Sneue jongen

traanDe ene strafzaak is de ander niet.
Sommige verdachten blijven je ook beter bij dan andere.
Een paar maanden geleden zat Mark, 19 jaar, in zittingszaal 14.
Hij moest toen zo ontzettend huilen.
Af en toe keek hij vanuit de verdachtenbank paniekerig achterom, dan zocht hij met zijn grote waterogen naar steun op de publieke tribune.
Maar hij moest het alleen doen.

Hij leek met zijn krullen en jongensgezicht op een scholier, niet op iemand die je al in de gevangenis van grote, gemene mensen wenst.
Maar, ook dat nog, daar zat hij wel.

Toen hij was aangehouden en door de politie was overgebracht naar het cellencomplex in Groningen hadden ze een geintje met hem uitgehaald.
Ze hadden tegen hem gezegd dat het slachtoffer was overleden en dat hij nu dus een moordenaar was.
Het was zijn beroerdste nacht geworden.
Pas de volgende ochtend hadden ze hem uit het lijden verlost.
Je slachtoffer leeft nog.

Dit alles kwam naar voren tijdens die rechtszaak van een paar maanden geleden.
De kwestie werd toen niet inhoudelijk behandeld, maar aangehouden.
Huilend had hij zijn excuses aangeboden, gesnotterd dat hij spijt had, in tranen werd hij afgevoerd.

Een jong mens in opperste staat van verdriet en machteloosheid, het is akelig om te zien.
Zoiets blijft je bij.

Deze week was dan eindelijk de rechtszaak.
Mark zegt dat hij het erg vindt wat er is gebeurd, maar dat hij zich nauwelijks kan herinneren wat er die avond op het Prins Hendrikplein bij de shoarmazaak in Veendam is voorgevallen.
Hij zegt, zonder emoties: ‘Die man viel mij aan in het steegje, ik stond daar te praten met twee meisjes, hij greep mij bij de keel, ik raakte in paniek en toen is er gebeurd wat er is gebeurd.’
Meer kan hij zich niet herinneren.

De psycholoog rapporteert dat Mark de gebeurtenis misschien heeft verdrongen omdat hij het niet kan accepteren.
De rechters: ‘Of misschien wil je het niet meer weten? ‘
Mark, tikkeltje verveeld: ‘Nee.’
De psycholoog zegt dat Mark wel spijt heeft, maar dat hij het vooral spijtig vindt dat hij vastzit.

Omstanders hadden verklaard dat Mark agressief en opgefokt was die avond.
Hij zou hebben geroepen naar vrienden: ‘Kom we pakken hem.’
Mark: ‘Ik zou het niet meer weten.’
De rechters kijken bedenkelijk.
Ze weten uit hun vakliteratuur dat herinneringen niet zomaar verdwijnen

De rechters vragen of hij vaker een mes bij zich heeft als hij uitgaat.
Mark: ‘Nooit. Die avond ook niet.’
De officier van justitie: ‘De hamvraag is dan: hoe kwam u aan dat mes waarmee u heeft gestoken?’
Mark: ‘Weet ik niet meer.’
De officier van justitie: ‘Wel een beetje raar, ik kan dat ook moeilijk geloven. U heeft een selectief geheugen.’
Mark: ‘U suggereert dingen.’
De officier van justitie: ‘Ik stel vragen.’

De sneue jongen is verdwenen.

Het slachtoffer heeft een verklaring voor de rechters op papier gezet.
Hij schrijft dat hij veel pijn heeft, nog steeds.
Dat hij een pak melk niet kan tillen, en dat er geen rust in zijn hoofd is, dat er paniekaanvallen zijn, dat hij Mark ’s nachts weer op hem ziet afkomen.
En dat hij maar niet weet waarom.
Hij schrijft in zijn slachtofferverklaring: ‘En wat als hij weer vrij komt? Hij is nog steeds bij mijn dochter. Ik kwam voor haar op en word dan neergestoken door haar vriend. Daarvoor kwamen ze samen bij ons eten. Nu zit ik gevangen in raadsels. Dit is geen leven.’

De vader is vier keer in de rug gestoken.
Mark zegt dat hij die avond geen drugs had gebruikt, wel een paar biertjes had gedronken en veel sinas.
Hij zegt dat zijn vriendin ruzie had met haar vader.
Over bepaalde dingen
En dat hij de boosdoener was.
De vader zou geroepen hebben: ‘Je moet van mijn dochter afblijven.’
Mark zou geantwoord hebben: ‘En jij zorgt niet goed voor je dochter.’

Er wordt een beeld van Mark geschetst.
Gescheiden ouders.
Veel politiecontacten.
Een bloedhekel aan autoriteit.
Hij blowt sinds hij 11 jaar is.
Havo, vmbo, geen opleiding afgerond.
Een goed iq, maar hij handelt er niet naar.
Antisociale gedragsstoornis
Antisociale persoonlijkheidsstoornis.
Adhd.
Narcistische trekken.
Alle hulp die in het verleden is aangeboden is mislukt.

Zijn advocaat probeert het te gooien op noodweer,
Hij werd aangevallen en verdedigde zich.
Noodweerexces desnoods.
Slecht politieonderzoek ook, agenten hadden die nacht medewerkers van de shoarmazaak opdracht gegeven de plaats delict schoon te boenen.
Weg sporen.

De officier van justitie wordt niet warm of koud van het pleidooi.
Hij blijft bij zijn eis van veertig maanden gevangenisstraf.
Daarvan mogen er tien voorwaardelijk.
Betekent dat Mark er dertig moet uitzitten.
Met aftrek van voorarrest heeft hij dan  nog twee jaar te gaan.

Rob Zijlstra

noodweerexces

UPDATE  – 20 december 2013 – uitspraak
Mark heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Dat staat, staat in het vonnis, onomstotelijk vast. Met zijn actie heeft Mark geen respect getoond voor de lichamelijke integriteit, heet het dan. De rechters achten hem licht verminderd toerekeningsvatbaar. Hoewel hij niet is gemotiveerd hulp te zoeken, moet hij zich toch onder toezicht stellen van de reclassering. De rechters hebben rekening gehouden met zijn nog jeugdige leeftijd. Het vonnis: 30 maanden celstraf waarvan 10 voorwaardelijk. Aan het slachtoffer moet hij 2477 euro schadevergoeding betalen.

HET VONNIS

3 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s