Ketchup

ketchupWeet je wel, vraagt de advocaat kort voor aanvang van de zitting, hoe ze mijn cliënt noemen? Ik zeg dat ik geen idee heb. Ik had zijn echte naam wel gezien, zo zou een kind liefkozend een groot knuffelbeest kunnen noemen.
‘Ze noemen hem de ketchup-dief’, zegt de advocaat terwijl hij haastig zijn toga dichtknoopt.

De advocaat is wat verlaat, want hij moest helemaal uit Amsterdam komen.
Ik dacht, het is toch wat.
Dan ben je advocaat, kantoorhoudende in een van de fraaiste stadsdelen van Amsterdam, in zo’n statig prachtpand en dan moet je helemaal naar Groningen om een ketchup-dief bij te staan.

Maar in de rechtszaal is het nooit wat lijkt.

De ketchup-dief heet in dit verhaal Razvan.
Hij is een grote man van 44 jaar, geboren in een industriestad vol aardolie ten noorden van Boekarest, Roemenië.
Met zijn mooiste kleren aan en een vriendelijkste glimlach had hij kunnen doen wat hij volgens de officier van justitie ook heeft gedaan: mensen beroven.
De officier van justitie zegt dat verdachte misschien wel veel meer mensen heeft beroofd dan de tien die zij zegt te kunnen bewijzen.

De slachtoffers waren kwetsbaar: ze waren bijvoorbeeld 77, 81, 83 en 85 jaren oud.
De jongste was 51, maar blind.

Razvan ontkent de beschuldigingen.
Hij was naar Nederland gekomen om hier geld voor zijn gezin te verdienen, voor zijn twee lieve kleine kinderen en voor zijn vrouw met een hartinfarct en haar oude moedertje.
Bij zijn aanhouding was hij in het bezit van servetjes, van zakjes ketchup die je bij McDonald’s kunt krijgen en een Opel Vectra, gekocht voor 650 euro.
Op het politiebureau had Razvan niet veel willen zeggen.
Hij had gezegd dat hij zijn verhaal wel zou doen bij de rechter.

Rechter: ‘Hallo, hier ben ik. Vertel.’
Razvan: ‘Ik heb werk gezocht, maar kon niets vinden.’
Rechter: ‘Hoe kwam u aan dat geld?’
Razvan: ‘Meegenomen vanuit Roemenie.’
Rechter: ‘Dat is gek. Toch? U kwam hier om geld te verdienen. En nou zegt u dat u geld vanuit Roemenie heeft meegenomen naar hier. U heeft, hebben wij in het dossier gelezen, grote geldbedragen overgemaakt naar uw vrouw, naar haar moeder. Dus nog een keer: hoe kwam u aan dat geld?’

Razvan kijkt onrustig, naar zijn tolk en dan weer naar de advocaat.
De advocaat vraagt de rechter of die zijn vragen op een wat andere toon wil stellen, wat minder bozig.
De rechter zegt dat de advocaat zijn mond moet houden, dat de advocaat wel weet dat hij zijn mond moet houden als een rechter probeert in gesprek te geraken met een verdachte.

Razvan zegt dat hij auto’s wilde kopen om die dan weer te verkopen.
Rechter tegen Razvan: ‘Verdachte, wij zijn niet op ons achterhoofd gevallen.’

De advocaat uit Amsterdam gaat staan en zegt: ‘Ik wraak u. U doet mij geloven dat u niet echt wilt luisteren naar wat mijn cliënt zegt, uw ondertoon is bozig en u laat mij niet uitspreken.’

Een wraking van een rechter is een heel gedoe.
In het kort kwam het erop neer dat de wrakingskamer – drie collega’s van de gewraakte rechter die wel weten hoe direct hij kan zijn – concludeerde dat er niets aan de hand is.
De strafzaak mag met dezelfde strafrechters worden voortgezet.
Ruim drie uur na de wraking wordt de zitting hervat en vraagt de rechter aan Razvan: ‘U heeft in totaal 32.850 euro overgemaakt naar Roemenie. Dus vertel, hoe kwam u aan dat geld?’

De officier van justitie spreekt van ernstige feiten.
Bijzonder kwalijk is dat meneer de ketchup-dief bewust zijn slachtoffers zocht onder kwetsbare mensen, dat vrijwel alle slachtoffers met een rolator liepen, dat een van hen visueel gehandicapt is.
De officier van justitie: ‘Alleen een forse straf is hier op z’n plaats. Ik eis vier jaar gevangenisstraf.’

Razvan schrikt zich het apelazarus.
Hij roept: ‘Vier jaar? Maar ik heb niemand vermoord!’

De verdenking is dat hij naar Nederland is gekomen om hier misdrijven te plegen.
Zijn werkterrein was vooral de omgeving van het winkelcentrum in Vinkhuizen in Groningen.
Hij hield zich, met zijn mooie kleren aan en een vriendelijkste glimlach op het gezicht, op bij pinautomaten.
Met haviksogen (zei de officier van justitie) keek hij toe hoe ouderen geld opnamen.
Aan de handbeweging kon hij zien welke pincode werd ingetoetst.
Wist hij die, dan volgde hij zijn slachtoffer, soms tot aan de voordeur van de seniorenflat aan toe.

Daar sloeg hij zijn slag.
Dan zei hij beleefd, ‘mevrouw er zit iets vies op uw jas’.
Met een servetje veegde hij vervolgens tomatenketchup weg.
Zijn slachtoffers waren hem meestal dankbaar, zo een alleraardigste man, zo behulpzaam ook bij het uittrekken en schoonmaken van de zomaar vieze jas.
Ja, wel een beetje vreemd.
Tegen de tijd dat het slachtoffer ontdekte dat de pinpas weg was, waren er al grote bedragen van de bankrekening afgeschreven.
De verdenking is dat Razvan ook elders in het land, in Rotterdam, in Apeldoorn actief is geweest.

‘Vier jaar. Maar ik heb niemand vermoord!’

Op de publieke tribune van zititngszaal14 zit een aantal belangstellenden de strafzaak te volgen.
Een van hen zegt dat zijn moeder van 85 een van de slachtoffers was.
Dat zijn moeder op haar hoge leeftijd nog altijd een heel zelfstandige vrouw was.
Maar dat de beroving een enorme impact op haar heeft gehad.
En dat zijn moeder twee weken na de beroving is overleden.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 12 september 2013 – uitspraak
Razvan is conform de eis veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens diefstal en witwassen. De rechtbank neemt het de man bijzonder kwalijk dat hij bewust ouderen uitzocht als slachtoffer. De rechtbank concludeert dat de uit Roemenië afkomstige man naar Nederland is gekomen om misdaden te plegen en dat dat bijzonder laakbaar is.

6 comments

    1. Bedoelt u met ‘sterk einde’ de insinuatie dat mevrouw de moeder zou zijn overleden vanwege het gestolen geld, en dat daarmee verdachte wel degelijk iemand vermoord zou hebben?
      Volgens mij zou je zoiets eerder tendentieus en weinig objectief moeten noemen. Tenzij de verslaggever verdere bewijzen inzake een oorzakelijk verband tussen het overlijden van het slachtoffer en de diefstal ter beschikking heeft, dan wel ter inzage heeft gehad. Echter daarvan geeft verslaggever in bovenstaand stuk niet te kennen.
      Desalniettemin niet achterwege latend dat iemand die doelbewust weerloze mensen berooft een bijbehorende straf verdient, doch onder vermelde omstandigheden nooit en te nimmer zal kunnen worden veroordeeld voor dood door schuld, teken ik aan dat voorgenoemde insinuatie, aangezien deze op geen enkel concreet bewijs gestoeld lijkt te zijn, beter niet had kunnen worden gemaakt door verslaggever, en uw lof voor diezelfde insinuatie daarmede ontkennend, teken ik.

      1. De verslaggever insinueert helemaal niets, maar geeft slechts de woorden van de zoon van een slachtoffer weer.
        Dus i.p.v. een gekunsteld stuk proza als reactie, graag eerst goed lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s