Ik moest aan Ybo Buruma denken toen ik Roy donderdagmiddag een beetje ontdaan het Groninger gerechtsgebouw zag verlaten.
Hij had de officier van justitie zojuist een taakstraf tegen hem horen eisen van tachtig uur.
Tegenover de rechters had hij zijn misdaad bekend.

Hij was thuisgekomen van de voetbaltraining.
In de kantine had hij met de jongens een paar flesjes bier gedronken, maar dronken was hij niet.
Hij was ook gewoon met de auto thuisgekomen.

Roy deelt een huis met vijf andere personen.
Leuke mensen, maar in een heel gehorig kamerappartement.
In de gezamenlijke badkamer stond die avond Brechtje in haar trainingsbroek voor de wasbak.
De deur gewoon geopend.

En toen – we schrijven 16 mei 2010 (2010!) – gebeurde het.
Roy gaf met zijn hand een tik op een van Brechtjes billen.

Bij de politie had Brechtje verklaard dat ze had geschreeuwd en hem was aangevlogen met de tandenborstel.
Maar in het gehorige huis had niemand dat gehoord.

Nog diezelfde avond vernam Roy van een andere huisgenoot dat Brechtje het niet fijn had gevonden.
Dat zij hem een smerige viezerik vond.

Roy begreep dat wel.
De volgende ochtend schreef hij een kaartje om zijn excuses aan te bieden.
Ik had het niet moeten doen, stond er op, want het was niet de bedoeling.
Het kaartje ging vergezeld van een bos bloemen.

Het mocht niet baten: Brechtje deed aangifte.
De politie maakte proces-verbaal op.
De officier van justitie besloot Roy strafrechtelijk te vervolgen wegens aanranding.

En zo gebeurde het dat Roy bijna anderhalf jaar na die tik op de billen een taakstraf van 80 uur hoorde eisen en donderdagmiddag wat ontdaan het gerechtsgebouw verliet.

Toen ik Roy zag weglopen, moest ik dus aan Ybo Buruma denken.
Buruma was tot gisteren kritisch hoogleraar te Nijmegen.
Sinds vandaag is hij als raadsheer (rechter) lid van strafkamer van de Hoge Raad.
In het NRC Handelsblad had hij alvorens de toga aan te trekken de wereld nog eenmaal publiekelijk gewaarschuwd.
Buruma: ‘We moeten ophouden met het vervolgen van flutdelicten.’

Volgens voorheen de kritische hoogleraar strafrecht worden strafrechters gegijzeld door kleine zaken die officieren van justitie aanbrengen.
Rechters kunnen niet zeggen, officier wat maak je ons, wij die toch beter te doen hebben, nou.
Zodra een officier van justitie besluit een zaak aan te brengen, kunnen strafrechters niet anders dan een oordeel vellen.
Of ze dat nou willen of niet.

Volgens Buruma dreigen we op deze manier allemaal slaaf te worden van een systeem dat meer en meer is gebaseerd op angst.
Buruma pleit voor een meer menselijke blik in de strafrechtmachine.

Zover is het nog niet.
Want tijdens de rechtszaak van Roy zeiden de rechters dus niet, officier van justitie, wat maak je ons nou, wat moeten wij die beter te doen hebben, met deze flut?
Nee, in plaats daarvan werd Roy – 48 jaar oud, geen strafblad – bijna drie kwartier lang door drie strafrechters stevig ondervraagd.

Over die tekst op het kaartje met excuses bijvoorbeeld.
‘Als u schrijft dat dat niet de bedoeling was, wat bedoelde u dan met dat?’
‘En wat was dan niet de bedoeling?’

De strafrechtmachine doet over twee weken uitspraak.

Rob Zijlstra

Ybo Buruma

 

 

.

UPDATE – 15 september 2011 – uitspraak
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, vindt de rechtbank. Volgens de rechters is er geen sprake van een vriendschappelijke tik, maar was zijn bedoeling wel degelijk van seksuele aard. Zijn handeling kwam onverwacht, zonder toestemming en onverhoeds en kan daarmee als ontuchtig worden aangemerkt, zo staat in het vonnis. En omdat de vrouw zich er niet aan kon onttrekken is er sprake van een feitelijkheid. De passende straf, zo vinden de rechters, is een taakstraf van 40 uur.