaat zegt dat hij bezwaar maakt tegen deze openingszin. ,,Als u dit nog een keer zo stelt, dan wraak ik u.’’
Rechter Bert Dölle zegt onverstoord dat hij zijn woorden niet terugneemt.
De advocaat slaat met de vlakke hand op tafel en roept: ,,Dan wraak ik u’’

Kaboem.
Einde zitting.

Anderhalf uur later is de wrakingskamer – drie andere rechters – in zitting bijeen. Van der Brugge legt zijn verzoek tot wraking uit. ,,Hier is sprake van subjectieve vooringenomenheid. De rechter zegt dat hij het dossier goed heeft gelezen en op basis daarvan stelt hij dat het lijkt alsof de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel. Terwijl het proces nog moet beginnen. Dan kan ik niet anders dan wraken.’’

Rechter Dölle mag zich verweren. Hij werpt de suggestie van vooringenomenheid ver van zich.

Wraking is niet een juridisch ding van advocaten om de boel op stelten te zetten. Het is een ingebouwde zekering die moet bijdragen aan eerlijke rechtspraak. Maar de rechter in kwestie doet vermoeden daar op deze vroege maandagochtend iets anders over te denken. Hij zegt bokkig ‘de gang van zaken absurd te vinden’ en sneert dat de wraking er eentje is van ‘dik hout zaagt men planken’.

De wrakingskamer komt drie kwartier later met de beslissing. Rechter Dölle is niet vooringenomen, maar zijn formulering is ongelukkig. De wrakingskamer-rechter: ,,Bij de start van een strafzaak is de verdachte onschuldig tot het tegendeel is bewezen, de start van de zitting begint niet met een voorlopige hypothese van de rechter.’’

Daar moest de voorzitter van de strafkamer het mee doen. Met toch een draai om de oren.

Bram is ondertussen zo mogelijk nog ongelukkiger gaan kijken. Zijn advocaat zegt dat Bram zijn landgenoten hielp omdat hij een busje bezat, dat hij zelf ook asiel wilde aanvragen, dat hij er geen cent voor kreeg. De advocaat: ,,Er is hier geen sprake van een strafbaar feit.’’

Het is dan half twaalf. De in ere herstelde voorzitter
zegt dat er geen tijd meer is om de strafzaak te behandelen. Bram kan afgevoerd, moet terug naar het gevang. Hij mag nog wel wat zeggen. Via de tolk: ,,Gaat u mij executeren of stuurt u mij terug naar mijn vrouw en kinderen?’’

De rechter: ,,De doodstraf kennen wij niet in Nederland.’’

Zo gauw ik de kans krijg zal ik Vrouwe Justitia in haar oor fluisteren dat het even leek dat de onhandige rechter zich nukkig verlaagde tot het ongenuanceerde kletspodium, maar dat het met een lel om de oren is rechtgezet.

De verdachte is weer onschuldig en wacht.

rob zijlstra

 

Vrouwe Justitia (uit vermoedelijk 1730) in de hal van de rechtbank in Groningen. Er zit nog een verhaal aan vast: eigenlijk heet ze Diana, de Godin van de jacht. Het zwaard en de weegschaal zijn van hout en in elkaar geknutseld. Ze draagt geen blinddoek.

Einde der tijden

De advocaat – hij is hedenochtend helemaal vanuit Utrecht naar Groningen gereisd – zegt dat het een zaak van niks is. En al helemaal niet spannend. Advocaten zeggen dat vaker. Ze bedoelen dan te zeggen dat ze niet zitten te wachten op een stukje in de krant. Dat de rechtbankverslaggever zijn tijd beter niet kan verdoen.

Het is niet dat de advocaat dat erg vindt, het is de beklaagde die niet op publiciteit zit te wachten en een advocaat dient slechts één belang: die van de verdachte.

De advocaat: ,,Er is niks, maar dan ook niks bijzonders aan. Sterker, mijn cliënt komt niet eens.’’

Het is nog geen negen uur. Buiten druilt het. Binnen in het gerechtsgebouw is het op ons na, een enkeling dus, uitgestorven. Zoals het al weken akelig rustig is in het gerecht. Publiek wordt geweerd, de zittingszalen zijn voor een vermogen volgehangen met plexiglas ter voorkoming van, maar de zalen blijven vooral leeg. De strafrechtspraak wil in Groningen maar niet van de grond komen.

Plannen om verdachten in avonduren en in het weekeinde op zaterdag op te laten draven, zijn er in tegenstelling tot andere rechtbanken in het land niet.

De advocaat ondertussen: ,,Ik snap ook niet dat ze deze zaak bij de meervoudige strafkamer hebben aangebracht. Het had ook bij de politierechter afgedaan kunnen worden want het gaat dus echt nergens over.’’

De meervoudige strafkamer – de mk – bestaat uit drie rechters en doet altijd twee weken na de zitting uitspraak, standaard de laatste zin van het rechtbankstukje in de krant. Normaliter behandelt de ‘em-ka’ de serieuze misdaad. Zaken van eenvoudiger aard worden, is de bedoeling, aangebracht bij de politierechter (de pr) die in z’n uppie recht moet spreken en (bijna) altijd direct uitspraak doet.

De advocaat: ,,Ze hebben voor deze zaak van niks bijna heel de ochtend uitgetrokken. Da’s toch bizar?’’

Later wordt duidelijk waarom de strafzaak dient voor de meervoudige kamer: de officier van justitie eist een gevangenisstraf van veertien maanden. De pr mag maar tot één jaar cel opleggen.

De advocaat: ,,Morgen heb ik wel een bijzondere zaak hier in Groningen. Met een ontvoering, ook juridisch interessant.’’

De 40-jarige Dennis die er niet is (maar er wel had moeten zijn) wordt verdacht van vier strafbare feiten waar hij dus een rekening van veertien maanden voor krijgt gepresenteerd.

Zo zou hij gedurende 21 zomerse dagen zijn ex lastig hebben gevallen met appjes, mailtjes en een naar bericht dat hij met krijt op de stoep voor haar deur kalkte (inclusief spelfout). En hij mailde: ‘Ik mis je warmte.’ En: ‘Ik bel je maar je neemt niet op.’ En: ‘Bij deze bel ik je nog 1 keer, als je niet opneemt bel ik nooit meer’.

Het zijn berichtjes, vindt het Openbaar Ministerie, die vrees aanjagen. Stalking.

Maar misschien was het wel echte liefde, was het hart gebroken, was Dennis ten einde raad. Misschien dat het daarom was dat hij later bij de Kruidvat acht flesjes parfum in zijn rugtas stopte en de winkel verliet zonder te betalen. Wilde hij het met aangename geurtjes goedmaken.

Maar, stel ik mij bij gebrek aan de verdachte voor, het kwam niet goed zodat hij daarom bij een slijterij twee dure flessen whisky jatte om het onverdraaglijke verdriet van de verloren liefde te dempen. Toen hij de winkel met de flessen in een sporttas verliet en bij de uitgang werd aangesproken door een medewerkster, zou hij hebben gezegd dat ze aan de kant moest gaan. Zo niet dan zou hij gelijk zijn hart haar nek breken.

Wie bij het verlaten van de winkel zoiets onvriendelijks zegt – ik breek je nek – maakt zich niet schuldig aan een eenvoudige winkeldiefstal, maar aan eentje waarbij wordt gedreigd met geweld, een dreiging die is bedoeld ‘om de vlucht mogelijk te maken’. Zo zeggen strafrechtjuristen dat en daarmee bedoelen ze dat het ernstiger is dan eenvoudig.

Was Dennis maar aanwezig om het uit te leggen.

De advocaat: ,,Ik heb met mijn cliënt gesproken en we hebben besloten dat hij hier vandaag niet zal verschijnen.’’ Dat werd nog wel een dingetje.

Dennis werd aangehouden toen hij – maanden na het liefdesgedoe – bij de Albert Heijn aan het Gedempte Zuiderdiep in de binnenstad van Groningen pakken zalm, een fles Safari, een fles Passoa en een zak Croky chips had gestolen. Weer niet op eenvoudige wijze. Bij het verlaten van de winkel zou hij een medewerker een duw tegen de schouder hebben gegeven ‘om het bezit van het gestolene te verzekeren’. Met die duw werd het een diefstal met geweld, een misdrijf waarvoor je in voorlopige hechtenis kunt worden genomen.

Zo belandde Dennis eind oktober in het gevang in afwachting van het strafproces. Omdat die langer op zich liet wachten dan gepland – corona – mocht hij de gevangenis eind maart verlaten, op voorwaarde dat hij zich aan een aantal afspraken zou houden.

Een van die afspraken: aanwezig zijn als de strafzaak dient. Nu hij er niet is, heeft hij de voorwaarden overtreden en moet hij terug het hok in. De officier van justitie verzoekt de rechters dat uit te spreken. De rechters doen dat, zodat Dennis van straat kan worden geplukt.

De officier van justitie zegt over de zaak van niks dat alles kan worden bewezen. Dat de winkeldiefstallen met camera’s zijn vastgelegd, de duw ook. En ook is te zien dat Dennis iets zegt tegen de mevrouw van de slijterij. Dat zal dan wel ‘ik breek je nek’ zijn geweest.

De officier van justitie vindt dat voor deze ‘hardnekkige recidivist’ een kale gevangenisstraf op z’n plaats is. 14 maanden dus. Dennis heeft een fors strafblad. Dat speelt altijd mee. In 2017 kreeg hij anderhalf jaar voor een poging tot doodslag (slachtoffer: de huidige ex). Daarvoor had hij al eens zeven jaren moeten opknappen voor gewapende overvallen in Rotterdam.

De advocaat uit Utrecht: ,,Dennis bekent de eenvoudige diefstallen, maar niet de bedreigingen. Het wordt beweerd, maar we kunnen niet klakkeloos aannemen dat het ook is gezegd. Als we dat doen, dan is het einde der tijden nabij.’’

Na ruim anderhalf uur is de strafzaak van niks afgehandeld, over twee weken doet de meervoudige kamer uitspraak. De advocaat uit Utrecht zegt ’tot morgen’ en verlaat het pand.

Buiten is het harder gaan regenen, binnen blijft een enkeling achter, blijven de zalen leeg. Wie zich nu in Groningen schuldig maakt aan een misdrijf en wordt gesnapt moet achteraan in de rij aansluiten en rekening houden met twee, drie jaar geduld.

rob zijlstra

Eigenwijze rechters

Ik wil u meenemen naar zittingszaal 16, waar afgelopen week twee strafzaken dienden van eenvoudige aard. Maar eerst even het volgende.

Rechters zijn eigenwijze mannen en vrouwen. Eigenwijs in de betekenis van eigenzinnig, een beetje dwars en niet zozeer in de betekenis van bokkig of verwaand.

Rechters moeten eigenwijs zijn omdat ze het altijd beter moeten weten dan wie ook. Dat verwachten wij, wij de samenleving, van rechters.

Ik interviewde afgelopen week Herman van der Meer, de waarnemend president van de rechtbank Noord-Nederland. Wij spraken over de rechter die hij zelf ook is. De president dicht aan rechters een hoge kwaliteit toe, maar merkte op dat iemands grootste kwaliteit ook iemands grootste valkuil is.

Aanleiding voor dit presidentiële gesprek was het rapport van het organisatie-adviesbureau Berenschot dat onder de 741 medewerkers van de Rechtbank Noord-Nederland onderzoek had gedaan naar incidenten, onrust en werkbeleving. De noordelijke rechtbank blijkt niet altijd het toppunt van goed werkgeverschap. Meer dan een kwart van de medewerkers ervaart sociale onveiligheid en er wordt gepest.

Een ander probleem dat in het rapport wordt geschetst is dat rechters niet alleen dwarse, eigenwijze mannen en vrouwen in de rechtszaal zijn, maar ook daarbuiten, daar waar de valkuil is.

Rechters denken dat ze altijd en overal de rechterlijke wijsneus moeten opzetten. Op feestjes, op de tennisbaan, langs de lijnen van het hockeyveld, op de buurtbarbecue, ’s avonds aan tafel met de kinderen en – en dat staat in het rapport – op de werkvloer die buiten de rechtszaal ligt.

Want daar acteert de rechter als werknemer van een organisatie wel bokkig en verwaand. In de rechtszaal de onafhankelijke magistraat, maar daarbuiten ontbreekt het aan loyaliteit aan de organisatie waar niet alleen de wetboeken maar ook managers iets te zeggen hebben.

De president heeft de rechters verzocht in de spreekwoordelijke spiegel te kijken en wat vragen voor zichzelf te verzinnen in plaats van altijd maar een mening klaar te hebben of een oordeel te vellen.

En nu naar zittingszaal 16 voordat de regels op zijn.

De 46-jarige Bob uit Groningen stond daar deze week terecht wegens faillissementsfraude. De man was actief in de Groningse taxiwereld waar het hem goed ging tot hij een boete van 135.000 euro kreeg opgelegd. Iets met cao’s dan wel het niet verstrekken van vereiste informatie.

De boete bracht de taxionderneming eerst aan het wankelen en deed het bedrijf toen omvallen. Vlak voor het faillissement verkocht Bob zijn wagenpark. Hij had immers geld nodig, zei hij, om die boete te betalen.

Punt was dat de acht auto’s werden verkocht aan een bv waarvan Bob als enige de eigenaar was.

De rechter: ,,U handelde dus met uzelf. U was koper en verkoper tegelijk’’
Bob knikte.
Rechter: ,,Dat is gek, dat is schimmig.’’
De officier van justitie: ,,Schimmig, frauduleus en dus strafbaar.’’

De rechter zei dat hij zijn twijfels had. Dat het alle schijn van strafbaar handelen heeft, maar dat het strafdossier hierover heel summier is. ,,Zo summier dat ik niet kan vaststellen dat wat er is gebeurd ook echt strafbaar is.’’

De officier van justitie eiste in volle overtuiging een taakstraf van 90 uur, maar de eigenzinnige rechter kwam tot vrijspraak. ,,Niet alles wat gek is, is ook strafbaar.’’

Op de stoel waar later Bob zat, zat een uur eerder Jamie, een man die op weinig compassie kan rekenen.

Hij is namelijk een zedendelinquent, een man die ooit ontucht pleegde met kinderen, en nu zo’n vieze man is die met enige regelmaat zijn broek laat zakken om met zijn geslachtsdeel de eerbaarheid te schenden.

Jamie woont al twintig jaar in Groningen en wil juist nu heel graag de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Voor een zedendelinquent is het hier prettiger dan in zijn geboorteland Engeland. Daar wordt wat je hebt geflikt in de buurt waar je woont bekendgemaakt, zegt hij. Zijn probleem: als gevolg van de brexit mag hij hier niet al te lang meer blijven.

Op 28 augustus vorig jaar zou hij bij de Hoornseplas de eerbaarheid weer eens een loer hebben gedraaid. Twee vrouwen zagen het en deden aangifte. Bij de politie zou Jamie hebben bekend, maar daar komt hij in de rechtszaal op terug. De bekentenis is opgenomen, maar de opnames zijn niet meer beschikbaar.

Jamie vertelt dat hij een plasprobleem heeft. ,,Als ik moet, dan moet ik ook.’’ Zo belandde hij in de bosjes. Hij had de laatste druppeltjes van zich afgeschud.

De advocaat stelt aan de rechter voor dat mocht het tot een veroordeling komen, er wellicht een boete van 500 euro opgelegd kan worden. Want weer een taakstraf op zijn strafblad – zoals geëist – levert problemen op bij het aanvragen van het Nederlanderschap.

Jamie zegt dat hij moet bekennen dat hij in het wild heeft geplast en dat hij weet dat dat niet mag. Hij kan dus veroordeeld worden. Hij kijkt er treurig bij en hoopt dat de rechter gevoelig is voor wat de advocaat net heeft voorgesteld.

Wanneer de politie iemand aanhoudt voor een misdrijf, dan is de zaak wat de politie betreft opgelost. Bij het Openbaar Ministerie ligt de lat hoger. Daar geldt: als iets loopt als een eend, kwaakt als een eend en eruitziet als een eend, dan is het eend.

Voor de rechter gaat dit niet op. Een rechter kan niet zomaar iets aannemen.

De rechter in zaal 16 zegt dat hij zonder opnames van de bekentenis niet kan vaststellen dat Jamie schuld heeft bekend zoals de officier van justitie beweert. Zegt ook: ,,Verder is de aangifte die de politie heeft opgesteld niet zo gedetailleerd dat ik kan opmaken dat u aan het masturberen was of aan het wildplassen.’’

Jamie, gretig: ,,Wildplassen.’’

De rechter: ,,Maar dat is niet ten laste gelegd. Dan wordt het ingewikkeld. Er zijn aanwijzingen dat u schuldig bent, maar ik spreek u vrij.’’
Jamie, niet te snugger: ,,Maar ik heb bekend.’’
De eigenwijze rechter weet het beter: ,,Vrijspraak.’’

En zo hoort het te gaan. De waarheid in de rechtszaal is niet wat er is gebeurd, de waarheid is slechts dat wat kan worden bewezen. Eerlijke rechtspraak kan alleen met eigenzinnige en dwarse rechters.

Maar als de toga eenmaal uit is, moeten die rechters ietwat schikkelijker zijn. Want anders komen de rechtbanken in Groningen, Assen en Leeuwarden te boek te staan als een organisatie die slechts op papier een onberispelijk instituut is, maar waar ze achter de gesloten deuren rollebollend met elkaar over de bureaus vliegen.

rob zijlstra

 

→ interview Herman van der Meer

Henk & Co

Een rechtszaak is geen poppenkast. Een poppenkast dient ter vermaak. Een strafrechtszaak is daarentegen een ernstige aangelegenheid, bedoeld om iets recht te zetten wat door anderen willens en wetens, dus met opzet, krom is getrokken.

Het strafrecht is ook een vorm van wraak, maar dan wel van bezonnen wraak. Het moet redelijk zijn, dus moet het niet te veel, maar ook niet te weinig. Er moet een evenwicht worden gevonden en daarom kan zo’n rechterlijke zoektocht naar wat waar is en wat niet even duren.

Toch snapte ik de verdachte Theo wel toen hij riep, terwijl hij met de rechterarm een wegwerpgebaar maakte, dat hij er geen zin meer in heeft, dat hij niet langer mee wil doen aan ,,deze poppenkast’’.

Theo is een van de vijf verdachten is een strafproces dat je inmiddels gerust kunt duiden als een wonderlijke aangelegenheid. Het is het proces rond vier voormalige voormannen van motorclub No Surrender en een ex-bevriende ondernemer. De verdachten worden onder meer beticht van geweld en van het geven van leiding aan een criminele organisatie.

Theo komt uit Klazienaveen en is een van hen. De hoofdgedaagde is Henk Kuipers uit Emmen die met naam en toenaam genoemd kan worden omdat iedereen weet wie hij is en Henk K. daar zelf ook geen moeite mee heeft. Integendeel.

Meer moeite heeft Kuipers met de rechtsgang tot nu toe. Als hij die moet analyseren: één dikke poppenkast. Hij ook al.

Nu vinden verdachten dat wel vaker. Vaak is het een houding, bijvoorbeeld om het ingenomen standpunt onschuldig te zijn voor een goed gemoed nog even te koesteren. Dit terzijde.

Het proces gaat over strafbare feiten met een baard, want gepleegd tussen 2014 en 2016. Een afpersing, twee pogingen daartoe, diefstallen met geweld en mishandeling. Het onderzoek naar deze vermeende misdaden hebben een naam gekregen: Akepa.

Het onderzoek naar de criminele organisatie heet Harka en beslaat de periode februari 2014 tot februari 2018.

Het strafproces is in maart 2018 in zittingszaal 14 begonnen. Vorig jaar zomer had het proces afgerond moeten zijn, maar nu, een jaar later, is het einde nog niet in zicht. Het is mede daarom dat Theo verzuchtte dat-ie er geen zin meer in heeft.

Akepa en Harka zijn nu al de langstlopende rechtszaken uit de Groninger strafrechtgeschiedenis. En er zit niet eens een Groningse verdachte tussen. Maar het is niet alleen dat en de ongebruikelijk lange duur van het proces dat deze zaak tot iets bijzonders maakt.

Kuipers & Co. werden in december 2017 gearresteerd na een jarenlang durend politieonderzoek. Dat was een onderzoek met prioriteiten omdat de overheid had besloten dat outlaw motorclubs niet langer moeten worden geaccepteerd in de samenleving. Als je de betrokken advocaten mag geloven hebben Harka en Akepa samen miljoenen euro’s gekost, maar ook dat terzijde. Een bos met bomen kost ook geld.

Na dertien maanden – januari 2019 – mocht Kuipers de gevangenis met een enkelbandje (dat hij tot op de dag van vandaag draagt) verlaten. Dat gold ook voor de medeverdachten. Het megaproces duurt voort, het einde is nog niet in zicht, maar de verdachten hebben al achter de tralies op de blaren gezeten. Zoiets kan, maar het in zo’n zaak toch apart.

Henk & Co. vinden ondertussen dat ze geen criminelen zijn, zo No Surrender geen criminele organisatie is of was. Kuipers vertelde al meermalen aan de rechters: ,,Wij waren mannen van onschuld, jongens onder elkaar, die van bier en whisky houden en van feestvieren.’’

De vijf verdachten zijn niet de allerjongsten meer, drie van hen mogen zich al opa noemen. De mannen kampen met klachten over de gezondheid, klachten die wellicht deels bij de leeftijd en deels bij de geleefde levensstijl passen. Eentje heeft last van de oren, de ander van de buik, de derde is zelfs vrij ernstig ziek. Een vierde verdachte, Klaas de Oprichter, zit al voor jaren in de gevangenis, maar voor iets anders. De vijfde is een Belg die auto’s sloopt en zich nog maar weinig heeft laten zien.

Over de officieren van justitie – er zitten er twee op de zaak – valt ook wel iets te zeggen. De twee ogen – het valt gewoon op – voortdurend chagrijnig. Tijdens de zittingen staren ze nors voor zich uit. Alsof ze geen plezier in hun werk hebben. Misschien balen ze ook wel dat ze met Kuipers & Co. zijn opgezadeld, inclusief de opdracht dit proces tot een goed einde te brengen. Goed is in de visie van het Openbaar Ministerie dat het slecht met de verdachten moet aflopen.

Tijdens de laatste zitting, twee weken geleden, vielen de twee aanklagers hard uit naar de advocaten. De advocaten proberen hun cliënten (de verdachten) niet zo goed als mogelijk door het proces te geleiden, de advocaten proberen het proces te torpederen. Dat zeiden ze nors.

De advocaten zeiden op hun beurt dat ze zich van geen kwaad bewust zijn. Wij maken, zeiden ze, slechts gebruik van de mogelijkheden die de wet biedt.

Zo kon het gebeuren dat Henk Kuipers door de rechtbank werd bevorderd tot getuige in de zaken van de medeverdachten. De raadsman van Theo had nog wel een paar vragen aan Kuipers te stellen. Het was half vier ’s middags.

De rechters vroegen: ,,Hoeveel vragen heeft u dan?’’
Zo’n duizend.
Rechters: ,,Echt?’’
Raadsman: ,,Ja.’’
De norse officieren van justitie: ,,Zie je wel, ze willen de boel torpederen.’’

Duizend vragen. De rechters hadden het uitgerekend. Stel je doet een minuut over één vraag, dan ben je zonder pauzes al zestien uren bezig. Daar hadden ze geen zin in.

Gedoe dus in de rechtszaal. Het leidde uiteindelijk tot een wraking van de rechters. Als de rechters niet bereid zijn te horen wat hoofdverdachte Henk Kuipers als getuige te zeggen heeft, redeneert de advocaat, dan zijn de rechters niet geïnteresseerd in de waarheid. Dan zijn ze vooringenomen.

Het was de tweede keer dat de drie rechters in dit proces werden gewraakt. Misschien is zoiets ook nog nooit eerder voorgevallen.

Afgelopen donderdag kwam de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland in zitting bijeen, de gewraakte rechters zaten opnieuw op de stoelen waar doorgaans de verdachten zitten. De raadsman: ,,Ik wil helemaal niet wraken, maar in dit geval kan ik niet anders.’’

De rechters: ,,Wij zijn onschuldig.’’

De wrakingskamer doet aanstaande donderdag uitspraak.
Krijgt de raadsman zijn zin, dan explodeert het langstdurende en misschien wel duurste strafproces ooit in Groningen. Blijft de explosie uit, dan moddert dit bijzondere strafproces door.

En dan kan het nog maanden duren voordat de gordijntjes worden gesloten.

rob zijlstra

 

update – 4 juni 2020

4 juni 2020 / dvhn

 

de beslissing van de wrakingskamer:

4 juni 2020 / rechtspraak.nl

De afraffelzaak – hoe het ging

Er is enige ophef dan wel wat reuring ontstaan over een strafzaak in de rechtbank van Groningen.   De zaak moest onder tijdsdruk worden afgeraffeld.  Dat schreef ik. Eerst de feiten. Daarna een mening.

Plaats van handeling: zittingszaal 11 van de rechtbank in Groningen.
Zittingszaal 11  is uitgerust met camera’s en grote beeldschermen om telehoren mogelijk te maken.

De meervoudige strafkamer buigt zich over de strafzaak van de 46-jarige B.D. uit Groningen. De man – in mijn verhaal heet hij Rahul (‘de betrouwbare’)  – wordt verdacht van afpersing. Hij  zit in voorlopige hechtenis en verblijft in De Marwei, de penitentiaire inrichting in Leeuwarden.

D. is in de rechtszaal aanwezig via een beeldverbinding.  De verbinding is redelijk tot goed. Hij is verstaan- en zichtbaar.  Advocaat Peter Schutte is in persoon aanwezig. In de zaal zitten ook het 16-jarige slachtoffer (de aangever) en zijn ouders. Er zijn twee rechtbankverslaggevers: schrijver dezes  en Marjan Buring van het Algemeen Drents Persbureau dat werkt voor onder meer het ANP en RTVNoord.

De zaak begint iets na elf uur. De verdachte voelt zich bij aanvang niet senang  en maakt daar een opmerking over.

tweet 11.11 uur / rob zijlstra

De rechters gaan na de formaliteiten in gesprek met de verdachte die de klappen van de zweep kent. Hij is een ‘bekende van de politie’ en vaker veroordeeld.  De behandeling van de feiten en het bespreken van de persoonlijke omstandigheden nemen ruim een uur in beslag. D. ontkent zich aan afpersing schuldig te hebben gemaakt.

tweet 12.09 / rob zijlstra

Vervolgens is er aandacht voor het slachtoffer. Zijn ouders vertellen over de grote impact die de gebeurtenissen hebben op hun zoon.  Bang. Nachtmerries. Ze eisen een bescheiden schadevergoeding:  185 euro.

Daarna krijgt de officier van justitie het woord,  voor het requisitoir. Zij zegt dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is, dat de verklaringen  van de verdachte ongeloofwaardig zijn. ,,Niet het slachtoffer verdraait de boel, het is de verdachte die dat doet.”  De eis:  vijftien maanden gevangenisstraf.

De beeldverbinding is na ruim een uur nog steeds goed. De rechtbank heeft iets meer tijd bedongen dan de gebruikelijk toebedeelde  45 minuten.

Na het requisitoir krijgt advocaat Peter Schutte het woord,  voor het pleidooi. Na een minuut of vijf wordt hij onderbroken door de voorzitter van de strafkamer. Zij heeft op haar beeldscherm de melding gekregen dat de verbinding over een minuut wordt verbroken. Ze vraagt de raadsman of hij zijn relaas wil afronden.

tweet 12.14 uur / rob zijlstra

Die mededeling zorgt voor enige onrust,  iets wat de verdachte niet ontgaat. Hij kan de rechters op zijn beeldscherm niet alleen horen, maar ook zien. Hij maakt er een opmerking over. D. zegt het gevoel te hebben dat zijn verdediging niet gaat zoals het hoort te gaan. Ook laat hij weten dat hij wel wil horen wat er verder in zijn zaak wordt gezegd. ,,Dat is belangrijk voor mij.”

De voorzitter reageert. Instemmend. Ze zegt dat ze dat begrijpt.

De aangekondigde laatste minuut duurt iets langer.  Maar dan, terwijl de advocaat zijn pleidooi probeert af te ronden, is op de beeldschermen te zien dat de verdachte in gesprek is met iemand, dat hij gaat staan en vervolgens de ruimte verlaat. Het verbinding wordt beëindigd, het logo van  rechtspraak.nl verschijnt.

Ik verstuur om 12.20 uur de onderstaande tweet:

tweet 12.20 uur / rob zijlstra

De voorzitter stelt voor om even te schorsen en oppert dat er mogelijk een telefonische verbinding kan worden gelegd met De Marwei. Maar nadat ze dat heeft gezegd , rommelt de zitting nog even door.

De advocaat zegt nog iets, de officier van justitie maakt een opmerking. De voorzitter vraagt aan het slachtoffer en zijn ouders of zij nog iets willen zeggen. Dat willen ze en dat doen ze. Kort.

Daarna krijgt de officier van justitie het woord, voor de tweede termijn. Zij zegt dat ze wel wil reageren en nog iets wil zeggen.  Maar ze merkt ook op dat ze de verdachte duidelijk heeft horen zeggen dat hij wil meekrijgen als er nog iets naar voren wordt gebracht.  En nu de verdachte er niet meer is, lijkt het mij beter – zegt de officier van justitie – het hierbij te laten.

De voorzitter geeft vervolgens het woord aan de advocaat. Die zegt dat hij niets heeft toe te voegen  waarop de voorzitter de zaak sluit. Over twee weken uitspraak.

Ik denk: dit kan niet.

tweet 12.26 uur / rob zijlstra

Waarom schorst de voorzitter niet zoals ze hardop had aangekondigd?
Hoe kan het  dat de zitting is beëindigd?

Ik sta op en en kijk nog even vragend naar de rechters.  Ik wil iets zeggen, maar doe dat niet. Ik ben een toeschouwer.  Een verslaggever doet verslag en  bemoeit zich nergens mee.

Op de gang buiten de rechtszaal zie ik een verbouwereerde advocaat Schutte. Hij is aan het bellen met zijn kantoor. Zegt, vraagt: ,,Zijn wij nou geschorst of is het afgelopen?”

Ik zeg: ,,De zitting is beëindigd.”
De advocaat: ,,Maar dat kan toch niet?”
Ik: ,,Er was niet eens een laatste woord.”
De advocaat: ,,Ik denk dat ik een klacht moet indienen, wat moet ik anders?”

Het was de allereerste meervoudige strafzaak van deze raadsman.

Ik ben niet de enige die vaststelt dat het laatste woord niet is gegeven. Collega Marjan Buring stuurt rond hetzelfde tijdstip deze tweet de wereld in:

tweet / marjan buring

 

Op twitter komen veel reacties binnen, met name van  verontwaardigde advocaten.

Ik duik de perskamer in en tik een eerste nieuwsbericht voor de website van Dagblad van het Noorden. De teneur van het bericht is dat de strafzaak na de opmerking van de voorzitter dat de verbinding zou worden verbroken, werd afgeraffeld en dat  de verdachte niet het laatste woord kreeg.

eerste bericht online / dvhn / 13.14 uur

Nadat het bericht is gepubliceerd, plaats ik om 13.22 uur nog een tweet op twitter met  een link naar het dan net gepubliceerde bericht.


tweet 13.22 uur / rob zijlstra

In de loop van de middag bel ik met de afdeling communicatie van de rechtbank Noord-Nederland, een afdeling waar de mensen die er werken doen wat ze kunnen. Het antwoord laat even op zich wachten. Aan het begin van de avond komt er een officiële reactie:  de rechtbank betreurt het voorval en stelt een onderzoek in  naar de toedracht.

De volgende dag – 15 mei – moet de afdeling communicatie laten weten dat er geen commentaar wordt gegeven zolang de zaak onder de rechter is. ,,Zolang er geen beslissing is genomen, kunnen we niks zeggen.”

De zaak krijgt hier en daar landelijke aandacht. Advocaten hekelen de regel dat beeldverbindingen tussen de rechtszaal en de penitentiaire inrichtingen (pi’s)  in duur zijn beperkt. In deze zaak was extra tijd bedongen, maar ook dat bleek onvoldoende om te voorkomen dat de verdachte halverwege het proces werd teruggebracht naar zijn cel.

Zes dagen later blijkt dat de rechtbank de zaak gaat heropenen om de verdachte alsnog de mogelijkheid te geven gebruik te maken van zijn laatste woord. De rechtbank maakt deze openbare zitting niet wereldkundig.

Ik ben wel aanwezig.

20 mei / 17.11 uur

Het  gehavende proces krijgt met de heropening toch nog een eerlijk verloop. Verdachte D. wordt met een ‘boevenbus’ van Leeuwarden naar Groningen gereden en mag alsnog zijn laatste woord uitspreken.

Het loopt anders af. D. zegt dat hij zich overvallen voelt en wil aanhouding (uitstel) om zich goed te kunnen voorbereiden.  De rechters voelen daar niet veel voor. De voorzitter merkt op: ‘We moeten het niet ingewikkelder maken dan het is.” Maar D. en zijn advocaat volharden.

20 mei / 17.45 uur

De zaak wordt aangehouden. Het kan maanden duren alvorens de zaak voor alleen het laatste woord weer op zitting komt. Bij mijn weten is het nooit eerder voorgekomen dat een strafzaak wordt aangehouden om de verdachte in de gelegenheid te stellen zich voor te bereiden op het laatste woord.

Het zijn rare tijden.

En dan komt er plots een persbericht van de Rechtbank Noord-Nederland, dat wordt gepubliceerd op Rechtspraak.nl .  Ik lees het met enige verbazing.

Heropening onderzoek laatste woord, waarover geen misverstand mag bestaan

20 mei / rechtspraak.nl (klik voor bron)

 

Ik lees het bericht vlak voor het slapen gaan. En ik snap het niet. Ik slinger nog een tweet de wereld in.

Probeert de rechtbank hier iets recht te maken wat krom is?

Want hoezo pas na de zitting enige ophef in de media?
En hoezo  ‘nadat de raadsman en de verdachte als laatste het woord hadden gevoerd…?

Alsof het in de media fout is gegaan en niet in de rechtszaal.

De rechtbank schetst een beeld dat het laatste woord wel is gegeven, maar dat hierover na afloop wat reuring is ontstaan. De rechtbank suggereert dat het proces correct is verlopen.  

Het persbericht laat overigens onvermeld dat de zaak is aangehouden.

Ik geloof stellig dat de rechters, de betrokken rechters, deze zaak op een eerlijke wijze willen afdoen. Rechters in strafzaken zijn wel de laatsten die belang hebben bij beperkingen van een  proces.

Waarom rechters die beperkingen accepteren begrijp ik niet. Juist in tijden van crisis – corona – dienen rechters de rug te rechten en dienen zij met de borst vooruit pal te staan voor de verworvenheden van de rechtstaat.  Dan accepteer je geen beeldverbinding van 45 minuten (of ietsje langer) om een strafproces af te handelen.

En als het dan onder tijdsdruk fout gaat en er ongelukken gebeuren, stuur je als rechtbank geen persbericht de wereld in met onwaarheden.

De voorzitter had gewoon even moeten schorsen.

rob zijlstra

 

Het rechtbankverslag van de zitting (over de verdachte en de zaak zelf):
een magistratelijke zucht  

Een magistratelijke zucht

Waar Rahul komt, ontstaat gedonder en gesodemieter. Hij zal er zelf vast anders over denken, maar het navragen kan ik niet. Rahul zit weer eens in de penarie, opgesloten in De Marwei in Leeuwarden.

Hij is zoals dat soms in de krant staat een ‘bekende van de politie’. In de zuidelijke stadswijken van Groningen is hij eveneens een bekende. Tegen de rechters: ,,Ik ben daar nogal uuh… populair.’’

Rahul wil als hij eenmaal weer vrij is twee dingen. Een boek schrijven en hulpverlener worden. Ook dat meldt hij (via een beeldverbinding) in de rechtszaal. Rahul denkt dat hij uitermate geschikt is jongerenwerker te worden gezien zijn ervaringen als deskundige. Want hij is nu 46 en is dus jarenlang jong geweest.

Je hoort het vaker dat mannen die gewend zijn slechte dingen te doen tegelijkertijd de behoefte hebben iets moois te laten zien. De mens is nooit alleen maar slecht. Ook Rahul niet.

In 2004 werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar wegens het plegen van twaalf gewapende overvallen op winkels en tankstations. Hij deed dat in de stadsdelen waar hij nu populair zegt te zijn.

Op zijn veertigste had hij de helft van zijn karige leven doorgebracht in gevangenissen. Je kunt het eigenaardig noemen dat Rahul tijdens al die opgesloten jaren onder staatstoezicht zo verslaafd bleef als een kwispelende hond in een slagerij. Maar dat is niet curieus: zo moeilijk het is uit een gevangenis te ontsnappen, zo eenvoudig is het om er drugs naar binnen te brengen.

Dus toen Rahul na jaren eindelijk naar huis mocht, was hij nog altijd kwispelend verslaafd. Goed voor zijn ervaringen, maar niet goed voor bijvoorbeeld Albert Heijn en haar medewerkers. Want nog maar net vrij snoof hij de neus vol, denderde hij een filiaal (zuid) van de supermarkt binnen en dreigde met kabaal de caissière dood te schieten. Het leverde hem in eerste instantie 285 euro op, in tweede instantie 42 maanden celstraf.

In de rechtszaal (2012) werd zijn drugsgebruik besproken.

Rahul: ,,Ik ben niet verslaafd. Ik gebruik alleen wanneer ik verdrietig ben.’’
Officier van justitie: ,,Hoeveel gebruikt u dan?’’
Rahul: ,,Tien gram cocaïne. Per dag.’’
Officier van justitie: ,,Dat kost u dan zeker 500 euro. Per dag. Hoe komt u aan dat geld?’’
Rahul: ,,Ik ken mensen in de stad die kapitaalkrachtig zijn.’’

Ook in de gevangenis gesodemieter.

Op de luchtplaats ontmoette hij op een dag Reinier S. die tot twaalf jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens doodslag op zijn partner Gonda (Hoogezand). De zaak wacht dan op behandeling in hoger beroep. Tijdens het luchten verzonnen ze een vals plan.

Rahul zou bij de politie opbiechten dat hij betrokken was bij de dood van Gonda. Hij zou vertellen dat hij samen met ene Bernard – ook een bekende van de politie – had ingebroken in de woning van Gonda. Dat wil zeggen: Bernard was naar binnen gegaan, hij Rahul stond op de uitkijk.

Hij zou vertellen dat Bernard werd betrapt, in paniek was geraakt en dat-ie Gonda toen heeft geslagen en gesneden met een mes, zo vreselijk dat ze overleed.

Rahul zou een korte straf krijgen, hield Reinier hem voor. Hij stond immers slechts vals op de uitkijk en had geen aandeel in het geweld en de dood van Gonda. Ook Bernard zou geen last dragen, want Bernard was onlangs verongelukt. Dood. Om het verhaal geloofwaardig te laten zijn verstrekte Reinier zogeheten daderinformatie aan Rahul, informatie die alleen bij de dader (en de politie) bekend is.

Rahul zou als dank 800.000 euro krijgen. Reinier zou immers over veel geld beschikken omdat hij met dit valse verhaal zijn vrijheid terug zou krijgen na lange tijd onschuldig te hebben vastgezeten. Rahul had wel oren naar een leugentje om bestwil.

Het liep belabberd af. Dat Bernard was overleden klopte. Maar dat was hij al toen Gonda om het leven werd gebracht. Reinier had zich vergist in tijd. In hoger beroep kreeg hij vijftien jaar cel, vanwege de gemene leugens drie jaren meer dan de rechtbank hem had toebedeeld.

Vorige week stond Rahul voor de zoveelste keer terecht en weer ging dat gepaard met wanorde. Hij zou cafetaria Tasty Joe in Groningen (zuid) hebben overvallen dan wel de 16-jarige medewerker hebben afgeperst. Hij ging naar binnen om een drugsgerelateerd biljet van honderd euro te wisselen. Daarbij zou hij dreigende woorden hebben gesproken, een mes ter hoogte van de heup hebben getoond en de medewerker bij de keel hebben vastgepakt. De jongen gaf – doodsbenauwd – 25 euro af.

Er is een getuige en er zijn camerabeelden die het relaas van het slachtoffer onderschrijven. Nadat Rahul op de vlucht was geslagen, belde de jonge medewerker overstuur zijn baas en zei dat hij was overvallen.

Rahul lacht ongemakkelijk. Jawel. Hij draagt altijd een mes. Vanwege zijn populariteit en bepaalde dingen uit het verleden. Zegt: ,,Maar dit was geen overval. Ik vluchtte niet, ik liep gewoon weg. Ik ken die jongen, we hebben vaak lange gesprekken gevoerd. Dat geld heeft hij mij geleend. Ik zou het later teruggeven.’’

De officier van justitie is zonder twijfel. Afpersing. Ze eist een gevangenisstraf van vijftien maanden. ,,Een jongen van 16 verzint zoiets niet.’’
De advocaat verzoekt de rechtbank Rahul vrij te spreken. ,,Want waar is het bewijs?’’

Het was deze zaak die in de voorbije week landelijke aandacht kreeg. Tijdens het pleidooi van de advocaat stopte plots de beeldverbinding met het Huis van Bewaring en kreeg Rahul het einde van de zitting niet mee. Zijn laatste woord sneuvelde. Dat is in een strafzaak, ook in bijzondere tijden, een doodzonde is.

Waar Rahul komt, ontstaat ontwrichting.

Afgelopen woensdag, zes dagen na die abrupt beëindigde zitting, werd hij vanuit de bajes te Leeuwarden naar de rechtbank in Groningen gereden om in de late namiddag alsnog zijn recht op het laatste woord te kunnen uitoefenen.

Het gehavende proces zou nu eerlijk worden afgerond. Maar dan. Rahul ligt dwars, hij wil niet. Weer gedonder en gedoe. Hij mompelt iets over een bananenrepubliek en zegt dat hij zich overvallen voelt. Hij wil uitstel.

Nooit eerder – bij mijn weten – is een strafzaak aangehouden om de verdachte in de gelegenheid te stellen zich voor te bereiden op het uitspreken van het laatste woord.

De rechters proberen Rahul en zijn advocaat even op andere gedachten te brengen, maar het is tevergeefs. De rechters stemmen daarop in met uitstel (met maanden). Ze doen dat met een diepe magistratelijke zucht.

Ze zuchten: ‘Zorgvuldigheid boven alles.’’

rob zijlstra

 

Een reconstructie van de gang van zaken tijdens het proces is te lezen op: de afraffelzaak  – hoe het ging

 

De Bengalese prins

Nu is het niet zo dat de verdachten van zittingszaal 14 altijd mannen zijn van Nederlandse origine. Dat is niet waar. Soms zitten er gasten tussen van ver, zoals Ernesto (29) die helemaal vanuit Colombia was gekomen.

Hij was in januari samen met zijn vriendin in Groningen neergestreken voor een vakantie. Niets raars aan, wij gaan immers ook naar daar. Tenminste, dat deden we toen het kon.

Dat Ernesto een Baretta en een Smith & Wesson – dat zijn wapens – bij zich droeg, is singulier. Als toerist in Groningen heb je zulks toch niet nodig. Ook zullen niet alle toeristen die Groningen bezoeken 27.000 euro in de kontzak hebben. Ernesto wel.

Hij zal zich op een dag voor de rechters moeten verantwoorden en dan tekst en uitleg moeten geven. Tot die tijd verblijft hij als toerist en tot zijn ongenoegen in de gevangenis. Tegen de rechters zegt hij dat hij is opgepakt door politieagenten die hopen op promotie. Hijzelf hoopt dat de rechters eerlijker zijn. Of zijn vriendin ook is opgepakt weet ik niet. Voor dit verhaal is dat niet erg, want dit verhaal gaat niet over Ernesto en zijn vriendin.

Dit verhaal gaat over de 25-jarige Shan en zijn vriendin Amadea. Ook zij komen van ver.

Shan komt uit Bangladesh. Dat wil zeggen, daar is hij geboren, net als zijn moeder. Zijn vader is een Zwitser uit Kirchberg. Shan had mogen kiezen en koos toen voor de Zwitserse nationaliteit. In het land zelf is hij nooit geweest.

Shan, een groot bewonderaar van Elton John, wordt tijdens de rechtszaak een raadsel. Misschien is hij wel een Bengalese prins in plaats van de arme sloeber die hij zegt te zijn.

In 2016 streek Shan neer in Groningen, niet als toerist, maar als internationaal student. Digital engineering. Daar begon hij mee. Ieder jaar zou hij, met een Zwitserse studiebeurs en geld van een tante, van studie veranderen. In het tweede jaar werd het scheikunde. Kennelijk kan dat.

Op een dag ontmoette hij Amadea. Hij was op slag verliefd. Amadea is twee jaar jonger, komt uit Italië en ze studeerde in Groningen medicijnen en filosofie. Wat mooi begon, eindigde in dikke ellende.

Het mooie duurde zo’n twee jaar. In het voorjaar van 2019 maakt Amadea de verkering uit. Shan is op slag de kluts kwijt en dreigt zichzelf van het leven te beroven. Als dat niet helpt, begint de dikke ellende.

Shan wordt beschuldigd van het maken van inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer. Stalking. Dat is een strafbaar feit dat niet zo heel vaak de rechtszaal haalt, maar wel veel voorkomt.

De stalkers die ik in de rechtszaal voorbij zag komen hebben één ding gemeen: dwangmatig handelen. Nooit vergeet ik de vermogende boer uit Noord-Groningen die jarenlang het leven van zijn buurvrouw tot een hel maakte. Tussen de bedrijven door stuurde hij ook nog eens honderd handgeschreven brieven naar de rechtbankverslaggever om zijn onnavolgbare gelijk te halen. De boer belandde berooid in een tbs-kliniek.

Bizar was de stalker die bijna blind was en smoorverliefd werd op een presentatrice van de televisie. Vanwege zijn visuele handicap had hij zijn toen 19-jarige dochter ingezet om ontelbare brieven en berichten te verzenden. Nadat de politie hen dwingend had opgedragen te stoppen met die brieven en berichten (want anders..) gingen ze bellen, heel de dag maar door.

Shan dreigde met het publiceren van naaktfoto’s van Amadea. Toen de dreigementen niets opleverden, begon hij de foto’s te verspreiden onder haar huisgenoten, vrienden en vriendinnen, aan haar vader in Italië. Die kreeg te horen dat zijn studerende dochter in Groningen geen arts zou worden, maar hoer.

Shan tegen de rechters (via een tolk Engels) en het hoofd gebogen: ,,Ik heb dat gedaan.’’
Rechters: ,,Waarom?’’
Shan: ,,Ik was boos.’’

Hij belde ook, voortdurend. En stuurde nare e-mails. De rechters willen weten wat hij hoopte te bereiken.

Shan vertelt dat hij in die periode in grote nood verkeerde. ,,Ik zat in de problemen, in een financiële crisis, ik had geen plek om te slapen, later woonde ik in een drugspand, ik kon alleen slapen als ik dronken was, ik voelde me gekwetst, het was een soort wraak.’’ Even is hij stil, dan zegt hij: ,,Ik haat mezelf. Ik heb meer dan anderen dat kunnen een hekel aan mezelf.’’

De rechters plaatsen vraagtekens bij zijn relaas. Hoezo financiële crisis? Aan een kennis, een getuige in het dossier, had hij zijn bankrekening getoond. Daar stond meer dan 100.000 euro op.

Toen hij werd aangehouden huurde hij een kamer in het jongerenhotel Simplon. Wekenlang had hij daar verbleven zonder zijn kamer te verlaten. Eten liet hij bezorgen, evenals dagelijks flessen whisky en cocaïne. Bij zijn aanhouding was zijn kamer veranderd in een enorm stinkzooi, de lege flessen gevuld met urine.

Rechters: ,,Hoe dan?’’
Shan: ,,Ik ben niet de meest georganiseerde persoon.’’
Rechters: ,,En dat geld?’’
Shan: ,,Ik had wat geïnvesteerd in Roemenië.’’

In wat blijft onbenoemd.

Wat in stalkingzaken altijd weer naar voren komt, is de enorme impact die dit misdrijf heeft op het leven van het slachtoffer. Amadea laat een door haar geschreven verklaring in de rechtszaal voorlezen. Over dat ze een sterke vrouw was, dat ze nooit had gedacht dat dit haar zou kunnen overkomen. Over de aanslag op het vertrouwen in mensen, over de vernedering, de frustratie en de schaamte, de machteloosheid, de pijn. Over haar gedachten een einde aan haar leven te maken.

Ze besluit haar verklaring met de opmerking dat ze niets van Shan wil hebben, geen schadevergoeding, niks. ‘Ik hoop dat hij hulp krijgt en zijn geluk vindt.’

Shan reageert met zachte stem. ,,Ik vind het moeilijk te accepteren dat ik nare dingen heb gedaan.’

De officier van justitie zegt dat de verdachte Amadea heeft ontdaan van haar waardigheid en dat dat een van de ergste dingen is die je een mens kunt aandoen. Ze eist achttien maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk. De voorwaarden die aan die tien maanden worden gekoppeld: na detentie een behandeling in een kliniek, een verbod op drugs en alcohol en een contactverbod met Amadea.

Shan, de arme sloeber dan wel de Bengalese prins, trekt aan het einde van de strafzaak zijn conclusie. Tegen de rechters zegt hij: ,,Ik wist niet dat ik zo slecht kon zijn.’’ En ter geruststelling: ,,Dit circus komt nooit weer naar uw stad.’’

rob zijlstra

De angst regeert

Ik zou zo graag zo mooi over de strafrechtspraak willen verhalen. Over het mooie idee dat verdachten pas daders zijn als er onafhankelijke rechters zijn die dat in het openbaar en zonder twijfel uitspreken. Over het uitgangspunt dat je alleen schuldig kunt zijn aan iets wat eerder strafbaar is gesteld. Het strafrecht loopt hierdoor altijd achter de feiten aan, wat een groot goed is.

Je moet er niet aan denken dat het andersom zou wezen.

Ik zou zo graag willen uitweiden over het grote belang van onze democratische rechtsorde. Of over de rechter zelf die allang niet meer de ongenaakbare autoriteit is of op D66 stemt, maar iemand is die bij u om de hoek woont, in het weekeinde het gras maait en door de week altijd op zoek is naar redelijkheid, naar niet te veel, naar niet te weinig.

Ik zou mooie stukjes willen schrijven over de symboliek die achter de toga schuilgaat, of over het eenvoudige gegeven dat ik in de rechtszaal (terwijl ik zit) steeds maar ga staan als er een rechter de zaal betreedt en daarna opnieuw als zij de zaal verlaat.

Ik had anders ook wel over Cato willen schrijven, over het feit dat hij in 2009 in zittingszaal 14 zat en dat de hulpverlening toen zei dat er nu echt iets moet gebeuren om het leven van de grote Cato op orde te krijgen. Dat wilde hij zelf ook, want Cato was klaar met de criminaliteit.

Deze week zat hij er weer, verdachte van de diefstal van 24 busjes deodorant bij Kruidvat. De hulpverlening sprak dat er nu echt iets moet gebeuren en weer wilde Cato dat ook. Hij zei: ,,Ik ben al 46 jaar en ik begin een beetje moe te worden.’’

Hij had de deo’s gestolen om die te ruilen voor zware shag.

De zaak van Cato was de afgelopen week zo ongeveer de enige rechtszaak die zonder problemen verliep, niet in de laatste plaats omdat de verdachte in de rechtszaal aanwezig was. Technisch vernuft was niet nodig.

Er valt zoveel moois te schrijven, maar de praktijk van nu gooit voortdurend roet in het eten. De praktijk van nu wordt geregeerd door angst, de angst om besmet te raken.

Het is maandagochtend, iedereen is nog fris en fruitig, vol goede moed. Maar drie minuten na aanvang van de eerste strafzaak van de week is er direct al roet. De stem van de advocaat is in de rechtszaal aanwezig via een telefoonverbinding omdat de rechtbank dat graag wil. Blijf thuis als het ook telefonisch kan, luidt de boodschap aan de verdedigers.

Advocaten in heel het land mopperen. We mogen wel naar de Gamma, maar niet naar de rechtszaal, klinkt het geklaag.

Nu is een verbinding tussen twee telefoontoestellen al decennia geen hogere wiskunde meer, maar zodra deze techniek in de rechtszaal moet worden toegepast, wordt het abracadabra.

Rechter tegen advocaat: ,,Hallo. Hallo?’’
Advocaat: ,,Hallo?’’
Rechter: ,,Kunt u mij goed verstaan?’’
Advocaat: ,,Wat zegt u? U bent niet te verstaan.’’

Het zet de toon voor de rest van de week.

Donderdagochtend was gereserveerd voor drie verdachten uit Aleppo, Tilburg en Bagdad. Gedrieën zouden ze in januari 2019 volgens de officier van justitie op laffe en gewelddadige wijze in Groningen een vrouw hebben beroofd. Sinds december zit het trio vast.

Het was niet zomaar een vrouw die ze – indien schuldig – te grazen namen. De vrouw is eigenaar van een winkel met dure spullen. De daders volgden haar en vlak bij haar huis roofden ze haar tas in de veronderstelling dat in die tas de sleutels zouden zitten van de dure winkel. Op hun vlucht ontdekten ze dat de tas was gevuld met babykleding. Zonder sleutels. Het maakt de misdaad niet minder erg.

Bagdad is als eerste aan de beurt. Het is de bedoeling, want zo was het georganiseerd, dat hij via een beeldverbinding vanuit de penitentiaire inrichting Esserheem in de rechtszaal groot en verstaanbaar in beeld zou verschijnen, maar alles wat er gebeurt, niet dat.

Na twintig minuten belt de griffier met Esserheem. Ze vraagt hoe het zit met de verdachte uit Bagdad, dat er een afspraak voor telehoren is gemaakt. Ik zie de griffier luisteren en hoor haar dan ietwat geërgerd zeggen: ,,Kunt u mij dan doorverbinden met iemand die er wel over gaat?’’

Nee.

Ook met Tilburg gaat het mis. Eerst qua beeld, dan qua telefoon. De inrichting, in dit geval PI Lelystad, weigert mee te werken. Met de vleugel waar de verdachte zit opgesloten is geen verbinding te maken. Als een van de rechters oppert dat iemand met een mobiele telefoon in de hand naar de verdachte toe zou kunnen lopen, is de reactie bot: mag niet.

En zo mislukt ook de tweede zaak, het is inmiddels half elf. De rechters staren voor zich uit, de blikken op bedenkelijk. Misschien denken ze in gemoede aan het boekje van Tjeenk Willink die tekenen van verwaarlozing bespeurt binnen de rechtspraak en rechters oproept ongemakkelijke feiten onder ogen te zien en grenzen te trekken.

Bij de derde verdachte, Aleppo, zijn er geen technische hoogstanden nodig en dat laat zich verklaren: Aleppo is er in levende lijve. Als de behandeling van zijn zaak net is begonnen, haast een niet aangekondigde tolk zich de rechtszaal binnen en gaat, op zestig centimeter afstand, naast de verdachten zitten om haar werk te kunnen doen. Geen van de rechters – die van elkaar zijn gescheiden door wanden van plexiglas – trekt een grens. Ze zijn veel te blij dat het recht door kan gaan.

Het is niet alleen de techniek die voor het roet zorgt. ’s Middags zijn er herkansingen en dan lukt het ineens wel met de verbindingen. Er dient zich wel een andere lelijkheid aan: de verbindingen tussen de huizen van bewaring en de rechtszalen mogen per keer niet langer duren dan 45 minuten. Geen idee wie dat heeft bedacht en waarom. Gevolg is wel dat de rechter met de blik op de klok de officier van justitie en de advocaten moet aansporen voort te maken, kort van stof te zijn en al helemaal niet in herhaling te vervallen. Het moet een beetje worden afgeraffeld.

Maar zo is de strafrechtspraak niet bedoeld.

De komende week wordt het aantal te behandelen strafzaken flink opgevoerd. Na weken van voorbereidingen zijn de rechtbanken er helemaal klaar voor, klinkt het uit de hoek van de immer optimistische Raad voor de Rechtspraak.

Nou, eerst zien.

rob zijlstra

Niet het laatste verhaal

Het gaat op deze plek over mannen en soms een vrouw die in zittingszaal 14 terecht hebben gestaan. Zelden gaat het over hen die nog moeten en komen gaan.

De verdachten die dit jaar nog komen, hebben – mits schuldig – hun misdaad al gepleegd. Zij die dit jaar nog een criminele activiteit uitvreten, moeten er ernstig rekening mee houden dat zij pas ergens volgend jaar aan de beurt zijn. Sneller gaat het niet.

Met de coronacrisis heeft dit niets te maken. In februari had ik dit kunnen opschrijven en dan was het ook zo.

In Groningen zijn zeker tweehonderd strafzaken in zaal 14 uitgeroepen die vervolgens zijn aangehouden (uitgesteld).
In de rechtbanken van Assen en Leeuwarden is dat niet veel anders. Er liggen voor de onderbezette rechtbank Noord-Nederland (afdeling straf) honderden zaken op planken te wachten.

Bij het Openbaar Ministerie zijn ze te vriendelijk om publiekelijk lelijke woorden over de rechtbank uit te storten, maar ze balen daar natuurlijk als stekkers. En maar werken, werken en overwerken, eindeloos vergaderen, voorlichten, iedereen altijd maar druk, druk, druk, maar hun dikke strafdossiers kunnen ze niet kwijt: geen zittingscapaciteit heet het.

Het gaat niet om de cijfers. In een strafdossier zit een verdachte en vaak een of meer slachtoffers. Veel verdachten zitten niet in het gevang, maar zijn gewoon thuis in afwachting van de dagvaarding waarvan ze weten dat die komt. Maar nooit wanneer. Moet je na anderhalf jaar vrijheid in onzekerheid alsnog voor een jaar naar de gevangenis.

Voor slachtoffers is het ook beroerd. Zij wachten niet alleen op rechtvaardigheid, maar willen ook een punt kunnen zetten achter een nare tijd. Dat kan alleen – dat hoor ik zo vaak – nadat die rotzak zijn verdiende loon heeft gekregen.

Onopgeloste zaken

Er bestaan ook misdaden die al zijn gepleegd maar die zonder verdachten blijven. Dat zijn de onopgeloste zaken, de misdaden die de rechtszaal nooit zullen halen.

En er is één buitencategorie: Robert Dawes. De misdaad is gepleegd, er is een slachtoffer, er zijn nabestaanden, de man zit vast, maar hij wil maar geen echte verdachte worden.

Ik schreef vaker over deze Engelsman. Hij zou als opdrachtgever betrokken zijn bij een liquidatie in Groningen. De prangende vraag is niet alleen of deze verdenking op overtuigende wijze kan worden bewezen. De vraag is ook of rechters de kans krijgen om er een oordeel over te vellen.

In november 2002 werd de 52-jarige onderwijzer Gerard Meesters in de hal van zijn woning in Groningen in koelen bloede doodgeschoten. Reden: zijn zuster had in Spanje duizend kilo hasjiesj gestolen van de criminele organisatie waarvoor ze werkte. De baas van die organisatie: Robert Dawes.

Schutter Daniel S. is door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot de levenslange gevangenisstraf. Het was een moord in opdracht, concludeerden de rechters. De naam van Dawes werd genoemd. Daniel S. gaf toe dat hij werkte voor Dawes en dat het weigeren van opdrachten niet tot de mogelijkheden behoorde.

De schutter zou Dawes als opdrachtgever kunnen aanwijzen, maar dat doet hij niet. Daniel S. ontkent eenvoudigweg de schutter te zijn. Tijdens het strafproces vroeg hij begrip voor zijn ontkenning. Bekennen zou vergaande consequenties kunnen hebben. Voor bijvoorbeeld familieleden. Het was een niet ongebruikelijke werkwijze van de organisatie: wie de regels overtrad moest rekening houden met wraak op onschuldige familieleden.

Dat het zo werkte, was in Groningen akelig duidelijk geworden.

Uiteindelijk onderuit

In de jaren na de liquidatie groeide Robert Dawes uit tot een van de grootste drugscriminelen van Europa. Zijn werkterrein: de aarde. Uiteindelijk ging hij onderuit. In 2015 werd Dawes opgepakt in Spanje en uitgeleverd aan Frankrijk waar hij werd verdacht van het smokkelen van 1300 kilo cocaïne vanuit Venezuela. In december 2018 stond Dawes als hoofdverdachte terecht in wat door de Franse media werd omschreven als het grootste drugsproces uit de Franse geschiedenis.

Ik was bij een deel van het proces in Parijs aanwezig, samen met Koen Meesters, de zoon van. Het proces had plaats in Salle Voltaire, de zittingszaal 14 van Parijs. Salle Voltaire is gehuisvest in een majestueus gebouw dat onderdeel is van een groot, monumentaal complex met verheven rechtbanken in alle soorten en maten.

Is zittingszaal 14 opgetrokken uit grijs beton en zorgen tl-buizen voor het licht, Salle Voltaire is een eeuwenoude zaal met kroonluchters en middeleeuwse wandtapijten vol met ridders. Robert Dawes zat met medeverdachten – leden van de maffia uit Napels – en gewapende bewakers in een glazen ‘kooi’.

Door de rechtszaal banjerden de advocaten, aangevoerd door Éric Dupond-Moretti, een in Frankrijk gevreesd raadsman, recordhouder vrijspraken en getrouwd met een beroemde zangeres. Als marktkooplieden smeten ze hun Franse woorden luid door de zaal, ook als ze niet aan de beurt waren, onderwijl lurkend aan blikjes Coca-Cola.

Boter bij de vis

Op dag negen van het proces deed de rechtbank uitspraak, het is daar boter bij de vis. Dupond-Moretti ten spijt, Robert Dawes werd veroordeeld tot 22 jaar gevangenisstraf, een boete van 30 miljoen euro en zijn bezit werd verbeurd.

Een jaar eerder – in november 2017 – hadden de nabestaanden van Gerard Meesters aangifte gedaan tegen Robert Dawes. De schutter mag dan levenslang hebben gekregen, de opdrachtgever mag in hun ogen de dans niet ontspringen.

Tijdens het drugsproces in Parijs lag er een plan B. klaar. Zou Dawes worden vrijgesproken, dan zou hij niet op vrije voeten komen, maar worden gearresteerd in verband met de ‘Groninger kwestie’. De Groningers hadden dat met de Fransen afgesproken.

Door de veroordeling kon plan B van tafel. Ondertussen doet de politie al ruim twee jaar onderzoek – heronderzoek – naar de betrokkenheid van Dawes bij de moord op Meesters. Op grond van dit onderzoek moet het Openbaar Ministerie vandaag of morgen beslissen of Robert Dawes strafrechtelijk wordt vervolgd.

Als die vervolging er komt, dan is het aan de rechtbank om het recht te laten zegevieren. Dat kan ook vrijspraak zijn. Of dit dan in zittingszaal 14 zal geschieden is een vraag. De zwaarbeveiligde Bunker in Amsterdam, waar schutter Daniel S. in 2006 tot levenslang werd veroordeeld, maakt meer kans.

Magistrat

Even leek het erop dat plan B weer uit de kast moest worden gehaald. Over een week zou in Parijs het strafproces in hoger beroep tegen Robert Dawes dienen, met ongewisse afloop. Maar het plan kan voorlopig weer in de kast. De magistrat chargé de communication et relations presse van het cabinet de la procureure générale liet weten: proces uitgesteld vanwege de epidemie.

Dit is niet het laatste verhaal.

Rob Zijlstra

 

het dossier

De vooruitgang

Het is sneller, veiliger en goedkoper, verkondigde de Raad voor de Rechtspraak enthousiast. Dat stond in de krant. De rechters zagen ongekende mogelijkheden. Door heel het land zouden straks getuigen, slachtoffers, deskundigen en verdachten op afstand gehoord kunnen worden.

De geestdrift was niet uit de lucht komen vallen. De rechtbanken in Maastricht, Den Haag en Haarlem hadden proefgedraaid en het succes was zo groot dat alle rechtbanken in Nederland, alle detentiecentra en alle huizen van bewaring faciliteiten zouden krijgen voor telehoren.

Met videoverbindingen zouden de boevenbusjes met verdachten op weg naar de rechtbanken nooit meer in de file hoeven te staan, rechtszaken zouden, hoe efficiënt, voortaan altijd op tijd beginnen. Extra (dure) veiligheidsmaatregelen voor gevaarlijke criminelen konden voortaan achterwege blijven. En wat al niet meer.

Het stond in de krant van 18 maart 2008.

Dat was de tijd waarin het begrip sneller nog werd verward met beter. Het was ook de tijd dat managers de rechtspraak stevig in hun greep kregen, wat het enthousiasme voor goedkoper verklaart. En veiliger doet het altijd goed, want wie is daar nou tegen?

Het was ook de tijd waarin de vooruitgang definitief een digitale zou wezen. Van alles zou mogelijk worden. Onder het krantenbericht over het ‘Verhoor op afstand door de rechtbank’ stond een artikel waarin werd aangekondigd dat gewone mensen binnenkort via webcams 24 uur per dag het leven van vogels in hun nesten kunnen volgen. Vogelbescherming Nederland had kleine camera’s geplaatst in de nestkasten van steenuilen, torenvalken, gierzwaluwen, ijsvogels en de grote sterns. Vogelliefhebbers waren net zo enthousiast als de rechters.

In 2011 was de rechtbank van Groningen aan de beurt om de stap naar de toekomst te zetten. Zittingszaal 11, de grote zaal op de begane grond, werd gesloopt en herbouwd tot een telezittingszaal. Weken waren er mannen aan het werk.

Geen hoekje buiten beeld

Aan het plafond kwam een batterij speciale lampen te hangen om de deelnemers aan het strafproces nieuwe stijl goed uit te lichten, er kwamen camera’s, zo ingesteld dat geen hoekje meer buiten beeld bleef, veertien beeldschermen werden geïnstalleerd, aan de muren, aan het plafond en weggewerkt in het nieuwe meubilair. De vloer werd verhoogd om alle kabels te verbergen. En er werd, ook dat nog eens, slimme software geïnstalleerd.

Zittingszaal 11 werd een van de meest geavanceerde zalen van heel het noorden. Ik weet niet wat het heeft gekost, maar daar gaat het nu niet om.

Iets wat met verve begint kan erbarmelijk eindigen. De digitalisering van de rechtspraak – die veel verder ging dan hier een camera en daar een beeldscherm – is uitgelopen op een dwaling van heb ik jou daar. In 2018 werd de stekker uit de rechtspraak voor de toekomst getrokken. Er was meer dan 220 miljoen euro uitgegeven voor iets wat 7 miljoen had mogen kosten. En niks werkte.

Ook zittingszaal 11 bleef met alle hightech al die jaren een gewone rechtszaal op de begane grond. De zaal stond of leeg of er werden winkeldieven, vechtersbazen, hennepkwekers en mannen met drank op achter het stuur berecht. De beeldschermen lieten zelden iets zien, de camera’s registreerden niks.

Flinke commotie in de buurt

Toen werd het 21 april 2020, de dag waarop Bert terecht moest staan. Buiten stond een stevige oostenwind. Bert werd verdacht van vernieling, brandstichting, bedreigingen met lelijke woorden en van wederspannigheid met letsel. Hij had een agent in de arm gebeten. Mede vanwege de alcohol was hij danig in de war aangehouden op het dak van zijn woning, wat in de buurt flinke commotie had veroorzaakt. Nu zit Bert opgesloten in de penitentiaire inrichting van Leeuwarden.

De rechtbank moest beslissen of hij in detentie moet blijven of dat hij naar huis mag, in afwachting van zijn proces ergens in juli. Bert wil naar huis. Om zijn standpunt toe te lichten wilde hij naar de rechtbank komen. Dat recht heeft hij. Maar omdat nu alles anders is, kon aan dat recht niet worden voldaan.

De rechters van zittingszaal 14 zeiden ineens: hé, zittingszaal 11. Is die zaal niet eens verbouwd van een gewone rechtszaal in een telerechtszaal? Zo geschiedde. De pers werd geïnformeerd. Aanvang negen uur. Ik trotseerde de verraderlijke oostenwind om op tijd op de rechtbank te zijn. Uit ervaring weet ik dat als ik iets te laat ben, rechtszaken steevast op tijd beginnen. Iets voor negenen gluurde ik bij 11 naar binnen, de rechters zeiden: ,,Even geduld, nog een paar minuten.’’

Maar zo ging het niet. Het werd kwart voor tien toen bekend werd gemaakt dat zittingszaal 11 het niet deed en het die dag ook niet meer zou gaan doen.

Gelukkig zijn rechters niet van gisteren. Een van hen beschikte over een iPad. Via skype werd contact gelegd met het huis van bewaring en zo belandde Bert als zat hij in een fotolijstje dat kon praten op de tafel voor de rechters. Af en toe ging hij van hand tot hand, een paar keer hield de rechter Bert omhoog zodat hij kon zien dat zijn zaak zich afspeelde in een echte rechtszaal. Ik zwaaide even.

Cocaïne in een vioolkist

Het heeft hem niet geholpen. Bert blijft vastzitten. Vanaf de iPad zei hij: ,,Ik begrijp uw beslissing, maar ik vind het overdreven.’’ Om daaraan toe te voegen: ,,Nog wel bedankt dat u uw best heeft gedaan.’’

Joop had er, twee dagen later, ook op aangedrongen dat hij aanwezig moest zijn bij zijn strafzaak. Anders dan Bert mocht Joop komen. De verdenking: het voorhanden hebben van twee vuurwapens, twee gram cocaïne in een vioolkist en vier valse bankbiljetten.

Joop praatte de rechters de oren van het hoofd. Hij vertelde dat hij weliswaar een terugval had naar detentie, maar dat hij in feite de goedheid zelve is. Met een vooruitzicht van nog maanden langer vast verliet hij na een woordenwaterval van twee uur de rechtszaal. Een lelijke tegenvaller, maar niettemin zei hij tegen zijn rechters: ,,Respect voor jullie dat jullie mijn zaak toch willen behandelen.’’ Met een kapje voor zijn praatmond werd hij afgevoerd.

Geen gebrek

Ik voorspel dat het voorlopig niets zal worden met dat telehoren. De toekomst is aan de strafzaken met in de rechtszaal aanwezige verdachten. En aan zaken zal straks geen gebrek zijn, want al weken stapelen de strafdossiers die schreeuwen om een rechterlijk oordeel zich op.

De toekomst laat overigens nog wel even op zich wachten. De komende week is het meivakantie en als de scholen dichtgaan, schakelt de strafrechtspraak traditioneel over naar de laagste stand van zijn.

Crisis of geen crisis.

Rob Zijlstra

 

18 maart 2008

Verzonnen sukkels

Wat een ellende. Dat was de eerste zin van een rechtbankverhaal dat ik schreef in 2005. De verdachte was een vrouw die zich in de nesten had gewerkt. Zij was moeder van drie kinderen, haar man was ervandoor, haar lieve moeder onverwacht ernstig ziek.

En dan was er die bullebak van een officier van justitie. Die liet in de rechtszaal met venijn weten dat het hem bijzonder speet dat hij haar niet nog harder kon pakken dan hij al deed: twee jaar gevangenisstraf en het betalen van een schadevergoeding die zo hoog was dat ze die redelijkerwijs nooit van haar leven zou kunnen betalen.

Zij werkte onderaan op de ladder voor een groot concern en had een conflict met haar leidinggevende. Radeloos schreef ze een domme dreigbrief en verstuurde die zonder na te denken naar het hoofdkantoor. Verder was er niets gebeurd. Volgens gedragsdeskundigen was het vooral een roep om hulp. Het advies: help haar.

De rechters wogen de snoeiharde eis van de bullebak van justitie af tegen de menselijke factor van dit drama en legden vervolgens geen gevangenisstraf, maar een te behappen taakstraf op.

Een jaar na de strafzaak belde ze. Ze had haar verdiende loon gekregen, haar straf volbracht, maar als ze haar voornaam intikte in Google, kwam daar als eerste dat rotverhaal van mij te staan. En ze moest samen met de kinderen verder met haar leven. Dus of ik het verslag alsjeblieft wilde verwijderen? Dat was de vraag.

Ze wilde worden vergeten.

In deze zaak had ik anders dan anders haar echte voornaam gebruikt. Waarom weet ik niet meer, misschien wel omdat het zo’n mooie naam was, eentje die zo lekker schreef.

Veelvoorkomende alledaagse

Ik zei dat ik haar vraag begreep, maar dat ik het verhaal niet ging verwijderen. Daar zijn verhalen niet voor, zoals je geen boeken in het vuur gooit. Wel wilde ik haar naam veranderen in een veelvoorkomende alledaagse. Dat vond ze tof. We verzonnen er samen een.

Google voldeed aan de verwachting en vergat langzaam maar zeker de echte naam.

Als rechtbankverslaggever weet ik dondersgoed dat de mensen over wie ik schrijf – en over wie u leest – niet zitten te wachten op mijn epistels. Verdachte zijn is al geen feest, veroordeeld worden is als een begrafenis en dan komt het ook nog eens in de krant en voor altijd op het internet.

Ik heb veel mannen gezien die kinderen verkrachtten en seksueel misbruikten, ontelbare dieven en rovers zag ik in de verdachtenbank zitten. Moordenaars. Er waren gemene oplichters en stoere mannen die vrouwen sloegen of die dronken van de drank hun slachtoffers lachend tegen het hoofd schopten.

Ze wonen bij u in de straat en anders wel net om het hoekje.

Zo nu en dan kom ik de mannen tegen over wie ik lelijk heb geschreven. Soms valt dat mee. Ik had geschreven over zeg maar Piet die tijdens voetbalrellen stenen en flessen naar politiemensen had gegooid, als ware hij een strijder in bezette gebieden. In de rechtszaal moest hij heel erg huilen en had hij spijt van zijn onbezonnen heldendaad op straat. Ik noemde hem een sukkel op sokken.

Boven zijn bed geplakt

Een half jaar later kwamen we elkaar tegen in de stad, ik op mijn hoede. Ik was toch die vent die dat artikel had geschreven toen hij – de sukkel – vanwege die vechterij voor de rechter moest komen? Nou hij was dus die 21-jarige P. Hij had het artikel uitgeknipt en boven zijn bed geplakt. Mooi man. Nee, gekke dingen deed hij niet meer, de gekke tijd die was voorbij. Nu goed bezig.

Zoals Piet zijn ze niet allemaal. Ik weet het nog van Hannes die in Groningen internationale betrekkingen studeerde, maar de computers van de universiteit gebruikte voor zijn woeste behoefte kinderporno te verzamelen. Na zijn studie wilde hij op een ambassade werken of iets gaan doen in de landelijke liberale politiek.

Dat hij terechtstond wegens kinderporno vond hij zwaar overdreven, want zoiets is toch geen misdaad? De rechters moesten blij zijn dat hij de moeite had genomen naar hun rechtbankje te komen. En die kinderen dan? Nou die kregen er vast geld voor, anders lieten ze zich toch niet misbruiken? ’t Was vraag en aanbod.

Hannes dacht dat echt. Buiten de rechtszaal verbood hij mij over zijn zaak te publiceren, want dat recht meende hij te hebben. ‘Ik besloot dat ik zijn echte naam nooit zal vergeten, maar me hem zal herinneren op de dag dat hij het politieke podium betreedt’.

Verwijderen uit de zoekmachine

Leon pakte het anders aan. Hij zat als tbs’er in de Van Mesdagkliniek nadat hij daarvoor een jaar of acht in de gevangenis had doorgebracht. Leon had de vrouw vermoord met wie hij was getrouwd. Vreselijk vond hij, maar hij moest verder met het leven. En daarom had hij een kort geding aangespannen tegen de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers.

Op de website van de federatie stond een verhaal over Leon. Dat verhaal ging over zijn verzoek aan Google om zijn naam uit de zoekmachine te verwijderen. Dat zijn naam gekoppeld bleef aan de moord die hij pleegde vond hij ongeoorloofd en niet proportioneel. Het diende ook geen doel, vond hij.

De federatie van slachtoffers had een andere mening. Nabestaanden moeten het recht behouden om zich de namen van de moordenaars van hun dierbaren te kunnen blijven herinneren. Tegenover het recht om vergeten te worden moet het recht staan om te weten. De advocaat bracht namens de nabestaanden in dat de samenleving het recht heeft te weten wat voor vlees zij in de kuip heeft.

De rechter knikte, Leon verloor de zaak.

Spaanse psycholoog

Aan dit alles moest ik deze week denken. In NRC Handelsblad stond een artikel over een arrest van het Europees Hof. Een Spaanse psycholoog werd verdacht van seksueel misbruik van patiënten wat hem een strafeis opleverde van 27 jaar gevang. Hij werd in de Spaanse kranten met naam en toenaam genoemd. Na een proces van jaren werd deze Miguel vrijgesproken. Google bleef echter de berichten presenteren over de verdenkingen, terwijl de man van blaam was gezuiverd.

De rechter besloot dat Google dat mag blijven doen. Het recht te weten weegt zwaarder dan de vergetelheid. Maar… Google moet de verwijzing naar de vrijspraak wel bovenaan in de zoekresultaten presenteren.

Het recht om te weten en het recht om te worden vergeten hoeven elkaar niet in de weg te zitten. Het is daarom: wat ik schrijf is altijd waar, maar de namen van verdachten zal ik blijven verzinnen.

rob zijlstra