Geen zin

Eddie kun je maar beter met rust laten.

Hij heeft een eigen levensstijl, is een beetje anarchistisch ingesteld.

Hij kan lassen en schilderen, dus hij redt zich wel.

Hij heeft al diverse exposities gehad.

Hij woont nergens, maar kan overal slapen.

Af en toe in een kraakpand. Of bij vrienden in het buitenland.

Daar kan hij ook zo heen.

 

Wie te dicht bij Eddie komt, moet oppassen.

Raak hem niet aan.

Hij is snel aangebrand en kan dan agressief worden.

 

Zoals die nacht in de Groninger binnenstad, voor het café in de Poelestraat.

Of die keer, een paar weken eerder, bij de Etos, Herestraat waar hij een flesje cola had gegapt en werd betrapt.

 

Misschien dat niet alleen de rechter, maar ook de officier van justitie tijdens het bestuderen van het strafdossier enige sympathie voor Eddie hadden gekregen.

In zo’n dossier staat van alles.

 

Misschien ook niet, maar hadden rechter en officier los van elkaar goede voornemens gemaakt, het voornemen om verdachten in het nieuwe jaar niet langer zonder meer naar de gevangenis te sturen.

Omdat zij magistraten ook wel weten dat dat toch ook niet de oplossing is voor iedereen.

 

Hoe dan ook.

 

De rechter en de officier zijn maar een paar jaar ouder dan Eddie (36).

De rechter zegt: ‘Bij mij is het anders gegaan dan bij u. En kijk, ik ben rechter geworden. Maar ik heb ook alle kansen gekregen. U niet.’

 

De officier: ‘Het zou goed zijn iets aan uw agressie te doen. Er is niet zo gek veel tijd meer om nog iets van uw leven te maken. Wij kunnen u helpen. Grijp die kans.’

Rechter: ‘U hebt tot nu toe niks van uw leven gebakken. U hebt in uw jeugd in internaten gezeten. Maar dat is twintig jaar geleden en daar zeurt u nog steeds over. Kom op, het ijzer is nu heet.’

 

Officier: ‘Pak die kans.’

Rechter: ‘Man! Wees nou eens verstandig.’

 

Eddie hangt in het verdachtenbankje over de tafel en hoort het allemaal relaxed aan.

Hij heeft er geen zin in.

Zij hebben hun systeem, hij de zijne.

Zij met hun systeem mogen het misschien best wel goed bedoelen, hij wil ’t zelf doen, op zijn eigen manier.

 

Die nacht stond hij buiten voor het café met twee vrouwen te praten, nou ja, eigenlijk meer wat te ouwehoeren. Hij had om geld gevraagd.

Nee, niet gebedeld, gewoon gevraagd.

Hij had nog vijf euro nodig, dan waren de komende twee (al geboekte) nachten in Hotel Friesland veiliggesteld.

 

‘En toen kwamen die gastjes uit de kroeg. Zeiden: als je geld wilt, moet je dat netjes vragen. Nou, dat deed ik. En toen kreeg ik niks. Zeiden ze: mooi gezegd en fuck nu maar op. Toen werd ik boos.’

 

Het liep volledig uit de hand.

Eddie haalde zijn gebit uit de mond en legde het kunstwerk op straat. Toen nam hij de vechthouding aan en al snel vielen de eerste klappen en gastjes op de grond.

‘Ze hadden mij ook flink te pakken. Die gastjes zeiden dat ze uit Leeuwarden kwamen, Cambuur. Dat ze hooligans waren. Het waren snotjongens van een jaar of 18. Maar wel met z’n tienen.’

 

Het kunstgebit komt niet ongeschonden uit de strijd.

Ook raakt Eddie in het tumult het kistje kwijt waarin hij zijn geld bewaarde.

Daarom had hij tegen een van die snotjongens gezegd dat hij geld wilde. Omdat het hun schuld was, dat het kistje zoek was geraakt, het kistje dat van zijn opa was geweest. Uiteindelijk komt de politie en moet Eddie mee naar het bureau.

 

De hooligans doen, niet allemaal helemaal nuchter, aangifte.

Justitie noteert: diefstal met geweld, een poging tot afpersing en mishandeling.

Later komt daar een vernieling bij.

In de politiecel had hij een matras opengesneden en was er vervolgens ingekropen.

Zo blijf je lekker warm.

Had hij in het leger geleerd.

 

De rechter: ‘Als ik als rechter in de Poelestraat ga rammen, is dat misschien ernstiger dan als iemand als u dat doet. Ik bedoel, als wij een straf opleggen, dan willen wij ook graag rekening houden met de persoon van de verdachte. Met uw omstandigheden. Maar u wilt nergens aan meewerken. Jammer.’

 

De officier van justitie: ‘Nu gaat u de gevangenis in en na een tijdje komt u weer vrij en dan is er helemaal niets veranderd. Ik ken uw soort. Zonder een beetje hulp komt er niets van u terecht.’

 

Rechter: ‘En binnen het jaar zit u hier weer.’

 

Officier: ‘Maar u moet wel willen. Als u er geen trek in heeft, heeft het ook geen zin.’

 

Eddie zwijgt.

Rechter: ‘Dan weet ik het ook niet meer.’

Officier: ‘Ik eis zestien onvoorwaardelijke maanden gevangenisstraf.’

 

Eddie: ‘Overdreven.’

 

Rob Zijlstra

UPDATE – 5 februari 2009 – uitspraak

De rechtbank acht al het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, maar het mag een tikkeltje minder overdreven dan justitie het graag had gezien: 12 maanden celstraf.

UPDATE – 30 juni 2011 – geen zin

Op 30 juni 2011 staat Eddie opnieuw terecht. In Finsterwolde zou hij, zegt het openbaar ministerie, met een pijl en boog hebben geprobeerd twee agenten dood te schieten. Dit mislukte, omdat hij door een van de agenten zelf werd  neergeschoten. De eis voor twee pogingen tot moord en vijf maal een bedreiging tegen het leven gericht: 42 maanden celstraf. Uitspraak op 14 juli 2011.

3 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s