Rare mannen

Hij werd op een stoel gezet,
vastgebonden en neergeschoten.

Schermafbeelding 2016-06-23 om 22.44.29Er was eens een man uit Afghanistan die werd verdacht van brandstichting. De man wilde de verzekering beduvelen.
Tenminste, dat leek logisch en dus werd dat aangenomen voor waar.
Het was een brand waarbij gemeen gevaar voor goederen en mensenlevens te duchten viel. De politie pakte de man op, de officier van justitie riep ‘vervolgen’ en de rechters stopten hem vervolgens op grond van ernstige bezwaren in de gevangenis.

Zo praten ze in de rechtszaal.

Na acht maanden in voorlopige hechtenis te hebben gezeten kwam er een rechtszaak.
De officier van justitie eiste 15 maanden gevangenisstraf.
De man, 24 jaar, ontkende de aantijgingen en wilde graag naar huis.
Hij vertelde dat hij die avond whisky had gedronken en op de bank met een brandende sigaret in slaap was gevallen.
Zo moest het zijn ontstaan.

De officier van justitie geloofde daar niets van.
Op verschillende plekken in de woning had de technische recherche bestanddelen van benzine aangetroffen.
Alsof het brandversnellende goedje over de vloer was gesprenkeld. Hoezo geen brandstichting?
Maar de beklaagde Sadar had een verklaring.
De benzinemeter van zijn scooter was stuk.
Om te voorkomen dat hij zonder zou komen te staan, haalde hij benzine op van het tankstation, in plastic zakjes.
Thuis goot hij de brandstof over in lege cola-flessen.
Daarbij morste hij weleens wat benzine.
Niks brandstichting.

Een getuige – een vriend van Sadar – bevestigde het.
De officier van justitie vroeg om welk tankstation het ging.
De getuige wist de naam niet, maar vertelde dat er tegenover een chinees restaurant was waar je ook patat kon kopen.
Een van de rechters: ‘Oh, dat is de BIM in de wijk Helpman.’

De officier van justitie vroeg om een korte schorsing om een belletje te plegen.
Kwartiertje later kwam hij terug in de rechtszaal om zuinigjes mee te delen dat hij met de BIM had gebeld en dat een medewerker het verhaal bevestigde.
Er kwamen daar regelmatig twee Afghanistan-achtige mannen benzine tanken in plastic zakjes.
Sadar mocht na afloop van de rechtszaak de gevangenis verlaten.
Dit verhaal tekende ik jaren geleden op in de rechtszaal.
Vanaf dat moment weet ik: rare verhalen kunnen heel waar zijn.

Schermafbeelding 2016-06-23 om 22.38.03Recent stond de man terecht die volgens de verdenkingen heeft geprobeerd geld af te troggelen van de Jumbo door te dreigen met bommen en dood en verderf.
In de woning waar hij verbleef werd een zuur aangetroffen en waterstofperoxide.
Met dat spul kun je een explosief (TATP) maken, maar dan heb je nog wel aceton nodig.
Deze vluchtige vloeistof werd niet aangetroffen, een indicatie dat de verdachte niets met bommenmakerij te maken heeft.

Maar de politie ging ook na wat de verdachte in de periode voorafgaand aan de eerste bommelding had aangeschaft.
Bankgegevens lieten een transactie zien op 23 april 2015, om 12.36 uur bij verfwinkel Bossina in Groningen.
De verdachte had daar iets gekocht voor 5,70 euro.
Wat je voor dat bedrag bij Bossina kunt kopen?
Een liter aceton.

Toeval?
De advocaat: ‘Misschien kocht hij wel zes velletjes schuurpapier a 95 cent.’
De verdachte wilde er niet veel over zeggen.
Anderen gebruikten zijn bankpas ook wel eens.
Zoiets.
Wel een beetje vreemd, maar daarmee niet per definitie onwaar.

Afgelopen week was het de officier van justitie die ‘raar maar waar’ zei.
Hij zei dat over een gebeurtenis op 24 mei 2013.
Op die dag, ’s nachts rond half twee, zat er man op een dak van een gebouw 112 te bellen.
Hij vertelde dat hij was overvallen, vastgebonden, neergeschoten en dat ook was geprobeerd hem in de brand te steken.
Of de politie snel wilde komen.
Dat wilde de politie wel.

Agenten troffen de man inderdaad aan op het dak van een sportschool.
Hij bleek de eigenaar.
Terwijl de brandweer het vuur bestreed, werd de eigenaar overgebracht naar het ziekenhuis met drie in- en drie uitschotwonden.
Drie kogels waren door zijn arm, zijn zij en zijn kuit in- en uitgegaan.

De sportschoolman zei dat hij zich weinig kon herinneren van die heftige gebeurtenis.
Hij wist nog dat hij plots werd belaagd door twee of drie Engels sprekende mannen die iets kouds op zijn hoofd zetten.
Hij werd op een stoel gezet, vastgebonden en neergeschoten.
Daarna hadden ze de brand gesticht.
Met een stukje glas wist hij de plastic ty-raps kapot te snijden en zo kon hij ternauwernood ontsnappen.
Hij was naar het dak gevlucht en daar had hij het alarmnummer gebeld.

De officier van justitie gelooft er geen snars van.
Wilde hij niet de verzekering beduvelen?
Was hij niet bezig met een verhuizing van zijn bedrijf, maar waren er tegelijkertijd problemen met de gemeente Groningen over vergunningen?
De officier van justitie liet ook niet onvermeld dat de brandverzekering 170.000 euro had uitgekeerd.

Schermafbeelding 2016-06-23 om 22.49.00De sportschoolman veranderde gedurende het onderzoek van slachtoffer in een verdachte.
Op het wapen waarmee is geschoten, een Smith en Wesson, is zijn DNA aangetroffen.
Ook op een van de kogels in het wapen zat een DNA-spoor van de verdachte.
Het wapen was buiten op de grond gevonden.
Het leek wel alsof het ding vanaf het dak naar beneden was gegooid.
De officier van justitie: ‘En u zat op dat dak, niet uw overvallers.’

De verdachte weet het niet meer.
Rechters: ‘Is uw geheugen in z’n algemeenheid aangetast of alleen met betrekking tot dit specifieke incident?’
De verdachte: ‘Ik zie alleen maar vraagtekens.’

Onderzoek naar het letsel toont aan – beweert het onderzoek – dat de inschotverwondingen zonder verzet en van zeer korte afstand zijn aangebracht.
De rechters houden de verdachte voor dat er wel een heleboel toevalligheden samenkomen.
De officier van justitie noemt dat een stortvloed aan bewijs.
Hij eist twee jaar celstraf wegens brandstichting, verboden wapenbezit en voor het doen van valse aangifte.

Mocht de sportschoolman de kluit belazeren, dus dat het Openbaar Ministerie het bij het juiste eind heeft, dan betekent dit dat de verdachte zichzelf heeft neergeschoten.
Dus dat hij drie kogels niet alleen in, maar ook door zijn lichaam heeft geschoten.
De officier van justitie vraagt aan zichzelf: ‘Hoe onwaarschijnlijk is dat?’
Zijn antwoord: ‘Nou, in de rechtszaal kom je wel vaker dingen tegen die je je niet kunt voorstellen.’

Ik dacht, dat is wel waar.
Er was eens een man uit Afghanistan die…

Rob Zijlstra

update – 30 juni 2016 – uitspraak
De sportschoolman is veroordeeld tot 2 jaar celstraf: brandstichting, wapenbezit en het doen van valse aangifte >> het vonnis

De Plofkip

In het angstaanjagende programma
Opsporing Verzocht worden camerabeelden
getoond van een vaag figuur
die 500 tips opleveren

 

Schermafbeelding 2016-01-28 om 23.39.09De geschiedenis heeft oorlogen en rampen nodig, de topvoetballer regelmatig een weergaloos doelpunt, de journalist een keertje een primeur.
Voor politie en justitie is het niet anders.
Politie en justitie hebben af en toe een zaak van belang nodig, een zaak waar iedereen over praat en die nog lang heugt.

Jaren geleden diende zich zo een zaak aan.
In Noord-Groningen, in ’t Zandt en omgeving, brandden leegstaande schuurtjes af.
Al snel was duidelijk dat er geen sprake was van spontane zelfontbrandingen, maar dat er een brandstichter actief was, ja misschien zelfs wel een pyromaan.
De branden zetten de pers in vuur en vlam, van overal kwamen verslaggevers he-le-maal naar Groningen om verslag te doen.
Er zijn zelfs journalisten in ’t Zandt gaan bivakkeren om niks te missen.

Het werd een kat-en-muisspel en een lang verhaal.
Vlak voor kerst overmeesterde een arrestatieteam in de draaideur van het UMCG in Groningen een 18-jarige jongen op ziekenbezoek.
Met een zak over het hoofd werd hij in een snelle auto met loeiende sirene afgevoerd naar het politiebureau in Delfzijl.
Er kwam een persconferentie waar politie en justitie glunderend van trots vertelden: we got him.

’t Was Johnny B.
In zittingszaal 14 verliep het later ietwat anders (de rechters achten bijna niets bewezen), maar dat is een nog langer verhaal.

Het leven ging daarna zijn sukkelgang.
Tot mei vorig jaar.
Dan vindt een wandelaar bij de Jumbo aan de Wilhelminakade in Groningen een wit emmertje met daarin een kookwekker van de Blokker die met draadjes aan iets is verbonden wat doet denken aan een bom.
Drie weken later ontploft er iets tegen de gevel van de Jumbo aan het Overwinningsplein in Groningen.
Er is ook wat schade.

In het angstaanjagende programma Opsporing Verzocht worden camerabeelden getoond van een vaag figuur die 500 tips opleveren.
Het Jumbo-hoofdkantoor krijgt een brief met de eis: er moeten bitcoins komen, veel, anders gebeurt er echt wat.
De afpersing is een feit.
Er volgt nog een bommelding bij de Jumbo in de Euroborg.
Na uren zoeken wordt niets gevonden.
Bij een Jumbo in Zwolle wordt een verjaardagskaart bezorgd met een verdacht poedertje.

De hoofdofficier van justitie looft een beloning van 10.000 euro uit.
Dan wordt in oktober in de binnenstad van Groningen een man aangehouden.
Er volgt een persconferentie die de politie met trots en live uitzendt via Periscope.
We got him.

’t Is Alex O.
Afgelopen week verscheen deze kleine man – roze trui, witte sokken – voor het eerst in de rechtszaal, vrolijk lachend en zwaaiend naar en kushandjes uitdelend aan zijn publiek op de tribune.
Wij van de pers, toegestroomd vanuit alle hoeken, twitterden O.’s opkomst collectief de wereld in.

Ik wil deze zaken van belang niet bagatelliseren.
De meeste brandjes destijds in ’t Zandt stelden niet veel voor, maar er ontstond wel onrust en grote bezorgdheid.
Wat er tot nu toe bij de Jumbo’s is voorgevallen, is ook niet fijn.
Winkeldieven richten vast meer schade aan, maar dat neemt niet weg dat bommen lelijke, gemene en ongewenste dingen zijn.

In Groningen gebeuren wel ergere dingen waar politie en justitie minder hard mee aan de weg timmeren.
Waarom dat zo is, weet ik niet.
Wij van de pers zijn hierin ook een beetje raar.

Terwijl verslaggevers en cameraploegen wachten voor de ingang van zittingszaal 14 voor de pro forma-zitting met Alex O., wordt binnen uitspraak gedaan in een grote zedenzaak waarin twintig jonge vrouwen zijn aangerand.
Dat is doorgaans wel een onderwerp waar de pers over bericht.
Daarna wordt een tbs’er die in de Van Mesdagkliniek een mede-tbs’er dronken van drank en drugs wilde vermoorden veroordeeld tot tbs.
Er is vrijwel geen belangstelling.

Wij willen Alex O., die we niet de plofkip, maar liefkozend de Jumbo-bomber noemen.
De zitting verloopt voorspelbaar.
Er zijn een paar mededelingen en de advocaat vindt (‘het ijs is te dun’) dat Alex O. het komende strafproces in vrijheid moet kunnen afwachten.
De officier van justitie vindt van niet.
De rechters gaan daar dan over nadenken om vervolgens te vertellen dat is besloten dat Alex O. in voorlopige hechtenis blijft.
Tot slot mag de verdachte wat zeggen.
Hij zegt dat hij onschuldig is en dat hij al drie maanden ten onrechte in de gevangenis zit.
Dan is het klaar.

Dit alles speelt zich af in een half uur en in een vriendelijke sfeer.
Alex zegt ‘tot de volgende keer’ tegen de rechters, de rechters zeggen ‘bedankt voor uw komst’.
Als kort daarna een strafzaak begint waarin het Openbaar Ministerie welgeteld 1.132.272 euro eist van vier Groninger henneptelers, is de pers zo goed als uit zicht.
Zo gaat dat.

Wat Alex O. – indien schuldig – te wachten staat?

De Jumbo in Groningen is vaker afgeperst.
In 2004 dreigde een medewerkster voedsel in de schappen te vergiftigen en dat wereldkundig te maken.
De eis was dat de leidinggevende van de vleeswaren moest worden ontslagen.
De afperser, dan medewerkster afdeling brood, had die baan als leidinggevende op vlees willen hebben, maar ze werd gepasseerd.
Na intensief onderzoek werd de vrouw, zwanger en moeder van drie kleine kinderen, gearresteerd.

De officier van justitie zette zwaar in.
Hij noemde de huilende verdachte addergebroed en eiste voor dit uitvaagsel twee jaar celstraf.
De rechtbank legde twee weken later, in augustus 2005, een werkstraf op van 240 uur.
Wel moest Trudy een schadevergoeding betalen aan de Jumbo van 30.000 euro.
Dat mocht gelukkig in termijnen.

Alex O. moet nog even geduld hebben.
Hij is naar verwachting in mei aan de beurt.

Ondertussen gaat het redelijk tot goed met Johnny B.
Want wat een toeval.
Kort voordat de landelijke pers arriveert voor de Jumbo-zaak zit daar Johnny in de hal te wachten.
Hij moet terechtstaan wegens een verbale bedreiging van een persoon die hem, hollend door een weiland, met mes achter de broek aan zat.
Heel verhaal.
‘Ja, ’t gaat best goed, druk bezig met een eigen bedrijf.’

Niet lang nadat hij het gerechtsgebouw met drie weken voorwaardelijk verlaat, komt de advocaat binnen die Alex O. bijstaat.
Laat dat nou de advocaat zijn die destijds Johnny ook bijstond.
De persofficier van justitie is er.
Exact dezelfde.
Weer even later meldt zich in vol ornaat de politieman die destijds sluw het onderzoek leidde naar de branden in ’t Zandt.
Nu leidt hij het Jumbo-onderzoek.

Alsof de duivel aan het werk is.
Nog even en wij van de pers melden dat Alex O. eigenlijk Johnny B. is.

Rob Zijlstra

er komt een vervolg

het rechtbankverslag over Trudy, de eerdere Jumbo-afperser [juli 2005] link

Reinier S. – herziening ?

Schermafbeelding 2015-03-24 om 15.00.27achtergrond +  update 

Advocaat Geert Jan Knoops wil dat de Hoge Raad besluit tot een nieuw strafproces rond de dood van Gonda Drent (Smit). Volgens de advocaat zijn er nieuwe gegevens die onbekend waren toen het gerechtshof in Leeuwarden Reinier S. in hoger beroep veroordeelde tot 15 jaar celstraf.

Gonda kwam in op 11 december 1996 om het leven bij een brand in haar woning aan de Hoofdstraat in Hoogezand. De verdenking is dat Reinier de brand heeft gesticht nadat hij zijn partner Gonda met geweld om het leven had gebracht. Met de brand zou hij sporen hebben willen vernietigen.

Reinier werd eerst tot 12 jaar en in hoger beroep tot 15 jaar celstraf veroordeeld.

Knoops heeft het verzoek tot herziening al in februari ingediend bij de Hoge Raad. Die zal naar verwachting over enkele maanden een besluit nemen.

Volgens Knoops is er een belangrijke getuige die terugkomt op een eerder afgelegde (belastende) verklaring. Ook zijn er nieuwe aanwijzingen die Reinier S. een alibi zouden verschaffen. Op basis van een nieuw tijdpad kan S. zijn partner niet hebben gedood, aldus Knoops.

Of zoals Knoops het stelt: het onschuldscenario is waarschijnlijker dan het schuldscenario. Het gerechtshof oordeelde ondanks de veroordeling dat het politieonderzoek geen schoonheidsprijs verdient. In april dit jaar verschijnt het boek De Hoogezandse brand (tijdlijn als alibi) van o.a. rechtspsycholoog Peter van Koppen die de zaak opnieuw heeft onderzocht. Van Koppen en de zijnen doen zoiets vaker: gerede twijfel.

Ik volgende de strafzaken voor de rechtbank in Groningen en bij het hof in Leeuwarden. Hieronder de links naar de verslagen.

28 mei 2008
verslag van proces rechtbank Groningen → chocolademelk

10 juni 2008
het vonnis rechtbank Groningen → vonnis

1 juli 2009
verslag proces hof Leeuwarden – 1 → hoger beroep

3 december 2009
verslag proces hof Leeuwarden – 2 → verrassing

17 december 2009
de uitspraak → 15 jaar
analyse → genekt door eigen verzinsels
de uitspraak → het arrest

rob zijlstra

UPDATE – 29 maart 2016 – herzieningsverzoek

Gelijk het advies in oktober 2015 heeft de Hoge Raad het herzieningsverzoek van Reinier S. en zijn advocaat Geert Jan Knoops afgewezen. De door Knoops en de zijnen (onder wie Peter van Koppen) aangedragen ‘nieuwe feiten’ hebben de Hoge Raad geen aanleiding gegeven te besluiten dat de zaak opnieuw tegen he licht moet worden gehouden.

Het besluit is hieronder te lezen (klik op afbeelding)

De samenvatting van de uitspraak staat hier

Schermafbeelding 2016-03-29 om 13.06.15

Turks vuur

Schermafbeelding 2013-10-09 om 11.14.45Het is de nacht van 26 op 27 mei 2012, Kloosterlaan, Winschoten.
Een bewoonster van deze straat kan de slaap niet vatten en tuurt maar wat naar buiten.
Plots ziet ze een vreemd figuur – normaal postuur – in de woning van de buren.
Wel een beetje raar, want de buurtjes waren toch op vakantie?
Piekerend valt ze alsnog in een sukkelslaap om twee uur later, rond half drie, wakker te schrikken.
Het huis van de buren staat in lichterlaaie.
Buuf belt 112.

De brand is zo heftig dat de complete bovenverdieping naar beneden zakt.
De buurvrouw vertelt aan de politie wat ze heeft gezien: vreemd figuur, normaal postuur.
Een agent constateert dat de achterdeur niet op slot zit, maar de bewoners wel op vakantie.
Er wordt rekening gehouden met brandstichting.

Er is nog iets merkwaardigs.
Twee maanden eerder zijn op de gevel van de bewuste woning hakenkruisen geklad.
Dat gebeurde ook in de nacht.
De bewoner heeft een Turkse achtergrond.
De politie is van het incident op de hoogte.

Johan (28) zegt, beetje bokkig, tegen de rechters dat hij er niets mee te maken heeft.
Wesley (25) zegt van wel.
Hij zegt – hoewel niet heel enthousiast – dat hij het heeft gedaan.
Samen met Johan.
Johan zegt dat ze ooit vrienden waren, maar nu zeker weten niet meer.
Eenmaal zie ik dat ze even oogcontact hebben: het is een dodelijke blik.

Hakenkruisen zijn in Winschoten helaas geen zeldzaam verschijnsel.
Er is ook een aantal kunstwerken ontsierd met nazi-teksten en hakenkruisen.
De politie komt niet verder dan vermoedens.
De brand is zo heftig geweest dat bruikbare sporen in rook zijn opgegaan.

Maar dan meldt zich een criminele informant van de politie.
Hij zegt tegen betaling dat de woning helemaal niet door neonazi’s of zo in brand is gestoken, maar in opdracht van de eigenaar.
De brandstichter is een jongen met een normaal postuur, met het haar in stekeltjes.
Tijdens de brand, weet de informant ook, stond de paarse auto van de brandstichter iets verderop geparkeerd.
Die auto is nu niet meer van hem.
Deze informatie van de klikspaan wordt gekwalificeerd als betrouwbaar.

De politie weet dan al dat de woning voor de brand geruime tijd te koop stond.
De eigenaar wilde er 288.000 euro voor hebben.
Op het internet staan nog altijd de interieurfoto’s waar weinig van is overgebleven.

Johan heeft kort haar met stekeltjes, maar dat iemand dat heeft gezien is onbestaanbaar, zegt hij tegen de rechters: ‘Ik heb altijd de pet op, behalve onder de douche en als ik slaap.’
Wesley: ‘We hebben ook de hakenkruisen in opdracht van de bewoner aangebracht. Johan was daar bij. En ook Jan.’
Jan zal dat later desgevraagd bevestigen.
Jan is de criminele politie-informant.
Aan de brand heeft hij niet meegedaan, dat mocht niet van zijn vriendin.

Wesley vertelt dat ze er 800 euro voor hebben gekregen, voor de beklading en de brand.
De achterdeur zou openstaan, sporen van braak zijn vooraf aangebracht.
Ze moesten de brand stichten op de bovenverdieping.
Wesley sprenkelde benzine over vloerbedekking.
Toen hij het vuur er niet in kon krijgen, riep hij Johan.
Toen lukte het wel.
Zo is het gegaan, zegt Wesley.

Johan: ‘Ik heb er niks mee te maken.’

Na de informantentip komt Johan vrij snel in beeld.
Hij heeft een paarse auto gehad.
In januari, bijna acht maanden na de brand, wordt zijn telefoon aan een onderzoek onderworpen.
Het is opgevallen dat Johan vaak van nummer wisselt, maar niet van toestel.
Uit gegevens komt naar voren dat kort na de brand negen maal telefonisch contact is geweest met een 06-nummer, een nummer van een vrouw.
Die vrouw heeft een vriend: Wesley.

Het zal dan nog vijf maanden duren alvorens de politie denkt de zaak rond te hebben.
Op 24 juni worden Johan, Wesley en de eigenaar van de woning gearresteerd.

Johan zegt dat het wel klopt, dat het kan dat hij die dag in Winschoten is gesignaleerd, het was de dag dat zijn overleden vader jarig zou zijn geweest.
Hij had drugs gekocht en in de buurt van de Kloosterlaan op een parkeerplaats gestaan om er een joint te roken.
Johan: ‘Ik ben de auto niet uitgeweest.’

Wesley zegt dat hij een keer een fiets aan de Turkse man heeft verkocht.
Dat is een beetje zijn dingetje, fietsen verkopen.
De man had gevraagd of hij wel eens wat klusjes wilde doen.
Zegt: ‘Zo is het gekomen, stapje voor stapje.’

De rechters vragen: ‘U woont in Hoogezand. Hoe bent u die dag naar Winschoten gegaan?’
Wanneer Wesley zegt ‘met de auto’, zeggen de rechters dat hij geen rijbewijs heeft.
Wesley zegt dan dat hij met iemand is meegereden, maar met wie is hij nu vergeten.
De rechters vragen aan hem, terwijl ze naar Johan kijken: ‘Vind u het moeilijk te vertellen wat er is gebeurd?’
Wesley: ‘Tuurlijk.’

Johan: ‘Ik snap het ook niet, want ik ben daar niet geweest, dus.’

De officier van justitie snapt het wel: Johan liegt, Wesley spreekt de waarheid.
Tegen Wesley luidt de eis 24 maanden.
Johan (‘gelet op zijn houding’) hoort 30 maanden gevangenisstraf eisen.
De advocaat van Wesley vraagt of het een onsje minder kan en dat de daad vooral moet worden beschouwd als een eenmalige uitglijder.
De advocaat van Johan: ‘Is het bewijs wel voldoende overtuigend?’

De eigenaar van de afgebrande woning moet later terechtstaan.

Rob Zijlstra

uitspraak 21 oktober

Het mensbeeld

imagesSteeds vaker en inmiddels ook vaker niet dan wel bestaat de meervoudige strafkamer van de rechtbank in Groningen uitsluitend uit vrouwelijke rechters.
Sterker nog, steeds vaker is heel het togadragende gezelschap – de drie rechters, de griffier, de officier van justitie en de advocaat – vrouw.
Het zegt niets en het is ook helemaal niet erg.
Veel erger is dat het plegen van misdrijven al eeuwen achtereen een mannending is.
Mooier kunnen we het mensbeeld niet maken.

Vrouwelijke verdachten zijn in de zalen van het strafrecht ontzettend in de minderheid, in Groningen scoren ze nog geen tien procent.
Dit jaar werden dertien vrouwelijke verdachten in zittingszaal 14 veroordeeld tot daders en één mevrouw werd vrijgesproken.
Er zijn geen misdaden die typisch vrouwelijk zijn.
De veertien werden beticht van diefstal (4), geweld, ook met messen (4), drugshandel (2), fraude (2) en brandstichting (2).
Zegt ook niets, mogelijk zijn vrouwen slimmer.

Zodra cijfers in de misdaad opduiken – geldbedragen uitgezonderd – is het oppassen geblazen.
Conclusies trekken is bloedlink.
Neem brandstichting, een misdaad waar zware straffen mee gepaard gaan, zelfs levenslang.
Maar om Linda, 42 jaar, nu een crimineel te noemen?
In de misdaadstatistieken is ze aanwezig, maar in de gevangenis kom je haar na dit weekeinde niet tegen.

Linda heeft opzettelijk een kussen op een bank in haar woning met vuur in aanraking gebracht.
In grote lijnen weet ze nog wat er die dag is gebeurd.
Alles was bij elkaar gekomen.
Het gedoe met de biobak, de buurvrouw die haar uitnodigde voor een kopje koffie wat ze niet wilde, maar toch accepteerde omdat ze tot haar grote frustratie geen nee durft te zeggen, de vervelende sms’jes van de vader van haar kinderen en iets op Facebook.
Ze pakte een rondslingerende aansteker en stak impulsief als ze is, een kussen op de bank in brand.
Toen belde ze 112 en kwam haar vader het vuur doven.

Het leven van Linda zit in de knoei.
Ooit was dat niet zo.
Tien jaar lang was ze gelukkig en getrouwd.
Iets ging mis en daarna verliep alles moeizaam.
Ze is sociaal onhandig, maar zeer gemotiveerd het goed te doen.
Borderline.

Nadat haar vader het vuur had gedoofd en de politie was gekomen om Linda af te voeren, is geprobeerd een plek voor haar te vinden in een psychiatrische instelling.
Dat lukte niet.
Geen plek. Linda niet ernstig genoeg.
De officier van justitie zegt: ‘Ik ben er niet trots op dat ik destijds moest beslissen dat mevrouw naar het huis van bewaring moest.’

De officier van justitie zegt dat er, vijf maanden verder, een plek is gevonden.
Maandag aanstaande kan Linda worden opgenomen.
Dat is beter dan het huis van bewaring waar ze nu al 156 dagen zit, vaak ook in de isoleer.
Het is genoeg.
De officier van justitie: ‘Ik denk dat hiermee een goede afweging is gemaakt tussen de belangen van de samenleving en die van verdachte.’

Bij Linda gloort een sprankje hoop, ze is weer verliefd en droomt dat het wat wordt.
Hij heeft haar in het gevang dan wel niet bezocht, maar toch…
De drie rechters tonen als moeders een en al begrip, zeggen dat ze over twee weken uitspraak doen, maar dat Linda maandag aanstaande gerust het huis van bewaring mag verruilen voor een instelling waar ze haar kunnen helpen.

Jochem (40) is ook een verdachte die de misdaadstatistieken kleurt.
In 2007 kreeg hij twee jaar cel, in 2011 vijftien maanden.
Steeds voor hetzelfde: Jochem is een praatjesmaker.
Hij vertelt valselijk en listiglijk en bedrieglijk verhaaltjes aan mensen die dan diep geroerd hem een tientje of twintig euro geven voor de trein of bus.
De babbels van Jochem zijn echter in strijd met de waarheid, want zijn autosleutels liggen helemaal niet in de afgesloten auto.
Jochem heeft niet eens een auto.
En dus hoeft hij ook niet de reservesleutel van huis op te halen met bus of trein waarvoor hij het geld nodig zegt te hebben.
Het geld dat hij bijeen babbelt is voor de drugs waaraan Jochem al vijftien jaar verslaafd is.

Een groot crimineel kun je hem ondanks zijn lange staat van dienst niet noemen.
De officier van justitie zegt dat Jochem in 2011 de laatste kans heeft gekregen en dat hij nu de allerlaatste kans krijgt waarbij hij zich moet realiseren dat de laatste kansen wel op beginnen te raken.
Jochem kijkt blij want hij weet wat het betekent: een niet al te lange straf en daarna naar de kliniek wat hij zo graag wil.
De eis: een jaar celstraf, maar daarvan de helft voorwaardelijk.
Met een beetje mazzel kan Jochem volgende maand de kliniek in.
Jochem tegen de rechters: ‘Ik vind het een wonder dat het allemaal kan.’

Er zit een slachtoffer in de zaal, bijgestaan door Slachtofferhulp.
Jochem had op het Vennenplein in Delfzijl twintig euro uit haar portemonnee gepraat.
Dat geld wil ze terug.
Daarnaast wil ze een vergoeding voor de immateriële schade: 250 euro.
Ze zegt tegen de rechters dat ze altijd heel veel voor mensen voelde, maar dat ze nu bang is, dat ze nu medicatie nodig heeft.
Rechters: ‘Heeft u een verklaring van een arts waaruit blijkt dat u bang bent?’
Nee, dat heeft ze niet. Maar ze durft ’s avonds de hond ook niet meer uit te laten, bang dat een man haar pakt.
Rechters: ‘Heeft hij u dan vastgepakt?’
Slachtoffer: ‘Nee, dat niet, hij was een gewone man, een leuke man ook. Maar hij heeft wel mijn mensbeeld verstoord.’

Slachtoffers kom je veel tegen in de misdaadstatistieken, maar dat zegt dus ook niet altijd alles.

Rob Zijlstra

UPDATE – 17 oktober 2013 – uitspraken
Linda is veroordeeld tot de dagen die ze opgesloten heeft gezeten, conform de eis dus. Hulpverlening is belangrijker, vinden ook de rechters, dan straffen.  Ook Jochem kreeg een straf die gelijk is aan de eis: 6 maanden zitten. Hij won het vertrouwen, leende geld, maar heeft nimmer de intentie gehad het geleende terug te betalen. Kwalijk, ook al omdat hij zich in het verleden vaker aan dit delict schuldig heeft gemaakt.  Aan twee slachtoffers moet hij het geleende nu terugbetalen, tweemaal een bedrag van 20 euro. Maar daar blijft het ook bij. De mevrouw die 250 euro extra wilde hebben krijgt dat niet.

Toekomstige buren

brandwinschotenKees (35), betontimmerman van beroep, ziet een behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis wel zitten.
Al was het, zegt hij tegen de rechters, alleen maar om te laten zien dat er met hem niks aan de hand is.
Alleen attention deficit hyperactivity disorder, adhd, maar dat is het dan ook.

De officier van justitie merkt op dat Kees op zitting een heel aardige man lijkt, terwijl hij dat buiten de rechtszaal misschien helemaal niet is.
Dat het de aanklager menens is, blijkt al snel: tegen de adviezen van gedragsdeskundigen in, wordt een tbs met dwangverpleging geëist.
De jurist doet hiermee haar zwarte toga even uit om een witte jas van de medicus aan te trekken.

De reden waarom Kees onder dwang behandeld moet worden in een tbs-kliniek is nogal preventief van aard.
De officier van justitie zegt dat de toekomstige buren van de verdachte recht hebben om veilig te wonen.
Een tbs-behandeling duurt gemiddeld negen jaar.

Kees heeft brand gesticht op een dag dat hij naar eigen zeggen behoorlijk in de war was.
Hij had die dag naar Groningen gewild, om te shoppen, om samen met zijn hond olieverf te kopen van het geld dat hij had gespaard.
Het werd echter een dag met ruzie met zijn vader die hem van alles verweet.
Geëmotioneerd: ‘Het was altijd van jij dit en jij dat. Toen kwam mijn moeder er ook nog bij. Mijn leven bestond uit ruzies over niks. Ik dacht toen, ik steek de boel in brand, dan ben ik van alles af.’

Bij de politie vertelde hij dat hij papiertjes met een gevaarlijke straling, met uranium, in brand had gestoken.
Dat hij mensen uit zijn woning had weggejaagd.
En dat er ook iemand met een pistool was met een geluiddemper.

De officier van justitie zegt dat uit forensisch onderzoek is gebleken dat Kees terpentine over de vloerbedekking heeft gesprenkeld en de boel toen heeft aangestoken. Dat het klopt dat hij de buren op nummer 16 direct heeft gewaarschuwd, maar dat zoiets de ernst van de feiten niet minder maakt.

Kees heeft in de rechtszaal een andere lezing.
‘Ik zat die dagen vooral op bed, te schrijven, te schilderen. Het klopt wel dat ik die twee propjes papier heb aangestoken. Ik denk dat de hond toen de fles met terpentine heeft omgestoten. Overal in mijn huis stond terpentine. Daar maak ik mijn kwasten mee schoon.’
De officier van justitie: ‘Niet aannemelijk.’

De conclusie van de deskundigen is dat Kees volledig ontoerekeningsvatbaar is omdat er sprake is van een paranoïde psychose.
Dit betekent dat aan hem geen straf kan worden opgelegd; hij is wel schuldig, maar hij is geen strafbare dader.

Een behandeling in een psychiatrische kliniek kan wel, maar dat kan maximaal gedurende een jaar.
Daarna, zegt de officier van justitie, zijn wij van justitie de regie kwijt.
En dan komt ze weer: ‘Ik gun verdachte een toekomst met buren die zich veilig kunnen voelen.’
Oftewel: tbs met dwangverpleging.

Net als Kees zelf ziet ook de advocaat de dwangmaatregel niet zitten.
De advocaat zegt: ‘De maatregel tbs hoort een laatste redmiddel te zijn. En voor Kees zijn er nog wel wat alternatieven beschikbaar.’

Rob Zijlstra

uitspraak op 22 augustus

 Sinds 2005 heeft de rechtbank in Groningen de maatregel tbs met dwangverpleging 62 maal opgelegd. In zes van die zaken ging het om brandstichting.

Warner en Wendy

dvhnbrandStrafzaken kunnen om meerdere redenen bijzonder zijn.
De strafzaken tegen Warner en Wendy – de verdachten van een geruchtmakende serie brandstichtingen in Winschoten – zijn dat.

Bijzonder is bijvoorbeeld dat tussen april en oktober 2012 tachtig keer brand uitbrak in Winschoten.
Daarvan zijn er zestig verdacht, in die zin dat die branden mogelijk zijn aangestoken.
Warner en Wendy worden samen (opgeteld) verantwoordelijk gehouden voor zeventien brandstichtingen en pogingen daartoe.
Betekent dus dat verreweg de meeste branden de status hebben van niet opgelost.
Toch keerde met de aanhouding van Warner, begin oktober vorig jaar, de rust in Winschoten en omgeving terug.

De onrust in de Oost-Groninger stad was bijzonder groot geweest.
Mensen, zei de officier van justitie, sliepen gekleed en al in woonkamers op banken, uit angst.
Dat had hij van de burgemeester gehoord.
De burgemeester had gezegd dat het gevoel van veiligheid was verdwenen.
Er waren ‘s nachts bewoners die de straat opgingen om te waken.
Er kwam een noodverordening.
Er moesten bij de grote brand in september in de Torenstraat mensen worden geëvacueerd, onder wie de oudste van 96 jaar.
Na die grote brand kwam er een speciaal politieteam dat onder de codenaam Malta onderzoek ging doen.

De advocaat van Warner vindt de aanhouding van zijn client bijzonder.
Warner werd op heterdaad betrapt toen hij, even buiten Winschoten, probeerde het gebouwtje van de ijsvereniging in Blijham in brand te steken.
De politie zag dat, maakte er foto’s van en pepperde hem vervolgens met peperspray tegen de grond.
Warner wreef in zijn ogen en had toen gezegd dat hij blij was, dat hij er flauw van was en sowieso gepakt wilde worden.

Bijzonder, aldus de advocaat, omdat de aanhouding gebeurde tijdens een stelselmatige observatie waar geen toestemming voor was gegeven.
En dat is een fout die niet meer is te herstellen wat als consequentie moet hebben dat de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet verklaren.
De verdachte Warner gaat dan vrijuit.
Doet de rechtbank dat niet, dan moet het onrechtmatig verkregen bewijs worden uitgesloten.
En als dat gebeurt, blijft er geen bewijs meer over.
Dan gaat Warner ook vrijuit en misschien Wendy ook wel.

De officier van justitie reageerde bijzonder gevat.
Hij zei dat de fout klopte, maar dat de stelselmatige observatie bij nader inzien een gewone observatie was geweest, niet stelselmatig.
Bovendien was de fout niet veroorzaakt door grove nalatigheid en is de verdachte ook nog eens niet in zijn belangen geschaad.
Want had de verdachte niet gezegd dat hij opgepakt wilde worden?
Nou dan, hij kreeg wat hij hebben wilde.

Warner en Wendy zijn samen ook behoorlijk bijzonder.
Hij draagt een groot T-shirt in exact de kleur waarin zij haar nagels heeft gelakt (groen).
Ze zijn beide 26 jaar, zonder strafblad, woonden een tijdje in een pand met kamers en zijn gek op samen gokken in het casino.
Ze zijn geen praters.
Wel waren ze bang voor elkaar.
Daarom deden ze het ook.
Wendy was bang dat ze klappen van Warner zou krijgen als ze geen branden zou stichten.
Warner zei bang te zijn voor Wendy en haar vrienden, zei dat hij zich angstig had laten meeslepen.

Opmerkelijk dat ze dat zeggen, zeiden ze in het Pieter Baancentrum, want wij hebben daar niets van gemerkt: er zit geen spanning tussen die twee.
De rechters: ‘Dat van dat bange is dus onzin, dat hebben jullie er een beetje bij bedacht.’

Warner is – nog steeds het Pieter Baancentrum – geen pyromaan, maar misschien ook wel.
Hij is in ieder geval een spanningzoeker die met die spanning niet goed kan omgaan vanwege verstandelijke beperkingen.
Verminderd toerekeningsvatbaar.
Leeft in zijn eigen kleine wereld.
Warner is gek op websites als 112Groningen en wilde eens de sterkste man van Nederland worden.
Dan wilde hij 250 kilo tillen.
Kan op herhaling: bijzonder groot.
Tbs met dwangverpleging is een brug te ver.

Wendy ontbeert een gevoel van eigenwaarde door akeligheden uit het verleden en op school.
Ze heeft grote psychische problemen.
Functioneert op een zwakbegaafd niveau.
Ze belde een paar keer met 112 nadat ze brand had gesticht.
Ook redde ze eens iemand bij een brand wat haar een goed gevoel had gegeven.
Kans op herhaling: klein.
Wel: hulp nodig om haar leven op de rails te krijgen

Wendy geeft tien brandstichtingen toe, variërend van drie coniferen in de tuin van de mensen waar haar moeder werkte als schoonmaakster tot aan Tel Aviv, de voormalige shoarmazaak naast cafe Dommering waar Warener nog had gewerkt en daar op een wat lullige manier was ontslagen.
Dat was een van de grote branden want het vuur was overgeslagen naar het pand van Koekje Bouwman.
Wendy zei dat het niet de bedoeling was geweest, zo groot.

Warner kan zich niet zo veel meer herinneren.
De rechters sluiten niet uit dat hij zich iets dommer voordoet dan hij in werkelijkheid is.

Bijzonder – met ook een bijzonder gevolg – is dat Warner een stuk of vijftien brandstichtingen wel wil toegeven, want – zei hij – het waren er minder dan twintig en meer dan drie.
Maar als het er op aankomt in de rechtszaal ontkent hij er elf.

Dat kwam zo.
Op de dagvaarding worden hem veertien zaken ten laste gelegd.
Daarvan zijn er drie uitgeschreven voor behandeling op de zitting.
De andere elf zaken zijn ‘ad info’ toegevoegd.
Dat is om praktische redenen.
De verdachte kan zeggen dat de rechtbank die ad info-zaken mag meenemen.
Dat is dan een bekentenis.
De verdachte kan ook zeggen dat de ad info-zaken niet meegenomen mogen worden bij het bepalen van de strafmaat.
Dan ontkent hij.
Daar- en hierover is dan geen discussie mogelijk want dat zou weer niet praktisch zijn.

Warner zegt dat die elf ad info-zaken niet meegenomen mogen worden.
Dat betekent dat hij voor die zaken opnieuw moet worden gedagvaard.
De officier van justitie kondigde aan dat hij dat ook zal doen.
Er komt dus een tweede strafzaak tegen Warner.

Voor de drie zaken die hij wel toegeeft – en waarin zijn advocaat pleit voor vrijspraak – eist de officier van justitie 42 maanden celstraf en een tbs met voorwaarden (wel behandeling, maar buiten een kliniek).

Wendy hoort een celstraf eisen van vier jaar waarvan er een voorwaardelijk mag.
Haar advocaat dringt aan voorrang te geven aan behandeling.
Een lange detentie, zegt de advocaat, zal ertoe leiden dan Wendy buiten de boot van de maatschappij valt.

Rob Zijlstra

 een laatste bijzonderheid … hoorbare openbaarheid
ad info (ad informandum)

.

UPDATE – 15 juli 2013 – uitspraken
Wendy is veroordeeld tot vier jaar celstraf waarvan achttien maanden voorwaardelijk. Het vonnis van Warner is conform de eis: 42 maanden en tbs met voorwaarden. De verwachting is evenwel dat hij zich dit jaar nogmaals voor de rechters moet verantwoorden voor brandstichtingen die nu ad informandum op de dagvaarding stonden.

De rechtbank Noord-Nederland heeft de vonnissen niet gepubliceerd.

Johnny Cash

Mensen worden om uiteenlopende reden verdachte in een strafzaak.
Er zijn mensen die het worden omdat ze in de war zijn.
Verwarde mensen willen in een samenleving die in een hoog tempo voortraast wel eens struikelen.
Via het strafrecht proberen wij deze ‘sneuvelaars’ weer op te lappen en in het gareel te krijgen.

De 49-jarige Dick is een man die met twee trillende benen in het leven staat.
Als kind al was hij altijd bang, later mocht dat een angststoornis heten.
Om die te lijf te gaan, ging Dick gokken.
Na jaren op en neer strandde zijn huwelijk en liep alles in de soep.
Hij verslonsde en de schulden liepen op.
Uiteindelijk meldde zich de onvermijdelijke deurwaarder.

Op 16 februari, ’s ochtends om negen uur, zou die voor de laatste keer bij hem op de stoep staan.
Dick moest zijn huis uit.

Hij had het anders bedacht.
Technisch als hij was leidde hij de afvoer van de cv-ketel naar de badkamer.
Daar sleepte hij het bed naar toe en zo probeerde hij op 15 februari ’s avonds in diepe slaap te vallen.
Op de televisie had hij iets gezien over koolmonoxidevergiftiging.
Als alles goed zou gaan, zou hij nooit weer wakker worden.

Opnieuw zat hem niet mee.
Hij overleefde de poging en besloot in verwarring tot drastischer maatregelen.
Hij zette de gaskraan open, stak wat kaarsen aan en barricadeerde de voordeur met de wasmachine.
Struikelend verliet hij via het balkon zijn woning.
Maar eenmaal buiten belde hij 112 en vertelde wat hij had gedaan.
Niet lang daarna, de brandweer was er al, klonk een enorme explosie die de voorpui wegblies.
Dat er geen doden en gewonden zijn gevallen, is voor iedereen een groot geluk geweest, zegt de officier van justitie.

Dick zegt bijna niks, zegt dat hij het niet meer zo goed weet.
In het Pieter Baancentrum twijfelen ze aan zijn vergeetachtigheid.
Een klinische behandeling is noodzakelijk.
De rechters: ‘Zoiets kan jaren duren, beseft u dat wel?’
Dick, vlak en emotieloos: ‘Als dat zo is, dan moet het maar zo zijn.’

Hij zit nu 39 weken in de gevangenis, waar hij minder eenzaam is en weer redelijk gezond te eten heeft.
Eigenlijk vindt hij het leven wel goed zo.

Voor Leo, 42 jaar en hoefsmid, is het andersom.
Hij had het in zijn huisje, in een portiekflat in Groningen waar hij al 19 jaar woonde, prima naar zijn zin.
In januari ging het mis en deze zomer werd hij als trouwe huurder uit huis gezet en nu is zijn leven een zooitje.
Zegt: ‘M’n twee lievelingskatten kwijt, mijn eigen bedrijvigheid naar de kloten. Het is één grote teringellende.’
Leo leeft nu in zijn auto, vol hoefijzers, hamers, een aambeeld en vuur.
Zegt: ‘Ik droom van een klein kneuterig arbeidershuisje met een badkamer en een voordeur.
Een eigen brievenbus lijkt me ook leuk.’

Leo kreeg hommeles met de buren.
Hij vermoedt dat het een complot is, dat ze hem weg willen hebben.
Af en toe moest de politie er aan te pas komen, om gemoederen te bedaren, soms om Leo even mee te nemen.
Tegen de rechters: ‘Als mijn grote dikke bovenbuurman naar het toilet ging, kon ik dat horen. Maar ik lette daar nooit zo op.’

Tuurlijk, hij snapt zijn buren ook wel een beetje.
Zegt: ‘Ik ben een babbelkont. Als ik een gedachte heb, spreek ik die uit. Maar ik ben niet gek, wel wat apart.’
De buren waren vooral bang en zeiden dat ze met Leo in de buurt altijd op hun hoede moesten wezen.
Leo lacht boos: ‘Ik heb nooit iemand aangeraakt.’

Rechters: ‘Heeft u uw buren met de dood bedreigd?’
Leo: ‘Nee. Zo ben ik niet. Kijk, ik leef met honden, met paarden. Dan draait alles om lichaamstaal. Ik heb een uitgesproken lichaamstaal. Dat zie je aan mij.’
De rechters zeggen in het dossier te hebben gelezen dat hij wel eens op het balkon stond en dan schreeuwde. ‘Dan riep u: jullie hebben mijn boekhouder vermoord en ook zijn vrouw. Wat bedoelde u daar mee?’
Leo, diepe zucht: ‘Rare gedachten spreek ik ook uit. Okay, niet altijd slim. De volgende dag wist ik dat dat van die boekhouder en zijn vrouw dikke flauwekul was.’

Rechters: ‘U riep tegen uw buren dat ze allen dood zouden gaan. Dat ze verraders waren. Dat hun tijd was gekomen.’
Leo raakt uitgeput van al dat gevraag.
Met zijn laatste krachten: ‘Mijn buren houden van Marco Borsato. Ik van Johnny Cash, maar ook van Motörhead, Slayer. Dan zing ik metal-teksten, dat gaat alleen maar over die, die, dood, dood. Johnny Cash, Cut you down. Dat roep ik dan in mijn eigen woning. Niet tegen iemand of zo. Mag het?’

Rechters: ‘De psychiater zegt dat bij u sprake is van waanideeën, schizofrenie. Dat er soms sprake is een psychotisch toestandbeeld die gepaard gaat met ontremmingen.’
Leo: Die psychiater is een takkewijf.’

In juni dit jaar werd Leo door de politie uit huis gehaald. Na 19 dagen in een cel belandde hij met een machtiging van een rechter in een psychiatrisch inrichting.
Na twee maanden stuurde de directeur hem naar huis met de woorden: ‘Dag Leo, met jou is niets aan de hand.’

De officier van justitie: ‘Beetje zorg, beetje begeleiding.’
Tegen Leo: ‘Wat zoek je ook als vrije jongen in de stad? Zoek het platteland op. En een andere muziekkeuze. Love is all van The Beatles is ook een heel leuk liedje om te zingen. Ik eis wegens bedreiging een gevangenisstraf van honderd dagen waarvan 81 voorwaardelijk.’

Leo moppert dat het niet weer zal gebeuren en dat hij nu met rust wil worden gelaten.

Rob Zijlstra

UPDATE – uitspraak – 26 november 2012
Leo heeft zich vijf maal schuldig gemaakt aan bedreiging tegen het leven gericht. meermalen gepleegd. De rechtbank komt tot een andere straf die nauwelijks verschil maakt: een gevangenisstraf van 79 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk. Dat is wel lager dan de eis.

De strafzaak van Dick is aangehouden, het vervolg is in afwachting van een rapport van de reclassering over de gewenste behandeling.  

Vuurvreugde

De stem van Robert (21) klinkt zelfs een tikkeltje verontwaardigd wanneer hij zegt: ‘Want wat heeft het nu voor nut om een conifeer in brand te steken?’
De rechters hoeven daar niet over na te denken: ‘Geen enkel nut.’
Robert: ‘Nou dan.’
Hij bedoelt maar: ‘Ik zweer het. Ik was er wel bij, maar ik heb niets gedaan.’

Wie dan wel?
Arent.

Arent, een jaar jonger, zit naast Robert.
Arent zegt tegen de rechters: ‘De brand in het Julianapark, daar was ik niet bij. Toen zat ik op school. Examens. Ik had toen wel iets beters te doen.’

De rechters knikken instemmend en zeggen dat de mens altijd iets beters te doen heeft dan coniferen in de fik te steken.
Robert ziet zijn kans schoon om zijn onschuld nog wat extra op te fleuren: ‘Ik ben een natuurmens, altijd al geweest. Zo mag ik graag bladeren opruimen. De natuur is mooi en de natuur geeft ons leven. Waarom zou je dan de natuur vernietigen?’

Arent was wel bij de andere coniferenbranden geweest.
Nadrukkelijk: er bij.
Maar het was altijd Robert die de bomen in de fik stak.
Met z’n hand erin en dan met de aansteker klikken.
Arent: ‘En het was ook altijd zijn idee.’

Vooral in maart dit jaar vloog in Stadskanaal de ene na de andere conifeer in brand. Soms met tienen tegelijk.
Een keer veertig bij elkaar.
Soms vatte een schutting vlam, een paar keer scheelde het niet veel of ook woningen vielen ten prooi aan de huizenhoge vlammen.
Soms nog hoger, want een beetje conifeer brandt al een tierelier.

De officier van justitie zegt dat brandstichting een van de ergste misdrijven is die ons wetboek van strafrecht kent.
Vuur kun je niet in de hand houden en daarom kunt je er levenslang voor krijgen als het uit de hand loopt.
Eenmaal moest een 92-jarige vrouw ’s avonds door omstanders uit haar woning worden gehaald omdat het vuur te dicht bijkwam.
Arent geeft het toe: ‘Daar was ik bij.’

Op 22 maart is er brand in een haag van coniferen, een haag van drie meter hoog, tussen twee woningen in.
Robert: ‘Niets mee te maken.’
Ja, hij had de brand wel gezien, maar was doorgefietst, naar de tattooshop.
Daar had hij die avond een slang (of een rafelig stukje touw, is niet helemaal duidelijk te zien) in zijn nek laten prikken.
De natuurliefhebber heeft wel een klacht: ‘We hadden een afspraak. Als we gepakt zouden worden, zouden we ons stil houden. Nou ik ben de enige die niets heeft gezegd. De anderen wel. Ik ben genaaid. Als vrienden onder elkaar. Ik vind het laf.’

Een van de rechters kijkt bedenkelijk en merkt op: ‘Zo’n mevrouw van 92 jaar die heeft daar toch geen boodschap aan.’
Ietwat geërgerd: ‘De mond dichthouden. Dan ben je geen knip voor de neus waard. Toch?’

Robert: ‘Het is een complot. Ze proberen met te pakken. Ze zijn nu ook bezig mijn vriendin van me af te pakken. Ze willen dat ik vastzit en dan gaat er straks een ander met mijn vriendin vandoor.’
En daar zit hij niet op te wachten, ook al omdat hij in december hoopt vader te worden.

De rechters gaan er niet op in.
Wat ze willen weten is wat er aan de vuurvreugde vooraf ging.
Arent schetst het voorspel.
‘Dan gingen we biertjes halen bij de C1000 en dan een beetje hangen en gek doen in het centrum, vooral op koopavond. Of gewoon rondjes fietsen. En dan thuis met bier, worst en chips op tafel en met vriendinnen, gewoon gezellig.’

Rechters: ‘En dan af en toe een conifeer in de fik.’
Robert; ‘Nee.’
Arent: ‘Ja. En als dan de brandweer kwam, gingen we kijken.’
Robert: ‘Ik zweer het.’
Rechters: ‘Vuur kan wel heel mooi zijn hè. Ik heb zo’n vuurkorf in de tuin. Dan kun je een hele tijd in die vlammen kijken. Dat fascineert.’
Arent: ‘Joh.’
Robert, argwanend: ‘Ik weet niet wat dat betekent.’

De officier van justitie zegt dat er grote onrust was ontstaan in Stadskanaal. ‘Mensen waren bang, sliepen slecht en waakzaam of troffen voorzorgsmaatregelen met tuinslangen. Mevrouw van 92 jaar, een brandstichting met levensgevaar. Er was veel media-aandacht. Jullie wisten van de onrust en toch gingen jullie door. Voor de kick of om stoer te doen, wie zal het zeggen.’

Arent hoort een jaar celstraf eisen, de helft mag voorwaardelijk.
Robert mag boeten met dertig maanden cel, waarvan tien maanden voorwaardelijk.

De officier van justitie laat doorschemeren dat de twee jonge verdachten niet moeten jammeren, maar van geluk mogen spreken.
Lang niet alle branden waarvan ze worden verdacht, kunnen worden bewezen omdat het strafdossier onder de maat is: te slordig, te veel onduidelijk hier en daar en met zaken (straatnamen en tijdstippen) door elkaar.
Geen schoonheidsprijs.

Woensdag was justitieminister Opstelten op werkbezoek in Stadskanaal.
Hij sprak met de burgemeester, met vertegenwoordigers van politie en justitie en andere ketenpartners over de aanpak van de jeugdcriminaliteit.
Die is in Stadskanaal zo succesvol dat de rest van het land er een voorbeeld aan moet nemen.
Dat zeiden ze.

Rob Zijlstra

.

UPDATE – 20 september 2012 – uitspraken
Arent is door de rechtbank vrijgesproken van al hetgeen hem ten laste was gelegd. Zijn aanwezigheid is onvoldoende voor een veroordeling wegens medeplegen en in dit geval ook niet wegens medeplichtigheid.
Robert moet 24 maanden zitten. Daarvan zijn er 8 maanden voorwaardelijk. Alle feiten die het Openbaar Ministerie hem voor de voeten heeft geworpen, acht de rechtbank bewezen.

 

 

Johnny B. & Co – rechtbankverslag

Het is 3 maart 2011.
Vanuit het ’t Zandt rijdt een Skoda Fabia naar Zeerijp.
Om 21.14 uur stappen twee mannen uit die auto en gaan een woning binnen.
Negentien minuten later verlaten ze de woning en lopen naar een geparkeerde auto, naar een Mazda 232 waarvan de zijruit stuk is.
Een van de mannen doet iets bij die auto, met zijn bovenlichaam hangt hij half door het kapotte ruit van de bijrijderportier.

De andere man kijkt toe en om zich heen.

Dan rennen de twee mannen weg.
Niet veel later klinkt in Zeerijp een luide knal.
De Mazda staat in brand.

Om 21.37 uur rijdt de Skoda Fabia het dorp uit, richting Loppersum.
In Loppersum stapt de bijrijder om 21.46 uit de auto.
De Skoda rijdt verder.
Om 22.15 uur stopt de Skoda op een parkeerplaats in Harkstede.
Johnny B. stapt uit en gaat, trap op, zijn woning binnen waar zijn vriendin op dat moment een computerspelletje speelt.
Om 22.40 uur tikt hij op Google de zoekterm ‘auto en brand’ in.

Johnny B. ontkent.
Wat hij die dag heeft gedaan, hij zou het niet meer weten.
Rechters: ‘U was er vlakbij, bij die autobrand. Niets gezien, niets gehoord?’
Johnny B. ‘Nee.’

De genoemde tijdstippen zijn afkomstig van het observatieteam van de politie.
Dat team houdt Johnny B. in de gaten.
Er zijn agenten die om hoekjes staan en in de bosjes liggen.
Onder de twee auto’s waarin B. rijdt, zijn peilzenders geplakt, in het dashboardkastjes zijn microfoontjes verstopt.

Wanneer ze richting Loppersum rijden, zegt Johnny B. – om 21.39 uur – tegen zijn kompaan Johannes V.: ‘Hoorde je hem, ik hoorde hem…’
Johannes: ‘Ehhe…’
De officier van justitie: ‘Duidelijker kan het niet. Met ‘hem‘ bedoelde Johnny B. de luide knal.’

Het onderzoek – met de rare naam Bakkerstor (‘oosterse kakkerlak’) – is in maart 2011 volop gaande.
Aanleiding is een woninginbraak in Holwierde, in november 2010.
Op een kozijn met braakschade zijn rode stukjes lak gevonden.

Een maand later, op 16 december 2010, wordt ingebroken in een woning in Steendam.
Een getuige ziet een grote man met een rood breekijzer lopen.
En ziet ook hoe even later twee mannen iets onder een dekbed uit de woning dragen.
Iets dat lijkt op een grote platte televisie.
De getuige maakt een foto van de mannen.
En noteert het kenteken van hun auto: een Skoda Fabia.
De auto staat op naam van de vader van Johnny B.
Op de foto is een van de mannen goed zichtbaar: het is Johnny B.

Deze inbraak wordt gepleegd daags nadat de proeftijd die hoorde bij de straf die B. in 2008 opgelegd had gekregen, is verstreken.

Op 12 en 14 december 2011 worden Johnny B. en Johannes V. gearresteerd.
Het onderzoek Bakkerstor heeft dan een jaar geduurd.

Samen worden ze verdacht van zeven brandstichtingen en negen woninginbraken.
Al die misdrijven werden gepleegd terwijl de politie – het observatieteam – toekeek, onder de auto’s waarin B. reed peilzenders waren bevestigd, met microfoontjes gesprekken werden afgeluisterd en het internetgedrag van B. werd getapt.

Bij een inbraak in een kapperszaak in Spijk, op 1 maart 2011, is een grote partij shampoo gestolen.
Negen maanden later, op 6 december 2011, rijden Johnny en Johannes langs die zaak.
Johannes zegt tegen Johnny die achter het stuur zit: ‘Ik heb nog steeds geen shampoo weer gekocht… Ik was m’n haar er nog steeds van, elke dag. Kan nog wel een half jaar denk ik.’

Het microfoontje registreert dat ze lachen.

Op 16 maart 2011 is er brand geweest aan de Friesestraatweg bij Hoogkerk.
Op 17 maart 2011 krijgt de politie via de internettap mee dat Johnny B. ’s ochtends om 06.17 uur op Google intikt: ‘brand frisestraatweg‘, zich herstelt en dan intoetst: ‘brand Friesestraatweg‘.

Deze brand (een caravan) wordt op die 16e maart om 20.45 uur aan de brandweer gemeld.
De caravan staat op het erf van een boerderij.
Het observatieteam ziet Johnny B. om 20.47 bij die boerderij over een hek klimmen.
Vervolgens ziet het team hoe B. om 21.00 uur in zijn auto stapt en wegrijdt.

Had het observatieteam op 16 maart 2011 de voet uitgestoken, dan was Johnny B. gestruikeld.
In de rechtszaal ontkent Johnny B. dat hij die dag in de buurt van die boerderij is geweest.

Op 18 november 2011 ziet het observatieteam Johnny B. en Johannes V. over een betonpad lopen bij Ten Post.
Eén minuut daarna ruiken de leden van het observatieteam een scherpe brandlucht.
Weer een minuut later ontdekken ze dat er een schuur in de brand staat.

De agenten stellen vervolgens vast dat B. en V. wegrijden richting Ten Boer.
Het observatieteam ziet hoe ze halverwege keren en terugrijden naar Ten Post.
Achter de brandweerauto aan, naar de brandende schuur.
Voor de brand had de politie gezien dat B. om 20.13 uur 3,84 liter benzine had gekocht bij een tankstation.

Getuigen hadden in de buurt van het schuurtje twee mannen gezien in een grijze, stilstaande auto.
Beetje verdachte mannen, vond de getuige die dit aan de politie meldde.
Die twee mannen leken in niks op Johnny B. en Johannes V.
De officier van justitie in de rechtszaal: ‘Die twee mannen in die grijze auto waren leden van het observatieteam.’

Johnny B. en Johannes V. zeggen dat ze met die brand niets te maken hebben.
Ze waren daar wel in de buurt, klopt wel.
In een weiland hadden ze in het donker naar een hengel gezocht.
Vandaar.

Het openbaar ministerie denkt dat Johnny B. en zijn vriend Johannes V. vorig jaar ten minste 35 misdrijven hebben gepleegd.
Voor de helft van die zaken geldt dat de verdenkingen vermoedens zijn, niet gebaseerd op bewijzen.
Die tellen dus niet mee.
Voor de 17 zaken die wel ten laste zijn gelegd, is dat bewijs er volgens het openbaar ministerie wel, in ruime mate zelfs.

Johnny B. ontkent alle brandstichtingen.
Hij geeft twee woninginbraken toe.
Dus ook die inbraak in Steendam waarbij hij op de foto staat en waarop te zien is hoe hij iets dat lijkt op een grote platte televisie in de handen heeft.

Johannes V. zegt dat hij wel eens iets kocht dat gestolen zou kunnen zijn.
Die grote televisie bijvoorbeeld.
Van wie hij die had gekocht?
V. wil dat niet zeggen.

En de oude munten die hij in Assen bij een handelaar had ingeleverd, waren afkomstig uit een erfenisje.
Dat het om soortgelijke munten gaat die zijn gestolen uit een woning in Holwierde, moet dan op toeval berusten.

Johnny B., hoorde dus 7 jaar celstraf tegen zich eisen.
Johannes V. 6 jaar.

Het openbaar ministerie heeft een sterk verhaal.
Maar ook een heel raar verhaal.

Want waarom zijn Johnny B. en Johannes V. niet veel eerder aangehouden?
Waarom pas in december 2011?
Waarom niet in december 2010 in Steendam?
De politie beschikte toen immers al over een foto van B. als inbreker?
Of waarom niet in maart, na die autobrand in Zeerijp?
Dat had een heterdaad kunnen zijn.

Waarom konden Johnny B. en Johannes V. een jaar lang onder toeziend oog van de politie hun gang gaan?
Dat dit kon, zeiden de advocaten, is bizar.
Ze zeiden: zo bizar en merkwaardig, dat het misschien allemaal niet waar is.
Dat het niet waar is dat Johnny B. onder observatie brand sticht, met gevaar voor mensenlevens en vervolgens niet wordt aangehouden.
De politie had, zeiden de advocaten bij wijze van spreken, de latere slachtoffers een hoop ellende kunnen besparen.

De rechtbank wil er extra lang over nadenken.
De uitspraken worden gedaan op 3 mei.

Rob Zijlstra

.
UPDATE – 3 mei 2012 – uitspraken
Johnny B. is veroordeeld tot 5 jaar celstraf, partner in crime Johannes tot 4 jaar en 6 maanden.
B. werd voor vier van de 17 zaken zaken op de tenlastelegging vrijgesproken. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het feit dat B. eerder is veroordeeld. Door te stelen (in te breken) heeft B. laten zien dat hij geen respect heeft voor  bezit van anderen. De rechtbank acht  vijf woninginbraken, twee pogingen daartoe, vier brandstichtingen en een vernieling wettig en overtuigend bewezen.
Johannes V. heeft zich schuldig gemaakt aan zes inbraken, twee pogingen daartoe, een insluiping, twee brandstichtingen, een vernieling, het exploiteren van een hennepkwekerij en wapenbezit.

VONNIS Johnny B.
VONNIS Johannes V.

.
UPDATE – 16 mei 2012 – hoger beroep
Johnny B. legt zich neer bij zijn veroordeling tot vijf jaar celstraf. Zijn advocaat Gerben Pol laat weten – ‘hoewel wij het niets eens zijn met de uitspraak’ – dat besloten is niet in hoger beroep te gaan. Ook het openbaar ministerie – dat 7 jaar cel eiste – ziet af van hoger beroep. Wat Johannes V. doet, is nog niet bekend. Johannes V. tekent wel hoger beroep aan, zo heeft zijn advocaat desgevraagd laten weten.

.

De mythe

ook nrc handelsblad doet er aan mee

Een eis van zeven jaar?

Daar kun je ook iemand voor omleggen, zei een advocaat in de wandelgangen van de Groninger rechtbank.
Iemand anders beweerde dat justitie nog een rekening heeft te vereffenen met de 24-jarige Johnny B.
Omdat de rechtbank hem in 2008 ‘slechts’ veroordeelde tot netto vijftien maanden celstraf terwijl toen vijf jaar was geëist.

Zeven jaar.

Voor het idee: de rechtbank in Groningen legde sinds 2005 zeven maal een gevangenisstraf van zeven jaar op: een keer voor moord, drie keer voor doodslag en drie keer voor een poging tot moord.

Ik ben een goeie jongen, zei Johnny B. donderdag tegen zijn rechters.
Eigenlijk zijn we ratten, zou hij tegen medeverdachte Johannes V. hebben gezegd, in de auto (met afluisterapparatuur) op weg naar een woning in Spijk om daar in te breken.

Zeg ‘Johnny B.’ in Limburg (of Zeeland) en de kans is groot dat de reactie luidt: ‘de pyromaan van ’t Zandt’.
Gedragsdeskundigen die hem in 2008 onder de loep namen, concludeerden dat Johnny B. juist geen pyromaan is, dat hij niet lijdt aan de ziekelijke stoornis die pyromanie heet.
Donderdag, tijdens het twaalf uur durende strafproces, viel het woord niet eenmaal.

Wij van de media blijven hem wel hardnekkig zo noemen.
Misschien is het verleidelijk iemand in een hokje te stoppen, omdat het geen prettige gedachte is dat gewone mensen ook ongewone, ja zelfs hele nare dingen kunnen doen.

Johnny B. is een mythe geworden, met nationale bekendheid als twijfelachtige eer.
De naam bekt ook best lekker voor een crimineel.
Maar is hij dat ook?

In 2008 werd hij, toen 19 jaar oud, verdacht van 22 brandstichtingen; hij werd veroordeeld voor één brandstichting en twee pogingen daartoe.
Donderdag ging het om zeven brandstichtingen: in een woning, driemaal een caravan, een auto, een schuurtje, een rolletje papier in een pinautomaat.
Daarnaast: negen woninginbraken en een vernieling.

Geen kinderachtige verdenkingen.
De auto, die explodeerde, was een aangepaste auto, de eigenaar was ervan afhankelijk.
Het zal je caravan of pinautomaat maar zijn.
En ook het plegen van inbraken past beter bij rattengedrag, dan dat het het werk is van een ‘goeie jongen’.

Officier van justitie Rianne Wildeman presenteerde in de bomvolle rechtszaal de bewijzen en dat deed zij – met PowerPoint op een scherm van drie bij vijf meter – op overtuigende wijze.
Na haar verhaal was maar een conclusie mogelijkheid: Johnny B. heeft zijn reputatie eer aan gedaan, hij is schuldig.
En maatje Johannes V. ook.

Nadat de officier van justitie had gesproken en de strafeisen op tafel had gelegd (zes jaar voor Johannes V.), verlieten de meeste journalisten met een eenzijdig verhaal de rechtszaal.
Ruim voor etenstijd.
Het proces zou nog tot half tien ’s avonds duren.
In die tijd gaven de advocaten tegengas, om evenwicht in het relaas van justitie te brengen.

De advocaten: wanneer het waar is wat justitie wil doen geloven, dan heeft Johnny B. zijn misdaden gepleegd terwijl het observatieteam van de politie toekeek.
Dat is zo bizar, zeiden ze, dat het misschien helemaal niet waar is wat de officier van justitie zo stellig beweert.

De rechtszaal was toen al bijna leeg.

Bij te veel evenwicht vallen bestaande beelden om.
Blijkbaar houden we liever de mythe in stand.

Rob Zijlstra

Johnny B. & Co.

tekening: annet zuurveen - rechtbanktekenaar

Vandaag, donderdag op 5 april 2012,  staan Johnny B. (24) en Johannes V. (29) terecht voor de rechtbank in Groningen.
Het duo wordt verdacht van woninginbraken, brandstichtingen en van een vernieling.
Johannes V. moet zich ook verantwoorden voor het exploiteren van een hennepkwekerij (300 planten) en wapenbezit.

Het gaat om een bijzondere zaak. De Groninger rechtbank heeft er een hele dag voor gereserveerd. Voor het idee: de laatste moordzaak in zittingszaal 14 werd in anderhalf uur afgehandeld.

De zaak is vooral bijzonder omdat Johnny B., hovenier, een van de verdachten is.
Johnny B. verwierf landelijke bekendheid als de brandstichter van ‘t Zandt.
Om hem aan te kunnen houden, werd zelfs het leger ingezet.

Dat was ongekend.

Met zijn vermeende daden hield Johnny B. een dorp met 700 inwoners in gijzeling, zal de korpschef van de Groninger politie later zeggen. En daaraan, aan de angst, moest hoe dan ook een einde komen. Met de aanhouding van Johnny B., door een arrestatieteam in de draaideur van het UMCG, kwam daar ook een einde aan.

Volgens gedragsdeskundigen is Johnny B. geen pyromaan.
Pyromanie is in Nederland – anders dan wij van de media u willen doen geloven – een zeldzaam verschijnsel.

Pyromanie is een ziekelijke stoornis.
Brandstichters hebben vaak andere drijfveren.
Het heeft er meer van dat Johnny B. eerder bad is dan mad.

Van de 21 branden die hem toen ten laste waren gelegd, achtte de rechtbank uiteindelijk twee pogingen en een voltooide brandstichting bewezen.
Tegen de consequent ontkennende B. werd 5 jaar celstraf geëist; hij kreeg 24 maanden waarvan 9 voorwaardelijk.

Er volgde – tot grote frustratie van vooral de politie – geen hoger beroep.
Het besluit van het openbaar ministerie geen beroep aan te tekenen – wat zeer in de rede had gelegen – zou een deal zijn geweest: Johnny B. zou niet terugkeren naar ’t Zandt om verdere onrust te voorkomen; zou hij dat toezeggen, dan zou justitie de zaak laten rusten.

Na zijn vrijlating, in april 2010, probeerde Johnny B. zijn leven weer invulling te geven.
Ik voerde in die tijd diverse gesprekken met hem en publiceerde een interview, kort nadat hij op vrije voeten was. In de gesprekken bleef hij zijn onschuld benoemen. Hij was zelfstandig gaan wonen in een voor hem nieuw dorp in de provincie Groningen en kon als hovenier weer aan de slag bij zijn vroegere baas.
Zo nu en dan hadden we contact.

Zo trof ik hem begin december in de rechtbank van Groningen. Samen met Johannes V. Ze bezochten een strafzaak van een vriendje die beticht werd van het mishandelen van een politieagente (vrijspraak). Johnny B. had op dat moment even geen werk, maar maakte zich daarover geen zorgen. ‘Het is december, het werk komt wel weer.’

Hij zei: ‘Ik ben goed bezig.’
Ik zei: ‘Zet ‘m op.’
Op de een of de andere manier geloofde ik hem.

Zoals ik er ook altijd rekening mee heb gehouden dat de brandstichtingen in leegstaande schuurtjes in ’t Zandt en omgeving niet (alleen) zijn werk is geweest.
Ik heb dat altijd gedacht omdat ik mij moeilijk kon en kan voorstellen dat een jongen van 18, 19 jaar – wie hij toen was – niet alleen een heel fanatiek gemotiveerd politieteam, maar ook al het technisch vernuft van het leger, in het hemd kon zetten.

Twee weken na de ontmoeting in de rechtbank, werd Johnny B. – op 14 december 2011 – opnieuw aangehouden, samen met die Johannes V., zijn voormalige dorpsgenoot uit ‘t Zandt.

Johannes V. geniet in Noord-Groningen een zekere reputatie.
In 2006 werd hij veroordeeld tot 3 jaar celstraf wegens onder meer een poging tot doodslag op een politieagent. Na het incident was hij ondergedoken. Na een internationaal opsporingsbevel werd hij na anderhalve maand aangehouden.

Vorige week moest Johannes V. als getuige komen opdraven in zittingszaal 14. Bij zijn arrestatie was in zijn woning een hennepkwekerijen met 300 planten aangetroffen. In de naastgelegen woning van zijn vader bloeide een kwekerij met 176 planten en werden ook wapens gevonden. Johannes moest getuigen in de strafzaak tegen zijn vader >> het rechtbankverslag.

Komende donderdag gaat het om brandstichtingen en woninginbraken.
Wat opvalt is dat drie van de zeven brandstichtingen alleen aan Johnny B. worden toegeschreven. In die drie gevallen gaat het om caravans in caravanstallingen. Bij een van die brandstichtingen zou ook gevaar (te duchten) zijn geweest voor mensenlevens.

Ook vrij bijzonder is dat de de politie tal van bijzondere opsporingsmiddelen heeft mogen inzetten. Zo werden tijdens het onderzoek niet alleen peilzenders onder de auto’s van de twee verdachten geplaatst, in de dashboardkastjes had de politie ook microfoontjes met zendertjes mogen verstoppen.
.

De feiten, op basis van de tenlastelegging, in chronologie:

1 november 2010
De Rippert, Holwierde
woninginbraak, brandstichting
buit: sieraden, munten, waardepapieren
verdachten: johannes v. + johnny b.

16 december 2010
Damsterweg, Steendam
woninginbraak
buit: flatscreen, dekbed, geld, sieraden
verdachten: johannes v. + johnny b.

3 januari 2011
Hogeweg, Eenum
woninginbraak
buit: geld
verdachten: johannes v. + johnny b.

1 maart 2011
Ubbenasingel, Spijk
inbraak (kapperszaak), brandstichting
buit: geld, shampoo, cosmetica
verdachten: johannes v. + johnny b.

3 maart 2011
Borgweg, Zeerijp
brandstichting
object: auto
verdachten: johannes v. + johnny b.

16 maart 2011
Friesestraatweg, Groningen
brandstichting (stalling caravans)
verdachten: johnny b

8 april 2011
Loppersum
woninginbraak – poging
verdachten: johannes v. + johnny b.

9 april 2011
Wirdumerweg, Loppersum
woninginbraak (rijschool)
buit: geld
verdachten: johannes v. + johnny b.

Het politieonderzoek wordt stilgelegd. Het openbaar ministerie wil vooralsnog niet zeggen waarom. Op de zitting van 5 april, zo meldde de officier van justitie tijdens de pro forma-zitting op 22 maart, wordt over de reden tekst en uitleg gegeven. De advocaten noemen het stopzetten van het onderzoek merkwaardig. In oktober 2011 wordt het onderzoek hervat.

14 oktober 2011
Noordwolderweg, Zuidwolde
brandstichting (schuur, caravanstalling)
verdachte: johnny b.
officier van justitie: met gevaar voor personen

20 oktober 2011
Wirdumerweg, Loppersum
woninginbraak (pedicure)
buit: geld
verdachten: johannes v. + johnny b.

21 oktober 2011
Bosweg, Loppersum
woninginbraak – poging
buit: –
verdachten: johannes v. + johnny b.

18 november 2011
Jan Zijlstraat, Ten Post
brandstichting (schuur)
verdachten: johannes v. + johnny b.

Op 1 december 2011 tref ik Johnny B. en Johannes V. in de rechtbank. ‘Ik ben goed bezig.’

2 december 2011
Boersterweg, Ten Boer
vernieling: met een wapen worden lantaarnpalen stukgeschoten
verdachten: johannes v. + johnny b.

3 december 2011
Rijksweg, Garrelsweer
brandstichting (caravan)
verdachte: johnny b.

6 december 2011
Parklaan, Spijk
woninginbraak
buit: geld, geldkistje, vvv-bonnen
verdachten: johannes v. + johnny b.

Op 14 december 2011 worden Johannes V. en Johnny B. aangehouden.
Tijdens de arrestaties wordt in de woning van V. een hennepkwekerij aangetroffen
verdachte: johannes v.

Tot zover de verdenkingen.
De waarheid volgt later.

Rob Zijlstra

extra
0 rechtbankverslag Johannes V. (2006) – de afrekening
0 rechtbankverslag Johan V. & Co. (2012) – de bijvangst
0 interview Johnny B. (2010) – ik heb het niet gedaan

.

UPDATE DE EISEN

De AH-groep

tekening: annet zuurveen / dvhn

Het was een bijzondere strafzaak.

Toen de verdachten waren opgepakt, in oktober vorig jaar, vertelde de politie aan de krant dat veel mensen in de omgeving van de verdachten al lang wisten wie de daders waren.
Maar dat de mensen de mond hielden, met het oog op mogelijke represailles.

Ietwat opmerkelijk mag zijn dat de man die nu wordt gezien als hoofdverdachte, de 21-jarige Hans, in januari 2011 al bij de politie in beeld was.
Agenten hadden hem op nieuwsjaardag aangesproken bij een brand in een voormalig schoolgebouw in Winschoten.
Hij had roet om de kop en stonk naar benzine, wat gezien de situatie ter plaatse enigszins verdacht was.
De agenten hadden toen alleen zijn naam opgeschreven, natuurlijk niet wetende dat Hans in de maanden die zouden volgen voor miljoenen euro’s schade ging aanrichten.

Bijzonder was de opmerking van de rechters dat deze kwestie in omvang vele malen groter is dan de kwestie van Johnny B. destijds.
Destijds was heel de Nederlandse pers uitgerukt naar zittingzaal 14 om Johnny B. te zien en te horen.
Nu was er, op mezelf na, niemand van de pers.
Het was de rechters opgevallen: ‘Sommige zaken gebeuren in betrekkelijke stilte en andere zaken juist niet.’

Er gebeurde vorig jaar van alles in Winschoten en omgeving.
Veel diefstallen en veel branden, groot en klein.
Het begon een plaag te worden en de mensen onrustig.
Er kwamen ’s nachts buurtwachten.
Kortom: de burgemeester moest wat doen.

Agenten zeiden: ‘We moeten die ene jongen in de gaten houden, die jongen in de witte trui en roet om de kop die op nieuwjaarsdag zo naar benzine stonk.’
De agenten zeiden ook dat deze jongen in een groepje zit, in een groepje hangjongeren dat altijd staat te nietsnutten bij de Albert Heijn.

De burgemeester zei: ‘We zetten een speciaal team op die AH-groep.’
En zo geschiedde.
In de omgeving van de hangplek werden uitdagende containers geplaatst.
Met camera’s.
Hangjongeren met eigen auto’s werden in de gaten gehouden met behulp van peilzenders die onder de auto’s waren geplakt.
Zo had de politie het destijds ook in ’t Zandt gedaan.

In oktober werden tientallen hangjongeren opgepakt en ondervraagd.
De politie kwam al snel om in de informatie en bekentenissen.
Uiteindelijk bleven tien verdachten over, de helft minderjarig.
Het aantal misdrijven dat aan de groep wordt toegeschreven: 150.
Het gaat om brandstichtingen, inbraken en diefstallen.
Schade: miljoenen euro’s.

Maandag zaten Hans en mede-hoofdverdachte Ron (23) in de rechtszaal.
Als geslagen honden.
Veel hadden ze niet te melden.
Wat ze wel zeiden, was nauwelijks te verstaan.
Rechters: ‘Kennen jullie Johnny B?’
Ze knikken.

Rechters: ‘Dachten jullie wel na over al die ellende die jullie veroorzaakten?’
Hans: ‘Ik dacht wel na, maar niet al te goed,’

De advocaat zegt dat Hans nooit dingen in brand stak als er gevaar was voor mensenlevens.
Dat wilde hij niet.
Rechters: ‘Aha. Dus toch nog wel een beetje nagedacht.’

Hoewel hoofdverdachten, zijn Hans en Ron niet de grote leiders van de AH-bende.
Eerder waren ze de sukkels die geen nee durfden te zeggen.
Hans zou vijftig euro krijgen van de groep als hij het Nationaal Busmuseum in Winschoten in de fik zou steken.
Hij wilde er niet met zijn eigen auto naar toe, dus bracht Ron hem wel eventjes op de brommer.
De 15-jarige Micky leverde de benzine die hij bij de pomp voor 7,95 euro had gekocht.
Het werd een dikke fik waarbij veel museumstukken verloren gingen.
Inclusief een oude Ford uit 1936.

Uit het gemaal bij Scheemda werden eerst compressors gestolen.
Dingen die 8.000 euro per stuk kosten.
Ron kocht er eentje van Hans voor 30 euro.
Rons’s vader had gezegd, weg met dat ding.
Ron had ‘m toen in een kruipruimte gekieperd.

Om de inbraak te maskeren, werd er brand in het gemaal gesticht.
De eerste keer mislukte dat, zo ontdekte iemand uit de AH-groep toen zijn brandweerpieper maar niet afging.
De tweede keer was het raak.
De schade: gigantisch.
Het waterschap moet nog beslissen of het gemaal herbouwd moet worden.
De schade tot nu toe: 800.000 euro.

Ze stichtten brand in een container met daarin gasflessen.
De brandweer had laten weten dat er tijdens het blussen doden hadden kunnen vallen, omdat gasflessen bij brand ongeleide projectielen worden.

Behalve twaalf branden waren heel veel inbraken en diefstallen.
Aanhangwagentjes werden gejat of gehuurd, in stukken geflext en ingeleverd bij de schroothandel.
Hans liep daar de deur plat.
Vaak ook met koper.

Uit gebouwen, gebouwtjes en containers werden dompelpompen, aggregaten, trilplaten, heel veel gereedschap, beveiligingscamera’s, beamers, laptops, mobiele airco’s , flatscreens, bouwstofzuigers, matrixborden, zuurstofflessen, verkeerslichten, gasmeters, accu’s en heel veel kabels gestolen.

Rechters: ‘En allemaal voor het geld. Veel mee verdiend?’
Ron: ‘Nee. Eigenlijk niks.’

Rechters tegen Hans: ‘U heeft geen strafblad. En dan ineens dit. Hoe kan dat nou?
Hans: ‘Ik ben met de verkeerde mensen omgegaan.’

Psychiaters en psychologen hebben, zeggen de rechters, ‘dikke’ rapporten over de twee verdachten geschreven.
Hans had het moeilijk op school, kreeg niet alles mee.
Veel gepest en eigenlijk altijd alleen.
Ron heeft in zijn jeugd iets vreselijks meegemaakt, waardoor hij heel beschermend is opgevoed.
Zonder vrienden.

En alle twee PDD-NOS.

En dan waren daar die hangende nietsnutters bij de Albert Heijn met hun auto’s en hun meetings.
Ineens hoorden ze ook ergens bij, dat was nog nooit eerder zo.
Maar de druk was groot, want om er bij te mogen blijven, deden ze dingen die ze anders nooit zouden doen.
Een school in de brand steken of voor vijftig euro een museum.

Hans moet waarschijnlijk de rest van zijn leven worden begeleid.
Ron begint binnenkort met een cova-training, waar hij leert eerst na te denken en dan pas te doen.
Nu doet hij denken en doen net andersom.

De gedragswetenschappers stelden ook vast: geen aanwijzingen voor pyromanie.

De rechters zeggen: ‘Op zich helemaal niet erg wat er in die dikke rapporten staat. De een kan nu eenmaal beter leren dan de ander. Dat geeft niks.’
Een van de rechters: ‘Iedereen is wel goed in iets. U heeft bijvoorbeeld veel verstand van techniek en van motoren. Kijk, dat heb ik nou weer niet.’

Hans en Ron knikken.
Wanneer de rechters vragen of ze het allemaal een beetje meekrijgen, blijven ze knikken.

De officier van justitie doet haar verhaal.
De heren, zegt ze, hebben alles bekend, dus dat is niet zo moeilijk.
Ze verhaalt over het gevaar van vuur, dat je vuur niet in de hand hebt.
En over de enorme schade die is aangericht, niet alleen in geld, maar ook de emotionele schade bij de gedupeerden is aanzienlijk.
De officier van justitie vertelt dat ze zich heel veel zorgen maakt, omdat sommige stoornissen maar beperkt behandelbaar zijn, terwijl de kans op herhaling groot is.
Ze zegt dat de verdachten misschien minder goed in staat zijn na te denken, maar dat de gepleegde misdrijven wel zijn gepleegd over een lange periode.
Dat zegt ook wat.

Kortom.

Ron hoort vier jaar gevangenisstraf eisen waarvan zestien maanden voorwaardelijk.

Voor Hans is er een ander verhaal.
De officier van justitie zegt op een toon die niet veel goeds belooft: ‘Hans is een jaar lang een groot gevaar voor de samenleving geweest. Ambulante behandeling zoals de deskundigen adviseren, volstaat niet.’
Hans hoort vier jaar celstraf eisen, gevolgd door de maatregel TBS met dwangverpleging van maximaal vier jaar (dat kan tegenwoordig).
Mocht de rechtbank geen TBS willen opleggen, dan moet de strafeis luiden: acht jaar de gevangenis in.

Rechters: ‘Hebben jullie de eisen begrepen?’
Hans en Ron knikken, maar ditmaal iets minder instemmend.

Rob Zijlstra

uitspraak op 20 februari

.

extra
Sinds 2004 heeft het openbaar ministerie in zittingszaal 14 zestien maal een gevangenisstraf van acht geëist.
In vijf van die zaken ging het om moord en om doodslag. Zeven maal om pogingen tot moord.
Negen keer werd er in deze periode door de rechtbank acht jaar celstraf opgelegd.
Zes keer betrof het moord en doodslag, drie maal pogingen daartoe.

De hoogste straf die voor brandstichting in Groningen is opgelegd was zes jaar, in 2009.
Er was toen vijf jaar en tbs met dwangverpleging geëist.
De eis tegen Hans laat zich hier niet vergelijken omdat ‘zijn’ eis is gebaseerd op brandstichting, inbraken en diefstallen.

Op brandstichting staat een maximale gevangenisstraf van twaalf jaar.
Wanneer er levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel is te duchten, dan geldt een maximum van vijftien jaar.
Komt iemand te overlijden als gevolg van brandstichting, dan kan levenslang worden opgelegd.

artikel 157 Wetboek van strafrecht

.

 

UPDATE – 20 februari 2012 – uitspraken
Gezien de verstandelijke beperkingen van verdachte Hans ligt een veroordeling tot de maatregel tbs niet in de reden, vinden de rechters. Een behandeling buiten een kliniek kan volstaan. Wel moet Hans eerst een tijd zitten: geen acht jaar zoals het openbaar ministerie dat graag had gezien, maar vijf jaar.
Medeverdachte Ron is veroordeeld tot 24 maanden celstraf waarvan acht voorwaardelijk. Ook hij moet zich laten behandelen.

De rechtbank stond niet alleen stil bij de forse financiele schade die is aangericht, maar houdt hen ook verantwoordelijk voor het feit dat er door hun toedoen goederen verloren zijn gegaan die onvervangbaar zijn.

Verrotte toekomst

Hoe meer tijd in de rechtszaal, hoe vaker bekende gezichten.

In het strafrecht zijn bekende gezichten meestal recidivisten.
Soms komt een naam mij bekend voor, maar vaker herken ik ze aan de maniertjes, in de rechtszaal wel de proceshouding genoemd.

Kijk, daar heb je Hasan uit Somalië weer die vorig jaar in zittingszaal 14 gedreven vertelde over zijn plannen.
Hij wilde heel wat van het leven gaan maken.
Maar de officier van justitie had hem een dikke draaikont genoemd, omdat hij maar bleef ontkennen dat hij in de Groninger binnenstad een man had beroofd van een Sony Xperia.

En de rechters noemden zijn vlotte babbel vol ontkennende woorden kul.
Ze veroordeelden hem tot twaalf maanden onvoorwaardelijke celstraf.
De officier van justitie had nog gezegd bang te zijn dat ‘wij’ Hasan hier nog vaker zullen zien.

Wat dus deze week gebeurde.

Hasan werd beschuldigd van opnieuw een straatroof nadat hij met vrienden whisky had gedronken bij de voetbalkooi.
Geheel ten onrechte, zei hij zelf.
Hasan is in weinig veranderd.
Nog altijd even ad rem in zijn ontkenning.
De plannen voor een groots leven bestaan nog steeds, maar zijn nog niet tot uitvoering gebracht.

De officier van justitie eiste, ter beveiliging van de samenleving, ditmaal 24 maanden onvoorwaardelijk.
De rechters moeten nog oordelen.

Pieter was deze week een nieuwkomer in zittingszaal 14.
Hij is geen recidivist, maar nieuwe aanwas.

Tussen Hasan en Pieter bestaan enkele overeenkomsten.
Ze zijn beide in 1991 geboren en wonen nog bij moeder alleen thuis.
Ze klooien met drank en drugs.
Hasan vertelde vorig jaar dat hij diploma’s en certificaten wilde halen om zijn plannen te verwezenlijken.
Ook Pieter had plannen voor de toekomst.

Verschillen tussen de twee justitiabelen zijn er uiteraard ook.
Zo kun je Pieter onmogelijk een dikke draaikont noemen.

De officier van justitie beschuldigt hem van brandstichting en Pieter doet daar niet moeilijk over.
Het is zo, hij heeft dat gedaan en heel eerlijk gezegd, dikke spijt heeft hij niet.

De rechters zeggen dat brandstichting een ernstig strafbaar feit is waar zware straffen op staan.
Omdat je bij het stichten van de brand nooit kunt weten hoe het zal aflopen.
Vuur heb je niet in de hand.
Of hij daar niet van schrikt, willen de rechters van hem weten.
Pieter: ‘Een beetje.’

Vier jaar lang had hij snoeihard gewerkt in het groenbeheer bij het werkvoorzieningschap Fivelingo in Delfzijl.
Maar hij wilde wel wat meer.
Hij wilde diploma’s, certificaten.
Zegt: ‘Die mensen beloofden het de hele tijd. Ze zeiden, volgend jaar krijg je een werkleeropleiding. Maar het was steeds volgend jaar, ik weer een jaar hard werken, maar weer niks. Vier jaar lang. Zo werd ik 20 jaar.’

De rechters: ‘U bent met wat minder hersens gezegend dan de gemiddelde Nederlander.’
Pieter: ‘Ze hebben me gewoon vier jaar lang bedrogen. Ik werd uitgelachen. Toen was mij de maat vol.’

Samen met de 17-jarige Wouter, een eveneens ontevreden collega, bedacht hij een plan.
Rechters: ‘Daar heeft u goed over nagedacht?’
Pieter: ‘Ja. Ik dacht, ’s nachts is het mooiste moment. Want dan is er niemand.’

Eerst gooiden ze ruiten in van het pand van het werkvoorzieningschap.
Na drie keer vonden ze dat niet voldoende.
Ze wilden het pand beschadigen.
Ja, de hens moest er in.

Pieter: ‘Ik voelde me heel rot. Ik dacht, laat hunnie zich ook maar eens verrot voelen.’
Rechters: ‘Het was dus een wraakactie.’
Pieter: ‘Ja.”

Om twee uur in de nacht ging het inbraakalarm af.
Toen politie ter plaatste kwam, brandde het flink.
De middelbrand moest worden opgeschaald naar grote brand.
Nadat het vuur was geblust, kon de schade worden opgemaakt: 600.000 euro.

Wouter biechtte al snel op wat hij had geflikt en noemde de naam van Pieter.
Zo kwam alles uit.
Pieter zat 43 dagen in voorarrest en werd toen geschorst.
Hij mocht naar huis met een enkelbandje om de voet.

Rechters: ‘Wat doet u zo heel de dag?’
Pieter zegt: ‘Beetje tv kijken, beetje gamen.’
Hij zegt dat hij niemand meer ziet, alleen familie.
En o ja, dat hij kookt voor de mensen thuis.
‘Als ze thuiskomen, kunnen ze direct eten.’
Of hij dat leuk vindt, koken?
‘Ja.’
Rechters: ‘Misschien iets om iets meer mee te doen?
Pieter, resoluut: ‘Nee!’

De officier van justitie zegt dat Pieter nu niets meer heeft, dat hij ook letterlijk zijn eigen glazen heeft ingegooid.
Ze vindt het niet wenselijk dat de rechters hem naar de gevangenis terugsturen.
De officier van justitie eist daarom de 43 dagen die hij al opgesloten heeft gezeten, zes maanden voorwaardelijke celstraf en een taakstraf van 160 uur met toezicht van de reclassering.

Of het dan goed komt met Pieter?
De officier van justitie weet dat ook niet.
Ze had opgemerkt dat Pieter moeilijk leerbaar en beperkt veranderbaar is.
Toen ze dat zei, moest ik weer aan Hasan denken.

Tussen Hasan en Pieter bestaat geen verband, maar wat hun toekomst betreft, zitten ze in het zelfde schuitje.

Rob Zijlstra

 de draaikont (25 februari 2010)

.

UPDATE – 13 oktober 2011 – uitspraken
Hasan is aan de beurt. De eis van het openbaar ministerie doet geen recht aan de ernst van de feiten, vindt de rechtbank. Hasan is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf.

Pieter zat 43 dagen vast. Hij is nu veroordeeld tot 223 dagen waarvan 180 voorwaardelijk. Dat betekent dat hij zijn vrijheidsstraf er op heeft zitten. Wel moet hij om het echt af te leren nog 160 uur werken. Een straf conform de eis.

Thinner

De 45-jarige Paul uit Musselkanaal wordt verdacht op 21 november vorig jaar, ’s ochtends om half zes, brand te hebben gesticht.
Een houten schuurtje achter woningen aan de Geraniumstraat gaat die ochtend in vlammen op, aangrenzende schuurtjes lopen rook- en waterschade op.
Voor bewoners zou de situatie dusdanig zijn geweest dat hun levens gevaar liepen.
Een konijn vindt wel de dood.
De officier van justitie spreekt van een zeer ernstig feit en eist vier jaar gevangenisstraf.

De verdenkingen tegen Paul liegen er niet om, maar Paul ontkent.
De zaak is complex, zeggen de rechters.

Op 21 november, half zes, worden diverse bewoners wakker van knetterend vuur.
Als ze naar buiten kijken, zien ze vlammen.
Bij de meldkamer komen diverse 112-meldingen binnen.

Het is niet de eerste keer dat er in de Florabuurt in Musselkanaal brand is.
Sinds 2005 zijn er 174 meldingen geweest van branden en brandjes.
Auto’s, caravans, tuinhuisjes, schuurtjes.
De politie had al eens een lokcaravan ingezet om de brandstichter tot actie te verleiden.
Dat leverde niets op.

De brandweer is die ochtend snel ter plaatse en heeft het vuur binnen drie minuten onder controle.
Paul is een van de omwonenden die nog heeft geprobeerd het vuur met een tuinslang (met daarin water) te bestrijden.

Wat wil het geval?

Een bewoner heeft vanwege de onrust rond de vele brandjes een camera aan zijn gevel vastgeschroefd. Zo nu en dan zet hij de video aan, op long play, zodat zes uur beeld kan worden opgenomen.

Ook die avond doet hij dat.
Hij weet alleen niet precies hoe laat hij de recorder heeft aangezet.

Direct na de brand bekijkt de bewoner de beelden en zegt na enige tijd: krijg het nou, het zal toch niet waar zijn?
Door het vage beeld, loopt plots een man heen en weer.
Tot drie keer toe.
Vaag, maar geen twijfel: het is achterbuurman Paul.

Maar niet alleen dat: buurman Paul heeft een witte fles in zijn hand.
Het lijkt zelfs of hij even aan de dop draait.
Hij loopt in de richting van waar later de brand zal uitbreken.
Het lijkt wel een witte fles met een brandversnellend middel.

In het schuurtje van Paul, een blokhut, vindt de politie de witte fles, op een plankje achter andere flessen in een kastje.
Het is thinner.

De technische recherche stelt met behulp van speurhond Ringo vast dat de brand is aangestoken met behulp van een brandversnellend middel.
Het Nederlands Forensisch Instituut: thinner.

Voor Paul zijn de rapen dan gaar.
Zou je toch zeggen.
Nu gaat het in de strafrechtspraak in eerste instantie niet om de vraag of iemand schuldig of onschuldig is, maar om de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezen of de verdachte gedaan heeft waarvan hij wordt verdacht.

Omdat de camerabuurman niet precies weet hoe laat hij de video heeft aangezet, kan niet exact worden achterhaald hoe laat die nacht Paul in beeld was.
De buurman heeft die avond naar het In Holland staat een Huis gekeken.
Bij RTL informeert de politie hoe laat dat programma op die dag was afgelopen.
Om 22.14 uur.
Daarna laat hij de hond uit.
De route is door de politie nagelopen om de duur vast te stellen.
Op basis hiervan wordt aangenomen dat camera en video om 22.25 uur zijn aangezet.
Om 04.32 uur stopt de opname.
Een klein uur later breekt de brand uit.

Paul zegt dat hij die nacht wel naar buiten is geweest, maar hoe laat weet hij niet meer.
Hij had lawaai gehoord, was naar buiten gelopen, zag in de tuin de fles thinner staan (hij had een klusje gedaan die middag) en nam die fles onbewust in zijn loop mee.

Buiten stelt hij vast dat er een verkeersbord in de tuin van de buren ligt die er eerder niet lag.
Hij gaat weer naar binnen, nadat hij eerst de fles thinner in het kastje in de blokhut heeft gezet.

Binnen drinkt hij bier, rookt shagjes, kijkt naar de herhaling van RTVNoord en surft wat op de computer.
Doet hij vaker in de weekeinden.
Op de bank valt hij in slaap.

Tegen de rechters zegt hij zich op de beelden te herkennen.
Zegt: ‘Dat ben ik met een fles thinner in de hand.’
Rechters: ‘U rookt. Heeft u altijd een aansteker op zak?’
Paul: ‘Altijd.’

De politie heeft zijn computer onderzocht en vastgesteld dat hij tussen 02.00 uur en 05.36 uur geen internetpagina’s heeft bezocht.
Maar om 05.37 uur surft hij naar de site P2000, de site met meldingen van de brandweer.
Om 05.38 belt zijn vrouw 112.
Paul: ‘Toen ben ik direct naar buiten gegaan om te helpen met blussen.’

De snelle brandweer maakt het karwei in drie minuten af.
Om 07.15 sms’t Paul naar zijn zoon: ‘Er is weer brand geweest.’
Dan gaat hij slapen.
Drie kwartier later staat de politie op de stoep.

Een zeer ernstig feit, zegt de officier van justitie, ook al omdat in de nabijgelegen woningen kinderen sliepen.
Voor hun leven is te duchten geweest.

Stemmingmakerij, zegt de advocaat.
Niemand is ook maar op een moment in gevaar geweest.
Het schuurtje staat niet in verbindingen met de woningen.
De brandweer had het vuur zo geblust, dus zo heel groot was die brand nou ook weer niet.

De officier van justitie: ‘Wie loopt er nou ’s nachts met een fles thinner langs schuurtjes?’
De advocaat: ‘Tussen de tijd dat Paul op de beelden staat en het moment dat de brand uitbreekt, zit een uur.’

De officier van justitie: ‘Omwonenden schrikken die ochtend wakker van knetterend vuur. En Paul die op dat moment wakker is, zegt niets te hebben gehoord. Naar eigen zeggen zat hij op de wc. Maar zijn eigen vrouw wordt er wel wakker van.’
De advocaat: ‘Het NFI heeft niet kunnen vaststellen dat de thinner die op de plaats van de brand is aangetroffen (dankzij die speurhond) dezelfde componenten bevat als de thinner van Paul in het schuurtje. Zeer waarschijnlijk is het andere thinner.’

De officier van justitie: ‘Er is een telefoontap van een gesprek tussen de echtgenote van de verdachte en de schoonvader. In dat gesprek wordt gezegd dat er iets is wat de politie niet zou moeten weten.’
De advocaat: ‘Paul wist dat die camera daar hing. Dan ga je er toch geen brand stichten?’

De officier van justitie: ‘Op de beelden zien we hoe verdachte aan de dop draait. We zien nog net niet hoe hij de thinner tegen het schuurtje giet en de boel met zijn aansteker in brand steekt.’
Advocaat: ‘Dat bedoel ik, stemmingmakerij. De kleding van mijn cliënt is direct na de brand onderzocht. Geen spoortje, niets.’

De officier van justitie: ‘Deze brand staat niet op zichzelf. Het is opvallend dat eerdere branden plaatshadden op tijdstippen dat verdachte verlof had, of ziek thuis was. Ik meld dit maar even.’
De advocaat: ‘Irrelevant. De officier kleurt het onderzoek, maar maakt niets concreet. Mijn cliënt is nooit eerder met politie en justitie in aanraking geweest.’

Zo gaat het nog even door.

Dat Paul een superverdachte in deze rare zaak is, is zonneklaar.
Dat erkent ook de advocaat.
Maar stelt hij, waar rook is, is vuur, telt in de rechtszaal niet.
Zegt: ‘Er is onvoldoende bewijs voor schuld en er is heel veel ontlastend materiaal.’

Paul zegt in zijn laatste woord dat hij niet wil worden gestraft voor iets wat hij niet heeft gedaan.
Niemand zal hem op dit punt tegenspreken, want vier jaar in de gevangenis is dan een hele tijd.

Rob Zijlstra

UPDATE – 6 juni 2011 – uitspraak
De rechtbank heeft nader onderzoek door een deskundige gelast. De periode tussen het moment dat Paul voor het laatst op de band is gezien en het moment van het uitbreken van de brand – ruim een uur – is onvoldoende onderzocht, aldus de rechtbank. Dit betekent dat er een nieuwe zitting komt waar de bevindingen van de deskundige zullen worden besproken.

UPDATE –  8 september 2011 – uitspraak
De rechtbank heeft vervroegd uitspraak gedaan en dat is doorgaans gunstig voor de verdachte. Ook in dit geval: Paul is vrijgesproken en per direct in vrijheid gesteld. Hij heeft negen maanden vastgezeten, ten onrechte dus in de ogen van de rechters.

Uit het vonnis:
Feit is dat de man met een fles thinner in de hand had,  dat hij wisselende verklaringen heeft afgelegd en geen openheid van zaken heeft gegeven. Dat is verdacht, maar nog geen bewijs. Het verhaal van Paul is niet zonder meer onaannemelijk.

Paul is zeer verdacht, maar het overtuigende bewijs dat hij de brand heeft gesticht is niet geleverd.

De overwegingen van de rechtbank: HET VONNIS