De mooie leugen

foto: peter wassing (archief dvhn)

Zittingszaal 14, de grootste rechtszaal van de rechtbank in Groningen, is de meest bizarre openbare ruimte van heel Groningen.

De ruimte op zich stelt niet zo heel veel voor.
Er hangen kunstwerken in zachte pastelkleuren aan de muur – als tegenhanger van de harde feiten van de misdaad.
Dat beoogde de kunstenaar die, hoe wrang, zelf bij een naar auto-ongeluk om het leven kwam.

In de hoek staat Beatrix.
Aan het plafond hangen aan draadjes boxen van Bose voor het geluid, er zijn camera’s voor de veiligheid en er zijn grote televisieschermen die maar zelden worden gebruikt.

Er valt veel meer te vertellen.
Dat het Groninger gerechtsgebouw, anders dan je misschien zou denken, helemaal geen 14 zalen of nog meer heeft, zo er ook – heel raar – geen tweede verdieping is.
Na de eerste komt de derde.
Ach, u moet zelf maar eens gaan kijken.
De koffie kost er slechts 45 cent.

Het bizarre van zittingszaal 14 zit ‘m natuurlijk in de verhalen die er (moeten) worden verteld.

Donderdag luisterde ik heel de ochtend naar de 34-jarige Anan uit Algerije die op een dag met de trein naar Groningen was gekomen.
Hij had zeventien maanden in Rotterdam in de vreemdelingenbewaring gezeten.
Op zijn eerste dag in vrijheid ging hij, als ongewenst mens, naar de disco.

De officier van justitie zei: ‘Om zich vol te laten lopen.’
Toen hij vol was, waggelde hij naar de Nieuwstad en klopte met 40 euro aan bij een prostituee.
De officier van justitie: ‘Om haar op gruwelijke wijze te verkrachten.’

Anan ontkent.
Hij zegt tegen zijn tolk: ‘Wel seks, geen geweld.’
De tolk: ‘Hij schaamt zich.’
De officier van justitie: ‘Lariekoek, ik eis 4 jaar celstraf.’

Na Anan kwam Tammo.

Tammo zei, toe maar.
Hij zou zijn dronken ex hebben mishandeld.
Tammo zei: ‘Ach.’
De officier van justitie: ‘Meneer zit al drie maanden vast en dat is mooi genoeg geweest.’
De advocaat: ‘Zo is het maar net.’
De rechters: ‘Heeft u het begrepen? De officier van justitie eist dat u vandaag nog naar huis mag. Dat is me toch een heugelijke mededeling.’
Toe maar, zei Tammo weer.

Tammo ging, Hans kwam.
Met hem werd het avondwerk in zittingszaal 14.

Soms denk je dat je na honderden strafzaken, duizenden uren aan de perstafel, alles wel zo een beetje hebt gehad, gehoord en gezien.
Maar dat is dus niet zo.
Het kan in de rechtszaal altijd nog gekker, nog rauwer.
Er zijn kennelijk geen grenzen aan de triestheid van het bestaan.

Hans, 27 jaar, keilde na een woordenwisseling met zijn vader, met een steen uit de voortuin een ruit in en vertrok.
Met de auto reed hij naar het Esso-tankstation, dronk daar wat en nam een besluit.
Een laatste redmiddel.
‘Ik had niets meer te verliezen’, zegt hij tegen de rechters.

Hij reed terug en parkeerde de auto honderd meter van de ouderlijke woning.
Hij rookte nog een sigaret en deed – wat hij anders nooit doet – de gordels om.
En gaf plankgas, recht op de woning van zijn ouders af met, dacht hij zelf, 70 tot 80 kilometer per uur.

De auto ramt het lage stenen muurtje, wordt gelanceerd en knalt door de glazen ruiten in de voorgevel om in de woonkamer tot stilstand te komen.

De rechters: ‘Waar eerst de eettafel stond, stond nu uw auto. Kunt u zich voorstellen dat uw ouders vreselijk zijn geschrokken?’
Hans knikt en er verschijnt een pijnlijke lach op zijn gezicht.
Zegt: ‘Dat was ook de bedoeling. Ik laat me niet kapot maken.’

Hans vertelt met een stem die verzadigd is van wanhoop dat hij zielsalleen in de wereld staat, dat niemand hem wil helpen, de huisarts ook niet.
Dat hij zo onvoorstelbaar ongelukkig is en eenzaam, zich onbegrepen voelt, dat hij sinds zijn twaalfde slaapproblemen heeft, dat eerst alcohol en later drugs, vooral speed, hem enige verlichting geeft.

Hij zegt dat hij recht heeft op de waarheid, die nu voor hem verborgen wordt gehouden door de poppenkast die zijn ouders voor de wereld opvoeren.
‘Mijn moeder is een egoïst. Zij geniet ervan mij geestelijk pijn te doen.’

De rechters: ‘U klinkt nogal mysterieus.’
Hans: ‘Ik wil niet dood.’

Psychiaters en psychologen zeggen dat er sprake is van wanen die zijn gedrag sturen.
Wanen die sterker zijn dan de wil zodat hij geen keuzes kan maken.
Conclusie: volledig ontoerekeningsvatbaar.

De officier van justitie zegt dat Hans zich schuldig heeft gemaakt aan pogingen tot zware mishandeling met voorbedachten rade.
Een strafbaar feit, maar de verdachte is geen strafbare dader.
De eis: ontslag van alle rechtsvervolging en een gedwongen opname voor een jaar in een psychiatrisch ziekenhuis.

De verdrietigste ouders schreven een brief aan de rechters die tijdens de zitting wordt voorgelezen.
Ons huis is kapot, maar een huis, ach, dat zijn maar stenen.
Ze schreven: ‘Maar onze jongen is stuk en hem bouw je niet zomaar weer op. Als hij eerder hulp had gekregen, dan hadden we hier vandaag niet gestaan.’

Hans reageert: ‘Een mooie leugen.’

Rob Zijlstra

• ontslag van alle rechtsvervolging

 art. 352, lid 2 Wetboek van strafvordering

.

UPDATE – 6 oktober 2011 – uitspraak
De rechtbank en het openbaar ministerie zitten op een lijn: Hans is schuldig, maar is niet strafbaar en dus volgt ontslag van alle rechtsvervolging. Hij wordt nu op last van de rechtbank opgenomen in een psychiatrische inrichting voor maximaal een jaar.

.

4 comments

  1. We gaan er nog altijd van uit dat ouders het beste doen voor hun kinderen en het beste voor hebben met hun kinderen. Maar soms is de werkelijkheid gecompliceerder dan we denken.

    In het ene zinnetje: ‘Mijn moeder geniet ervan mij geestelijk pijn te doen’, zit waarschijnlijk meer waarheid dan wij aankunnen. Er zijn inderdaad vaders en moeders die lichamelijk mishandelen en er zijn vaders en moeders die geestelijk leed toebrengen. Wel of niet bewust, al dan niet met blauwe plekken die voor de buitenwereld zichtbaar zijn.

    Het makkelijkste is de zoon te bekijken als geestelijk niet in orde. Dat klopt het meest met ons wereldbeeld.
    Ik kies voor de moeilijke weg: waarom gaan we niet in op dat ene zinnetje van hem? Waarom vragen we de ouders niet wat zij deden of gezegd hadden voordat hij deze enorme daad beging?

    1. @Sandra,

      Je hebt het mooi omschreven. Dat ene zinnetje is enorm beladen, en er zijn genoeg mensen die de rauwheid daarvan kennen. Dan is een confronterende vraag aan een ouder (zoals jij hem hebt verwoord) legitiem.
      Wat mij nog meer heeft doen schrikken is wat er daarna is gezegd.
      “De rechters: ‘U klinkt nogal mysterieus.’
      Hans: ‘Ik wil niet dood.’
      Hans legt een link tussen zijn moeder en een gedwongen dood. Hans heeft wanen. In zijn beleving wil zijn moeder hem dood maken. Een psychotisch iemand wantrouwt het meest de andere die emotioneel het dichts bij hem staat. Voor Hans is dat zijn moeder en vader. Dat is de meest afschuwelijke onvoorstelbare eenzaamheid waarin iemand gevangen kan zitten. Voor een ouder is het ongelofelijk pijnlijk om de liefde voor je kind beantwoordt te zien door een intens wantrouwen. Hans is 27 jaar, vanaf zijn 18de (maar praktisch gezien veel eerder) mag hij zelf beslissen of hij medicatie gebruikt. En als die wanen/stemmen te sterk zijn dan wil Hans geen medicatie, en willen de wanen niet (met de stem van Hans) verdwijnen. Die wanen zijn zijn houvast in een chaotische wereld. Ik kan me dan ook voorstellen dat de ouders van Hans hem hebben zien afglijden, met de handen in het haar hebben gezeten en onmachtig aan de zijlijn hebben gestaan. Een “geluk” bij een ongeluk dat Hans nu iets heeft gedaan waardoor hij gedwongen behandeld kan worden. Ik hoop dat de behandeling aanslaat en Hans en zijn ouders langzaam weer naar elkaar toe groeien. Toch zal voor eerst rust moeten komen bij Hans, daarmee ook eerst afstand naar zijn ouders.
      Er zijn veel ouders die het “verborgen” verdriet kennen van hun schizofreen kind. En dan treft een vraag zoals die jij wilt stellen hen het hardst. Er is dan ook voorzichtigheid geboden, je mag hem pas stellen als daartoe genoeg bewijs is. Wel is jouw denkwijze logisch.

  2. Hallo, ik ben de moeder waar het hier over gaat, en onze zoon heet niet Hans, maar Michel. Je wilt niet weten wat wij allemaal al voor Michel hebben gedaan, maar als je kind aan de drugs is dan helpt alle liefde van de wereld niet om die rare denkbeelden uit zijn hoofd te krijgen. wij zijn nog steeds van alle kanten bezig om het goede voor hem te doen, alleen heeft hij nu van veel dingen geen weet omdat hij in de gevangenis zit, en hij zelf dus geen contact wil.

    Want hij gelooft echt dat de hele wereld tegen hem is, nou, neem van ons als ouders aan dat echt iedereen hem graag wil helpen. We zullen heus niet beweren dat wij de perfecte ouders zijn, maar wie is dat wel?
    Wij staan nog steeds achter onze Michel, en zullen hem blijven steunen.

    Ze zeggen wel Drank maakt meer kapot dan je lief is,
    maar Drugs maakt echt je hele leven kapot, en dan van anderen erbij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s